De vrucht van de Geest:
Trouw

Door John W. Ritenbaugh
Forerunner, "Persoonlijk," september-october 1998

Als er enig woord is dat de essentie van het karakter van de mens in deze eindtijd beschrijft, is het wel "trouweloosheid". De mens is in het algemeen ontrouw aan elke standaard die als werkelijk goddelijk kan worden beschouwd. In 2 Timotheüs 3 beschrijft de apostel Paulus het karakter van de mens in deze eindtijd:

2 Timotheüs 3:1-5 Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen: 2 want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, 3 liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, 4 verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God, 5 die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook dezen op een afstand.

Paulus somt negentien karakteristieken op, met "zelfzuchtig" en "met meer liefde voor genot dan voor God" als twee 'boekensteunen' waartussen de andere staan. Hoe kan iemand trouw zijn aan God als hij zichzelf meer liefheeft dan God? Hoe kan iemand trouw zijn aan God als zijn eigen bevrediging zwaarder telt dan het behagen van God? Hoe kan iemand trouw zijn als hij een koppige, arrogante lasteraar is en een verrader, ongehoorzaam aan zijn ouders, hebzuchtig, liefdeloos en zonder zelfbeheersing?

Als met iemand de doop wordt doorgenomen, wijzen de dienaren hem bijna altijd op Lucas 14:26, waar Jezus op duidelijk wijze zegt:

Lucas 14:26 Indien iemand tot Mij komt, en niet haat [minder liefheeft] zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn.

Trouw draait om wat wij belangrijk vinden samengaand met een zich vrijwillig daartoe verplichten. De mens heeft een sterke neiging trouw te zijn aan dat wat hij echt belangrijk vindt, of het nu de naam van de familie is, de echtgenoot, vriendschap, werkgever, school, atletiek team of andere dingen zoals bijvoorbeeld een bepaald automerk.

Deze neiging was in het geding toen de discipelen na Jezus' dood en opstanding besloten Petrus te volgen en weer te gaan vissen. In Johannes 21:15-17 vraagt Jezus Petrus drie maal nadrukkelijk of hij Hem "meer liefheeft dan dezen", refererende naar ofwel zijn mede-discipelen ofwel zijn benodigdheden voor het vissen. De conclusie is onontkoombaar: Jezus wilde dat Petrus Hem belangrijker achtte dan al het andere op aarde. Gelet op Petrus' belangrijke verantwoordelijkheid kon hij niet trouw zijn aan Jezus zonder de meest verknochte toewijding aan Hem als het allerbelangrijkste in zijn leven.

De bedoeling is ons duidelijk. We moeten Christus boven alles liefhebben, of we hebben Hem maar een beetje lief als we het al doen. Als we niet bereid zijn alle aardse bezittingen op te geven, alle aardse vrienden los te laten en Hem boven alles te gehoorzamen — inclusief boven onze eigen vleselijke verlangens — Hem trouw te zijn, is onze band met Hem maar heel fragiel. Is zo'n veronderstelling overdreven? Vereist het huwelijk niet een zelfde trouw van elke partner? Het is geen wonder dat er bij gebrek daaraan zoveel overspel en echtscheiding is.

Vasthouden aan Gods weg is moeilijk temidden van de aantrekkelijke dingen die de wereld biedt en onze tijd en aandacht vragen. Deze wereld is aantrekkelijk voor de menselijke natuur en vraagt ons onze energie te steken in het voldoen aan eigen genoegens. Jezus waarschuwt allen die hun kruis opnemen, dat de weg moeilijk en eng is en een grote mate aan visie en discipline vereist om trouw te zijn aan Zijn doel. Sommigen hebben de weg volledig afgelegd. Zij die God en Zijn weg het belangrijkst vonden in hun leven, wachten op ons die de weg nu gaan. Zullen wij trouw zijn evenals zij?

Wat betekent het?

