Aftellen naar Pinksteren 2001

Door

Soms doet de bijbel een onduidelijke uitspraak; soms zelfs over zeer belangrijke zaken. Door het verzamelen van feiten uit andere delen van de bijbel wordt de onduidelijkheid echter opgeheven en wordt de uitspraak een duidelijke regel. Dit is het geval met het aftellen naar Pinksteren in de jaren waarin het Pascha op een wekelijkse sabbat valt.

In 2001 valt het Pascha weer eens op een wekelijkse sabbat. Dit is van bijzonder belang, omdat het ons in aanraking brengt met de niet al te vaak voorkomende situatie dat de dagen der Ongezuurde Broden op zondag beginnen en op de wekelijkse sabbat eindigen. Alhoewel dit twee keer binnen de drie of vier jaar kan voorkomen, is het normale gemiddelde hiervan in de afgelopen eeuw ongeveer eens in de negen of tien jaar geweest. In een twintigjarige periode met als eindpunt 1974, kwam het alleen maar in 1974 zelf voor. Binnen de kerk van God zijn er verschillen van opvatting of we in zo'n situatie met het aftellen naar Pinksteren moeten beginnen van binnen of buiten de dagen der Ongezuurde Broden.

Toen zich dit in 1994 voordeed, zochten we het advies van iedereen binnen de kerk die zich geroepen voelde om suggesties aan te dragen. We ontvingen veel serieuze rapporten die erg veel hulp boden, waarvan de auteurs de zaak grondig hadden onderzocht om het voor zichzelf te bevestigen en daarna met ons deelden wat ze hadden geleerd, zodat allen daar hun voordeel mee konden doen. We voelen ons echter aangespoord dit onderwerp te heropenen, omdat er in de laatste jaren meer informatie naar boven is gekomen. Dit nieuwe materiaal verduidelijkt en versterkt ons standpunt, waarmee wordt bevestigd dat God ons ertoe leidde de juiste beslissing te nemen.

Toen het op zondag of maandag houden van Pinksteren in de Worldwide Church of God (WCG) in 1973-74 een punt werd, werd er een comité ingesteld om naar alle aspecten van dit onderwerp een onderzoek in te stellen. Toen de dienaren de conclusies van dit comité ontvingen, stond daar een duidelijke oplossing in voor het punt van zondag of maandag en we stemden van harte in met de conclusie van zondag.

Echter het bijzondere punt waar dit artikel zich op richt, bleef in het studiemateriaal dat aan de dienaren werd gegeven, onopgelost. De inleidende brief op het Pentecost Study Material, die door Charles V. Dorothy werd geschreven, is gedateerd op 22 april 1974. De dienaren ontvingen dit materiaal kort daarna. Volgens het boekje God's Sacred Calendar uit die tijd zou Pinksteren dat jaar op 3 juni vallen.

De volgende aanhaling is vanuit het Pentecost Study Material, p. 74, onder de kop "Another Critical Problem" [Nog een kritiek probleem]:

Het voornaamste probleem waar de Worldwide Church of God dit jaar met Pinksteren mee te maken heeft, heeft niets met het bovenstaande [het punt van zondag of maandag] vandoen. Dit aparte probleem gaat erover of we voor Pinksteren 1974 van binnen of buiten de dagen der Ongezuurde Broden gaan tellen. De laatste keer dat we met dit bijzondere kalenderfenomeen vandoen hadden was 1954, toen onze kennis van de kalender nog niet zo volledig was als nu.

Dit jaar (evenals in 1977 en 1981) valt het Pascha op de wekelijkse sabbat. De volgende dag, de eerste jaarlijkse Heilige Dag, is zondag en zou normaal worden gebruikt om "vanaf" te gaan tellen. Maar we hebben het beter geacht tot de volgende zaterdag (die ook de laatste Heilige Dag is) te wachten, zodat de volgende dag, zondag, een werkdag zou kunnen zijn, waarop het werk van de oogst zou kunnen beginnen. Afhankelijk van welke zondag we dit jaar gaan tellen, VALT Pinksteren EEN HELE WEEK EERDER OF LATER.

Sommige leden van de gemeente maken zich bezorgd over deze zogenaamde "willekeurige" beslissing, in het bijzonder daar Jozua 5:10-11 schijnt aan te tonen dat de Israëlieten in dat jaar met het tellen naar Pinksteren begonnen vanaf zondag, de Heilige Dag binnen Ongezuurde Broden. Er is nog meer onderzoek nodig en dat is momenteel ook gaande [Nadruk van hen.]

Aan deze suggestie werd echter geen aandacht geschonken en er werd een beslissing genomen om vanaf de zondag binnen de dagen der Ongezuurde Broden naar Pinksteren te gaan tellen. Een brief gedateerd op 30 maart 1974 en ondertekend door Garner Ted Armstrong, informeerde de dienaren dat de datum van Pinksteren werd veranderd in 26 mei. Als men de datum van die twee brieven vergelijkt, doet zich een merkwaardig feit voor: de brief van Garner Ted Armstrong laat duidelijk zien dat er reeds een beslissing was genomen betreffende hoe in deze bijzondere jaren naar Pinksteren te tellen voordat de brief van Charles Dorothy — die vermeldde dat er meer onderzoek nodig was — werd verstuurd! Misschien is dit verschil slechts te wijten aan een onjuist communiceren of coördineren, maar het werpt wel een merkwaardig licht op de geloofwaardigheid van de beslissing.

Een andere aanhaling uit het Pentecost Study Material, p. 52, helpt om te laten zien hoe kritiek dit punt is, daar het ook zijn invloed heeft op het houden van Pinksteren in 2005 en 2008:

Hier is dan de cruciale vraag: Hoe moeten we de dagen naar Pinksteren gaan tellen? Vanaf de zondag tijdens de dagen der Ongezuurde Broden? Of moeten we Pinksteren tellen vanaf de zondag die onmiddellijk volgt op de wekelijkse sabbat die zich binnen de dagen der Ongezuurde Broden moet bevinden? Met andere woorden is het verplicht dat de wekelijkse "SABBAT" binnen de dagen der Ongezuurde Broden valt? Of is het essentieel dat de ZONDAG die op die specifieke "sabbat" volgt binnen de dagen der Ongezuurde Broden moet vallen?

Er zijn meer cruciale vragen dan op het eerste gezicht het geval schijnt te zijn, want in die jaren dat de laatste dag der Ongezuurde Broden ook op een wekelijkse sabbat blijkt te vallen (die daarmee een "dubbele sabbat" wordt), gaat het garfoffer na, dat is buiten, de dagen der Ongezuurde Broden vallen. Dit is inderdaad wat er dit jaar staat te gebeuren. [Nadruk van hen.]

De beslissing van de WCG kort voor 30 maart 1974 werd gemaakt op basis van symboliek en een verkeerd begrip van Jozua 5:10-12. Dit artikel zal laten zien dat het leerstellige comité heel wat in de Schriften over het hoofd zag, in het bijzonder in samenhang met Jozua 5:10-12. Dit materiaal dat over het hoofd werd gezien, maakt dat Jozua 5:10-12 niet als bewijs kan worden gebruikt voor het tellen vanuit de dagen der Ongezuurde Broden als het Pascha op een wekelijkse sabbat valt.

