De zaligsprekingen (Deel 6):
De reinen van hart

Door John W. Ritenbaugh
Forerunner, "Persoonlijk," juni 1999

In de fysieke wereld jagen zij die er belang aan hechten, naar zuivere dingen omdat het betekent dat ze alleen maar op het beste uit zijn. Adverteerders beijveren zich om hun producten als zuiver te doen overkomen, bewerend dat ze zuiver plezier, zuivere tevredenheid bieden, of zuivere suiker en zuivere zeep zijn. Dierenfokkers fokken raszuivere dieren uiteenlopend van honden en katten tot varkens. We menen dat zuiver zilver en goud een blijvende waarde hebben. Zuiver water wordt een moeilijk te vinden product. De mens wil kleding dragen van pure weefsels, zoals zijde, katoen en wol, omdat ze verfijnd overkomen, comfortabel dragen en tegen een stootje kunnen. De mens wil in zijn huichelachtigheid vrijheid terwijl hij zijn wilde haren kwijtraakt in de omgang met losbandige vrouwen, maar als hij trouwt, wil hij dat met een kuise, reine maagd die niet door andere mannen bezoedeld is.

Een goed woordenboek zal zuiver definiёren als "absoluut overeenstemmend met een standaard van kwaliteit; zonder gebrek". Als iets zuiver is, is het ongemengd, niet gelegeerd, niet versneden, onbesmet of onbezoedeld door iets dat wezensvreemd is. Afhankelijk van de context kan het de betekenis hebben van schoon, geheel, echt, perfect, onvervalst, kuis, maagdelijk, onberispelijk, smetteloos, onbevlekt, goed, moreel, feilloos, eerbaar, met hoogstaande principes, ethisch, zonder schuld, zonder gebrek, oprecht en nog veel meer.

"Zalig de reinen [zuiveren] van hart" (Mattheüs 5:8) is een zaligspreking die een standaard tot uitdrukking brengt die uitzonderlijk moeilijk is te bereiken. Sterk gerelateerd aan veel wat er in het Oude Testament staat, is deze standaard iets wat de Farizeeёn tevergeefs nastreefden door een bezeten in acht nemen van duizenden cultische regels die zij en anderen aan Gods geїnspireerde woord hadden toegevoegd. Hun verlangen om voor God zuiverheid te bereiken is prijzenswaardig, maar Jezus laat duidelijk zien dat zij ervoor kozen het op de verkeerde manier te doen, door hun hart niet te veranderen. In deze geest merkt Paulus op:

Romeinen 10:1-3 Broeders, de begeerte mijns harten en mijn gebed over hun behoud gaan tot God uit. 2 Want ik getuig van hen, dat zij ijver voor God bezitten, maar zonder verstand. 3 Want onbekend met Gods gerechtigheid en trachtende hun eigen gerechtigheid te doen gelden, hebben zij zich aan de gerechtigheid Gods niet onderworpen.

Reinheid door ritueel

In een groot deel van het Oude Testament wordt reinheid door middel van verschillende rituelen in het algemeen weergegeven als een onderdeel van het offersysteem. Door deze middelen werd heiligheid binnen de Israëlitische gemeenschappen ingesteld en beschermd. In Zijn geїnspireerde woord maakt God Zelf het onderscheid tussen wat rein en onrein is. In de Psalmen en de Profeten echter, bij het voortschrijden van de tijd naar de komst van Jezus Christus, verschuiven de standaards voor reinheid voor God van louter ceremoniёle Handelingen naar moreel gedrag. Ceremoniёle reinheid wordt gaandeweg gezien als symbolisch in plaats van echte reinheid. Tegen ongeveer 1000 voor Christus begreep David dit. Hij schrijft in Psalm 51:18-19:

Psalm 51:18-19 Want Gij hebt geen behagen in slachtoffers, dat ik die brengen zou; aan brandoffers hebt Gij geen welgevallen. 19 De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God.

