De vrucht van de Geest:
Liefde

Door John W. Ritenbaugh
Forerunner, "Persoonlijk," maart 1998

"Wat de wereld nu nodig heeft, is liefde", zijn de openingswoorden van een populair liedje van enige jaren geleden. Ze drukken een verlangen uit dat bijna iedereen wel in zich heeft. Maar wat is liefde? Te oordelen naar het algemene begrip van "liefde" heeft de wereld er niet nog meer van nodig! Als wat er in de wereld gebeurt het bewijs vormt, dan is het duidelijk dat de wereld slechts een zeer vage notie heeft van wat liefde is. Als ze het weet, handelt ze er niet naar, anders zou het liedje niet stellen dat er behoefte aan is.

Liefde is een veel misbruikte term. Door onze ervaringen zijn onze opvattingen erover allemaal enigszins verschillend. De meest gangbare opvatting in de Westerse wereld is, dat liefde een warm, verwarrend gevoel is, of een opwindend gevoel dat je diep in je maag voelt, of een tinteling die langs je ruggegraat loopt. We denken eraan als een warm gevoel van achting, een sterk verlangen bij iets of iemand te zijn, of dat door iets of iemand bevredigd dient te worden.

Sommigen hebben liefde gelijkgesteld aan een zorgend en welwillend geven, of een diepgaand emotioneel gevoel. Zo af en toe gebruiken we de term wel erg oppervlakkig en niet echt ter zake doende. Mensen uiten hun "liefde" voor de liturgie van een kerk. Sommigen zullen zeggen dat ze "houden van" ijs, een bepaalde biersoort, pizza, type huis, kleur, auto, mode, musicus of groep. Mensen beweren talloze dingen lief te hebben. Wat sommigen "liefde" noemen, zou een theoloog ongeremde lust kunnen noemen.

Maar deze uitspraken worden belachelijk zodra we gaan begrijpen wat bijbelse liefde is. Het menselijk "liefhebben" is niet meer dan een mening, een voorkeur. Een voorkeur is geen liefde en het op deze manier gebruiken van "liefde" haalt haar omlaag.

Voor iemand zorgen is ook geen liefde. Men kan zorgen op een dusdanige manier dat het een obsessie of een lust wordt. Echte liefde moet wel een bepaalde mate van zorg in zich hebben, maar in zichzelf is dat zorgende gevoel of die voorkeur geen liefde.

Het uitzonderlijk belang van liefde

In 1 Corinthiёrs 13 openbaart de bijbel het uitzonderlijk belang van liefde voor ons leven. Paulus vergelijkt de waarde van liefde rechtstreeks met geloof, hoop, profetie, zelfopoffering, kennis en de gave van talen, en indirect met alle andere gaven van God die in hoofdstuk 12 genoemd worden. Hij doet op geen enkele wijze laatdunkend met betrekking tot het nut van die andere gaven voor ons leven en Gods doel, maar geen van hen kan de vergelijking met liefde doorstaan.

De Corinthiërs waardeerden hun gaven ten zeerste, net als wij dit zouden doen, maar het relatieve belang van een gave komt tot uiting in zijn tijdelijke aard. Dat betekent dat er tijden zijn dat een gave niet kan worden toegepast. Maar aan liefde komt nooit een einde; deze kan altijd worden toegepast.

Het is zelfs zo dat het ontvangen van gaven van God — tenzij samen met liefde ontvangen en gebruikt — de mogelijkheid in zich bergt het karakter van de ontvanger aan te tasten. Gods gaven zijn krachten, gegeven om iemand beter toe te rusten om God in de kerk te dienen. We kennen allemaal de uitspraak wel: "Macht corrumpeert karakter en absolute macht corrumpeert absoluut." Als gaven niet samen met liefde worden ontvangen en gebruikt, zullen ze een rol spelen in het aantasten van het karakter van de ontvanger, evenals ze het karakter van de Corinthiërs aantastten. Liefde is de eigenschap van God die ons in staat stelt zijn gaven zonder aantasting van ons karakter te ontvangen en te gebruiken.

