De vrucht van de Geest:
Zelfbeheersing

Door John W. Ritenbaugh
Forerunner, "Persoonlijk," december 1998

Hebt u er ooit over geklaagd dat de gebeurtenissen in de wereld uit de hand dreigen te lopen? Deels door de snelheid van transport en communicatie schijnen gebeurtenissen zo snel plaats te vinden dat ze over elkaar heen buitelen. Onze gedachten worden in hevige mate meegesleept, niet in staat één gebeurtenis af te ronden voordat de volgende reeds om onze aandacht vraagt. Een aantal jaren geleden, toen de grote wereldmachten op een nucleair treffen dreigden af te stevenen, hoorden we vaak de uitspraak: "Laat de wereld stoppen, ik wil eraf!" Vandaag de dag zijn diverse grote naties getroffen door grote economische crises en deze schijnen als gigantische vloedgolven de gehele Westerse wereld te overspoelen, een wereld die niet in staat schijnt te zijn die onverbiddelijke vloedgolven onder controle te krijgen.

De gebeurtenissen lopen niet werkelijk uit de hand omdat God nog steeds op Zijn troon zit. De apostel Paulus leert ons in Handelingen 17:

Handelingen 17:26 Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte der aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en de grenzen van hun woonplaatsen bepaald.

Job stemt daarmee overeen:

Job 12:23-25 Hij maakt de volkeren groot en richt hen te gronde, breidt volkeren uit en voert hen weg. 24 Hij beneemt de hoofden van het volk des lands het verstand, en doet hen ronddwalen in ongebaande wildernis. 25 Zij tasten rond in lichtloze duisternis, en Hij doet hen dwalen als een beschonkene.

Laat een dronken man zien dat hij de zaak goed in de hand heeft? Nee, maar in dit voorbeeld is God bezig om gebeurtenissen te beïnvloeden en de mens is machteloos, alhoewel hij probeert Gods plannen te verijdelen (zie Psalm 2).

Wij zijn bevoorrecht nu te leven, in een tijd waarin God de basis legt voor toekomstige gebeurtenissen die van essentieel belang zijn voor het bereiken van Gods doel, welke het vermogen van de volken om ze onder controle te houden verre te boven gaat. Het staat buiten elke twijfel dat God er diepgaand bij betrokken is. Zijn heerschappij reikt over de gehele schepping, maar voor de huidige tijd heeft Hij Satan en zijn demonen aangesteld, de heersers en machten van deze eeuw, om over de aarde te regeren (Efeziёrs 6:12).

Bij het naderbij komen van Christus' wederkomst heeft Satan manieren van leven ontworpen die doortrokken zijn van haast, gekruid met een gecompliceerde verzameling van zinnenprikkelend vermaak, mode en snufjes, en vervuld van een verwarrende mengeling van opvoedkundige, economische, religieuze en politieke systemen. Deze levensstijlen zijn constant in beweging en bewegen zich op het randje van de afgrond. Niemand heeft meer tijd om te mediteren om zijn leven in de hand te houden.

Laten wij toe dat ook wij worden meegesleept op de toppen van de deinende golven van wereldlijkheid? Dat is misschien wel de reden dat Satan zo'n systeem heeft geschapen.

Het tij kan niet worden gekeerd

Sommige zaken zullen we nooit onder controle krijgen. We kunnen eb en vloed niet tegenhouden. Al zouden sommigen het wel willen, we hebben het weer niet onder controle zodat het niet regent op de dag van onze optocht. We moeten toegeven dat er heel wat meer is waarover we geen controle hebben dan waarover we wel controle hebben. God verlangt niet van ons dat we dat wat boven onze macht uitgaat, proberen onder controle te krijgen, of dat we tobben omdat ze boven onze macht uitgaan. Sommige dingen in het leven moeten we leren in alle rust te aanvaarden, er ons aan over te geven en ermee leren omgaan. Anders kunnen we ons zelf terugvinden in een situatie waarin we "met onze koppen tegen de muur slaan" en we onszelf in psychologische onbalans brengen door onszelf altijd als slachtoffer te zien.