"Trouw" komt in het Nieuwe Testament van de King James Version (KJV) niet voor. In de Statenvertaling maar één keer en wel in Titus 2:10. Echter het begrip komt zeker in het Grieks voor. In de opsomming van de vrucht van de Geest in Galaten 5:22 geeft iedere moderne vertaling het woord dat de Statenvertaling vertaalt met "geloof" weer als "trouw". In zijn commentaar op Galaten schrijft William Barclay:

Dit woord (pistis) is in het normale Grieks gebruikelijk voor betrouwbaarheid. Het is de karakteristiek van de man waar je op aan kunt. (p. 51)

Spiros Zodhiates stelt dat het betekent: "goede bedoeling", "trouw", "oprechtheid"; "trouw of oprecht zijn" en "elke goede trouw" (Complete Word Study Dictionary of the New Testament, p. 1162). Het Hebreeuwse woord dat met "trouw" wordt weergegeven is emunah, waarvan Strong zegt dat het letterlijk betekent "volharding" en figuurlijk "zekerheid" en in moreel opzicht "trouw".

Het Nederlandse gebruik van "trouw" leert ons veel praktische dingen. Er kan een groot aantal synoniemen aan gekoppeld worden, die begrip geven van speciale toepassingen. Websters New World Dictionary definieert trouw als "loyaliteit handhaven; voortdurend; loyaal, door een sterk plichtsgevoel gekenmerkt worden of dit tonen; gewetensvol; nauwkeurig; betrouwbaar; precies."

Dit woordenboek vergelijkt "trouw" daarna met zijn synoniemen:

Trouw impliceert een vaste toewijding aan iets of iemand, waaraan men is verbonden zoals door een eed of verplichting; loyaal impliceert onafgebroken trouw aan iemand, een zaak, een instelling, enzovoort, die men (naar eigen opvatting) moreel verplicht is te ondersteunen of te verdedigen; voortdurend suggereert afwezigheid van grilligheid in toewijding of loyaliteit; hecht impliceert zo'n sterke vereenzelviging met iemands principes of doeleinden dat men op geen enkele wijze daarvan kan worden afgebracht; resoluut benadrukt onwankelbare vastbeslotenheid, vaak in het blijven vasthouden aan persoonlijke doelstellingen.

Andere synoniemen zijn: verbonden, standvastig, toegewijd, betrouwbaar, nauwkeurig, waarachtig, gewetensvol, plichtsgetrouw, zorgvuldig, angstvallig en grondig.

Trouweloos betekent: niet geloofwaardig zijn, oneerlijk, niet loyaal, onbetrouwbaar. De synoniemen daarvan zijn o.a. twijfelachtig, verraderlijk en gewetenloos.

Ontrouw in de eindtijd

De apostel Paulus schrijft dat "slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen; zij verleiden en worden verleid" (2 Timotheüs 3:13). De mens vandaag is niet anders dan in de tijd dat Mozes de Pentateuch schreef of Paulus zijn brieven, maar de gelegenheid tot zondigen, de stimulans daartoe en daardoor de frequentie van zondigen en de intensiteit ervan zijn nog nooit zo groot geweest sinds vlak voor de zondvloed. Met andere woorden de acceptatie van zondigen wordt steeds groter en de menselijke natuur doet er zijn voordeel mee. We zijn geboren in een maatschappij — en hebben daar onbewust aan bijgedragen — waarin het steeds moeilijker wordt om trouw te blijven.

We leven in een wereld waarin de zelfgerichtheid wordt bevorderd op een manier als in de menselijke geschiedenis niet eerder is voorgekomen. Verleidelijke advertenties versterken de neiging tot het voldoen aan eigen verlangens: Waarom wachten, waarom jezelf iets ontzeggen, waarom je enige zelfopoffering te getroosten, waarom niet meegaan met alle anderen? We horen voortdurend: "Geniet van het leven, want je hebt er recht op."

Deze wereld doet altijd een beroep op morele en ethische standaards die lager zijn dan die van de grote God en Zijn manier van leven. In films "verkoopt" Hollywood met opzwepende muziek overspel en echtbreuk als aanvaardbaar zolang het stel in kwestie aantrekkelijk is en in enige mate onder druk staat — dus een "betere" relatie "verdient".

