De offeranden van Leviticus (Deel 1):
Introductie

Door John W. Ritenbaugh
Forerunner, "Persoonlijk," februari 2003

De apostel Paulus schrijft in Romeinen 1:20: "Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben." De mens verwondert zich over de immense grootheid van het firmament en de ontzagwekkende macht die wordt getoond in de vele miljarden sterren die het verlichten, terwijl ze zonder geluid door de ruimte zweven. We zijn verbijsterd over de mogelijke ouderdom ervan, wetend dat God eeuwig is en dat Hij in het verleden oneindig leefde voordat Hij Zijn schepping voortbracht. De grote afstanden tussen hemellichamen spreken over de omvang van Zijn denken. Overal waar we kijken zien we tekenen van adembenemende intelligentie, zowel in de complexiteit als in de orde van Zijn denken geopenbaard in datgene wat Hij heeft gemaakt.

In Psalm 111:2 verklaart de psalmist: "Groot zijn de werken des HEREN, na te speuren door allen die er behagen in hebben." Zeker, wij christenen nemen Gods schepping niet als vanzelfsprekend aan, maar onderzoeken ijverig hoe Hij in elkaar zit door te observeren wat Hij heeft gemaakt. De Bijbel is misschien Zijn meest toegankelijke schepping, die geschreven bewijs geeft van Zijn eeuwige macht en goddelijkheid. Deze is elke dag binnen bereik, gereed om grondig te worden bestudeerd. Evenals het geweldige uitspansel graaft Zijn boek diep en is het veelomvattend. Grote menselijke denkers hebben het kritisch onderzocht en — menende dat zij fouten hadden gevonden — gaven er soms flink op af. Zij die er op afgaven, bleken het later echter volledig mis te hebben. Zij sterven, maar het bewijs van God in Zijn schepping blijft onverminderd van kracht.

Paulus schrijft later:

O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen! 34 Want: wie heeft de zin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadsman geweest? 35 Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij vergoeding ontvangen moet? 36 Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen. (Romeinen 11:33-36)

Gods werken zijn groot — zo groot dat ons beperkte denken slechts de simpelere zaken kan bevatten. Desondanks zijn we in staat datgene wat we begrijpen, te appreciëren en soms raken we in vervoering door de intelligentie, de wijsheid en de voorzienigheid van onze grote God en raken we opgewonden omdat we zelfs een klein deel van Zijn majestueus denken kunnen begrijpen.

Hoe nauwgezetter we wat God heeft gemaakt in detail onderzoeken, hoe volmaakter het blijkt te zijn. Als we door de mens gemaakte producten voor de eerste keer onderzoeken, kan het zijn dat we geen fouten vinden, maar bij nader gedetailleerd onderzoek worden de onvolkomenheden zichtbaar. Als we er een vergrootglas of een microscoop op richten, springen de onvolkomenheden eruit. De werken van God zijn echter anders. Hoe nauwkeuriger we daarnaar kijken, hoe meer we ze gaan uitvergroten, hoe meer wijsheid, schoonheid en volmaaktheid worden geopenbaard.

Veelvoudige toepassingen

Denk eens een ogenblik na over hoe bedreven God is in het scheppen van materialen met veelvoudige toepassingen. Bij tijden schijnt het alsof alles wat God schept meer dan één functie heeft. Kijk eens naar lucht. We denken daar zelden over na, maar we ademen het voortdurend in en uit. Elke ademhaling ondersteunt het leven omdat er zo zuurstof in onze longen komt, waarna ons bloed het naar elke cel in ons lichaam transporteert. Toch houdt diezelfde lucht een vuur gaande wat ons kan doden, of als het bruikbaar wordt gemaakt ons heel erg van dienst kan zijn. Stellen we vuur niet op prijs als het koud is? Wat zou er gebeuren als er geen lucht zou bestaan om verbranding te ondersteunen of hitte te verspreiden? Behalve dat we niet zouden kunnen ademen, zouden we in koude huizen moeten wonen en zou het ons ook ontbreken aan talloze dingen waarvoor hitte nodig is om ze te maken.

