Het vierde gebod (Deel 1)

Door John W. Ritenbaugh
Forerunner, "Persoonlijk," april 1997

Heeft het sabbatsgebod afgedaan? Is het als een relikwie van het theologische debat in de afvalbak gegooid? Maakt het niet langer deel uit van de grote geestelijke wet van God, omdat de mens de macht heeft het nietig te verklaren door te zeggen dat het slechts ceremonieel is? Staat het de mens vrij een andere dag te kiezen waarop hij God zal aanbidden, waarbij hij duidelijk maakt dat het niet immoreel is om het vierde gebod te overtreden?

Over geen van de tien geboden is zoveel geargumenteerd, is met zoveel minachting gesproken als het vierde; geen gebod is zo sterk misbruikt. Het staat vast dat het als het minste van de geboden wordt beschouwd. Als de overige negen worden bekeken, dan hebben de theologen weinig om over te argumenteren, behalve over verschillen van inzicht in wat zij beschouwen als het overtreden van de geest van die geboden. Bijna alle kerken beweren dat we de andere negen moeten onderhouden, maar ze schenken bijna universeel geen aandacht aan het vierde, omdat ze het als onbelangrijk beschouwen, daar het door de zondag is vervangen.

Dit artikel gaat niet diep in op het "waarom" van deze dingen, maar laat veeleer zien wat de bijbel over de sabbat zegt. Al doende zullen we zien waarom het sabbatsgebod perfect samengaat met de andere geboden en Gods doel.

De sabbat in zijn context

In ons onderzoek van het centrale onderwerp in elk van de eerste geboden, hebben we gezien dat het eerste zich bezighoudt met wat we aanbidden. Romeinen 1:24-25 vat dit goed samen:

Romeinen 1:24-25 Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. 25 Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel [de schepping] vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen.

Aanbidding is de toegewijde dienst die men verricht voor wat men als het belangrijkste beschouwt. Zoals deze verzen laten zien, kunnen we de geschapen dingen op een toegewijde manier dienen evenals de Schepper. Daar voegt het tiende gebod aan toe dat begeerte afgodendienst is (Colossenzen 3:5), daarmee heel duidelijk makend dat we onze toewijding aan andere dingen kunnen geven dan aan de ware God.

Het is populair om te denken dat "alle religies goed zijn"; dat is gewoonweg niet waar. Paulus argumenteert dat God zulke afgodendienaars overgaf aan onreinheid. Daarom is iedere religie die niet de ware is — die geen onverdeelde loyaliteit geeft aan de Schepper — een schepping van de mens, een vloek en dit verdient te worden gestraft.

Hoe goed kan het zijn om de waarheid om te ruilen tegen de leugen? In deze context is "de leugen" dat men op een nuttige manier iemand of iets anders kan aanbidden dan de ware God. Het aanbidden van iets anders dan de Schepper voert ons leven weg van het ware pad van Gods doel. Al kunnen die voorwerpen in andere opzichten onschadelijk zijn, het is zonde hun de toewijding te geven die rechtens de Schepper toekomt.

Johannes 4:24 maakt bekend dat zij die God aanbidden, dit moeten doen in geest en waarheid. De aanbidding van God sluit ons totale leven in en het kan daarom niet worden beperkt tot een specifieke plaats of slechts een uur of twee op een bepaalde dag. Onze aanbidding moet geleid, gemotiveerd worden en zijn kracht ontlenen aan Zijn Geest. Daarenboven moet het niet alleen oprecht zijn, maar ook waarachtig. Onze houding is daarbij van uitzonderlijk belang, maar die kan niet in de plaats van de waarheid komen.

Onze aandacht moet gericht zijn op het nadoen van God. Hij gebiedt ons hierbij geen materiële hulpmiddelen te gebruiken, omdat niemand in een kunstwerk kan vastleggen wat God is. Daarnaast wil God dat we ons concentreren op wat Hij is, niet op hoe Hij eruit ziet. Het tweede gebod gaat dus over de manier waarop we God aanbidden, in geest en in waarheid.

