Uw ontzagwekkende toekomst - Hoe de religies u misleiden

Door Herbert W. Armstrong (1892-1986)
1983

Het is inderdaad verbijsterend! Het is nooit door de wetenschap ontdekt. Het hoger onderwijs heeft het nimmer onderwezen. En georganiseerde godsdienst heeft het achtergehouden. Hoe? Door het onderdrukken van de ware evangelieboodschap die Christus vanuit de hemel heeft gebracht en die het ontzagwekkende doel van het menselijk leven openbaart.

Bereid u voor op de meest verbazingwekkende Openbaring van uw leven. Is het geen verbijsterende schok te vernemen dat de belangrijkste dimensie van alle kennis door God in de persoon van Jezus Christus wel op aarde is geopenbaard, maar dat deze boodschap reeds in de eerste eeuw van onze jaartelling werd onderdrukt; dat Jezus zelf, omdat Hij deze dimensie openbaarde, ter dood werd gebracht; dat al zijn apostelen, op misschien één na, de marteldood zijn gestorven, omdat zij deze dingen verkondigden?

Toch zou deze boodschap van de levende God, als de mensheid ernaar had geluisterd en haar ter harte had genomen, de wereld nagenoeg alle ellende en kwaad hebben bespaard.

Het woord 'evangelie' betekent 'goed nieuws'. Als deze boodschap werkelijk wordt begrepen, openbaart zij ons een menselijk potentieel zo overweldigend en ontzagwekkend, dat het ons in eerste instantie als niet te geloven voorkomt.

Waarom Christus' Evangelie werd onderdrukt

Christus' boodschap openbaart de onontbeerlijke feiten aangaande de mensheid: wat de mens is; het doel waarvoor hij op aarde werd geplaatst; wat de weg is die leidt tot wereldvrede, geluk en universele welvaart; wat de echte waarden zijn; wat het ontzagwekkende potentieel van de mens is; en hoe dit kan worden bereikt.

Het antwoord op deze vragen vormt de belangrijkste kennis die de mens ooit ter beschikking is gesteld. Toch werd deze kennis geminacht en verworpen, en weldra onderdrukt.

Wanneer de evangelieboodschap van Christus in haar volle betekenis wordt begrepen, openbaart zij wat de wetenschap absoluut niet in staat is te ontdekken. Zij openbaart iets waarvan de religies in deze wereld niets weten. Zij openbaart wat in het hoger onderwijs nooit bekend was of werd onderwezen.

Deze boodschap openbaart de meest fantastische waarheid die het menselijk verstand ooit kan bevatten! Zij openbaart de ontbrekende dimensie in kennis, de kennis die voor ons van absoluut levensbelang is.

Dit is het grootste goede nieuws dat ooit door onze Schepper aan de mensheid is geopenbaard! Wat heeft de mensen ertoe gebracht deze boodschap te verwerpen en de boodschapper ter dood te brengen?

Het antwoord luidt: de mensen waren misleid. Tegenwoordig is de hele mensheid misleid!

De opzet van dit boekje is te laten zien hoe de mensen werden misleid, en duidelijk te maken wat dit goede nieuws in feite inhield — en inhoudt.

Zelfs nu heeft de meerderheid der mensen nog nooit het ware Evangelie gehoord. En de miljoenen mensen die het wel horen, zijn zo beneveld door valse religies en namaakevangelies dat zij alleen maar verward raken. De waarheid is inderdaad vreemder dan fictie!

De aartsbedrieger

Het is tegenwoordig intellectueel niet gebruikelijk in het feitelijke bestaan van een duivel te geloven. Bijbelse Openbaring geeft hiervoor een verklaring.

De Bijbel zegt ondubbelzinnig dat nu, in onze tijd, de gehele wereld zou zijn misleid. Een dergelijke profetie staat in het boek Openbaring, hoofdstuk 12, vers 9: "En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt."

Deze Satan wordt onthuld als zijnde de aartsverleider van de gehele wereld. Maar hoe is hij erin geslaagd de mensheid te misleiden?