Dit betekent niet dat de verscheidene wassingen om een rituele reinheid te bereiken zinloos waren voor de oude Israëlieten of voor ons onder het Nieuwe Verbond. Reinheid hangt nauw samen met Gods uitverkiezing van Zijn volk, want door Zijn genade draagt Hij reinheid op hen over. De verscheidene wassingen onderwijzen echter dat het leven, tenzij het religieus in stand wordt gehouden, steeds meer afzakt, steeds meer wegglijdt naar onreinheid. Waakzaamheid is het wachtwoord met betrekking tot verontreiniging.

De rituelen onderwijzen dat reinheid wordt bereikt en in stand gehouden door inspanning en aandacht. Zoals stof en vuile vaat vereist onreinheid regelmatige actie en onderhoud. Bekendheid met de wetten van onreinheid laat zien dat besmetting eenvoudig overdraagbaar is op een manier waarop dat met heiligheid niet mogelijk is. Onreinheid wordt zo gemakkelijk overgedragen dat iemand onrein kan worden door onbedoeld in contact te komen met een lijk of iemand met een besmettelijke ziekte.

Haggai 2:12-15 illustreert de onmogelijkheid om heiligheid van de een op de ander over te dragen en, tegengesteld daaraan, hoe gemakkelijk verontreiniging wordt overgedragen:

Haggai 2:12-15 Zo zegt de HERE der heerscharen: Vraag toch de priesters om onderricht in de wet, 13 en zeg: wanneer iemand heilig vlees in de slip van zijn kleed draagt en hij raakt met zijn slip brood, moes, wijn, olie of enige andere spijs aan, wordt dit dan heilig? De priesters antwoordden: Neen. 14 En Haggai zeide: Indien iemand onrein geworden door een lijk, iets van al deze dingen aanraakt, wordt het dan onrein? De priesters antwoordden: Het wordt onrein. 15 Toen antwoordde Haggai: Zo staat het met dit volk en zo staat het met deze natie voor mijn aangezicht, luidt het woord des HEREN, en zo staat het met al het werk van hun handen, en wat zij daar offeren, dat is onrein.

De heiligheid van iets dat, of iemand die, aan God is gewijd kan niet door louter contact met iets anders of een ander worden overgedragen. De besmetting van een onrein iets wordt echter gemakkelijk overgedragen op het reine, waardoor het verontreinigd wordt!

Wassen is het voornaamste middel tot ceremoniёle reinheid. Op basis van deze bijbelse voorbeelden kwam John Wesley tot zijn welbekende uitspraak "Persoonlijke reinheid is bijna goddelijkheid". [Zo is er ook het spreekwoord: Reinheid van de ziel begint met reinheid van het lichaam.] Hij besefte dat reinheid op de een of andere manier verwant is aan wat God is en dat persoonlijke hygiёne een geestelijke dimensie heeft. De allereerste keer dat wassen in de Schrift wordt vermeld is als Abrahams gastvrijheid voor zijn drie gasten ook bestaat uit het in water voorzien om hun voeten te wassen (Genesis 18:4). Dit symbool van gastvrijheid en dienstbaarheid komt tot een toppunt als Jezus dit als onderdeel opneemt in het ritueel van het Pascha onder het Nieuwe Verbond.

Meer dan het verwijderen van vuil

De sacramentele betekenis van wassen en het gebruik hiervan gaat veel verder dan alleen maar het verwijderen van fysieke onreinheid. Zie voorbeelden als de reiniging van Israël om God bij de berg Sinaï te ontmoeten (Exodus 19:14-15) en Davids smeekbeden om reinheid (Psalm 51:4, 9, 12).

Jesaja 4:3-4 beschrijft een soortgelijke wassing die God uitvoert:

Jesaja 4:3-4 En het zal geschieden, dat wie overgebleven is in Sion, overgelaten in Jeruzalem, heilig zal heten — ieder die in Jeruzalem ten leven is opgeschreven, 4 wanneer de Here het vuil der dochters van Sion zal hebben afgewassen en de bloedvlekken van Jeruzalem daaruit zal hebben weggespoeld door de Geest van gericht en van uitdelging.

Daarentegen laten andere verzen zien dat ook wij een verantwoordelijkheid hebben te vervullen in dit geestelijke wassen:

Jesaja 1:16 Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen.

