Het zesde gebod (Deel 1)

Door John W. Ritenbaugh
Forerunner, "Persoonlijk," juli 1997

Misdaad is een veelzijdig, veelkoppig monster waartegenover de autoriteiten machteloos schijnen te staan. Ongeacht wat voor maatregelen ze nemen, het schijnt dat ze er totaal geen vat op kunnen krijgen!

Volgens het 1987 FBI Uniform Crime Report dragen veel factoren bij aan het veroorzaken van misdaad. De meest belangrijke zijn omvang en dichtheid van de bevolking; leeftijd, sekse en ras van de bevolking; de economische toestand van de bevolking; klimaat; houding van politie en justitie; en de opvoedkundige, vrije tijds- en religieuze karakteristieken van de bevolking. Elk of een combinatie van deze factoren kan iemand er toe aanzetten een misdaad te begaan.

Met een stem als de donder sprak God de volgende woorden:

Exodus 20:13 Gij zult niet doodslaan.

Toch zijn er velen die dit letterlijk doen, en geestelijk doen we dit allemaal. Hoe gewelddadig zijn we? Het 1992 FBI Uniform Crime Report rapporteert dat in Amerika elke 22 minuten een moord wordt gepleegd; totaal 23.760 per jaar. Per jaar vinden er zo'n 28.000 zelfmoorden plaats (Harvard Magazine, September/October, 1983). Er zijn dus meer mensen die zichzelf doden dan anderen!

In sommige grote steden vinden er per jaar wel zo'n 2.000 moorden plaats. Sinds 1973, toen middels de zaak Roe v. Wade abortus werd gelegaliseerd, zijn er meer ongeboren baby's vermoord dan het totaal van de bevolking van New York City, Los Angeles, San Francisco, Dallas, Chicago, Philadelphia, Detroit, St. Louis, Atlanta en San Antonio bij elkaar opgeteld (National Right To Life Committee newsletter, 1990)! Zijn we geen bloedig volk?

De omvang van de gewelddadigheid van deze natie wordt ons niet echt duidelijk totdat we er zelf bij betrokken geraken. Maar God beseft deze wel en Hij legt Zijn aanklacht tegen ons vast:

Ezechiël 7:2-3, 5, 11, 23 Gij nu, mensenkind, zo zegt de Here HERE over het land Israëls: het einde komt! Het einde over de vier hoeken des lands! 3 Nu breekt het einde voor u aan, want Ik zal mijn toorn tegen u loslaten, Ik zal u richten volgens uw wandel en al uw gruwelen aan u vergelden. ... 5 Zo zegt de Here HERE: Onheil op onheil! Zie, het komt! ... 11 Het geweld is opgeschoten tot een staf van goddeloosheid. Niets zal er van hen overblijven, noch van hun rumoer, noch van hun getier; verdwijnen zal al hun praal. ... 23 Maak een keten gereed, want het land is vol bloedschuld en de stad vol geweld.

Ezechiël personificeert het einde als een uitvoerder van de doodstraf die vroeg wakker is geworden en op zijn orders wacht om het oordeel uit te voeren. God waarschuwt ons dat wat we het hoofd hebben te bieden niet een einde is, maar het einde; er staat ons in deze eindtijd-generatie een ongewone ramp te wachten. We hebben die verdiend als gevolg van de gewelddadige gruwelijkheden die er in ons midden plaatsvinden. Dit ongewone, unieke gebeuren komt overeen met Jeremia 30:7, "de tijd van benauwdheid voor Jakob".

Ezechiël 7:10 wijst hier een oorzaak voor aan: "de overmoed spruit uit". Wat heeft deze voortgebracht? Geweld! God laat in Spreuken 13:10 zien:

Spreuken 13:10 Door overmoed ontstaat slechts twist, maar bij hen die zich laten raden, is wijsheid.