Een essentieel begrip

Het is essentieel voor iemands begrip vanwaar met het tellen naar Pinksteren te beginnen om te weten dat de dag van het garfoffer slechts op een bijkomende manier gekoppeld is aan de dagen der Ongezuurde Broden, maar rechtstreeks is gekoppeld aan de voorjaarsoogst. Deuteronomium 16:9 zegt:

Deuteronomium 16:9 Zeven weken zult gij tellen: van dat de sikkel voor het eerst in het staande koren geslagen wordt, zult gij zeven weken beginnen te tellen.

Maar wat te doen als slecht weer de groei vertraagde en verhinderde dat er een oogst viel binnen te halen tegen de tijd dat er op de kalender een nieuw jaar stond te beginnen? Met andere woorden voordat we zelfs maar in overweging kunnen nemen vanwaar te gaan tellen, moet er eerst een oogst zijn. Zonder oogst heeft het geen zin om te gaan bepalen op welke dag we moeten gaan tellen.

The Sanctification of the New Moons [Het vaststellen van de nieuwe maan] van Moses Maimonides doet er verslag van hoe de Israëlieten in de oudheid dit probleem oplosten. Als slechte weersomstandigheden verhinderden dat een oogst voldoende rijp was, of bijzonder slechte weersomstandigheden de wegen en bruggen onbegaanbaar maakten, zodat de mensen niet naar het Feest konden reizen, dan had de hogepriester de autoriteit te bepalen dat er dat jaar een maand extra moest worden toegevoegd, waardoor het nieuwe jaar een maand later begon. Door deze extra maand kon het graan voldoende rijpen, zodat het voor de oogst gereed was. Als dan het jaar dat normaal gesproken een extra maand zou hebben aanbrak, dan verviel in dat jaar die extra maand, waardoor de cyclus van jaren met een extra maand weer terugviel op zijn normale frequentie van zeven keer in de negentien jaar.

We kunnen dus zien dat het schema van het gehele voorjaarsfeest er ten eerste om draaide of er een rijpe oogst beschikbaar was om het begin van het jaar vast te stellen. Slechts dan werden de dagen der Ongezuurde Broden een zaak om het vaststellen van de dag voor het garfoffer in overweging te nemen. Een sabbat binnen de dagen der Ongezuurde Broden voorziet in een consequent beginpunt voor het tellen.

Een garf bijeenbrengen voor het garfoffer of oogsten?

Let nog eens op Deuteronomium 16:9:

Deuteronomium 16:9b ...: van dat de sikkel voor het eerst in het staande koren geslagen wordt, zult gij zeven weken beginnen te tellen.

Verwijst "het slaan van de sikkel in het staande koren" naar het bijeenbrengen van een garf voor het garfoffer of naar de oogst zelf? Op de dag dat de oogst begint, begint ook het tellen naar Pinksteren.

Deze woorden kunnen niet verwijzen naar het bijeenbrengen van een garf voor het garfoffer, omdat iedere Israëliet die een oogst had, verplicht was een offer te brengen. Er was geen enkele Israëliet door God vrijgesteld van het brengen van een offer van zijn oogst; evenmin als er iemand van ons is vrijgesteld van het brengen van een offer van ons inkomen als we op de Heilige Dagen voor God verschijnen.

Deuteronomium 16:16 en Exodus 23:15 bevelen ons niet met lege handen voor God te verschijnen. De Israëlieten moesten hetzelfde doen. Voor wat betreft het garfoffer moesten ze het enkele dagen tevoren bijeenbrengen, voordat ze het naar de priesters bij de tabernakel in Silo brachten of in later tijd naar de tempel in Jeruzalem, omdat ze rekening moesten houden met de benodigde reistijd. Wij doen hetzelfde als we onze offeranden voor een Heilige Dag apart leggen van de rest van ons geld en daarna naar het Feest reizen, alwaar we het aan God offeren.

Daarom begint het tellen op het moment dat de oogst begint, niet wanneer de boer zijn garf voor het garfoffer bijeenbrengt. God beveelt dat het tellen moet beginnen als het werk van de oogst begint. Daarom moet de dag van het garfoffer altijd op een werkdag vallen. Het brengen van het garfoffer door de priester, de oogst en het begin van het tellen valt allemaal op dezelfde dag. Dit verklaart waarom God in Leviticus 23:11 zegt dat de garf moet worden bewogen op de dag na de sabbat. Hij moet niet worden bewogen op een sabbat waarop geen werk mag worden gedaan. Het moet absoluut niet worden gedaan op de eerste dag Ongezuurde Broden, een Heilige Dag, een jaarlijkse sabbat.

Waarom tellen?

Als we normale logica gebruiken, kunnen we zeggen dat God gemakkelijk een vaste datum voor Pinksteren had kunnen geven, net als Hij dat voor de andere feesten deed. Hij had ons kunnen instrueren het op Sivan 6 te houden, maar Hij doet dat niet. Daarom hebben de Farizeeёn, sommige moderne joden en zelfs sommigen die zich christenen noemen, het bij het verkeerde eind om het jaar na jaar op Sivan 6 te houden, tenzij Gods methode van tellen daar toevallig uitkomt.

Hij instrueert ons te tellen, maar elke telling die op een vaste datum begint, zal op een vaste datum eindigen. Het is duidelijk dat dit iets is dat Hij niet wil, omdat Hij ons geen vaste datum geeft. Er bestaat geen enkele geldige reden om te tellen, behalve die in de bijbel wordt gegeven. Pinksteren vaststellen door op een vaste datum te beginnen — en dus te eindigen op een vaste datum — doet Gods instructie om te tellen teniet. We tellen omdat God ons opdracht geeft te tellen!

Deze opdracht maakt de startdatum voor het tellen dus uiterst belangrijk. Leviticus 23 zegt zowel in vers 11 als in vers 15 dat we moeten beginnen te tellen op "de dag na de sabbat". Als dit een Heilige Dag zou zijn geweest, zou dit betekenen dat we vanaf een vaste datum gaan tellen, vanaf Nisan 16 of 22. Dit betekent dat Pinksteren of op Sivan 6 of 12 zou vallen. Waarom heeft God dan niet eenvoudig één van deze data vastgesteld?

De wekelijkse sabbat valt op verschillende kalenderdata en daarom ook de dag na de wekelijkse sabbat. Laten we goed begrijpen waarom dat zo is. Volgens de regels van de Hebreeuwse kalender kan Pascha, Nisan 14, op maandag, woensdag, vrijdag, of de wekelijkse sabbat vallen. De eerste dag Ongezuurde Broden kan dus op dinsdag, donderdag, de wekelijkse sabbat, of op zondag vallen. De laatste dag Ongezuurde Broden kan, evenals Pascha, vallen op maandag, woensdag, vrijdag of de wekelijkse sabbat.

Als Pascha, Nisan 14, op maandag valt, zal de datum van de wekelijkse sabbat de 19e zijn en de zondag van het garfoffer de 20e. Als het op woensdag valt, zal de datum van de wekelijkse sabbat de 17e zijn en de zondag van het garfoffer de 18e. Als het op vrijdag valt, zal de datum van de wekelijkse sabbat de 15e zijn en tevens de eerste dag Ongezuurde Broden, en de zondag van het garfoffer de 16e. Als het op de wekelijkse sabbat valt, zal de volgende sabbat in de dagen der Ongezuurde Broden de 21e zijn.

We kunnen zien dat de datum van de dag na de wekelijkse sabbat die in de Ongezuurde Broden valt, ook zal verschuiven vanwege de relatie van die wekelijkse sabbat met de dag waarop het Pascha valt. Hierdoor valt Pinksteren op vier mogelijke data in de maand Sivan en worden we ieder jaar gedwongen te tellen.

