Het vijfde gebod

Door John W. Ritenbaugh
Forerunner, "Persoonlijk," juni 1997

In Mattheüs 22:36 vroeg een Farizeeër Jezus: "Wat is het grote gebod in de wet?" Zijn antwoord laat zien dat Hij de tien geboden in twee gedeelten of tafels verdeelde. Hij vat de eerste vier samen in de woorden:

Mattheüs 22:37-38 Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. 38 Dit is het grote en eerste gebod.

Dit komt in de plaats van alle andere geboden; er is geen groter gebod. Het tweede dat de laatste zes samenvat, is eraan gelijk:

Mattheüs 22:39 Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.

God ordende ook elk gedeelte door het te beginnen met het meest belangrijke gebod. Hij begon allereerst met het gebod, dat — als het wordt gehouden — zowel fysiek als geestelijk het grootste voordeel voor ons leven waarborgt. Aan de andere kant — als we dat gebod overtreden — zal het de grootste schade toebrengen aan onze aanbidding van God of aan de gemeenschap, doordat het dan praktisch zeker is dat we de andere ook zullen overtreden. Op de eerste tafel van de wet is het belangrijkste gebod:

Exodus 20:3 Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.

Op de tweede tafel is dit het vijfde gebod:

Exodus 20:12 Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HERE, uw God, u geven zal.

Net zoals het eerste gebod onze relatie met God bepaalt, zo is het vijfde de eerste onder de geboden die onze relaties met mensen bepalen. Als we het houden of overtreden heeft dat invloed op die relaties. Het is niet alleen het belangrijkste in dit gedeelte, het fungeert ook als brug tussen de twee tafels der wet. Als we het vijfde gebod op de juiste manier houden, leidt het ons ertoe God Zelf te vereren en te gehoorzamen.

Eren betekent "veel achting hebben, veel respect geven; eer geven; een zichtbaar teken of handelen dat hoge achting tot uiting brengt". Respect betekent "het hebben van onderdanige achting voor, behandelen met beleefdheid en achting; als onschendbaar beschouwen ". Al zijn deze eer en respect voornamelijk door God bedoeld om aan ouders te worden gegeven, ze zijn niet tot hen beperkt. In de geest van de wet vallen daar ook burgerlijke, religieuze en opvoedkundige autoriteiten onder. Elisa noemt Elia zijn vader, al waren ze niet verwant (1 Koningen 19:20; 2 Koningen 2:12). In 1 Corinthiërs 4:14-15 spreekt Paulus over zichzelf als hun vader, omdat hij hen voor God had verwekt.

Waarom onze ouders eren?

Waarom wil God dat we onze ouders eren? Het gezin is de basisbouwsteen of het basiselement van de maatschappij; de stabiliteit van de gemeenschap hangt dus af van de stabiliteit van de gezinnen waaruit zij bestaat. Iemands reactie op bestuur wordt ontleend aan de ouder-kind relatie. De lessen en principes die worden geleerd door het eren, respecteren en gehoorzamen van de ouders, zullen resulteren in een maatschappij die stabiel genoeg is om de ontwikkeling van de gehele persoon te bevorderen.

Jesaja 3:1-12 beschrijft Juda niet zo lang voordat ze in ballingschap gingen; die beschrijving past heel goed op wat we in deze tijd ervaren. Jesaja geeft veel voorbeelden, maar twee verzen, 5 en 12, zijn wel voldoende.

Jesaja 3:5, 12 Dan zal het volk dringen, man tegen man, de een tegen de ander; de knaap zal op de oude en de verachte op de geëerde losstormen. ... 12 De tyrannen van mijn volk zijn kinderen, en vrouwen overheersen het. Mijn volk, uw leiders zijn verleiders en zij maken de weg die u tot pad moest zijn, tot een doolweg.

Jesaja laat een maatschappij zien die passend beschreven kan worden als "op zijn kop staande". Zij die zouden moeten leiden, doen dat niet, en zij die het niet zouden moeten, doen het. Een hoofdfactor hierin is dat de onvolwassenen leiden. Er bestaat een hedonistische, immorele en onverantwoordelijke cultuur met een geest van "maak je niet druk" en "laat maar waaien". De verzen 5 en 12 bevestigen dat gezinsbestuur en -leiding in sterke mate worden beïnvloed.

