Het tiende gebod

Door John W. Ritenbaugh
Forerunner, "Persoonlijk," januari 1998

In 1977 woonden mijn vrouw en ik in Charlotte, North Carolina, een serie bijeenkomsten bij over "positief denken" uitgaande van een organisatie die er prat op ging zulke motiverende sprekers te hebben als Paul Harvey, Art Linkletter, Robert Schuller, Ira Hayes, en de voorloper van hen allemaal: Earl Nightingale. Na verschillende presentaties te hebben bijgewoond werd het duidelijk dat het principe van "hebben" een grote rol speelde in de concepten waarvan zij wilden dat wij die in ons werken naar succes zouden gaan toepassen. Alhoewel sommige sprekers het "geven" als een andere weg naar succes vermeldden, deden ze dat vanwege de beloningen die daaruit voortvloeiden.

Deze mensen verkochten "succes" als een doel op zichzelf. Vaak schuilde er in hun presentaties het idee van het bereiken van succes door gebruik te maken van de menselijke natuur. Zij zeiden dat iedereen verlangt zich te conformeren, niet onder te doen voor de buren, de eerste te zijn om iets te bezitten, gezien te worden als "iemand die meetelt", zichzelf te verwennen of gewoon aantrekkelijke dingen te bezitten.

Mensen, in het bijzonder zij die winst willen maken, doen hun voordeel met de verlangens van de menselijke natuur. Door het gebruik van diverse psychologische tactieken overreden ze het publiek om producten te kopen die alle anderen zogenaamd al hebben. Ze willen dat hun slachtoffers denken dat ze achterlopen of onervaren zijn als ze niet wedijveren en verlangen naar dezelfde materiële dingen en status als hun buren.

Soms schijnt het een paradox, een tegenspraak, dat God zegt dat Hij boven alles verlangt dat het ons goed gaat en dat we een goede gezondheid hebben (3 Johannes:2), en toch bestaat iemands leven niet uit de overvloed van de dingen die hij bezit (Lucas 12:15). Veel van Gods oudtestamentische dienaren waren heel rijk, maar Hij zegt ons geen schatten op aarde te verzamelen (Mattheüs 6:19). Hij laat toe dat deze wereld een schitterende hoeveelheid aan begerenswaardige dingen voortbrengt, maar Hij zegt dat het beter is te geven dan te ontvangen (Handelingen 20:35).

God beveelt in Exodus 20:17:

Exodus 20:17 Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is.

Hier is "huis" gelijkwaardig aan huishouding. God geeft de dan volgende opsomming, zodat we duidelijk begrijpen wat Hij met "huis" bedoelt. In Deuteronomium 5:21 is "vrouw" — of "huwelijkspartner", daar ook een vrouw kan begeren — op de eerste plaats gezet als het allerkostbaarste van iemands bezittingen, en "akker" is eraan toegevoegd daar de Israëlieten zich spoedig in het beloofde land zouden vestigen.

Eén bijbelcommentator zei dat alle openbare misdaad zou verdwijnen als dit ene gebod zou worden gehouden. Een andere zei dat iedere zonde tegen iemands naaste voortvloeit uit het overtreden van dit gebod, of dat nu een woord of een handeling betreft. De bewoordingen van zowel Exodus als Deuteronomium laten — in een zevenvoudig bewaken van het belang van een ander — het onderliggende concept van uitgaande bezorgdheid zien. In dit gebod gaan we over van de uiterlijke wereld van woord en daad naar de geheime plaats waar alle goed en kwaad zijn oorsprong vindt, het hart (Mattheüs 15:18-19). Deze innerlijke mens bepaalt iemands bestemming.

Evenals het negende gebod, dat een parallel is van het derde, is het tiende gebod een parallel van het eerste. Naast het eerste gebod is het mogelijk dat het tiende het belangrijkste is van allemaal. Commentator Robert I. Kahn schrijft:

Het eerste gebod heeft met fundamenten van doen, het laatste met motivaties. Het eerste gaat over de Rots der eeuwen; het laatste over de bruisende getijden van verlangen. Het eerste is een bevestiging van de goddelijke oorsprong van moraliteit; het laatste gaat over de bronnen van immoraliteit. Het eerste impliceert dat een juist denken tot een juist handelen zal leiden; het laatste herinnert ons eraan dat verkeerde ideeën tot verkeerd handelen zullen leiden.

Het laatste gebod is uniek onder de tien en het feit dat het op de laatste plaats staat is zeker geen toeval. Terwijl de andere zich met Handelingen bezighouden, gaat dit over houdingen. De andere verbieden uiterlijke daden, terwijl dit zich richt op het innerlijk denken. Zoals een röntgenstraal op het denken gericht, is het eropuit de rusteloze, begerige, hebzuchtige en jaloerse fontein van het menselijk hart in te dammen. Ik stem erop als het moeilijkste gebod om te houden, daar het overtreden ervan de meest voorkomende fout is in de menselijke moraal.

