De vrucht van de Geest:
Geduld

Door John W. Ritenbaugh
Forerunner, "Persoonlijk," juni 1998

Toen de apostel Paulus de negen eigenschappen neerschreef die we "de vrucht van de Geest" noemen, verdeelde hij ze netjes in drie algemene groepen, alhoewel ze niet in alle opzichten volledig zijn te scheiden. De eerste groep — liefde, vreugde en vrede — beeldt in zijn meest algemene vorm de geest van een christen uit, met speciale nadruk op zijn relatie met God. De tweede groep, beginnend met geduld (in de Statenvertaling "lankmoedigheid"), bevat sociale deugden die samenhangen met onze gedachten en acties jegens onze naaste, en met onze houding tijdens beproevingen.

De eigenschap geduld roept in het denken van de meeste mensen beelden op van stoïcisme, verdraagzaamheid en passiviteit. Alhoewel enkele van deze elementen deel uitmaken van wat de bijbel over deze belangrijke karaktertrek openbaart, is ze toch te rijk aan betekenis om haar tot deze elementen te beperken.

We kennen allemaal mensen die gemakkelijk geïrriteerd raken. Zij laten dit altijd duidelijk merken, of door een constante stroom van gemopper, gejammer en geklaag met een gezicht waarop de pijn om zulke dwazen rondom zich te moeten dulden duidelijk staat afgetekend, of ze vliegen op met een rood gezicht van woede, waarbij ze een stortvloed aan scheldwoorden uitbraken om iedereen binnen gehoorsafstand te doen weten hoe ze erop zijn gezet en dat ze er genoeg van hebben. De meesten van ons zitten tussen deze twee uitersten in. 't Kan zijn dat we aan de buitenkant weinig opwinding tonen, maar inwendig hebben we met wisselende hoeveelheden stress te maken, wensend dat mensen ons met rust laten, zodat we onze gang kunnen gaan.

Jezus en vervolging

Ongetwijfeld spelen andere eigenschappen — of het gebrek daaraan — in deze situaties een rol, maar zou Jezus ooit op deze manier handelen of reageren? Hij werd zeker bij gelegenheid op rechtvaardige wijze boos, maar de bijbel schildert Hem nooit af als op enigerlei wijze Zijn kalmte verliezend — zelfs onder de intense druk van verblinde en koppige dwazen, waarvan er sommige op uit waren Hem te provoceren. Ook laat de bijbel nooit zien dat Hij een zelfmedelijdend en zuur gezicht trok om de aandacht op Zijn irritatie te vestigen.

God stelt Jezus duidelijk als het voorbeeld voor ons dat we dienen na te streven.

1 Petrus 2:20-24 Want mag dát roem heten, als gij slagen moet verduren, omdat gij kwaad doet? Maar als gij goed doet en dan lijden moet verduren, dát is genade bij God. 21 Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden; 22 die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden; 23 die, als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt; 24 die zelf onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; en door zijn striemen zijt gij genezen.

Hier zien we geduld in directe samenhang met onze roeping! Is het mogelijk dat geduld zo belangrijk is? Ja, zeer zeker, als we het begrijpen in het licht van Christus' lijden voor ons, ons een voorbeeld gevend hoe we dienen te leven. Wij zijn ook geroepen te lijden omwille van de gerechtigheid, alhoewel Petrus onze roeping niet beperkt tot een geduldig lijden.

Het onderwerp hangt samen met het antwoord op de vraag: "Wat was het resultaat van het geduldig lijden van Christus?" Spreekt het niet vanzelf dat als Christus' leven goede dingen voortbracht omdat Hij op deze manier leefde, ons leven dat ook zal doen? Bracht Christus niet ten einde wat God Hem gaf te doen en verheerlijkte Hij God niet in de manier waarop Hij dit deed? Adviseert of beveelt God ooit iets dat geen liefde in zich heeft of dat geen goeds voortbrengt?

De psalmist schrijft in Psalm 34:

Psalm 34:20 Talrijk zijn de rampen van de rechtvaardige, maar uit die alle redt hem de Here.