Oorlog, moord, liegen, stelen, begeren, het overtreden van de sabbat en afgoderij zijn Handelingen die bijna iedereen ter wereld als verkeerd beschouwt, toch worden ze door de meesten in onze cultuur tot op zekere hoogte onbewust begaan en gepropageerd. Ze rechtvaardigen hun zonde omdat iedereen het doet, en ze zien geen goede reden waarom ze niet gewoon mee zouden doen. Als ze tegen de stroom inzwemmen, denken ze dat anderen van hen zullen profiteren.

Nog niet zo lang geleden was iemands woord een verbintenis, een handdruk bezegelde grote zakelijke overeenkomsten. Verhalen over de eerlijkheid van Abraham Lincoln, zelfs tot op het niveau van een stuiver, zijn een legendarisch deel van de Amerikaanse nationale geschiedenis. Geschiedkundigen zeggen dat trouw zo'n kenmerk was van de Romeinse Republiek dat er in de eerste zevenhonderd jaar niet één echtscheiding plaatsvond! Maar in de laatste 50 jaar heeft deze natie [de Verenigde Staten] een rampzalige toename gezien in het aantal echtscheidingen, waardoor gezinnen uiteenvallen en zelfs de stabiliteit van de maatschappij in gevaar komt.

Ontrouw speelt hier een grote rol in. De mens is zonder natuurlijke liefde en een verrader van zijn huwelijksverbond. Kindermishandeling komt steeds vaker voor. Atleten schijnen hun contracten bijna zonder nadenken te verbreken. Producenten liegen over de kwaliteit van hun producten en werknemers proberen het leveren van een kwalitatief goede arbeidsprestatie te ontlopen.

Ontrouw stijgt tot aan een nooit eerder vertoond niveau omdat zelfgerichtheid, de vader van onverantwoordelijkheid, tot het uiterste wordt aangeprezen. Het is de geest van deze tijd, maar we doen er goed aan deze te weerstaan vanwege wat God ons in Zijn Openbaring heeft aangeboden. Godgerichtheid in ons leven is het antwoord op ontrouw en onverantwoordelijkheid. Maar Godgerichtheid is niet goedkoop en weinigen zijn er die de prijs (hun leven) willen betalen!

Een overzicht van Gods trouw

Zoals met elke vrucht van de Geest is God Zelf het model dat we moeten bestuderen als voorbeeld van trouw om ons te bemoedigen Hem te vertrouwen en na te bootsen. Gods trouw is een bekende term voor hen die religieus denken, maar de diepte ervan en de omvang zijn waarschijnlijk niet zo bekend. Gods trouw was een favoriet onderwerp van Paulus. Hij schrijft erover in zijn eerste brief (1 Thessalonicenzen) en ook in wat vermoedelijk zijn laatste was (2 Timotheüs). Paulus heeft het ervaren in vele, vele gevaren en inspanningen; hij kwam aan het eind van zijn leven tot de slotsom dat God hem nooit in de steek had gelaten.

Andere schrijvers van het Nieuwe Testament schrijven evenveel over dit onderwerp. Petrus schrijft:

1 Petrus 4:19 Laten derhalve ook zij, die naar de wil van God lijden, hun zielen aan de getrouwe Schepper overgeven, steeds het goede doende.

"Overgeven" is het woord dat de Grieken gebruiken om een geldbedrag toe te vertrouwen aan een vertrouwde vriend zoals wij dat doen bij een bank. Christus gaf Zijn gehele leven tot aan de dood toe over aan God; wij moeten zijn voetstappen volgen (1 Petrus 2:21). Paulus drukt zich op gelijksoortige wijze uit in 2 Timotheüs 1

2 Timotheüs 1:12 Om die reden draag ik ook dit lijden en ik schaam mij daarvoor niet, want ik weet, op wie ik mijn vertrouwen heb gevestigd, en ik ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is, hetgeen Hij mij toevertrouwd heeft, te bewaren tot die dag.

Paulus voegt er in 2 Timotheüs 2 nog aan toe:

2 Timotheüs 2:13 indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet.

Als we over elkaar spreken als zijnde trouw, bedoelen we dat we ons woord houden, dat we geloofwaardig blijven voor onze medemens en dat we de verplichtingen van onze positie nakomen. Daarom zijn we betrouwbaar. In dezelfde zin denken en spreken we over Gods trouw.