Wat is begeren?

Begeren is verlangen naar iemand anders' bezit om er als eigenaar van te kunnen genieten. Het is het zich overgeven aan gedachten die leiden tot Handelingen die in andere geboden worden genoemd. Begerige gedachten leiden tot begerige daden.

Begeren komt normaal uit twee bronnen voort. Ten eerste, het begint met een opvatting van schoonheid; we verlangen iets te bezitten omdat het ons goed lijkt. Ten tweede, het komt voort uit een neiging naar iets meer abstracts, zoals een verlangen naar macht. De eerste komt bijna altijd van buiten voort, omdat de aantrekkingskracht via de zintuigen verloopt. De tweede komt algemeen vanuit het innerlijk voort door ermee bezig te zijn hoe het abstracte bezit iemands positie zal verbeteren. Beide zijn even slecht.

We kunnen zien hoe dit werkt door overspel als voorbeeld te gebruiken. Jezus zegt in Mattheüs 5:27-28:

Mattheüs 5:27-28 Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken. 28 Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.

Gods woord laat duidelijk zien dat niet ieder verlangen verkeerd is. Salomo schrijft bijvoorbeeld:

Spreuken 4:5-9 Verwerf wijsheid, verwerf inzicht, vergeet niet en wijk niet af van de woorden mijns monds. 6 Verlaat haar niet, dan zal zij u bewaren, heb haar lief, dan zal zij u behoeden. 7 Het begin der wijsheid is: verwerf wijsheid en verwerf inzicht bij al wat gij bezit. 8 Houd haar hoog, dan zal zij u verheffen, zij zal u tot eer brengen, wanneer gij haar zult omhelzen. 9 Zij zal een liefelijke krans om uw hoofd leggen, een sierlijke kroon zal zij u schenken.

Het is geen zonde om naar kennis, begrip en wijsheid te verlangen. Gods wet is "begeerlijker [Statenvertaling] ... dan veel fijn goud" (Psalm 19:11). Het is niet verkeerd naar een godvrezende huwelijkspartner te verlangen. Leren is waardevol en het verlangen naar goddelijk karakter is goed. Anderen hebben goede kwaliteiten die we best voor onszelf mogen verlangen.

Het woord dat in Mattheüs 5:28 met "begeren" is vertaald betekent "zijn zinnen erop zetten". Maar als het verlangde voorwerp rechtmatig buiten het bereik van de bewonderaar ligt, als bewondering een verlangen wordt om te hebben, dan wordt dit gebod overtreden. Verlangen is op zichzelf niet verkeerd, maar op een dusdanige manier verlangen wat een ander toebehoort dat het ons denken beheerst en ons aanzet tot andere onwettige Handelingen om het voorwerp te bezitten is zonde. Zo'n begeerte drukt vaak de veel belangrijkere dingen van God weg — en kan er zelfs de oorzaak van zijn dat we ze helemaal kwijtraken.

Als verlangen zich tot het breekpunt opbouwt, dan zullen mensen liegen, stelen, overspel begaan, de ouders niet eren en zelfs doodslaan om maar te krijgen waarnaar ze begeren. Het kan zijn dat we ook de sabbat ontheiligen en ons getuigenis voor God vernietigen door aan onze verlangens toe te geven. Echt, Paulus had het bij het juiste eind in Colossenzen 3:5

Colossenzen 3:5 Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij,

Het overtreden van het tiende gebod maakt de cirkel van de geboden rond en brengt ons weer terug bij het eerste.

Normaal verlangen versus begeren

Er is echter niets verkeerds om alleen maar iets te willen hebben. Het is alleen verkeerd iets zo graag te willen hebben dat we elke wet zouden overtreden om het te krijgen, ziek van ellende te zijn zolang we het niet hebben of er zo mee bezig te zijn dat we God uit ons leven verdringen. Een beter leven verlangen is geen overtreding van het gebod; meedoen met de wedstrijd om gelijke tred met de buren te houden is dat wel. Verlangen dat onze kinderen het beter hebben dan wij het hadden, is natuurlijk; het wordt alleen maar slecht als doel als het de waarden van de kinderen vervormt.

Van mooie dingen houden is normaal. God houdt van schoonheid en heeft die geschapen. Wij kunnen mooie dingen appreciëren, maar ernaar verlangen om er mee te koop te lopen om anderen jaloers te maken deugt niet. Het is niet verkeerd te verlangen in de behoeften van het leven te voorzien en zelfs luxe te hebben, maar een koortsachtig verlangen naar meer — en de Handelingen die daaruit voortkomen — tasten Gods wet aan.

