De vrucht van de Geest:
Introductie

Door John W. Ritenbaugh
Forerunner, "Persoonlijk," februari 1998

De bijzonder elegante schrijfstijl van de bijbel heeft ertoe bijgedragen dat de bijbel al tientallen jaren's werelds bestseller is. De goddelijke Auteur, die een schoonheid van uitdrukkingsvaardigheid bezit die zelfs die van de beste menselijke schrijvers overtreft, heeft ons slechts beperkte uitingen van Zijn genialiteit gegeven in de boven alles uitstijgende literaire meesterwerken van de Psalmen, Jesaja en Hebreeёn. Hij laat ons ook een andere kant zien van Zijn literaire kwaliteiten in de eenvoudige taal van Spreuken en Prediker die toch gepaard gaat met grote diepgang en praktisch inzicht.

De waarde van de Schrift ligt echter niet in zijn elegante stijl. Deze ligt in het feit dat de grote God, de soevereine Heerser van de gehele schepping, ervoor gekozen heeft Zijn wet op te schrijven, Zijn instructie aan de mens, om Zichzelf en Zijn doel te openbaren in de algemene talen van de mens waar ook ter wereld. Hoe duidelijker het Woord en de wet van de Almachtige, hoe meer begrip er van de goddelijke Auteur en Wetgever kan ontstaan en hoe nuttiger het is voor de mensheid. Zijn Woord wordt als brood dat aan iedere smaak kan voldoen (Mattheüs 4:4).

God geeft veel van Zijn instructies in de vorm van vergelijkingen, gelijkenissen, allegorieën, metaforen, typen, beelden en symbolen, op deze manier uitbeeldingen gevend die bijna iedereen, ongeacht achtergrond of opleiding, kan begrijpen. Daarnaast geeft Hij voorbeelden uit het werkelijke leven, ontleend aan het gehele spectrum van menselijk en geestelijk leven over lange tijdsperioden. We hebben toegang tot de wijsheid der eeuwen! De bijbel is een bron van kennis in het bijzonder nuttig betreffende relaties, toepasselijk en praktisch voor iedereen die gelooft, op welke tijd dan ook in de menselijke geschiedenis.

Een groot deel van de bijbelse instructie ademt de sfeer van land- en tuinbouw. God maakt gebruik van bekende aspecten uit de land- en tuinbouw, zoals druiven, olijven, appels, vijgen, ossen, mosterd, granaatappelen, tarwe, haver, gerst, bloemen, boeren, ploegen, zaaien, planten, oogsten, bemesten, regen op de juiste tijd, onkruid en zaden. Hij gebruikt deze ideeën om praktische morele en geestelijke instructies te illustreren aan hen die geloven.

Als middel tot onderwijs wordt de algemene term "vrucht" vaker gebruikt dan alle andere termen uit de land- en tuinbouw. In fysiek opzicht worden vruchten algemeen beschouwd als het zaaddragende product van een plant. Vele van hen zijn eetbaar en plezierig en voedzaam om te eten. Terwijl de bijbel dit onderschrijft, stelt zij vrucht vaak ook aan de orde als het product van inspanning of om een symbolische betekenis te verschaffen.

Zo vinden we zegswijzen als: "vrucht van het geboomte in de hof" (Genesis 3:2), "vruchten der aarde" (Genesis 4:3) en "vrucht van de schoot" (Genesis 30:2). Vrucht wordt in het Nieuwe Testament, nog meer dan in het Oude Testament, vaak symbolisch gebruikt als het product van een goed of een slecht leven, een gehoorzaam of een ongehoorzaam leven.

Vrucht als symbool

Het onderwijs van Johannes de Doper aan de Farizeeën en Sadduceeën in Mattheüs 3:8 is hiervan een voorbeeld:

Mattheüs 3:8 Brengt dan vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt.

Vrucht symboliseert het resultaat of product van bekering. De vrucht van bekering tot God is onder andere een verandering in houding ten opzichte van Hem en Zijn wet. Het vertegenwoordigt het uitbannen van vijandigheid jegens Hem, evenals het omzetten van ongehoorzaamheid aan Zijn Woord in gehoorzaamheid. Het kan ook duiden op een verandering van status en verwantschap van zoon van Satan (Johannes 8:44) in zoon van God (Romeinen 8:14).

