Het negende gebod

Door John W. Ritenbaugh
Forerunner, "Persoonlijk," december 1997

De talmoed vertelt het verhaal van twee narren van de koning, wier heldere en krachtige wijsheid het onderwerp van gesprek waren binnen het koninkrijk. Op een dag toen de koning in een filosofische bui was, zond hij hen weg met een boodschap. "Simon, mijn dwaas, ga eropuit en kom terug met het beste ding ter wereld. En jij, Jan, ga eropuit en leg de hand op het slechtste ding ter wereld."

Binnen korte tijd keerden beide narren elk met een pakje terug. Simon boog diep: "Het beste ding ter wereld, sire!", en hij pakte zijn pakje uit waaruit een tong te voorschijn kwam. Jan begon te lachen en pakte snel zijn pakje uit. "Het slechtste ding ter wereld, o koning", en ook hij liet een tong zien.

Het spraakvermogen is aantoonbaar de grootste gave van de mens en tezelfdertijd zijn gevaarlijkste vermogen. Het is onmogelijk in te schatten hoeveel goed het heeft voortgebracht toen grote mannen en vrouwen op getrouwe manier anderen hebben onderwezen en geïnspireerd. Daartegenover staat dat we niet kunnen meten hoeveel kwaad de tong heeft begaan, want leugens onder het mom van waarheid hebben reputaties vernietigd en zelfs naties.

God wijdt twee van de tien geboden aan het kwaad van vals getuigenis, het derde en het negende. Deze schijnen ongestraft te kunnen worden overtreden — soms zelfs door hen die zich bewust zijn van hun toepassing — omdat de krachten die mensen ertoe aanzetten ze te overtreden zo sterk zijn.

God beveelt in Exodus 20:16 "Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste", maar leugenaars en liegen komen overvloedig voor. Iedereen weet dat marketingmensen liegen over wat hun producten kunnen doen. Boeken, tijdschriften en films gaan over leugenaars van allerlei slag. De media en het publiek hebben vooraanstaande regeringsvertegenwoordigers, tot de president toe, betrapt op liegen over belangrijke zaken.

Volgens een artikel van Jan Mendenhall in het juni/juli 1997 nummer van Aspire liegen kinderen in de college-leeftijd in 50% van de gesprekken tegen hun moeder. Stelletjes die verkering met elkaar hebben liegen in een derde van alle gevallen tegen elkaar. Echtgenoten bedriegen elkaar in ongeveer 10% van de belangrijke gesprekken. 12% Van 4 miljoen Amerikanen verloor zijn baan door "de feiten verkeerd voor te stellen".

Een onderzoek dat door de uitgevers van Who's Who Among American High Schools Students in november 1997 werd uitgevoerd, laat zien dat 76% van de studenten die in hun publicatie werden genoemd (naar men mag aannemen de topstudenten), toegeeft dat ze hebben gespiekt. Tweederde van hen gelooft dat spieken er "niet zoveel toe doet" om een goed cijfer te behalen — en 65% van hun ouders is het daarmee eens!

Wij gebruiken een groot aantal eufemismen om de handeling van liegen te verzachten. Sommige daarvan zijn: dubbelzinnigheid, verzinsel, ontwijking, iemand beduvelen, onnauwkeurigheid, overdrijving, eromheen draaien, rationalisatie, bedrog, verkeerd voorstellen, oneerlijkheid, iemand beetnemen, zich anders voordoen en jokken.

Een Israëliet zonder bedrog

Johannes 1:48 is een interessant commentaar op de mens in samenhang met deze zonde die zo algemeen voorkomt, dat het erop lijkt dat hij "in de genen" zit!

Johannes 1:48 Jezus zag Natanaël tot Zich komen en zeide van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in wie geen bedrog is!

Het schijnt dat Jezus plezierig verrast is. Hij beschrijft iemand zonder bedrog, een eenvoudig, onschuldig iemand zonder subtiliteiten, open en oprecht. Is dit een compliment of een zacht sarcasme? Of zegt Hij: "Hier is een echte Israëliet, iemand die oprecht is en ook zo overkomt?" Als dat zo is, dan bedoelt Hij: "Zo zou een Israëliet moeten zijn!"