De doodstraf

Sommige mensen zijn fel tegenstander van de doodstraf voor moordenaars. Zij zien dit als niets anders dan gelegaliseerde moord die door de staat wordt uitgevoerd, en als een straf die geen afschrikwekkende uitwerking heeft. Maar hoe tilt God, die onze uiteindelijke autoriteit zou moeten zijn, aan deze zaak? Zijn instructie aan Noach bij het verlaten van de ark na de zondvloed staat in Genesis 8:15 tot 9:17 en een deel daarvan gaat over menselijk bestuur.

Genesis 9:5 En waarlijk, Ik zal uw eigen bloed eisen; van al het gedierte zal Ik het eisen en van de mensen onderling zal Ik het leven des mensen eisen.

Al heeft de mens een morele verantwoordelijkheid jegens God — "geef God wat Godes is" — we moeten ook rekenschap geven aan mensen — "geef de keizer wat des keizers is" (Mattheüs 22:21). God heeft dus bepaalde gebieden van Zijn autoriteit aan menselijke regeringen gedelegeerd; in deze gehoorzaamt de mens God door zich aan zijn medemensen te onderwerpen. God stelde het menselijk bestuur in om de gemeenschappelijke relaties tussen de mens te regelen; dit houdt ook de autoriteit in om het leven te ontnemen als straf voor misdaden die met moord gepaard gaan.

Eén van de belangrijkste verantwoordelijkheden van bestuur is de bescherming van leven. Vanuit deze verplichting om het leven van de onschuldigen te beschermen vloeit de heel ernstige verantwoordelijkheid van de doodstraf voort. De mens wordt niet alleen geboden niet te moorden, maar hij moet ook een moord niet wreken. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de staat.

Exodus 21:12-14 voegt enkele factoren toe voor een beter begrip:

Exodus 21:12-14 Wie iemand zo treft, dat hij sterft, zal zeker ter dood gebracht worden. 13 Maar voor het geval, dat hij het er niet op toelegde, doch dat God het zijn hand deed overkomen, zal Ik u een plaats aanwijzen, waarheen hij kan vluchten. 14 Doch wanneer iemand misdadig handelt tegen zijn naaste en hem met list doodt, dan zult gij hem van mijn altaar weghalen, opdat hij sterve.

Dit is eenvoudig en duidelijk. God voorziet in dood door een ongeluk of onvoorzichtigheid. Toch als de moord met voorbedachte rade plaatsvond, ontnam de staat de moordenaar het leven. De staat ging niet eerst onderzoeken of de dader toerekeningsvatbaar was. Natuurlijk was hij niet bij zijn volle verstand! De toerekeningsvatbaarheid van iemand vaststellen verzacht op geen enkele manier het verlies van de familie van het slachtoffer en het betaalt ook niet de schuld van de moordenaar aan de maatschappij. De doodstraf geeft in ieder geval het gevoel dat er in bepaalde mate recht is gedaan en voorziet in een zekere mate van afschrikking als hij snel, consequent en rechtvaardig wordt toegepast.

Dood door een ongeluk

De bijbel maakt duidelijk onderscheid tussen de dood door een ongeluk en zorgeloosheid. Als twee mannen een boom omhakken en de bijl van de ene man vliegt van de steel en treft en doodt de ander, dan is er geen schuld. Het was een niet te voorkomen ongeluk. Maar als iemand nalaat zijn os die al iemand heeft doorboord, in zijn bewegingsvrijheid te beperken, en die os doorboort een ander en doodt hem, dan is de eigenaar schuldig aan moord.

Hier wordt het gebod heel persoonlijk. Iedereen die in het bezit is van een zwembad dat niet tegen kinderen is afgeschermd, kan tot de ontdekking komen dat hij schuldig is aan moord. Een roekeloze chauffeur kan zich in dezelfde positie bevinden als de eigenaar van de stoterige os — zelfs nog erger, hij is zelf de os!

Er sterven honderden mensen door auto-ongelukken, maar er worden er duizenden gedood door anderen die op onverantwoordelijke wijze de verkeersregels overtreden. Het is een ongeluk als de remmen van een auto het zonder waarschuwing laten afweten en iemand sterft; het is doodslag om een stopteken of een rood verkeerslicht te negeren met hetzelfde resultaat. Het is een ongeluk als een kind plotseling het verkeer in rent en geraakt wordt; het is moorddadig om door een straat in een woonbuurt te racen met een snelheid van 100 kilometer per uur en een kind te raken. Een auto kan een dodelijk wapen zijn, in het bijzonder als deze wordt bestuurd door iemand onder invloed van drugs.