Jeremia 4:14 Reinig uw hart van boosheid, Jeruzalem, opdat gij behouden wordt; hoelang zullen in uw binnenste uw zondige overleggingen verwijlen?

Eén van Israëls grote tragedies was dat er maar zo weinig van hen de geestelijke bedoeling achter de uiterlijke wassingen begreep. Voor hen was het uiterlijke symbool de werkelijkheid, waardoor ze zichzelf toestonden allerlei kwaad in hun hart te bedenken en dit ook uit te voeren, waarna ze een fysieke reiniging ondergingen en dachten dat ze weer vrij en gereinigd waren van zonde. Jezus valt dit bij diverse gelegenheden aan, specifiek in Mattheüs 15 en Marcus 7, maar nergens veroordeelt Hij hun gebrek in dit opzicht rechtstreekser dan in Mattheüs 23:25-28:

Mattheüs 23:25-28 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeёn, gij huichelaars, want gij reinigt de buitenzijde van de beker en van de schotel, maar van binnen zijn zij vol roof en onmatigheid. 26 Gij blinde Farizeeёr, reinig eerst de inhoud van de beker; dan zal hij ook van buiten rein worden. 27 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeёn, gij huichelaars, want gij gelijkt op gewitte graven, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid. 28 Zo ook gij, van buiten schijnt gij de mensen wel rechtvaardig, doch van binnen zijt gij vol huichelarij en wetsverachting.

Zelfs Pontius Pilatus probeerde zijn geweten te sussen door het gebruikelijke, lege ritueel van handenwassen uit te voeren om zo "onschuldig" te zijn aan de ter dood veroordeling van Jezus, een onschuldig mens (Mattheüs 27:24). Deze handeling kan misschien voor hem en anderen die dicht genoeg bij hem stonden om te weten wat hij deed, iets betekent hebben, maar in werkelijkheid was hij nog steeds schuldig aan het tekortschieten in zijn verantwoordelijkheid als rechter, en die was: iemand die onschuldig was vrijlaten.

Een andere serie verzen die een levendige woordschildering bevat van de geestelijke nutteloosheid van de uiterlijke wassingen vinden we in 2 Petrus 2:20-22:

2 Petrus 2:20-22 Want indien zij, aan de bezoedelingen der wereld ontvloden door de erkentenis van de Here en Heiland Jezus Christus, toch weer erin verstrikt raken en erdoor overmeesterd worden, dan is hun laatste toestand erger dan de eerste. 21 Het zou immers beter voor hen geweest zijn, geen kennis verkregen te hebben van de weg der gerechtigheid, dan met die kennis zich af te keren van het heilige gebod dat hun overgeleverd is. 22 Hun is overkomen, wat een waar spreekwoord zegt: Een hond, die teruggekeerd is naar zijn uitbraaksel, of: een gewassen zeug naar de modderpoel.

Ongeacht hoe schoon we aan de buitenkant zijn, als de binnenkant, het karakter, het hart onveranderd blijft, of als we weer onze toevlucht nemen tot het zondigen uit gewoonte, dan zullen we terugkeren tot waar we vandaan kwamen en zullen we opnieuw vuil zijn, zowel van binnen als van buiten.

Jezus en de initiёle wassing

Hebreeën 10:1, 3 bevestigt dat de oudtestamentische ceremonies plichten met een symbolisch belang onderwezen, maar dat deze niet de reinigende functies konden uitvoeren waarnaar ze verwezen.

Hebreeën 10:1, 3 Want daar de wet slechts een schaduw heeft der toekomstige goederen, niet de gestalte dier dingen zelf, is zij nimmer in staat ieder jaar met dezelfde offeranden, die onafgebroken gebracht worden, degenen, die toetreden, te volmaken. ... 3 Doch door die offeranden werden ieder jaar de zonden in gedachtenis gebracht.

Het einde van de sacramentele wassingen van het Oude Verbond om reinheid te bereiken brak aan met het werk van Jezus Christus. Let op wat er in Johannes 1:29 staat:

Johannes 1:29 De volgende dag zag hij Jezus tot zich komen en zeide: Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.