Paulus zegt in zijn eerste brief aan de Corinthiёrs:

1 Corinthiёrs 8:1 De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht [bouwt op].

"Opblazen" in tegenstelling tot "stichten" duidt op afbreken, verwoesten. Paulus zegt dat trots de macht heeft het karakter van de bezitter van kennis aan te tasten. Deze uitspraak maakt deel uit van de aanloop tot het geweldige hoofdstuk over liefde, dat werd geschreven omdat de Corinthiërs hadden toegelaten dat de nadruk van hun handelen was verschoven naar de verkeerde gebieden. Zelfs als gave van God heeft kennis — als deze niet samengaat met liefde — de mogelijkheid het karakter van zijn ontvanger aan te tasten.

Paulus begint hoofdstuk 13 daarom met het tegenover elkaar stellen van liefde en andere gaven van God. Hij doet dit om de volgende aspecten van liefde te benadrukken: haar belangrijkheid, volmaaktheid en onvergankelijkheid, alsmede dat zij met kop en schouder uitsteekt boven alle andere kwaliteiten die we van belang achten voor het leven en Gods doeleinden.

Aan profetieën komt een eind omdat ze vervuld worden. De gave van talen is vandaag minder belangrijk wegens het wijdverspreid gebruik van Engels in handel, politiek en wetenschap. Haar waarde hangt af van specifieke behoeften. Kennis neemt zo snel toe dat oude kennis, in het bijzonder in de techniek, voortdurend achterhaald wordt door nieuwe ontwikkelingen. Aan de behoefte aan liefde komt echter nooit een eind, deze raakt nooit achterhaald. God wil dat we haar bij iedere gelegenheid gebruiken.

Paulus spoort ons aan om te groeien in liefde; hij doet dit door ons te onderwijzen "het kinderlijke af te leggen" (vers 11) en door zijn verwijzing naar een spiegel (vers 12). De liefde moet volmaakt worden. Wat we nu hebben is slechts onvolmaakt. God geeft ze ons niet in één grote hoeveelheid die we kunnen gebruiken tot ze op is. In die zin moeten we ons altijd als onvolwassen zien. Maar de tijd zal aanbreken dat liefde volmaakt zal zijn en we haar — evenals God — in overvloed zullen bezitten. Ondertussen dienen we — zolang we in het vlees zijn — de liefde na te jagen (1 Corinthiёrs 14:1).

Dit duidt erop dat bijbelse liefde niet iets is dat we van nature bezitten. Het is waar dat sommige vormen van liefde uit onze natuur voortkomen. Dat is echter niet het geval met de liefde van God. Deze komt voort uit het handelen van God door Zijn Geest, iets bovennatuurlijks (Romeinen 5:5).

Liefde, schuld en motivatie

In de Romeinenbrief brengt Paulus liefde in verband met de wet, waarbij hij aantoont dat ze de som is van alle plichten:

Romeinen 13:8-10 Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. 9 Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij, worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. 10 De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet.

Hij zegt niet dat liefde een einde maakt aan de noodzaak van wet, maar dat ze de wet vervult — uitvoert of volbrengt.

Let op de relatie van liefde en wet in samenhang met wat er onmiddellijk aan voorafgaat. De context is het reageren van een christen op bestuur. Hij dient zich te onderwerpen aan menselijk bestuur en dat te respecteren als instelling van God om menselijke zaken te regelen. Een christen is verplicht belastingen te betalen. Wanneer ze betaald zijn, staat een christen financieel niet langer in de schuld bij de staat, totdat de staat het jaar daarop weer belastingen oplegt.

Betreffende onze medemens moeten we niet in de schuld staan. Paulus zegt niet dat een christen nooit iemand geld schuldig mag zijn, maar dat er een schuld is die we iedereen elke dag schuldig zijn, en die we eigenlijk elke dag moeten betalen. Dat is een schuld van liefde, die betaald wordt door het houden van Gods wet en Paulus illustreert dit door enkele van de tien geboden aan te halen! Het is aan deze schuld eigen dat ongeacht hoeveel we er elke dag op betalen, we de volgende dag opnieuw zo'n schuld hebben en die is even groot als de dag ervoor!