Daarnaast verplaatst lucht hitte om ons warm weer te brengen en tegelijkertijd transporteert het vocht, wat als regen neerkomt, waardoor we in staat zijn voedsel te kweken. Als we er een hand doorheen bewegen, voelen we er de weerstand van. Het is zo onsubstantieel dat het als niets overkomt, maar hoe sneller we er een voorwerp doorheen bewegen, hoe dichter de moleculen van de lucht op elkaar worden geperst. Als de lucht snel genoeg tegen een zeil aankomt, zal het een schip van grote tonnage in beweging brengen. Het lijkt wel tovenarij, omdat we de lucht die het vaartuig voortbeweegt, niet kunnen zien.

Lucht is een massa heel kleine, onzichtbare moleculen. Met de juiste toepassing van een aantal wetten zal lucht een reusachtige Boeing 747 van de grond tillen en ons in een aantal uren duizenden kilometers transporteren. Op die manier vliegen duizenden kilo's metaal, brandstof, rubber en mensen door de lucht, waarbij ze ondersteund worden door een gas dat van zichzelf zo onsubstantieel is, dat het zelfs niet het gewicht van één persoon kan dragen.

Daarnaast voorziet lucht in de overdracht van de geuren van een smakelijke maaltijd, bloemen, parfum — of de smerige geur van afval. Het transporteert ook het geluid van iemands stem of maakt het mogelijk schitterende muziek te beluisteren. Geen lucht, geen geluid.

Dit illustreert hoe liefhebbend voorzienig en economisch het denken van onze grote God is. In vergelijking daarmee is de mens ijdelheid, slechts een sterfelijke gelijkenis van de grote Schepper. De mens moet gewoonlijk één werktuig maken voor elke klus die hij wil uitvoeren.

Veel van wat God schept kan op vele manieren worden toegepast en hoe nauwkeuriger we kijken, hoe meer genialiteit, majesteit, intelligentie, liefde en macht we zien in wat Hij maakt. In een preek merkte een dienaar binnen de kerk van God op dat een eenvoudige cel, het type cel dat we van een willekeurig deel van het lichaam kunnen nemen, ongeveer net zo gecompliceerd is als het centrum van New York! Daar hij geen bioloog was, kan het zijn dat zijn illustratie niet helemaal steekhoudend is! Het demonstreert echter levendig het grote verschil tussen God en mens.

Gods gevarieerd toepasbaar woord gebruiken

Gods woord is net als Zijn andere scheppingen. Evenals lucht kan het ook op velerlei manieren worden toegepast. In feite schijnt het dat de manieren van gebruik onuitputtelijk zijn. Het doet er niet toe of iemand leeft in de tijd van Abraham, Mozes, David, Ezra, Christus of nu. De letterlijke woorden zelf of de geest ervan zullen van toepassing zijn. Gods woord is zo oneindig en zuiver dat het altijd geldig is, altijd waar is, altijd van toepassing is en altijd een onuitputtelijke bron van leiding is. Jezus zegt dat Gods "woord waarheid is" (Johannes 17:17). Salomo voegt toe: "Alle woord Gods is gelouterd" (Spreuken 30:5), en David schrijft: "De woorden des HEREN zijn zuivere woorden, gedegen zilver, in een smeltoven in de aarde zevenvoudig gelouterd" (Psalm 12:7).

Psalm 119:17-18 zegt: "Doe wel aan uw knecht, dan zal ik leven en uw woord onderhouden. 18 Ontdek mijn ogen, opdat ik aanschouwe de wonderen uit uw wet." De schrijver van deze Psalm heeft het juiste idee. We zouden elke dag God om leiding in Zijn woord moeten vragen. Begrijp echter dat het één punt is om de Bijbel als een belangrijk boek te beschouwen vanwege de reputatie die hij heeft — het is een geheel andere zaak om de Bijbel ernstig te bestuderen op zoek naar instructie in gerechtigheid. Dit moeten we doen.

