De zaligsprekingen (Deel 3):
Treuren

Door John W. Ritenbaugh
Forerunner, "Persoonlijk," maart 1999

Hebt u ooit iemand gekend die er echt naar verlangt te treuren? We hebben ongetwijfeld allemaal wel mensen gekend die diep in de put zaten over de manier waarop de dingen in hun leven verliepen. Misschien zijn we zelf allemaal wel eens op zo'n punt beland. Als we ontmoedigd en zwaarmoedig zijn, spannen we ons in, soms zelfs met grote energie, om die zwaarmoedige geest die een druk op ons gevoel van welzijn legt, kwijt te raken. Het menselijk verlangen om "geluk" te zoeken is zo groot, dat het schijnt alsof de gehele wereld er iedere inspanning op heeft gericht om zoveel verstrooiing en vermaak te vinden als maar mogelijk is om het denken af te leiden van de spanningen in het leven in deze jachtige maatschappij.

In de bijbel is treuren een schrijnend beeld dat gebruikt wordt om de diepe smart aan te duiden die we ervaren als God oordeelt, of boos of afstandelijk schijnt te zijn, of schijnt te zwijgen. Het is een kwaliteit die door onze geest wordt gehaat en vervelend wordt gevonden; we zijn van nature niet geneigd dit te zoeken. Aangezien het volkomen normaal is voor de menselijke natuur om het opgeruimde en vrolijke te zoeken, deinzen we terug voor lijden en droefheid.

Het lijkt dus paradoxaal dat Jezus hen die treuren "zalig" [gezegend] noemt! Eén commentator suggereert ironisch, dat het erop lijkt dat Jezus zegt: "Gelukkig zijn de ongelukkigen!" Dit laat op treffende wijze zien hoe Gods perceptie van menselijk welzijn afwijkt van die van de mens zelf. We zouden kunnen vragen: "Als de christen gezegend wordt, waarom treurt hij dan?" Of: "Als hij treurt, hoe is het dan mogelijk dat hij als gezegend kan worden beschouwd?"

Deze zaligspreking staat bijna haaks op de logica van de wereld. Inderdaad lijkt hij op het eerste gezicht tegengesteld te zijn aan één van Jezus' andere uitspraken in Johannes 10:10:

Johannes 10:10 De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed.

Overal en door alle tijden heen heeft de mens hen die het welgaat en die gelukkig zijn, als gezegend beschouwd, maar Christus spreekt uit dat de armen van geest en de treurenden gezegend zijn.

Ongetwijfeld is er een bijbelse sleutel, misschien wel meer dan één, die deze inconsequentie duidelijk maakt. Verleent God een voordeel aan het karakter van hen die treuren? Is er iets in het denken van de treurenden dat hen helpt om zichzelf en het leven vanuit een stabieler en realistischer standpunt te bezien? Is het mogelijk dat Jezus sprak over een soort treuren dat afwijkt van het treuren dat samengaat met dood, ramp, frustratie over hoop waaraan de bodem is ingeslagen en andere tragische gebeurtenissen?

Een oosterse gewoonte

Verdriet over de dood van een geliefde of het lijden door een andere persoonlijke tragedie door mensen in het Midden-Oosten als zichtbare, openbare en zelfs professionele gewoonte, wordt in de bijbel duidelijk aan de orde gesteld. We zullen hier de procedure niet in detail beschrijven, behalve dan om op te merken dat de bijbel enkele van de belangrijke aspecten ervan vastlegt. Jakob hulde zich in zak en as na de "dood" van Jozef (Genesis 37:34). In 2 Samuël 13:19 klaagt Tamar in het openbaar over het verlies van haar maagdelijkheid door verkrachting door as op haar hoofd te strooien, haar kleren te scheuren en te huilen. Deuteronomium 21:10-14 instrueert de Israëlieten zelfs om een meisje dat tijdens oorlog gevangen wordt genomen, toe te staan haar hoofd te scheren, haar nagels te knippen, haar inheemse kleding af te leggen en een maand lang te bewenen dat ze aan haar vader en moeder is ontrukt. Andere tekenen van rouw zijn onder andere:

De bijbel legt veel meer gevallen vast van bestaande culturele gewoonten uit die tijden.