Tot het uiterste doorgevoerd leidt het niet eren van ouders tot anarchie, eerst binnen het gezin en daarna in de maatschappij als het verval van deze basiscomponent doorzet. Uiteindelijk zal iemand veel, zo niet het meeste, van zijn energie besteden aan slechts overleven; daarmee wordt in feite de ontwikkeling van geestelijke, creatieve en intellectuele kwaliteiten vernietigd, kwaliteiten die essentieel zijn voor het welzijn van hemzelf en de maatschappij.

Het niet eren van de ouders veroorzaakt ook onvolwassenheid. Omdat kinderen het advies van hun ouders niet respecteren, groeien ze op waarbij hun veel van het belang ontgaat van de dingen die ze tegenkomen; op die manier worden ze slechts langzaam wijs en verstandig. In sommige gevallen verwerven ze nooit wijsheid. Gebrek aan eer uit zich in eigenzinnige en genotzuchtige mensen die net beneden het niveau van rebellie schijnen te sudderen. Hun motto in het leven wordt: "Gewoon maar doen." Ze veroordelen dus zichzelf tot het door harde ervaringen leren van de lessen van het leven; dat kan een goede leermeester zijn, maar wel een pijnlijke.

Een tweede reden dat God wil dat we onze ouders eren is, dat het gezin ook de basisbouwsteen is van Zijn Koninkrijk. God beschrijft het Koninkrijk in gezinstermen. Hij is de Vader, Jezus is de Zoon en de kerk is de bruid van de Zoon. Wij worden zonen, dochters en kinderen van het Koninkrijk genoemd. We zijn en worden als zonen naar Zijn beeld geschapen. God gebruikt ook termen zoals "verwekken", "geboren worden" en "opgroeien".

Onmiddellijk na het scheppen van Adam en Eva en na te hebben verteld dat Hij hen naar Zijn beeld schiep, stelde God het eerste instituut in: het gezin middels het huwelijk. De conclusie is onontkoombaar. Het gezin zou een hoofdrol spelen in het naar Gods beeld scheppen van de mens. Betreffende huwelijk, gezin en echtscheiding zegt Maleachi 2:15:

Maleachi 2:15 (NBG-vertaling 1951) Niet één doet zo, die voldoende geest bezit, want wat zoekt die éne? Het zaad Gods. Weest dan op uw hoede voor uw hartstocht, en dat men niet ontrouw worde aan de vrouw zijner jeugd.

Maleachi 2:15 (Petrus Canisiusvertaling) Heeft Hij ze niet tot één vlees en leven gemaakt? En wat wil dat éne? Kinderen Gods! Draagt dus zorg voor uw leven, en wordt niet ontrouw aan de vrouw uwer jeugd.

De goddelijke principes die binnen het menselijke gezin worden geleerd en het karakter dat daarbij wordt ontwikkeld, zijn na berouw en bekering overdraagbaar in de geestelijke gezinsrelatie in het Koninkrijk van God. Ouders zijn Zijn vertegenwoordigers en wij eren en kijken met eerbied op tegen de scheppende majesteit en macht van God als we dit gebod onderhouden. God verwacht dat we hetgeen we leren uit het eren van onze ouders, overdragen naar onze relatie met Hem.

Het soepel laten verlopen van gemeenschapsrelaties

Let op hoe krachtig God dit gebod ondersteunt met de civiele wetten:

Leviticus 19:2-3 Spreek tot de ganse vergadering der Israëlieten en zeg tot hen: Heilig zult gij zijn, want Ik, de HERE, uw God, ben heilig. 3 Ieder zal voor zijn moeder en zijn vader ontzag hebben en mijn sabbatten houden: Ik ben de HERE, uw God.

In deze context noemt God het vijfde en vierde gebod in één adem, terwijl Hij daarbij het eerste impliceert.