Ondanks alles maakt Natanaëls gebrek aan bedrog indruk op Jezus, wat erop duidt dat dit niet vaak voorkwam. Liegen is zo'n vanzelfsprekend iets in ons leven dat we uitdrukkingen van ongeloof hebben, zoals: "Is dat zo?", "Meen je dat nou?" of "Dat is toch niet waar?", omdat zoveel verhalen die we horen het niet zo nauw met de waarheid nemen.

We verwachten dat politici oneerlijk zijn, liegen, ontwijkend zijn, hun positie gebruiken om rijk te worden door het maken van onderhandse afspraken met zaken- of misdaadfiguren. We verwachten dat politiemensen zich laten omkopen en dat zakenmensen zo min mogelijk zullen doen voor zoveel mogelijk geld. Bedrijven spannen samen en houden de prijzen op gefabriceerde goederen op bedrieglijke wijze hoger dan ze zouden moeten zijn. Belangrijke multi-nationale bedrijven maken er een gewoonte van hun producten beter voor te doen dan ze zijn.

Het is inderdaad zo dat zij die in de tumultueuze 60-er jaren in opstand kwamen, hun rebellie rechtvaardigden als teleurstelling over de duidelijke schijnheiligheid van de leiders die rijk werden door een almaar voortdurende, zinloze oorlog. De presidenten Dwight Eisenhower en Lyndon Johnson werden op openlijk liegen betrapt tijdens persconferenties en een verstikkend web van intrige en leugens was er de oorzaak van dat Richard Nixon zijn ontslag indiende. Het proces tegen Oliver North liet zien dat regeringsfunctionarissen vaak liegen "in het nationale belang". Met betrekking tot nationale belangen zei Winston Churchill eens: "Waarheid is zo kostbaar dat het omringd moet worden met een lijfwacht van leugens." Wij leven in zo'n situatie, dus tiert het cynisme welig.

De Charlotte Observer deed verslag van een onderzoek dat het Joseph en Edna Josephson Institute of Ethics in 1991 uitvoerde. Zij kwamen tot de volgende bevindingen:

Een derde van de high school studenten zei dat ze bereid waren te liegen in een curriculum vitae, een sollicitatie of een interview om een verlangde baan te krijgen. Ongeveer één op de zes high school en college studenten gaf toe dat ze dat reeds hadden gedaan. Vier op de vijf high school studenten en drie op de vijf college studenten zei dat ze in het afgelopen jaar minstens één keer tegen hun ouders hadden gelogen.

Tegen deze achtergrond is het niet verrassend dat de studenten eerlijkheid niet zo hoog op hun prioriteitenlijstje hadden staan. Net iets meer dan de helft van de high school studenten — 54% om precies te zijn — zei dat eerlijk en betrouwbaar zijn een "essentiële" waarde voor hen was. In feite stond eerlijkheid op de zesde plaats op hun prioriteitenlijstje, na tot een college toegelaten worden, een goed betaalde baan krijgen, het hebben van "vertrouwde persoonlijk relaties" en "gerespecteerd worden wegens integriteit".

Het blijkt dat eerlijkheid niet beschouwd wordt als een essentieel aspect van persoonlijk karakter, maar meer als iets dat sociaal plezierig is, waar je wel of geen rekening mee houdt, net zoals er mensen zijn die hun vingers aan de eettafel aflikken zonder dat het iemand enige echte schade berokkent.

Nationale schijnheiligheid

Jesaja 29:13-15 En de Here zeide: Omdat dit volk Mij slechts met woorden nadert en met zijn lippen eert, terwijl het zijn hart verre van Mij houdt, en hun ontzag voor Mij een aangeleerd gebod van mensen is, 14 daarom, zie, Ik ga voort wonderlijk met dit volk te handelen, wonderlijk en wonderbaar: de wijsheid van zijn wijzen zal tenietgaan en het verstand van zijn verstandigen zal schuilgaan. 15 Wee hun die een plan diep voor de HERE verbergen, wier werk in de duisternis geschiedt en die zeggen: Wie ziet ons en wie kent ons?

Schijnheiligheid is een vaak herhaalde aanklacht tegen de Amerikanen als volk. "We vertrouwen op God" en "Eén natie onder God" zijn de slogans waar we trots op zijn. Maar vanuit nationaal oogpunt zijn geen van beide waar. De burgers zweren dagelijks bij duizenden tegelijk voor de rechtbank op de bijbel, maar onze rechtbanken zijn een schijnvertoning van recht. Amerikanen gaan op zondag naar de kerk, maar hun leven gedurende de rest van de week wordt er totaal niet door beïnvloed.