Het is niet gemakkelijk voor de menselijke natuur om zijn overheersing van iemands leven op te geven. Hij probeert eerst die overheersing terug te winnen door slechts met tegenzin tijd en energie aan God te besteden. Maar toen men Jezus vroeg wat het eerste en grote gebod van de wet is, zei Hij: "God liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand." Alles wat daaraan tekort schiet zal de kwaliteit van onze aanbidding beïnvloeden.

Het derde gebod gaat over de kwaliteit van ons persoonlijk getuigenis over alles wat Gods naam inhoudt. Zijn naam vertegenwoordigt Zijn positie als Schepper, Levengever, Voorziener, Heerser en Onderhouder, evenals Zijn karakter, macht en beloften. Zoals Mattheüs 28:19-20 laat zien, werd "God" onze geestelijke familienaam bij de verwekking door Zijn Geest; daarom hebben we de verantwoordelijkheid te groeien en de reputatie van die naam hoog te houden door te zorgen dat deze eer ontvangt door onze woorden, daden en houding.

De kerk is geen grote natie, militaire macht of cultureel instituut, opgesteld om deze wereld te veranderen. Ze bestaat uitsluitend om haar leden op het Koninkrijk van God voor te bereiden en Hem te verheerlijken door ons getuigenis. Het voornaamste getuigenis wordt door ons leven gegeven. Elke gelovige getuigt voor de wereld van de waarde van zijn Heer, Jezus Christus. Dit derde gebod heeft dus betrekking op huichelachtigheid. Zelfs al kan de mens de huichelarij niet onderscheiden, God doet dat wel en Hij zal zo iemand niet onschuldig houden voor het misbruiken van Zijn naam.

Doeleinden van de sabbat

Als we ons getuigenis uitbrengen, maken we Gods doel aan de wereld duidelijk door ons persoonlijk gedrag en spreken. Maar hoe kunnen we goed getuigen tenzij we onderwezen zijn? Hoe kunnen we weten wat te doen tenzij we onderwezen zijn? Dit is een hoofddoel van het vierde gebod. Het voorziet in een middel om mensen tezamen te instrueren en is daardoor een hoofdfactor in het bekeringsproces.

Marcus 2:27-28 merkt een aantal belangrijke punten op met betrekking tot het houden van de sabbat:

Marcus 2:27-28 En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de sabbat. 28 Alzo is de Zoon des mensen heer ook over de sabbat.

Jezus verwijst naar de sabbat als een specifieke dag; het is de sabbat, niet een sabbat.

De sabbat werd niet omwille van zichzelf gemaakt, zoals de andere zes dagen, maar als een dienst voor de mensheid. Een alternatieve vertaling zou kunnen zijn, dat hij "vanwege de mens werd gemaakt". Jezus brengt hem naar voren als een specifieke en weldoordachte gave van de Schepper aan de mens.

Hij werd niet alleen voor de joden gemaakt, maar voor de mensheid. Toen God de sabbat schiep, bedoelde Hij die dag vanaf het begin als een UNIVERSELE zegen ten gunste van de mensheid. Hij maakte die dag om het fysieke en geestelijke welzijn van de mens veilig te stellen.

De ruimere context brengt een verschil van mening aan het licht hoe die dag te houden. Jezus beweert er de Heer van te zijn, de Eigenaar of de Meester, en Hij legt dus een claim op Zijn recht om door Zijn voorbeeld en mondeling onderwijs te laten zien hoe deze dag te houden, niet of we hem wel moeten houden. Aangezien Hij niet tot uiting brengt dat Hij het oneens is met het houden van de dag, impliceert Hij dat Hij verwacht dat de mens — niet alleen de joden — hem zal houden. Hij heeft hier een geweldige gelegenheid om te antwoorden dat het er niet toe doet of de mens hem houdt, maar Hij geeft daartoe geen enkele aanwijzing.

Een herinnering aan de Schepper

Wij eren mannen en vrouwen die belangrijke bijdragen hebben geleverd aan de mensheid door het apart zetten van dagen als een herinnering aan hen, zodat anderen zich hun daden zullen herinneren en ernaar zullen streven hen na te doen. Vandaar dat men de geboortedag viert van George Washington, Abraham Lincoln en Martin Luther King. De sabbat gedenkt God. Gods bijdragen zijn met die van geen enkel mens te vergelijken, maar één ervan steekt boven alle andere uit: Hij is Schepper.