Leviticus 19 gaat over sociale relaties binnen de gemeenschap en deze geboden worden gezien als hoofdregels waardoor relaties binnen de gemeenschap soepel verlopen. God geeft al deze wetten met een gemeenschappelijke gedachte in Zijn denken: "Gij zult heilig zijn, want Ik de HERE, uw God, ben heilig." Deze wetten worden gegeven omdat de Wetgever God is (zie de verzen 4, 10, 12, enzovoort).

Ze zijn niet voornamelijk uitspraken van autoriteit ("Doe dit omdat Ik het zeg"), al zit er wel iets van in, maar ze zijn uitspraken over de relatie tussen de Wetgever en Zijn wet. De wetten weerspiegelen Zijn natuur. De wet is wat ze is, omdat God is wat Hij is. Daarom, als we als God willen zijn, zullen we Hem nadoen door Zijn wetten te gehoorzamen in hun fysieke en geestelijke toepassing.

Het eerste dat in deze context verlangd word is ontzag hebben voor (niet eer geven aan) ouders en het houden van de sabbat. Deze twee zijn belangrijke steunpilaren van goed bestuur en sociaal welzijn. Ontzag hebben is een diepgaand, adorerend en ontzag inboezemend respect — het is meer dan alleen maar eer geven. Het duidt in feite op "beven voor" voortkomend uit ons besef van zwakheid in de nabijheid van degene voor wie we ontzag hebben.

Het sabbatsgebod beïnvloedt het sociaal welzijn op twee manieren. Het gebiedt ons in de eerste plaats zes dagen te werken. Het vereist werk om een gemeenschap veilig, schoon, ordelijk, sterk, vreedzaam en welvarend te maken. Het andere deel van het gebod impliceert geestelijke, morele en ethische instructie, omgang met anderen die van dezelfde geest en morele opvattingen zijn en dienst aan de gemeenschap. Dat deel van het gebod voegt geestelijk verheffende kwaliteiten toe die nergens anders beschikbaar zijn.

Ongehoorzaamheid aan ouders

Let erop hoe ernstig God het overtreden van het vijfde gebod vindt:

Exodus 21:15, 17 Wie zijn vader of zijn moeder slaat, zal zeker ter dood gebracht worden. ... 17 Wie zijn vader of zijn moeder vervloekt, zal zeker ter dood gebracht worden.

Het fysiek slaan van of met woorden afgeven op een ouder staat voor God gelijk met moord. Het zijn halsmisdaden waarop de doodstraf staat!

Deuteronomium 21:18-21 gaat over kinderen die geregeld opstandig zijn:

Deuteronomium 21:18-21 Wanneer een man een weerbarstige, weerspannige zoon heeft, die naar zijn vader en moeder niet wil luisteren, en hun niet gehoorzaamt, hoewel zij hem tuchtigen, 19 dan zullen zijn vader en moeder hem grijpen en naar de oudsten van zijn stad brengen, in de poort van zijn woonplaats, 20 en zij zullen tot de oudsten van zijn stad zeggen: Deze zoon van ons is weerbarstig en weerspannig, hij wil naar ons niet luisteren, hij is een doorbrenger en een drinker. 21 Dan zullen alle mannen van zijn stad hem stenigen, zodat hij sterft. Zo zult gij het kwaad uit uw midden wegdoen; geheel Israël zal dit horen en vrezen.

Als een kind niet te hanteren viel, koppig en ongehoorzaam was, machtigde God de rechters achter de ouders te staan. Ongeacht hun mate van verbittering hadden de ouders echter niet het recht hun kind ter dood te brengen. De oudsten van de stad berechtten het kind, er werd bewijs aangevoerd en zij spraken het oordeel uit.

Het is interessant dat de ouders hun zoon wegens dronkenschap aanklagen. Dat duidt niet op één enkele braspartij, maar herhaalde overtredingen inzake alcoholisme, hetgeen een drugsverslaving is. Drugsverslaving is in deze tijd één van de belangrijkste problemen. De wijsheid van God openbaart dit alternatief om ermee om te gaan. Is het weerzinwekkend dat God zo streng is? Hij doet dit probleem niet af als van weinig belang of betekenis! Kijk maar eens wat voor impact het op de Amerikaanse maatschappij heeft.