Wij zijn hier in opgegroeid en onze benadering van het leven is er door gevormd. In deze verzen in Jesaja beschuldigt God Zijn volk ervan een spelletje te spelen met Zijn waarheid door het niet als de norm te beschouwen waaraan men moet voldoen. Jezus haalt vers 13 aan in Mattheüs 15:8-9 en in beide gevallen vertoont de context opvallende overeenkomsten: Misleide of schijnheilige mensen gaan onjuist om met de Openbaring van God. Het hoofdprobleem is echter dat het niet onder controle staat en daardoor wordt de misleiding of de schijnheiligheid uiteindelijk een manier van leven.

God, de Rots

Mozes zei van God:

Deuteronomium 32:4 de Rots, wiens werk volkomen is, omdat al zijn wegen recht zijn; een God van trouw, zonder onrecht, rechtvaardig en waarachtig is Hij.

Johannes schreef op soortgelijke manier over Jezus Christus:

Openbaring 19:11 En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid.

Onze God is een God van waarheid. Hij is de Rots, het onveranderlijke fundament van deze manier van leven. Het Hebreeuwse woord voor "Rots" duidt op standvastigheid, stabiliteit en betrouwbaarheid. Wat zou het zijn om een God te aanbidden wiens "waarheid" van tijd tot tijd veranderde? Zouden we zo'n God kunnen vertrouwen? Het Griekse woord voor "Waarachtig" in Openbaring 19:11 betekent bijna hetzelfde als het Hebreeuwse "Rots", maar het heeft daarnaast ook de betekenis van "echt". Er is niets — absoluut niets — vals, bedrieglijks, ontwijkends of veranderlijks in Zijn karakter, Zijn woord of Zijn voorbeeld.

Wat betekent dit in de praktijk? Wie zijn de belangrijkste mensen in een gemeenschap, provincie of natie? Niet de doktoren, advocaten, leraren, kleinkunstenaars, militairen of zakenmensen. Gelet op hoeveel aandacht Gods woord aan predikers en koningen schenkt, laat God zien dat deze twee functies veruit bovenaan staan.

Het kan moeilijk zijn om te zeggen wie van deze twee belangrijker is, maar het schijnt dat de dienaren [predikers] in lichte mate de voorkeur hebben. Christus kwam eerst als rabbi en Zaligmaker, om de waarden die het fundament van Gods manier van leven vormen, te onderwijzen en voor te leven. Bij Zijn wederkomst zal Hij komen om erop toe te zien dat ze worden uitgevoerd. Daarom besteedt God in de bijbel zoveel aandacht aan deze twee functies. De Prediker moet de waarden onderwijzen en voorleven, en de koning moet ze voorleven en erop toezien dat ze worden uitgevoerd.

Zonder ware waarden zal de beschaving niet lang in stand blijven, maar terugvallen in revolutie en anarchie. Gods woord, Zijn doctrine, is waar en betrouwbaar evenals Hij dat is. Het is een weerspiegeling van Zijn natuur en karakter. Elke maatschappij of gezin dat daarop is gebouwd, zal het goed gaan en zal in goddelijke termen 'groot' worden. Jezus' eerste komst zorgde ervoor dat de mensheid geen verontschuldiging meer had betreffende de eeuwige vraag: "Wat is waarheid?"

Jezus zei in Johannes 14:6:

Johannes 14:6 Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.

Velen kunnen zeggen: "Ik heb je de waarheid verteld", maar Jezus vertelde deze niet alleen, maar gaf er ook gestalte aan. Hij bracht waarheid in een zichtbare, concrete vorm tot uiting zodat allen die dat willen het kunnen zien.

Dat geeft geloofwaardigheid aan iemands onderwijs! Iemand kan ons wiskundige, grammaticale, spellings-, aardrijkskundige of geschiedkundige waarheid onderwijzen zonder dat zijn karakter er veel toe doet. Maar als iemand morele waarheid onderwijst worden zijn voorbeeld, karakter, gedrag en houding heel belangrijk. Wie wil over kuisheid worden onderwezen door een overspeler of over eerlijkheid door een leugenaar en dief?

Jezus leefde in overeenstemming met wat Hij onderwees, in totale zuiverheid zonder ook maar enige schijn van afwijking. Hij was absoluut stabiel, standvastig en betrouwbaar, de enige echte vertegenwoordiger van eeuwig leven, de manier van leven die Hij bij Zijn wederkomst op aarde zal invoeren.