Dit betekent niet dat God al deze gewoonten onderschrijft, maar Hij legt domweg vast wat het volk deed. Hij maakt een levendig gebruik van hun praktijken voor ons onderwijs, in het bijzonder in de profetieёn. Dat Hij veel van deze praktijken niet onderschrijft, wordt aangetoond door een waarschuwing die Jezus ergens anders in de bergrede geeft.

Mattheüs 6:16-18 En wanneer gij vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat; want zij maken hun aangezicht ontoonbaar, om zich aan de mensen te vertonen, wanneer zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds. 17 Maar gij, zalf uw hoofd, als gij vast, en was uw gelaat, 18 om u niet bij uw vasten aan de mensen te vertonen, maar aan uw Vader, die in het verborgene is; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.

Dit richt zich niet rechtstreeks tegen de praktijk van zichtbare, openbare uitingen van verdriet, maar het principe dat we hieraan kunnen ontlenen laat desondanks zien dat God een balans verwacht. Er staat genoeg in Zijn wet om te laten zien dat Hij niet tegen rouwen is over een persoonlijke tragedie. Maar publiek vertoon en de gemaakte benadering van de oosterse culturen — die de aandacht op zichzelf richt — hebben Zijn instemming niet. We kunnen concluderen dat het treuren dat Jezus in Mattheüs 5:4 zalig noemt, zeer zeker niet van het zeer zichtbare en dramatische type is dat we in de bovengenoemde schriftgedeelten zien, maar dat het een persoonlijke, geestelijke kwaliteit is die onlosmakelijk aan de andere zaligsprekingen verbonden is.

Een bijzonder vorm van treuren

Het is duidelijk een bijzondere vorm van treuren waarop God met vertroosting reageert. Miljoenen, misschien wel miljarden, mensen die treuren vallen niet onder deze uitspraak van Jezus. Deze treurenden kunnen zelfs onder Gods veroordeling vallen en zeer zeker krijgen ze dan geen vertroosting van Hem.

De bijbel laat drie soorten verdriet zien. De eerste is het natuurlijke verdriet dat ontstaat door tragische omstandigheden. De tweede is een zondig, ongepast, hopeloos verdriet dat zich misschien zelfs niet wil laten vertroosten. Misschien is het meest in het oog springende voorbeeld hiervan in de bijbel wel dat van Judas, wiens berouw hem ertoe leidde nog meer te zondigen door het plegen van zelfmoord. Paulus noemt dit in 2 Corinthiërs 7:10 "de droefheid der wereld die de dood voortbrengt". De derde vorm van verdriet is goddelijk verdriet. In hetzelfde vers schrijft Paulus:

2 Corinthiërs 7:10a Want de droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil, ...

Treuren, verdriet of berouw is niet iets goeds in zichzelf. Wat eraan ten grondslag ligt, gecombineerd met wat eruit voortkomt, dat is waar het om gaat. 2 Corinthiërs 7:10 geeft ons dus een belangrijke sleutel. Het treuren dat Jezus onderwijst, is een belangrijke geestelijke component van goddelijk berouw dat leidt tot of helpt in het voortbrengen van het overvloedige leven van Johannes 10:10.

Dit principe komt vaak tot uiting in het seculiere leven, omdat het schijnt dat de mens ertoe gedoemd is om door pijnlijke ervaringen te leren. Bijvoorbeeld pas als onze gezondheid het begeeft of begeven heeft en we de pijnlijke gevolgen lijden van een onwetend of bewust negeren van gezondheidsregels, gaan we ons serieus inspannen om de oorzaken te ontdekken die ons onze gezondheid weer kunnen teruggeven en de pijnen die met de ziekte gepaard gaan kunnen verlichten. Op dat punt aangekomen willen we echt het gemak van een goede gezondheid weer in ons leven terughebben.

Salomo brengt deze waarheid onder woorden in Prediker 7:2-4:

Prediker 7:2-4 Het is beter te gaan naar een huis van rouw dan te gaan naar een huis van feestgelag; want dat is het einde van ieder mens en de levende neme het ter harte. 3 Verdriet is beter dan lachen, want bij een treurig gelaat is het met het hart goed gesteld. 4 Het hart der wijzen is in het huis van rouw, maar het hart der dwazen in het huis van vreugde.