Dit veroorzaakt een interessante tegenstelling, omdat we iedereen meer schuldig zijn dan we ooit kunnen hopen te betalen. Deze paradox is echter meer schijn dan werkelijkheid, omdat dit niet is wat Paulus leert. Hij onderwijst dat liefde de drijvende kracht moet zijn, de motivatie achter alles wat we doen. Dit maakt een zwakte zichtbaar in de wet, n.l. die betreffende gerechtigheid. De wet kan uit zichzelf nooit voldoende motivatie zijn, noch de juiste motivatie bij iemand doen ontstaan om hem te onderhouden.

Let op vers 3:

Romeinen 13:3 Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheidspersonen, maar wel, als hij verkeerd handelt. Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doe het goede, en gij zult lof van haar ontvangen.

Wetten worden afgekondigd en daarna staat er straf op overtreding. Regeerders leggen ze op, maar dat weerhoudt de mens niet ze te overtreden — in veel gevallen zelfs ongestraft — met name als hij denkt dat hij niet wordt waargenomen door een handhaver van de wet. De macht van de regering ligt voornamelijk in het afdwingen van gehoorzaamheid, zowel moreel als fysiek. Met andere woorden het is bestuur middels dwang.

Bijvoorbeeld de snelheidsbeperkingen op de autowegen worden massaal overtreden, in het bijzonder als het niet al te druk is, totdat men een politiewagen ziet. Dan wordt plotseling de snelheidsbeperking in acht genomen totdat de politiewagen weer uit het zicht is. Dat de wet is gepubliceerd en algemeen bekend wordt geacht, zal de meeste mensen een zorg zijn.

Maar liefde jegens God, de liefde van God, kan ons motiveren de wet te gehoorzamen, iets wat de wet zelf niet kan. We kunnen dus concluderen dat Paulus beweert dat als iemand Gods liefde uitoefent bij het betalen van zijn schuld aan zijn medemens, hij de wet zal onderhouden.

We kunnen ook concluderen dat Paulus zegt dat als iemand de wet niet overtreedt, hij uit liefde handelt. Dit is een zwakkere conclusie dan de vorige. Binnen deze context wordt dus iedere fase, ieder facet van onze verantwoordelijkheid jegens God en mens gedekt, als we ervoor zorgen dat liefde de motivatie is van alles wat we doen.

Als we een ander werkelijk liefhebben, kunnen we hem geen pijn doen. Liefde zal onmiddellijk iedere gedachte een halt toe roepen die zou leiden tot overspel, moord, diefstal of enigerlei vorm van begeerte, omdat liefde geen kwaad kan doen. Daar liefde wetten die zijn ingesteld om anderen te beschermen, niet kan overtreden, is ze met niets te vergelijken als bron van de juiste overtuigingskracht.

Liefde als band

In Colossenzen 3 laat Paulus een ander aspect zien van het uitnemend belang van liefde voor het leven in een gemeenschap:

Colossenzen 3:12-14 Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. 13 Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo. 14 En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid.

Paulus plaatst liefde "boven alles", daarmee aantonend dat liefde op de eerste plaats staat onder de deugden. Hier is haar belang gelegen in de "band", iets dat bindt of dingen zoals een gemeente bijeenhoudt.

Uiteindelijk neigen alle groepen ertoe uiteen te vallen. Ze blijven niet door een of andere magische kracht bijeen. In 't algemeen blijft een groep één door een gemeenschappelijk doel. Als ieder lid bijdraagt aan dat doel wordt de eenheid in stand gehouden. Echter zelfs al spant ieder zich in om het doel te bereiken, toch ontstaan er spanningen door een veelvoud van oorzaken. Liefde is de uitnemende kwaliteit die leden van de groep in staat stelt de eenheid te bewaren en een uiteenvallen te voorkomen. Dit wordt bereikt doordat ieder lid zich inspant en zich ertoe aanzet uit liefde te handelen.