Wekelijkse sabbat of Heilige Dag?

Dit begint duidelijk te maken waarom de sabbat genoemd in Leviticus 23:11 en 15 een wekelijkse sabbat moet zijn, zoals de Sadduceeën uit de eerste eeuw en ook Herbert W. Armstrong geloofden, niet de eerste dag Ongezuurde Broden zoals de Farizeeën geloofden, noch de laatste dag Ongezuurde Broden zoals de Essenen en de Falasha's (Ethiopische Joden) geloofden.

De vraag is dan, welke sabbat dienen we af te zonderen om bij de juiste datum voor Pinksteren uit te komen? De sabbat die we kiezen om van de dag daarna te gaan tellen is belangrijk, of anders zouden we kunnen besluiten om van de dag na een willekeurige sabbat te gaan tellen. Het resultaat daarvan zou verwarring zijn. Zelfs al lijkt de instructie van het Oude Testament op dit punt onduidelijk, toch is het redelijk te besluiten dat — aangezien de instructies om te tellen in Leviticus 23:11 en 15 en Deuteronomium 16:9 in samenhang met de dagen der Ongezuurde Broden worden gegeven — de sabbatten van Ongezuurde Broden van belang zijn. Omdat Ongezuurde Broden en Pinksteren zeven dagen duurt, zal er altijd slechts één sabbat met zijn veranderlijke datum binnen vallen. Als we dit verband tussen Ongezuurde Broden en wanneer het tellen naar Pinksteren te beginnen, zouden ontkennen, worden Gods instructies om te tellen onbruikbaar. Iedereen zou kunnen doen wat "juist in eigen oog" (Richteren 21:25) is, en het resultaat daarvan zou verwarring en verdeeldheid zijn.

Al wordt het garfoffer gewoonlijk tijdens de dagen der Ongezuurde Broden gebracht, de verbindende schakel tussen het garfoffer en Ongezuurde Broden is de sabbat. De sabbat is het teken tussen God en Zijn volk (Exodus 31:12-17), niet alleen om te identificeren wie ze zijn, maar in dit geval dient deze ook als het punt vanwaar te beginnen met het tellen naar Pinksteren. Omdat we eerst de sabbat moeten identificeren om met het tellen te kunnen beginnen, moet die sabbat binnen de dagen der Ongezuurde Broden vallen, niet noodzakelijkerwijs de zondag waarop het garfoffer wordt gebracht. In de bijzondere jaren dat het Pascha op een wekelijkse sabbat valt, is de enige wekelijkse sabbat die binnen de dagen der Ongezuurde Broden valt tevens de Heilige Dag aan het einde ervan. Desalniettemin is deze sabbat, een dubbele sabbat, van groter belang om het tellen te beginnen dan het garfoffer dat de volgende dag wordt gebracht. De wekelijkse sabbat voorziet in een consequent en juist patroon om met het tellen naar Pinksteren te beginnen.

Een andere reden dat we van de dag na de wekelijkse sabbat moeten gaan tellen, is de aanwezigheid van het bepalende Hebreeuwse lidwoord ha dat gewoonlijk aan "sabbat" voorafgaat. In het gehele Oude Testament wordt deze aanduiding, hashabbath, in ongeveer 95% van de gevallen voor de wekelijkse sabbat gebruikt. In Leviticus 23 komt in het Hebreeuws twaalf keer een vorm van "sabbat" voor en twee keer "sabbatten". Het lidwoord ha staat hier drie keer voor "sabbat" en iedere keer heeft het betrekking op de wekelijkse sabbat. Twee van deze gevallen hebben betrekking op de sabbat waarover we het hier hebben (vers 11 en 15). Eén keer komt het voor bij "sabbatten" (vers 15) en ook daar betreft het wekelijkse sabbatten.

Het is niet verrassend dat we geen enkele verwijzing kunnen vinden waarin Jezus of de vroege kerk iets vandoen had met het garfoffer. Ze waren zich er echter heel goed van bewust, dat blijkt duidelijk in de verslagen over Jezus' opstanding. In bijna alle vertalingen wordt Johannes 20:1 weergegeven als: "Op de eerste dag van de week ..." In het Grieks begint deze zin met te mia ton sabbaton. Sabbaton kan in het enkelvoud of in het meervoud worden gebruikt om "sabbat" of "sabbatten" of "week" of "weken" aan te duiden.

Let nu eens op wat Bullinger in de Companion Bible zegt over het begin van deze zin in het Grieks:

De eerste dag van de week = "Op de eerste (dag) van de sabbatten" (mv.). Grieks — Te mia ton sabbaton. Het woord "dag" wordt terecht toegevoegd, daar mia vrouwelijk is en dus moet overeenkomen met een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, terwijl sabbaton onzijdig is. Lucas 24:1 heeft hetzelfde. Mattheüs luidt "tegen het aanbreken van de dag op de eerste (dag) van de sabbatten", en Marcus 16:2 luidt: "erg vroeg op de eerste (dag) van de sabbatten".

Ons begrip van het belang van het garfoffer in samenhang met zowel Christus' aanvaarding en het tellen naar Pinksteren moet ons ertoe leiden in te zien dat de schrijvers van de evangeliën bezig waren om de precieze dag van Christus' aanvaarding vast te leggen. Deze dag was de eerste dag in de telling voor Pinksteren, aangezien Hij niet alleen het garfoffer was, maar ook het begin van de geestelijke oogst. Johannes 20:16-19 bewijst absoluut welke sabbat tijdens de dagen der Ongezuurde Broden God bedoelt te gebruiken om de zondag voor het garfoffer vast te stellen. Deze verzen laten zien dat Jezus op de dag die volgde op de wekelijkse sabbat naar de Vader opvoer om te worden aanvaard. In het jaar dat Jezus werd gekruisigd, viel het Pascha op woensdag. Hij was gedurende de eerste dag der Ongezuurde Broden, een sabbat die op donderdag viel, nog steeds in Zijn graf. Hij stond laat op de wekelijkse sabbat op uit de doden en werd ter aanvaarding voor God "bewogen" op de zondagmorgen die op de wekelijkse sabbat volgde. De Farizeeёn en het rabbijnse jodendom hadden het bij het verkeerde eind om de dag na de eerste dag der Ongezuurde Broden te gebruiken. De Sadduceeёn hadden het bij het juiste eind door de wekelijkse sabbat te gebruiken. Al deze factoren bij elkaar genomen duiden er doorslaggevend op dat de dag van het garfoffer een zondag was, de dag volgende op de wekelijkse sabbat binnen de dagen der Ongezuurde Broden.

Symbolische relaties

Symboliek is een krachtig gereedschap tot onderwijs en de bijbel gebruikt het heel vaak. Het kan worden gebruikt om voor een zekere tijd duidelijk begrip te verbergen, of het te verduidelijken als de tijd daarvoor rijp is, in overeenstemming met het doel van de Schepper. Op zichzelf genomen is de symboliek in het garfoffer duidelijk, maar de relatie met ander onderwijs wordt niet altijd begrepen.