Salomo instrueert ons in Spreuken 2:1 over de houding die hiervoor nodig is: "Mijn zoon, indien gij mijn woorden aanneemt en mijn geboden bij u bewaart [duidend op het bewaren van iets waar waarde aan wordt gehecht], ..." We zouden Gods woord als een schat, als iets kostbaars, moeten behandelen. We zouden het niet alleen maar moeten behandelen als iets dat kostbaar is, maar als iets waar we persoonlijk naar uitkijken en wat we willen gebruiken om richting te geven aan ons leven. Het op deze manier bezitten ligt binnen het bereik, als we onszelf daar toe zetten of een zelfopofferende inspanning leveren om het in bezit te krijgen. Het is zo'n krachtig werktuig dat we het zouden moeten benaderen alsof het de parel van grote waarde is. Toch is deze schat niet iets om in een bankkluis op te bergen en het er bij zeldzame gelegenheden uit te halen om ernaar te kijken. We moeten het zoeken zodat het in ons succes kan voortbrengen en heilzame resultaten. Het is het nuttigste werktuig dat onder handbereik van de mens ligt om hem op het belangrijkste gebied van het leven te leiden — zijn relatie met God en medemens.

De gedachte van Salomo gaat verder in de verzen 2 tot 6:

... zodat uw oor de wijsheid opmerkt en gij uw hart neigt tot de verstandigheid, 3 ja, indien gij tot het inzicht roept en tot de verstandigheid uw stem verheft; 4 indien gij haar zoekt als zilver en naar haar speurt als naar verborgen schatten, 5 dan zult gij de vreze des HEREN verstaan en de kennis Gods vinden. 6 Want de HERE geeft wijsheid, uit zijn mond komen kennis en verstandigheid;

Deze verzen voegen heel wat begrip toe over hoe krachtig en vasthoudend onze inspanningen zouden moeten zijn om de schat van Gods woord in bezit te krijgen. De woorden "uw oor opmerkt" (vers 2) beelden iemand uit die zich inspant om duidelijker te horen — te begrijpen — door zijn hoofd schuin te houden en zijn hand achter zijn oor te plaatsen. Ze beelden het uitoefenen van fysieke inspanning uit en het woord "hart" laat zien dat we eveneens zware mentale inspanning moeten leveren. Toegegeven, Gods woord is niet altijd gemakkelijk te begrijpen. Het is een werktuig dat afwisselende vaardigheden vereist om te gebruiken. Bij tijden moeten we veel gebieden van de Schriften geduldig en ijverig onderzoeken om een zo begrijpelijk mogelijk beeld te krijgen van zijn onderwijs over een bepaald onderwerp.

In vers 3 betekent "roepen tot" letterlijker "uitnodigen om te komen". Het spoort ons aan om onbevooroordeeld te zijn als we de pagina's ervan bestuderen. Ons hart bedriegt ons gemakkelijk door levenslange vooroordelen, omdat we ze passief als waar hebben aanvaard. Toen Gods woord die vooroordelen in twijfel trok, begonnen we ze vaak te verdedigen. "Verheft uw stem" maakt de intensiteit van "roept tot" sterker en laat zien dat we betreffende deze vooroordelen niet passief zouden moeten zijn. We moeten ze serieus onderzoeken en ze verwerpen als we inzien dat ze verkeerd zijn.

Door ons eraan te herinneren dat we voor de dingen die we als waardevol beschouwen, gewoonlijk moeizaam moeten spitten en ze van heel diep naar boven moeten brengen, spoort vers 4 ons aan de rijkdommen van Gods woord ernstig na te jagen.

Vers 5 introduceert dan een uitzonderlijk interessant en essentieel principe waarvan we ons voor onze groei bewust moeten zijn. Spreuken 1:7 zegt ons: "De vreze des HEREN is het begin der kennis", maar Spreuken 2:5 voegt toe dat de vreze des Heren ook een doel is in ons zoeken naar wijsheid. Dit is belangrijk om te begrijpen wat "God kennen" betekent, omdat de strekking van de Bijbel openbaart dat we Hem alleen maar kunnen leren kennen door Hem te gehoorzamen, door te streven naar morele volmaaktheid. De vreze des Heren is een belangrijke factor om ons aan te sporen tot het voortbrengen van een gelijkvormigheid aan Hem en Zijn wil. Het helpt ons enorm om Hem diepgaand te vereren, en als we dat doen, zal dat resulteren in een oprechte gehoorzaamheid vanuit het hart. In deze context stelt de Bijbel de vreze des Heren in principe gelijk aan de kennis van God.