Er zijn twee goede redenen waarom begeerte zondig is. Begeerte kan de oorzaak zijn van misdaden jegens anderen, en het is echt een misdaad tegen onszelf.

De joden vonden overspel een soort diefstal. Al is dit niet geheel verkeerd, toch benadrukt Jezus de onzuiverheid ervan in Mattheüs 5:27-28. Hij zegt dat zelfs hij die in zijn denken onkuis is, te gronde zal gaan. Nergens is het zo duidelijk als in dit commentaar dat Jezus' onderwijs gericht is op het innerlijk van de mens. Er moet eerst een verandering in denken plaatsvinden als er verandering in gedrag moet gaan plaatsvinden. Het werkelijke probleem met zonde ligt binnen het denken. Christus volgt de onzuiverheid terug tot vóór de begerige handeling, vóór de eerste aanraking met de handen, vóór het staren met de ogen, tot aan de oorsprong van het verlangen.

De bijbel geeft diverse voorbeelden van een verkeerd verlangen dat in meer zonde uitmondde:

  • Achan verlangde zilver, goud en een schitterend Babylonisch kledingstuk, en hij stal ze ondanks dat hij wist dat ze aan de Heer waren gewijd. Niet alleen hij werd als gevolg van zijn begeerte gedood, maar ook zijn zonen, dochters, ossen, ezels en schapen. Zelfs zijn tent werd samen met hem begraven (Jozua 7:18-26)! Het leidde ook tot de dood van 36 Israëlitische soldaten bij Ai (verzen 1-5).
  • Abimelech verlangde het aanzien van de troon en hij beging zeventig moorden om die te krijgen (Richteren 9:1-5).
  • David begeerde Batseba en die begeerte leidde hem ertoe overspel te begaan en daarna een moord te plegen (2 Samuël 11:1-27).
  • Achab begeerde de wijngaard van Nabot en die begeerte leidde hem en Izebel ertoe die zonde nog erger te maken door te liegen en daarna Gods naam ijdel te gebruiken en een moord te plegen (1 Koningen 21:1-19).

Roofzuchtige gedachten leiden tot roofzuchtige handelingen. Het bewijs is duidelijk: Het overtreden van dit gebod is het begin van een kettingreactie die anderen en onszelf verteert voordat de gevolgen ervan wegsterven.

We moeten zo'n verlangen amputeren, zodat de zonde nooit tot een handeling wordt; dan zullen we zuiver blijven evenals het voorwerp van ons verlangen. Voorstellingsvermogen is een prachtige gave van God, maar als die via het oog met vuiligheid wordt gevoed, dan kan dat voorstellingsvermogen gemakkelijk verontreinigd worden.

De persoon die door Jezus in Mattheüs 5:27-28 werd veroordeeld, gebruikte zijn ogen doelbewust om zijn lust op te wekken en te stimuleren. Het is moeilijk genoeg om begeerte naar natuurlijke dingen te vermijden; zeer zeker nu er in deze wereld veel dingen doelbewust worden ontworpen om de verkeerde verlangens op te wekken. Als zekere boeken, plaatjes, tijdschriften, films, plaatsen, Handelingen of mensen ons in verzoeking brengen om te begeren, moeten we ze — ongeacht wat dat kost — vermijden. Zo belangrijk is het dat we niet zondigen!

Wat het voorstellingsvermogen voedt is belangrijk voor onze zuiverheid. Filippenzen 4:8 brengt dat met luid weerklinkende helderheid onder woorden:

Filippenzen 4:8 Voorts, broeders, al wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat;

Om deze reden vervolgde Jezus Zijn uitspraak over begeerte met de volgende woorden in Mattheüs 5:29-30:

Mattheüs 5:29-30 Indien dan uw rechteroog u tot zonde zou verleiden, ruk het uit en werp het van u, want het is beter voor u, dat één uwer leden verloren ga en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde. 30 En indien uw rechterhand u tot zonde zou verleiden, houw haar af en werp haar van u; want het is beter voor u, dat één uwer leden verloren ga en niet uw gehele lichaam ter helle vare.

We moeten ermee ophouden ons voorstellingsvermogen met vuiligheid te voeden. We moeten radicaal met zonde omgaan! We hebben deze discipline nodig om Gods Koninkrijk binnen te gaan via de "enge poort", om ons leven voor alle eeuwigheid te verrijken en de tijdelijke bevrediging van onze natuurlijke, maar onvolwassen verlangens achter ons te laten!

Zelfs als begeren niet leidt tot het rechtstreeks overtreden van een ander gebod, kan het zowel mensen als principes schade berokkenen. Als iemand iets begeert dat van een ander is, zelfs al steekt hij niet echt een hand uit om het te nemen, dan berooft hij deugd van zijn werkelijke betekenis en verlaagt die tot een lege, mechanische handeling. Iedere vrouw die haar man er ooit op betrapte dat hij begerig naar een andere vrouw staarde, weet wat dat betekent. Daardoor wordt het vertrouwen in de relatie kapot gemaakt. Op zo'n moment werkt begeerte al vernietigend.