Wat een ontzagwekkende bijdrage om in beschouwing te nemen! Alles in deze fantastische, zwevende broeikas die we Aarde noemen, is een eerbetoon aan Zijn genie, macht en liefde. De mens moet nog steeds zijn eerste vlo ontwikkelen! De mens kan leven alleen maar overdragen binnen de enge grenzen die God heeft geschapen. Toch al zou de mens zelfs één vlo ontwikkelen, hoeveel publiciteit zou hij dan niet zoeken? Wat zou hij als beloning verlangen?

Genesis 2:1-3 is een serie verzen die de basis legt voor het houden van de sabbat:

Genesis 2:1-3 Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer. 2 Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had. 3 En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand had gebracht.

Omdat de sabbat vanaf de schepping bestaat — en de Schepper Zelf het patroon voor de mens zette door op die dag te rusten — heeft die dag een universele geldigheid. Hij komt niet van één der aartsvaders of van Mozes of van de joden, omdat geen van hen bestond toen die dag werd geschapen. De bijbel laat in twee verzen drie keer zien dat God heel duidelijk de zevende dag inspireerde, niet een zevende dag

God zou Zijn creatieve werk aan het einde van de zesde dag hebben kunnen beëindigen, omdat het op dat moment erop leek alsof Hij in alles dat de mens voor zijn leven nodig had, had voorzien. Maar Hij voleindigde het toen niet, omdat alles wat de mens nodig had, nog niet geschapen was! De sabbat is in feite DE KROON op de scheppingsweek. Hij is van vitaal belang voor het welzijn van de mens. God schiep dus een periode van rust en heilige tijd — een heel specifieke periode, zoals de context laat zien.

God vestigt onze aandacht op vier dingen die Hij op de eerste sabbat deed. Hij 1) beëindigde Zijn werk, 2) rustte, 3) zegende de zevende dag en 4) heiligde die. Hij schiep iets, dat is even zeker als dat Hij op de zes andere dagen fysieke dingen schiep. Hij instrueert ons dat op de sabbat de schepping voortging, maar in een andere vorm, één die niet uiterlijk zichtbaar is. Voor hen die het begrijpen symboliseert de sabbat dat God nog steeds bezig is met scheppen. Jezus bevestigt dit in Johannes 5:17, toen er een geschil ontstond over de manier waarop de sabbat moet worden gehouden.

Johannes 5:17 Maar Hij antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook.

De sabbat is een integraal deel van het scheppingsproces. God beëindigde het fysieke deel aan het einde van de zesde dag. Het geestelijke aspect begon met de schepping van de sabbat en gaat tot op deze dag door. Door de opeenvolging van gebeurtenissen op de eerste zes dagen schiep God een omgeving voor de mens en het leven. Maar God laat door de schepping van de sabbat zien dat het levenvoortbrengende proces niet volledig is met alleen de fysieke omgeving.

Een heilige dag

De sabbat voorziet in een belangrijk onderdeel van het voortbrengen van geestelijk leven — leven met een dimensie waarin het fysieke niet kan voorzien. De sabbat is niet iets wat pas naderhand werd bedacht, nadat er een geweldige schepping tot stand was gebracht, maar een welbewust in herinnering brengen van het meest blijvende iets dat de mens kent: tijd. Tijd speelt een sleutelrol in Gods geestelijke schepping. Het lijkt erop dat God zegt: "Kijk eens naar wat Ik heb gemaakt en neem dan in overweging dat Ik nog niet klaar ben met scheppen. Ik ben bezig om Mijzelf te reproduceren en jullie kunnen deel uitmaken van Mijn geestelijke schepping."

Het vierde gebod, zoals dat in Exodus 20:8-11 onder woorden wordt gebracht, verbindt de sabbat ook aan de schepping.

Exodus 20:8-11 Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt; 9 zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; 10 maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont. 11 Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de HERE de sabbatdag en heiligde die.