Het is soms verrassend hoe weinig we anderen onder controle hebben — zelfs in ons gezin, onze kinderen, ons eigen vlees en bloed, die we van jongsaf aan hebben opgevoed. Ouders worden vaak diep geschokt door het gedrag van hun kinderen, in het bijzonder hun teenagers, die ze meenden goed te hebben opgevoed. Veel ouders hebben ontdekt dat hun kinderen alleen maar vertellen wat ze wel en niet kunnen doen — gecombineerd met waarschuwingen van erge straffen — niet genoeg is om hun gedrag onder controle te houden als hun kinderen zich onder de druk van een situatie bevinden.

De opperste ironie ligt wel besloten in het besef hoe slecht we onszelf wel onder controle hebben. We zien dat we verslaafd zijn aan gewoonten die door jaren van praktijk zijn ontstaan en in ons karakter zijn ingesleten. Zo'n ontdekking kan een vernietigende, vernederende klap voor ons eigen ik betekenen. Dit gebeurt vaak na een intensieve studie van de standaard van denken, spreken en handelen van de almachtige God, in tegenstelling tot die van de wereld die we gewillig — en vaak gedachteloos — hebben gevolgd. Eens hadden we geen enkele vrees voor God, maar als Hij in beeld begint te komen en we het belangrijk gaan vinden hoe Hij over ons denkt, beginnen we eraan te werken onszelf onder controle te krijgen.

Zelfbeheersing is de negende en de laatste van de vruchten van de Geest die door Paulus in Galaten 5:22 worden opgesomd. Hoewel het als laatste wordt genoemd, is er geen enkele twijfel aan het belang ervan voor het christelijke leven. Kan een christen een onbeheerste levensstijl hebben en toch nog een christen zijn? Nauwelijks! Zonen van God, uitgebeeld door Jezus Christus en de apostelen, zijn voorbeelden van een leven dat onder controle staat van de leidende hand van God zonder de eigen keuzevrijheid op te geven.

Wat betekent zelfbeheersing

In Galaten 5:22 is "zelfbeheersing" of matigheid de vertaling van het Griekse woord enkrateia, dat betekent: "macht bezitten, sterk, heerschappij hebben, in bezit hebben, onder controle hebben, (zelf-)beheerst" (Kenneth S. Wuest, Word Studies in the Greek New Testament, "Galatians," p. 160). Vincent's Word Studies of the New Testament voegt hieraan toe dat het betekent: "begeerten en verlangens in de hand houden" (vol. IV, p. 168). Het woord verwijst dus naar het beheersen van iemands verlangens en impulsen, en verwijst op zichzelf niet naar het beheersen van een specifiek verlangen of impuls. Als een bepaald verlangen of impuls wordt bedoeld, zal de context hierop duiden.

Zelfbeheersing is veelomvattend in de praktische toepassing op het leven, maar de bijbel gebruikt het woord niet op grote schaal. Het is echter inbegrepen in veel aansporingen tot gehoorzaamheid, onderwerping en leven zonder zonde. Het zelfstandig naamwoord wordt maar drie keer gebruikt, het werkwoord twee keer (1 Corinthiёrs 7:9; 9:25) en het bijwoord maar één keer (Titus 1:8 [In de NBG vertaald met: ingetogen; in de Leidse Vertaling met: zichzelf beheersend]). De negatieve vorm van het bijwoord wordt drie keer gebruikt. In 2 Timotheüs 3:3 wordt het vertaald met "onmatig"; in Mattheüs 23:25 met "onmatigheid"; en in 1 Corinthiёrs 7:5 met "gemis aan zelfbeheersing".

Een ander Grieks woord, nephalios, heeft dezelfde algemene betekenis, maar het heeft in het algemeen betrekking op een specifieker gebied van zelfbeheersing. Het wordt vaak vertaald met "matig". Zelfs terwijl zijn kernbetekenis elke vorm van toegeeflijkheid ten opzichte van zichzelf verwerpt, gebruiken de schrijvers van de bijbel het om te duiden op het vermijden van dronkenschap.

