Het achtste gebod

Door John W. Ritenbaugh
Forerunner, "Persoonlijk," november 1997

In iedere cultuur op aarde is het bezit van eigendom bewijs van iemands waarde. Of dat bezit nu land is, of huizen, auto's, juwelen, vee, kippen, schapen of industrie, anderen kijken naar dat bezit en denken: "De eigenaar moet iemand van betekenis zijn, omdat ik daar het bewijs van kan zien."

Iedere gemeenschap heeft slimme, ijverige en voorzichtige mensen die aanzienlijke bezittingen hebben. Dezelfde gemeenschap kent ook leden die werkelijk minder bevoorrecht zijn, evenals luie mensen en mensen die "de pijp aan Maarten hebben gegeven"; deze laatsten bereiken zelden materieel succes. In het algemeen ontkennen degenen die weinig of geen bezit hebben niet het recht op eigendom van hen die veel bezit hebben. Ze kunnen zich echter wel serieus afvragen hoe zo iemand dat bezit in de eerste plaats heeft verworven. Er zijn revoluties over zulke zaken uitgebroken. Soms beschuldigen de minderbedeelden de bezitters van grote eigendommen van het gebruik van dubieuze "wettige" middelen om hun bezit te verwerven, dus rechtvaardigen zij het gebruik van alle mogelijke middelen om het aan de "rechtmatige eigenaars" terug te geven.

Maar Exodus 20:15 en Deuteronomium 5:19 zeggen: "Gij zult niet stelen." God heeft geen "indien", "en", "maar" of "misschien onder bepaalde omstandigheden" toegevoegd. Het feit dat dingen kunnen worden gestolen, impliceert een recht op eigendom. Op het eerste gezicht beschermt deze wet iemands recht om eigendom te verwerven en te bezitten, maar door het tegendeel daarvan, stelen, te veroordelen moedigt de geest ervan het principe van vrijgevigheid rechtstreekser aan dan enig ander gebod.

Deze wet is zo eenvoudig, dat het moeilijk voor te stellen is hoe iemand deze ook maar verkeerd kan begrijpen. Hij is zeker bij de tijd. Wie kan er bezwaar tegen maken? Zelfs dieven hebben er bezwaar tegen om te worden beroofd! Toch zijn er mensen die alles dat niet vastgelast zit, vergrendeld is, vastgenageld of vastgelijmd is, zullen stelen!

De ethiek van het bezit van eigendom is gebaseerd op een gemakkelijk te begrijpen rechtsprincipe. Iemand hoeft geen ruimtevaartgeleerde te zijn om het te begrijpen. Er is niemand op aarde die geen verontwaardiging voelt nadat hij is beroofd. Zelfs als hij niet aanwezig is tijdens de diefstal van persoonlijk bezit, voelt het slachtoffer zich later persoonlijk geweld aangedaan en aanvaardt hij de misdaad maar zelden zonder protest.

We reageren op deze manier omdat voor ons gevoel onze bezittingen deel van onszelf uitmaken. Steel mijn kleren en misschien moet ik wel naakt verder. Neem mijn voedsel en ik moet hongerig verder. Ontneem me mijn huis door bedrog en ik moet verder zonder onderdak. Steel mijn gereedschappen en ik kan niet langer mijn beroep uitoefenen. Ga er met mijn spaargeld vandoor en ik verlies mijn zekerheid.

De vele kanten van diefstal

Dit gebod bestrijkt heel wat meer dan alleen maar gewone diefstal. Robert I. Kahn schrijft in zijn boek The Ten Commandments For Today dat er honderden manieren zijn om te stelen, maar slechts één om eerlijk te zijn. Binnen menselijke relaties wordt er waarschijnlijk geen ander gebod zo vaak overtreden, verbogen, ontdoken, ontweken of genegeerd.

We kunnen stelen door inbraak, diefstal, verduistering, beroving, kaping, winkeldiefstal, kidnapping, zakkenrollen of plagiaat plegen. We kunnen beroven, overvallen, oplichten, vee roven, plunderen, gappen, kapen, jatten, kaalplukken, ritselen, inpikken of afzetten. Het is interessant met hoeveel woorden we in onze taal deze ene zonde kunnen beschrijven.