Deuteronomium 27:16 bevat de volgende interessante uitspraak:

Deuteronomium 27:16a Vervloekt is hij, die zijn vader of moeder veracht.

Zo iemand leeft onder een goddelijke straf. God is getrouw aan wat Hij is, ten goede en ten kwade. God uit geen loze bedreigingen. Velen in deze tijd leiden een leven onder een vloek vanwege de manier waarop ze hun ouders hebben behandeld of nog steeds behandelen. Waarom maakt God Zich daar zulke zorgen om?

De Keil & Delitzsch Commentary on the Old Testament (volume 1, pagina 133) zegt in zijn commentaar op Exodus 21:15-17:

Mishandeling van vader en moeder door hen te slaan (vers 15), mensenroof (vers 16) en vervloeken van de ouders (vers 17, conform Leviticus 20:9) moesten alle op gelijke lijn met moord worden gesteld en op dezelfde manier worden gestraft. Onder "het slaan" van de ouders moeten we niet verstaan slaan tot de dood erop volgt, maar elke vorm van mishandeling. Het vermoorden van ouders wordt in het geheel niet genoemd, daar het niet waarschijnlijk is dat dat zou gebeuren en het nauwelijks voorstelbaar is. Het vervloeken van de ouders wordt op één lijn gesteld met slaan, omdat het vanuit dezelfde gezindheid voortkomt; beide moesten met de dood worden gestraft, omdat de majesteit van God in de persoon van de ouders was onteerd.

"De majesteit van God was onteerd"! Hierin ligt het belang van het houden van dit gebod. De relatie die God binnen het gezin voor ogen heeft, is precies een type van de geestelijke relatie van een christen met God de Vader en de kerk als moeder.

Het opvoeden van kinderen

In Gods ogen — en in dat van een klein kind — staat een ouder in de plaats van God Zelf. In fysieke zin zijn de ouders de scheppers van het kind, ze voorzien in zijn behoeften, zijn wetgever, leraar en beschermer en soms zelfs redder. De reactie van een kind op deze relatie zal in grote mate zijn latere reactie op grotere relaties binnen de maatschappij bepalen. En het is ABSOLUUT ZEKER dat deze invloed heeft op zijn relatie met God. Aangezien de ouders dus God vertegenwoordigen, wordt het hun verplichting een leven te leiden dat die eer waard is. Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid voor het houden van dit gebod bij het kind, maar het begint bij de ouders in kinderopvoeding en voorbeeld. Als ouders noch het goede voorbeeld geven noch de juiste weg onderwijzen, kunnen ze nauwelijks verwachten dat hun kinderen hen zullen eren.

In Efeziërs 6:4 waarschuwt Paulus:

Efeziërs 6:4 En gij, vaders, verbittert uw kinderen niet, maar voedt hen op in de tucht en in de terechtwijzing des Heren.

We moeten in dit vers op een aantal factoren letten. Ten eerste, alleen omdat hij "vaders" zegt, sluit hij moeders niet uit. Paulus richt zich eenvoudig tot de partij met de algehele verantwoordelijkheid.

Ten tweede, al wordt het niet direct uitgesproken, we moeten onthouden dat God consequent onderwijst dat de sterken verantwoordelijk zijn om voor de zwakken te zorgen. In deze context zijn de ouders sterk en de kinderen zwak. Ouders moeten zich echter niet verlaten op hun grootte en kracht om respect te verlangen, maar zouden ernaar moeten streven dit te verdienen door de kracht van hun karakter, wijsheid en duidelijk tot uiting gebrachte liefde.

Het Griekse woord dat vertaald is met "voedt hen op" betekende eerst enkel het voorzien in voedsel voor het lichaam. Door de tijd heen breidde de betekenis zich uit tot alle aspecten van de opvoeding, aangezien het "opvoeden" van kinderen duidelijk meer is dan alleen voedsel verschaffen aan een kind! Het Griekse woord dat met "tucht" is vertaald, betekent "vormen of discipline bijbrengen door herhaalde en nauwkeurige oefeningen op een bepaald gebied". Het duidt meer op actie dan op intellectuele gedachten en komt overeen met het woord "oefenen" uit Spreuken 22:6, wat "omheinen" of "nauwer maken" betekent. God verwacht dus van de ouders dat ze hun kinderen oefenen om op de rechte en nauwe weg te lopen in plaats van hun toe te staan doelloos op de brede weg rond te zwerven.