Numeri 35:9-34 bevat informatie over het gebruik van vrijsteden, evenals een verscheidenheid aan regels betreffende de houding en omstandigheden waarmee een dood gepaard ging. Gods commentaar over wat de invloed van moord is op een natie is van bijzonder belang:

Numeri 35:33-34 Zo zult gij het land waarin gij woont, niet ontwijden, want bloed, dàt ontwijdt het land, en voor het land kan ten aanzien van het bloed dat daarin vergoten is, geen verzoening worden gedaan dan door het bloed van degene, die het vergoten heeft. 34 Verontreinigt dan het land niet, waarin gij woont, in welks midden Ik mijn woonstede heb, want Ik, de HERE, heb mijn woonstede in het midden der Israëlieten.

Moord besmet, verderft, vervuilt, verlaagt het land; het maakt een land kapot. Is het mogelijk dat moord de kwaliteit van het leven verhoogt? Brengt het vrijheid voort? Bevrijdt het ons, zodat we met een gevoel van zekerheid onze gang kunnen gaan, omdat het allemaal zo goed is? Of brengt het angst bij mensen voort, bezoedelt het de reputatie van een natie en ontstaat er stapje voor stapje vrees bij buitenstaanders die zaken met hen doen of maatschappelijke omgang met hen hebben? Moord kent geen "behoudende genade". Het brengt niets goeds voort. Omwille van het welzijn van de maatschappij heeft God de staat de autoriteit verleent hen die schuldig zijn aan moord te straffen met een straf die evenredig is aan hun misdaad.

Doodstraf in het Nieuwe Testament

In dit opzicht is er onder het Nieuwe Verbond niets veranderd. Paulus schrijft:

Romeinen 13:1-5 Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld. 2 Wie zich dus tegen de overheid verzet, wederstaat de instelling Gods, en wie dit doen, zullen een oordeel over zich brengen. 3 Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheidspersonen, maar wel, als hij verkeerd handelt. Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doe het goede, en gij zult lof van haar ontvangen. 4 Zij staat immers in dienst van God, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, wees dan bevreesd; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in de dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft. 5 Daarom is het nodig zich te onderwerpen, niet slechts om de toorn, maar ook om des gewetens wil.

Deze nieuwtestamentische verzen komen overeen met Genesis 9: menselijke, bestuurlijke autoriteit komt van God. Een doel van menselijk bestuur is voorkomen dat er chaos ontstaat. Paulus stelt niet specifiek vast welke mate van wraak het menselijk bestuur gebruikt om de orde te handhaven, maar zijn gebruik van het woord "zwaard" duidt op het gebruik ervan als een instrument van de doodstraf.

Binnen Gods doel "is het loon dat de zonde geeft, de dood" (Romeinen 6:23). Iemand die uit gewoonte zondigt verdient door zijn gedrag de dood. Het verschil hiertussen en de doodstraf is dat God het vonnis niet onmiddellijk voltrekt. Al heeft Hij regeringen de autoriteit gegeven iemands leven te nemen om de orde te handhaven — in samenhang met het getuigenis van minstens twee getuigen — Hij heeft ditzelfde recht nooit uitgebreid tot op het persoonlijke vlak.

God is de bron van leven en Hij alleen, of degenen aan wie Hij dit delegeert, mag het ontnemen. Van al Gods fysieke schepselen heeft alleen de mens een denkvermogen dat in staat is op dezelfde manier te gaan werken als dat van God. God gaf de mens heerschappij, maar er is karakter, wijsheid en begrip nodig om op de juiste manier te heersen. Het opbouwen hiervan vereist ervaring, en het verkrijgen van ervaring vereist tijd.