De statistieken uit The FBI Uniform Crime Report over landelijke diefstal zijn verbijsterend. Deze statistieken kunnen niet geheel nauwkeurig zijn, omdat naar schatting wegens de frustratie van het publiek met de politie en de rechtbanken slechts zo'n 50 procent van deze misdaden wordt aangegeven. De FBI verdeelt diefstal in zes categorieën: beroving, inbraak, diefstal van motorvoertuigen, fraude, verduistering en andere persoonlijke diefstallen. De volgende informatie is ontleend aan het verslag van de FBI over 1995:

  • Beroving is het iets van waarde ontnemen aan iemands zorg, beheer of controle door geweld of het aanjagen van angst. Het vindt plaats in de aanwezigheid van het slachtoffer. In 1995 vond er iedere 60 seconden een beroving plaats!
  • Inbraak omvat elk binnendringen van een gebouw met het doel om een misdaad of diefstal te plegen. In 1995 vond er iedere 12 seconden een inbraak plaats! De schade bedroeg in totaal zo'n $3,3 miljard, waarbij er 2½ keer zoveel inbraken in stedelijke gebieden plaatsvonden als in landelijke gebieden. Inbraak komt zoveel voor dat het 23 procent van alle getallen in de misdaadoverzichten omvat.
  • Er werden in 1995 zoveel auto's gestolen dat er elke 21 seconden een autodiefstal werd aangegeven met een gemiddeld verlies van $5.117 en op jaarbasis dus zo'n $7,7 miljard!
  • Andere persoonlijke diefstallen, misschien wel de meest begane misdaad, vinden iedere 4 seconden plaats! Het is het op onwettige wijze wegnemen, wegdragen, wegleiden of wegrijden van eigendom uit het bezit van een ander zonder het gebruik van geweld of bedrog. Ook winkeldiefstal, zakkenrollen, autodiefstallen en diefstal van auto-onderdelen en -accessoires vallen eronder. In 1995 gaven Amerikanen 6,6 miljoen van deze vormen van diefstal aan, maar de FBI zegt dat deze misdaad het minst wordt aangegeven.

Als we alle misdaad tegen eigendom (beroving, inbraak, diefstal van motorvoertuigen, brandstichting en andere persoonlijke diefstallen) samenvoegen, dan vindt er elke 3 seconden één plaats met een totale schade van $13,2 miljard!

Er zijn zich maar weinig mensen bewust hoe geweldig veel een miljard is. Eén miljard minuten geleden brengt ons terug tot 95 na Christus, ongeveer de tijd dat de apostel Johannes het boek Openbaring op het eiland Patmos schreef! Nog een miljard minuten terug brengt ons in de dagen van Abraham! Maar in één jaar stalen de Amerikanen $13,2 miljard aan andermans eigendom. Is het waar dat "we allemaal een beetje de neiging tot stelen hebben"? Zijn we echt een natie van dieven? Er zijn heel wat mensen die dingen worden ontnomen die ze heel waarschijnlijk eerlijk hebben verdiend.

"Diefstal van de geest"

Zoals gedefinieerd door de FBI hebben andere vormen van diefstal dan beroving gewoonlijk van doen met bedrog, omdat de dief probeert te voorkomen dat hij zichzelf blootgeeft aan confrontatie en identificatie. Als gevolg daarvan gaat diefstal vaak met een andere zonde, bedrog, gepaard.

De talmoed noemt dit type diefstal "diefstal van de geest". Het illustreert het concept middels een koopman die producten in manden verkoopt, waarin een laag gepelde erwten vele lagen erwten in de dop bedekt. Er wordt geen woord gewisseld, er wordt geen leugen verteld, maar het oog wordt bedrogen en het niets vermoedende slachtoffer wordt beroofd. Hij krijgt niet datgene waarvoor hij denkt te hebben betaald, een volle mand met gepelde erwten.

Op dezelfde manier spelen fabrikanten, voedselproducenten en restaurateurs verstoppertje met consumenten aan de ene kant en de U.S. Food and Drug Administration aan de andere kant. Door hun producten verkeerd voor te stellen, laten ze ons de volle prijs betalen voor ondeugdelijke goederen. In Amerika behoeven restaurateurs hun klanten niet te informeren als ze gefabriceerd "voedsel" geven in plaats van het echte, natuurlijke voedsel.

De ene mens steelt van de andere door misbruik te maken van onwetendheid, leed en zwakte. Hoeveel rijkdom is er niet door het imperialisme van een technisch verder gevorderde cultuur gestolen van onderontwikkelde landen die mineraalrijk zijn, een vruchtbare bodem hebben of gunstige weersomstandigheden bezitten? Tijdens ons leven hebben Amerika, Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Rusland en Japan op agressieve wijze voordeel getrokken uit de onwetendheid van minder ontwikkelde culturen. Zelfs al worden de inboorlingen betaald voor hun werk, toch is het stelen. Arbeiders in die landen ontvangen een schijntje voor hun arbeid, terwijl vreemdelingen fabelachtig rijk worden.