Ondanks het duidelijke belang van zelfbeheersing moeten we ons begrip van deze woorden niet beperken tot enkel de strakke beheersing van iemands begeerten en lusten. Deze woorden hebben ook betrekking op begrippen als het hebben van gezond verstand, eenvoudige wijsheid, gematigdheid en gezondheid van geest in tegenstelling tot een geest van dwaasheid.

We kunnen een goed voorbeeld van zelfbeheersing vinden in Spreuken 25:

Spreuken 25:28 Een stad met omvergehaalde muren, zo is iemand die zijn geest niet in bedwang heeft.

De Interpreter's Dictionary of the Bible geeft het volgende commentaar op dit vers:

Het beeld is dat van een stad waarvan de muren bijna volledig zijn vernietigd, zodat er geen verdediging meer is tegen de vijand. Zo is ook een mens die geen controle heeft over zijn geest, de bron van de energie voor begeerten. Hij heeft geen verdediging tegen woede, lust en andere onbeteugelde gevoelens die de persoonlijkheid vernietigen (vol. 4, p. 267).

Spreuken 16 laat een positievere kant van zelfbeheersing zien:

Spreuken 16:32 Een lankmoedig mens overtreft een held, wie zijn geest beheerst, hem die een stad inneemt.

Een vergelijking van deze twee Spreuken openbaart het grote belang van zelfbeheersing zowel als aanvallend als verdedigend hulpmiddel.

Ongetwijfeld zijn zelfontzegging, zelfopoffering en zelfbeheersing onlosmakelijk verbonden binnen het christelijke leven; elk maakt deel uit van onze plicht jegens God. Toch oefent de menselijke natuur een aanhoudende en soms erg sterke kracht uit om ons van God weg te trekken, zoals ons dat in Romeinen 8 wordt duidelijk gemaakt:

Romeinen 8:7 Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet:

Het is deze kracht die iedere christen moet overwinnen. Onszelf beheersen, de menselijke natuur zijn impulsen om aan de eigen verlangens te voldoen ontzeggen, en zelfs onszelf opofferen zijn allemaal nodig als we willen ophouden met zondigen als onze standaardmanier van leven. Als we de begrippen van zelfontzegging en zelfopoffering toevoegen aan ons begrip van zelfbeheersing, kunnen we gemakkelijker zien hoe groot de rol is die zelfbeheersing in de bijbel speelt.

Is zelfbeheersing negatief?

Bezien vanuit onze menselijke natuur schijnt zelfbeheersing in wezen negatief te zijn, zeer zeker als we het koppelen aan zelfontzegging en zelfopoffering. Als we echter worden geconfronteerd met een echt begrip van wat de menselijke natuur voortbrengt, kunnen we zien dat de vruchten van zelfbeheersing geheel positief zijn.

In 1 Corinthiёrs 9 spoort de apostel Paulus ons sterk aan tot zelfbeheersing:

1 Corinthiërs 9:24-27 Weet gij niet, dat zij, die in de renbaan lopen, allen wel lopen, doch dat slechts één de prijs kan ontvangen? Loopt dan zó, dat gij die behaalt! 25 En al wie aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles; zij om een vergankelijke erekrans te verkrijgen, wij om een onvergankelijke. 26 Ik loop dan ook niet maar in den blinde en ik ben geen vuistvechter, die zo maar in de lucht slaat. 27 Neen, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden.

Paulus gebruikt de hardlopers in de Griekse spelen als voorbeeld hoe wij als christen dienen te leven. Het eerste dat we opmerken is de uiterste spanning, energie en zware krachtsinspanning uitgebeeld in het streven van de atleten om de eindstreep te bereiken in de hoop op de overwinning. "Dit is de manier van rennen", zegt Paulus, "als we ons potentieel willen bereiken."

Dit vereist voortdurende, intense concentratie van de renners. Ze kunnen het zich niet veroorloven zich te laten afleiden door dingen naast het parcours. Als ze het toch doen, zal de effectiviteit van hun rennen verminderen. Geconcentreerd blijven vereist beheersing — niet toestaan dat afleidingen inspelen op de uitoefening van onze onmiddellijke verantwoordelijkheden. Jezus zegt in Mattheüs 6:

Mattheüs 6:33 Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.