Met welk feest is het garfoffer het nauwst verbonden: Pascha, Ongezuurde Broden of Pinksteren? Op de kalender is het het nauwst verbonden met Ongezuurde Broden, omdat het ofwel erin of eraan volgend wordt gebracht. Omdat ze allemaal hun plaats hebben in Gods doel, hebben al Gods feesten en rituelen een relatie met elkaar. Maar sommige feesten en rituelen hebben een nauwere relatie met elkaar dan andere. Bijvoorbeeld het lam geslacht op Nisan 14 heeft een directe en krachtige relatie met het Pascha — in feite draait het Pascha daar om. Maar de relatie met de andere feesten, gezien vanuit het onderwijs dat erop wordt gegeven is minder hecht, alhoewel nog steeds essentieel.

Dat geldt ook voor het garfoffer. Alhoewel het in of nabij de dagen der Ongezuurde Broden wordt gebracht, zijn het doel en de symboliek direct gekoppeld aan Pinksteren, vijftig dagen verder. Symbolisch heeft het een minder directe relatie met Ongezuurde Broden dan met Pinksteren. De enige reden om het garfoffer aan Ongezuurde Broden te koppelen is om in een consequent beginpunt voor het tellen te voorzien.

Het Pascha en Ongezuurde Broden liggen naast elkaar op de kalender, maar leren ons niet hetzelfde. Hetzelfde geldt voor het Loofhuttenfeest en de Laatste Grote Dag. Nabijheid op de kalender zegt niets over de mate van de symbolische relatie.

Het Pascha beeldt Christus uit als gekruisigd voor de vergeving van onze zonden en het middel en de prijs voor de verlossing van Satan, zonde en deze wereld. Ongezuurde Broden beeldt onze bevrijding uit en wat God doet om dit mogelijk te maken. Het toont ook onze voortdurende verantwoordelijkheid om ons vrij te houden door ernaar te streven niet te zondigen en door Gods kracht te overwinnen. De symboliek en het onderwijs van deze twee feesten zijn duidelijk verwant, maar wel erg verschillend.

Het garfoffer beeldt de eerstelingen uit van de eerste oogst van het jaar die aan God werden geofferd om door Hem te worden aanvaard. Geestelijk beeldt het Christus uit, de eersteling van Gods eerste geestelijke oogst van zielen, die na Zijn opstanding ten hemel stijgt om door God te worden aanvaard als offer voor onze vergeving en als onze Hogepriester, waardoor Hij ons de Geest van God kan geven en voor ons kan bemiddelen bij God.

Pinksteren beeldt het geven van Gods Geest uit om ons als Zijn kinderen te verwekken, zodoende in de kerk te plaatsen, ons kracht te geven de zonde te overwinnen en ons in staat te stellen als eerstelingen in Gods Koninkrijk op te staan (wedergeboren) als deel van dezelfde geestelijke oogst die met Christus begon. Zowel het garfoffer als Pinksteren beelden een oogst uit. De ene gebeurtenis is het begin, de andere het einde. De dag van het garfoffer is de eerste dag en Pinksteren is de vijftigste dag. Als Christus niet was opgestaan (geoogst) of Zijn offer niet was aanvaard, zou er geen Heilige Geest naar de mensheid zijn gezonden en zou er voor christenen geen reden zijn om Pinksteren te vieren, omdat er geen oogst van eerstelingen zou zijn.

Conclusie? Het garfoffer heeft een directe band met Pinksteren en bijna een directe met het Pascha, maar slechts een indirecte met Ongezuurde Broden. De symboliek van de oogst en het feit dat de dag van het garfoffer de telling begint die eindigt op Pinksteren, ontkoppelt het garfoffer bijna volledig van Ongezuurde Broden, maar koppelt het stevig aan Pinksteren. Met andere woorden het is echt een Pinksterritueel, geen ritueel der Ongezuurde Broden, ongeacht wanneer het valt. Welke symbolische reden ligt hierin besloten om de conclusie te trekken dat het garfoffer altijd tijdens de dagen der Ongezuurde Broden moet worden gebracht?

Is het Pascha een dag der Ongezuurde Broden?

In 2001 valt het Pascha op een wekelijkse sabbat en de eerste dag der Ongezuurde Broden op de volgende dag, zondag, en de laatste dag op de volgende wekelijkse sabbat. Zoals we hebben gezien roept dit de vraag op met welke sabbat het tellen begint. Is het rechtmatig het Pascha, Nisan 14, een wekelijkse sabbat, als de dag voorafgaande aan het garfoffer te beschouwen?

Dit brengt met zich mee dat het Pascha als een dag der Ongezuurde Broden wordt beschouwd, en eveneens dat de priesters het garfoffer op een heilige dag, de eerste dag der Ongezuurde Broden, brengen in plaats van op een gewone werkdag waarop wordt geoogst. Als we dit doen, dan wordt het gebod om het garfoffer op de dag na de wekelijkse sabbat binnen de dagen der Ongezuurde Broden te brengen overtreden. Het alternatief is te wachten tot de volgende zondag, de dag na de wekelijkse sabbat die zeer zeker binnen de dagen der Ongezuurde Broden valt (en tevens de laatste dag der Ongezuurde Broden is). We moeten dus vaststellen of het Pascha terecht kan worden beschouwd als een van de dagen der Ongezuurde Broden en dus erbinnen vallend. Als dat zo is, maakt dat een volle week verschil uit voor het vieren van Pinksteren.

Maar als we dat doen, ontstaat er verwarring over hetgeen ze ons beide leren. God maakte het in Leviticus 23:5-6 heel duidelijk dat het Pascha de 14e is, en Ongezuurde Broden op de 15e begint. Alhoewel ze een relatie hebben, zijn het twee duidelijk onderscheiden aparte feesten:

Leviticus 23:5-6 In de eerste maand, op de veertiende der maand, in de avondschemering [ben ha arbayim, "tussen de twee avonden"], is het pascha voor de HERE. 6 En op de vijftiende dag van deze maand is het feest der ongezuurde broden voor de HERE, zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten.

Op de 14e werden de eerstgeborenen gedood. Op de 15e verliet Israël Egypte (Numeri 33:3). Het zijn twee onderscheiden en aparte — alhoewel gerelateerde — handelingen. In Exodus 12:15 en 19 zegt God dat de dagen der Ongezuurde Broden zeven dagen duren en niet acht, zoals het geval zou zijn als we het Pascha eraan zouden toevoegen. Daarnaast gebiedt Leviticus 23:6 ons dat we zeven dagen ongezuurde brood eten.

Sommigen zijn tot struikelen gebracht door Exodus 12:18-19, omdat zonder nader onderzoek die verzen schijnen te zeggen dat het Pascha een dag der Ongezuurde Broden is.

Exodus 12:18-19a In de eerste (maand), op de veertiende dag der maand, des avonds [ba'ereb, "avond", "avondschemering", aan het einde van de dag, niet het begin], zult gij ongezuurde broden eten, tot aan de eenentwintigste dag der maand, des avonds. 19 Zeven dagen zal er geen zuurdeeg in uw huizen gevonden worden, ...

Leviticus 23:32 bevestigt dat ba'ereb aan het einde van de dag valt; daar wordt het gebruikt in samenhang met de Verzoendag.

Als Exodus 12:18-19 zegt dat men slechts ongezuurde broden moet eten vanaf het begin van de 14e en er aan het begin van de 21e mee ophouden, dan wordt het Pascha de eerste dag der Ongezuurde Broden, een heilige dag, en wordt Nisan 20 de laatste dag der Ongezuurde Broden! Alhoewel er ongezuurd brood nodig is voor het Pascha — geen enkel Pascha-offer mocht ook zuurdeeg bevatten (Exodus 23:18) — wordt er nergens in de bijbel naar de gehele dag verwezen als ongezuurd of rechtmatig deel uitmakend van de dagen der Ongezuurde Broden.