Door de gehele bijbel heen is een vorm van zonde, of die nu specifiek wel of niet wordt genoemd, de oorzaak van verontreiniging, direct of indirect. Deze kan zowel de binnen- als de buitenkant van de betrokken persoon aantasten. Zonder de verwijdering van zonde, zal de verontreiniging altijd aanwezig blijven. De verwijdering ervan uit het menselijke hart en de menselijke omgeving is dus de oplossing van het probleem om vrij te zijn en te blijven van de verontreiniging die eruit voorkomt.

1 Johannes 1:7 zegt heel duidelijk:

1 Johannes 1:7 maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.

Hier wordt het bloed van Jezus, dat tijdens Zijn kruisiging werd vergoten, symbolisch voorgesteld als het actieve reinigingsmiddel.

Hebreeën 9:11-14 en 10:4 maken het plaatje nog duidelijker:

Hebreeën 9:11-14 Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping, 12 en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf. 13 Want als (reeds) het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden, 14 hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?

Hebreeën 10:4 want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen.

Jezus, heiliging en reiniging

Het is voor de zorgelozen verleidelijk het reinigingsproces met de initiёle reiniging die door Gods genade en geloof in Christus' offer tot stand word gebracht, als voltooid te beschouwen. Maar het Nieuwe Testament voorziet in heel wat bewijs dat Gods reinigingsproces op dat moment nog bij lange na niet voltooid is — het is in feite nog maar net begonnen!

Op dat punt in de vervulling van Gods doel in het leven van een bekeerling wordt reinheid in verband gebracht met heiliging, dat ook wel het op weg zijn naar volmaaktheid wordt genoemd. Deze begrippen verwijzen in principe naar hetzelfde. Na de doop en het ontvangen van Gods Geest blijft de menselijke natuur aanwezig en daarmee het zaad voor een voortgaande verontreiniging. Bedenkt dat de bijbel laat zien dat verontreiniging gemakkelijk tot stand komt. De menselijke natuur van de bekeerling staat gereed om zijn boze werk te doen. En doet dat ook! De dagelijkse smetten die erdoor worden voortgebracht, moeten verwijderd worden; we moeten die natuur overwinnen en uitroeien op onze tocht naar volmaaktheid.

Hoe vaak moeten we ons wassen?

De bijbel voorziet ons van een overvloed aan teksten over hoe het werk van Jezus Christus als Hogepriester, de Heilige Geest en het woord van God een rol spelen om ons rein van hart te maken. Sommige van deze verzen laten een dagelijkse reiniging zien, andere eens per jaar, en weer andere eens in een geheel leven. Maar ze zijn allemaal belangrijk voor het proces. Waarschijnlijk zijn er lichaamsdelen die we elke dag wassen. Daar geestelijke reiniging zeker niet minder belangrijk is, zouden we dat ook elke dag moeten doen.

Een welbekend gedeelte over dit onderwerp is Johannes 13:6-11:

Johannes 13:6-11 Hij kwam dan bij Simon Petrus. Deze zeide tot Hem: Here, wilt Gij mij de voeten wassen? 7 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het later verstaan. 8 Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij. 9 Simon Petrus zeide tot Hem: Here, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd! 10 Jezus zeide tot hem: Wie gebaad heeft, behoeft zich [alleen de voeten] te laten wassen, want hij is geheel rein; en gijlieden zijt rein, doch niet allen. 11 Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein.

Pascha is gedeeltelijk een jaarlijkse vernieuwing van onze initiёle reiniging van de verontreiniging van zonde door het offer van Jezus Christus. Het dient niet alleen als een herinnering hieraan, maar ook dat onze dagelijkse wandel, symbolisch voorgesteld door onze vuile voeten, gereinigd dient te worden als deze vuil is geworden. Het is opmerkenswaardig dat Petrus later schrijft dat wij, als een heilig priesterschap, geestelijke offers moeten brengen, die door Jezus Christus aanvaardbaar zijn voor God (1 Petrus 2:5).