Roddel en hebzucht

Begeerte speelt een rol in roddel. Waarom zou iemand ook maar willen roddelen, ware het niet om zichzelf te verheffen en tegelijkertijd iemand anders te vernederen? Roddel is de camouflage voor een verborgen begeerte naar superioriteit.

We weten allemaal hoe ellendig hebzucht iemand kan maken. Spreuken 30:15-16 zegt:

Spreuken 30:15-16 De bloedzuiger heeft twee dochters: geef, geef! Deze drie zijn onverzadelijk, vier zeggen nooit: Het is genoeg:16 het dodenrijk en de onvruchtbare schoot, de aarde, die nooit van water verzadigd wordt, en het vuur, dat nooit zegt: het is genoeg!

Elk van deze voorbeelden illustreert wat hebzucht voor uitwerking heeft op het leven van iemand die gebukt gaat onder onmogelijk te vervullen verlangens. De pijn en het hunkeren houden nooit op, en het rusteloos streven gaat almaar door en resulteert in een zich ongelukkig voelen.

Een fabel over een gulzige vos en een weelderige wijngaard met druiven helpt ons zien hoe begeerte ons in de val laat lopen. De vos wilde zo graag die druiven hebben dat alleen het kijken ernaar hem reeds het water in de mond deed lopen. En inderdaad zijn hele leven richtte zich erop om zijn honger naar die druiven te verzadigen. Hij liep dus almaar rondom die wijngaard heen om te kijken op welke manier hij erin kon komen. Uiteindelijk werd zijn volhardend zoeken beloond toen hij een gat onder een of andere struik aan de voet van de muur zag. Het gat was echter zo klein dat hij er net niet doorheen kon.

Maar de vos wilde die druiven echt hebben! Hij vastte dus drie dagen totdat hij mager genoeg was om zich er doorheen te wringen. Genietend at hij dus van de druiven tot hij niets meer op kon. Volgepropt door zijn succes begon hij aan de tocht om de wijngaard te verlaten, maar hij was nu te dik om door het gat te kruipen! Hij moest opnieuw vasten totdat hij mager genoeg was om eruit te kunnen. Arme vos, hij zat gevangen in de eindeloze cyclus van begeerte!

We hebben allemaal wel een beetje hiervan in ons. Sommigen eten alsof voedsel uit de mode zou geraken. Sommigen besteden geld alsof het, als we het niet zouden uitgeven, in onze zakken zou verteren. Als gevolg daarvan worden we geconfronteerd met een reusachtige schuld via de creditcard en daarmee zijn we feitelijk in slavernij van een bank of een financieringsbedrijf.

Een Russisch verhaal, How Much Land Does a Man Need?, vertelt ons van Russische boeren die gratis net zoveel ongerept land aangeboden kregen als waar ze in één dag omheen konden lopen. Eén man was eropuit zich geheel met land te verzadigen. Hij wandelde niet, hij liep op een draf. Rond de middag, het moment waarop hij terug zou moeten gaan, verhoogde hij zijn snelheid tot hardlopen, omdat hij een stuk bosland zag dat hij heel graag ook wilde hebben. Omstreeks drie uur 's middags begon hij eindelijk aan de terugtocht. Nu moest hij zijn snelheid nog meer verhogen omdat hij volgens de regels tegen zonsondergang op de startplaats terug moest zijn. Toen de zon begon te zakken zette hij de eindsprint in en precies op het moment dat hij zijn doel bereikte, zakte hij dood in elkaar. Ze gaven hem dus al het land dat een mens nodig heeft — zo'n 1,8 meter!

Dat verhaal komt op een geweldige wijze overeen met wat Paulus in 1 Timotheüs 6:6-10 schrijft!

1 Timotheüs 6:6-10 Nu brengt inderdaad de godsvrucht grote winst, (indien zij gepaard gaat) met tevredenheid. 7 Want wij hebben niets op de wereld medegebracht; wij kunnen er ook niets uit medenemen. 8 Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn. 9 Maar wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, in een strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. 10 Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. Door daarnaar te haken zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord.

Deze verzen laten zien hoe we kunnen weten — als we eerlijk zijn tegen onszelf — dat we begeren: door de vruchten die worden voortgebracht! Begeerte "laat mensen wegzinken in verderf en ondergang" en "doorboort iemand met vele smarten". Als we iets zo graag willen hebben dat we zonder niet gelukkig zijn, begeren we. Het emotionele gevolg van begeerte is smart, pijn, berouw, schuld, rusteloosheid en ontevredenheid.