Verborgen in het Grieks van Mattheüs 26:17, Marcus 14:1 en 12 en Lucas 22:7 is er een verwijzing naar het Pascha als "de eerste der ongezuurde dagen". Dit gebeurt omdat er inderdaad op de 14e als onderdeel van de Pascha-bijeenkomst ongezuurd brood wordt gebruikt. Een vergelijking met het Oude Testament brengt echter aan het licht dat dit alleen maar het populaire gebruik was van sommigen in nieuwtestamentische tijden. In het Oude Testament wordt ook zo iets gevonden in Deuteronomium 16 waar de eerste dag der Ongezuurde Broden "Pascha" wordt genoemd, terwijl de context duidelijk de eerste dag der Ongezuurde Broden beschrijft. De mensen gooiden in het spraakgebruik Pascha en Ongezuurde Broden door elkaar en de bijbel laat dit tot uiting komen, alhoewel "Pascha" de term was die meestal voor de gehele periode werd gebruikt.

Zulke dingen zijn niet ongebruikelijk. In deze tijd verwijzen we gewoonlijk naar het Loofhuttenfeest en de Laatste Grote Dag als het "Feest" of het "Loofhuttenfeest", zelfs al is het ons heel duidelijk dat het Loofhuttenfeest en de Laatste Grote Dag aparte feesten zijn. Zo was dat ook in de dagen van Christus en de apostelen met het Pascha. Noch ons gebruik van het "Loofhuttenfeest" noch dat van "Pascha" door de joden verandert iets aan de autoriteit van Gods bedoelingen in de Schriften.

Pascha en Ongezuurde Broden zijn aparte feesten, elk met een ander focus, maar toch met elkaar samenhangend. Ze dusdanig te vermengen dat ze één feest worden, doet de Schriften geweld aan en introduceert verwarring aangaande hun specifieke onderwijs. De Farizeeën deden dit en bewezen dat zo'n vermenging zwakheid voortbrengt, geen kracht. Dus het Pascha, zelfs al valt het op een wekelijkse sabbat, maakt nooit rechtmatig deel uit van de dagen der Ongezuurde Broden en kan niet worden gebruikt om de dag van het garfoffer vast te stellen. Als men het wel gebruikt als beginpunt, dan plaatst men het garfoffer op een sabbat in strijd met de instructies van Leviticus 23:11 en Deuteronomium 16:9, die laten zien dat het na de sabbat moet zijn en op een gewone werkdag.

We moeten nu dus tot de conclusie komen dat, als we niet accepteren dat de sabbat genoemd in Leviticus 23:11 en 15 de wekelijkse sabbat is binnen de dagen der Ongezuurde Broden, we niet echt een vast punt meer hebben vanwaar we kunnen gaan tellen. Alleen deze twee verzen in het Oude Testament laten zien wanneer de garf diende te worden bewogen. Waarom niet een andere sabbat, jaarlijkse of wekelijkse? Johannes 20:1 en 17 bevestigen absoluut dat Jezus werd "bewogen" op de zondag volgend op de wekelijkse sabbat binnen de dagen der Ongezuurde Broden. Als het Pascha op de wekelijkse sabbat valt, is de enige sabbat binnen de dagen der Ongezuurde Broden tevens de laatste dag der Ongezuurde Broden. Als het Pascha op de wekelijkse sabbat valt, moeten we dan de regel die in alle andere jaren wordt gebruikt om Pinksteren te berekenen, laten vallen? Pinksteren wordt altijd gerekend vanaf de sabbat binnen de dagen der Ongezuurde Broden. Nergens zegt God die regel te wijzigen in een jaar als dit.

Een garfoffer op sabbat?

Als het Pascha op een wekelijkse sabbat valt en het garfoffer wordt de dag daarna gebracht, dan:

1. volgt het op een sabbat die niet binnen de dagen der Ongezuurde Broden valt;

2. is het oorzaak dat het garfoffer (en het begin van de oogst) op een jaarlijkse sabbat wordt gebracht, een rustdag, en niet op een werkdag; en

3. geeft het ons het bijzondere symbolische beeld dat Christus onmiddellijk nadat Hij symbolisch in het graf werd gelegd, opstaat!

De Schrift laat zien dat Hij op het Pascha tegen zonsondergang in het graf werd gelegd en 72 uur later op een sabbat tegen zonsondergang opstond. Als het Pascha op een wekelijkse sabbat valt, kan dan dezelfde kalenderdag de kruisiging, de dood, de begrafenis en de opstanding van Christus vertegenwoordigen? Wordt hierdoor niet het teken dat Jezus als bewijs gaf van Zijn Messiasschap volledig vernietigd, namelijk dat Hij drie dagen en drie nachten in het graf zou vertoeven? Alleen als het Pascha op woensdag valt kan de symboliek precies zo uitwerken als het plaatsvond toen Christus stierf. Als het Pascha op een maandag, vrijdag of wekelijkse sabbat valt, dan kan de precieze symboliek niet worden gehandhaafd. De symboliek in het argument van de WCG wordt meer rook en schijn dan feit. Waar is de schriftuurlijke autoriteit om die dag zo te gebruiken?

Kan de volgende zondag, Nisan 22, de zondag voor het garfoffer zijn? Ja, evengoed als wanneer het Pascha op maandag of vrijdag valt. Als het Pascha op een wekelijkse sabbat was gevallen, dan zou Jezus ook drie dagen en drie nachten in het graf hebben vertoefd om daarna op te staan. Al zou Hij dan na Zijn opstanding langer hebben moeten wachten, Hij zou dan volledig gereed zijn geweest om naar de Vader op te varen en aanvaard te worden op de zondag van het garfoffer, Nisan 22.

Een kalender voor 1994 (ook een jaar waarin het Pascha op sabbat viel), uitgegeven door de Messiasbelijdende joden (Lederer Messianic Publications, 6204 Park Heights, Baltimore, MD 21215), vermeldt twee dagen voor het garfoffer, maandag 28 maart (Nisan 16) voor de Farizeeïsche traditie en zondag 3 april (Nisan 22) voor de Sadduceese traditie. Deze moderne joden erkennen duidelijk dat de vroegere Sadduceeën begrepen dat het garfoffer na de dagen der Ongezuurde Broden kon vallen.

Is het bewegen van de garf op een heilige dag problematisch? Inderdaad! Ten eerste, de bijbel zegt het te bewegen op de dag na de sabbat. Mag het rechtmatig worden bewogen op een sabbat, een heilige dag, een rustdag? Passen we de Schrift niet aan als we een sabbat als werkdag gaan rekenen? De joodse sekten hebben allemaal de dag van het garfoffer als een werkdag beschouwd. Alhoewel ze het op verschillende dagen deden, bewogen de Sadduceeën, de Farizeeën, de Essenen en de Falasha's allemaal de garf op een normale werkdag. We kunnen geen enkel bewijs vinden dat een van deze groepen het garfoffer uitvoerde op een jaarlijkse sabbatdag. Het is duidelijk dat dit niet was vanwege het werk door een priester dat met het offer samenging, maar omdat als het offer eenmaal was gebracht, het de mensen vrij stond om echt van start te gaan met de oogst, omdat het tellen voor Pinksteren begint als men de sikkel in het graan sloeg (Deuteronomium 16:9). De geschiedenis toont aan dat de mensen gewoonlijk rond het middaguur begonnen te werken op de dag van het garfoffer, omdat het offer normaal stond gepland om tussen 9 uur 's morgens en het middaguur door een priester te worden gebracht.