Gewoonlijk is het eerste dat in ons denken opkomt als God trouw wordt genoemd, dat Hij Zijn beloften houdt. Dit is uiteraard inbegrepen in het concept van Gods trouw, maar het is interessant dat het maar twee keer voorkomt in het Nieuwe Testament. In Hebreeёn 10 spoort Paulus aan:

Hebreeën 10:23 Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouw.

Later schrijft hij dat Sara "Hem, die het beloofd had, betrouwbaar achtte (Hebreeёn 11:11).

Paulus gedachte in 2 Timotheüs 2:13 gaat zelfs veel verder. Dit vers zegt ons dat we Hem tot de dood toe kunnen vertrouwen, omdat "Hij Zichzelf niet kan verloochenen". Gods natuur en karakter houden een plechtige verplichting in dat Hij Zijn eigen wet is, dat Hij is gebonden door wat Hij is en dat Hij zelfs niet in de geringste mate in strijd kan zijn met wat Hij op consequente wijze is. Geen wonder dat Jacobus uitroept:

Jacobus 1:17 Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer.

Als God moet Hij trouw zijn aan het karakter van goedheid en wijsheid dat Zijn naam tot uiting brengt.

In ons daarentegen is er een oorlog gaande. Tegenstrijdige impulsen en gedachten overspoelen ons denken.

Galaten 5:17a Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees.

We verliezen die strijd vaak, omdat de goddelijke natuur ons denken niet geheel doortrekt. We reageren de ene keer zus, de andere keer zo en we schieten zelfs in eigen oog vaak tekort.

Niemand is altijd zichzelf, maar God wel! Met God is het zoals de apostel Johannes zegt:

1 Johannes 1:5b ... God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.

Er is niets in God dat Zijn trouw kan verhinderen om Zijn Woord of Zijn Handelingen uit het verleden verder uit te voeren. Onze roeping in Christus is een van die Handelingen uit het verleden. Dat betekent dat wat God in ons is begonnen, ook door Hem zal worden voltooid, tot aan het einde behoud wordt verkregen (Filippenzen 1:6). Als we sterven, zal Hij ons hebben voorbereid op een taak in het Koninkrijk van Zijn gezin.

Gods trouw en heiliging

1 Thessalonicenzen 5 bevat een gebed van Paulus waarin hij een stoutmoedig verzoek doet ten behoeve van die gemeente. Het bevat veel bemoediging voor ons:

1 Thessalonicenzen 5:23-24 En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te blijven. 24 Die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen.

Paulus bidt om hun volledige heiliging en bewaring in die heiliging tot hun dood, of totdat God Zijn handelen voor de kerk bij de wederkomst van Christus beëindigt.

Heiliging is dat deel van behoud dat betrekking heeft op onze voortdurende groei in genade en kennis van Jezus Christus — of om het op een andere manier te zeggen, tot de mate van volheid van Christus — of op nog een andere manier, naar Gods beeld. God is trouw in het uitvoeren van Zijn deel in het opbouwen van christelijk karakter. Gods trouw garandeert de voortgaande vervolmaking van het leven van een christen. God is niet zoals de mens die aan een project begint, zijn interesse verliest, in moeilijkheden komt, het te moeilijk vindt om door te gaan, of ongeduldig wordt en ermee ophoudt. Hij begint niet ergens aan om er dan genoeg van te krijgen en aan iets anders te beginnen. Hij begint niet om het bij gebrek aan middelen om het af te maken maar op te geven. De mens doet dit, maar God stopt nooit voordat Hij gereed is. Hij is niet gereed voordat Hij tevreden is over het resultaat.

Jezus vermeldt de spot van mensen als die zien dat iemand begint te bouwen, maar er niet in slaagt het te voltooien (Lucas 14:29-30). Maar de Schriften zeggen van God werkend door een mens:

Zacharia 4:9 De handen van Zerubbabel hebben dit huis gegrondvest, zijn handen zullen het ook voltooien, en gij zult weten, dat de HERE der heerscharen mij tot u gezonden heeft.