Verscheidene van de schrijvers van de bijbel geven commentaar op de kortheid van het leven van de mens. Als iemands leven door moord, of zelfs door een ongeluk, voortijdig wordt afgebroken, dan wordt Gods geweldige gave minstens onderbroken en in sommige gevallen beëindigd. De nietige mens mag zichzelf niet het recht aanmeten voor een ander tussenbeide te komen betreffende de voortzetting van Gods geweldige gave. Als iemand dit doet, dan zal hij een verschrikkelijke prijs betalen.

De doodstraf, als die consequent en rechtvaardig wordt toegepast, zal potentiële moordenaars afschrikken. De doodstraf is echter een afschrikking die achteraf plaatsvindt. Jezus verkondigde in de bergrede een veel effectievere afschrikking.

Mattheüs 5:21-22 Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; en: Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht. 22 Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder [Statenvertaling: wie te onrecht op zijn broeder toornig is], zal vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd [Statenvertaling: Raka!], zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur.

Het is essentieel om te begrijpen dat Jezus de wetten niet afschafte, maar de wetten die reeds bestonden tot volkomenheid bracht. Op soortgelijke manier schafte Hij ook niet de oudtestamentische principes van de doodstraf af, die als richtlijn fungeren voor het burgerlijk bestuur. Jezus was een pionier, geen revolutionair. Een revolutionair is erop uit de bestaande orde te vernietigen en plaatst zichzelf boven de gebruikelijke standaards. Een pionier accepteert de beperkingen die hem worden opgelegd, en bouwt daarop verder.

Het bestuur van de mens handelt met het einde (het resultaat) van de handeling, Christus handelt met het begin. Jezus verlegde de beperkende werking van de wet van de handeling naar het motief. Het is voor de christen niet voldoende om alleen maar van de handeling af te zien. Jezus legt de positieve verplichting van de geest van de wet op hem. Hij is eropuit geweldsmisdaden te voorkomen door de houding en de drang in iemands karakter die hem tot doden aanzetten, uit te roeien. De wet onder het Nieuwe Verbond onderzoekt het hart zonder de letter van de wet onder het Oude Verbond teniet te doen.

De bron van moord en oorlog

Mensen kunnen soms kinderlijke en sentimentele gevoelens over Christus hebben en begrijpen dan niet wat de praktische consequenties zijn van wat Hij onderwees. Een vluchtige lezing van Mattheüs 5:21-22 laat zien dat Hij het niet zozeer over moord heeft, maar over de stappen die daartoe leiden. Hij brengt de bron van moord en oorlog terug tot drie hoofdpunten: 1) boosheid, 2) haat en 3) de geest van wedijver en agressie — kort samengevat: de zelfgerichtheid van de hartstochtelijke menselijke natuur.

"Ten onrechte boos zijn" duidt op iemand die onnodig woedend is. Het beschrijft iemand die zo trots, ongevoelig en onzeker is, dat hij boos wordt over onbeduidende dingen. Hij is erg gevoelig en snel op zijn teentjes getrapt. Daarna blijft hij over de "belediging" nadenken en koestert hem totdat het een wrok is geworden.

Wat Jezus' commentaar nog opmerkelijker maakt, is dat veel commentatoren denken dat de meest betrouwbare Griekse manuscripten de woorden "ten onrechte" niet bevatten. Als dit zo is, dan zegt Jezus dat zelfs boos worden — met of zonder gerechtvaardigde oorzaak — iemand in gevaar brengt om dit gebod te overtreden! De bijbel staat boosheid ten opzichte van zonde toe (oprechte verontwaardiging), maar geen boosheid ten opzichte van iemand anders.

Raka (leeghoofd) betekent letterlijk "ijdele kerel", iemand die geacht wordt oppervlakkig, leeghoofdig, hersenloos, stom te zijn. De mensen zeiden raka met een bepaalde intonatie die verachting, minachting of bitterheid ontstaan uit trots, snobisme en vooroordeel, tot uiting bracht. "Dwaas" duidt op een morele dwaas. Iemand die dit woord gebruikte, lasterde iemands karakter om zijn reputatie te vernietigen. Het is een uitdrukking van veroordeling, van karaktermoord.