In het oudtestamentische ritueel moesten de priesters die bij de tabernakel en de tempel dienst deden, zowel de handen als de voeten wassen in het wasvat voordat ze hun dienst voor God begonnen, anders zouden ze sterven (Exodus 30:18-21)! Hebreeën 7:26-28 versterkt deze gedachte:

Hebreeën 7:26-28 Immers, zulk een hogepriester hadden wij ook nodig: heilig, zonder schuld of smet, gescheiden van de zondaren en boven de hemelen verheven; 27 die niet, gelijk de hogepriesters, van dag tot dag eerst offers voor zijn eigen zonden behoeft te brengen en daarna voor die van het volk, want dit laatste heeft Hij eens voor altijd gedaan, toen Hij Zichzelf ten offer bracht. 28 Want de wet stelt als hogepriester mensen, die met zwakheid behept zijn, maar het plechtige woord van de eed, die ná de wet kwam, stelt de Zoon, die in eeuwigheid volmaakt is.

Al heeft de schrijver het specifiek over de hogepriester, toch vielen alle priesters die dienst deden voor God onder de strekking van deze wet. Het is duidelijk dat God Zich echt druk maakt over de reinheid van hart, karakter, houding, motieven en manier van dienen van hen die Hem dienen. Omdat we Hem iedere dag moeten dienen is er hiervoor specifieke en voortdurende, dagelijkse aandacht nodig.

De Heilige Geest, waarheid en Gods woord

Naast Christus' werk als Hogepriester verwijst de bijbel ook naar de Heilige Geest, waarheid en het woord van God als bronnen of middelen van reiniging. Let er in de volgende schriftgedeelten op hoe deze middelen dit voortgaande proces ondersteunen:

Titus 3:5-6 ..., niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest, 6 die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland.

Johannes 14:16-17 En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, 17 de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.

Johannes 16:13 doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.

Johannes 17:17 Heilig hen in uw waarheid; uw woord is de waarheid.

Johannes 15:3 Gij zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb;

Efeziërs 5:25-26 Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, 26 om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord,

Al deze elementen maken deel uit van Gods scheppende inspanningen die met elkaar samenwerken om een verandering van de zonen van God naar Zijn beeld tot stand te brengen. Vele verzen spreken naast verandering over "vernieuwing". Vernieuwing suggereert een nieuwe, schone start op het levenspad na een periode van vuiligheid en verontreiniging. Paulus heeft het in Romeinen 12:2 over beide:

Romeinen 12:2 En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

Hij noemt het opnieuw in een soortgelijke context in Efeziërs 4:22-24:

Efeziërs 4:22-24 dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, 23 dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, 24 en de nieuwe mens aandoet, die naar (de wil van) God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.

Ook in 2 Corinthiërs 4:16 laat hij zien dat vernieuwing, het maken van een nieuwe start, een dagelijkse verantwoordelijkheid is van deze manier van leven:

2 Corinthiërs 4:16 Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd.

Tenslotte verzekert God Zich in 1 Johannes 3:1-3 ervan dat we begrijpen dat iedereen een belangrijke rol speelt in het zichzelf rein houden:

1 Johannes 3:1-3 Ziet, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het (ook). Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. 2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; (maar) wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is. 3 En een ieder, die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, gelijk Hij rein is.

Reinheid van hart

Met dit als achtergrond zijn we er klaar voor om rechtstreekser naar deze zaligspreking te kijken; we begrijpen nu hoe sterk God ernaar verlangt dat we rein zijn in geheel ons denken, spreken en doen. Het hart staat hierin centraal omdat in de bijbel het hart staat voor de zetel, de bron, het reservoir en de aanzetter tot onze gedachten, houdingen, verlangens, karakter en motivatie. Het is synoniem met ons moderne gebruik van "denken", aangezien het denken de plaats is waar kennis, houdingen, motivatie, genegenheden, verlangens, voorliefdes en afkeren worden opgeslagen.

Jezus zegt in Mattheüs 5:8:

Mattheüs 5:8 Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.

Het is duidelijk dat het in deze zaligspreking om de kwaliteit van het hart gaat. Spreuken 4:23 zegt:

Spreuken 4:23 Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens.