God veroordeelt dit in Jacobus 5:

Jacobus 5:1-6 Welaan dan, gij rijken, weent en maakt misbaar over de rampen, die u zullen overkomen. 2 Uw rijkdom is verrot, uw klederen zijn door de mot aangevreten, 3 uw goud en zilver is verroest, en het roest ervan zal tegen u getuigen en uw vlees verteren als vuur. Gij zijt schatten gaan opleggen, terwijl het de laatste dagen zijn. 4 Zie, het loon, dat door u is ingehouden van de arbeiders, die uw landen hebben gemaaid, schreeuwt, en het geroep van hen, die uw oogst hebben binnengehaald, is doorgedrongen tot de oren van de Here Sebaot. 5 Gij hebt op aarde weelderig geleefd en u te goed gedaan, gij hebt uw hart vetgemest in de slachttijd. 6 Gij hebt de rechtvaardige veroordeeld, ja vermoord; er is geen verweer tegen u.

Oplichters stelen door te azen op hen die in rouw zijn, of hun voordeel te doen met de zwakheden van de menselijke natuur. Juist deze week verscheen er een serie artikelen in de Charlotte Observer die waarschuwen voor oplichters die het op de ouderen gemunt hebben. Oplichters azen vaak op de onzekerheid van de ouderen en hun verlangen hun kleine "appeltje voor de dorst", dat naast verminderd inkomen en stijgende kosten zo ontoereikend lijkt, te vergroten. Bedriegers beschouwen hen als een gemakkelijke prooi, omdat ze cynisch zeggen: "Je kunt een eerlijk mens niet bedriegen." Zij redeneren dat als de ouderen niet begerig waren om een snelle winst te behalen, ze niet bedrogen zouden kunnen worden. Al mag dit waar zijn, iemand moet niet doelbewust gebruik maken van andermans begeerte naar een persoonlijk voordeel dat op zichzelf al zondig is. Twee verkeerde dingen resulteren niet in iets goeds.

Anderen komen hun beloften niet na of voldoen niet aan wat normaal kan worden verwacht. Een schuld niet betalen is diefstal, evenals slecht vakmanschap. Velen realiseren zich niet dat het kopen van gestolen goederen ook diefstal is, zoals in 1 Timotheüs 5:22 wordt bevestigd:

1 Timotheüs 5:22b ..., heb ook geen deel aan de zonden van anderen, houd u rein.

Als iemand een product te koop aanbiedt tegen absurd lage prijzen, is het verstandig omzichtig inlichtingen over de zaak in te winnen teneinde niet bij een misdaad betrokken te worden. Anders kan het erop uitdraaien dat men, naast het schuldig zijn aan zonde, zijn geld en het product verliest.

Witte boorden criminaliteit

Diefstal op het werk haalt af en toe de voorpagina's van de krant, maar het krijgt bij lange na niet de aandacht die de straatmisdaad krijgt. James Q. Wilson, auteur van Thinking About Crime, schrijft dat het publiek terecht banger is voor de misdaad op straat dan voor die op kantoor. Hij schrijft: "Economische delinquenten [witte boorden oplichters] maken het in stand houden van menselijke gemeenschappen niet moeilijk of onmogelijk." Dat betekent dat witte boorden criminelen ons niet doden terwijl ze ons bestelen!

De mens heeft de neiging misdaden te begaan als de gelegenheid zich voordoet. Bankiers beroven zelden een bank met bedreiging van een vuurwapen, maar ze hebben miljoenen aan bankfondsen verduisterd. De gewapende berover steelt door geweld, de bankier door kuiperijen. Maar de ene manier is even zondig als de andere.

Witte boorden criminaliteit laat de mate van sociale achteruitgang zelfs sterker zien dan geweldsmisdaden. Diefstal gaat vaak schuil achter de mooie kleren en het mooie interieur van de directiekamer. Bij de combinatie van verduistering, manipulatie van de beurs, omkoping, belastingfraude, diefstal van de zaak, consumentenfraude en zulke dingen zinkt alle diefstal "op straat" in het niet. Om het recht voor zijn raap te zeggen, de echte dief draagt een witte boord.