Petrus geeft hierop een gedeeltelijk antwoord, evenals Paulus in 2 Timotheüs 3:

2 Timotheüs 3:12 Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden.

De psalmist, Petrus en Paulus zeggen allemaal dat vervolging een gemeenschappelijk lot, een roeping, is van allen die ernaar streven Christus trouw te dienen.

De essentie van vervolging ligt in het onderwerpen van een christen aan leed of nadeel omwille van zijn geloof. Vervolging kan op vele manieren plaatsvinden, maar het is meer dan tegenwerpingen inbrengen tegen iemands christelijke overtuiging. Het is hem een zekere mate van leed aandoen, hem een bepaalde vorm van benadelen doen ondergaan of hem in ongustige omstandigheden brengen.

Vervolging kan binnen deze ruime gebieden velerlei vormen aannemen. Het leed kan slaan op de gevoelens van de christen, op zijn gezin, reputatie, bezit, vrijheid of invloed. Het kan hem een baan kosten die hij had, of hem verhinderen er één te krijgen, waarvoor hij wel de kwalificaties heeft. Hij kan een boete krijgen, gevangen worden gezet, verbannen, gemarteld of gedood worden.

De boodschap is dat zowel Petrus als Paulus ons waarschuwen, dat wij die ervoor kiezen een christen te zijn, op vervolging dienen te zijn voorbereid. Het gaat onlosmakelijk samen met de keuze. We dienen er niet voor terug te deinzen om het te voorkomen, maar het evenals Christus geduldig te verdragen.

God als ons voorbeeld

Niemand van ons kan God ook maar enigszins benaderen in het toepassen van geduld. Hoewel we niet kunnen zeggen dat we Hem vervolgen zoals mensen elkaar vervolgen, toch brengen we op onze eigen manier een vorm van vervolging jegens Hem tot stand door onze houding en manier van leven. We leven vaak zonder om Zijn gevoelens voor ons en Zijn schepping te denken. We gedragen ons als het merendeel van de wereld doet, alsof Hij noch Zijn wet bestaat.

De bijbel openbaart Gods geduld als een eigenschap van Zijn karakter, die Hem er lange tijd van weerhoudt Zich te wreken op degenen die tegen Hem zondigen. Dit past goed bij wat Petrus zegt over het voorbeeld van Christus:

1 Petrus 2:23 Die, als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt.

Als mens sloeg Christus niet terug, maar liet wijs en geduldig de benodigde wraak over aan Gods oordeel. Ook dit is ons ten voorbeeld.

Exodus 32 bevat de geschiedenis van Israël en de aanbidding van het gouden kalf pal nadat ze het Oude Verbond met God hadden gesloten. Kort daarna ontmoette Mozes God in de tent der samenkomst buiten het kamp, waar hij een beroep op God deed hem Zijn heerlijkheid te laten zien. Hij wilde God met eigen ogen zien. In plaats daarvan antwoordde God dat Hij zijn goedheid langs zou laten gaan en Zijn naam daarbij zou uitroepen.

In Exodus 34:6, als God Mozes voorbij gaat, geeft Hij hem een "preek" over Zijn eigenschappen, daarbij ook Zijn naam uitroepend:

Exodus 34:6 De Here ging aan hem voorbij en riep: Here, Here, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw.

Geduld is één van de belangrijkste eigenschappen van onze God en daarvoor kunnen we dankbaar zijn.

Gods geduld vertraagt Zijn wraak en schept ruimte voor goede dingen. Jona 4:2 brengt dit als volgt tot uiting:

Jona 4:2 En hij bad tot de Here en zeide: Ach, Here, heb ik dat niet gezegd, toen ik nog in mijn land was? Daarom heb ik het willen voorkomen door naar Tarsis te vluchten, want ik wist, dat Gij een genadig en barmhartig God zijt, lankmoedig, groot van goedertierenheid en berouw hebbend over het kwaad.

Let ook eens op de andere eigenschappen waarmee geduld in deze laatste twee aanhalingen wordt gecombineerd. De eigenschappen genade, goedertierenheid, goedheid en waarheid, gecombineerd met geduld, geven God de mogelijkheid met mensen te werken zodat zij in leven blijven en uiteindelijk naar Zijn beeld kunnen veranderen. Als God net zo kort aangebonden zou reageren als mensen vaak doen, zou vandaag niemand meer in leven zijn. Jona wilde, in een typisch menselijke reactie, dat God de zondaars van Ninevé, de vijand van Israël, van de aardbodem zou wegvagen!