Paulus voegt daar in Colossenzen 3:21 aan toe:

Colossenzen 3:21 Vaders, prikkelt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.

In zekere zin verzetten alle kinderen zich tegen hun ouders en wat die vertegenwoordigen en onderwijzen. Het gaat Paulus er hier om hoe ouders daarmee omgaan. Deze verzen getuigen ervan dat veel ouders op de verkeerde manier hun kinderen tot gehoorzaamheid en respect willen brengen.

De verkeerde manier veroorzaakt verbitterde, gemelijke, verdedigende, lusteloze, lichtgeraakte, humeurige, boze of sombere kinderen. Paulus adviseert het verzet van het kind niet uit te dagen met een onredelijke uitoefening van autoriteit. Correctie is nodig, maar een ouder moet het in de juiste geest toepassen, in balans gehouden door een overvloed aan genegenheid en aanvaarding. Een twijg moet met zorg gebogen worden.

Vastberadenheid behoeft niet ruw of wreed te zijn. Straf moet nooit wraak zijn of worden uitgedeeld alleen omdat de ouder geïrriteerd is. Strengheid verhardt het kind alleen maar en maakt het wanhopiger. Als een ouder zijn autoriteit niet op de juiste manier gebruikt, kan hij niet verwachten dat een kind respect opbrengt. Dat gebeurt niet automatisch.

Let erop hoe Paulus zijn houding en relatie met de gemeente in Thessalonica beschrijft:

1 Thessalonicenzen 2:10-12 Gij zijt getuigen, en God, hoe vroom, rechtvaardig en onberispelijk wij ons bij u, die gelooft, gedragen hebben. 11 Gij weet trouwens, hoe wij, als een vader zijn eigen kinderen, u hoofd voor hoofd vermaanden, aanmoedigden, 12 en betuigden te blijven wandelen, Gode waardig, die u roept tot zijn eigen Koninkrijk en heerlijkheid.

Paulus spoorde hen aan, bemoedigde hen en gaf hun opdrachten. Dat is een heel goed recept om de eer van kinderen te verdienen.

Het aandeel van een kind

In tegenstelling daarmee instrueert Paulus in Efeziërs 6:1-3 kinderen als volgt:

Efeziërs 6:1-3 Kinderen, weest uw ouders gehoorzaam [in de Here], want dat is recht. 2 Eer uw vader en uw moeder — dit is immers het eerste gebod, met een belofte — 3 opdat het u welga en gij lang leeft op aarde.

Het gebod ouders te eren is op ons allemaal gedurende heel ons leven van toepassing. Maar hier, net zoals in Colossenzen 3:20, moeten kinderen hun ouders in alle dingen "in de Here" gehoorzamen.

De apostel zegt niet dat een kind de tien geboden moet overtreden als een ouder hem dat opdraagt. Kinderen moeten "in de Here" gehoorzamen, dat betekent dat ze geboden moeten gehoorzamen die overeenstemmen met de wil van God. De meeste jongere kinderen kunnen niet inzien of een ouderlijke opdracht met Gods wil overeenstemt. Maar als ze ouder worden, moeten ze gaan begrijpen dat ook zij onder de autoriteit van de levende Christus staan.

Al hebben ouders een geweldig groot aandeel om hun kinderen betreffende dit gebod op het juiste been te zetten, de grootste verantwoordelijkheid om het te houden ligt bij het kind. Op een bepaald moment dienen kinderen zich te realiseren dat hun onderwerping aan ouders een handeling van geloof in Christus is. De gehoorzaamheid die van hen wordt verlangd, is niet gebaseerd op een of andere willekeurige macht die hun ouders hebben, maar op een hogere wet waar ook de ouders aan onderworpen zijn. De voornaamste verantwoordelijkheid van ouders is hun kinderen discipline bij te brengen, zichzelf onder Gods wet te besturen en onder controle te houden. Kinderen moeten leren dat ze niet altijd kunnen doen wat ze willen op het moment dat ze dat willen, of kunnen hebben wat ze willen hebben op het moment dat ze het willen hebben.