In één dag kan een witte boorden crimineel een politieman of een bouwinspecteur omkopen, zijn product te licht afwegen, zijn vrouw op kosten van de zaak onderhouden, smeergeld ontvangen bij een zakentransactie, een persoonlijk cadeau kopen met geld van de zaak, een frauduleus bod doen inzake een openbaar contract, een valse aangifte doen voor de inkomstenbelasting, een inkoper omkopen, nalaten de sociale premies voor de werkster af te dragen, persoonlijke boodschapen doen in de tijd van de baas, of een persoonlijke brief schrijven in de baas zijn tijd met gebruikmaking van papier, enveloppen en apparatuur van de zaak.

De Wall Street Journal schrijft in een hoofdartikel: "Het draagt niet veel bij om te suggeren dat witte boorden criminaliteit een veel grotere bedreiging is dan berovingen op straat waarbij niemand uitgezonderd vreselijk bang wordt." Terwijl het waar is dat we de straatmisdaad niet moeten geringschatten, brengt diefstal op het werk bij veel meer mensen een soort van kostbare pijn teweeg.

Volgens statistieken uit 1984 van de regering van de Verenigde Staten bedroeg witte boorden verduistering meer dan $5 miljoen per dag. Diefstal door werknemers alleen al bedroeg zo'n $30 tot $40 miljoen en was alleen al verantwoordelijk voor 30 procent van alle bedrijfsfaillissementen. Daarnaast is 50 procent van alle magazijntekorten te wijten aan diefstal door werknemers en 15 procent van alle zakelijke kosten worden gemaakt om diefstal te bedekken. Banken verliezen voortdurend meer dan twee keer zoveel aan werknemers als aan bankrovers. Terwijl de gemiddelde winkeldief zo'n voor $17 stal, verduisterde de gemiddelde verduisteraar voor $1.500, maar beiden ontvingen als ze werden veroordeeld, hetzelfde vonnis.

Zegt het het grote publiek iets als de directeur van een groot bedrijf vier jaar naar de gevangenis gaat wegens meineed voor een federale commissie die handelen met voorkennis onderzocht? Als een Wall Street firma bekent zich bezig te hebben gehouden met het uitschrijven van ongedekte cheques ter waarde van vele miljarden? Als een grote militaire leverancier toegeeft dat hij het Pentagon heeft opgelicht door het declareren van niet gemaakte kosten? Als een grote bank in Boston toegeeft de Bank Secrecy Act te hebben overtreden door het niet rapporteren van $1,22 miljard in grote contante transacties, welke volgens het Ministerie van Justitie in enkele gevallen het witwassen van drugsgeld betrof?

Dit is nog maar een heel klein begin van de feiten over deze zonde. In 1982 kwam een overzicht in U.S. News and World Report tot de volgende slotsom:

Van de 500 grootste Amerikaanse ondernemingen zijn er in de laatste tien jaar 115 veroordeeld wegens minstens één zware misdaad, of ze hebben forse boetes moeten betalen wegens ernstig wangedrag. Onder de 25 grootste firma's ... is de mate van vastgelegd wangedrag zelfs nog veel groter.

Terwijl deze statistieken zeker laten zien dat niet alles in orde is in "het land van de vrijen en moedigen", laat het niet de daarmee gepaard gaande kosten zien. Het onwettig handelen door bedrijven legt ieder jaar door bedrog een last van vele miljarden dollars op de consumenten en ondermijnt de integriteit van de zakenwereld.

Volgens de Antitrust Afdeling van het Ministerie van Justitie is het afspreken van vaste prijzen in de Verenigde Staten een aanzienlijk probleem. Een overzicht dat ooit in 1971 werd opgesteld liet zien dat 60% van de presidenten van de bedrijven uit Fortune's lijst van 1.000, instemde met de algemene stelling: "Veel bedrijven stellen vaste prijzen vast." Sinds de Federal Trade Commission in 1978 een zaak over vaste prijzen tegen Levi Strauss won, bespaarden de consumenten ongeveer $2 op iedere Levi-broek. Deze rechtszaak verlaagde ook de prijs van de spijkerbroeken van de concurrenten.

Tussen 1979 en 1983 hebben federale aanklagers in 20 staten een samenzwering in het uitbrengen van offertes door wegenbouwaannemers aan de kaak gesteld. Ze kwamen tot 400 veroordelingen die resulteerden in 141 maal een gevangenisstraf en $50 miljoen aan boetes. Na de aanklachten zakten de wegenbouwkosten in sommige staten met 20% en het gemiddelde aantal offertes per federale autowegenbouwopdracht steeg van 3 tot 5.