Ninevé was ongetwijfeld even vervuld met zondaars als Israël. Maar God, die hen wegens hun onwetendheid in geduld verdroeg, zond Jona om Zijn waarschuwing over te brengen: Over veertig dagen zouden zij door vernietiging worden getroffen. Zij geloofden de boodschap echter, riepen een vasten uit, baden intensief tot God en bekeerden zich van hun slechte wegen. Hun berouw was mogelijk niet van dezelfde orde als dat van David, maar onder de omstandigheden was God er blij mee. Jona 3:10 zegt dan ook:

Jona 3:10 Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.

Petrus bevestigt dat God nog steeds op dezelfde manier werkt:

2 Petrus 3:9 De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.

Romeinen 2 bespreekt hetzelfde onderwerp op een persoonlijker basis en waarschuwt ons dat we Gods geduld niet moeten misbruiken door het te beschouwen als gebrek aan aandacht, toegeeflijkheid of louter tolerantie.

Romeinen 2:3-6 Rekent gij wellicht hierop, o mens, die oordeelt over hen, die zulke dingen bedrijven, en ze zelf doet, dat gij het oordeel Gods ontgaan zult? 4 Of veracht gij de rijkdom van zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid, en beseft gij niet, dat de goedertierenheid Gods u tot boetvaardigheid leidt? 5 Maar in uw weerbarstigheid en onboetvaardigheid van hart hoopt gij u toorn op tegen de dag des toorns en der Openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods, 6 die een ieder vergelden zal naar zijn werken.

Salomo waarschuwt tegen dezelfde verdorvenheid van natuur die zich openbaart in hen die het aan geloof ontbreekt:

Prediker 8:11-13 Omdat het vonnis over de boze daad niet aanstonds voltrokken wordt, daarom is het hart der mensenkinderen in hen begerig om kwaad te doen, 12 daar een zondaar honderdmaal kwaad doet en toch lang leeft. Nochtans weet ik, dat het de godvrezenden wel zal gaan, omdat zij voor Hem vrezen; 13 de goddeloze daarentegen zal het niet welgaan en hij zal zijn levensduur niet verlengen als de schaduw, omdat hij voor God niet vreest.

Het is duidelijk dat God geduld oefent zodat Hij aan de situatie kan werken en bekering voortbrengen. Al te vaak echter worden Zijn goedheid en geduld misbruikt door koppigheid of nalatigheid. Wees ervan verzekerd dat God weet wat er gebeurt, en dat er een tijd komt waarop Zijn geduld is uitgeput en Zijn oordeel wordt uitgevoerd als de verandering die God verwacht niet plaats vindt.

Een ononderbroken schakel

In de gelijkenis van de dienaar die niet vergevingsgezind was, geeft Jezus een interessante wending aan het belang van Gods geduld door een relatie te leggen met onze bereidheid tot vergeving.

Mattheüs 18:26-34 De slaaf wierp zich neder als smekeling en zeide: Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen. 27 De heer van die slaaf kreeg medelijden met hem en hij liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt. 28 Toen die slaaf wegging, trof hij een zijner medeslaven aan, die hem honderd schellingen schuldig was, en hij greep hem bij de keel en zeide: Betaal wat gij schuldig zijt. 29 De medeslaaf nu wierp zich voor hem neder en bad hem dringend, zeggende: Heb geduld met mij en ik zal u betalen. 30 Doch hij wilde niet, maar ging heen en zette hem gevangen, totdat hij het verschuldigde zou betaald hebben. 31 Toen nu zijn medeslaven zagen, wat er gebeurd was, werden zij zeer verdrietig en gingen hun heer al wat er gebeurd was, mededelen. 32 Toen ontbood zijn heer hem en zeide tot hem: Slechte slaaf, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, daar gij het mij dringend hadt gevraagd. 33 Hadt ook gij geen medelijden moeten hebben met uw medeslaaf, zoals ook ik medelijden had met u? 34 En zijn meester werd toornig en gaf hem in handen van de folteraars, totdat hij hem al het verschuldigde zou betaald hebben.