Er zijn geen halfvoltooide mislukkingen in Gods werkplaats. Alles wat wij moeten doen is alleen maar doorgaan om ons aan Hem over te geven. Als we dat doen, zal het reinigen, vormen en vervolmaken van de heiligen waaraan de geduldige en volhardende Meesterartist en -vakman is begonnen, ook worden voltooid.

Gods trouw en beproevingen

Met dit begrip van Gods trouw kunnen we dit principe toepassen op andere gebieden van het christelijke leven die van praktisch en dagelijks belang zijn. We kunnen hierdoor verzekerd zijn dat Hij op een geduldige, genadige, gulle en toch volhardende manier met ons zal handelen.

Al in het begin van de bijbel komt een sprekend voorbeeld voor van Gods trouw die hielp om hen die beproevingen ondergingen te vervolmaken:

Genesis 8:1 Toen gedacht God Noach en al het wild gedierte en al het vee, dat met hem in de ark was, en God deed een wind over de aarde strijken, zodat de wateren daalden.

Het is goed om er ook aan te denken dat Gods trouw evenzeer betrekking heeft op het dierlijk leven als op het menselijk leven. Hij houdt alles in stand door het Woord van Zijn kracht (Hebreeёn 1:3). Hij schept niet alleen maar om daarna uit beeld te verdwijnen om de schepping aan zichzelf over te laten. Zijn verplichting jegens al het leven en de zorg ervoor en het in stand houden ervan gaat onverminderd door.

Alhoewel de woorden van dit vers weinig zijn en eenvoudig, ligt er een wereld van betekenis in voor hen die zich verloren voelen in de diepten van een almaar voortgaande beproeving. God heeft ons niet uit het oog verloren. Noach, zijn gezin en de dieren zaten in feite maandenlang gevangen in de ark die alleen ronddobberde op een eindeloze zee. Er was niets dat de horizon brak. Noach zou gemakkelijk hebben kunnen denken dat God hem had vergeten. Alhoewel hij zich in herinnering kon brengen dat God hem bescherming had beloofd, kon hij denken: Waar is God nu, nu de grauwe dagen en donkere nachten langzaam voorbij gingen, en waar hij ook maar keek, hij alleen maar lege watervlakten zag en een lucht die geen hoop scheen te bieden?

Hebben wij ons ooit in een situatie bevonden waarin we ogenschijnlijk waren losgeslagen van onze ankers, voortgestuwd in een zee van problemen waarin — voorzover we het konden zien — God niet langer aanwezig was? Zijn we ooit aan een ogenschijnlijk groot avontuur begonnen om alleen maar terecht te komen in een stortvloed van zorgen, eenzaamheid, vertwijfeling en teleurstelling, die uit schenen te lopen op wanhoop? Misschien voelden we ons net zoals Asaf in Psalm 77:

Psalm 77:5, 9 Gij houdt mijn ogen open, ik ben onrustig en kan niet spreken. ... 9 Neemt zijn goedertierenheid voor immer een einde, houdt de belofte op van geslacht tot geslacht?

God verloor Noach echter niet uit het oog en Hij zal ons niet uit het oog verliezen! De geschiedenis van de zondvloed eindigt niet in hopeloosheid. De zondvloed kwam ten einde. Bergtoppen verschenen en de ark kwam aan land. Nu hun fysieke leven zeker was, hervatten Noach en zijn gezin hun leven op een aarde die weer tot leven was gebracht en gereinigd van de zonden.

Het kan zijn dat we nooit een beproeving van deze grootte zullen meemaken, maar Gods trouw belooft een andere grote zekerheid. Die garandeert dat al onze beproevingen in overeenstemming zullen zijn met onze kracht. God belooft door Paulus in 1 Corinthiёrs 10:

1 Corinthiërs 10:13 Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt.

David schrijft in Psalm 103:

Psalm 103:13-14 Gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt Zich de HERE over wie Hem vrezen. 14 Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig, dat wij stof zijn.