Het is interessant op te merken dat eigenschappen die we normaal als mannelijk beschouwen — zoals drijfkracht, moed, vastberadenheid en agressiviteit — in de opsomming van Colossenzen 3 ontbreken. Alhoewel ze in zichzelf niet slecht zijn, spelen ze in op het menselijk ego en monden vaak uit in ongegeneerd individualisme.

Daar individualisme meestal verdeeldheid zaait, is Paulus niet hier opuit. Zonder sterke geestelijke beheersing hebben die eigenschappen de neiging uit te lopen op wedijver, boosheid, wrok, kwade gevoelens, uiteenvallen, beschuldigingen, roddel en dwaze praat. Dit zijn op hun beurt niets meer dan onbeschaamd zelfgerichte eigenschappen die splitsing en verdeeldheid veroorzaken.

Iedere deugd die Paulus opsomt, is in feite een uiting van liefde, eigenschappen die het mogelijk maken in een gemeenschap te leven. Er is niets zwaks of vrouwelijks aan. Er is een sterke persoon nodig om wat van nature komt te weerstaan en te doen wat God gebiedt in plaats van mee te gaan met de neigingen van onze vleselijke gevoelens. Paulus noemt liefde hier als een aparte eigenschap om te laten zien dat het niet beperkt is tot de kwaliteiten die hij noemt.

God, mens en liefde

Sommigen hebben 1 Johannes 4:7-12 genoemd als de belangrijkste uitspraak in de gehele bijbel betreffende de natuur van God:

1 Johannes 4:7-12 Geliefden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een ieder, die liefheeft, is uit God geboren en kent God. 8 Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde. 9 Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. 10 Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden. 11 Geliefden, indien God ons zó heeft liefgehad, behoren ook wij elkander lief te hebben. 12 Niemand heeft ooit God aanschouwd; indien wij elkander liefhebben, blijft God in ons en zijn liefde is in ons volmaakt geworden.

Als we worden als Hij, zijn deze verzen belangrijk voor ons, omdat ze ons veel over Hem en onze verantwoordelijkheden vertellen. Ten eerste, liefde komt van God — Hij is de Bron. Deze liefde waarover de apostelen schrijven, komt van God en maakt normaal geen deel uit van de menselijke natuur. Het is agape-liefde. Menselijke liefde los van God is op zijn best slechts een zwakke en vage afspiegeling van wat God in eeuwigheid is.

Daarna zegt Johannes: "God is liefde". Sommigen hebben deze uitnemende uitspraak verkeerd begrepen, omdat hij misleidend kan zijn. God is echter niet slechts een abstractie zoals liefde. Hij is een levend, dynamisch en krachtig Wezen wiens persoonlijkheid veel facetten kent. Hij kan niet in een laatje worden geplaatst, ingepakt en voorgesteld als slechts één eigenschap hebbend.

De uitspraak van Johannes luidt letterlijk: "De God is liefde". De Grieken gebruikten een benadrukkende manier van schrijven en hier ligt de nadruk op het woord "God". De zinsbouw duidt erop dat de twee woorden "God" en "liefde" niet uitwisselbaar zijn. "Liefde" beschrijft Gods natuur. Een goede paraphrase zou kunnen luiden: "God is, naar Zijn natuur, liefde". God is een liefhebbende God!

Dit betekent niet dat liefhebben één van Gods bezigheden is, maar dat ieder handelen van God liefhebbend is. Als Hij schept, schept Hij in liefde. Als Hij regeert, regeert Hij in liefde. Als Hij oordeelt, oordeelt Hij in liefde. Alles wat Hij doet, brengt Zijn karakter tot uitdrukking. God en Zijn karakter worden zichtbaar in wat Hij doet. Door liefde wordt God geopenbaard en kenbaar gemaakt.