God rustte niet omdat Hij moe was, omdat Hij niet moe wordt (Jesaja 40:28). Hierin lijkt de mens niet op God. Wij moeten ons fysieke lichaam op de sabbat rust geven. Dat koppelt het ritme van ons lichaam aan het ritme waarin God de wereld schiep. God rustte van de prestatie van de fysieke schepping, maar dat duidt er niet op dat Zijn rust een niet-actief zijn betekent, omdat God wat Hij geschapen heeft, koestert. Daarom zei Jezus dat Zijn Vader werkt. De sabbat is in het bijzonder een tijd van geestelijke activiteit, die de Vader besteedt aan het voorbereiden van Zijn kinderen op Zijn Koninkrijk.

De bijbel zegt dat Hij de sabbatdag zegende. Zegenen is gunst verlenen. Volgens het Theological Wordbook of the Old Testament betekent het Hebreeuwse woord "voorzien van het vermogen tot succes, welvaart, vruchtbaarheid, een lang leven, enzovoort." Laat God het feit zien dat het op de juiste manier onderhouden van de sabbat heel veel te betekenen heeft voor het bevorderen van succes voor hen die hem onderhouden? Ja, omdat Hij hem ook heiligde, Hij maakte het tot HEILIGE TIJD!

Er is een heilige God nodig om heilige tijd te maken en deze heilige God maakte geen andere tijd heilig dan Zijn sabbatten. God kan de mens heilig maken, maar de mens kan niets heilig maken. Dit wordt allemaal gezien binnen de context van de zevende dag, een specifieke dag die volgt op de eerste zes scheppingsdagen. Het gebruiken van een andere dag dan de zevende dag, de sabbat, voor de normale wekelijkse aanbidding van God is door de mens ingesteld, en is noch gezegend noch heilig.

Dat de sabbat heilig is, betekent dat hij respect, eerbied verdient, zelfs een toewijding die niet aan andere tijdsperioden wordt gegeven. Hij is apart gezet voor godsdienstig gebruik, omdat hij voortkomt uit Gods eigen scheppingshandelen en Gods eigen gebod. Het algemene idee achter het woord heilig is "verschillend". De oorsprong van het woord komt van "snede", duidend op "eruit gesneden", "afzonderlijk", of in iets moderner taalgebruik "met kop en schouder uitsteken boven". Als dit van toepassing is op God of de personen of voorwerpen die Hij heilig verklaart, dan is hetgeen heilig is verschillend van de dingen die gewoon zijn. Het is dus afgezonderd van andere, uit het gewone weggesneden, of steekt met kop en schouder uit, duidend op uitmuntendheid.

Exodus 3:2-5 laat een principe zien betreffende het heilig maken van iets.

Exodus 3:2-5 Daar verscheen hem de Engel des HEREN als een vuurvlam midden uit een braamstruik. Hij keek toe, en zie, de braamstruik stond in brand, maar werd niet verteerd. 3 Mozes nu dacht: Laat ik toch dat wondere verschijnsel gaan bezien, waarom de braamstruik niet verbrandt. 4 Toen de HERE zag, dat hij het ging bezien, riep God hem uit de braamstruik toe: Mozes, Mozes! En hij antwoordde: Hier ben ik. 5 Daarop zeide Hij: Kom niet dichterbij: doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats, waarop gij staat, is heilige grond.

Omdat God aanwezig was, was de grond zelf heilig en kon niet op de normale manier worden benaderd. God gebood Mozes die grond met een respect, een eerbied te behandelen die hij niet aan iets gewoons zou geven. Interessant genoeg moest God, zelfs al wist Mozes dat er iets ongebruikelijks was aan wat hij waarnam, hem vertellen dat hij zich op heilige grond bevond. Die heiligheid was iets geestelijks; deze was fysiek niet te onderscheiden.

Dezelfde aanwezigheid van God maakt de sabbat heilig, beter dan, uitmuntend, in vergelijking met de andere dagen die door God niet heilig zijn verklaard. God plaatst Zijn aanwezigheid in de sabbatdag omwille van Zijn volk en Zijn geestelijke schepping. De andere zes dagen zijn gewoon en bestemd voor het najagen van de wereldse dingen van het leven. Aangezien God ons beveelt de sabbat heilig te houden, moeten we ernaar streven die wereldse dingen die de sabbat tot een gewone dag maken — of bevorderen dat het een gewone dag wordt — te vermijden.