In het derde hoofdstuk van Genesis blijkt hij de verleider van moeder Eva. Door haar bracht hij de eerste mens, Adam, ertoe de eerste menselijke zonde te begaan.

Toen Jezus in Bethlehem geboren werd, heerste Satan nog altijd op aarde als de god van deze wereld (2 Korinthiërs 4:4). Ook is hij "de overste van de macht der lucht" (Efeziërs 2:2), die de hele mensheid in zijn greep houdt.

De boodschap van Christus was het goede nieuws dat Satans macht over de wereld zal worden gebroken en dat hij van de aarde zal worden verbannen. Zij openbaarde dat Christus zal komen als zijn opvolger om de heerschappij over alle volkeren over te nemen. In het denken van Satan was het nodig alles in het werk te stellen teneinde te verhinderen dat de boodschap van Christus naar de wereld zou uitgaan.

Om te beginnen probeerde hij Christus als kind te vernietigen om zo te voorkomen dat Hij zou opgroeien om die boodschap te verkondigen. Hij beïnvloedde koning Herodes, de provinciale machthebber in Israël onder het Romeinse bewind, en deze werd er daardoor toe bewogen alle kinderen van twee jaar en jonger in Bethlehem en omstreken te laten doden. Maar God waarschuwde Jozef en Maria, zodat zij met het kind Jezus naar Egypte uitweken tot na de dood van Herodes.

Toen Jezus ongeveer dertig jaar oud was, probeerde Satan Hem nogmaals te vernietigen, maar nu geestelijk, voordat Hij bevoegd was een woord van zijn boodschap te prediken. Deze grote verzoeking, waardoor Satan Jezus had willen verstrikken, werd echter de vuurproef waardoor Jezus zich kwalificeerde om Satan te onttronen en over alle naties heerser te worden. Aldus verwierf Jezus de bevoegdheid de regering van God op de aarde te herstellen en het Koninkrijk van God op te richten. Het lag evenwel niet in Gods meesterplan dat Christus vóór het einde van de eerste 6000 jaar van het bestaan van de mensheid op aarde in deze functie zou worden bevestigd.

Niettemin ging Jezus verder met de opdracht waarvoor Hij toentertijd op aarde was gekomen. Hij verkondigde zijn boodschap en onderwees haar aan zijn discipelen.

Satan echter is nog steeds de onzichtbare macht over de wereld. Ook al geloofden vele Joden in Jezus als de beloofde Messias, toch werden zij ertoe bewogen niet zijn boodschap — zijn Evangelie — te geloven.

Hoe kon en kan Satan de mensen misleiden, beïnvloeden en overheersen?

Het Evangelie van Christus verworpen

In Johannes 8, vers 30-46, lezen wij: "Toen Hij dit sprak, geloofden velen in Hem. Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Als gij in mijn woord [zijn boodschap] blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij ... maar gij tracht Mij te doden, omdat mijn woord [zijn evangelieboodschap] bij u geen plaats vindt ... maar nu tracht gij Mij te doden, een mens die u de waarheid gezegd heeft, welke Ik van God gehoord heb ... want Ik ben van God uitgegaan en gekomen; want Ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden ... Maar omdat Ik u de waarheid zeg — Mij gelooft gij niet ... Als Ik waarheid spreek, waarom gelooft gij Mij niet?"

Later werd Jezus door de Romeinen gekruisigd. Hij stond echter op uit de doden en voer ten hemel. Vandaar zond Hij Gods heilige Geest tot zijn discipelen.

De apostelen van Christus gingen uit om zijn boodschap aan de wereld te verkondigen, zoals Hij hun had opgedragen. Gods Kerk werd gesticht (in 31 n.Chr.) ter ondersteuning van de evangelieverkondiging. De Kerk begon te groeien en breidde zich zeer snel uit.

Toen liet Satan listig een invloedrijke, heidense godsdienstleider opstaan die een valse godsdienst — de oude Babylonische mysteriëngodsdienst — predikte. Deze dacht een vervalst "evangelie" uit. Hij eigende zich zelfs de naam van Christus toe en noemde zijn godsdienst "christendom".