We moeten de toenemende intensiteit van bestraffing in de voorbeelden die Jezus gaf, niet letterlijk nemen. Hij onderwijst over de zonde van moord, en de straf is in ieder voorbeeld hetzelfde — de dood. Hij gebruikt de verschillende gradaties om de graad van boosaardigheid en slechtheid van elke genoemde zonde te onderwijzen.

William Barclay schrijft in zijn commentaar op deze verzen:

Wat Jezus hier zegt is dit : "In vroegere tijden veroordeelde de mens moord en zeer zeker zal moord altijd verkeerd blijven. Maar Ik zeg u, dat niet alleen de uiterlijk zichtbare daden van de mens onder het oordeel vallen; zijn innerlijke gedachten worden door God ook kritisch onderzocht en beoordeeld. Langdurige boosheid is slecht; verachtelijk spreken is erger, en de onzorgvuldige en kwaadaardige woorden die iemands goede naam vernietigen zijn het ergst van allemaal." De mens die slaaf is van boosheid, de mens die op verachtelijke toon spreekt, de mens die iemands goede naam vernietigt, heeft misschien nooit een feitelijke moord begaan, maar hij is een moordenaar in zijn denken.

Gekoesterde boosheid, verachting en karaktermoord zijn allemaal in de geest van moord. Christus brengt hier moord terug tot enkele van zijn hoofdoorzaken. Het voortgaan in één van deze houdingen is een overtreding van het zesde gebod. De straf daarop is de dood. Christenen moeten de geest van de wet houden.

Haat

De apostel Johannes voegt hieraan nog een andere ontnuchterende waarheid toe:

1 Johannes 3:15 Een ieder, die zijn broeder haat, is een mensenmoorder en gij weet, dat geen mensenmoorder eeuwig leven blijvend in zich heeft.

Dit vers brengt op bondige wijze onder woorden waarom het zo belangrijk is de geest van moord niet in ons te laten verblijven. Boosheid of rancune kan in ons denken opkomen en we hebben dan nog niet gezondigd. Maar als we het er laten blijven en het toestaan verder te sudderen, is het mogelijk dat we erdoor vernietigd worden!

Haat is ook de geest van moord. Maar pas op! De menselijke natuur kan ons doen denken dat haat geen ernstige onmiddellijke consequenties heeft, omdat de poel des vuurs nog zo ver weg lijkt te zijn. De geest van moord moet in de kiem gesmoord worden voordat het tot moord komt of de poel des vuurs. Let op Mattheüs 5:23-24, de verzen die onmiddellijk volgen op Jezus' uitspraak over de geest van moord:

Mattheüs 5:23-24 Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, 24 laat uw gave daar, vóór het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave.

Probeer geen offer aan God te brengen terwijl u de geest van vijandschap koestert! Jezus' woorden impliceren duidelijk dat God onze aanbidding niet zal aanvaarden terwijl we iemand anders haten! Kunnen we eerlijk zeggen dat we God in geest en waarheid aanbidden als we onze broeder haten? Hoe kan een hart beladen met wrok God volledige aanbidding aanbieden? Binnen Gods gerechtshof bestaan er geen onopgeloste misdaden en Hem ontbreekt ook niet het vermogen om onze innerlijke drijfveren te zien.

1 Johannes 4:20 voegt hieraan toe:

1 Johannes 4:20 Indien iemand zegt: Ik heb God lief, doch zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar; want wie zijn broeder, die hij gezien heeft, niet liefheeft, kan (ook) God, die hij niet gezien heeft, niet liefhebben.

Het kan tussen God en ons niet in orde zijn als het niet ook in orde is met onze medemens.

Efeziërs 4:26 Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet: de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan;

Haat is zonde en zonde scheidt ons van God.

Jezus maakt dit punt in Mattheüs 15:17-20 nog duidelijker:

Mattheüs 15:17-20 Begrijpt gij niet, dat al wat de mond binnengaat, in de buik komt en te zijner plaatse verdwijnt? 18 Maar wat de mond uitgaat, komt uit het hart, en dat maakt de mens onrein. 19 Want uit het hart komen boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen, godslasteringen. 20 Dat zijn de dingen, die een mens onrein maken, maar het eten met ongewassen handen maakt een mens niet onrein.