Een wekelijkse afspraak

Amos 3:3 Gaan er twee tezamen, zonder dat zij het eens geworden zijn?

Dit schriftgedeelte is ons allen bekend. Als we dit principe toepassen op de sabbat en we willen Gods aanwezigheid op deze bijzondere manier, dan is daar geen andere dag voor geschikt. God heeft een wekelijkse afspraak gemaakt met Zijn volk om Hem te ontmoeten omwille van doeleinden die samenhangen met Zijn geestelijke schepping. We worden grotendeels op deze dag gezegend, door Hem met Zijn Geest versterkt om ons succes op Zijn weg te bevorderen. Het houden van de sabbat dient ook om de twee partijen die bij het verbond betrokken zijn, te identificeren.

Daarnaast laat de plaats waar Gods instructie betreffende Zijn speciale sabbatsverbond staat, ook zien hoe belangrijk het houden ervan in Gods ogen is. In Exodus 31:17 zegt God:

Exodus 31:17 Tussen Mij en de Israëlieten is deze een teken voor altoos, want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en adem geschept.

Dit speciale verbond — door Mozes strategisch geplaatst tussen informatie over het bouwen van de tabernakel (een type van de kerk) en het voorval met het gouden kalf (grove afgodendienst) — brengt een speciaal teken van de sabbat tot stand tussen God en Zijn volk. In het algemeen identificeert een teken. Het communiceert het doel van of geeft aanwijzingen aan iemand of naar een plaats. Tekenen brengen mensen met dezelfde interesse en gemeenschappelijke doeleinden bij elkaar. Een teken kan dienen als belofte van wederzijdse trouw en toewijding. Organisaties gebruiken tekenen om lidmaatschap aan te geven, waardoor leden elkaar kunnen herkennen.

De sabbat dient als een uiterlijke en zichtbare band die Gods volk verenigt, en tezelfdertijd zet het hen apart van bijna alle andere mensen. Bijna iedereen in de westerse wereld houdt de zondag of niets. Door de sabbat weet degene die echt het verbond houdt, dat God hem apart zet. Iedereen die zowel de zondag als de sabbat heeft gehouden weet dit: de zondag zet niemand apart van deze wereld.

Als Hij de sabbat alleen maar schiep omdat wij fysiek moeten uitrusten, dan zou iedere willekeurige periode geschikt zijn. Maar uiteindelijk wordt de manier waarop en waarom we de sabbat houden het werkelijke teken. God is bezig om naar een doel toe te werken. Hij heeft geweldig veel in ons geïnvesteerd in de schepping en in de dood van Zijn Zoon. De sabbat dient als een van de belangrijkste middelen waarmee Hij die investering beschermt. Hij maakte een specifieke tijdsperiode bijzonder, zodat Hij met Zijn volk kan samenkomen en belangrijke stappen kan zetten om hen verschillend te maken.

Op de sabbat onderwijst Hij ons in Zijn manier. De sabbat maakt integraal deel uit van de manier waarop Hij Zijn volk toebereidt om getuigen van Hem te zijn. Veronderstel dat een basketbalcoach zijn spelers zei: "Kom tegen het middaguur naar de gymzaal", maar enkele van de spelers zouden besluiten op een ander tijdstip naar een andere gymzaal met een andere coach te gaan. Dan zou het de coach niet gemakkelijk afgaan om zijn spelers te trainen in zijn stijl van basketbal.

Zelfs al behouden de spelers in een team hun eigen onderscheiden persoonlijkheid, ze absorberen toch ook iets van de kwaliteiten en de filosofie van hun coach. Mensen die volop bij atletiek betrokken zijn, zeggen dat ze altijd kunnen zien of een speler door een zekere coach is getraind. Ze zeggen dat de speler de "John Wooden" of "John Thompson" manier over zich heeft. De atleet heeft onbewust enkele eigenschappen van zijn coach overgenomen en door dat te doen heeft hij zich apart gezet van andere spelers die niet door die specifieke persoon werden gecoacht.