In het artikel "Wat u moet weten over het nieuwtestamentische Pinksteren" in het juni-nummer 1974 van het Good News magazine schrijven Garner Ted Armstrong en Raymond McNair:

In de tijd van de vroege nieuwtestamentische kerk namen de Sadduceeёn en de priesters de wekelijkse sabbat van het Pascha-seizoen als het vaste punt vanwaar de vijftig dagen naar Pinksteren te gaan tellen. Het duurde nog tot enkele jaren voor de val van Jeruzalem dat de Farizeeёn eindelijk de controle over de tempel kregen en het tellen naar Pinksteren wijzigden naar de morgen na de eerste jaarlijkse sabbat tijdens de dagen der Ongezuurde Broden.

... Ons wordt bevolen met het tellen van de "zeven weken", of "zeven sabbatten" te beginnen van (inclusief), of te beginnen met de zondag van het garfoffer, welke altijd binnen de dagen der Ongezuurde Broden moet vallen.

... De Sadduceeёn en de meeste christelijke geleerden door de gehele geschiedenis heen hebben ten onrechte de conclusie getrokken, dat de zondag van het garfoffer soms buiten de dagen der Ongezuurde Broden kon vallen. Maar dat is onjuist. (p.5. Nadruk van hen.)

Waar baseren ze hun bewering op dat de Sadduceeёn en christelijke geleerden door de gehele geschiedenis heen ten onrechte de conclusie hebben getrokken dat de zondag van het garfoffer soms buiten de dagen der Ongezuurde Broden kon vallen? In de gehele bijbel kunnen we geen enkele weerlegging van die praktijk vinden en er is geen enkele religieuze organisatie die op basis van de bijbel en hun eigen geschiedenis het garfoffer ooit op een sabbat heeft doen vallen om het toch maar binnen de dagen der Ongezuurde Broden te houden.

Veroorzaakt het garfoffer na de dagen der Ongezuurde Broden dat Christus symbolisch aan het kruis blijft hangen of begraven blijft gedurende de gehele periode (dagen der Ongezuurde Broden) die Zijn werk als Hogepriester uitbeeldt: ons reinigen van zonden en ons verlossen uit de macht der zonde? Natuurlijk niet.

De profetie van Daniёl 9:26-27 zegt dat de Messias wordt afgesneden "in het midden van de week". De vervulling hiervan is een teken van de Messias. Dit betekent dat Hij moest worden gekruisigd in een jaar waarin het Pascha op woensdag viel, daarmee was het onmogelijk dat dit gebeurde in een jaar waarin het Pascha op een maandag, vrijdag of wekelijkse sabbat viel. Eén kruisiging kon dus niet elke mogelijke dag waarop het Pascha zou kunnen vallen afdekken. God koos een bepaald jaar waardoor het grootst mogelijke aantal scenarios werd afgedekt, namelijk in acht van de negen jaren zal het garfoffer binnen de dagen der Ongezuurde Broden vallen . Maar op zichzelf is dit geen reden de regel hoe Pinksteren vast te stellen in het uit de pas lopende jaar te wijzigen. Daarvoor is in de Schriften niets te vinden, noch in de geschiedenis. Wijziging van de instructies die zijn vastgelegd in Leviticus 23:11 en 15; Deuteronomium 16:9, en die bevestigd worden door Johannes 20:1 en 17 veroorzaakt verwarring.

De Schriften eisen ook dat Hij drie dagen en drie nachten in het graf zou liggen om de echte Messias te kunnen zijn (Mattheüs 12:38-40). Als we de redenering van WCG volgen, zou Hij in een jaar als dit (2001) symbolisch op de Pascha-dag worden gekruisigd (een wekelijkse sabbat), tegen zonsondergang worden begraven, onmiddellijk op dezelfde dag opstaan en de volgende morgen worden aanvaard, waarbij Hij — ten hoogste — enkele minuten in het graf kon hebben doorgebracht. Dit ontkent in feite de noodzaak dat Christus drie dagen en drie nachten in het graf moest doorbrengen om het teken te vervullen. Het is een feit dat ieder aspect van de symboliek onmogelijk aan elk mogelijk kalender- en profetisch scenario kan voldoen dat zich binnen het punt van het tellen naar Pinksteren kan voordoen. Het heeft geen zin om te proberen ze hiertoe te forceren.

Het symbolisme argument van de WCG

De symboliek die betrokken was bij de beslissing van de WCG, veroorzaakt een ander logisch probleem. Het Pentecost Study Material uit 1974, pp. 56-58, leidt ertoe dat men gaat geloven dat de vervulling van Gods plan in een specifieke volgorde moet gebeuren: 1) het Pascha-offer van Christus; 2) de aanvaarding door de Vader van Zijn offer; en 3) de christen die zijn leven van zonde ontdoet nadat hij het offer heeft aanvaard. Zij redeneren dat een zondag van het garfoffer op Nisan 22 ten onrechte een gelovige uitbeeldt die zonde uitbant voordat de Vader het offer van Christus aanvaardt.

Begint echter het eten van ongezuurd brood — dat uitbeeldt dat de gelovige zonde uit zijn leven bant — al niet aan het begin van Nisan 15? Begint Nisan 15 niet bij zonsondergang? Toen de WCG de zondag van het garfoffer op de eerste dag der Ongezuurde Broden liet vallen, begon Nisan 15 al een halve dag eerder dan dat het garfoffer werd gebracht! Zelfs in een normaal jaar wordt die volgorde al verbroken! Het symbolische onderwijs blijft echter consequent, uitbeeldend dat het werk van een christen om zonde uit zijn leven te bannen al begint voor de aanvaarding door de Vader!

Een andere moeilijkheid die er dan — symbolisch — nog bij komt, is dat God Zijn Heilige Geest niet geeft totdat het Pinksteren is, symbolisch lang nadat de christen begint met het uitbannen van zonde uit zijn leven — toch is het de ontvangst van Gods Geest die een christen in staat stelt de zonde uit te bannen!

Neem in overweging dat het Pascha meestal op maandag, woensdag of vrijdag valt. Als het op maandag valt, is dinsdag de eerste dag Ongezuurde Broden en de volgende maandag is de laatste dag Ongezuurde Broden. In zo'n jaar verlopen er vijf volle dagen voordat de eerstelingsgarf wordt afgesneden. Wat is het verschil of het garfoffer één, drie, vijf of zeven volle dagen moet wachten tijdens Ongezuurde Broden? Welke wet wordt dan overtreden? Elk van deze vier manieren beeldt uit dat Christus tijd in het graf moest doorbrengen, symbolisch tot uiting brengend dat Hij echt dood was en begraven en het teken van Zijn Messiasschap vervulde.

De volgorde van de WCG maakt dit onderwijs in sterke mate onduidelijk en bovendien wordt op arbitraire wijze de regel aangepast die in Leviticus 23:11 en 15 werd vastgesteld. Daarnaast wordt daardoor de dag van het garfoffer op een Heilige Dag, een rustdag, geplaatst, een dag waarvan het onderwijs en symboliek geheel anders is. Al de variabelen die voortkomen uit de vier dagen waarop het Pascha kan vallen, laten zien dat God niet vereist dat de symboliek in een strikt chronologische volgorde past. In plaats daarvan overlapt de symboliek; de volgorde ervan is eerder algemeen dan specifiek. Het heeft er geen invloed op of we symboliek kunnen gebruiken om een wet uit te schakelen.