Salomo zegt op geen enkele manier dat feesten en gelach vermeden moeten worden, maar hij vergelijkt veeleer hun relatieve waarde voor het leven. Het is niet eigen aan feesten om ons aan te zetten tot het teweegbrengen van een positieve verandering in ons leven. Feesten zet ons er juist toe aan te blijven zoals we zijn, daar we een gevoel hebben van tijdelijk welzijn. Verdriet daarentegen — in het bijzonder als pijn of dood eraan heeft bijgedragen (Psalm 90:12) — heeft de macht in zich om iemand ertoe te brengen na te gaan denken over de richting van zijn leven en veranderingen teweeg te brengen die het leven zullen verbeteren.

Dit algemene principe is bijna op alle moeilijkheden van het leven van toepassing. Of het nu gezondheidsproblemen zijn, of financiёle moeilijkheden, of gezinsproblemen, of zakelijke ruzies, we volgen in het algemeen dit patroon in de manier waarop we erin komen en er weer uitkomen. In geestelijk opzicht, in onze relatie met God, doen er zich echter enkele variaties op dit principe voor, omdat God diepgaand betrokken is bij het leiden en sturen van het scheppen van Zijn beeld in ons.

In dit geval verloopt alles niet op "natuurlijke" manier. Hij komt tussenbeide in de natuurlijke processen van ons leven en roept ons, waarbij Hij Zichzelf en Zijn wil aan ons openbaart. Zijn goedheid leidt ons tot berouw en bekering. Door Zijn geest worden we verwekt, onderwezen, geleid en gesterkt. Hij creёert omstandigheden in ons leven waardoor we gestimuleerd worden tot groei om in karakter en zienswijze te worden zoals Hij is, maar sommige van deze omstandigheden veroorzaken heel wat verdriet. Door Zijn genade voorziet Hij in elke behoefte, zodat we goed zijn toegerust om aan Zijn verlangens ten aanzien van ons leven tegemoet te komen en Hem te verheerlijken.

Maar Jezus' onderwijs koppelt dit principe van verdriet of treuren nooit los van Gods doel, omdat het juiste soort treuren dat op de juiste wijze wordt gestuurd, de macht heeft aan te zetten tot schitterende positieve resultaten. God wil onherroepelijk resultaten, vruchten die door onze relatie met Hem worden voortgebracht. Jezus zegt dan ook:

Johannes 15:8 Hierin is mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt en gij zult mijn discipelen zijn.

William Barclay schrijft betreffende Mattheüs 5:4 in zijn commentaar The Gospel of Matthew:

We moeten in de allereerste plaats over deze zaligspreking opmerken dat het Griekse woord voor treuren, het sterkste woord voor treuren is in de Griekse taal. ... Het wordt gedefinieerd als het soort verdriet dat zo'n vat op iemand heeft dat het niet verborgen kan blijven. Het is niet alleen het verdriet dat pijn in het hart teweegbrengt, het is het verdriet dat tranen in de ogen doet opwellen die niet zijn tegen te houden. (p. 93)

Dit illustreert de emotionele kracht van het treuren, die erop duidt dat het voldoende macht heeft om het besluit voort te brengen meer tot stand te brengen dan alleen maar zich ellendig te voelen en te huilen.

Aan het begin van bekering

Treuren gaat altijd vooraf aan echte bekering, want er moet een waar gevoel van zonde aanwezig zijn alvorens we ook werkelijk naar het middel, of de verlossing ervan, gaan verlangen. Maar zelfs hier moeten we een onderscheid opmerken, omdat veel mensen heel snel zullen toegeven dat ze zondaars zijn — sommigen zelfs met een bepaalde mate van trots, een glimlach en een knipoog — terwijl ze daar nooit over hebben getreurd. Zonde is evenwel inderdaad een serieuze zaak als we er acht op geven dat het uiteindelijk verantwoordelijk is voor alle pijn, ziekte en dood, inclusief die van onszelf en van onze Verlosser.

Hoe brengen wij het ervan af in vergelijking met hen die door de bijbel als voorbeelden van treuren worden gebruikt? Let eens op de vrouw van Lucas 7:36-38:

Lucas 7:36-38 Eén der Farizeeёn nodigde Hem om bij hem te komen eten; en Hij kwam in het huis van de Farizeeёr en ging aanliggen. 37 En zie een vrouw, die in de stad als zondares bekend stond, bemerkte, dat Hij aan tafel was in het huis van de Farizeeёr. En zij bracht een albasten kruik met mirre, 38 en zij ging wenende achter Hem staan, bij zijn voeten, en begon met haar tranen zijn voeten nat te maken en droogde ze af met haar hoofdhaar, en kuste zijn voeten en zalfde ze met de mirre.