Ditzelfde proces verklaart het overdragen van spraakdialecten op kinderen. Zodra we geboren zijn beginnen we het overheersende plaatselijke dialect in ons op te nemen, terwijl we daar geen enkele bewuste inspanning voor doen. In sommige gevallen is het dialect zo duidelijk dat er mensen zijn die onmiddellijk kunnen zeggen waar we zijn opgegroeid. God, Zijn Geest, de sabbat en onze omgang met Hem gaan grotendeels op dezelfde manier samen.

Een viering van leven en vrijheid

God identificeert Zich niet specifiek met enige andere dag van de week en Hij gebiedt Zijn volk niet om op enige andere dag met Hem samen te komen. Deze waarheden zijn zo belangrijk dat God de sabbat heeft opgenomen in de tien basiswetten die moreel gedrag beheersen. Hoeveel duidelijker kan het nog worden gemaakt? Bovendien zegt de apostel Paulus dat deze verzameling wetten geestelijk is (Romeinen 7:14). Dit heeft universele en eeuwige consequenties, die nog worden versterkt door het feit dat Jezus die dag onderhield (en we moeten Zijn voorbeeld volgen, 1 Johannes 2:4-6), evenals de apostelen.

God schiep de sabbat omdat deze onze relatie met Hem versterkt en beschermt. Deze dag voorziet in een getuigenis aan God, onszelf en de wereld. Deze dag houdt ons binnen het juiste denkkader en voorziet ons van de juiste kennis van ons deel van de pelgrimsreis naar Gods Koninkrijk.

We leven in een smerige, begerige, materieel georiënteerde wereld, waar een ingebouwd vooroordeel bestaat in de richting van materialisme en het handelen naar onze vleselijke verlangens. Als we dat volgen, kunnen we tot de ontdekking komen dat het helemaal niet moeilijk is om geestelijke dingen te vermijden. Maar het houden van de sabbat dwingt ons bijna om over God, de geestelijke kant van het leven en Zijn schepping na te denken. Deze dag verschaft ons gelegenheden om over de WAAROM'S van het leven na te denken, onszelf op het juiste spoor te houden om onze tijd in de overige zes dagen op de juiste manier te gebruiken. Het houden van de sabbat is de kern van waaruit gepaste aanbidding (onze reactie op God) voortkomt.

Filosofen van het existentialisme zeggen ons dat het leven absurd is. Ze zeggen dat het gehele leven slechts een voorspel op de dood is. De sabbat viert juist het tegendeel! Hij herinnert ons eraan dat Gods scheppingsproces nog steeds doorgaat. God schept ons naar Zijn beeld, zodat het fysieke leven niet absurd is, maar een voorspel op leven dat op een oneindig hoger, geestelijk niveau plaatsvindt. Als we meer op Hem gaan gelijken, komen we meer apart te staan van deze wereld. Doordat ons denken al iets ervaart van, verfrist wordt door en zich uitstrekt naar het rijk van de geest, krijgen we een voorproefje van wat komen gaat.

Ter voorbereiding van Israël op het binnentrekken van het beloofde land herhaalt Mozes de geboden in Deuteronomium 5. Het sabbatsgebod wordt hier anders onder woorden gebracht dan in Exodus 20; er zijn belangrijke verschillen.

Deuteronomium 5:15 want gij zult gedenken, dat gij dienstknechten in het land Egypte geweest zijt, en dat de HERE, uw God, u vandaar heeft uitgeleid met een sterke hand en met een uitgestrekte arm; daarom heeft u de HERE, uw God, geboden de sabbatdag te houden.

De nadruk ligt er hier op onze slavernij te gedenken en dus impliciet dat we nu vrij zijn. "Gedenk dat je eens slaaf was. Onderhoud deze dag om vrij te blijven." De sabbat zet ons ertoe aan het verleden te gedenken en in overweging te nemen waarheen we op weg zijn. We doen dit door te gedenken dat de sabbat een herinnering is aan de schepping en een beeld van het millennium. De dienaren versterken dit door de boodschappen die ze geven over de wereld van vandaag en de wereld van morgen. Op een of andere manier hebben de meeste preken betrekking op zonde die ons in slavernij kan brengen. Jacobus noemt de tien geboden zelfs "de wet der vrijheid" (Jacobus 2:12). Door de geboden te houden blijven we vrij van slavernij aan Satan en deze wereld. Op de sabbat instrueert God Zijn volk — door Zijn woord — hoe ze Zijn geboden moeten houden en dus vrij kunnen blijven.