Vers 6 bevestigt dat God de bron is van alle ethische autoriteit evenals de zegeningen die voortvloeien uit gehoorzaamheid aan de kennis van Hem. De voorgaande verzen sporen aan tot gehoorzaamheid aan Hem als levensprincipe, omdat dat resulteert in het kennen van Hem. Daarom maken de vreze des Heren, de kennis van God, begrip en wijsheid allemaal deel uit van dezelfde geestelijke "salade". Zij zijn onlosmakelijk verbonden en zijn nodig voor hen die God willen behagen en het overvloedige leven willen leiden dat Hij met Zijn kinderen voor heeft. Al kunnen we ze technisch correct definiëren als verschillende dingen, toch kunnen ze in werkelijkheid niet gescheiden worden. De lijm die hen bij elkaar houdt, is gehoorzaamheid aan wat we reeds weten, terwijl we ernaar streven al deze aspecten tegelijkertijd te verbeteren. Vers 9 aan het einde van het hoofdstuk diept de voordelen van ons zoeken naar deze schat verder uit.

In Psalm 119 laat de auteur zien hoe veel gevarieerde en verschillende elementen in feite met elkaar verbonden zijn om samen een geheel te vormen dat "de wet" wordt genoemd. Hetzelfde principe geldt voor deze elementen van Spreuken 2:1-6. De psalmist vraagt God overvloedig met hem te handelen (Psalm 119:17-18), zodat hij kan onderhouden — gehoorzamen — wat hij leerde toen hij elk van die elementen bestudeerde. Dit laat zien dat we het hele pakket in Spreuken 2:1-6 in beschouwing moeten nemen, omdat elk van deze elementen voor ondersteuning afhankelijk is van de andere, terwijl ze gezamenlijk vrucht voor de andere voortbrengen.

Bijbelse beeldspraak

2 Timotheüs 3:16-17 zegt: "Elk van God ingegeven schriftwoord [Statenvertaling: Al de Schrift is van God ingegeven, en] is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, 17 opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust." De gehele Schrift is inderdaad geïnspireerd, maar we vinden niet noodzakelijkerwijs de gehele Schrift inspirerend. Daar zijn veel redenen voor, maar de werkelijkheid is dat we de neiging hebben delen daarvan te vermijden. Voor sommigen zouden dat de lange geslachtsregisters kunnen zijn; voor anderen zou het oude geschiedenis kunnen zijn, en voor weer anderen profetie. Sommige delen van de Schrift zijn op sommige momenten waardevoller voor ons dan andere delen. Het is echter zeker waar dat het allemaal waardevol is afhankelijk van onze omstandigheden, en God heeft ervoor gezorgd dat het ons ter beschikking staat als we het nodig hebben en als we de moeite willen nemen de Schrift aan te boren. Hij zegt ons dat we bij ieder woord van God dienen te leven.

In algemene zin gaat de Bijbel over bestuur: Gods bestuur, het bestuur van de mens en het bestuur over onszelf. Het laat zien hoe de mens Gods bestuur door zonde verwerpt; hoe het bestuur van de mens over anderen corrupt is; en hoe de mens moet leren zichzelf te regeren, of anders zal nooit iets ten goede van iedereen werken. Toch is het ook een boek over geloof, hoop, liefde en bevrijding uit onze hopeloze omstandigheden, want elk van deze onderwerpen is belangrijk voor hoe men reageert op bestuur of hoe men bestuur gebruikt.