Economen schatten de jaarlijkse kosten van "beperkingen van de markt" — vaste prijzen en monopolies — tussen de $32 en $265 miljard! Dat geld wordt van ons gestolen door hebzuchtige zakenmensen en wij betalen ervoor middels hogere prijzen voor goederen, diensten en belastingen. Deze cijfers kunnen nauwelijks vergeleken worden met de $13,3 miljard aan diefstallen "op straat".

Veel manieren om te stelen

Misschien denken we niet aan water- en luchtvervuiling als stelen, maar deze kunnen een zeer zware "belasting" vormen. Winstoverwegingen moedigen bedrijven aan de omgeving te vervuilen, aangezien het zich gratis ontdoen van afvalstoffen flink snijdt in de productiekosten. De consument betaalt echter de rekening via ziekten, hogere verzekeringspremies voor de ziektekostenverzekering, een hoger sterftecijfer, lagere waarde van eigendommen en hogere reparatiekosten. De economen noemen deze dingen "externe factoren". Deze vormen een overdracht van betaling door bedrijfsmanagers op niets vermoedende burgers. Uit een studie van de EPA blijkt dat als slechts de hoeveelheid sulfaten en daarop gebaseerde deeltjes die in de atmosfeer vrijkomen, elk jaar met 60% werd verminderd, dat dit elk jaar gezondheidsvoordelen ter waarde van $33 tot $74 miljard zou opleveren!

Discriminatie op basis van ras en geslacht is ook diefstal van inkomen. 46% Van alle werkers in Amerika is vrouw, maar een vrouw met een voltijdsbaan verdient ongeveer 70% van het inkomen van een man in een gelijkwaardige baan. Dit kost veel aan inkomen. Na een studie van salarisschalen voor voltijdsbanen in 91 beroepen kwam Nancy Rhytina van het Bureau of Labor Statistics tot de conclusie dat discriminatie op basis van geslacht vrouwen ongeveer $81 miljard per jaar kostte. Een studie van de Congressional Research Service uit 1978 rapporteerde dat de kosten van discriminatie voor niet-blanken $37,6 miljard per jaar bedroegen aan verloren banen of niet gelijkwaardige salarissen.

Mankementen aan producten kunnen ons ook bestelen. Door ontwerpfouten in producten zijn er mensen geweest van wie het leven werd gestolen! Interne memo's van de Ford Motor Company lieten zien dat het bedrijf op de hoogte was van een gevaarlijke ontwerpfout in de Ford Pinto, waardoor de benzinetank zou kunnen ontploffen, zelfs bij aanrijdingen van achter bij lage snelheid. Het bedrijf besloot geen beschermende plaat van $10 rondom de tank aan te brengen omdat de kosten daarvan over alle reeds geleverde auto's de waarschijnlijke kosten van een enkele rechtszaak ver te boven zouden gaan. Tussen de 500 en 900 mensen verloren hun leven!

God zegt in Leviticus 19:35-36 het volgende:

Leviticus 19:35-37 Gij zult geen onrecht doen bij het rechtspreken, bij lengtemaat, gewicht of inhoudsmaat. 36 Een zuivere weegschaal, zuivere gewichten, een zuivere efa en een zuivere hin zult gij gebruiken: Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte geleid heb.

Deuteronomium 24:14-15 voegt daaraan toe:

Deuteronomium 24:14-15 Gij zult de arme, behoeftige dagloner niet hard behandelen, hetzij hij behoort tot uw broeders, hetzij tot de vreemdelingen, die zich in uw land, in uw steden zullen bevinden. 15 Op de dag zelf zult gij zijn loon uitbetalen, de zon mag daarover niet ondergaan, omdat hij behoeftig is en er dus naar uitziet — opdat hij niet over u tot de HERE roepe en gij u bezondigt.

God brengt de dingen zo eenvoudig onder woorden. Fabrikanten hebben de verantwoordelijkheid producten te fabriceren met een hoge kwaliteit en een eerlijke prijs, en daarvoor een loon te betalen dat in overeenstemming is met het verrichte werk, ongeacht ras of geslacht. Zeer zeker heeft de fabrikant recht op winst, maar hij moet zijn winstmarge niet ten koste van de consument, het grote publiek of de natuur verhogen. God zegt in Openbaring 11:18 dat Hij hen zal verderven die de aarde verderven.