De chronologische context van Exodus 16 helpt ons te zien hoe Mozes dit idee van vrijblijven door de sabbat opvatte. Hoofdstuk 12 instrueert over het houden van het Pascha en verhaalt hoe de Israëlieten het eerste Pascha hielden en de eerste stappen Egypte uit zetten. Hoofdstuk 13 instrueert over de eerstgeborenen en het feest der ongezuurde broden en verhaalt dat God Israël de woestijn in leidt op weg naar het beloofde land. In hoofdstuk 14 is Israël aan de Rode Zee en farao achtervolgt hen. God scheidt de wateren en Israël wordt tijdens hun overtocht in Mozes gedoopt. In hoofdstuk 15 viert Israël zijn vrijheid en God geeft Zijn belofte van genezing. Hoofdstuk 16 begint ermee dat God de Israëlieten van manna voorziet en binnen deze context openbaart Hij hun de sabbat.

Exodus 16:4, 23-26, 30 Toen zeide de HERE tot Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen; dan zal het volk uitgaan en verzamelen zoveel als voor elke dag nodig is, opdat Ik het op de proef stelle, of het al dan niet wandelt naar mijn wet. ... 23 Toen zeide hij [Mozes] tot hen: Dit is wat de HERE gezegd heeft: een rustdag, een heilige sabbat is het morgen voor de HERE; bakt wat gij bakken wilt en kookt wat gij koken wilt; laat al wat overblijft liggen om het tot de volgende morgen te bewaren. 24 Zij lieten het dan tot de volgende morgen liggen, zoals Mozes bevolen had; toen stonk het niet, en er waren geen maden in. 25 Voorts zeide Mozes: Eet dit vandaag, want heden is het sabbat voor de HERE, vandaag zult gij het niet vinden op het veld. 26 Zes dagen zult gij het verzamelen, maar op de zevende dag is het sabbat; dan is het er niet. ... 30 Toen rustte het volk op de zevende dag.

Het eerste gebod van de tien geboden dat werd geopenbaard nadat God Israël vanuit de slavernij had bevrijd, is het gebod dat bedoeld is om hen vrij te houden — het sabbatsgebod. De sabbat is een schitterende gave.

De sabbat en afgodendienst

Er is misschien geen ander hoofdstuk in de bijbel dat zo duidelijk als Ezechiël 20 laat zien hoe uitzonderlijk belangrijk het houden van de sabbat is voor het volk van God. De verzen 3 tot 8 geven inzicht in de omstandigheden.

Ezechiël 20:3-8 Mensenkind, spreek met de oudsten van Israël en zeg tot hen: zo zegt de Here HERE: zijt gij gekomen om Mij te raadplegen? Zo waar Ik leef, Ik laat Mij door u niet raadplegen, luidt het woord van de Here HERE. 4 Wilt gij hen oordelen, wilt gij oordelen, mensenkind? Maak hun de gruwelen van hun vaderen bekend, 5 en zeg tot hen: zo zegt de Here HERE: ten dage dat Ik Israël uitverkoos, zwoer Ik een eed aan het geslacht van het huis Jakobs en Ik maakte Mij aan hen bekend in het land Egypte; ja, Ik zwoer hun een eed, zeggende: Ik ben de HERE, uw God. 6 Te dien dage zwoer Ik hun, dat Ik hen uit het land Egypte zou leiden naar een land dat Ik voor hen uitgezocht had, vloeiende van melk en honig; een sieraad is het onder alle landen. 7 En Ik zeide tot hen: Ieder werpe de gruwelen weg, waarop zijn ogen gevestigd zijn; verontreinigt u niet met de afgoden van Egypte. Ik ben de HERE, uw God. 8 Maar zij waren weerspannig tegen Mij en wilden naar Mij niet luisteren; niemand wierp de gruwelen weg, waarop zijn ogen gevestigd waren, en de afgoden van Egypte verlieten zij niet, zodat Ik overwoog mijn grimmigheid over hen uit te storten, mijn toorn ten volle over hen te brengen in het land Egypte.