Verlangen dat als een bezetene tekeer gaat

2 Samuël 13:1-15 vertelt het verhaal van de op begeerte gebaseerde affaire tussen Amnon, één van Davids zonen, en Tamar, één van Davids dochters, een halfzuster van Amnon. Amnon was ziek van liefde voor Tamar, maar de vrucht van de relatie laat zien dat het geen liefde was, maar begeerte. Hij verlangde er erg naar om met haar naar bed te gaan, zo erg dat hij op bedrieglijke manier met zijn neef Jonadab samenzweerde hoe hij een en ander regelen kon. Hij maakte die zonde toen nog erger door tegen zijn vader te liegen dat hij met haar alleen wilde zijn, en haar te verkrachten toen hij dat uiteindelijk was. De vrucht van zijn schaamteloze daad werd nog meer verrot toen zijn gevoelens zich veranderden in een haat tegen haar die groter was dan zijn vorige "liefde". Twee jaar later werd Amnon door de hand van Absalom, de volle broer van Tamar, gedood.

In dit geval bracht begeerte de ene zonde na de andere voort! Tamars maagdelijkheid werd vernietigd waardoor waarschijnlijk een toekomstig huwelijk onmogelijk werd gemaakt. De samenhang binnen Davids gezin werd vernietigd. Er ontstond een brandende haat en iedereen kreeg met een groot verdriet te maken. Dit kwam allemaal voort uit een ongecontroleerd verlangen in het denken van één persoon. De gevolgen ervan werkten nog generaties lang door in het geslacht van David.

Jacobus geeft in Jacobus 4:1-3 een ander voorbeeld van de gevolgen van een begeerte die als een bezetene tekeer gaat.

Jacobus 4:1-3 Waaruit komt bij u strijden en vechten voort? Is het niet hieruit: uit uw hartstochten, die in uw leden zich ten strijde toerusten? 2 Gij begeert, doch gij hebt niet; gij zijt moorddadig en naijverig en gij kunt er niets mede verkrijgen; gij vecht en gij strijdt. Gij hebt niets, omdat gij niet bidt. 3 (Of,) gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen.

Als we aan oorlog tussen naties denken, denken we er dan ook aan wat voor "gelukkige" situatie het is dat er mensen worden gedood, gezinnen uit elkaar vallen, eigendom wordt vernietigd of in beslag genomen, hoop en dromen aan diggelen gaan en de toekomst van velen aan scherven valt? Oorlog brengt verschrikking voort, angst, pijn, boosheid, onzekerheid, schuld en — als we het zouden kunnen wegen — tonnen aan diepgaand verdriet. Gods woord informeert ons dat oorlog de vrucht is van begeerte.

Pas deze gedachten toe op een microkosmos van oorlogen tussen naties, namelijk gezinsoorlogen die heel vaak op een scheiding uitlopen. Wat is de oorzaak van deze gezinsoorlogen? Ze breken in principe vaak om dezelfde redenen uit als oorlogen tussen naties. Iemand begeert en al is de schaal kleiner, de resultaten zijn hetzelfde.

De protestantse werkethiek

Op één van de bijeenkomsten over "positief denken" die ik bijwoonde, zei Earl Nightingale: "De protestantse werkethiek heeft zo'n succes gehad dat het adverteren en maandelijkse aflossingen voortbracht om te kunnen consumeren wat er werd geproduceerd." En het is de protestantse werkethiek. Protestanten benaderen de bijbel anders dan katholieken. Zij zien er principes in voor materieel succes en verkondigen die openlijk vanaf de kansel. Maar de mensen krijgen geen gebalanceerd plaatje voorgeschoteld; en dat feit is verantwoordelijk voor veel van de dingen waarin we zijn geboren en waarin we verstrikt zijn geraakt.

Jeremia 6 maakt deel uit van een aanklacht tegen de zondigheid van Israël en een profetie over wat God als reactie daarop zal gaan doen.

Jeremia 6:9-13 Zo zegt de HERE der heerscharen: Lees, lees het overblijfsel van Israël als een wijnstok na; keer uw hand als een wijngaardenier tot de ranken! 10 Tot wie moet ik spreken en betuigen, dat zij horen? Zie, hun oor is onbesneden, zodat zij niet kunnen luisteren; zie, het woord des HEREN is hun tot een smaad, zij hebben daarin geen behagen. 11 Zo ben ik dan vol van de grimmigheid des HEREN, ik heb mij afgemat om haar in te houden. Giet haar uit over het kind op de straat en over de kring der jongelingen tezamen! Want ook de man met de vrouw zal gevangengenomen worden, de grijsaard met de oude van dagen; 12 en hun huizen zullen overgaan aan anderen, akkers en vrouwen tezamen, want Ik zal mijn hand uitstrekken tegen de inwoners van het land, luidt het woord des HEREN. 13 Want van klein tot groot zijn zij er allen op uit zich te bevoordelen; allen, van profeet tot priester, plegen zij bedrog.