Echte waarheid

Johannes 17:17 zegt dat Gods woord waarheid is. Het Griekse woord dat met "waarheid" is vertaald is aletheia, dat het meest lijkt op ons Nederlandse woord "werkelijkheid". Het betekent "de bewezen, niet verborgen essentie van een zaak". Een levend, behoudend geloof hangt ervan af dat de mens ervan uitgaat dat God in Zijn wezen en karakter waar is. De waarheid vormt de basis van iemands bekering.

Neem dit in overweging: Er bestaat een persoonlijke, levende, almachtige God, wiens wegen en wetten werkelijkheid zijn ondanks hoe de dingen op onze zintuigen mogen overkomen (2 Corinthiërs 5:7). Zij zijn intrinsiek juist en waar. Daarom zal iemand die eerlijk is, die bereid is de waarheid te spreken, die deze zal erkennen en zich eraan onderwerpen als hij ze inziet, uiteindelijk veranderd worden om als God te zijn.

Wij zijn Gods maaksel (Efeziërs 2:10). God, als Schepper, maakt ons tot koningen en priesters om een manier van leven gebaseerd op geopenbaarde waarheid te onderwijzen en erop toe te zien dat daarnaar wordt geleefd. Omdat Hij ernaar verlangt wat Hij is te bestendigen en te delen met een hele familie van kinderen die Zijn karaktertrekken hebben, kan Hij niemand in Zijn familie hebben die geen gestalte geeft aan de waarheid zoals Jezus dat deed.

"Gij zult geen valse getuigenis geven" heeft dus verreikende geestelijke toepassingen. Het is geen gebod dat we zorgeloos terzijde kunnen schuiven omdat we het onbelangrijk vinden vergeleken met andere "belangrijkere" geboden. Het woord "geven" duidt op "verspreiden", "uitdragen" en "weergeven". Het schijnt eerst alleen maar te slaan op meineed of roddel, maar andere schriftgedeelten laten zien dat het onder alle omstandigheden ook slaat op het geven van een vals getuigenis, voorbeeld of indruk, inclusief schijnheiligheid en zelfbedrog. Het slaat ook op het afleggen van verklaringen (woordelijk of door voorbeeld) in iedere zaak die mogelijk schade kan berokkenen. Het negende gebod reguleert de relatie tussen mensen onderling in dezelfde zin als het derde gebod de relatie tussen mens en God reguleert. Dit gebod heeft omwille van God rechtstreeks betrekking op trouw en loyaliteit in ons spreken en ons voorbeeld voor de mens.

Een goede naam

Spreuken 22:1 zegt ons:

Spreuken 22:1 Een goede naam is verkieslijker dan veel rijkdom, gunst is beter dan zilver en goud.

Soncino, een joods commentator, zegt over dit vers dat iemands goede reputatie, zijn naam, zijn meest waardevolle bezit is. Dit is zo vanwege de integriteit die het kostte om deze op te bouwen en de voordelen die deze iemand geeft als hij hem eenmaal heeft.

De bijbel laat zien dat God naijverig is in het bewaren van Zijn naam en in overeenstemming daarmee handelt om zeker te stellen dat deze onbezoedeld blijft. Zijn naam vertegenwoordigt wat Hij is; zo is dat ook met ons. Als we een naam horen, komen er onmiddellijk beelden van die persoon voor de geest. In onze herinnering kunnen we iemand zien als lang of kort, mannelijk of vrouwelijk, goed onderlegd of onwetend, zwart of blank, boos of passief, mooi of niet in het oog vallend, spraakzaam of rustig, eerlijk of leugenachtig, verantwoordelijk of onverantwoordelijk. In enkele ogenblikken kunnen er veel karaktertrekken door onze geest schieten.

Hetzelfde gebeurt bij anderen als zij aan ons denken. Wat wij uitstralen naar anderen heeft alles te maken met wat we geloven en hoe we handelen. Wat voor getuigenis geven wij? Is wat we geloven en hoe we handelen even waar als Gods woord?

Als we dus een goede naam willen hebben in de ogen van God en mensen, dan moeten we de waarheid erkennen, begrijpen en het deel van onszelf maken door ons eraan te onderwerpen. Hier begint waarheid in het getuigenis van iemand. Als waarheid geen deel uitmaakt van het fundament van iemands leven, dan zal zijn getuigenis daar de weerslag van geven.