Dit voorval laat een tegenstelling zien tussen twee houdingen van geest en hart. Simon, zich niet bewust van enige behoefte, had geen liefde jegens Christus noch een verlangen naar vergeving. Zijn indruk van zichzelf was dat hij in het oog van God en de mens een goed mens was. De vrouw daarentegen schijnt zich van niets anders bewust te zijn dan van haar zondigheid en haar grote behoefte aan vergeving. Dit resulteerde in een treurend huilen over haar ellende en liefde voor Degene die in haar behoefte kon voorzien.

Misschien is er wel niets dat ons grondiger afsluit van God dan menselijke zelfvoldaanheid (Openbaring 3:17). Het is een vreemd verschijnsel dat hoe duidelijker we onze zonden zien, hoe beter mens we zijn. Misschien is de schadelijkste van alle zonden wel de zonde dat men zich van geen zonde bewust is. De belangrijkste les in dit portret is, dat de houding van de vrouw niet alleen vergeving tot gevolg had maar ook een belangrijke rol speelde in het in haar voortbrengen van dankbaarheid en liefdevolle toewijding aan Christus.

De gelijkenis van de verloren zoon onthult een duidelijke voortgang van het zich bewust zijn van een pijn die voortkomt uit een gebrek en erkenning van zonde, waarna er verdriet ontstaat over wat hij was geworden en had gedaan. Berouw, bekering, vergeving en aanvaarding waren de vrucht ervan.

Lucas 15:14-19 Toen hij er alles doorgebracht had, kwam er een zware hongersnood over dat land en hij begon gebrek te lijden. 15 En hij trok er op uit en drong zich op aan één der burgers van dat land en die zond hem naar het veld om zijn varkens te hoeden. 16 En hij begeerde zijn buik te vullen met de schillen, die de varkens aten, doch niemand gaf ze hem. 17 Toen kwam hij tot zichzelf en zeide: Hoeveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed en ik kom hier om van de honger. 18 Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, 19 ik ben niet meer waard uw zoon te heten; stel mij gelijk met een uwer dagloners.

In een ander voorbeeld stond de tollenaar veraf, sloeg zich op de borst en riep uit: "O God, wees mij, zondaar, genadig!" (Lucas 18:13). Ook de 3000 bekeerlingen op de Pinksterdag vertoonden een soortgelijke reactie:

Handelingen 2:37 Toen zij dit hoorden [de preek van Petrus], werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders?

De tollenaar en de menigte die zich op de verkondiging van Petrus bekeerden, voelden elk in hun eigen hart de last van de zonde. Dit treuren ontspringt aan een geweten dat gevoelig is gemaakt en een hartgrondig bewustzijn van een vijandschap tegen Gods wil en een persoonlijke rebellie tegen Hem. Het is een verdriet dat tot uiting komt, omdat men zich acuut bewust geworden is dat het moraliteitsbegrip dat men hanteert zover te kort schiet ten opzichte van heiligheid dat er schaamte naar boven komt. We voelen deze ondraaglijke pijn ook als we ons realiseren dat ons persoonlijk gedrag en onze persoonlijke houding de oorzaak waren van de dood van onze Schepper en Verlosser.

Zacharia 12:10-14 profeteert over een nog toekomstige tijd, na Christus' wederkomst, dat er een grote rouwklacht zal ontstaan door geheel Israël. In het bijzonder zal Juda worden getroffen als ze door Gods genade door geloof ertoe worden gebracht hun zonden te erkennen:

Zacharia 12:10-14 Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene. 11 Te dien dage zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn, zoals de rouwklacht van Hadadrimmon in het dal van Megiddo; 12 het land zal een rouwklacht aanheffen, alle geslachten afzonderlijk; het geslacht van het huis van David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Natan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, 13 het geslacht van het huis van Levi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk; het geslacht van Simi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk; 14 alle overige geslachten, alle geslachten afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk.

Deze profetie verschaft ons inzicht in het pijnlijke, hartgrondige berouw en bekering van een gehele natie door alle sociale lagen heen. Dit zou ons een duidelijk beeld moeten geven van de diepte van gevoelens die God verwacht als we gaan inzien wat het resultaat van onze zonden is. Het is heel duidelijk dat treuren samengaat met en aanzet tot het soort verandering die God goedkeurt. Het is dus geen wonder dat Jezus zegt dat de treurenden zalig zijn.