Romeinen 10:4 doet een belangrijke uitspraak over wat ons doel in het leven zou moeten zijn: "Want Christus is het einde der wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft." Hier betekent einde niet "beëindiging" zoals in "afgedaan hebben". Als de wet afgedaan zou hebben, zou zonde niet kunnen bestaan, omdat Paulus vaststelt: "Want wet doet zonde kennen" (Romeinen 3:20). Einde betekent veeleer "bestemming" of "doel", erop duidend dat dit vers Christus vermeldt als het object van de Bijbel. De wet — ja, zelfs de gehele Bijbel — is op Hem gericht. Hij is het doel ervan. Paulus zegt dat Hij is wat de wet voortbrengt, Hij personifieert de bedoeling ervan.

Efeziërs 4:13 voegt heel wat toe aan dit concept: "... totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus." Wat een geweldige opdracht! En toch is dit het hoogste doel van het leven. Hij is de Standaard, de personificatie van volmaakt geloof, liefde, barmhartigheid, vriendelijkheid, bestuur, enzovoort. Het doel van de wet is ons te leiden tot een begrip van de hoogte, breedte en diepte van het denken van Christus, dat Hem tot Zijn houding en gehoorzaamheid motiveerde. Het kan erop lijken dat de wet Hem in grote lijnen beschrijft, maar als we er nauwkeuriger acht op geven, achter de loutere bewoordingen van de wet kijken, vinden we heel wat meer over Zijn karakter en persoonlijkheid geopenbaard.

De Bijbel, in het bijzonder het Oude Testament, is gevuld met beeldspraak. De American Heritage College Dictionary definieert beeldspraak als: "Een verzameling mentale plaatjes of beelden; het gebruik van levendige of figuurlijke taal om objecten, Handelingen of ideeën weer te geven." De Reader's Digest Oxford Complete Word Finder voegt toe: "Figuurlijke illustraties, in het bijzonder zoals gebruikt door een auteur voor speciale effecten."

Een artiest gebruikt olie- en waterverf om kleuren in een concept op linnen over te brengen. Wij denken, schrijven en spreken eveneens in woordbeelden. In deze zin is de Bijbel Gods platenboek, zelfs al bestaat hij geheel uit woorden. De waarde van een beeld ligt in wat het op het denken overbrengt. Bijvoorbeeld water is een vaak gebruikt bijbels beeld. Het beeld van water brengt verfrissing, voeding, reinheid en leven over op iedereen waar ook ter wereld. Als het binnen een bijbelse context wordt gebruikt, kan de beeldspraak van water iemand tot groter begrip leiden, omdat hij over al deze ideeën kan mediteren om specifiekere geestelijke, morele en ethische toepassingen te onderscheiden van wat God overbrengt.

Symbolen en types

We kunnen de bijbelse beeldspraak ook "types", "symbolen", "zinnebeelden", "tekens", "gelijkenissen", "metaforen" of "allegorieën" noemen, omdat zij instructie overbrengen. Voor de eenvoud zullen deze artikelen echter de algemene woorden "types" of "symbolen" gebruiken. In de Bijbel zijn er typische persoonlijkheden, dingen, gebeurtenissen (inclusief ceremoniën en rituelen) en tijden. In het algemeen is de meerderheid hiervan een type van Christus, sommige aspecten van Zijn kerk als lichaam, of van ons, Zijn broeders.

In de passage die in Galaten 4:21 begint, maakt Paulus gebruik van beeldspraak gebaseerd op oudtestamentische persoonlijkheden en hun onderlinge relaties om in nuttige instructie voor christenen te voorzien: "Zegt mij, gij, die onder de wet wilt staan, luistert gij niet naar de wet?" Hij vraagt in essentie: "Begrijpt u de instructie die bevat is in de volgende episode ontleend aan Genesis?" Of anders verwoord: "Begrijpt u wat er in de wet staat en de toepassing ervan op een nieuwtestamentische christen?"

De verzen 22 tot 24 voegen dan toe:

Er staat immers geschreven, dat Abraham twee zonen had, één bij de slavin en één bij de vrije. 23 Maar die van de slavin was naar het vlees verwekt, doch die van de vrije door de belofte. 24 Dit is iets, waarin een diepere zin ligt. Want dit zijn twee bedelingen: de ene van de berg Sinaï, die slaven baart, dit is Hagar.