In het magazine The Nation verscheen een artikel met de titel "White-Collar Crime Is Big Business" door Mark Green and John F. Berry. Hierin zeiden zij:

Misdaad door bedrijven is een zware last van verscheidene honderden miljarden dollars om de nek van de economie. Het verlaagt de productiviteit, belemmert innovatie, jaagt de prijzen op, verspilt grondstoffen, verhoogt het aantal ongevallen en veroorzaakt de dood. Naast het belemmeren van economische groei en het overhevelen van kosten van producent naar consument, ondermijnt het ook het vertrouwen tussen de zakenwereld en de consument binnen een sterk concurrerende markteconomie. Het illegaal handelen van bedrijven verloopt volgens een wet van Gresham, waarbij slechte bedrijven de goede verdrijven. Criminoloog Herbert Edelhertz beschrijft dit patroon als volgt: "Het pharmaceutische bedrijf dat een nieuw medicijn op de markt brengt gebaseerd op bedrieglijke testrapporten, doet dit tegen lagere prijzen dan zijn concurrenten die op de juiste manier geteste medicijnen op de markt brengen; daarmee kan het veroorzaken dat ook zij soortgelijke methoden gaan hanteren."

Waarom stelen we?

Het is gemakkelijk onze neiging tot stelen te wijten aan de begeerte van de menselijke natuur. Dat is zeker waar en als we onze verlangens angstvallig in de gaten houden en ze intomen voordat zij de macht over ons krijgen, zullen we stelen aanzienlijk terugbrengen. Maar het is interessant met welke verontschuldigingen we aan komen zetten voor het stelen dat wij en anderen doen. Tenzij we ons geweten vlijmscherp houden, kan het gemakkelijk in slaap sukkelen door onze rationalisaties.

Het komt vaak voor dat we iemand op het werk horen klagen: "Het is tegenwoordig onmogelijk om op een eerlijke manier rond te komen." De schuld van het niet angstvallig eerlijk zijn wordt op "anderen" afgeschoven. De mens komt op ieder niveau tot dezelfde rechtvaardiging. Een studie van zakenethiek door een afgestudeerde aan Harvard bracht aan het licht dat de meeste jonge bestuurders de verantwoordelijkheid van hun onethisch handelen leggen bij de verwachtingen van het hogere management.

Soms passen we bij ons oordeel een dubbele moraal toe ten aanzien van wat we als de rijken en de armen of de kleine en grote bedrijven beschouwen. Een kind kan zijn leven van kleine diefstallen beginnen door het stelen van een stuk speelgoed van een speelmaatje "dat in betere doen" is te rechtvaardigen met "hij heeft heel veel speelgoed en zal dit kleine stukje niet missen". Om dezelfde reden kennen jury's enorm hoge schadeclaims toe omdat een bedrijf over voldoende geld beschikt en het zich kan veroorloven, of omdat ze ervoor verzekerd zijn en de verzekeringsmaatschappij het zal betalen.

Bij een zaak naar aanleiding van een auto-ongeluk in Texas werd een advocaat wegens minachting van de rechtbank vastgezet, omdat hij — tegen de waarschuwing van de rechter in — eraan vasthield om de jury te zeggen dat de gedaagde verzekerd was. (De jury wordt geacht dit niet te weten om te voorkomen dat hun oordeel door dit feit beïnvloed zal worden.) Deze advocaat rechtvaardigde zich omdat de advocaat van de gedaagde een beroep op de jury had gedaan geen hoge schadeclaim toe te kennen omdat het bekend was dat zijn klant niet erg bemiddeld was. Met andere woorden beide kanten speelden in op de neiging tot een dubbele moraal.

Wij maken ook onderscheid tussen persoonlijk en publiek bezit. In ons denken is het stelen van de regering anders dan het beroven van onze buurman. Mijn vrouw en ik hadden ooit een huisbaas die luidkeels verkondigde dat hij zijn vrienden nooit bestal!

Deze neiging komt op humoristische wijze tot uiting in het verhaal van vier mensen die met elkaar gingen lunchen; dit was geen zakenlunch! De rekening kwam uit op vijftig dollar en ze strekten allemaal hun hand uit naar de rekening.

"Ik betaal wel", zei de eerste man. "Ik val in de 50% belastingschijf, de maaltijd kost me dus maar $25."

"Dat is niets", zei de tweede. "Ik val in de 90% belastingschijf, het kost mij dus slechts $5."

"Wacht eens even", kwam de derde ertussen. "Ik krijg alle onkosten vergoed, het zal mij dus geen stuiver kosten."