Let ook op wat Jesaja zegt:

Jesaja 56:9-12 Alle gedierte des velds, komt om te eten, alle gedierte in het woud! 10 De wachters zijn blind, zij allen hebben geen kennis, zij zijn allen stomme honden, die niet kunnen blaffen; dromend liggen zij neer, zij hebben de sluimering lief. 11 En deze honden zijn vraatzuchtig, zij kennen geen verzadiging; zij zijn herders, die niet weten acht te geven, zij wenden zich allen naar hun eigen weg, ieder naar zijn gewin, niemand uitgezonderd. 12 Komt, (zeggen zij:) ik zal wijn halen en laten wij bedwelmende drank zwelgen, en de dag van morgen zal zijn als die van vandaag, nog veel geweldiger.

Beschrijven deze twee profetieën Amerika? "Ze zijn er allen op uit zich te bevoordelen" en "vraatzuchtige honden die geen verzadiging kennen". Het is een protestants gezegde dat "het hoofddoel van de mens is God te verheerlijken en zich voor eeuwig in Hem te verlustigen." Een anonieme geestigheid lijkt hierop door te zeggen dat het motto van de Verenigde Staten zou moeten zijn: "Het hoofddoel van de mens is welvaart te verheerlijken en het voor eeuwig te genieten." Een Europese waarnemer schreef dat "in het denken van de Amerikaanse consument verlangen op de troon zit." We worden bedolven onder een constante stortvloed van advertenties. Onze gehele economie werkt eraan ons verlangen naar voedsel, kleding, auto's, meubels, juwelen en reizen te stimuleren; zo raakt ons denken doortrokken van hebzuchtigheid. Het is moeilijk dit te weerstaan, tenzij onze aandacht voldoende gedisciplineerd is om de juiste richting uit te gaan.

Wegens deze zonden roept God de naties op Zijn volk te verslinden. De leiders zijn even blind voor de werkelijke behoeften van het land, omdat zij — in plaats van zich uit te spreken over en te handelen naar morele zaken — in hun eigen lusten gevangen zitten. Terwijl Amerika in het drijfzand van die manier van leven wegzakt, hebben zij het over een nog betere en schitterender toekomst!

Nog een reden waarom begeerte de macht heeft degene die begeert te vernietigen, wordt geopenbaard in het systeem van op krediet kopen, een systeem dat een geweldige opgang heeft gemaakt binnen de Amerikaanse economie. Op krediet kopen is gebaseerd op het idee van iets reeds te bezitten voordat men het zich kan veroorloven. Adverteren gaat gewoonlijk met krediet gepaard en die twee samen verlokken de onoplettende en de zwakke op een heel verleidelijke manier. Toch worden de dingen door krediet in feite duurder vanwege de hoge kosten die door de geldverstrekker in rekening worden gebracht, waardoor de schuld nog groter wordt!

Maar God vraagt in Jeremia 6: "Wie zal er luisteren?" Mensen willen niet luisteren naar zo'n eenvoudige wijsheid die zegt — om geld uit te sparen — een aankoop uit te stellen tot er contant kan worden betaald. Ze willen niet luisteren, zelfs niet als hun wordt verteld dat ze meer aankopen zullen kunnen doen omdat ze meer geld zullen hebben te besteden. Ze luisteren niet omdat hun denken op hun zonde is gericht. De cyclus van zonde gaat verder met andere zonden die door hun begeerte tot stand komen.

Om deze reden is het betalen van tienden zo'n schok voor veel nieuwe leden van de kerk. Als natie leven we boven onze stand. Als we op de hoogte komen van het tiendensysteem, dan doet de straf voor het stelen van God dat wij in het verleden deden, echt pijn. We moeten dan leren zelfs in moeilijke tijden te betalen. Begeerte heeft zijn boemerangeffect vertoond en ons geraakt op een manier zoals we nooit hadden gedacht.

Begeerte is afgodendienst

Het woord dat in Colossenzen 3:5 is vertaald met "hebzucht" is het Griekse pleonexia. Het is een lelijk woord dat een lelijke zonde beschrijft. Het is lelijk omdat het afgodendienst is en vernietigend werkt. Woordenboeken beschrijven pleonexia als "het onverzadigbare verlangen te bezitten wat rechtens anderen toebehoort." Het suggereert een meedogenloze zelfgerichtheid en een arrogante veronderstelling dat anderen en dingen bestaan voor eigen voordeel.