Jeremia 6:19 is een duidelijk voorbeeld uit het Oude Testament:

Jeremia 6:19 Hoor, gij aarde, zie, Ik breng onheil over dit volk, de vrucht van hun eigen overleggingen, want zij luisteren niet naar mijn woorden, en mijn wet verwerpen zij.

Onheil is het gevolg, de vrucht, van kwade gedachten. De les is duidelijk: Dit soort onheil begint met kwade gedachten, gaat verder met kwade daden die bittere en pijnlijke ervaringen voor de dader zelf en anderen voortbrengen. Waarom streven we er niet naar de bittere vrucht van kwade gedachten te vermijden door onze gedachten naar het goede te leiden?

Romeinen 6:21-22 laat vrucht zien als product in zowel slechte als goede zin:

Romeinen 6:21-22 Wat voor vrucht hadt gij toen? Dingen, waarover gij u nu schaamt; immers, het einde daarvan is de dood. 22 Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven.

De context beantwoordt wat de vrucht in elk vers symboliseert. In vers 21 is het resultaat van de daden waarover we ons nu schamen, de dood. Maar wegens Gods roeping en onze bekering die daarop volgde, is onze status en relatie met Hem gewijzigd en evenzo wat we in ons leven voortbrengen. We zijn nu Zijn slaven in plaats van die der zonde; wij brengen nu vrucht voort voor heiliging in plaats van voor schaamte en dood. Tenslotte zal God ons eeuwig leven geven. De keus is aan ons. Welke vrucht hebben we liever: schaamte en dood of heiliging en leven?

Goede vrucht voortbrengen

De bijbel laat zien dat het voortbrengen van goede vrucht nog andere, meer specifieke oorzaken heeft dan Gods roeping en bekering. Romeinen 7:4-6 is een goede plaats om te beginnen:

Romeinen 7:4-6 Bijgevolg, mijn broeders, zijt ook gij dood voor de wet door het lichaam van Christus om het eigendom te worden van een ander, van Hem, die uit de doden opgewekt is, opdat wij Gode vrucht zouden dragen. 5 Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die door de wet geprikkeld worden, in onze leden, om voor de dood vrucht te dragen; 6 maar thans zijn wij van de wet ontslagen, dood voor haar, die ons gevangen hield, zodat wij dienen in de nieuwe staat des Geestes en niet in de oude staat der letter.

We voegen hier Romeinen 1:13, 15 aan toe, waarbij we eraan dienen te denken dat Paulus zich richt tot de gemeente in Rome, een gemeente die hij niet had gesticht en ook nog nooit had bezocht:

Romeinen 1:13, 15 Doch ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat ik dikwijls het voornemen heb opgevat tot u te komen — waarin ik tot nu toe verhinderd ben — om ook onder u enige vrucht te hebben, evenals onder de andere heidenen. ... 15 Vandaar mijn bereidheid om ook u te Rome het evangelie te brengen.

De vrucht die hij wilde zien bestond niet uit nieuwe bekeringen. Filippenzen 4:17, waar Paulus een gemeente instrueert waarmee hij zich nauw verbonden voelde, helpt uit te leggen wat de apostel bedoelde:

Filippenzen 4:17 Niet, dat het mij om de gave te doen zou zijn, maar het is mij te doen om de opbrengst, die als een tegoed op uw rekening aangroeit.

Door zijn schrijven aan een bestaande gemeente van bekeerde mensen, maakte hij duidelijk dat hij wilde, dat ze de vrucht der gerechtigheid zouden voortbrengen door gebruik te maken van geloof in Gods Woord (het evangelie). Zij konden dit doen door zich in gehoorzaamheid aan Gods onderwijs te onderwerpen door de kracht en leiding van Zijn Geest in hen.

Als herder of pastor, maakt hij ook aanspraak op die vrucht, daar deze in hen zou toenemen als resultaat van zijn steeds diepergaande onderwijs in het evangelie. Het onderwijs in de Romeinenbrief geeft een voorbeeld van de diepgang van zijn boodschappen die hij mondeling zou hebben gegeven als hij daar zou zijn geweest. De goede werken die zij voortbrachten door het gebruik van Gods Woord zouden ook op zijn rekening komen als de vrucht van zijn inspanningen voor hen. Als studenten het goed doen, is hun succes de vrucht van de inspanningen van een leraar.