De mens — van Adam af aan — is niet bereid geweest dit te doen. God zegt dat "ons hart arglistig is boven alles en verderfelijk [dodelijk ziek]" (Jeremia 17:9). We blijven liegen tegen onszelf en anderen, dus is onze naam niet goed voor God. Dit betekent dat als we die goede naam willen hebben, wij, als Gods verwekte kinderen, onze ijdelheden onder ogen moeten zien en ermee moeten ophouden ons zelf ermee te bedriegen dat God "ons maar moet aanvaarden zoals we zijn". We moeten ermee ophouden anderen de schuld te geven van onze fouten, problemen en tekortkomingen, waarmee we onszelf rechtvaardigen voor wat we zijn en wat we doen.

Gedrag is het "materiaal" waarvan reputaties worden gemaakt. Goed gedrag heeft waarheid als fundament en integriteit als voortdurende metgezel. Door deze twee elementen wordt een getuigenis gegeven. God wil dat onze reputatie voor mensen op Zijn waarheid wordt gebouwd. Zijn we hier op eerlijke wijze mee bezig?

Spreuken 15:12 voegt hieraan toe:

Spreuken 12:15 De weg van de dwaas is recht in zijn ogen, maar wie naar raad luistert, is wijs.

Iemand die besef heeft van de waarheid, beschikt over een kracht, een schoonheid van karakter, die een gunstige indruk maakt, waardoor deuren worden geopend en dingen worden bereikt. Lenen we niet liever geld aan iemand waarvan we weten dat hij hard werkt en zijn schulden terugbetaalt dan aan iemand die geen harde werker is en tekortschiet in het nakomen van zijn verplichtingen?

Een wijs iemand is iemand die waarheid erkent, begrijpt dat hij zijn verplichtingen moet nakomen en zich eraan onderwerpen. Dit proces brengt een goed getuigenis voort waarin we kunnen zien of de verplichtingen aan de waarheid alleen met woorden of ook met daden worden nagekomen. Als iemand dit niet doet, bedriegt hij zichzelf, dat hij er op een of andere manier wel "onderuit kan komen", en zijn getuigenis en naam zullen zijn zwak karakter tot uiting laten komen.

Dit principe is van kracht op ieder terrein van het leven waarop een naam wordt opgebouwd, of dat nu huwelijk, kinderopvoeding, werk of gezondheid is. Velen lopen van de waarheid over zichzelf weg. Niets vernietigt een reputatie sneller en blijvender dan dat iemand als leugenaar of huichelaar bekend staat.

Daarom heeft dit gebod niet alleen betrekking op het met de mond geven van een vals getuigenis over iemand anders of een gebeurtenis, maar ook op het door ons gedrag geven van een vals getuigenis over God.

Waarom we liegen

Een slecht getuigenis geven door onwetendheid of zwakheid is één ding, maar beter weten en opzettelijk misleiden maakt de overtreding zeer zeker ernstiger! Waarom liegen we? We liegen om iets te bedekken; we zijn bang dat iets dat we willen verbergen openbaar zal worden. We liegen ook om boven onze gevoelens van ontoereikendheid of minderwaardigheid uit te stijgen, of om iemand in de ogen van anderen te vernederen. Deze laatste reden heeft de neiging ons in eigen oog te verhogen en, naar we hopen, ook in het oog van anderen.

Denk in dit verband eens aan het gebruik van cosmetica. Make-up wordt vaak gebruikt om te verbergen, om datgene te bedekken wat we onvolkomenheden in onze schoonheid vinden. Maar volgens welke standaarden zijn we onvolkomen? Geven we een waarachtig getuigenis van onszelf?

Spreuken 26:18-28 behandelt diverse aspecten van liegen. Bestudeer dit gedeelte met Mattheüs 12:34 in het achterhoofd:

Mattheüs 12:34b Want uit de overvloed des harten spreekt de mond.

En ook Jacobus 3:6:

Jacobus 3:6a Ook de tong is een vuur, zij is de wereld der ongerechtigheid;

Ons arglistige hart is de werkelijke bron van zonde (Jeremia 17:9), maar de tong brengt dit naar buiten.

Spreuken 26:18-19 Zoals een dolleman, die brandende pijlen en dodelijke schichten afschiet, 19 zo is hij, die zijn naaste bedriegt en zegt: Deed ik het niet voor de grap?