God zal ons nooit iets opleggen dat boven onze macht om te overwinnen uitgaat. Hij weet hoeveel druk we kunnen doorstaan. Geven leraren universitaire taken aan basisscholieren en verwachten ze ook nog dat die goed worden uitgevoerd? De mens let er op een vrachtwagen, een paard, een muilezel, of een os niet te zwaar te beladen. Zal God ook maar iets minder barmhartig en trouw zijn jegens ons, Zijn kinderen, die Hij naar Zijn beeld schept? Hij is heel goed op de hoogte van Zijn verplichting aan het werk van Zijn eigen handen om in al onze behoeften te voorzien en de lasten te vormen die nodig zijn om ons voor te bereiden op Zijn Koninkrijk.

Gods trouw en vergeving

Eerder zagen we dat één van Gods Handelingen uit het verleden was om ons in Christus te roepen. Paulus bevestigt in 1 Corinthiёrs 1 deze handeling als een handeling van Gods trouw:

1 Corinthiërs 1:9 God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here.

Onze roeping zou slechts een zinloze uitnodiging zijn als God niet trouw was om ons onze zonden te vergeven. Zonder vergeving en reiniging hebben we geen toegang tot Hem, en dus kan er ook geen relatie met Hem tot stand en tot bloei komen. Paulus schrijft in Romeinen 5:

Romeinen 5:1-2 Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus, 2 door wie wij ook de toegang hebben verkregen (in het geloof) tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de heerlijkheid Gods.

We kunnen met reden zeggen dat deze uitdrukking van Gods trouw de kern is waar alles om draait in Zijn gehele doel met de mens. God roept en daarna leidt Hij ons door Zijn goedheid tot bekering (Romeinen 2:4). 1 Johannes 1 voegt daar aan toe:

1 Johannes 1:9 Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.

Daar Christus is gekomen en gestorven opdat wij vergeving mochten ontvangen en gereinigd worden, is Gods trouw een deel van Zijn genade. Hij zou niet trouw zijn aan Zijn beloften, Zijn Handelingen uit het verleden in Christus' werk, of Zijn roeping die in onze oren heeft geklonken, tenzij — als we gehoorzamen en onze zonden belijden — Hij ons zou toestaan binnen te treden in de volledige genade van zijn vergeving. Met andere woorden onze vergeving en reiniging, het ontvangen van gunst van Hem, is een product van Zijn trouw.

Gods trouw op deze gebieden heeft verreikende, praktische consequenties voor ons. Dat God trouw is betekent dat Zijn karakter onveranderlijk is. De onveranderlijke structuur van het universum bestaat in zowel rechtvaardigheid als vergeving. God handelt nooit in tegenspraak met Zichzelf, en in alle ervaringen mogen we op Hem vertrouwen dat Hij onveranderlijk rechtvaardig en vergevensgezind is jegens ons. Omdat Hij trouw is, kan Hij het centrale en meest belangrijke onderwerp zijn van ons geloof. Kunnen wij een god vertrouwen als we er nooit zeker van kunnen zijn wat hij zal doen?

Wat is onze verantwoordelijkheid?

Er is nog een bijbelse term die een direct verband heeft met Gods trouw: verlossing. David zegt in Psalm 31 het volgende:

Psalm 31:6 In uw hand beveel ik mijn geest; Gij verlost mij, HERE, getrouwe God.

Krijgen wij verlossing aangeboden zonder kosten of verplichtingen van onze kant? Is er niets dat wij moeten doen om te bewijzen dat we verlost zijn? God Zelf beantwoordt deze vraag vele malen: In Deuteronomium 26 staat slechts één van de antwoorden:

Deuteronomium 26:16-19 Heden beveelt u de Here, uw God, deze inzettingen en verordeningen na te komen; onderhoud ze dan naarstig met geheel uw hart en geheel uw ziel. 17 Gij hebt heden van de HERE het woord aanvaard, dat Hij u tot een God zal zijn, en dat gij in zijn wegen wandelen moet, zijn inzettingen, geboden en verordeningen onderhouden en naar zijn stem luisteren. 18 En de HERE heeft heden van u het woord aanvaard, dat gij zijn eigen volk zult zijn, zoals Hij u gezegd heeft, en dat gij al zijn geboden zult onderhouden — 19 dan zal Hij u verheffen tot een lof, een naam en een sieraad, boven alle volken die Hij geschapen heeft en dan zult gij een volk zijn, geheiligd aan de HERE, uw God, zoals Hij gezegd heeft.