Filippenzen 4:17 legt daarentegen ook uit dat Paulus in dit opzicht niet zelfgericht is. Hij verlangt ernaar dat zij vrucht voortbrengen door goede werken, zodat zij het voordeel daarvan kunnen ontvangen. De vrucht wordt op hun rekening bijgeschreven. Dus het voortbrengen van goede vrucht vereist gezond onderricht door een gekwalificeerde leraar (Handelingen 8:30-31), het Woord van God, de Heilige Geest, een gelovige en ontvankelijke geest en het toepassen van het onderwijs.

Veel vrucht dragen

In Johannes 15:1 begint Jezus een boodschap waarin Hij de wijnstok als illustratie gebruikt. Hij concludeert in vers 8:

Johannes 15:8 Hierin is mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt en gij zult mijn discipelen zijn.

In vers 16 noemt Hij alweer vrucht in relatie met Zijn onderrricht:

Johannes 15:16 Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in mijn naam.

In deze context is het dragen van vrucht gegeneraliseerd. Het omvat alles dat wordt voortgebracht als resultaat van hun inspanningen om het evangelie te verkondigen, hun dienen in het hoeden van de kerk en hun persoonlijk overwinnen en groeien naar het beeld van God. Zij brengen allen eer aan God door de dramatische verandering ten goede te verkondigen die plaatsvindt als gevolg van het verbonden zijn met de Wijnstok, waardoor ze in staat zijn op Hem te bouwen en Zijn kracht te benutten om vrucht voort te brengen.

Vers 16 stipt kort de kwaliteit van de vrucht aan die God verlangt. Dit vers impliceert dat de discipelen rijk aan goede werken moeten zijn en ernaar dienen te streven vrucht voort te brengen die stand houdt. God wil dat de vrucht stand houdt, zowel in henzelf (door Gods karakter te ontwikkelen) als in anderen (in bekeringen zodat de kerk groeit en blijft bestaan).

De rest van het vers verbindt verhoord gebed direct met het voortbrengen van vrucht. We zijn allen geroepen deel te hebben aan het werk van de kerk, al is het alleen maar ervoor te bidden. God heeft niet iedereen geroepen dienst te doen in de frontlinies: om als apostelen het evangelie te verkondigen. Maar daar God ons allen heeft geroepen en gekozen, hebben wij de verantwoordelijkheid vrucht voort te brengen die past bij onze plaats in het lichaam, zodat we allen God verheerlijken.

De vrucht van de Geest

De vruchten waar het om draait worden opgesomd in Galaten 5:22, waar Paulus schrijft:

Galaten 5:22 Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid [Statenvertaling: goedertierenheid], goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.

Deze kwaliteiten of deugden worden door de werking van de Heilige Geest in ons voortgebracht. Zij groeien in iemand die, door geloof, Gods Woord gehoorzaamt door de leiding en de kracht van Gods Geest. Het is duidelijk dat de volgende elementen moeten worden gebruikt, opdat de juiste vrucht wordt voortgebracht: Gods Woord, Zijn Geest, geloof en gehoorzaamheid aan Gods Woord. Deze, naast een aantal andere, brengen de belangrijkste vruchten van gerechtigheid voort.

Geleid door de Geest

Paulus schrijft in Romeinen 8:14:

Romeinen 8:14 Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods.

Galaten 5:18 helpt in het bijzonder ter verduidelijking van de vrucht van de Geest omdat het direct voorafgaat aan de verzen waar Paulus deze vermeldt:

Galaten 5:18 Indien gij u echter door de Geest laat leiden, dan zijt gij niet onder de wet.

Geleid worden door Gods Geest is een noodzakelijke voorwaarde tot het in ons voortbrengen van de vrucht van de Geest.

Let erop dat het vers zegt "leiden", niet slepen, dwingen, opleggen of toeschrijven. Dit vult aan wat Jezus zegt in Johannes 16:13:

Johannes 16:13 doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.

Sommige van de werkwoorden in dit vers zijn sprekend. "Wijzen", "spreken" en "verkondigen" tonen aan dat God ervoor heeft gekozen ons te overtuigen en niet te dwingen. Bovendien geven ze de duidelijke indruk dat de volgelingen en hoorders iets uit zichzelf zullen moeten doen.

Ze zullen keuzes moeten maken, aandacht schenken aan wat er is gezegd of geschreven, en hun wil moeten richten en hun keuzes moeten waarmaken om hun Gids te blijven vergezellen en van Hem te blijven leren. Zonder deze Handelingen zullen ze geen vrucht voortbrengen omdat ze onvoldoende of verkeerde stappen ondernemen.