Hij geeft ons dit voorbeeld en zegt ons dan specifiek dat wat schijnbaar een eenvoudig historisch verslag is, in feite een allegorie is. Met andere woorden hoe belangrijk het verhaal ook is voor wat betreft zijn invloed op de voortgang van de beloften, het heeft ook een voortdurende toepassing op bepaalde geestelijke omstandigheden. Wat eerst slechts een interessante historische verwijzing schijnt te zijn, heeft een dubbele toepassing. Veel van het Oude Testament kan op deze manier worden gebruikt om ons door zijn voorbeelden van waardevolle geestelijke instructie te voorzien.

Zelfs sommige boeken zijn een type. Bijvoorbeeld Genesis voorziet in de basis van veel belangrijke dingen die komen zullen en brengt Gods algemene doel onder woorden. De hoofdstukken 1 en 2 vertellen ons over een herschepping en over de verantwoordelijkheid van de mens deze te bewerken en te bewaren. Bewerken en bewaren heeft evenveel vandoen met Gods geestelijke doel als het vandoen heeft met het onderhouden van de aarde. Deze hoofdstukken leggen ook het grondwerk voor het huwelijk, wat in zichzelf al geestelijke instructie bevat. Hoofdstuk 3 vertelt ons hoe deze wereld werd zoals deze nu is, en geeft de eerste aanwijzing over het offer van Christus.

In hoofdstuk 12 gaat Gods geestelijke plan duidelijk van start en het introduceert ons aan Abraham, een type van de Vader. Als de geschiedenis verder gaat, zien we Isaak als type van de Zoon, Rebekka als type van de kerk en Jakob als een typische overwinnaar. Wat later wordt Jozef getoond als type van Christus, een Voorloper en Redder van Zijn volk. Tegen het einde van het boek trekt Israël naar Egypte, het land dat zonde uitbeeldt. Ze zijn zich niet bewust van enig gevaar daar ze schijnbaar een goed leven en overvloed hebben.

Als het verhaal zich in Exodus voortzet wordt het patroon van geestelijke verlossing uitgebeeld. Aan het begin van het boek zijn de Israëlieten zich bewust dat ze in zonde en slavernij leven, en ze roepen om een bevrijder. God voorziet daarin middels Mozes, een type van Christus als Verlosser, Wetgever en Rechter.

Leviticus handelt door de offeranden en de daarmee samengaande ceremoniën over toegang tot God, toewijding en heiligheid. Voor sommigen is dit een geheimzinnig en volkomen nutteloos boek. Als echter de bedoeling ervan begrepen wordt, wordt het een echte geestelijke diamantmijn voor hen die zoeken God, onze Zaligmaker, te leren kennen en de vele vereisten om in Zijn voetstappen te treden.

Numeri laat typische patronen zien in ervaringen en beproevingen die we tijdens onze pelgrimsreis naar het Koninkrijk van God het hoofd moeten bieden en overwinnen. We zien hoe mensen lusteloos werden door de druk van hun zwerftochten door de woestijn en hoe Gods leiderschap en oordeel tot uiting kwamen in Zijn reacties. Daarnaast komt het geestelijke leiderschap van Mozes en Aäron naar voren in de manier waarop ze met hun verantwoordelijkheden omgaan en hoe ze groeien in de uitvoering ervan.

Deuteronomium bevat slotinstructies en de herhaling van veel gebeurtenissen en hun betekenis voordat Israël het Beloofde Land binnentrok. Deze talrijke types zijn een rijke bron van wijsheid en begrip, en we hebben nog maar oppervlakkig gekeken naar de eerste vijf boeken! Zoals Paulus in Galaten 4 deed, kunnen we waardevolle geestelijke lessen vinden als we achter het verhaal kijken.