Hier is het onderwerp de beperking tot één doel. Jacobus schrijft:

Jacobus 1:6b, 8 ..., want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt. ... 8 innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen.

Onze concentratie onder controle hebben kan een heel groot verschil uitmaken om de race tot een succesvol einde te brengen.

Paulus zegt daarna dat de renner die overwint voor christenen een voorbeeld geeft van onbuigzame zelfbeheersing:

1 Corinthiërs 9:25 En al wie aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles.

Het is niet alleen een zaak van concentratie terwijl hij rent, maar op alle gebieden van het leven, omdat zijn levensstijl invloed heeft op het resultaat van de wedstrijd. De renner volgt bijna religieus een strak programma met een strak schema voor elke dag. Hij staat op een vaste tijd op, eet een ontbijt van een bepaald type voedsel, vult de morgen met oefeningen en werkt aan zijn techniek. Na een geplande lunch, gaat hij verder met oefenen, eet een derde geplande maaltijd en gaat op een vaste tijd naar bed. Bij dit alles vermijdt hij niet alleen zinnelijke uitwassen, maar ziet hij ook af van vele goede zaken die gewoonweg niet in zijn programma passen. Een atleet die het ernst is om uit te blinken in zijn sport, moet op deze manier leven, of hij zal geen succes hebben, behalve tegen zwakke tegenstanders. Hij zal de nederlaag leiden tegen hen die zich wel aan zo'n programma onderwerpen.

We kunnen hieruit heel wat leren over een 'laat-maar-waaien' houding en zelfbeheersing. Het is niet genoeg dat we zeggen: "Daar bij die slechte gewoonte trek ik de lijn, verder ga ik niet, wat daarna ligt daar wil ik niets mee van doen hebben." Met zo'n houding zullen we niet gemakkelijk groeien, zoals Paulus in Hebreeёn 12 laat zien:

Hebreeën 12:1 Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt.

Vele niet-zondige zaken zijn "lasten", eenvoudigweg omdat ze zoveel tijd kosten en ons denken zo bezig houden. Als we niet willen mislukken om het hoogste doel waartoe we geroepen zijn te bereiken, moeten we licht belast rennen om de duur van onze wedloop met succes te kunnen doorstaan.

Zo op het oog lijkt het christen-zijn nogal eenvoudig, daar het christen-zijn in principe inhoudt dat men op Jezus Christus vertrouwt. Niemand is ons vertrouwen meer waard en Hij is volledig in staat ons in het Koninkrijk van God te brengen. Maar dit is slechts een oppervlakkige waarneming. De waarheid is dat het christen-zijn heel moeilijk kan zijn omdat de echte christen iemand is die, omdat hij op Christus vertrouwt, de menselijke natuur in het gareel moet brengen en de vleselijke verlangens en de wensen van zijn menselijke geest moet onderwerpen aan het doel Hem te behagen. Een zwakke, besluiteloze, weifelende, lauwe, slordige en ongeremde christen kan zijn Meester niet behagen en onze Vader niet verheerlijken.

Jezus zegt:

Mattheüs 7:14 want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden.

Paulus schrijft:

2 Timotheüs 2:3-4 Lijd met de anderen als een goed soldaat van Christus Jezus. 4 Tijdens de veldtocht wordt geen soldaat gemoeid in de zorg voor zijn onderhoud; hij heeft (slechts) hem te voldoen, door wie hij aangeworven is.

De christen wordt aangespoord zichzelf te beheersen en te lopen om te winnen.

In 1 Corinthiёrs 9 illustreert Paulus zelfbeheersing door middel van zijn positieve kanten, door te laten zien wat het onderweg voortbrengt — en 't meest belangrijk — wat aan het eind. Jezus maakt het in Openbaring 2 en 3 duidelijk dat de overwinnaars het Koninkrijk van God zullen binnengaan. Zelfbeheersing speelt een hoofdrol in het behalen van de overwinning door onze vertrouwensrelatie met Jezus Christus. Andrew MacLaren, een protestants commentator, zegt:

"Er zijn weinig dingen die vandaag de dag meer ontbreken in het leven van de gemiddelde christen dan vastberaden, welbewuste concentratie op een doel dat duidelijk is en altijd voor ogen staat."