Dwaasheid is nooit een grap als er bedrog bij betrokken is. Iemand die zo iets doet is even krankzinnig als iemand die in het wilde weg op een menigte schiet. Zijn acties kunnen ernstige gevolgen hebben, zelfs de dood, ook al is dat niet zijn bedoeling. God aanvaardt de woorden: "Ik bedoelde het niet zo." niet als excuus.

Spreuken 26:20 Als er geen hout is, dooft het vuur; waar geen lasteraar is, komt de twist tot rust.

Dingen doorvertellen gaat gewoonlijk met laster gepaard, en laster houdt geschillen in stand net zoals hout het vuur. Een lasteraar maakt gebruik van onwaarheden om een reputatie te schaden, waardoor een conflict ontstaat.

Spreuken 26:22 De woorden van de lasteraar zijn als lekkernijen; zij glijden immers af naar de schuilhoeken van het hart.

De menselijke natuur slokt roddel, laster, op gulzige wijze op. God waarschuwt hier dat laster nooit oppervlakkig is, maar dat we het grondig in ons opnemen, zodat het deel van ons gaat uitmaken. Leugens over anderen hebben een hardnekkig leven, omdat we in onze ijdelheid er zo vurig naar verlangen onszelf te verhogen terwijl we in ons denken anderen vernederen.

Hier volgt een goede stelregel om in gedachten te houden. Geloof nooit iets slechts over een ander tenzij u absoluut zeker weet dat het waar is; vertel het nooit door tenzij het absoluut nodig is; en vergeet niet God te vrezen, want Hij luistert terwijl u het vertelt.

Spreuken 26:23 Zilverglazuursel op een potscherf, zo zijn brandende lippen en een boos hart.

Dit vers aan het einde van het hoofdstuk gaat voornamelijk over schijnheiligheid. Vers 23 beschrijft iemand die beweert een vriend te zijn en desondanks op bedrieglijke wijze door het gebruik van "sluwe" woorden tegen iemand ingaat. De lippen geven een "aangename" glans weer, maar het hart is bedrieglijk. Zilverglazuursel verbergt de werkelijkheid van een aarden pot net zoals sluwe woorden een bedrieglijk hart kunnen verbergen.

Spreuken 26:24-25 Wie haat koestert, veinst met zijn lippen, maar in zijn binnenste bergt hij bedrog. 25 Al spreekt hij met vriendelijke stem, geloof hem niet, want zeven gruwelen zijn in zijn hart.

Deze verzen borduren voort op de gedachte van de verzen 22 en 23, maar richten zich op vriendelijke woorden die haat verbergen totdat die persoon zijn kans schoon ziet om toe te slaan. Het kan zijn dat hij op aangename manier spreekt, maar wees voorzichtig! Dit lijkt veel op de manier waarop de media overheidsfiguren benaderen; die staan machteloos tegen alle afschuwelijke beschuldigingen, hoe ongefundeerd ze ook zijn.

Spreuken 26:26-28 Al tracht de haat zich door bedrog te verbergen, zijn boosheid komt in de vergadering wel aan het licht. 27 Wie een kuil graaft, zal erin vallen; en wie een steen wentelt, op die zal hij terugrollen. 28 Een leugenachtige tong haat hen die zij kwelt, en een gladde mond bereidt verderf.

Deze krachtige bewoordingen waarschuwen ervoor, dat het eenmaal openbaar zal worden dat iemand zich met zulke dingen bezighoudt — en waarschijnlijk door dezelfde middelen als die hij op anderen heeft toegepast!

Galaten 6:7-8 geeft ons nog een heel belangrijk algemeen principe dat sterk met liegen samenhangt.

Galaten 6:7-8 Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. 8 Want wie op (de akker van) zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op (de akker van) de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten.

We kunnen God niet bedriegen, en leugenaars schijnen te vergeten dat Hij zich van hun gedrag bewust is. Terwijl zij zich druk bezig houden met de dingen van het vlees, brengen ze zichzelf in gevaar dat hun datgene overkomt waarmee ze een verbond hebben gesloten — de dood. We kunnen Zijn wet niet ongestraft met een gebrek aan respect of met minachting behandelen. Net zoals we geen spelletje met de zwaartekracht kunnen spelen, zo kan dat ook niet met Gods wet. We zullen rekenschap ten opzichte van die wet hebben te geven of we dat nu willen of niet.