Maar de vierde schoof ze allemaal aan de kant. "Ik heb een contract met de overheid op basis van kosten plus 10%. Ik verdien er dus nog 5 dollar aan!"

Al deze redeneringen bevatten echter een drogreden. Wat we van bedrijven of van de overheid stelen, moeten we uiteindelijk terugbetalen in de vorm van hogere prijzen en belastingen. Het kan zijn dat dit gevolg niet onmiddellijk optreedt, maar het is het enige gevolg dat eruit kan voortkomen. Noch de 'portemonnees' van bedrijven noch die van de overheid zijn zo goed gevuld dat ze almaar door veelvuldige, individuele kleine verliezen kunnen blijven opvangen.

Een andere dubbele moraal is dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen grote en kleine diefstallen. Het lijkt er wel op dat een kleine diefstal valt te verontschuldigen, alleen maar omdat hij klein is en dus van geen belang. Om wat geld "uit te sparen" laten sommige ouders hun kinderen ongewild kennismaken met diefstal door te liegen over hun leeftijd en dat alleen maar om een paar centen op een busreis of een bioscoopkaartje uit te sparen. Er is bijna geen enkele dief die aan zijn misdaadcarrière begint door "een grote slag" te slaan. Hij begint "klein" en werkt zichzelf "omhoog" naar grootsere en opwindender avonturen in de diefstal. We kunnen nauwelijks verwachten dat een kind respect voor zijn ouders ontwikkelt in een atmosfeer van ouderlijke diefstal.

Stelen en God

Het achtste gebod is de wet die individuen het recht op het hebben van bezit garandeert. Hieruit kunnen we de gevolgtrekking maken dat er geen enkele twijfel bestaat of communisme — waarin alle bezit collectief in handen van de staat is — nu wel of niet een door God erkende vorm van economie is. Numeri 33:53-54 laat zien dat het Gods bedoeling was dat de Israëlieten individueel eigendom in bezit zouden hebben.

Numeri 33:53-54 Gij zult het land in bezit nemen en daarin wonen, want aan u heb Ik het land gegeven om het in bezit te nemen. 54 Dan zult gij het land door het lot onder elkander als erfdeel toewijzen naar uw geslachten: voor een groot (geslacht) zult gij het erfdeel groot maken, en voor een klein zult gij het erfdeel klein maken; waarop voor hen het lot valt, dat zal ieders eigendom zijn; naar de stammen uwer vaderen zult gij onder elkander het erfdeel toewijzen.

Als we dit combineren met de wetten op de tienden in Numeri 18, wordt het duidelijk dat God verwachtte dat de Israëlieten het land zouden bewerken om rijkdom voor hun gezinnen voort te brengen. Van wat zij voortbrachten moesten ze tienden betalen. De Levieten ontvingen echter geen land dat rijkdom voor hen kon voortbrengen waarover ze tienden moesten betalen; zij betaalden dus tienden van de tienden die ze van de andere stammen ontvingen.

De conclusie is onontkoombaar dat het bezit van eigendom en het voortbrengen van rijkdom een voorrecht is dat door God werd gegeven. De onevenwichtigheden in de systemen en de manieren waarop de mens rijkdom voortbrengt zijn een gegeven, ongeacht in welke tijd men leeft. Om echter te stelen wat rechtens aan een ander toebehoort, schendt dit door God gegeven privilege, ongeacht hoe men zijn Handelingen rechtvaardigt.

Dit gebod reikt nog verder, zelfs tot in onze relatie met God. David schrijft:

Psalm 24:1 Des HEREN is de aarde en haar volheid, de wereld en die daarop wonen.

Een andere psalmist voegt daaraan toe:

Psalm 115:16 De hemel is de hemel van de HERE, maar de aarde heeft Hij de mensenkinderen gegeven.

Deze twee verzen en andere erkennen dat de HERE, omdat Hij de Schepper is, alles in hemel en op aarde bezit. Alleen Hij kan dingen weggeven of wegnemen. Daarom moet niemand zich op despotische wijze de rechten toeëigenen op bezit dat hij niet heeft gekocht of dat hem niet is gegeven. Hieronder valt ook het kidnappen van een ander menselijk wezen. Stelen is een zonde die rechtstreeks is gericht tegen zowel God als tegen het slachtoffer.

Efeziërs 4:28 zegt:

Efeziërs 4:28 Wie een dief was, stele niet meer, maar spanne zich liever in om met zijn handen goed werk te verrichten, opdat hij iets kan mededelen aan de behoeftige.