We verlangen dat anderen — in het bijzonder God — geduldig met ons zijn en onze fouten vergeven, maar hebben wij dezelfde houding en hetzelfde gedrag jegens hen wier fouten ons kwaad doen? Geduld is twee-richtingsverkeer en God verlangt duidelijk wederkerigheid. Hij verwacht dat wij Zijn geduld en vergeving jegens ons doorgeven aan anderen evenals Christus dat deed.

Paulus beschrijft in 1 Timotheüs Jezus' voorbeeld in levendige bewoordingen:

1 Timotheüs 1:12-16 Ik breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Here, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft, 13 hoewel ik vroeger een godslasteraar en een vervolger en een geweldenaar was. Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid, uit ongeloof, gedaan heb, 14 en zeer overvloedig is de genade van onze Here geweest, met het geloof en de liefde in Christus Jezus. 15 Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem. 16 Maar hiertoe is mij ontferming bewezen, dat Jezus Christus in de eerste plaats in mij zijn ganse lankmoedigheid zou bewijzen tot een voorbeeld voor hen, die later op Hem zouden vertrouwen ten eeuwigen leven.

Paulus gebruikt zichzelf om de geweldige omvang van Christus' geduld jegens ons te illustreren. "Lankmoedigheid" duidt in sterke mate op zelfbeheersing onder grote druk. Zoals Paulus het beschrijft, had hij niet zo maar gezondigd door te spotten met de heiligen en hun leed toe te brengen, maar hij had zijn daden uitgevoerd in een trotse, arrogante en gewelddadige houding. Hij handelde op een niet te rechtvaardigen, kwaadwillige, gewelddadige manier — een geest van tyrannie die het kwaad dat hij deed in sterke mate verergerde. Andere Engelse vertalingen geven geweldenaar op andere manieren weer, manieren die in 't Nederlands vertaald luiden: "iemand die beledigt", "onbeschaamde vijand", "onderdrukker", "wilde agressieveling", "doener van onrecht" en "uitzonderlijk onrecht".

Paulus' doel is het geduld en de vergeving van Christus duidelijk te maken als voorbeeld voor hemzelf en zijn gehoor. De apostel volgde Christus' voorbeeld door op zijn beurt geduld uit te oefenen jegens de gemeente. Gelet op zijn eigen omstandigheden had hij hier ongetwijfeld diepe gevoelens bij, omdat Christus' geduld met hem voor hem de weg naar behoud opende. Op zijn beurt geeft hij het weer door aan Timotheüs en zo aan ons.

In 2 Timotheüs 4 spoort Paulus de evangelist aan deze deugd die zo veel voor ons behoud betekent, te gebruiken:

2 Timotheüs 4:2-3 Verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting. 3 Want er komt een tijd, dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen.

In 2 Corinthiёrs 6 brengt hij deze gedachte in de praktijk als hij nadenkt over zijn geestelijk ambt en hen die bij hem zijn.

2 Corinthiёrs 6:3-6 Wij geven in geen enkel opzicht enige aanstoot, opdat onze bediening niet gesmaad worde, 4 maar wij doen onszelf in alles kennen als dienaren Gods: in veel dulden, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, 5 in slagen, in gevangenschappen, in oproeren, in moeiten, in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten, 6 in reinheid, in kennis, in lankmoedigheid, in rechtschapenheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde.

Twee keer noemt hij in deze opsomming vormen van geduld uitgeoefend door Christus en Zijn volk. Het is heel goed mogelijk dat ook Timotheüs onder Paulus' reisgenoten was, daar Paulus hem in nauwe samenhang noemt met de gemeente te Corinthe (1 Corinthiёrs 4:17; 16:10; 2 Corinthiёrs 1:1,19).

In 2 Timotheüs 3 herinnert hij Timotheüs aan:

2 Timotheüs 3:10 Gij daarentegen hebt volle aandacht geschonken aan mijn onderricht, wijze van doen, bedoeling, geloof, lankmoedigheid, liefde, volharding, 11 vervolgingen en lijden, zoals mij getroffen hebben te Antiochiё, te Ikonium en te Lystra. Al die vervolgingen heb ik doorstaan en de Here heeft mij uit alle gered.