Onze Vader richt het boek Spreuken rechtstreeks op Zijn zonen (Spreuken 1:8). Het veronderstelt dat ons hart is gereinigd door Zijn initiёle reiniging, dat we Zijn Geest hebben ontvangen, in het proces van heiliging zitten en op weg zijn naar volmaaktheid. Ezechiël legt dit proces uit:

Ezechiël 36:25-27 Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen; 26 een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. 27 Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt.

Dit gebeurt niet allemaal binnen één ogenblik. Het is een proces en zoals we allemaal in de Schrift en onze eigen ervaringen sinds onze doop hebben ontdekt, is de menselijke natuur nog heel sterk levend in ons (Romeinen 7:13-25). Paulus bevestigt dit in Galaten 5:17:

Galaten 5:17 Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees (want deze staan tegenover elkander) zodat gij niet doet wat gij maar wenst.

De menselijke natuur, de wet der zonde in ons, is er altijd op uit ons weer naar de verontreiniging van de zonde te trekken, onze hoop deel te hebben aan het leven met de heilige God te vernietigen. Daarom raadt God ons in Spreuken 4:23 aan ons hart te behoeden, ofwel te bewaken, te beschermen en te handhaven. Het is heel gemakkelijk verontreinigd te worden door terug te vallen in onze oude gewoonten. Romeinen 8:7 en Jeremia 17:9 laten het waarom van deze grimmige realiteit zien:

Romeinen 8:7 Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet:

Jeremia 17:9 Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen?

Het normale menselijke denken overtuigt de mens er op bedrieglijke wijze van dat hij goed is en dat hij God, medemens en de wet liefheeft. Maar de werkelijkheid is juist het tegendeel. Dat denken is in strijd met God en medemens, en haat Gods heilige, rechtvaardige en geestelijke wet. Het houdt veel meer van zichzelf en zijn verlangens dan van iets anders. Deze bedrieglijke, zelfgerichte vijandschap oefent voortdurend zijn invloed uit en trekt ons weer naar de verontreiniging der zonde.

Jezus spreekt hierover in Mattheüs 15:16-20:

Mattheüs 15:16-20 Hij zeide: Zijt ook gij nog onbevattelijk? 17 Begrijpt gij niet, dat al wat de mond binnengaat, in de buik komt en te zijner plaatse verdwijnt? 18 Maar wat de mond uitgaat, komt uit het hart, en dat maakt de mens onrein. 19 Want uit het hart komen boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen, godslasteringen. 20 Dat zijn de dingen, die een mens onrein maken, maar het eten met ongewassen handen maakt een mens niet onrein.

Zonde verontreinigt heiligheid. In termen van karakter, van het zijn naar Gods beeld, verontreinigt, bezoedelt, besmet of bekladt zonde de weerspiegeling van God in ons.

1 Johannes 1:8 Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet.

Een werk in uitvoering

Reinheid van hart is een werk in uitvoering waarin zowel God als mens delen in de verantwoordelijkheid. Veel teksten laten zien dat God zal reinigen door zonde te vergeven. Maar onze verantwoordelijkheid in de reiniging is heel belangrijk en wordt vaak genoemd samen met wat we moeten doen om gereinigd te worden. Let er eens op hoe duidelijk Jacobus laat zien dat reiniging onze verantwoordelijkheid is:

Jacobus 4:8 Nadert tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinigt uw handen, zondaars, en zuivert uw harten, gij, die innerlijk verdeeld zijt.

Hoe wordt deze reiniging uitgevoerd? 1 Petrus 1:22 geeft daarvan een samenvatting:

1 Petrus 1:22 Nu gij uw zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid gereinigd hebt tot ongeveinsde broederliefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief.

Gehoorzaamheid aan de waarheid door de Geest reinigt ons karakter door er juiste gewoonten in te prenten.

Na ons geboden te hebben onszelf te reinigen, voegt Jesaja nog toe:

Jesaja 1:16-17 Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen; 17 leert goed te doen, tracht naar recht, houdt de geweldenaar in toom, doet recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak der weduwe.