Juist het leven in anderen dan Hemzelf is een uiting van liefde. Zijn liefde wordt geopenbaard in Zijn voorzienigheid en zorg voor Zijn schepping. Daar we geen robots zijn, is het hebben van een vrije wil een uiting van Zijn liefde. God gaf ons — door een bewuste handeling van zelfbeperking — de gelegenheid met verstand en gevoel te reageren. We zijn geen dieren. Gods liefde is de verklaring voor verlossing en onze hoop op eeuwig leven. Uit liefde heeft God ons iets gegeven om voor te leven. Het leven is niet zomaar een zaak van een aantal vooropgezette stappen. We leven niet tevergeefs.

God maakte de mensheid naar Zijn beeld en gelijkenis. Maar de bijbel zegt: "God is geest" en "God is liefde". De mens evenwel is vlees en de bijbel beschrijft ons als vleselijk, zelfgericht en bedrieglijk. Praktisch betekent dit dat de mens niet kan zijn waartoe hij is bestemd, tenzij hij liefheeft zoals God liefheeft. Alleen dan zal hij werkelijk het beeld van God zijn, omdat hij dan hetzelfde karakter heeft als God. Dus om dit potentieel te bereiken moet de mens liefhebben, maar hij moet dat met de liefde van God.

Johannes 13:35 voegt daaraan toe:

Johannes 13:35 Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.

Net als God geopenbaard wordt door wat Hij doet, zal dit ook voor Zijn kinderen gelden. Onze liefde voor God heeft dat niet mogelijk gemaakt, maar Zijn liefde voor ons, zoals 1 Johannes 4:19 zegt:

1 Johannes 4:19 Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.

Zo is onze liefde voor Hem een reactie op Zijn liefde voor ons. Daar God Zijn liefde voor ons toont door ons tot Hem te trekken, past het ons Handelingen van liefde jegens anderen uit te voeren om hen te trekken.

Gods uiting van liefde om Zijn Zoon te geven definieert de uiterste consequentie van liefde, het geven van ons kostbaarste bezit als offer voor het belang van een ander. We kunnen dan begrijpen dat goddelijke liefde bijna altijd opoffering met zich meebrengt. Opoffering is de essentie, het wezenlijke kenmerk van liefde.

Gods liefde ontspringt in Hemzelf, kwam tot uiting in Zijn Zoon en wordt volmaakt in Zijn volk. Gods liefde wordt volmaakt in ons als we deze in en onder ons reproduceren, voornamelijk in de broederlijke omgang. Ofwel we gebruiken liefde en vervolmaken haar, of we verliezen haar. Dit verklaart gedeeltelijk de intense nadruk die de apostel Johannes legt op broederlijke omgang. Wat hem bezighield is niet zo maar een extra zegen voor gelovigen, maar een fundamentele uiting waarin Gods liefde tussen de heiligen zichtbaar wordt en tot volmaaktheid kan uitgroeien.

Hoe kunnen we deze liefde ontvangen?

Het moet duidelijk zijn dat we Gods liefde noch van nature, noch vanuit onszelf kunnen voortbrengen. Romeinen 5:5 ondersteunt dit begrip:

Romeinen 5:5 En de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is.

We ontvangen goddelijke liefde vanuit haar Bron, God, door middel van zijn Geest.

Alleen door het kennen van God kunnen we Zijn liefde ontvangen en alleen door lief te hebben kunnen we Hem kennen! Dat klinkt als een vicieuze cirkel, maar deze twee kanten kunnen samengaan. Alleen door God te leren liefhebben kunnen we Zijn karakter leren kennen, weten hoe Hij is. We kunnen die liefde niet ontvangen voordat we eerst Hem leren kennen. Door met Hem om te gaan, leren we Hem kennen en ontvangen we zijn liefde. Door zijn liefde te gebruiken, worden we als Hij en leren we Hem echt kennen. We kunnen God alleen echt leren kennen door het gebruik van Zijn liefde zelf te ervaren.

Dit is allemaal mogelijk doordat God in Zijn liefde een relatie met ons aangaat, ons berouw verleent, ons Zijn Geest geeft, en dan wegens Zijn liefde de leiding neemt in het instandhouden van de relatie. Daarom zegt Paulus in Romeinen 5:10 dat "wij behouden zullen worden, doordat Hij leeft." Hij draagt het grootste deel van de last van ons behoud. Hoe geruststellend!