Let erop dat Timotheüs Paulus' voorbeeld van geduld nauwlettend volgde. In Filippenzen 2 zegt Paulus van hem:

Filippenzen 2:19-20 Ik hoop in de Here Jezus Timotheüs spoedig tot u te zenden, opdat ook ik welgemoed moge zijn, wanneer ik vernomen heb, hoe het u gaat. 20 Want ik heb niemand die zó eens geestes (met u) is, om uw belangen getrouw te behartigen.

Paulus wist dat Timotheüs het belang van de Filippenzen met dezelfde serieuze gevoeligheid en geduldige bezorgdheid zou behartigen als Paulus het zou hebben gedaan als hij daar was geweest.

Timotheüs volgde Paulus' voorbeeld, Paulus volgde Christus' voorbeeld en Christus was één met de Vader in Zijn voorbeeld. Zo wordt een ononderbroken keten van geduld zichtbaar, beginnend met de Vader, doorgaand in Zijn afgezant, Jezus Christus, dan verder in diens afgezant, de apostel Paulus, en uiteindelijk in zijn afgezant, Timotheüs. Hoe vergaat het ons in het voortzetten van deze ononderbroken keten in onze relaties met anderen?

Arek appayim, makrothumia en hupomone

Er zijn drie woorden die in moderne bijbels meestal worden vertaald met "lankmoedigheid", "volharding" of "geduld": arek appayim in 't Hebreeuws, makrothumia en hupomone in 't Grieks. Toen het Oude Testament in het Grieks werd vertaald, gebruikten de vertalers makrothumia als vertaling van het Hebreeuwse arek appayim. Beide woorden betekenen in principe hetzelfde: traag in boos worden.

Toen het Nieuwe Testament werd geschreven gebruikten de apostelen daarnaast ook hupomone. Beide Griekse woorden betekenen in grote lijnen hetzelfde. Taalgeleerden merken echter op dat elk zijn eigen karakteristiek heeft die hen van elkaar onderscheidt. Spiros Zodhiates zegt in The Complete Word Study Dictionary of the New Testament, p. 939:

Makrothumia is geduld jegens personen, terwijl hupomone, volharding, betrekking heeft op omgaan met dingen of omstandigheden.

Er is nog meer verschil. Beide woorden hebben een positieve betekenis, maar hupomone heeft een duidelijk positievere strekking. De International Standard Bible Encyclopedia zegt op pag. 690:

Zoals makrothumia in 't bijzonder gerelateerd is aan liefde, zo is hupomone in 't bijzonder gerelateerd aan hoop.

Hetzelfde boek zegt dat het verschil tussen beide woorden het best kan worden uitgebeeld door hun tegengestelde betekenis. Het tegengestelde van hupomone is lafheid of vertwijfeling, terwijl het tegengestelde van makrothumia woede of wraak is.

Dus terwijl makrothumia iets passiever is in zijn betekenis, laat geen van beide woorden het ons toe apathisch te zijn tijdens het ondergaan van verdrukkingen. Makrothumia is iets passiever, omdat er gewoonlijk mensen bij zijn betrokken als vervolgers of instrumenten van vervolging en we dus met grotere voorzichtigheid en wijsheid dienen te reageren.

Mensen, zelfs zij die ons vervolgen, zijn geen dingen en we vertegenwoordigen onze Vader het beste als we niet haastig of onbezonnen reageren. Jezus zegt in Mattheüs 10:

Mattheüs 10:16 Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven; weest dan voorzichtig als slangen en argeloos als duiven.

Spreuken 15:1 zegt dat het zachte antwoord de grimmigheid afkeert. Jacobus schrijft:

Jacobus 3:6a Ook de tong is een vuur, zij is de wereld der ongerechtigheid; ...

Jezus liet de wraak over aan de Vader.

Paulus zegt in 1 Thessalonicenzen 5:

1 Thessalonicenzen 5:15 Ziet toe, dat niemand kwaad met kwaad vergelde, maar jaagt te allen tijde het goede na, jegens elkander en jegens allen.

Twee verkeerde Handelingen resulteren niet in één goede handeling. In geïrriteerd of boos ongeduld zeggen of doen we vaak iets dat net zo erg is, of erger, dan wat ons is aangedaan! Waar staan we dan? Heel vaak vertraagt ons geduld onze wraak niet zoals bij God het geval is.