Ik besef dat dit een opzienbarende bewering is die nu, 1900 jaar later, moeilijk is te geloven. Desalniettemin is het de waarheid.

Het valse "evangelie" komt op

In Samaria, ten noorden van Jeruzalem, woonde een heidens volk, waarvoor de Joden in Christus' dagen de grootste minachting hadden. Deze mensen waren omstreeks 700 v.Chr. door verschillende koningen, onder wie Salmaneser van Assyrië (2 Koningen 17:18, 21-24, enz.), uit gebieden van het Babylonische rijk naar Samaria overgebracht. Zij brachten hun eigen mysteriëngodsdienst mee. In het 8e hoofdstuk van Handelingen kunt u lezen over Simon de Tovenaar (Simon Magus), hun leider ten tijde van Christus.

Christus stichtte de Kerk van God in 31 n.Chr. ter ondersteuning van de evangelieverkondiging door zijn apostelen. Na een verbazingwekkende eerste groei ontstond rond 33 n.Chr. een felle vervolging tegen Gods Kerk (Handelingen 8:1). In die dagen liet Simon de Tovenaar zich samen met een groot aantal andere mensen dopen. Vervolgens probeerde hij van Petrus en Johannes met geld een apostelschap in Gods Kerk te kopen, maar vanzelfsprekend werd hem dit geweigerd en hij werd terechtgewezen.

Daarna eigende deze Simon zich de naam van Christus toe en noemde zijn Babylonische mysteriëngodsdienst "christendom". Satan had deze man in zijn macht en gebruikte hem als instrument tegen de ware Kerk van God. Vóór het einde van de eerste eeuw, waarschijnlijk omstreeks het jaar 70, was hij erin geslaagd Gods boodschap, die door Christus was gebracht, te onderdrukken.

Toen volgde "de verloren eeuw" in de geschiedenis van Gods ware Kerk. Er bestond een goed georganiseerde samenzwering om alle sporen van de geschiedenis van de Kerk van die dagen uit te wissen. Honderd jaar later treedt in de geschiedenis een "christendom" aan de dag dat totaal anders is dan de Kerk die door Christus was gesticht.

Men had de naam van Christus aan de Babylonische mysteriëngodsdienst gegeven. De boodschap die Jezus van God had gebracht, was vervangen door een "evangelie" over de persoon van Christus — de Boodschapper werd verkondigd, maar de gehele dimensie van zijn boodschap werd weggelaten.

En in de ruim 18½ eeuw daarop is het ware Evangelie niet meer aan de wereld verkondigd.

Een "ander evangelie" vindt gehoor

Toen Paulus zijn brief aan de Galaten schreef, waren er al vele mensen die zich tot dat nieuwe, valse "evangelie" bekeerden.

Paulus schreef: "Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie [geen goed nieuws]. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien" (Galaten 1:6-7).

Aan de Thessalonicenzen schreef Paulus: "Want het geheimenis [mysterie] der wetteloosheid is reeds in werking" (2 Thessalonicenzen 2:7). Hij doelde op de Babylonische mysteriëngodsdienst van Simon de Tovenaar (Handelingen 8), een godsdienst van ongerechtigheid, van wetteloosheid, een godsdienst die de wet van God verwerpt.

De ware en de valse kerk

In het boek Openbaring worden twee kerken beschreven die beide de naam van Christus voeren. In hoofdstuk 12 zien wij de ware Kerk van God, klein in ledental en geslonken als gevolg van vervolging en martelaarschap, maar gehoorzaam aan Gods wetten en gehaat door Satan. De andere kerk, beschreven in hoofdstuk 17, wordt genoemd: "een geheimenis: het grote Babylon, moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde" (vers 5). Met andere woorden: de Babylonische mysteriëngodsdienst, die doordrenkt is van "ongerechtigheid", en waarin Gods wet is afgeschaft.