Een leraar kan geen kennis, begrip of wijsheid aan een student opleggen. De student moet in dit proces meewerken. Zonder deze medewerking wordt weinig of geen vrucht voortgebracht. De bijbel toont de Geest van God als beïnvloedend, suggererend en, als we er voor kiezen dit toe te laten, de belangrijkste rol — misschien zelfs de overheersende rol — in ons leven te spelen. Dit is goed omdat God goed is, en als we ons overgeven zal de vrucht van Zijn Geest in ons leven worden voortgebracht.

Zijn we er ons van bewust dat een goddelijke invloed ons wegtrekt van de verderfelijke hartstochten en ijdelheden van deze wereld? Zijn we ons bewust van een verlangen om ons aan die invloed te onderwerpen en geleid te worden op wegen van heiligheid en leven? Bieden we tegenstand of volgen we energiek en van harte, waarbij we trots doden, hartstochten onderwerpen, lust vernietigen, roddelen een halt toe roepen, ambities ondergeschikt maken en de liefde voor de rijkdom en trends van deze wereld uitroeien?

God zal ons niet op het verkeerde pad leiden. Onze ware liefde, vreugde en blijdschap bestaan alleen in het onszelf geheel aan Hem overgeven en bereid te zijn door Zijn ongeziene hand te worden geleid en beïnvloed. Door de Geest te worden geleid is vrijwillig en bewust kiezen voor onderwerping aan het Woord van God.

De kracht van God

De Heilige Geest wordt in het algemeen beschreven als de kracht van God; dit is zeker correct, maar kracht komt in verschillende vormen voor. Er is een stromende kracht veroorzaakt door de beweging van een voorwerp. In deze zin gebruikt God water om een aspect van de Heilige Geest te illustreren (Johannes 7:37-39). Er is een genezende en voedende kracht; God gebruikt olie om deze vorm van Zijn Geest te illustreren. Woorden en symbolen die we gebruiken om ideeën weer te geven, het ruwe materiaal van onze gedachten, hebben een enorme kracht om te beïnvloeden. Daarom zegt God door Jezus dat Zijn woorden "geest zijn en leven" (Johannes 6:63).

Woorden geven ons het vermogen ideeën te communiceren van de ene geest naar een andere of naar vele andere. Zij hebben in zich de kracht te onderwijzen, te bemoedigen, te ontmoedigen, naar de zin te maken, boos te maken, kwaad af te schilderen, te inspireren, enthousiast te maken, te scheppen of te vernietigen. Zij kunnen een ander van gedachten doen veranderen, hem motiveren stil te staan of voort te gaan, te doen, ongedaan te maken of opnieuw te doen. De kracht van woorden is bijna onbegrensd.

Als we de vrucht van de Geest bestuderen, ontdekken we dat alle aspecten daarvan iets vandoen hebben met onze geest. Woorden vormen een groot gedeelte van het materiaal waarmee onze geest werkt, en spelen daarom een zeer grote rol in wat iemand in zijn leven voortbrengt. Het is geen samenloop van omstandigheden dat Jezus het Woord van God is, en dat de bijbel, de geschreven Openbaring van God en Zijn doel, ook het Woord van God is! God probeert ons iets duidelijk te maken. Hij is bezorgd over onze geest omdat wat die geest ingaat zal bepalen wat we met ons leven zullen voortbrengen. Zal dat vrucht zijn tot eeuwig leven of vrucht tot de dood?

We kunnen niet denken op basis van wat we niet hebben. Hoe kunnen we — als we niet het juiste materiaal hebben om ons denken op te baseren — de juiste dingen voortbrengen? We zijn altijd, of we nu bedelaar zijn of koning, beperkt door de inhoud van onze geest. Paulus laat dit zien in Efeziёrs 2:1-3:

Efeziёrs 2:1-3 Ook u, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden, 2 waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid, 3 — trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns —, ...

Dit openbaart ons dat ieder menselijk wezen dat ooit heeft geleefd (met uitzondering van Jezus), slaaf is geweest van de manier van denken die zijn oorsprong vond bij de prins van de macht der lucht, Satan. Daardoor vervulden we de verlangens van ons vlees en ons denken. Daar onze geest inderdaad weinig anders had om mee te werken, konden we ook niets anders voortbrengen! We brachten de vrucht voort van een geest, maar niet de Geest van God.