Treuren na de initiёle bekering

Als Jezus deze zaligspreking uitspreekt, zegt Hij niet: "Zalig zij die hebben getreurd," maar "Zalig zij die treuren." Hij zegt het als een ervaring in de tegenwoordige tijd die nog steeds doorgaat. Berouw is niet een eenmalige ervaring, ook verdwijnt de menselijke natuur, "de oude mens", niet eenvoudig nadat we de nieuwe natuur hebben gekregen. Het christen-zijn brengt een voortdurend leer- en groeiproces met zich mee. We worden niet in een oogwenk op een besluit van God naar het beeld van God geschapen. God heeft vastgesteld dat we in geloof moeten leven, en dat vereist tijd en ervaring. We worden naar Gods beeld geschapen door het vuur van het verdriet en de tegenslagen van het leven, evenals de vreugden ervan. Dit gold volgens Jesaja ook voor onze Verlosser:

Jesaja 53:3a Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ...

Paulus voegt daaraan toe:

Hebreeën 5:7-8 Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst, 8 en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden.

De christen is iemand wiens denken op dat van God is afgestemd door een voortdurend inniger wordende relatie. Hij heeft veel om over te treuren, omdat de zonden die hij begaat — zowel die door dingen niet te doen als dingen wel te doen — een dagelijkse bron van verdriet zijn en zullen blijven zo lang als zijn geweten zich niet verhardt. Een gevoelig geweten wordt verhardt door de bedrieglijkheid van zonde. Een actieve en groeiende relatie met God zal leiden tot een verder ontdekken van de verdorvenheid van de menselijke natuur, omdat God op getrouwe wijze de geweldige kloof tussen Zijn heiligheid en ons corrupt en nog steeds bevuild hart zal openbaren. Hij zal ons bewust doen worden van de afstandelijkheid en de kilte van onze liefde, de hoge golven van trots en twijfel, en het gebrek aan vrucht dat we voortbrengen.

De apostel Paulus, die we allemaal als een heel volwassen christen beschouwen, schrijft:

Romeinen 7:15, 18-19, 24 Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik. ... 18 Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet. 19 Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dát doe ik. ... 24 Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?

Paulus leidde geen leven vol zonde zoals voor zijn bekering. Zijn woorden weerspiegelen de intense gewaarwording van de bedrieglijkheid van de menselijke natuur van iemand die zo dicht bij God stond dat hij praktisch elke zelfgerichte, kwade, verwrongen, ontaarde nuance van vleselijkheid die nog in hem schuilde, kon zien. Hij had er een afschuw van en verlangde sterk, smachtte ernaar daarvan volledig verlost te worden!

Hij zegt in Romeinen 8:23 over ons:

Romeinen 8:23 En niet alleen zij, maar ook wij zelf, [wij,] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.

In een gerelateerd vers betrekt Paulus ook ons in zijn gedachten erbij:

2 Corinthiërs 5:2 Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden.

Deze verzen weerspiegelen niet alleen de vreugde over wat voor ons ligt, maar ook het verdriet om elke dag te moeten leven met de last van de wereld, ons vlees en ons denken, die ons zo gemakkelijk leiden tot zonden die we niet verlangen te doen.

In ons goddelijk verdriet willen we nooit tekortschieten betreffende Gods heerlijkheid of Zijn naam schande aandoen. We willen Hem verheerlijken door elke gedachte, elk woord en elke daad van ons. Als we op een of andere manier afwijken — hoe weinig dat in het oog van anderen ook mag zijn — dragen we een interne last van verdriet waarvan we zouden willen die niet te hebben, en we klagen en vragen ons af waarom we zoiets doms hebben gedaan! Het is een emotionele prijs die we moeten betalen omdat we Hem liefhebben.

Dezelfde apostel herinnert ons aan onze verplichtingen jegens Hem:

Efeziërs 2:11-13 Bedenkt daarom dat gij, die vroeger heidenen waart naar het vlees, en onbesneden genoemd werdt door de zogenaamde besnijdenis, die werk van mensenhanden aan het vlees is, 12 dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld. 13 Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.