Gods bedoeling is heel duidelijk. Wij moeten eigendom en bezittingen verwerven door eerlijk te werken of door een erfenis van hen die het recht hebben die weg te geven. We moeten in het bezit komen van dingen op een manier die God goedkeurt.

Het werkwoord "inspannen" in dit vers duidt op een inspanning die tot op de grens van uitputting doorgaat. Daarnaast vermaant Paulus ons niet alleen maar te werken om in onze persoonlijke behoeften en verlangens te voorzien, maar ook in staat te zijn vrijwillig iets van onze overvloed weg te geven aan anderen die in nood verkeren. De vermaning duidt op het persoonlijk verdelen van de overvloed en niet indirect door een of andere instantie. Paulus voegt hier in Handelingen 20:35 aan toe:

Handelingen 20:35 Ik heb u in alles getoond, dat men door zo te arbeiden zich de zwakken moet aantrekken en zich de woorden van de Here Jezus herinneren, die zelf gezegd heeft: Het is zaliger te geven dan te ontvangen.

Stelen gaat volledig tegen de draad in van Gods manier van leven. Onze God is een werkende, scheppende God (Johannes 5:17) en we kunnen niet aan Zijn beeld gelijk worden als we bezit door diefstal verwerven. In de geest van Gods wet steelt iemand niet alleen door de bezittingen van iemand anders weg te nemen, maar ook door te weigeren te werken om te kunnen delen met en te kunnen geven aan anderen in nood.

Dit gebod komt pas volledig tot uitdrukking nadat het negende en tiende gebod eraan zijn toegevoegd. Diefstal begint vaak met een verlangen iets te hebben waarvoor men geen geld heeft om het te kopen, of waarvoor men niet bereid is geduldig te werken totdat men voldoende geld bijeen heeft gespaard. Dan komt er bedrog in beeld. Iemand zal een begeerd bezit op zo'n manier proberen te verwerven dat anderen zullen denken dat hij het op eerlijke manier heeft verkregen. We kunnen deze zonde op elk punt in het proces tegenhouden, maar weinigen doen ook maar enige poging hun lust, bedrog en jeukende vingers in bedwang te houden.

Robert Kahn had het bij het juiste eind toen hij zei: "Er zijn honderden manieren om te stelen, maar slechts één om eerlijk te zijn." Om niet te stelen moeten we nauwgezet eerlijk zijn. Wat voor zin heeft het om voor de helft of driekwart eerlijk te zijn? Wat als God slechts maar af en toe eerlijk met ons was? Zouden we Hem kunnen vertrouwen? Kunnen anderen ons werkelijk vertrouwen als we slechts gedeeltelijk eerlijk zijn? Net zoals onze huisbaas die zijn vrienden niet zou bestelen, hoe zouden we ooit kunnen weten of hij ons nog als zijn vrienden beschouwde? Doen we onze deuren op slot omdat we iedereen vertrouwen? Diefstal schept wantrouwen, vrees en argwaan, waardoor instituten en gemeenschappen gedestabiliseerd worden.

De reden dat we ons van diefstal moeten onthouden is niet alleen maar het vermijden van zonde. Dat is op zichzelf heel goed, maar nauwgezet eerlijk zijn brengt integriteit, 'heelheid' voort. Zo'n integriteit stelt ons in staat vrijmoedig te leven voor God en mensen. De apostel Johannes schrijft in 1 Johannes 3:18-19:

1 Johannes 3:18-19 Kinderkens, laten wij liefhebben niet met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid. 19 Hieraan zullen wij onderkennen, dat wij uit de waarheid zijn en voor Hem ons hart overtuigen,

Persoonlijke integriteit is een hoofdbron voor een positieve, vrijmoedige manier van leven.

Een geweten kan of een goede of een slechte gids zijn, omdat het is opgevoed door de ervaringen van het individu. Het toepassen van nauwgezette eerlijkheid bouwt karakter en voedt het geweten op in de juiste richting, zodat het op de juiste tijd de juiste signalen zal sturen. We kunnen onszelf niet de ruimte geven stelen te rationaliseren. We moeten altijd nauwgezet eerlijk zijn, want anders zal ons karakter op een degenererend pad steeds verder naar beneden gaan.

Er zijn honderden manieren om te stelen en tientallen verontschuldigingen om te stelen, maar er is slechts één weg en één reden en één wet van integriteit. Die weg is eer, die reden is een rein geweten en die wet is Gods wet. Hij zegt: "Gij zult niet stelen." Nooit. Op geen enkele manier. Van niemand.

© 1997 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)