Het houden van dit gebod brengt grote voordelen met zich mee, zoals Paulus ons in Efeziërs 6:2 herinnert:

Efeziërs 6:2b ... dit is immers het eerste gebod, met een belofte.

De belofte van een zegen voor het houden ervan staat midden in het gebod zelf! God belooft: "Opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HERE, uw God, u geven zal."

Deze zegen bestaat uit minstens twee delen. Gehoorzaamheid aan ouderlijke aansporingen, verworven door jarenlange ervaring met het leven in deze moeilijke en gevaarlijke wereld, resulteert in de opbouw van kennis, karakter en gewoonten van het vermijden van roekeloosheid, wetteloosheid, geweld, verkeerd gezelschap en opstandigheid tegen autoriteit. Deze resulteren vaak in een ontijdige en gewelddadige dood op jonge leeftijd. Bijna elk jaar komt dit weer naar voren als de statistieken laten zien dat ongelukken de nummer één doodsoorzaak zijn onder kinderen.

De tweede en laatste betekenis is dat we in het eren van onze geestelijke Vader, God, geestelijke zegeningen ontvangen die ver uitgaan boven een lang fysiek leven. Uit de liefhebbende relatie tussen God en Zijn kind zal eeuwig leven voortkomen, dat God als een gave zal geven aan een zoon die Hem behaagt.

Onze ouders eren

Gehoorzaamheid aan dit gebod houdt niet op een bepaalde leeftijd op. Genesis 48:12 openbaart het diepe respect dat Jozef voor Jakob had, toen hij zijn twee zonen voor een zegen naar hem toe bracht.

Genesis 48:12 Toen deed Jozef hen van zijn knieën weggaan, en boog zich neer met zijn aangezicht ter aarde.

Met de volwassenheid kan de tijd aanbreken dat het voor iemand niet langer nodig of juist is zijn ouders stipt te gehoorzamen. Maar de eis van God hen te eren blijft altijd van kracht. Deze plicht keert dividend uit door ons toegang te geven tot de wijsheid van jaren.

Eren heeft een ruimere toepassing dan gehoorzamen. Eren uit zich in beleefdheid, bedachtzaamheid, barmhartigheid en vriendelijke daden. We zullen nauwelijks denken dat iemand zijn ouders eert, als die ziek, zwak of op latere leeftijd misschien blind worden, als hij niet zijn uiterste best voor hen zal doen om in al hun behoeften te voorzien.

Net zo zeker als God verlangt dat ouders hun kinderen voeden, verdedigen, ondersteunen en instrueren in de zwakheid van hun kinderjaren, zo moeten ook kinderen in hun kracht hun ouders in hun zwakheid ondersteunen. Wederkerigheid is eerlijk spel, omdat de Schrift zegt:

Mattheüs 7:12a Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus:

We willen allemaal dat er iemand in tijden van nood voor ons zorgt.

Jezus laat in Mattheüs 15:3-6 zien hoe ernstig dit is:

Mattheüs 15:3-6 Hij antwoordde hun en zeide: Waarom overtreedt ook gij ter wille van uw overlevering (zelfs) het gebod Gods? 4 Want God heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder, en: Wie vader of moeder vervloekt, zal de dood sterven. 5 Maar gij zegt: Wie tot zijn vader of zijn moeder zegt: Het is offergave, al wat gij van mij hadt kunnen trekken, behoeft zijn vader of zijn moeder niet te eren. 6 Zo hebt gij het woord Gods van kracht beroofd ter wille van uw overlevering.

In deze tijd is het algemeen gebruikelijk dat men ouders aan de zorg van een overheidsinstantie toevertrouwt en dat men in niets voorziet — zelfs niet in bezoeken! Het lijkt er bijna op dat ze een oude auto zijn, die ingeruild kan worden en vergeten.