Eerder had Paulus het grondwerk verzet om een juist gevoel van verplichting en toewijding aan Christus te krijgen door een aantal feiten vast te leggen die we niet kunnen ontkennen: Dat we ons leven leidden in overeenstemming met de loop van deze wereld, in overeenstemming met de wil van Satan (vers 2); dat we voldeden aan de verlangens van het vlees en de geest (vers 3); en dat we wegens onze ongehoorzaamheid in feite al dood waren (vers 1 en 5). Niet door enige eigen verdienste maar alleen door Gods genade redt Hij ons hiervan door Jezus Christus.

In hen die dit diepgaand en persoonlijk begrijpen, creёert dit een intens gevoel van verplichting, toewijding en verlangen Hem te eren. Dit verklaart het verdriet dat we elke keer voelen dat we ons er bewust van zijn tekort te schieten in het Hem volledig behagen. Dit is niet slecht; dit is goed, omdat het hen die dit in balans hebben, ertoe aanzet hun toewijding te versterken en hun inspanningen opnieuw op de juiste weg te doen richten.

Nog een andere reden tot treuren

Hoe dichter een christen bij God leeft, hoe meer hij zal treuren over alles dat Hem onteert. Let eens op de reactie van de psalmist:

Psalm 119:53 Verontwaardiging greep mij aan vanwege de goddelozen, die uw wet verlaten.

Ezra voelde een soortgelijk iets tijdens een voorval in zijn leven:

Ezra 9:2-6 Want zij hebben uit hun dochters vrouwen genomen voor zich en hun zonen, waardoor het heilige zaad zich vermengd heeft met de volken der landen; ja, de oversten en de leiders zijn in deze trouwbreuk voorgegaan. 3 Toen ik dit vernam, scheurde ik mijn kleed en mijn mantel, trok de haren uit mijn hoofd en uit mijn baard, en zat verbijsterd neer; 4 en tot mij kwamen samen allen die beefden voor de woorden van de God van Israël, wegens de trouwbreuk der ballingen, maar ik bleef verbijsterd neerzitten tot het avondoffer. 5 Tijdens het avondoffer echter stond ik op uit mijn verootmoediging, en met gescheurd kleed en gescheurde mantel knielde ik, breidde mijn handen uit tot de HERE, mijn God, 6 en zeide: Mijn God, Ik schaam mij en durf mijn ogen niet tot U opslaan, o mijn God, want onze ongerechtigheden zijn ons boven het hoofd gewassen en onze schuld is gestegen tot de hemel.

Jeremia voegt zijn diepgaande klacht toe over de resultaten van Juda's zonden:

Jeremia 13:17 Maar indien gij er niet naar horen wilt, zal mijn ziel in het verborgene moeten wenen om de trots en mijn oog bitter schreien, ja van tranen vloeien, omdat de kudde des HEREN is weggevoerd.

Ezechiël onthult een speciale zegen van God voor hen die de zondigheid van die natie inzien en daardoor ertoe worden aangezet de juiste weg te gaan:

Ezechiël 9:3-6 De heerlijkheid van de God van Israëls nu had zich opgeheven van de cherub waarop zij rustte, en zich begeven naar de dorpel van de tempel, en Hij riep de man die in linnen gekleed was en de schrijfkoker aan zijn zijde droeg. 4 En de HERE zeide tot hem: Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en maak een teken op de voorhoofden der mannen die zuchten en kermen over al de gruwelen die daar bedreven worden. 5 Tot de anderen zeide Hij te mijnen aanhoren: Trekt achter hem aan door de stad en slaat neer. Ontziet niet en hebt geen deernis. 6 Grijsaards, jongelingen en jonge meisjes, kleine kinderen en vrouwen, moet gij doden en verdelgen; maar niemand die het teken draagt, moogt gij aanraken; bij mijn heiligdom moet gij beginnen. Toen begonnen zij bij de mannen, de oudsten, die zich vóór de tempel bevonden.

Als we in beschouwing nemen dat de bijbel de uitdrukking is van Gods denken, dan begrijpen we dat wat deze mannen schreven Gods verontwaardiging en leed over de zonden van de mens onthult. Hij verklaart op levendige wijze Zijn smart in Ezechiël 33:9-11:

Ezechiël 33:9-11 Maar als gij een goddeloze waarschuwt om zich van zijn weg te bekeren, doch hij bekeert zich daarvan niet, dan zal hij in zijn eigen ongerechtigheid sterven, maar gij hebt uw leven gered. 10 Gij nu, mensenkind, zeg tot het huis Israëls: Aldus zegt gij: onze overtredingen en onze zonden rusten op ons en daardoor kwijnen wij weg — hoe zouden wij dan leven? 11 Zeg tot hen: zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here HERE, Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, maar veeleer daarin, dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen. Want waarom zoudt gij sterven, huis Israëls?