Wat wij in het leven doen, zo zal het onszelf vergaan. We kunnen daar niet aan ontkomen! Als we ten dode zaaien, zullen we de dood oogsten. Als we ten leven zaaien — eeuwig leven — zullen we leven oogsten. Jezus vroeg:

Mattheüs 7:16b ...: men leest toch geen druiven van dorens of vijgen van distels?

Een huichelaar kan Gods wetten niet bedriegen, alleen maar — voor een korte tijd — zichzelf en anderen.

Zelfbedrog

Arglistig betekent onoprecht, huichelachtig, er niet helemaal achter staan, vals, oneerlijk, bedrieglijk, stiekem, listig en sluw. Zo iemand is in het geheel niet te vertrouwen. Zoals we in Jeremia 17:9 zagen, is ons hart ongeneeslijk ziek of zwak; dit impliceert dat het beter weet maar toch bedriegt. Wie kan het bederf van het hart, dat tot uiting komt in het onophoudelijk overtreden van dit gebod, doorgronden?

We begrijpen dat de menselijke natuur een weerspiegeling is van de geest van de vorst van de macht der lucht, die door Jezus wordt geïdentificeerd als de vader of de oorsprong der leugen (Johannes 8:44). Satan heeft zichzelf zo misleid dat hij dacht dat hij zijn Schepper zou kunnen verslaan! Spreuken 11:9 zegt:

Spreuken 11:9 Met de mond stort de godvergetene zijn naaste in het verderf, maar door kennis worden de rechtvaardigen gered.

Satan is een vernietiger, die deze vleselijke eigenschap overdraagt op degenen die hem willen volgen. Tenzij de huichelaar zich bekeert, vernietigt hij ook zichzelf. Dat is de les van Spreuken 26:26-28. God zal echter de rechtvaardige verlossen, omdat hij zich aan de waarheid onderwerpt.

Spreuken 14:8 voegt hieraan toe:

Spreuken 14:8 De wijsheid van de schrandere is: zijn weg te verstaan, maar de dwaasheid der zotten loopt uit op bedrog.

Ware wijsheid is vaardigheid om te leven, het hebben van het vermogen om de huidige omstandigheden te beoordelen vanuit het standpunt van toekomstig succes. Een schrander iemand volgt bewust de waarheid. Hij kiest weloverwogen voor het juiste en loopt dus niet in den blinde verder.

Dwaasheid is zinloosheid, onnozelheid of redeloosheid. Waarom? Omdat de persoon die misleidt, zelf misleid is. Hij beseft niet dat zijn misleiding ook hem kapot zal maken! Wat voor voordeel ligt er in deze zonde? God heeft Zich bijzondere moeite getroost om goed tot ons te laten doordringen dat dit een boemerang is en de dader zal treffen.

Job doet een interessante uitspraak ter verdediging van zichzelf nadat hij door zijn vrienden van huichelarij is beticht.

Job 31:33 indien ik als Adam mijn overtreding bedekt heb, door mijn schuld in mijn boezem te verbergen,

Hij vraagt zijn vrienden om bewijs dat hij de waarheid over zijn zonden voor zichzelf verborgen heeft.

Het is een relevante vraag, omdat het natuurlijk is blind te zijn voor de eigen fouten, terwijl die van anderen duidelijk worden gezien. Sir Walter Scott zei het op de volgende manier:

O, wat weven we een chaotisch web,
als we voor de eerste keer oefenen in het bedriegen.
[Noot vertaler: Het dichterlijke en poëtische is in de vertaling verloren gegaan.]

Het chaotische web hangt niet alleen aan de buitenkant van de bedrieger, maar ook binnenin hem, en hij raakt zo vaak in zijn eigen leugens gevangen dat hij ze zelf begint te geloven. Hij vertelt ze zo vaak of leeft er zo vaak naar, dat hij zijn greep op de werkelijkheid verliest evenals een drugsverslaafde die zijn verslaving ontkent.

Spreuken 16:6 geeft het advies:

Spreuken 16:6 Door liefde en trouw wordt de ongerechtigheid verzoend, door de vreze des HEREN wijkt men van het kwaad.

We overwinnen het liegen omdat God het op barmhartige — maar toch duidelijke — manier onder onze aandacht brengt door Zijn waarheid te openbaren. Als we ons aan Zijn waarheid onderwerpen in plaats van aan ons zelfbedrog, dan beginnen we te overwinnen.