1 Corinthiёrs 2:7-8 verduidelijkt dit:

1 Corinthiёrs 2:7-8 maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God (reeds) van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid. En geen van de beheersers dezer eeuw heeft van haar geweten, want indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Here der heerlijkheid niet gekruisigd hebben.

Door hen die Christus doodden als illustratie te gebruiken, laat Paulus zien dat iedereen gevangene is geweest van onwetendheid met betrekking tot God en Zijn weg. Gods wijsheid was verborgen voor "de heersers van deze eeuw". Hadden ze deze wijsheid gehad, dan zou hun geest over het materiaal hebben beschikt om tot een totaal andere conclusie te komen met betrekking tot hoe met Christus te handelen. Zij hadden dan ook anders gehandeld.

De wijsheid van God was ook voor ons verborgen, totdat God ons door Zijn Geest begon te leiden. 1 Corinthiёrs 2:10-12 licht ons in over de verandering die dit in onze levens bracht:

1 Corinthiёrs 2:10-12 Want óns heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods. 11 Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods. 12 Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is.

God liet het evangelie tot ons prediken door middel van woorden. Wij geloofden ze en bevrijd van de slavernij van bedrog en geestelijke onwetendheid door Gods roeping en vergeving door het bloed van Christus, hebben we nu toegang tot een nieuwe en oneindig grotere dimensie van leven. Bovendien hebben we nu de beschikking over het ruwe materiaal voor onze geest om de vrucht van de Geest van God voort te brengen.

1 Corinthiёrs 2:13-14 voegt hieraan toe:

1 Corinthiёrs 2:13-14 Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken. 14 Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.

Zonder Gods Geest waren we beperkt tot het voortbrengen van dingen binnen de mogelijkheden van de menselijke geest gekoppeld aan de beïnvloeding door Satan. Hoewel we prachtige materiële dingen konden voortbrengen, was de geestelijke en morele vrucht overwegend slecht. Wat kan Satans geest anders voortbrengen? Maar nu "groeien" — zoals het gezegde luidt — "de bomen tot in de hemel" omdat de toegang tot de Geest van God ons in staat stelt (natuurlijk met Zijn hulp) het leven voort te brengen dat God Zelf leeft — eeuwig leven.

Vrucht voortbrengen door de "wens der gedachten"?

Zo te handelen is echter niet gemakkelijk omdat de christen een mens wordt met twee naturen. De oude natuur, doortrokken van de oude denkpatronen en gewoonten geleerd in deze wereld die onder invloed ligt van de boze (1 Johannes 5:19), en de nieuwe goddelijke natuur, ontvangen bij de verwekking door God (2 Petrus 1:3-4), bestaan naast elkaar. Deze twee zijn onverzoenlijke tegenstanders, met de christen er tussenin, gedwongen om tussen hen te kiezen.

In Galaten 5:16-17 zegt Paulus:

Galaten 5:16-17 Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees. 17 Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees — want deze staan tegenover elkander — zodat gij niet doet wat gij maar wenst.

Ook hier is de context van deze verzen van belang om het voortbrengen van de vrucht van de Geest te kunnen begrijpen. Deze verzen gaan onmiddellijk vooraf aan de opsomming van de vrucht van de Geest, aantonend dat Paulus bedoelt te zeggen dat die vrucht slechts door veel inwendige strijd voortgebracht zal worden.

Dit is waar, omdat gehoorzaamheid aan Gods Woord nodig is om de vrucht van de Geest voort te brengen en de christen in twee richtingen wordt getrokken of geleid. De ene probeert ons de verlangens van onze oude natuur te doen bevredigen, terwijl de andere leidt naar het voortbrengen van de vrucht van de nieuwe natuur. Paulus legt zijn ervaringen hiermee vast in Romeinen 7:15-19:

Romeinen 7:15-19 Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik. 16 Indien ik nu wat ik niet wens, toch doe, stem ik toe, dat de wet goed is. 17 Doch dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 18 Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet. 19 Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dát doe ik.

Maarten Luther zei "Christenen zijn geen stokken of stenen." Als mensen zijn we schepselen met verlangens, hartstochten en emoties. Zeker, hoe beter we leren te wandelen in de Geest, hoe meer we ons vlees in bedwang zullen houden. Maar vlees en Geest blijven en het conflict tussen beide is fel en onverzoenlijk.