In de tijd dat Paulus het Evangelie verkondigde, brachten de predikers van Simon Magus de Korinthiërs in verwarring. Paulus schreef de Korinthiërs: "Want met een ijver Gods waak ik over u, want ik heb u verbonden aan één man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen [bij de opstanding zal de ware Kerk een geestelijk huwelijk met Christus aangaan]. Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten van de eenvoudige en loutere toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden. Want indien de eerste de beste [Prediker van Simon Magus] een andere Jezus predikt, die wij niet hebben gepredikt, of gij een andere geest [van opstandigheid en ongehoorzaamheid] ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander evangelie ..." (2 Korinthiërs 11:2-4).

Let wel, deze mannen verkondigden een andere Jezus en een ander evangelie, en zij volgden een andere geest, een geest van opstandigheid en ongehoorzaamheid. Die verleiding is in de loop der eeuwen werkzaam gebleven en dat is de toestand van vandaag. Zij eigenden zich de naam van Christus toe. Hun Babylonische godsdienst noemden zij "christendom". Daarmee verkondigden zij niet alleen een vals evangelie, maar ook een valse geest van egocentrisme, en een valse Jezus, een die volkomen verschilt van de Jezus van de Bijbel.

Over deze valse apostelen schreef Paulus aan de Korinthiërs: "Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid ..." (2 Korinthiërs 11:13-15).

Petrus, Johannes en Judas stellen hen aan de kaak

Petrus schreef over deze bedriegers: "Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u valse leraars zullen komen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen ... En velen zullen hun losbandigheden navolgen, zodat door hun schuld de weg der waarheid gelasterd zal worden; en zij zullen uit hebzucht met verzonnen redeneringen u als koopwaar behandelen ..." (2 Petrus 2:1-3).

Ook Johannes schreef over deze verdraaiers van het ware Evangelie, die gehoorzaamheid aan de door God gewezen weg afwezen. "Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet" (l Johannes 2:4). "Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn" (l Johannes 2:19).

Judas waarschuwt ons "tot het uiterste te strijden voor het geloof, dat eenmaal de heiligen overgeleverd is. Want er zijn zekere mensen binnengeslopen — reeds lang tevoren tot dit oordeel opgeschreven — goddelozen, die de genade van onze God in losbandigheid [vrijheid om ongehoorzaam te zijn] veranderen ... Desgelijks bezoedelen ook deze dromenzieners hun vlees, verwerpen wat heerschappij [regering] heet en lasteren de heerlijkheden ... Wee hun, want zij zijn de weg van Kaïn opgegaan, zij zijn voor de verleiding van een Bileamsloon bezweken en door het verzet van een Korach ten onder gegaan. Dezen zijn de schandvlekken bij uw liefdemalen ... wolken, die geen water geven, daar zij door de winden voorbijgejaagd worden ... tweemaal gestorven zijn zij en ontworteld; wilde baren der zee, die hun eigen schande opschuimen; dwaalsterren. Voor hen is de donkerste duisternis voor eeuwig weggelegd" (Judas 3-4, 8, 11-13).

Het woord "evangelie" nu misleidend

Het woord "evangelie" zelf is tegenwoordig misleidend. De wereld was en is nog altijd vol "evangelisatieprogramma's", op de televisie, op de radio, in de pers, en door persoonlijke evangelisatie.

Als u zou zeggen: "Het Evangelie is 18½ eeuw lang niet meer aan de wereld verkondigd", zou vrijwel iedereen u als gek beschouwen. Wat overal zo luidkeels wordt gepredikt, is in feite het valse "evangelie". Het is een "evangelie" dat over de persoon van de boodschapper spreekt, maar zijn boodschap negeert.

Dat evangelie is gebaseerd op de veronderstelling dat dit de enige tijd is waarin God probeert "de hele wereld te redden". Maar zij die dit prediken weten zelfs niet wat behoud is, noch hoe men het kan verkrijgen.

Hoe is het mogelijk dat de gehele wereld kon worden misleid? Wat hield het Evangelie van Christus in dat een machtige, onzichtbare duivel zo vastbesloten was het te onderdrukken en te vervalsen?