Begeerte is afgodendienst omdat het het eigenbelang en dingen in de plaats van God stelt. De mens maakt een afgod omdat hij verlangt er wat plezier en bevrediging door te krijgen. Het dient er dus voor om iets te verwerven, wat afgodendienst is. Het wezen van afgodendienst is dus iets verkrijgen voor het eigen ik. Christenen moeten zich echter aan God geven, en we doen dit door ons in gehoorzaamheid naar Hem te voegen in wat Hij zegt, ongeacht wat dit is.

Colossenzen 3:5 zegt:

Colossenzen 3:5a Doodt dan de leden, die op de aarde zijn:

Dit betekent niet alleen maar het praktizeren van een ascetische zelfdiscipline. Het is een heel sterk woord, dat echt "doden" betekent. De christen moet zelfgerichtheid doden. Hij moet zijn leven radicaal veranderen; zijn aandacht verschuiven van zichzelf naar God. Dit is precies wat Jezus in Mattheüs 5:29-30 onderwees. Alles dat ons ervan weerhoudt om God volledig te gehoorzamen en ons aan Jezus Christus over te geven, moet geestelijk worden weggesneden. Het tiende gebod dient, evenals het eerste, als een opziener die in de gaten houdt of we de andere wel onderhouden.

Begeerte leidt tot zonde

Jacobus schrijft:

Jacobus 1:13-15 Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. 14 Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. 15 Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.

Elk probleem, individueel of nationaal, heeft zijn wortels stevig verankerd in zonde. Maar wat is de oorzaak van zonde? Verkeerd verlangen [begeerte] dat tot rijpheid is gekomen. Iedereen — van boer tot koning — is onderworpen aan verkeerde verlangens. Vanaf het allereerste begin hebben zondaren de schuld voor hun zonden aan anderen proberen te geven. Satan gaf de schuld aan God, Eva gaf de schuld aan Satan, en Adam gaf de schuld aan Eva. Jacobus wijst ons hiervoor ernstig terecht.

God is niet de oorzaak van zonde, ook dingen zijn dat niet. Zonde zou hulpeloos zijn als het niet op iets in de mens kon inspelen. Zonde speelt in op de menselijke natuur via zijn begeerten. Als iemand lang genoeg sterke verlangens koestert, is de consequentie haast onvermijdelijk. Dit verlangen, die begeerte, vertaalt zich in actie.

Begeerte kan worden gevoed, onderdrukt of — door de genade van God — volledig de kop worden ingedrukt. Als we onszelf nederig, welbewust en geheel aan Christus geven en ons laten betrekken bij goede Handelingen en gedachten, zullen we heel weinig tijd of gelegenheid hebben voor het koesteren van kwade verlangens. Dit gebod doorboort oppervlakkige christelijkheid en laat werkelijk zien of we onze wil aan God hebben overgegeven.

De geestelijke vereisten om het te houden zijn in sommige opzichten strenger dan voor enig ander gebod, omdat het rechtstreeks onze gedachten binnendringt. 2 Corinthiërs 10:4-5 zet een heel hoge standaard waaraan we moeten proberen te voldoen:

2 Corinthiërs 10:4-5 want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, 5 zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus,

Deze verzen die Gods autoriteit laten zien over zelfs onze gedachten, brengt ook datgene wat ons uiteindelijk doel in dit leven zou kunnen zijn onder woorden. Het tiende gebod laat de omvang van Gods bezorgdheid zien over de toestand van zowel ons innerlijk karakter als ons zichtbare karakter. Als onze gedachten juist zijn, zullen onze daden dat ook zijn. Ons denken veranderen tast echt de kern van ons karakter aan en benadrukt waarom het tijd doorbrengen met God in gebed en het bestuderen van Zijn woord zo belangrijk is.

Hebreeën 4:12 bevat diepgaande principes betreffende onze gedachten:

Hebreeën 4:12 Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten;

Gods woord is levend! Dit betekent dat het eeuwig is, altijd van toepassing, altijd essentieel, altijd waar en zuiver. Andere geschriften schieten tekort als we ze tegen deze kwaliteit afmeten en ze verdwijnen in de vergetelheid. Het woord van God is een onderscheider, een criticus, van de innerlijke werkingen van het hart. Het is doordringend, onderzoekt onze verlangens diepgaand, en wij moeten ons denken testen tegen wat de Schrift goed noemt.

Stappen om begeerte te bestrijden

We kunnen een aantal dingen doen die ons aanzienlijk helpen in deze ontzagwekkende verantwoordelijkheid.

Salomo zegt:

Prediker 1:8b het oog wordt niet verzadigd van zien, en het oor wordt niet vervuld van horen.

Hier moeten we beginnen. We moeten nederigheid combineren met een mate van wantrouwen ten opzichte van ons eigen denken. We moeten herkennen dat de menselijke natuur onstabiel is en onverzadigbaar in de bevrediging van zichzelf. Laat u niet misleiden; geluk en tevredenheid zijn vruchten van echt geestelijk bezigzijn. God heeft materiële dingen niet het vermogen gegeven om te voldoen aan de geestelijke behoeften van de mens.