We behoeven echter niet ontmoedigd te geraken over dit conflict, omdat Paulus ons ook een oplossing geeft waarnaar we kunnen uitzien. In Romeinen 7:24-25 roept hij uit:

Romeinen 7:24-25 Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Gode zij dank door Jezus Christus, onze Here! Derhalve ben ik zelf met mijn verstand dienstbaar aan de wet Gods, maar met mijn vlees aan de wet der zonde.

Iedere christen die de vrucht van de Geest probeert voort te brengen, zal deze combinatie van klagen over zondigheid en vreugdevolle uitdrukking van dankbaarheid over de zekerheid van verlossing ervaren. De niet-bekeerden voelen de pijnlijke strijd tegen de zonde niet met dezelfde intensiteit als de bekeerden. De bekeerden ervaren dat hun vrede is verstoord en kunnen zich ellendig voelen in hun geweten.

Maar hieraan is ook een goede kant verbonden. We weten dat het de goddelijke natuur verlaagt, en het vernedert ons te weten dat we hebben toegegeven aan kwade neigingen. We beseffen dan beter dat de wet ons niet te hulp kan komen, ook andere mensen niet en onze eigen kracht heeft ons al in de steek gelaten. Daarom zal — als we God werkelijk willen verheerlijken en geestelijke vrucht willen voortbrengen — dit conflict ons tot God brengen in diepgaand oprecht gebed om de kracht die alleen Hij ons kan geven. Gods Woord, en uiteindelijk ook onze eigen ervaring, bewijst dat we zonder Christus niets kunnen doen!

Een enkelvoudige vrucht

Het kan helpen op te merken dat Paulus "vrucht" in het enkelvoud schreef, erop duidend dat we moeten begrijpen dat de vrucht uit een aantal componenten bestaat, maar tegelijkertijd worden ze alle voortgebracht in elke persoon die door de Geest wordt geleid. Dit betekent niet dat iedere component in exact dezelfde omvang aanwezig is zoals bijvoorbeeld de partjes van een sinaasappel. Het geeft ook geen aanduiding over de omvang of kwaliteit van zo'n component in elke persoon. Het dient echter om ons te bemoedigen door het besef dat elke component in zekere mate zal worden voortgebracht.

Paulus bracht nadrukkelijk onder de aandacht dat de bron van de vrucht "de Geest" is om ons er volledig van te doordringen dat deze kwaliteiten niet voortkomen uit onze natuur. De ondeugden of "werken van het vlees" opgesomd in Galaten 5:19-21 zijn het voortbrengsel van ons menselijk hart. Maar de geestelijke vrucht wordt voortgebracht door een "vreemde" invloed, de werking van de Heilige Geest. Zelfs na bekering is ons hart niet de bron van deze geestelijke vrucht.

Een laatste punt van belang is dat Paulus negen kwaliteiten opnoemt. Deze kunnen netjes verdeeld worden in drie algemene groepen, elk bestaande uit drie kwaliteiten. We kunnen natuurlijk enige overlapping verwachten in de toepassing van de groepen, maar in 't algemeen beeldt de eerste groep — liefde, vreugde en vrede — de geest van een christen uit in de meest algemene zin met speciale nadruk op zijn relatie met God. De tweede groep — lankmoedigheid, goedertierenheid en goedheid — bevat sociale deugden die samenhangen met onze gedachten en Handelingen jegens onze naaste. De laatste groep — trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing — laat zien hoe een christen ten opzichte van zichzelf dient te zijn met benadrukking van zijn geestelijke en morele betrouwbaarheid.

Elk van deze deugden is een kwaliteit waarnaar we sterk dienen te verlangen, want zonder hen kunnen we niet op de juiste manier het denken en de weg van God weerspiegelen. De vrucht van de Geest weerspiegelt de deugden die God aan de mens kenbaar wil maken. Toen Jezus mens werd, verheerlijkte Hij inderdaad door zijn leven onze Vader in de hemel. God is natuurlijk veel meer dan deze korte opsomming van deugden. Maar het eerst zoeken van het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid door onderwerping aan Zijn Woord zal deze karakteristieken van God in ons voortbrengen. Dan, als we als Christus worden, zullen we evenals Hij God verheerlijken.

© 1998 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)