Ezechiël legt niet de vraag of vragen vast die de oudsten aan God stelden, maar we kunnen die wel uit Gods antwoord afleiden. Ze schijnen iets in de trant te zijn geweest van: "Waarom hebben we al deze problemen? Waarom verkeren we in ballingschap? Wanneer kunnen we verwachten naar Jeruzalem te kunnen terugkeren?" God noemt specifiek een deel van het probleem als Hij zegt dat Hij hun gebood zich te ontdoen van "de gruwelen die voor hun ogen waren". Die dingen, duidelijk gruwelen voor God, waren een genoegen voor de Israëlieten, omdat ze ze niet wegdeden.

God laat duidelijk zien dat een deel van het antwoord eruit bestond dat ze afgodendienst bedreven. In de verzen 12 tot 13 betrekt Hij de sabbat bij hun problemen:

Ezechiël 20:12-13 Ook gaf Ik hun mijn sabbatten als een teken tussen Mij en hen, opdat zij zouden weten, dat Ik, de HERE, hen heilig. 13 Maar het huis Israëls was weerspannig tegen Mij in de woestijn; zij wandelden niet naar mijn inzettingen en verwierpen mijn verordeningen; de mens die ze opvolgt, zal daardoor leven. Mijn sabbatten ontheiligden zij ten zeerste, zodat Ik overwoog mijn grimmigheid in de woestijn over hen uit te storten ter vernietiging.

God vermeldt afgodendienst en het overtreden van het sabbatsgebod zes keer in dit ene hoofdstuk als de oorzaken van hun ballingschap. Het is correct om het overtreden van het sabbatsgebod als gewoon een andere vorm van afgodendienst te zien. God gaf Israël en ons de sabbat opdat we de ware God zouden kennen, geheiligd zouden worden, ons doel in het getuigen van Hem voor de wereld zouden vervullen en in Zijn Koninkrijk geboren zouden worden. Israël faalde volkomen. God sneed hen af en ze gingen terug in slavernij en gevangenschap.

Hebreeën 10:25-31 bevat een versie van hetzelfde scenario binnen het Nieuwe Verbond:

Hebreeën 10:25-31 Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen. 26 Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, 27 maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de wederspannigen zal verteren. 28 Indien iemand de wet van Mozes terzijde heeft gesteld, wordt hij zonder mededogen gedood op het getuigenis van twee of drie personen. 29 Hoeveel zwaarder straf, meent gij, zal hij verdienen, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het bloed des verbonds, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht en de Geest der genade gesmaad heeft? 30 Want wij weten, wie gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden! En wederom: De Here zal zijn volk oordelen. 31 Vreselijk is het, te vallen in de handen van de levende God!

Ezechiël 20 en wat er met Israël gebeurde, de introductie van Gods rust in Hebreeën 4 en dat hier het bijeenkomen is genoemd, maken de gevolgtrekking dat in deze ontnuchterende verzen op de sabbat wordt gedoeld onontkoombaar. Het sabbatsgebod is even belangrijk als elk van de negen andere.

Waarom hebben we een sabbat nodig? Omdat we menselijk zijn; omdat we fysieke rust nodig hebben; omdat we zonder die dag zo vastgebonden zouden zijn aan de fysieke wereld; omdat we behoefte hebben aan een herhaaldelijk terugkerende herinnering aan Gods geestelijke schepping; omdat God naar een specifiek doel toewerkt. We hebben tijd nodig om met God om te gaan — tijd om in Gods manier van leven te worden onderwezen, de betekenis en de toepassing van het leven te overpeinzen, onze vorderingen te evalueren, om te gaan met anderen die dezelfde gedachten hebben en te ontsnappen aan de sociale ongelijkheden van deze wereld.

Geen enkel ander gebod identificeert zich zo sterk met Gods doel. Wat een zegen is die dag! Laten we deze herinnering aan onze Schepper en Zijn doel vieren, opdat we ook deel mogen hebben aan de uitstraling van de eer die daarbij behoort.

© 1997 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)