Zelfbeheersing is niet de enige factor om dit te doen, maar wel een erg noodzakelijke. Zijn vrucht, bovenmate goed, is iedere inspanning en zelfopoffering, die we moeten maken, waard.

Stel uw lichamen

In Romeinen 12 komt Paulus ook bij dit punt terecht, maar vanuit een iets andere hoek, één die in beeld komt bij de persoonlijke keuzes die we in de loop van elke dag moeten maken:

Romeinen 12:1-2 Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst. 2 En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

Zijn aansporing is in het bijzonder interessant in het licht van wat daaraan vooraf gaat. Hoofdstuk 11 is het slot van een lange uiteenzetting over het doctrinaire fundament van het christen-zijn, die het centrale belang van geloof en genade aantoont. Het onderwijs in de praktische aspecten van het christen-zijn begint in hoofdstuk 12. Die twee secties worden aan elkaar gekoppeld door het woord "dan". Hierdoor toont Paulus aan dat een christelijk leven onlosmakelijk verbonden is aan een christelijk geloof. Geloof zonder werken is dood en werken zonder het juiste systeem van geloof is ijdelheid. Verkeerd denken kan niet leiden tot juist handelen.

Als iemand de geest van Paulus' doctrinaire onderwijs uit de eerste elf hoofdstukken volledig in zich opneemt, zal hij zijn lichaam als een levend offer stellen en de geest van zijn denken vernieuwen. Dus zowel uit- als inwendig is hij op weg naar Gods ideaal voor menselijk gedrag. Alle deugden die uit deze verandering voortkomen zullen gaan groeien en in zijn leven zichtbaar worden. Zelfovergave en de zelfbeheersing die daarmee samengaat, maken onlosmakelijk deel uit van dit gebod.

Paulus gebruikt in vers 1 het beeld van een offer om zowel de overeenkomsten als de tegenstellingen met Israëls offersysteem behorende bij het Oude Verbond en het offeren van het leven van een christen in dienst van God te versterken. "Stel" is een technische uitdrukking uit de terminologie samenhangend met de offeranden. Onder het Oude Verbond werd de gave van degene die het offer bracht, voor God gesteld en werd daardoor Zijn eigendom. Op dezelfde manier wordt de gave van ons leven apart gezet voor het gebruik door God, zoals het Hem behaagt. Als we met een prijs zijn gekocht, behoren we niet langer onszelf toe.

De offeranden van het Oude Verbond gaven een zoete geur, waarover God in Leviticus 1:17; 2:2 en 3:5 zegt, dat het een liefelijke reuk is voor de Here. Op dezelfde manier is de gave van ons leven "aanvaardbaar voor God". Paulus zegt daarna, dat het geven van ons leven op deze manier "redelijk" is (het Griekse "logicos": weldoordacht), dat is van een gezond verstand, bescheiden, zinnig, of zoals veel moderne vertalers zeggen: logisch of geestelijk. De uitwendige Handelingen van een zoon van God komen logisch voort uit wat in zijn innerlijk is veranderd. Zijn geest wordt vernieuwd en hij beheerst zichzelf dus om in overeenstemming met Gods wil te leven in plaats van zich te conformeren aan de dwaasheid van deze wereld.

Het laatste woord in vers 1, "eredienst", is onontbeerlijk, want binnen deze context beschrijft het de dienst, niet van een slaaf, maar van een priester die in volledige zelfovergave zijn plichten voor Gods altaar uitvoert (1 Petrus 2:5). Het betekent dat we boven alles priester dienen te zijn door onze innerlijke toewijding, en daarna moeten we ons uiterlijk leven leggen op het altaar van Gods eredienst. Dit is wat onze werken moeten teweegbrengen.