Wat is het ware Evangelie?

Het ware Evangelie is het goede nieuws dat God door Jezus Christus uit de hemel heeft gezonden. Als deze boodschap volledig wordt begrepen, openbaart zij dat de mens een potentieel heeft dat dermate verbazingwekkend is dat het aanvankelijk volkomen ongelooflijk schijnt! Het is ongelooflijk fantastisch nieuws dat door de Schepper wordt geopenbaard.

Het Evangelie openbaart de wonderbaarlijkste waarheid die het menselijk verstand ooit kan kennen.

Het openbaart wat ik noem de ontbrekende dimensie in kennis, de meest noodzakelijke kennis, kennis van levensbelang!

Zijn wij hier voor een bepaald doel? Wat is dat doel?

Heeft het menselijk leven, welbeschouwd, een doel en betekenis? Een doel en betekenis waarvan de bekendmaking is onderdrukt? Dit is essentiële kennis die buiten het terrein van de hedendaagse wetenschap, godsdienst en het onderwijs ligt!

De ontbrekende dimensie in kennis

Als er een doel is, wat is dit dan? Waartoe bent u geboren?

Waarheen zijn wij op weg? Wat is het uiteindelijke transcendente potentieel van de mens? Wat is de weg? Hoe bereiken wij onze bestemming?

Wat is de weg naar vrede ? vrede tussen naties, tussen individuele personen, en tussen groepen?

Waarom is er alle kwaad in deze wereld? Waarom kunnen wij onze menselijke problemen niet oplossen? Er bestaat een weg, en deze wordt door het ware Evangelie geopenbaard! Het is een fundamentele wet die met onverbiddelijke en meedogenloze kracht werkt.

Wat is de menselijke natuur? Heeft God deze geschapen en de mens ingeplant om hem het leven moeilijk te maken? Is deze natuur erfelijk? Hoe functioneert zij? De moderne wetenschap, noch de theologie, noch het onderwijs kunnen u antwoord op deze vragen geven.

Wat is het menselijk verstand, en waarin verschilt het van het dierlijk brein? Hoe komt het dat, hoewel het verstand van de mens de computer kan uitvinden en kan leren mensen naar de maan en terug te laten reizen, een dergelijk verstand niet de eigen problemen hier op aarde kan oplossen en de mens niet in vrede met zijn medemensen kan leven?

Wat is de mens? Wat zijn wij nu precies? De wetenschap kan dit geheim niet ontdekken; de godsdiensten hebben nooit de juiste verklaring gegeven, maar het ware Evangelie openbaart, als het volledig wordt begrepen, het antwoord, het ware antwoord!

Wat zijn de werkelijke waarden? Wat is belangrijk, en wat is onbelangrijk en van generlei waarde? De mensheid verspilt haar energie aan het najagen van valse waarden — spendeert haar arbeid en intelligentie aan projecten zonder waarde, die nutteloos blijken zodra ze zijn verwezenlijkt.

Het ware Evangelie verklaart de oorsprong van de duivel. Heeft God een duivel geschapen om de mensheid te misleiden en te kwellen? Het Evangelie verklaart hoe Satan de grote, maar onzichtbare en verborgen macht is geworden die deze wereld beheerst en in feite regeert. Het verklaart waarom Satan met al zijn listen en sluwheid aan het werk ging om, door middel van mensen die hij kon manipuleren, dit essentiële Evangelie, dat God door Jezus Christus aan de mensheid heeft geopenbaard, te onderdrukken.

Vergeet niet dat het ware Evangelie, indien de mensheid het ter harte had genomen, deze wereld al haar angst, problemen, ellende en kwaad zou hebben bespaard.

Het is onmogelijk in enkele woorden, en met voldoende duidelijkheid en nadruk, de lezer van de verheven en overweldigende betekenis en het belang van deze ware evangelieboodschap te doordringen.