Achter dit schriftgedeelte schuilt een praktijk waarbij de mensen zich aan het in de noden van hun ouders voorzien onttrokken op basis van het geven van offeranden (geen tienden) aan de tempel. Op het eerste gezicht lijkt dit een eerbiedwaardige praktijk, maar Jezus veroordeelde hen als huichelaars! God wil barmhartigheid voor mensen in nood, niet de "zelfopoffering" van een offerande aan God waarvan we denken dat we daardoor in een beter blaadje bij Hem komen te staan. Die "zelfopoffering" zou besteed moeten worden aan het verlichten van de nood van de ouders!

Jezus haalt Exodus 21:17 aan als Zijn autoriteit. "Vervloeken" impliceert kwellen, kwaad brengen over, of kwaad veroorzaken aan, of ongeluk brengen aan. De persoon die een ouder vervloekt, zelfs onder het Nieuwe Verbond, overtreedt het vijfde gebod en is des doods schuldig. Dit zijn ontnuchterende woorden betreffende een ernstige verplichting.

Paulus maakt onze verantwoordelijkheid in 1 Timotheüs 5 verder duidelijk:

1 Timotheüs 5:3-4, 16 Houd als weduwen in ere, wie waarlijk weduwen zijn. 4 Maar indien een weduwe kinderen of kleinkinderen heeft, laten zij dan eerst aan eigen familie godsvrucht tonen en aan het vorig geslacht vergelden wat zij hun te danken hebben, want dit is welgevallig aan God. ... 16 Indien een gelovige vrouw weduwen bij zich heeft, laat zij die ondersteunen, zodat de gemeente er niet door bezwaard wordt; dan kan deze de werkelijke weduwen ondersteunen.

Wat Paulus hier zegt geeft onder moderne omstandigheden vaak grote moeilijkheden, in het bijzonder als jonge mensen moeten kiezen tussen zorgen voor hun ouders en het bevorderen van hun ambities of het stichten van een eigen gezin. Paulus onderwijst dat niet alleen kinderen, maar ook kleinkinderen een bepaalde verplichting hebben om hun geloof in praktijk te brengen door in de behoeften van hun behoeftige ouders of grootouders te voorzien. Hij zegt openlijk dat ze hen moeten terugbetalen voor al hun goedheid en opofferingen. Een kind kan zijn schuld nooit volledig terugbetalen, maar hij zou het toch als een heilige verplichting moeten zien dit zoveel als mogelijk is te doen.

Jezus handelde naar wat Hij onderwees. Lucas 2:51-52 laat zien dat Hij, ondanks Zijn briljantheid en ondanks dat Hij zelfs al op twaalfjarige leeftijd zeer zeker wist wie Hij was, Zijn aardse ouders eerde.

Lucas 2:51-52 En Hij ging met hen terug en kwam te Nazaret en was hun onderdanig. En zijn moeder bewaarde al deze woorden in haar hart. 52 En Jezus nam toe in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen.

Johannes 19:25-27 laat een andere kant van Zijn gevoel van verantwoordelijkheid op dit gebied zien.

Johannes 19:25-27 En bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder en de zuster zijner moeder, Maria van Klopas en Maria van Magdala. 26 Toen dan Jezus zijn moeder zag en de discipel, die Hij liefhad, bij haar staande, zeide Hij tot zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. 27 Daarna zeide Hij tot de discipel: Zie, uw moeder. En van dat uur af nam de discipel haar bij zich in huis.

Alleen omdat Hij Gods Zoon was, onthief Hem dat niet van het voldoen aan Zijn aardse verplichtingen. Hij vervulde getrouw Zijn menselijke plichten. Zelfs op een tijdstip dat anderen alleen maar aan zichzelf zouden denken, dacht Hij aan haar.

Spreuken over het eren van ouders

Het boek Spreuken bevat veel nadrukkelijke vermaningen betreffende het belang van het houden van dit gebod. We doen er verstandig aan deze tijdloze concepten, die niet alleen voor kinderen zijn bestemd, ter harte te nemen.

Let op de tegenstelling in deze twee spreuken:

Spreuken 10:1 Een wijs zoon verheugt zijn vader, maar een dwaas zoon is een bekommering voor zijn moeder.