Omdat handelen op het denken volgt, is Jezus tegen haat, kwaadwilligheid en jaloezie; deze vallen allemaal onder "boze overleggingen". Elk van hen is een vorm van de geest van moord. Zijn bezorgdheid gaat niet alleen uit naar hoe we handelen, maar ook naar waarom we handelen — niet alleen in wat we feitelijk doen, maar ook wat we in het diepst van ons hart verlangen te doen. Eten met ongewassen handen bevuilt het hart niet, maar vraatzucht doet dat wel. Eten met tollenaars en zondaren maakt ons niet onrein, maar zelfgerechtigheid doet dat wel. Wat iemand ons aandoet maakt ons niet onrein, maar haat, boosheid en kwaadwilligheid jegens hem doen dat wel.

Wraak

Mensen richten veel van hun haat, kwaadwilligheid, voortwoekerende boosheid, verachtelijk uitschelden en karaktermoord op het verkrijgen van wraak. We zouden er misschien nooit aan denken om iemand letterlijk te vermoorden, maar wraak door roddelachtige karaktermoord schijnt een veilige optie te zijn. "Schijnt" is de kern, omdat elke vorm van wraak een optie is die door ons niet gebruikt kan worden.

Paulus schrijft:

Romeinen 12:17-19 Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen. 18 Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen. 19 Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here.

Rancune en onbeleefdheid, waarbij we wraak nemen in de vorm van een explosie van beledigingen, is ook geen optie voor ons, zelfs al kan die gerechtvaardigd schijnen. Paulus verwacht van ons dat we onze relaties met anderen bezien in het licht van onze relatie met God. Zouden we God op dezelfde manier behandelen? In vers 14 zegt Paulus:

Romeinen 12:14 Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet.

Als we wraak nemen, maken we inbreuk op het voorrecht van God, eigenen we ons macht toe die ons niet toebehoort. Door op Zijn terrein binnen te dringen, lopen we in de weg van wat Hij als Zijn verantwoordelijkheid beschouwt. De mens is niet in staat om met de juiste wijsheid, rechtvaardigheid en liefde wraak te nemen. Paulus instrueert ons om, in geloof, ons niet het voorrecht onszelf te wreken toe te eigenen, maar God toe te staan het oordeel te voltrekken.

1 Petrus 2:21-23 laat het voorbeeld van Christus zien, zelfs al had Hij de liefde, de wijsheid en het onderscheidingsvermogen om een rechtvaardig oordeel uit te spreken en Zijn vijanden op de juiste manier hun plaats te wijzen.

1 Petrus 2:21-23 Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden; 22 die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden; 23 die, als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt;

Jezus had Zich zo sterk met deze principes vereenzelvigd, dat zelfs toen Zijn leven op het spel stond en Zijn vijanden intens tegen Hem tekeergingen, Hij niet op soortgelijke manier reageerde. Hij gaf ons een voorbeeld om ook op die manier te handelen.

Misschien is de kern van deze uitspraak wel dat Hij "het overgaf aan Hem die rechtvaardig oordeelt". Zijn reactie was een handeling van geloof, dat God Zich bewust was van Zijn situatie en dat God volkomen in staat was om niet alleen te handelen, maar op precies de juiste manier ten goede van iedereen te handelen. De werkelijkheid van Gods soevereiniteit over Zijn schepping bracht Jezus ertoe Zich van minuut tot minuut in vertrouwen te onderwerpen.

Als de wraak God toekomt, dan heeft de mens, in het bijzonder als hij beloofd heeft zijn leven aan Zijn bestuur te onderwerpen, niet het recht het in eigen hand te nemen. Heel vaak is er werkelijk een sterk karakter nodig, ondersteund door geloof, om iemand te helpen en te dienen die rechtstreeks heeft geprobeerd ons schade te berokkenen. Gods instructies voor ons zijn duidelijk:

Romeinen 12:20-21 Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. 21 Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.