De waarde van oudtestamentisch ritueel

Deze serie artikelen zal zich richten op het boek Leviticus en specifiek op enkele van de offeranden die een belangrijke betekenis hebben voor ons leven als christen. We kunnen heel wat leren over toewijding, betrokkenheid, heiligheid, lijden, opoffering, volmaaktheid, rechtvaardigheid, het overgeven van zichzelf en God kennen. Dit deel van de Bijbel is lang door veel te veel christenen verwaarloosd tengevolge van een onbekendheid met de geestelijke doeleinden van de offeranden.

We moeten nooit vergeten dat Jezus in Mattheüs 5:17-18 duidelijk zegt: "Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. 18 Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied." God inspireerde Jezus dit te zeggen om heel goede redenen, misschien wel duizenden redenen, die in één korte uitspraak kunnen worden samengevat: Ze zijn niet ontbonden of hebben niet afgedaan, omdat ze nog steeds praktische, geestelijke toepassingen hebben. Ze zijn nog steeds nuttig om — naar het beeld van God zijnde en Hem kennende — een christelijk leven te leiden. Ze ontbinden zou een groot verlies betekenen, waardoor wij er bekaaider af zouden komen.

Hebreeën 9:1, 8-9; 10:1 voegt de volgende gedachte toe:

Nu had ook wel het eerste (verbond) bepalingen voor de eredienst en een heiligdom voor deze wereld. ... 8 Daarmede gaf de Heilige Geest te kennen, dat de weg naar het heiligdom nog niet openlag, zolang de eerste tent nog bestond. 9 Dit was een zinnebeeld voor de tegenwoordige tijd, in zoverre gaven en offers gebracht werden, die niet bij machte waren hem, die (God daarmede) dient, voor zijn besef te volmaken, ... 10:1 Want daar de wet slechts een schaduw heeft der toekomstige goederen, niet de gestalte dier dingen zelf, is zij nimmer in staat ieder jaar met dezelfde offeranden, die onafgebroken gebracht worden, degenen, die toetreden, te volmaken.

De Schrift onderwijst duidelijk dat de oudtestamentische ceremoniën symbool staan voor essentiële nieuwtestamentische, geestelijke waarheden. Verder benadrukt de schrijver dit door te zeggen dat ze "een schaduw zijn van goede dingen die komen zullen". Het werkwoord "hebben" in Hebreeën 10:1 staat in de onvoltooid tegenwoordige tijd, waardoor een voortdurende of herhaalde handeling wordt uitgedrukt. Dit betekent dat de oudtestamentische inzettingen van goddelijke eredienst en het heiligdom nog steeds van kracht zijn en effectieve middelen tot onderwijzing zijn.

Waar een schaduw is, moet ook een werkelijkheid zijn. In dit geval is de werkelijkheid het leven van Christus — de werkelijkheid die wij zo getrouw als ons mogelijk is, moeten streven na te bootsen, "als geliefde kinderen", zoals Paulus het zegt, om "een welriekende reuk" voor God te zijn (Efeziërs 5:1-2).

In Lucas 24:27 versterkt Jezus dit concept als Hij de twee mannen op de weg naar Emmaüs na Zijn opstanding onderwijst. "En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had." Jezus ontleent onderwijs aan de boeken van Mozes om parallellen met Zijn eigen leven te laten zien.

Wees voorzichtig om niet de achteloze fout te maken om aan de offeranden te denken als iets kinderachtigs, onbelangrijks, primitiefs of barbaars. Ongetwijfeld zijn ze afwijkend van waar wij cultureel mee vertrouwd zijn. Deze aangehaalde schriftgedeelten maken het echter duidelijk dat God ze altijd al als middelen tot onderwijs had bedoeld. Voor hen onder het Oude Verbond keken de offeranden vooruit naar wat er zou gaan gebeuren. Wij kijken terug op wat er is gebeurd, en aanvaarden de geestelijke bedoeling van het onderwijs als van toepassing zijnde op ons onder het Nieuwe Verbond.