Bijna vanaf het begin van de bijbel is het woord "offer" één van de kernwoorden van Gods weg. God maakt in Genesis 3 een duidelijke toespeling op het offer van Christus en de eerste offeranden worden in Genesis 4 gebracht. Het principe van offers wordt daarna in bijna elk boek verweven totdat, te beginnen met Christus, de Grondlegger van het Christendom, het misschien wel het hoofdwoord wordt voor het uiterlijke leven van Zijn volgelingen.

Offers zijn van zichzelf kostbaar voor de gever, of er is geen echt offer verbonden aan het brengen ervan. David legt in 2 Samuёl 24 uit:

2 Samuël 24:24a Maar de koning zeide tot Arauna: Neen, maar ik wil het in elk geval van u voor de volle prijs kopen, want de HERE, mijn God, wil ik geen brandoffers brengen, die mij niets kosten.

Jezus diept dit principe uit met een uitspraak die verreikende consequenties heeft voor het leven van alledag:

Johannes 15:13 Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.

Wat kan kostbaarder zijn voor iemand dan het dienstbaar geven van zijn leven door te leven volgens de hoogste principes, waartoe zijn geest en lichaam van nature en gewoonte niet bereid zijn? Het vereist een beslissing die van tijd tot tijd intense druk op hem zal voortbrengen om zichzelf te beheersen tegen sterke krachten om een totaal andere richting uit te gaan. Maar hij moet zichzelf beheersen, als hij voort wil gaan in de dienst van God.

Krachtige begeerten beheersen

De apostel Johannes somt drie krachtige begeerten op die beheerst moeten worden:

1 Johannes 2:16 ... de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, ...

Deze zijn, zegt hij, niet van de Vader maar van de wereld, daarom maken ze geen deel uit van de standaard waarnaar we moeten proberen te leven. Als we ze volgen, gaan we door met ons te conformeren aan de wereld.

Onze ogen geven ons vele indrukken door. Vele daarvan kunnen gevoelens in ons opwekken om iets kwaads te begeren, en als we eraan voldoen, kunnen we bijna zonder nadenken verstrikt raken in zonde. Dat is precies het probleem! We moeten nadenken om dat waarover we macht en verantwoordelijkheid hebben te beheersen en ons van zulke dingen afwenden, alsof iemand op het punt staat een hete pook in onze ogen te steken! Toen Jozef tot zonde werd verlokt, rende hij weg, daarmee zijn aandeel in het zich ontvouwende drama beheersend (Genesis 39:11-12).

Geest en lichaam hebben verlangens en noden die gemakkelijk kunnen leiden tot zondige uitspattingen, als ze niet worden beheerst. Ze kunnen elk van ons in honderden verschillende richtingen meevoeren, weg van de opperste toewijding aan Hem die Hij voor ons bestwil verlangt. Let eens op de zinloze luxe van de huidige generatie, de overdreven zorg voor het lichaam en de buitensporigheid in eten en drinken die een vloek en een schande zijn voor Amerika! Onze cultuur heeft ons gevormd om ruimschoots voor het vlees en de materiële gemakken te zorgen, veel meer dan nodig is, daarmee het geestelijke verdrinkend en onnodige zorgen voortbrengend. We moeten leren het verlangen om deze onverzadigbare begeerten te bevredigen ondergeschikt te maken, zodat ze niet de baas over ons spelen en ons tot zonde brengen.

Paulus' smekende aansporing is, dat alles wat door verstand, ogen, tong, hand of voet wordt gedaan, bewust wordt toegewijd aan God en als een offer op Zijn altaar wordt gelegd. Dit zijn kostbare offeranden, en kostbare offeranden vereisen vaak beheersing bij het geven, omdat we van nature hangen aan wat ons dierbaar is.

Dezelfde apostel spoort ons aan "zonder ophouden te bidden" (1 Thessalonicenzen 5:17). Bidden is een handeling van eredienst en het dagelijkse werk van een priester is het dienen van God ten behoeve van mensen. Dit kan alleen maar gedaan worden als ons levenswerk eredienst is, met Gods hulp gedaan voor Gods doel. We kunnen dit alleen maar doen als we onszelf hiervoor opofferen.