"Vijand" betekent niet iemand die wij haten, maar iemand die bitter tegenover ons staat. Als wij anderen haten, zijn we helemaal terug bij de geest van moord. Paulus brengt een belangrijk universeel principe onder woorden: Door de tijd heen verwijdert goedheid vijandigheid, maar het zoeken van wraak doet de vijandigheid toenemen. Booker T. Washington zei: "De beste manier om een vijand te vernietigen is hem tot je vriend te maken."

In Titus 3 geeft Paulus een voorschrift om een vredig leven te hebben. Hij laat zien dat God door Christus bewijst dat Hij dezelfde formule gebruikt om met ons om te gaan, Zijn vroegere vijanden, die nu tot Zijn vrienden zijn gemaakt.

Titus 3:1-6 Herinner hen eraan, dat zij zich aan overheid en gezag onderwerpen, gehoorzaam, tot alle goed werk bereid zijn, 2 geen lastertaal uiten, niet twisten, vriendelijk zijn en alle zachtmoedigheid bewijzen aan alle mensen. 3 Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkander hatende. 4 Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland (en) God verscheen, 5 heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest, 6 die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland,

Met gelijke munt betalen

Als iemand beledigd is, dan is de menselijke neiging van nature om quitte te spelen door terug te slaan. In zulke situaties voelen we ons gerechtvaardigd op basis van het een "oog om oog" principe met gelijke munt te betalen. Maar God heeft individuele personen nooit dat recht gegeven. Het was Zijn bedoeling dat gerechtshoven het "oog om oog" principe zouden toepassen om via een onpartijdig oordeel terug te slaan.

Het leven van Jezus laat zien dat Hij Zich aan dezelfde standaards hield, als die waar Hij ons aan houdt, al was Hij totaal onschuldig en daarnaast ook nog eens God in het vlees. Mattheüs 26 geeft een voorbeeld:

Mattheüs 26:51-53 En zie, één van die bij Jezus waren, strekte zijn hand uit, trok zijn zwaard en hij trof de slaaf van de hogepriester en sloeg hem het oor af. 52 Toen zeide Jezus tot hem: Breng uw zwaard weder op zijn plaats, want allen, die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen. 53 Of meent gij, dat Ik mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan twaalf legioenen engelen terzijde stellen?

Jezus laat zien dat vergelding het kwaad erger maakt en door doet gaan, en dat de vergelder er door kan worden verteerd. Hij bevestigt dat Hij de macht had tot vergelding, maar Hij bleef rustig, waarmee Hij ons een voorbeeld gaf om te volgen. Vers 54 legt uit dat als Hij tot vergelding was overgegaan, Gods wil niet zou zijn geschied!

Mattheüs 26:54 Hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, die zeggen dat het aldus moet geschieden?

De geest van vergelding moet gestopt worden voordat hij tot moord leidt. We zouden het op de manier die Jezus hier laat zien, moeten benaderen. We moeten een eerlijke en oprechte poging doen ons met een beledigde broeder te verzoenen. Als die persoon werkelijk een broeder is, zal hij snel tot vergeving overgaan en daarna zonder wrok verder leven (Lucas 17:1-4).

Hebt uw vijanden lief

Mattheüs 5:43-48 is misschien wel de meest opzienbarende, sublieme uitspraak die Christus deed:

Mattheüs 5:43-48 Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. 44 Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief [Statenvertaling: zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten] en bidt voor [Statenvertaling: degenen, die u geweld doen, en] wie u vervolgen, 45 opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 46 Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat voor loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? 47 En indien gij alleen uw broeders groet, waarin doet gij meer dan het gewone? Doen ook de heidenen niet hetzelfde? 48 Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.

Jezus bedoelt niet dat we moeten besluiten om iedereen aardig te vinden, maar dat we van goede wil zijn in ons handelen jegens hen die we niet zo aardig vinden evenals we dat zijn jegens hen die we wel aardig vinden. Dit gebod schijnt onredelijk en absurd, maar alleen vanwege onze menselijke geaardheid. Christus wenst dat iedereen gelukkig is. Zowel de hater als de gehate is in zeker opzicht ellendig, en de ellende zal niet ophouden tot de haat verdwijnt. Het tegengif tegen haat is liefde.