Hebt u ooit meegemaakt dat iemand iets met grote moeite deed en dat u hem een veel gemakkelijker en minder pijnlijke manier suggereerde om het voor elkaar te krijgen en dat hij uw advies van de hand wees? Hoe voelde u zich? Op zijn best voelde u een droeve verwerping die almaar bleef hangen, en op zijn ergst een boze frustratie over de stijfkoppige volharding van de ander. Deze gevoelens vatten misschien de essentie samen van het treuren dat God respecteert in hen die, met een oprecht verlangen te helpen en een intens meevoelen met het lijden van de niet geroepenen, Hem verdrietig bidden als Hij in beweging komt om te straffen.

We hebben van doen met een zware strijd

Wij die in deze eindtijd leven, hebben er misschien moeite mee om sommige aspecten van het treuren dat God verwacht en in Zijn kinderen respecteert, te begrijpen. Ons geweten kan zich — tenzij we het zorgvuldig bewaken — gemakkelijk aan de cultuur van de maatschappij aanpassen. De ethiek en de moraal van de maatschappij zijn geen constante zaken. Er bestaat echt een grote druk om af te wijken van de door God ingestelde standaarden; wat de ene generatie als immoreel of onethisch beschouwt kan door de volgende worden aanvaard. Bijvoorbeeld wat er in de laatste dertig of veertig jaar op het filmdoek verscheen is dramatisch veranderd.

Terwijl ik dit schrijf staat de president van de Verenigde Staten terecht voor het duidelijk overtreden van Gods geboden en voor misdaden waarvoor minder belangrijke mensen momenteel gevangenisstraffen uitzitten. Het publiek geeft hem echter hoge waarderingscijfers, vatten zijn overspel en seksuele uitspattingen op als privé-zaken, en beschouwen zijn meineed voor de jury als betreurenswaardig maar "niet echt belangrijk".

Paulus waarschuwt ons in Hebreeën 3:12-15:

Hebreeën 3:12-15 Ziet toe, broeders, dat bij niemand uwer een boos, ongelovig hart zij, door af te vallen van de levende God, 13 maar vermaant elkander dagelijks, zolang men nog van een heden kan spreken, opdat niemand van u zich verharde door de misleiding der zonde; 14 want wij hebben deel gekregen aan Christus, mits wij het begin van onze verzekerdheid tot het einde onverwrikt vasthouden. 15 Als er gezegd wordt: Heden, indien gij zijn stem hoort, verhardt uw harten niet zoals bij de verbittering.

Het treuren dat Jezus verlangt is het soort dat een zachtheid van hart tentoonstelt, van een hart dat gereed is in de juiste richting te veranderen, een hart dat weet dat het verkeerd heeft gehandeld en er vurig naar verlangt om gereinigd te worden tot heiligheid. Wij die deel uitmaken van deze generatie hebben met een zware strijd van doen, omdat we — middels media zoals de televisie en de film — anderen Gods wet zien overtreden in een niet geёvenaarde frequentie en op manieren die heel sympathiek overkomen. Op het doek is het leven goedkoop, heeft bezit geen betekenis, wordt seksuele reinheid bespot, is stelen goed "als het nodig is", en is trouw iets voor een sukkel en oubollig. Waar is God daarin te vinden? Hoeveel van de houdingen van de wereld hebben wij zonder het te weten in ons karakter opgenomen? Is ons geweten nog niet verhard? Is treuren over zonde — die van ons en anderen — een belangrijk deel van onze relatie met God?

Goddelijk treuren speelt een positieve rol in het voortbrengen van de veranderingen die God verlangt om Zijn beeld in ons tot stand te brengen. We moeten net als David bidden:

Psalm 51:12 Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest.

Hij vraagt God hem iets te geven dat voorheen in hem niet bestond, namelijk dat zijn genegenheden en gevoelens zuiver gemaakt zouden worden, en dat hij niet de verharde houding zou hebben die hem tot overspel en moord bracht. Een smeekbede van dit soort is er één die God niet zal weigeren. Als we echt oprecht zijn om te overwinnen en God te verheerlijken is het zeker de inspanning waard.

© 1999 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)