De voor de hand liggende betekenis van Paulus' advies is dat we geen wraak moeten nemen. In Romeinen 12 herhaalt Paulus dit duidelijker:

Romeinen 12:19 Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here.

Dit voert ons op zijn beurt direct terug naar Jezus' onderwijs in Mattheüs 5:

Mattheüs 5:39-45 Maar Ik zeg u, de boze niet te weerstaan, doch wie u een slag geeft op de rechterwang, keer hem ook de andere toe; 40 en wil iemand met u rechten en uw hemd nemen, laat hem ook uw mantel; 41 en zal iemand u voor één mijl pressen, ga er twee met hem. 42 Geef hem, die van u vraagt, en wijs hem niet af, die van u lenen wil.
43 Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. 44 Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, 45 opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

De consequent volgehouden instructie is dat we ons niet verzetten tegen een slecht persoon die ons leed doet, noch verbaal, noch fysiek, noch juridisch. Jezus leert ons liever iets aan de overtreder te geven dat de situatie van zijn scherpe kanten ontdoet — dit geeft misschien zelfs een klein voorbeeld dat zijn eeuwig welzijn ten goede komt. Geduld is in dit opzicht van grote waarde.

Dit betekent in geen enkel opzicht dat we zwak zijn, alhoewel dit op het eerste gezicht zo kan overkomen. Ook betekent het niet dat we hun gedrag goedkeuren. Hoewel we hun gedrag kunnen haten en bitter kunnen lijden als het ons treft, zegt Christus ons hen te zegenen. Dit betekent dat we hun gunst of voordeel moeten schenken. We kunnen dit doen door die persoon het beste te wensen, vriendelijk over hem en tegen hem te spreken, en erop uit te zijn hem goed te doen.

Zulke situaties kunnen de moeilijkste test zijn die we ooit zullen tegenkomen. Geduldig wraak opschorten en de situatie aan Gods oordeel overlaten is onmisbaar voor de beste oplossing. Maar het hoofdpunt van Christus' onderwijs is echter niet hoe we zulke situaties moeten aanpakken, maar dat we kinderen mogen zijn van onze Vader. Door Gods manier van doen na te bootsen zullen we op Hem gelijken en een reusachtige stap voorwaarts doen in het naar Zijn beeld geschapen worden.

Geduld en de uitwerking ervan

Jacobus richt zijn brief aan: "De twaalf stammen in de verstrooiing". Aangezien deze aanhef er niet op duidt dat deze mensen een bijzondere ervaring doorstonden, is het waarschijnlijk dat Jacobus tijdloze adviezen geeft, die algemeen toepasbaar zijn en die onmisbaar zijn voor de groei in goddelijk karakter voor alle typen mensen onder alle omstandigheden. Direct aan het begin schrijft hij:

Jacobus 1:2-4 Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, 3 want gij weet, dat de beproefdheid van uw geloof volharding uitwerkt. 4 Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet.

Eerder vroeg ik: "Is geduld dan zo belangrijk?" Hoe belangrijk is het dat we groeien naar volmaaktheid en volkomenheid? Jacobus zegt heel duidelijk dat geduld van vitaal belang is om dit te bereiken. Let erop dat hij geduld niet als iets passiefs ziet. Het werkt! Het resultaat kan zijn dat een andere deugd wordt voortgebracht, of dat geduld zichzelf beschermt, want dat kan soms ook nodig zijn.

Geduld is niet alleen maar een vastbeslotenheid om pal te staan in tegenspoed, maar juist om ondanks tegenspoed voortgang te maken. Het ene schip kan een sterke wind doorstaan met een kort anker en sterke kettingen, terwijl het andere juist de zeilen hijst om de wind te benutten dichter bij zijn bestemming te komen. Jacobus wenst ons deze laatste houding toe en dat we die ook gebruiken.

Christus is hiervan een goed voorbeeld. In Lucas 9 staat:

Lucas 9:51 En het geschiedde, toen de dagen van zijn opneming in vervulling gingen, dat Hij zijn aangezicht richtte om naar Jeruzalem te reizen.