Wat is deze liefde?

1 Johannes 5:1-3 helpt ons door Gods liefde op een praktische manier te definiëren:

1 Johannes 5:1-3 Een ieder, die gelooft, dat Jezus de Christus is, is uit God geboren; en ieder, die Hèm liefheeft, die deed geboren worden, heeft (ook) degene lief, die uit Hem geboren is. 2 Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben en zijn geboden doen. 3 Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar.

Het is Gods bedoeling dat de liefde van Hem en de liefde van de mens onscheidbare delen worden van dezelfde ervaring. Johannes legt dit uit door te zeggen dat als we de Vader liefhebben, we ook zijn kinderen liefhebben. Als we de Vader die de kinderen verwekte, liefhebben, moeten we ook de kinderen liefhebben, anders bezitten we niet Gods liefde. In 1 Johannes 4:20 maakt hij dit nog duidelijker:

1 Johannes 4:20 Indien iemand zegt: Ik heb God lief, doch zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar; want wie zijn broeder, die hij gezien heeft, niet liefheeft, kan (ook) God, die hij niet gezien heeft, niet liefhebben.

1 Johannes 5:3 is de bijbelse basisdefinitie van liefde. De geboden definiëren, maken duidelijk, wat de basiselementen van liefde zijn, in welke richting ons handelen dient te gaan als we liefde willen tonen. Dit betekent dat gehoorzaamheid aan God het bewijs is van liefde. Gehoorzaamheid is een handeling in onderwerping aan een gebod van God of een principe geopenbaard in zijn Woord of een voorbeeld van God of het goddelijke.

In zekere zin is dit waar goddelijke liefde in een mens begint. Gods geboden gehoorzamen is liefde omdat God liefde is. Daar Zijn karakter volledig liefde is, is het voor Hem onmogelijk te zondigen. Zodoende geeft Hij ons geboden in liefde en deze zullen juiste en goede resultaten voortbrengen. Elk gebod van God weerspiegelt wat Hij Zelf zou doen als Hij in die situatie zou verkeren.

Jezus zegt in Johannes 14:15:

Johannes 14:15 Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.

Door het houden van de geboden brengt men liefde tot uitdrukking. Hij voegt er in Johannes 15:10 aan toe:

Johannes 15:10 Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik de geboden mijns Vaders bewaard heb en blijf in zijn liefde.

Iemand kan denken goed te doen of het kwade te mijden. Hij kan medegevoel hebben, medelijden of genade. Hij kan een afkeer voelen van het doen van een verkeerde handeling. Maar dit alles wordt geen liefde, totdat de gedachte of het gevoel hem aanzet tot handelen. In bijbelse zin is liefde een handeling, een daad.

Liefde kent echter nog een aspect. We kunnen liefde op koude wijze tonen, tegen onze zin of in plichtmatige gehoorzaamheid. We kunnen het ook tonen op een vreugdevolle manier, met hartgrondig enthousiasme of warme, dankbare eerbied. Welke vorm is aantrekkelijker voor God of onze naaste als getuige?

Ongeacht de houding die ermee samengaat is het veel beter wel te gehoorzamen dan niet (Mattheüs 21:28-31). Als we niet zover kunnen komen om te doen wat juist is, kunnen de juiste gevoelens nooit worden gevormd. Ervaring is grotendeels verantwoordelijk voor het oefenen van houding en gevoel. We zullen nooit juiste gevoelens ontwikkelen zonder eerst de juiste Handelingen uit te voeren met de juiste geest, Gods Heilige Geest.

God leren kennen

1 Johannes 2:3-6 helpt ons begrijpen hoe we de juiste houding en het juiste gevoel kunnen ontwikkelen in onze gehoorzaamheid:

1 Johannes 2:3-6 En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren. 4 Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet; 5 maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. 6 Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zó te wandelen, als Hij gewandeld heeft.

We leren God kennen door eenzelfde algemeen proces als waardoor we onze medemens leren kennen — door gezamenlijke omgang of door gemeenschappelijke ervaringen.