Sommigen hebben deze liefde beschreven als onoverwinnelijke welwilllendheid. Deze liefde bestaat niet alleen uit gevoel, maar ook uit de wil. Met deze liefde overwint onze bezorgdheid voor het goede voor een ander elk gevoel van beledigd zijn, rancune en vergelding. Deze zet ons aan om goed te doen in plaats van op soortgelijke manier te reageren op wat de oorzaak was van onze negatieve gevoelens jegens de ander. Alleen zij die de geest van Christus hebben, kunnen dit doen. Wij moeten ernaar zoeken die van God te ontvangen.

In dit gedeelte somt Christus drie manieren op waarop mensen hun slechte gevoelens jegens anderen laten zien. Vervloeken duidt op het verbaal zwart maken van anderen en het erop uit zijn hun reputatie te vernietigen; lasteren. Haat impliceert een actief, hartstochtelijk gevoel tegen een ander. Geweld aandoen en vervolgen betekent voortdurend in oorlog zijn met, lastig vallen, altijd iemand op de huid zitten.

Hij specificeert ook drie manieren waarop een christen deze Handelingen kan bestrijden. We kunnen zegenen, dus met goede woorden op slechte reageren. We kunnen onze vijanden ook goeddoen, niet onszelf alleen van vergelding weerhouden. Tenslotte kunnen we voor hen en hun welzijn bidden, waarbij we God vragen hun denken te veranderen zodat er een wederzijdse liefde tot stand kan komen.

Dit is een belangrijke test voor Gods kinderen. God wil dat wij dit doen, zodat we op Hem gaan gelijken — naar Zijn beeld zijn — omdat Hij op die manier in elkaar zit. Als iemand deze liefde heeft, is hij als God. God laat ons op precies dezelfde manier Zijn liefde zien. Ondanks wat we hier op deze geweldig mooie aarde doen, schijnt de zon nog steeds, valt er nog steeds regen, en voorziet Hij voortdurend in en werkt Hij voortdurend naar ons behoud toe.

Niemand van ons ontneemt letterlijk het leven aan anderen. Ons gevechtsterrein is het om deze zonde op geestelijk niveau te bevechten, in ons denken, tegen de houdingen die het begin en het fundament zijn voor letterlijke moord. Jezus Christus onderwees het respect voor menselijk leven, leven geschapen naar het beeld van God.

De apostel Johannes schrijft:

1 Johannes 2:8-11 Toch schrijf ik u een nieuw gebod, want — wat waarheid is in Hem en in u — de duisternis gaat voorbij en het waarachtige licht schijnt reeds. 9 Wie zegt in het licht te zijn en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nu toe. 10 Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht en in hem is niets aanstotelijks; 11 maar wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis en hij weet niet waar hij heengaat, want de duisternis heeft zijn ogen verblind.

Leven zonder liefde is dood, omdat het een leven is van zelfgerichtheid, het tegenovergestelde van wat God is. Johannes zegt dat het lijkt op het omhebben van een blinddoek en daarnaast ook nog een wazig oordeel te hebben. Toch hebben we de liefde van God. Hij heeft die in onze harten uitgestort door Zijn Geest (Romeinen 5:5). Dit is geen abstracte liefde voor mensen in ver verwijderde landen, maar deze is gericht op hen met wie we dagelijks contact hebben. Gods liefde stelt ons niet alleen in staat om voortgang op Zijn weg te boeken, deze is de oplossing voor het probleem van moorden.

Haat, de geest van moord, vernietigt omgang met God en medemens. Als iemand een ander haat, bewijst dat dat hij God niet lief heeft. God is liefde. Niemand die met de geest van moord is bezield, is naar het beeld van God. Zo'n houding moet overwonnen worden, want geen moordenaar zal het Koninkrijk binnengaan.

Gij zult niet moorden [doodslaan].

© 1997 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)