Jozua 5

Wie het besluit ook nam om de manier van tellen te veranderen, hij besloot blijkbaar om voornamelijk te veranderen vanwege de symboliek en Jozua 5:10-12. Het wordt als volgt samengevat: "Al deze punten tezamen nemend blijkt dat het garfoffer altijd gebracht moet worden tijdens de dagen der Ongezuurde Broden — en niet na die periode" [p.58, nadruk van hen]. Als dit zo is, waar vinden we dan enig verslag — in het bijzonder een bijbels verslag — dat iemand dit doet?

De WCG nam echter heel wat informatie die zijn invloed heeft op een juist begrip van Jozua 5:10-12, nooit in overweging. Het resultaat is een van fouten doortrokken interpretatie van hun kant.

Jozua 5:10-12 Terwijl de Israëlieten te Gilgal gelegerd waren, vierden zij het Pascha op de veertiende dag van die maand, des avonds, in de vlakten van Jericho; 11 en zij aten, daags na het Pascha, van de opbrengst van het land, ongezuurde broden en geroost koren, op dezelfde dag. 12 En het manna hield op, daags nadat zij van de opbrengst van het land hadden gegeten. Dus hadden de Israëlieten geen manna meer, maar zij aten dat jaar van wat het land Kanaän opleverde.

Uit deze verzen trekt het Pentecost Study Material de conclusie:

Aangezien de Israëlieten van de opbrengst (graan) van het land aten op de dag na het Pascha (de 15e van Nisan), en aangezien ze niet van het graan hadden kunnen eten tot nadat zij de gomer hadden geofferd — moesten ze dus het garfoffer op de morgen van de 15e hebben gebracht, dat moet dan op zondag zijn geweest.

Dit op zijn beurt zou betekenen dat de Pascha-dag (de 14e van Nisan) een wekelijkse sabbat was; en dit zou dus aantonen dat in de jaren dat de laatste dag Ongezuurde Broden zou samenvallen met de wekelijkse sabbat, God van de priesters verlangde dat ze naar Pinksteren zouden gaan tellen vanaf de zondag volgende op de wekelijkse sabbat die onmiddellijk aan de dagen der Ongezuurde Broden voorafging. Daardoor zou het garfoffer altijd binnen de dagen der Ongezuurde Broden vallen.

Is uw aandacht ooit gevallen op de flexibele en vernuftige neiging van de menselijke natuur om uitzonderingen voor zichzelf te maken? Deze neiging komt heel snel in actie als we worden geconfronteerd met een regel die we bezwaarlijk vinden of een omstandigheid waarin we ons onbehaaglijk voelen. Dan zeggen we tegen onszelf: "Dit is niet op mij van toepassing."

Dat gebeurt heel vaak bij snelheidsbeperkingen. Ons denken kan sneller dan een oogopslag een rechtvaardiging vinden om sneller te rijden dan de wet toestaat. Ons denken zegt: "Ik ben aan de late kant," of "Ik heb haast," of "Deze wet geldt alleen maar als er meer verkeer is," of "De politie staat toe dat we vijf kilometer sneller rijden dan de geldende maximum snelheid." Dit is wat er in principe gebeurde bij de interpretatie van Jozua 5 door de WCG. Deze interpretatie werd de rechtvaardiging om een consequente manier van vaststellen voor de dag van het garfoffer die in alle overige jaren gold, namelijk de zondag volgend op de wekelijkse sabbat binnen de dagen der Ongezuurde Broden, te veranderen.

Consequentheid verenigt; inconsequentheid schept verdeeldheid, onzekerheid en uiteindelijk verwarring. Voor zover ik weet heeft er nooit iemand, tot de WCG in 1974, geteld vanaf een andere dag dan de dag volgende op een sabbat binnen de dagen der Ongezuurde Broden. Waarom? Omdat iedere groep duidelijk besefte dat het om die sabbat ging en nergens aanwijzingen zag om een andere sabbat als uitgangspunt te nemen. Dit betekent niet dat individuele personen binnen die groepen niet hun mening uitten in geschriften waarin ze beweerden dat de sabbat buiten de Ongezuurde Broden kon vallen. De sekte of groep waartoe zij behoorden, paste die opinies echter niet toe.

Nu volgt een lijst van de vereisten die God heeft vastgesteld voor het brengen van het garfoffer:

1. Exodus 23:14-19: Het offer moest worden gebracht van hun eigen werk en van akkers die zij hadden gezaaid. Als we dit in verband met de omstandigheden van Jozua 5 brengen, wordt het duidelijk dat deze offeranden eerstelingen moesten zijn, geen buit. Er is geen ruimte voor een uitzondering.

2. Leviticus 23:10: Het moest van hun eigen akker zijn. Dit maakt duidelijk dat zolang ze in de woestijn rondtrokken, ze dit offer niet brachten.

3. Leviticus 23:14 en Deuteronomium 16:9: De garf moest worden bewogen zowel voorafgaande aan de oogst als aan het eten ervan.

4. Leviticus 23:12-13: Dit specifieke brandoffer moest tezamen met het garfoffer worden gebracht. Het garfoffer was incompleet zonder dit brandoffer. Er zijn geen uitzonderingen.

5. Leviticus 22:17-25: Er kan geen offer worden gebracht vanuit het bezit van een vreemdeling; dit is een principe dat zonder uitzondering geldt voor alle nationale offeranden. God ontvangt altijd het beste, ongeacht om welk offer het gaat. Lees alstublieft Maleachi 1:6-14.

6. Deuteronomium 12:4-14: De Israëlieten konden geen nationale offeranden brengen totdat de tabernakel en het koperen altaar op hun vaste plaats waren opgesteld. De bijbel geeft geen ruimte voor een uitzondering in de omstandigheden van Jozua 5. De tabernakel werd pas zeven jaar later op zijn vaste plaats in Silo opgesteld.

Werd het Pascha eigenlijk wel gehouden?

De WCG en veel van de groepen die eruit zijn voortgekomen, veronderstellen dat de gebeurtenissen van Jozua 5:10-12 alleen maar kunnen betekenen — doordat er ongezuurde koeken en geroosterd koren werd gegeten — "dat het Pascha op een wekelijkse sabbat viel en dat het garfoffer op de eerste dag Ongezuurde Broden werd gebracht". Er staat echter niets in de context dat die veronderstellingen rechtstreeks onder woorden brengt, ook is er geen enkele aanwijzing dat er een garfoffer of het erbij behorende brandoffer werd gebracht.

Laten we echter onderzoeken wat er precies in Jozua 5:10-12 staat. Er zijn weinig mensen die zich bewust zijn dat deze gebeurtenissen plaatsvonden op de gedenkdag van twee vroegere, belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van Israël. Deze zijn ook gerelateerd aan de gebeurtenissen van Christus' kruisiging en het feit dat wij nu Gods kinderen kunnen worden.

Let eens op de uitspraak van Paulus in Galaten 3:17, 29:

Galaten 3:17, 29 Ik bedoel dit: de wet, die vierhonderd dertig jaar later is gekomen, maakt het testament, waaraan door God tevoren rechtskracht verleend was, niet ongeldig, zodat zij de belofte haar kracht zou doen verliezen. ... 29 Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.