Israël was verlost uit Egypte, sloot een verbond met God en was op de hoogte gesteld van zijn verantwoordelijkheden. God maakt het erg duidelijk dat de relatie tussen Hem en de mens tweezijdig is. Op ons rust de plicht van een volledige toewijding en bereidheid tot gehoorzamen. Wij zijn geroepen tot trouw aan Hem en aan elkaar; dit dient in ons leven zichtbaar te zijn door het houden van Zijn geboden. God van Zijn kant geeft ons toegang tot Hem, waardoor Hij ons grote zegeningen geeft door Zijn Geest; op deze wijze stelt Hij ons in staat trouw te zijn.

Israël mislukte jammerlijk en was op allerlei manieren schuldig aan ontrouw. Zo groot was hun ontrouw dat God de relatie beëindigde (scheiding!). Waarschijnlijk wordt Israëls ontrouw nergens zo duidelijk onder woorden gebracht als in Hos. 2:

Hosea 2:1-4 Klaagt uw moeder aan, klaagt haar aan, want zij is mijn vrouw niet, en Ik ben haar man niet. Laat zij haar ontucht van haar gelaat verwijderen en haar overspel van haar boezem, 2 anders zal Ik haar naakt uitkleden en haar laten staan als ten dage toen zij geboren werd, haar maken als een woestijn, haar doen worden als een dor land, en haar doen sterven van dorst; 3 en over haar kinderen zal Ik Mij niet ontfermen, omdat zij uit ontucht geboren zijn. 4 Want hun moeder heeft ontucht bedreven; zij, die van hen zwanger geweest is heeft schandelijk gehandeld. Want zij zeide: Ik wil achter mijn minnaars aan gaan, die mij mijn brood en water, mijn wol en vlas, mijn olie en drank geven.

God roept de kerk op te slagen, daar waar Israël faalde. Toch is momenteel de kerk van God ernstig verdeeld en zo erg versplinterd dat je bijna kunt zeggen dat ze verbrijzeld is. Dit komt zeer zeker voort uit de ontrouwe houding en het ontrouwe gedrag die zich in de laatste vijfentwintig jaar van het bestaan van de kerk voordeden. Leviticus 26:33 toont duidelijk dat het uit elkaar vallen voortkomt uit ontrouw die zich uit in het overtreden van de geboden, en het uit de mond uitspuwen (een andere metafoor voor versplintering) is het bewijs van een houding die niet getrouw en stabiel is. We zijn niet trouw gebleven aan de verantwoordelijkheden die met ons verbond samenhingen!

Jezus zegt heel duidelijk in Mattheüs 25:1-13 dat in de tijd die onmiddellijk aan Zijn komst in alle macht en heerlijkheid van God voorafgaat, Zijn kerk in slaap zal zijn gevallen en op ontrouwe manier toestaat dat de olie dreigt op te raken. Is dat de houding van de trouwe dienstknechten van de geheimenissen van God? We zijn daar allemaal schuldig aan, omdat zoals de gelijkenis aantoont alle tien maagden in slaap vielen. Maar evenals alle tien in slaap vielen, is het ook mogelijk dat alle tien zich bekeren.

Welke houding of welke kwaliteiten in ons moeten beantwoorden aan de trouw van God? Paulus schrijft in Hebreeёn 10:

Hebreeёn 10:23 Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouw.

Vasthouden is de eerste aanduiding van trouw, maar ons begrip neemt toe als we weten dat het woord dat met "trouw" is vertaald, in Galaten 5:22 ook als betekenis heeft "betrouwbaar", of "waarachtig", duidend op een volledig overtuigd zijn van de waarheid dat God loyaal is en dat je op Hem kunt bouwen. Geloof in God beantwoordt aan Gods trouw. Zoals met twee stemvorken van dezelfde toonhoogte, als de één wordt aangeslagen gaat de ander mee resoneren. Gods trouw moet in ons geloof oproepen, zodat we kunnen antwoorden met een zich onderwerpende gehoorzaamheid. Als Hij het waard is vertrouwd te worden, moeten we Hem vertrouwen.