Zijn gehele leven werd overschaduwd door Zijn komende kruisiging, toch zette Hij iedere stap op Zijn pad zonder aarzeling, afwijking of tegenstand, en niets leidde Hem van Zijn pad af omdat Hij juist voor dat doel in de wereld was gekomen. Zijn vastberadenheid wankelde nooit. Hij deinsde er niet voor terug Zijn plicht uit te voeren.

Paulus zegt iets tegen de oudsten van Efeze dat hiermee overeenkomt:

Handelingen 20:24 Maar ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf, als ik slechts mijn loopbaan [Statenvertaling voegt toe: met blijdschap] mag ten einde brengen.

Paulus verkeerde voortdurend aan alle kanten in moeilijkheden, toch hielp zijn actieve volharding hem voort op ieder pad waar God hem op stuurde. Paulus schrijft in Filippenzen 3:

Filippenzen 3:14 Vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel.

Dit is het karakter van geduld. Het stelt iemand in staat vastberaden voort te ploeteren. Het kan zijn dat het niet opvallend is, maar zo iemand gaat door naar volmaaktheid. De twee getuigen zullen deze eigenschap moeten hebben. God heeft duidelijk geprofeteerd dat drieёnhalf jaar van hun leven gevuld zal zijn met grote confrontaties, vervolging en tenslotte een schandelijke, niet verdiende en openbare dood.

Lopen met geduld

Ongeacht hoe het wordt gezegd — op weg naar volmaaktheid, volkomen zijn of groeien naar de volheid van Christus — het kost allemaal veel inspanning. Misschien zijn er tijden dat we voelen "dat het ons allemaal teveel wordt", of dat Christus ons meer oplegt dan we kunnen dragen. Maar de Schrift zegt:

Hebreën 12:1-4 Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt. 2 Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods. 3 Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.
4 Gij hebt nog niet ten bloede toe weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde.

We kunnen heel veel leren over het belang van geduld door ons veranderingsproces te vergelijken met het werk dat een kunstenaar heeft om iets in marmer tot uitbeelding te brengen: schilfertje na schilfertje over een lange periode. Een kunstenaar gebruikt hamer en beitel om een vorm te maken in een ruw brok rots totdat de uiteindelijke figuur zichtbaar wordt. God werkt bijna op dezelfde manier met ons behalve dan dat wij levend ruw materiaal zijn met verstand, gevoelens en de vrijheid de Artiest wel of niet toe te staan door te gaan. Als we ongeduldig zijn, onze Schepper niet toestaan Zijn kunstwerk te voltooien door ons niet voortdurend ter beschikking van Zijn werktuigen te stellen, zullen we nooit volmaakt en volkomen worden.

Het is gemakkelijk voor ons onze lasten te overdrijven. Let eens op wat mopperen voor resultaat had voor de Israëlieten in de woestijn toen God uiteindelijk antwoordde. Willen we liever onze beproeving hebben of mopperen en ontvangen wat de Israëlieten ontvingen? We moeten eraan werken om de gewoonte tot stand te brengen om ons denken aan het leven inclusief zijn beproevingen te zien als Gods manier om goddelijk karakter in ons te scheppen.

Jacobus doet een op het eerste gezicht tegenstrijdige uitspraak in Jacobus 1:2: "We moeten het voor enkel vreugde houden als we in velerlei verzoekingen vallen." Waarom? Omdat vers 3 zegt dat dit geduld voortbrengt! We hebben geduld nodig zodat God ons naar Zijn beeld kan vormen. Zelfs God kan geen goddelijk karakter vormen op bevel. Jacobus leert ons dat we de ervaringen van het leven niet moeten afmeten naar hun vermogen aan onze ambities of smaak te voldoen, maar naar hun vermogen om ons naar Gods beeld te vormen. Als we visie hebben — en een vurig verlangen te leven als God — kunnen we onze beproevingen verwelkomen als stappen in Gods scheppingsproces en ze met geduld en hoop tegemoet treden.

Volmaaktheid in dit leven is worden wat God wil dat we worden. Wat kan beter zijn dan dat? Als we begrijpen dat ons leven in Gods hand is terwijl Hij ons vormt, dan is de betekenis — het uiteindelijke resultaat — van vreugde en verdriet hetzelfde. God heeft hetzelfde resultaat voor ogen, of Hij nu geeft of neemt. De gebeurtenissen van het leven zijn slechts de bouwsteigers in gebruik om ons naar Zijn beeld te vormen, en we zouden ze met geduld moeten tegemoet treden terwijl Hij Zijn werk voortzet. Dit zal ertoe bijdragen om de emotionele uitersten die we gewoonlijk ervaren, wat af te vlakken.