Spreuken 20:20 Wie zijn vader en zijn moeder vervloekt, diens lamp wordt uitgeblust ten tijde der dichte duisternis.

Een zoon die wijs is (dus een zoon die zijn ouders eert) geeft zijn vader en moeder voldoening door de manier waarop hij leeft. Salomo nodigt jonge mensen uit te bedenken hoe hun handelen invloed heeft op hun ouders. Ouders denken gewoonlijk dat het hun plicht is hun kinderen gelukkig te maken, maar veel Spreuken sporen de kinderen aan hun ouders gelukkig te maken. Het boek Spreuken laat de ouder-kind relatie zien als twee-richtingsverkeer; men beïnvloedt elkaar wederzijds.

Spreuken 20:20 waarschuwt ernstig dat kinderen die hun ouders lichtvaardig of verachtelijk behandelen, die geen aandacht schenken aan hen en hun woord, op een mislukking afstevenen die zelfs de dood kan inhouden. Zij berokkenen zichzelf nadeel door het ontwikkelen van gewoonten om hen die meer ervaring hebben en wijzer zijn te veronachtzamen.

Spreuken 30:17 beschrijft een nog ontnuchterender einde voor hen die dit gebod niet onderhouden.

Spreuken 30:17 Het oog dat de vader bespot en de gehoorzaamheid aan de moeder veracht, dat zullen de raven der beek uitpikken en de jonge arenden opeten.

Wat een gruwelijk einde voor hen die zich hieraan schuldig maken! In deze beeldspraak vertegenwoordigt een uiterlijk verschijnsel (een spottend oog) de niet geziene oorzaak in het hart (minachting, geen respect). Op korte termijn brengt die innerlijke oorzaak een gespannen verstoring van de orde binnen het gezin tot stand. Op lange termijn brengt deze echter zelfs nog meer pijn veroorzakende en ernstige gevolgen voort — zelfs de dood.

Aan het begin van het boek Spreuken vertelt Salomo, nadat hij zijn specifieke doel voor het schrijven onder woorden heeft gebracht en in het kort een fundament heeft gelegd, aan wie hij schrijft: mijn zoon (1:8). We begrijpen dat het boek zich voornamelijk richt op allen die deel uitmaken van Gods huisgezin en in tweede instantie op de kinderen van Zijn verwekte zonen en dochters. Eén van zijn eerste adviezen is:

Spreuken 1:8-9 Hoor, mijn zoon, de tucht van uw vader en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet; 9 want zij zijn een liefelijke krans voor uw hoofd, een keten voor uw hals.

Het leven begint thuis en wijsheid zou ook daar moeten beginnen. Thuis is de voornaamste en meest vitale factor in de ontwikkeling van een kind tot een volwassen en stabiel lid van de maatschappij. De kerk en de school spelen een rol op de tweede plaats, alleen al vanwege de hoeveelheid tijd die thuis wordt doorgebracht en alle persoonlijke interacties die daar plaatsvinden.

In het houden van dit gebod verdeelt de bijbel de verantwoordelijkheid tussen ouders en kind, zelfs al draagt het kind uiteindelijk de grootste verantwoordelijkheid. Het is zijn verantwoordelijkheid van zijn ouders te leren, niet alleen omdat zij zijn menselijke levengevers zijn, maar omdat de ouders zijn geweest wat het kind nog niet is geweest — zowel jong als oud.

Daarom zou het zo moeten zijn dat de wijsheid van de ouders is toegenomen door situaties die het kind nog niet heeft ervaren. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders een omgeving te scheppen waarin zij wijsheid kunnen doorgeven, zodat het kind de lessen van het leven gemakkelijker kan leren. En aldus doet de maatschappij zijn voordeel met de stabiliteit die uit zo'n gezin voortkomt.

Als het kind deze lessen leert zal de wijsheid een verrijkend sieraad zijn, een teken van eer en een gids naar een lang leven en voorspoed. Deze dingen vormen de vervulling van de belofte gekoppeld aan het vijfde gebod. Het proces dat thuis begon, bereidt daarna de weg voor naar het Koninkrijk van God.

© 1997 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)