Op soortgelijke manier zegt onze Vader nadat Hij ons heeft aangespoord ons hart te behoeden:

Spreuken 4:24-27 Doe weg van u de valsheid van mond en houd ver van u de verkeerdheid der lippen. 25 Laten uw ogen voorwaarts blikken en uw oogopslag rechtuit zijn. 26 Laat uw voet een effen pad inslaan en laten al uw wegen vast zijn. 27 Wijk noch ter rechter-, noch ter linkerhand af, houd uw voet verwijderd van het kwade.

Jeremia 4:14 voegt daar aan toe:

Jeremia 4:14 Reinig uw hart van boosheid, Jeruzalem, opdat gij behouden wordt; hoelang zullen in uw binnenste uw zondige overleggingen verwijlen?

Psalm 24:3-4 stelt een diepgaande vraag en geeft een helder en belangrijk antwoord aan ons allemaal:

Psalm 24:3-4 Wie mag de berg des HEREN beklimmen, wie mag staan in zijn heilige stede? 4 Die rein is van handen en zuiver van hart, die zijn ziel niet op valsheid richt, noch bedrieglijk zweert.

Deze twee korte verzen bestrijken heel globaal gedrag, motivatie, houding en hoe iemand prioriteiten in zijn leven stelt.

Om aan deze kwalificaties te voldoen dienen we over "waarheid in het verborgene" (Psalm 51:8) te beschikken. Een bedrieglijk hart zal nooit voldoen aan de standaards omdat het niet werkt op basis van goddelijke integriteit. David zegt in vers 7 dat hij menselijk gezien in ongerechtigheid was gevormd. God is — met onze medewerking in geloof — uiteindelijk de Schepper van een rein hart in ons, maar het is een langdurig proces dat wordt bewerkstelligd doordat Zijn Geest in ons een heilig karakter tot stand brengt. Dit verenigt ons met een heilige Christus, met Wie we broederlijk omgaan, waarbij we ons wassen in het bloed van het Lam, zodat we met Zijn hulp het vlees kunnen doden en in overeenstemming met Gods wil leven, waarbij we Hem de eerste prioriteit geven in alles.

We zullen in dit leven nooit zo rein worden als God. Onze reinheid is op zijn best gedeeltelijk. We worden gedeeltelijk gereinigd van onze vroegere duisternis, onze wil wordt gedeeltelijk gereinigd van zijn rebellie, onze verlangens worden gedeeltelijk gereinigd van lust, hebzucht en trots. Maar het reinigingswerk is begonnen en God is getrouw om te voleindigen wat Hij begonnen is (Filippenzen 1:6).

Het is interessant dat als Petrus verwijst naar Gods roeping van de heidenen in Handelingen 15:9, hij zegt dat God "geen onderscheid maakte tussen ons en hen, door het geloof hun hart reinigende." Hij gebruikt "reinigende" in de zin van een voortdurende ervaring. In Titus 3:5 gebruikt Paulus de woorden "vernieuwing door de Heilige Geest" op dezelfde voortgaande manier. We moeten reinheid van hart op deze manier bezien omdat Jacobus het volgende zegt:

Jacobus 3:2, 8 Want wij struikelen allen in velerlei opzicht; wie in zijn spreken niet struikelt, is een volmaakt man, in staat zelfs zijn gehele lichaam in toom te houden. ... 8 maar de tong kan geen mens bedwingen. Zij is een onberekenbaar kwaad, vol dodelijk venijn.

Door dagelijks het eigen ik te verloochenen, oprecht onze zonden te belijden en van harte te gehoorzamen, werken we naar reinheid.

Het is echter niet genoeg rein te zijn in woorden en uiterlijk gedrag. Reinheid van verlangens, motieven en bedoelingen behoren een kind van God ook te karakteriseren. We moeten onszelf onderzoeken, ijverig zoeken of we ons hebben bevrijd van de overheersing van huichelarij. Is onze interesse gericht op de dingen van boven? Is de vreze des Heren sterk genoeg geworden zodat we liefhebben wat Hij liefheeft en haten wat Hij haat? Zijn we ons bewust van en hebben we intens verdriet over de vuiligheid die we nog in onszelf vinden? Zijn we ons bewust van onze dwaze gedachten, verdorven voorstellingen, kwade verlangens? Treuren we over onze trots? Misschien is de zwaarste last voor een rein hart wel te zien dat er nog steeds een oceaan van onreine dingen in het hart aanwezig is, waardoor het leven en de daden die worden gedaan, worden bevuild.