Commentatoren suggereren een alternatieve vertaling voor dit vers:

Spreuken 16:6b (Alternatieve vertaling) Door loyaliteit en trouw ontsnapt men aan het kwaad.

De betekenis hiervan is dat loyaliteit en trouw aan Gods waarheid essentiële elementen zijn om aan de tweede dood te ontsnappen. Het gehoorzamen aan de waarheid brengt geen vergeving van zonde tot stand, maar het speelt een rol in het reinigen van ons denken van de rommel van slechte gewoonten die deel uitmaken van ons karakter, zodat het minder waarschijnlijk is dat we bij zonde betrokken geraken. Gods waarheid zegt dat we geen valse getuigenis moeten geven, en daaraan moeten we gehoorzamen!

Psalm 15 :1-3 stelt een heel hoge standaard:

Psalm 15:1-3 HERE, wie mag verkeren in uw tent? Wie mag wonen op uw heilige berg? 2 Hij, die onberispelijk wandelt en doet wat recht is en waarheid spreekt in zijn hart, 3 die met zijn tong niet lastert, die zijn metgezel geen kwaad doet en geen smaad op zijn naaste laadt;

David beschrijft iemand in wie in het geheel geen kwaad woont, geen voorwendselen, geen bedrog, geen roddel, geen sluwheid of huichelarij. Hij knoopt geen loze vriendschappen aan en maakt ook geen ijdele complimenten. Zijn hart, hand en tong zijn verenigd in het geloof en leven naar de waarheid. Hij is trouw, verantwoordelijk en te vertrouwen, een integer iemand omdat zijn hart zuiver is. Daarom getuigen zijn spreken en voorbeeld van de waarheid.

Paulus schrijft:

2 Corinthiërs 4:1-2 Daarom, nu wij deze bediening hebben, die ons door barmhartigheid is toevertrouwd, verliezen wij de moed niet, 2 maar hebben wij verworpen alle schandelijke praktijken, die het licht niet kunnen zien, daar wij niet met sluwheid omgaan of het woord Gods vervalsen, maar de waarheid aan het licht brengen en zo bij elk menselijk geweten onze eigen aanbeveling zijn voor het oog van God.

In deze verzen maakt de apostel onze verantwoordelijkheid jegens God betreffende het negende gebod duidelijk. We behoren in ieder aspect van ons leven de waarheid tot uiting te laten komen, waarbij we eerlijk en ijverig, zonder sluwheid, gebruik maken van Gods genadige gaven.

Is onze manier die van Christus? Kunnen wij zeggen dat we niets van doen hebben met een verborgen en beschamend spreken en handelen? Hij heeft het niet over handelen met een gewetenloze sluwheid, maar hoe we omgaan met Gods woord. Verontreinigen we het woord dat God ons gaf om naar te leven en te verkondigen? Ons leven behoort te laten zien dat we onszelf voor het oog van God blootstellen aan het menselijk geweten. We behoren ons leven te leiden in de vreze des Heren, wetende dat Hij toekijkt en ons gedrag beoordeelt.

We behoren kinderlijk en open te zijn om de mensen zo min mogelijk ruimte te laten onze motieven verkeerd te interpreteren, ons handelen verkeerd te begrijpen, of onze woorden te verdraaien, weg van hun werkelijke bedoeling. Maakt het enig verschil uit hoe mensen over ons denken? Sommigen kiezen voor de volgende benadering: "Ik doe wat ik wil doen en wat anderen ervan denken, doet er niet toe." Dit heeft van tijd tot tijd de schijn van wijsheid, maar voor God doet het er wel toe. Als Hij er niet om gaf, zou Hij in Zijn woord niet zoveel aandacht schenken aan het zijn van een goede getuige van Hem en het beschermen van onze reputatie evenals die van Hem. Veel van onze effectiviteit als getuige hangt ervan af of we door eerlijkheid te vertrouwen zijn.

Gemeente, het houden van dit gebod begint ermee dat we niet toelaten dat ons bedrieglijk hart ons bedriegt en ertoe brengt om iets te doen of te zeggen dat in het oog van God minder dan eerlijk en waar is. We moeten een waarachtig getuigenis tot uiting laten komen, ongeacht wat de mens kan zien van wat we zeggen of doen, of hoe pijnlijk de waarheid ook voor onze ijdelheid mag zijn.

© 1997 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)