Geduld en het alledaagse leven

Spreuken en Prediker spreken ook over geduld, alhoewel meer vanuit een alledaags standpunt. Desalniettemin laat Salomo zien dat het een erg waardevolle eigenschap is, die ons succes oplevert in onze inspanningen en gunst in andermans oog. We moeten de waarde van geduld niet bagatelliseren binnen dit meer alledaagse perspectief, omdat het ook duidelijke, overlappende geestelijke waarde heeft.

Salomo's benadering is niet met God in gedachten als ons voorbeeld, maar dat geduld verstandig is om met anderen en gebeurtenissen om te gaan. Bijvoorbeeld:

Prediker 7:8 Het einde ener zaak is beter dan haar begin; beter een lankmoedige dan een hoogmoedige.

Het is interessant te zien dat Salomo ongeduld koppelt aan trots. Hij observeert dat de ongeduldige op trotse wijze iets aanpakt voordat een conclusie is bereikt, terwijl de geduldige iets doordenkt tot aan het einde en dan wordt beloond. Past dit principe ook niet op het werken van God met ons?

Spreuken 14:29 brengt dezelfde gedachte tot uitdrukking:

Spreuken 14:29 De lankmoedige is groot van verstand, maar wie kortaangebonden is, hoopt dwaasheid op.

Geduld groeit uit een combinatie van geloof, hoop, liefde en zelfbeheersing. Zoals deze twee Spreuken en nog vele andere laten zien, dienen we geduld te ontwikkelen omdat het begrip tot uiting brengt en omdat het wijs is. Wijsheid brengt succes voort, en succes hebben in het verheerlijken van God is de kern van het leven.

De bron van geduld

Het is niet moeilijk om de bron van bijbels geduld in Gods kinderen op te sporen. Paulus zegt in 1 Corinthiёrs 13:

1 Corinthiёrs 13:4a De liefde is lankmoedig [geduldig], de liefde is goedertieren, ...

Zoals hierboven is opgemerkt, wordt geduld direct geassocieerd met liefde en hoop. Hier in het "hoofdstuk van de liefde" somt Paulus geduld op als eerste onder het resultaat van liefde. In Romeinen 5 voegt hij hieraan toe:

Romeinen 5:5 De hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest.

Dit maakt het overduidelijk dat Gods geduld achter het geduld van Zijn kinderen staat als bron en patroon en als schakel in een keten. Omdat de bijbel het opsomt als vrucht van de Geest, is het minder een verworven deugd dan een ontvangen gave. We krijgen het als onderdeel van de gave van de Heilige Geest en daarna vermeerderen we het.

Daar we echter wezens zijn met een vrije keus, zijn we het aan God verschuldigd om het in actie te brengen, het toe te passen en het te gebruiken als een getuigenis dat God in ons leeft. Met dit voor ogen schrijft Paulus:

Colossenzen 3:12-13 Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. 13 Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo.

"Aandoen" is letterlijk een kleedterm. Als idioom gebruikt kan het ook betekenen de functie, manier, karakter, neiging of zienswijze van een ander overnemen. We moeten Christus "aandoen", dit betekent dat we ons leven zo veel als mogelijk is, moeten leiden op de manier waarop Christus dit zou doen als Hij in onze schoenen stond. We moeten Zijn manier van leven toepassen, omdat dit eeuwig leven is — de manier waarop God Zijn leven leidt. Dit zal ons helpen ons voor te bereiden op Zijn Koninkrijk en het stelt ons in staat Hem hier en nu te verheerlijken.

Geduld is van vitaal belang in het proces dat God in staat stelt, zonodig gedurende langere tijd, te werken aan het in ons tot stand brengen van andere belangrijke aspecten van Zijn beeld, zodat we "volmaakt zullen zijn en in niets tekort zullen schieten". God is de Bron en Zijn Geest het middel van deze zeer waardevolle vrucht.

© 1998 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)