Zo'n 500 jaar voor Christus geloofden Griekse filosofen dat ze God konden leren kennen door intellectuele redeneringen en argumenten. Dit idee had een eenvoudig uitgangspunt: de mens is nieuwsgierig! Zij redeneerden dat de mens van nature vragen stelt. Daar God de mens zo heeft gemaakt, zouden de juiste vragen en het op de juiste manier hierover nadenken God dwingen zichzelf te openbaren. De fout in deze redenering kunnen we zien aan het resultaat. Alhoewel het een aantal goede antwoorden opleverde, maakte het de mens — het kon dit ook niet — niet tot een moreel wezen. Zo'n denkproces kan het menselijke karakter niet veranderen.

Religie werd voor hen net zo iets als wiskunde. Het was een intense, mentale inspanning die intellectuele genoegdoening voortbracht, maar geen moreel handelen. Plato en Socrates zagen bijvoorbeeld niets kwaads in homoseksualiteit. De goden van de Griekse mythologie weerspiegelen ook deze immoraliteit, daar ze dezelfde zwakheden bezaten als menselijke wezens.

Een paar honderd jaar later probeerden de Grieken één met God te worden door mysterie-religies. Eén van de meest opvallende kenmerken ervan bestond uit treurspelen die altijd hetzelfde algemene thema hanteerden. Een god leefde, leed verschrikkelijk, stierf een wrede, onrechtvaardige dood en kwam daarna weer tot leven. Alvorens zo'n spel te mogen zien, onderging een in te wijden iemand een lange cursus vol van onderricht en ascetische discipline. Bij zijn vorderingen in de religie, werkte hij zichzelf stapje voor stapje op naar een toestand van intense verwachting.

Daarna, op de juiste tijd, namen zijn leraren hem mee naar het treurspel, waar zij de omgeving dusdanig hadden gemaakt dat alles de emotionele ervaring versterkte: knap lichtspel, sensuele muziek, wierookgeuren en een aansprekende liturgie. Bij het ontvouwen van het verhaal raakte de in te wijden persoon er zo emotioneel bij betrokken dat hij zichzelf identificeerde met de god en meende te delen in zijn lijden, overwinning en onsterfelijkheid.

Maar dit slaagde er niet in hen God te doen kennen. Niet alleen veranderde de menselijke natuur niet, maar het treurspel zat ook vol leugens! Het resultaat was geen echt kennen maar gevoel. Het werkte als een religieuze drug, waarvan de effecten van korte duur waren. Het was een ongewone ervaring, zoiets als een bijeenkomst van een moderne Pinkstergroep waar gelovigen de "geest" tot zich bidden en in tongen spreken. Zulke activiteiten zijn een vlucht uit de werkelijkheid van het alledaagse leven.

God openbaart zichzelf!

Stel deze Griekse methoden eens tegenover de manier van de bijbel om God te leren kennen. Kennis van God komt niet voort uit speculatie of gevoelens, maar uit Gods directe zelfopenbaring. Met andere woorden God zelf brengt het kennen van Hem tot stand door een relatie met ons te beginnen doordat Hij ons door zijn Geest trekt (Johannes 6:44).

Wat God openbaart is evenzeer belangrijk. Hij openbaart Zichzelf als een heilige, liefhebbende en gevende God met een doel dat zo geweldig is, dat ons verstand de volledige implicaties niet kan bevatten, alhoewel we er wel een beperkt idee van kunnen krijgen. Hij laat zien dat als we werkelijk verlangen deel te hebben aan Zijn geweldige scheppingsdoel, ons verbond met Hem ons verplicht net zo heilig, liefhebbend en gevend te zijn als Hij!

God leidt en sterkt ons op deze grote reis door Zijn Heilige Geest, maar gehoorzaamheid, Gods geboden opvolgen, is de manier waarop we dit goddelijk leven gaan ervaren en erin gaan groeien; dit leven wordt in de Schriften "eeuwig leven" genoemd. Door gehoorzaamheid leren we God kennen. Het is zogezegd "wandelen in zijn schoenen".