Daar God trouw is, is het onze verantwoordelijkheid Hem na te bootsen in getrouwheid door ons leven te wijden aan goeddoen. In 2 Corinthiёrs 1 laat Paulus in een voorbeeld uit zijn eigen leven zien wat dit betekent:

2 Corinthiërs 1:17-19 Heb ik dan door mij dit voor te nemen in lichtvaardigheid gehandeld? Of, indien ik plannen maak, doe ik dit dan naar het vlees, zodat het bij mij tegelijk is: ja ja, en neen neen? 18 Bij de trouw van God: ons spreken tot u is niet: ja en neen! 19 Immers, de Zoon van God, Christus Jezus, die in uw midden verkondigd is door ons, door mij, door Silvanus en door Timoteüs, was niet: ja en neen, maar in Hem was het: Ja.

Spreekt God zonder te handelen? Zelfs Bileam begreep dat als Gods woord uitgaat, het bereikt waartoe Hij het uitzond. Er is wat dit betreft geen onduidelijkheid. Gods beloften staan vast. Hij bedriegt nooit en er is geen tegenstrijdigheid of veranderlijkheid in Hem. Hij is altijd waar. Jezus noemde Zichzelf "de waarheid" (Johannes 14:6) en in Openbaring 3:14 is Zijn titel "de getrouwe en waarachtige getuige".

Op overeenkomstige manier zegt Paulus dat de verkondiging van hem, Silvanus en Timotheüs, hun prediking over God, ook getrouw was, geen bedriegerij, niet overdreven en niet gekleurd. Zij wijzigden de waarheid niet, ook gaven ze op geen enkele manier een eigen interpretatie. Jezus zegt dat Hij in de wereld kwam om een getuigenis uit te dragen aangaande de waarheid (Johannes 18:37). Paulus voelde zich onder een goddelijke verplichting hetzelfde te doen en in alle opzichten een volkomen waarachtig karakter in stand te houden. Misschien is onze grootste plicht op aarde wel om de trouw van onze Verlosser na te bootsen. Het past iemand niet, die beweert op de trouwe God te vertrouwen, zelf in woord of daad onbetrouwbaar te zijn.

Dit is een heel grote opgave voor ons om na te streven, maar we moeten het proberen, ook al weten we dat we daardoor niet gered zullen worden. Misschien omdat we weten dat we niet worden gered op basis van onze werken, is er een subtiele neiging om niet zo zorgvuldig te zijn als zou moeten. Paulus wijst ons ook in dit opzicht de weg:

Filippenzen 3:12-14 Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook door Christus Jezus gegrepen ben. 13 Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, 14 maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.

Jezus zegt in Zijn profetie over de kerk in de eindtijd:

Mattheüs 24:45-47 Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf, die de heer over zijn dienstvolk gesteld heeft om hun op tijd hun voedsel te geven? 46 Zalig die slaaf, die zijn heer bij zijn komst zó bezig zal vinden. 47 Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem over al zijn bezit zal stellen.

De context in beschouwing nemend zegt deze instructie ons dat de trouwe christen gereed zal zijn voor de wederkomst van Christus. Hij zal altijd waakzaam zijn met het oog op de tijden waarin hij leeft, en hij zal zijn leven daarnaar richten en zich daarbij iedere inspanning getroosten om trouw te worden bevonden. Vers 47 belooft dat God de getrouwe dienstknecht voor die inspanningen zal belonen.

Omdat God trouw is, wordt ons de kracht beloofd ook trouw te zijn. Hebreeёn 4 verzekert ons:

Hebreeën 4:16 Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.

Vergeving, toegang tot Zijn troon, de beloften van Zijn Geest en dat geen beproeving zwaarder zal zijn dan we aankunnen — gecombineerd met Zijn uitspraak dat Hij in ons zowel het willen als het doen uitwerkt — verzekeren ons ervan dat deze vrucht van de Geest in ons kan worden voortgebracht als we ons opstellen als trouwe dienstknechten.

© 1998 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)