De sleutelwoorden voor ons op dit moment zijn "testament", "rechtskracht verleend", "belofte" en "vierhonderd dertig jaar". Deze spelen een belangrijke rol om Gods trouw aan Zijn beloften te laten zien en dat Gods trouw de reden is dat we het geestelijke zaad van Abraham kunnen worden.

We moeten Exodus 12:39-42 aan ons begrip toevoegen:

Exodus 12:39-42 En zij bakten van het deeg dat zij uit Egypte hadden meegenomen, ongezuurde koeken, want het was niet gezuurd, omdat zij uit Egypte waren verdreven en niet hadden kunnen wachten en ook geen teerkost voor zich hadden bereid. 40 De tijd, dat de Israëlieten in Egypte gewoond hadden, was vierhonderd en dertig jaar. 41 En na vierhonderd en dertig jaar, juist op de dag af, gingen al de legerscharen des HEREN uit het land Egypte. 42 Een nacht van waken was dit voor de HERE, om hen uit het land Egypte te leiden. Dit is de nacht van waken ter ere van de HERE voor alle Israëlieten in hun geslachten. [Statenvertaling: 42 Dezen nacht zal men den HEERE op het vlijtigst houden, omdat Hij hen uit Egypteland geleid heeft; deze is de nacht des HEEREN, die op het vlijtigst moet gehouden worden, van al de kinderen Israёls, onder hun geslachten.]

Let hier op de drie volgende punten: ongezuurd brood, Israël uittrekkend uit Egypte en dat dit precies — op de dag af — vierhonderd en dertig jaar later plaatsvond dan een vroegere gebeurtenis. Die vroegere gebeurtenis staat in Genesis 14 en 15, Gods beloften vastgelegd in een verbond met Abraham. De Israëlieten verlieten Egypte in de nacht na hun eerste ervaring met het Pascha, het begin van de dag die wij de eerste dag Ongezuurde Broden noemen, de 15e van Nisan. De data in Jozua 5:10-12 lopen dus parallel aan Genesis 14 en 15, Exodus 12 en 13 en Christus' kruisiging.

Exodus 12:43-50 legt vast dat besnijdenis een absoluut vereiste is voor het deelnemen aan het Pascha. Vers 51 betekent niet dat de Israëlieten op die dag werden besneden, maar verwijst naar "precies dezelfde dag" als waar in vers 41 naar wordt verwezen. Op dit punt in het verslag van Exodus hadden ze het Pascha reeds gegeten en waren dus reeds besneden. Dit gedeelte is een herinnering dat men voor elk toekomstig Pascha, of men nu een Israëliet of een vreemdeling was, besneden moest zijn.

In Genesis 14 en 15 is het van belang de voortgang in tijd van gebeurtenis tot gebeurtenis op te merken, evenals hoe deze overeenkomt met de volgorde van de laatste dag in Christus' leven en de gebeurtenissen van de Exodus uit Egypte. We moeten niet verwachten dat elk aspect van de symboliek "perfect" overeenkomt, omdat dat onmogelijk is. Gods Openbaring van Zichzelf, Zijn doel, wil, plan en ons behoud wordt stukje bij beetje geopenbaard. Hij voegt er dus van tijd tot tijd iets nieuws aan toe, waardoor we kunnen verwachten dat de parallelle overeenkomst enigszins wordt verstoord.

In Genesis 14:18-20 biedt Melchisedek (Christus) Abraham brood en wijn aan. Uitgaande van de gebeurtenissen van Genesis 15, het begrip van "juist op de dag af" van Exodus 12:41 en Christus' instelling van het brood en wijn tijdens Zijn laatste Pascha, vonden deze gebeurtenissen in Genesis 15 hoogstwaarschijnlijk aan het begin van de 14e plaats, misschien zelfs wel tijdens de avondschemering. Hierna vraagt Abraham om verduidelijking betreffende een erfgenaam (Genesis 15:2-3), omdat God eerder had gezegd dat Abrahams familie heel talrijk zou worden (Genesis 12:2-3). In antwoord hierop belooft God hem ontelbare nakomelingen, ter illustratie waarvan Hij Abraham vraagt om de sterren te tellen (Genesis 15:4-5).

De avondschemering is duidelijk voorbij en nu — nu de sterren zichtbaar zijn — moet het donkere deel van Nisan 14 zijn aangebroken. Zowel Johannes 13:30 als 1 Corinthiёrs 11:23 bevestigen hetzelfde algemene tijdstip van de gebeurtenissen tijdens Christus' laatste Pascha. Het daglichtdeel van de 14 nadert.

In Genesis 15:8-17 vraagt Abraham om een bewijs dat God Zijn belofte zal nakomen. Hij krijgt opdracht een offer voor te bereiden en ontvangt nog een profetie betreffende de toekomst van zijn familie. Genesis 15:12 laat zien dat hij het offer tijdens het daglichtdeel van de 14e voorbereidde. God bekrachtigt Zijn belofte aan Abraham door dit offer.

Velen hebben zich afgevraagd waarom Christus tijdens het daglichtdeel van de 14e, in de loop van de middag, werd geofferd, en niet aan het begin van de 14e wat meer in overeenstemming zou zijn met de Pascha-dienst tijdens de avondschemering van de 14e. Dit laat zien waarom. Evenals Hij Zijn verbond met Abraham door dit offer bekrachtigde, voorziet Christus' offer in de bekrachtiging van het Nieuwe Verbond. Christus' offer moest in opdracht van God in lijn zijn met de bekrachtiging van het verbond waarin Hij Abraham Zijn beloften deed. In Christus' offer, dood en begrafenis brengt God alle hoofdelementen samen van zowel de beloften die besloten liggen in Zijn verbond met Abraham als van het Pascha.

Let er in het bijzonder op hoe nauwkeurig deze dingen chronologisch parallel lopen. Vers 12 zegt specifiek: "Toen de zon op het punt stond onder te gaan". Dit offer vond dus evenals dat van Christus in de namiddag plaats. In de late namiddag overviel Abraham een angstwekkende, dikke duisternis. Hierdoor kreeg hij een klein voorproefje van de angst die Christus het hoofd moest bieden tijdens Zijn kruisiging toen God Hem verliet. Mozes voegt nog een detail toe dat vanuit het verslag van Christus' kruisiging niet echt duidelijk wordt, namelijk dat Abraham enkele roofvogels moest wegjagen. Zulke vogels worden in de bijbel als symbool van demonen gebruikt. Dit detail suggereert dat er een grote geestelijke slag plaatsvond, waarin de demonen Jezus beschimpten en lastig vielen om Hem zover te krijgen dat Hij zou opgeven. Hij moest Zich alleen tegen hen teweer stellen, omdat de Vader Hem verlaten had.

Toen de gebeurtenissen van Genesis 15:17-21 plaatsvonden, was de zon reeds ondergegaan en was het reeds donker. In de tijdsvolgorde van de kruisiging was de Zoon bij donker reeds in Zijn graf. Deze dag is de 15e Nisan, de dag die later de eerste dag Ongezuurde Broden werd. Dit deel van de dag werd later aangeduid als de nacht die men de Here op het vlijtigst moest houden, "juist op de dag af" zoals

© 2000 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC  28247-1846
(803) 802-7075


Back to the top