In het bijbelse gebruik houdt het woord "kennen" ook intimiteit in. In de bijbelse voorbeelden kan het zelfs op seksuele intimiteit duiden. Dat is iemand echt intens kennen, speciaal gelet op de duur van de relatie met God. Als we dit toepassen op onze relatie met God verdwijnt de seksuele dimensie, maar de intimiteit wordt een diepe, blijvende verering, aanbidding en trouw.

Het is mogelijk dat de mens alleen maar als intellectuele oefening aan God denkt. Hij kan zeggen "Ik ken God", of geloven in een "eerste oorzaak" of Schepper, zonder dat dit enige morele consequenties heeft. Hij gaat op zondag naar de kerk en leeft de rest van de week net als al zijn buren en collega's.

Het is mogelijk dat de mens emotioneel is en zegt dat God in hem is, en dat hij vervuld is met de "geest", en toch kan hij God niet zien in termen van geboden. Hij ziet God als iets warms en gezelligs, een grootvaderfiguur die te hulp snelt om problemen op te ruimen, maar hij ziet Hem niet als Iemand die nog steeds doelbewust aan het scheppen is.

Onweerspreekbaar en glashelder laten Jezus, Paulus en Johannes zien dat de enige manier waarop wij kunnen laten zien dat we God kennen, dat Hij in ons is en dat we Hem liefhebben, is dat we door Zijn Geest zijn verwekt en Hem gehoorzamen.

Hoe hoog ligt de lat?

We kunnen deze vraag op een aantal manieren benaderen, maar door enige teksten te vergelijken wordt het antwoord duidelijk doordat zich een patroon gaat aftekenen. Jezus verwoordt het tweede grote gebod als:

Mattheüs 22:39b Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.

Op zichzelf is dit al een heel zware eis omdat we onszelf zo erg liefhebben. We zijn bereid heel wat op te offeren om onszelf te behagen.

Hij legt de lat nog een paar streepjes hoger als Hij in Mattheüs 5:44 zegt:

Mattheüs 5:44 (Statenvertaling) Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen.

Dit is een grote uitdaging, die bevestigt dat de liefde van God zeker niet van nature in ons is.

Onze Zaligmaker zegt ook in Johannes 15:13:

Johannes 15:13 Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.

Paulus legt de lat nog wat hoger door Jezus' eigen voorbeeld aan te halen:

Romeinen 5:7-8 Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven — maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven — God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.

Hij voegt er in de brief aan de Efeziёrs aan toe dat we moeten liefhebben ...

Efeziёrs 5:25b ..., evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft.

We hebben te maken met zo'n vastberaden liefde, met zo'n geweldige kracht, dat iemand die deze heeft, zichzelf op lange termijn zelfs wil opofferen voor zijn vijanden. En alsof dat nog niet genoeg is, zal hij zichzelf uiteindelijk totaal geven in de dood voor hun welzijn, zelfs voordat er van hun kant iets terugkomt!

Kunnen wij daaraan ooit voldoen? Dat kan, maar alleen omdat God ons deelgenoten aan de goddelijke natuur heeft gemaakt. We hebben nu dezelfde Geest in ons die het Jezus mogelijk maakte en Hem kracht gaf. Petrus schrijft:

2 Petrus 1:2-4 Genade en vrede worde u vermenigvuldigd door de kennis van God en van Jezus onze Here. 3 Zijn goddelijke kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht; 4 door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.

Liefde, goddelijke liefde, is de vrucht, het voortbrengsel van die Geest die nu deel uitmaakt van ons leven. Die Geest is een gids en leidt ons in de waarheid. Het blijft echter onze verantwoordelijkheid te kiezen om zijn leiding te volgen, de waarheid te gehoorzamen van de grote God die Zijn beeld in ons schept. Gehoorzaamheid aan Zijn geboden is goddelijke liefde, de vrucht van Zijn Geest die ons kracht geeft, de allerhoogste deugd van de almachtige Schepper.

© 1998 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)