Jezus adviseert ons in Lucas 12:

Lucas 12:15, 31 Hij zeide tot hen: Ziet toe, dat gij u wacht voor alle hebzucht, want ook als iemand overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit. ... 31 Maar zoekt zijn Koninkrijk, en die dingen zullen u bovendien geschonken worden.

Paulus voegt hier in Colossenzen 3:1-2 aan toe:

Colossenzen 3:1-2 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. 2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.

De tweede en belangrijkste stap is studeren, bidden, vasten, mediteren en gehoorzamen. Pas Gods manier van leven bewust toe. Dit kost zelfopoffering en discipline, maar het vervult het denken met de gedachten van God. Dit zal uiteindelijk zonde tot iets vreemds voor ons maken, omdat we er gewoon niet meer aan denken het te doen!

Spreuken 28:16 zegt:

Spreuken 28:16 Een vorst zonder inzicht bedrijft veel afpersingen, maar wie onrechtmatig gewin haat, verlengt zijn dagen.

Een derde raad is niet dingen, maar begeerte te leren haten. Studeer bewust, mediteer erover en let erop wat de vruchten van begeerte zijn. Het schendt het basisprincipe van Gods weg van uitgaande bezorgdheid. Begeerte weerhoudt ons ervan als God te denken en naar God te luisteren. Het zich bewust zijn van het verloop van een gedachte kan ons helpen te vermijden dat we hem toestaan tot volledige ontwikkeling in ons leven te komen.

Paulus schrijft in 1 Timotheüs 6:6:

1 Timotheüs 6:6 Nu brengt inderdaad de godsvrucht grote winst, (indien zij gepaard gaat) met tevredenheid.

Een vierde raad is om het tot een geestelijke oefening te maken dankbaar te zijn voor wat we hebben. Een stel dat ontevreden was met het huis waar ze jaren in hadden gewoond, klaagde er vaak over tegen elkaar en tegen vrienden. Tenslotte besloten ze het te verkopen en gaven het in handen van een makelaar. De volgende zondag toen ze de advertenties voor nieuwe huizen doorliepen, wees de vrouw opgewonden naar een huis dat qua beschrijving het perfecte huis voor hen leek. Toen ze hun makelaar belden, vertelde hij hun dat het hun eigen huis was!

Tevredenheid en blijdschap bewegen zich naar een hoger niveau als onze aandacht gericht is op het welzijn van anderen, zoals in het volgende verhaaltje tot uiting komt. Een man had een droom over wat er na de dood met de mens gebeurt. Hij zag eerst het lot van de kwade mens. Hij zag lange tafels kreunen onder het gewicht van bergen voedsel. Aan de tafels zaten magere, uitgehongerde en gefrustreerde mensen met enorm grote vorken die als spalken langs hun armen waren gebonden, zodat ze hun ellebogen niet konden buigen. Ze verhongerden temidden van een geweldige overvloed.

Daarna mocht de man de goeden zien. Het toneel was bijna hetzelfde: bergen voedsel en mensen met enorm grote vorken die als spalken langs hun armen gebonden waren. Deze mensen waren echter gelukkig en goed doorvoed omdat ze elkaar voerden. Ze verheugden zich in hun lot en hielpen elkaar. Samenwerking, vreugde en tevredenheid worden gebouwd op een liefhebbend hart dat het begerige oog overwint.

De dynamiek van ons leven

Begeerte is een monster met een waterhoofd waarvan de boosaardige tentakels alle kanten uitreiken om verwoesting te brengen, zorg en de dood van zowel onschuldige toeschouwers als schuldige mededaders. Begeerte doet niet aan aanzien des persoons, het vindt zijn slachtoffers in alle lagen der bevolking, omdat allen zich schuldig maken aan het hebben van kwade gedachten.

Jezus Christus heeft ons verlost van de macht die ons tot zonde brengt. Hij geeft de macht van Zijn liefde aan hen die ernaar streven de restanten van hun oude natuur te overwinnen. Dat is zeer zeker een moeilijk en in veel gevallen een langdurig proces. Maar met de hulp van God zullen we — als we ons ertoe zetten — overwinnen; Hij zal ons niet verlaten.

De dynamiek van ons nieuwe leven is de komst van Jezus Christus. Als er koninklijk bezoek wordt verwacht, wordt alles voor het koninklijke oog glanzend schoon gemaakt en versierd. Dat is ook onze taak. Een christen is er voortdurend mee bezig zich gereed te maken voor de komst van zijn Koning. Laten we ervoor zorgen dat ook wij gerekend worden onder "de reinen van hart, want zij zullen God zien" (Mattheüs 5:8)!

© 1998 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)