Opoffering vereist de overgave van ons leven en daarmee ook de controle. Welke indrukken we toestaan op onze zintuigen, de genoegens die we onszelf toestaan, de bevrediging die we voor onze behoeften zoeken en de Handelingen waarin we ons laten betrekken door dit wonderlijk gemaakte instrument (Psalm 139:14 Statenvertaling), moet vanaf nu onder controle staan in overeenstemming met de standaards van God. Paulus schrijft:

Galaten 6:8a wie op (de akker van) zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, ...

evenals

1 Corinthiërs 9:27a Neen, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, ...

Hier ligt een krachtige en toch eenvoudige les van God: Het lichaam is een goede dienstknecht, maar een slechte baas. Voor ons eigen bestwil en tot eer van God moeten wij er de baas over zijn.

God, de Heilige Geest en zelfbeheersing

2 Timotheüs 1 bevat een belangrijke uitspraak over het belang van zelfbeheersing:

2 Timotheüs 1:6-7 Om die reden herinner ik u eraan, de gave Gods aan te wakkeren, die door mijn handoplegging in u is. 7 Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid.

Volgens Strong's Concordance is het laatste woord van vers 7 een zelfstandig naamwoord dat "discipline" of "zelfbeheersing" betekent. De NBG-vertaling geeft het weer als "bezonnenheid", maar in andere vertalingen worden ook "zinnig", "nuchterheid", "zelfdiscipline", "wijsheid" en "gezond oordeel" gebruikt.

God geeft Zijn Geest aan ons om de geestelijke schepping te beginnen die ons zal vormen naar Zijn beeld. Hier plaatst Paulus zelfbeheersing direct naast schijnbaar "belangrijkere" eigenschappen van onze Schepper, zoals moed, kracht en liefde. Bedenk echter dat de "vrucht" van Gods Geest in het enkelvoud staat, het is één vrucht, een gebalanceerd geheel dat nodig is om een zoon van God compleet te maken.

Deze verzen laten ons zien wat voor soort mens God aan het scheppen is. Mensen met moed, kracht en liefde; mensen die hun manier van leven bewust besturen, zinnig, nuchter, beheerst en gedisciplineerd. Deze kwaliteiten zijn voortbrengselen van Gods Geest in ons. Paulus voegt in Titus 2 nog meer toe aan dit concept van zelfbeheersing:

Titus 2:11-14 Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, 12 om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, 13 verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, 14 die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken.

Eén reden dat God ons genade heeft gegeven, is om zelfbeheersing te tonen. Het is moeilijk voor te stellen dat een christen die zich voorbereidt op het Koninkrijk van God, zich niet voortdurend en resoluut richt op het regeren van zichzelf, en zijn begeerten, smaak en verlangens volkomen vrijheid geeft. Dat doet de wereld! Als we bij iemand de uitingen daarvan zien, geeft het ons een sterke aanwijzing dat die persoon niet bekeerd is. Blinde begeerten zijn niet bedoeld onze leider te zijn. Als de mens geleid wordt door zijn dierlijke begeerten, zal hij in de sloot belanden, omdat God via Paulus zegt:

Galaten 6:7 Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten.

Paulus schrijft in Galaten 5:

Galaten 5:17 Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees — want deze staan tegenover elkander — zodat gij niet doet wat gij maar wenst.

Soms schijnen we te bestaan uit één grote massa verlangens, die allemaal net als jonge katjes van een week oud, die nog niet kunnen zien, met wijd open mond miauwen om te worden tevredengesteld. Het is alsof er twee stemmen in ons zijn, die met elkaar argumenteren: "Je zult, je zult niet. Je behoort, je behoort niet." Verlangt God niet van ons dat we onze wil boven deze lusten plaatsen: een wil die niet kan worden omgekocht, een verstand dat niet kan worden bedrogen en een geweten dat waarachtig is jegens God en Zijn standaards? We moeten onszelf beheersen door de moed, kracht en liefde van Gods Geest te gebruiken, of we worden een grote mislukking.