Zien wij God?

Deze zaligspreking heeft, evenals de andere, zowel een tegenwoordige als een toekomstige vervulling. Paulus zegt in 1 Corinthiërs 13:12:

1 Corinthiërs 13:12 Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben.

Om God te "zien" moeten we dicht bij Hem worden gebracht. In dit geval is de betekenis dat waar we ver van verwijderd zijn, niet duidelijk kan worden onderscheiden. Dat we als zondaren ver van God zijn wordt uitgesproken in Jesaja 59:2:

Jesaja 59:2 maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort.

Daarom spoort Jacobus ons aan:

Jacobus 4:8a Nadert tot God, en Hij zal tot u naderen. ...

De reinen van hart zijn zij die met hun gehele wezen ernaar zoeken vrij te blijven van elke verontreiniging van zonde. De vrucht hiervan is de zegen van geestelijk onderscheidingsvermogen. Met geestelijk begrip hebben zij een helder zicht op Gods karakter, wil en eigenschappen. Een rein hart is synoniem met wat Jezus in Mattheüs 6:22 een "zuiver" (NBG) oog of een "eenvoudig" (Statenvertaling) oog noemt. Als iemand dit denken bezit, dan is het gehele lichaam vervuld van licht. Waar licht is, kan men duidelijk zien.

De betekenis van de belofte van deze zaligspreking om God te zien loopt door tot in het Koninkrijk van God. In zekere zin zullen allen God zien, zoals Openbaring 1:7 profeteert:

Openbaring 1:7 Zie, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien, ook zij, die Hem hebben doorstoken; en alle stammen der aarde zullen over Hem weeklagen.

Ze zullen Hem als Rechter zien.

Jezus' belofte is echter als een zegen, een gunst, neergeschreven. Openbaring 22:4 zegt van hen die in Gods Koninkrijk geboren zullen worden:

Openbaring 22:4 en zij zullen zijn aangezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoofden zijn.

In 1 Johannes 3:2 staat: "Maar wij weten dat ... wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is."

Om iemands gezicht te kunnen zien moeten we heel dicht in zijn nabijheid zijn. In dit geval duidt het woord op de allerhoogste eer: in de aanwezigheid van de Koning der koningen te mogen zijn. David begreep de grootheid hiervan zeer zeker:

Psalm 17:15 Maar ik zal in gerechtigheid uw aangezicht aanschouwen, en bij het ontwaken mij verzadigen met uw beeld.

Zoals we hebben gezien hecht God veel waarde aan rein zijn, in het bijzonder de reinheid van hart. Ook zagen we dat we gemakkelijk verontreinigd kunnen worden, terwijl rein blijven een voortdurende waakzaamheid vereist, een vastbesloten discipline en een heldere visie op wat voor ons ligt, als hulpmiddel om ons te helpen op het juiste spoor te blijven. Daar zonde verontreinigt, verlangt deze zaligspreking het meest veeleisende zelfonderzoek van ons. Komen ons werk en ons dienen voort uit onzelfzuchtige motieven of vanuit een verlangen om op te vallen? Is ons bijwonen van de diensten een oprechte poging God te ontmoeten of niet meer dan het vervullen van een respectabele gewoonte? Zijn onze gebeden en bijbelstudie een innig verlangen om met God om te gaan, of doen we dit omdat we ons daardoor op een plezierige manier superieur voelen? Leiden we ons leven met een bewuste behoefte aan God, of zoeken we niet meer dan een comfortabel gevoel in onze vroomheid?

Onszelf eerlijk onderzoeken kan een discipline vereisen die ontmoedigend en beschamend uitwerkt, maar heel nodig is. Maar gelet op Christus' belofte in deze zaligspreking is het dit wel waard, ongeacht de inspanning die het kost en de vernedering die het vereist. Het is daarbij goed Paulus' aansporing in 2 Corinthiërs 7:1 vers in het geheugen te houden:

2 Corinthiërs 7:1 Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods.

© 1999 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)