De offeranden van Leviticus stonden centraal in de eredienst van God onder het Oude Verbond. Het globale beeld dat wij ervan kunnen krijgen, kan er inderdaad een zijn van eindeloze aantallen stieren, schapen, geiten en vogels die met diepzinnige plechtigheid geslacht en verbrand worden op een rokend altaar. Er bestaat echter absoluut geen twijfel aan dat zij een uitbeelding vooraf waren van het offer van Jezus Christus in Zijn dood door kruisiging. Minder begrepen is, dat ze ook een voorafschaduwing waren van de diepgang van Zijn volkomen toewijding aan God en mens in Zijn leven. Zelfs nog minder begrepen is, hoe ze het leven uitbeelden waar ook wij als levende offeranden een uitbeelding aan moeten geven.

Moet het zijn van levende offeranden, heilig en aanvaardbaar voor God, en niet gelijkvormig worden aan deze wereld, maar veranderd worden door de vernieuwing van ons denken naar het beeld van Christus, onze Verlosser, niet centraal staan in ons leven als we eenmaal zijn verlost (Romeinen 12:1-2; Efeziërs 4:13)?

Volg de Leider!

Hebreeën 2:10-11 herinnert ons op krachtige wijze aan het volgende:

Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken. 11 Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit één; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen.

Het woord "Leidsman" is de vertaling van het Griekse archegos. Het betekent "leider", "pionier", "voorloper" of "aanvoerder". Het kan zelfs "spoorzoeker" of "verkenner" betekenen. Een archegos is iemand die vooruit gaat, die dingen doet met de bedoeling dat anderen zullen volgen. Al deze beschrijvingen zijn van toepassing op Christus. Hij is ons voorbeeld en Paulus zegt tegen de Corinthiërs hem, Paulus, na te volgen zoals hij Christus navolgde. Hebben Jezus Christus en Zijn apostelen geen intens opofferende levens geleid, waarin ze in onderwerping aan Hem God vertegenwoordigden en in dienst stonden van de gemeente en de wereld?

Paulus schrijft in Romeinen 8:28-30:

Wij weten nu, dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn. 29 Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; 30 en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.

Hier wordt Gods doel duidelijk onder woorden gebracht. Degenen die Hij roept zullen naar het beeld van Zijn Zoon worden gevormd. Dit is duidelijk gekoppeld aan het thema van de schepping waar God in Genesis 1:26 zegt: "Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis." Wij hebben een klein aandeel in dit grootste van Gods scheppende werken. We moeten ons aan dat doel onderwerpen. We moeten ons eraan overgeven en toestaan dat de kracht ervan ons voortdraagt naar volmaaktheid. Maar daar is geloof voor nodig, overtuiging van de juistheid ervan en toewijding aan wat erdoor vereist wordt. Dit scheppende proces vereist dat we ons vorige leven met zijn zondige verlangens opofferen in onderwerping aan de details van Gods doel met ons. Dat is ons kleine aandeel in deze gigantische operatie die reeds ongeveer 6000 jaar gaande is.

In Galaten 2:20 zegt Paulus: "Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is,) niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven." In 1 Corinthiërs 15:31 voegt hij nog meer toe aan dit concept van opoffering: "Zowaar als ik, broeders, op u roem draag in Christus Jezus, onze Here, ik sterf elke dag." Hoe kruisigen wij onszelf? Iedere keer dat we ons in gehoorzaamheid onderwerpen aan Gods instructie als onderdeel van Zijn doel in plaats van zonder weerstand te bieden de dictaten van de menselijke natuur te volgen, offeren we onszelf op aan God en Zijn doel.

In de offeranden van Leviticus zijn veel types te vinden. Zelfs al zijn we leden van het lichaam van Jezus Christus, kunnen we ons niet aan ieder aspect van elke offerande aanpassen. De reden is dat ze niet allemaal voor ons persoonlijk zijn bedoeld. Ze geven ons allemaal inzicht in Christus' karakter, maar ze zullen niet allemaal rechtstreeks op ons van toepassing zijn. En toch moeten we ernaar streven de praktische toepassing te begrijpen van de offeranden die wel op ons van toepassing zijn, en dit begrip in ons leven toepassen.

We kunnen uit de offeranden van Leviticus heel wat nuttige en zinnige instructie opdiepen voor een leven als christen. De volgende maand zullen we beginnen het brandoffer uit te diepen.

© 2003 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)