Adam en Eva hebben in de hof van Eden het patroon voor de mensheid gezet. We hebben dit allemaal gevolgd, daarna geplaagd door gewetenswroeging worden we verteerd door gevoelens van zwakheid. Zij werden verleid door de subtiele redeneringen van Satan en de aantrekkingskracht van hun eigen begeerte voor de verboden vrucht die er zo goed uit zag. Daar bezweken zij voor en zij zondigden, en daarmee brachten zij de doodstraf over zichzelf en daarnaast nog veel meer kwaad. Wat heeft het voor zin een beroep te doen op mensen die zichzelf niet regeren, wier probleem het is dat ze het niet kunnen, wier geweten vaak zowel voor als nadat ze het verkeerde hebben gedaan, uitroept: "Wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods?" Het is zinloos een koning wiens regering door zijn onderdanen ten val is gebracht te vragen over zijn koninkrijk te regeren. Zijn koninkrijk is volledig in opstand en hij heeft geen soldaten die achter hem staan. Hij is een vorst zonder macht.

Een zekere bisschop Butler zei: "Als geweten macht had, als het autoriteit had, zou het de wereld regeren." Autoriteit zonder macht is niets dan ijdelheid. Geweten heeft de autoriteit te leiden of te beschuldigen, maar hoe nuttig is dit als de wil zo verzwakt is dat de begeerten en verlangens het bit tussen de tanden nemen, het geweten vertrappen en in vol galop afstevenen op de onvermijdelijke landing in de sloot?

De oplossing hiertoe ligt in onze relatie met Christus:

Filippenzen 2:12-13 Daarom, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam zijt geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven, 13 want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.

Dit is het enige dat ons volledige zelfbeheersing zal geven, en dat zal niet mislukken.

In Lucas 11 geeft Jezus deze wonderbaarlijke belofte van kracht aan hen die Hem vertrouwen:

Lucas 11:13 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?

Vertrouw op Jezus Christus en vraag God u te regeren. Vraag Hem om meer van Zijn Heilige Geest en Hij zal u helpen uzelf te beheersen. Bedenk dat 2 Timotheüs 1:7 zegt, dat dit een hoofdreden is dat Hij ons Zijn Geest geeft. Hij zal niet mislukken in wat Hij belooft, omdat het verzoek perfect past in Zijn doel om zonen naar Zijn beeld te scheppen.

Sterk gemaakt door zwakheid

Als we alleen maar naar Hem zouden willen gaan en onszelf aan Hem toevertrouwen, in waarachtige gemeenschap met Hem leven, terwijl we geduldig de gaven benutten die Hij geeft, dan zal ons leven overeenkomen met wat Paulus ervoer door zijn "doorn in het vlees".

2 Corinthiërs 12:8-9a Driemaal heb ik de Here hierover gebeden, dat hij van mij zou aflaten. 9 En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid.

In Hebreeёn 11 somt Paulus een aantal van de daden op van de geloofshelden uit het verleden.

Hebreeën 11:32-34 En wat moet ik nog verder aanvoeren? Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuёl en de profeten, 33 die door het geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, 34 de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.

Gods liefde voor ons zal Zijn Geest in ons aanwakkeren tot het reageren met moed, kracht, liefde en zelfbeheersing. Hij die rust en kalmte gaf aan de razende waanzinnige die zelfs niet door ketenen in bedwang kon worden gehouden, zal ons macht geven over die ene stad die we moeten regeren: onszelf (Marcus 5:1-15) We moeten niet toestaan dat zelfbeheersing in ons denken wordt verlaagd tot iets van minder belang, omdat we ons laten overreden dat "Christus het allemaal voor ons heeft gedaan". We kunnen ook niet toestaan dat zo'n verlaging ons leidt tot misbruik van Gods genade.

Zelfbeheersing is een eigenschap van onze Schepper, waarvan Jezus in Zijn leven een volmaakt voorbeeld gaf en waarvan Paulus ons ten sterkste aanspoort die in ons leven toe te passen. Als we naar het beeld van onze Vader gemaakt willen worden, zullen we ons in dit opzicht aan God overgeven om Hem te verheerlijken met onze zelfbeheersing in alles en onze krachtige, onbuigzame weerstand tegen de zonde.

© 1998 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)