Ook in onze tijd wordt deze boodschap, als men haar hoort, zelden werkelijk in haar hele betekenis begrepen, want Satan heeft zo'n rookgordijn van valse en pseudoreligies, van valse "evangelies" en leerstellingen gelegd, dat de luisteraar of lezer in verwarring en ongeloof achterblijft — of volkomen onverschillig tegenover de belangrijkste dingen van het leven staat.

Desalniettemin heeft de Almachtige God bevolen dat, kort voor het einde van dit tijdperk, "dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde [komen]" (Mattheüs 24:14). Dit is de boodschap die de Eeuwige God in deze tijd door zijn apostel voor de eindtijd aan staatshoofden in de hoofdsteden der gehele wereld verkondigt.

Het ware Evangelie, gezien met alles wat het belichaamt — de reden ervoor; de waarheid omtrent de eerste, prehistorische aardbewoners; de reden waarom de mensen zijn geschapen en op aarde geplaatst; de oorzaak van al het kwaad en lijden op aarde; de aard van het menselijk verstand; de noodzaak van geestelijk behoud en wat dit is; de aanstaande wereld van vrede en wat daarna komt; en het ongelooflijke potentieel van de mens — wordt dan het meestomvattende onderwerp dat het menselijk verstand kan bevatten. In vergelijking hiermee schrompelt al het andere tot iets volkomen onbeduidends ineen. Dit overtreft alles wat ooit is geschreven.

Wat was het Evangelie van Christus?

God de Vader had beloofd vanuit de hemel een boodschapper naar de aarde te sturen met een boodschap van Hem voor de gehele mensheid. Deze belofte is opgetekend in Maleachi 3:1: "Zie, Ik zend mijn bode, die voor mijn aangezicht de weg bereiden zal [die bode was, zoals Markus 1:2 verklaart, Johannes de Doper]; plotseling zal tot zijn tempel komen de Here, die gij zoekt, namelijk de Engel des verbonds, die gij begeert." Met de "Here" wordt hier natuurlijk Jezus Christus bedoeld.

Dat is de profetie. Het verslag van de vervulling ervan staat in het eerste hoofdstuk van Markus: "Het begin des Evangelies van Jezus Christus, den Zoon van God" (Statenvert.). Dan volgt het verhaal van Johannes de Doper die de weg voor Hem bereidde. Vers 12 en 13 gaan over de verzoeking van Jezus door Satan, waarbij Satan probeerde Christus geestelijk te vernietigen nog voor Hij maar één woord had verkondigd van de boodschap die Hij van God de Vader had meegekregen. Vervolgens vers 14 en 15 (Statenvert.):

"En nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galiléa, predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods ..." Welk evangelie? "... het Evangelie van het Koninkrijk Gods". Dat is het Evangelie dat Christus verkondigde. De boodschap die Hij bracht was de boodschap van het Koninkrijk van God.

Dit is de boodschap waarvan God wilde dat zij tot een getuigenis aan alle naties zou worden verkondigd! Maar sinds de eerste eeuw heeft de wereld niets geweten van het Koninkrijk van God, omdat die boodschap sinds de eerste eeuw niet aan de wereld werd verkondigd.

Deze boodschap, als zij wordt verklaard en werkelijk wordt begrepen, beslaat een uitgebreid vlak van kennis. Zij openbaart — ik herhaal het nog eens — wat de wetenschap absoluut niet kan ontdekken, wat de godsdiensten nooit hebben geopenbaard, wat men in het onderwijs van deze wereld nimmer heeft geweten of geleerd.

Let op de volgende punten

Er zijn enkele belangrijke punten om goed op te letten.

Ten eerste wordt Christus in de profetie van Maleachi een bode of boodschapper genoemd die een boodschap bracht. Hij wordt "de Engel [boodschapper] des verbonds" genoemd, hetgeen een uiterst belangrijk gegeven is.

Let ook op het vijftiende vers van Markus 1. Jezus kwam in Galilea met het Evangelie van het Koninkrijk van God: "De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie."

Wat bedoelde Hij met "de tijd is vervuld"? En waarom was het Koninkrijk van God toen "nabij", en waarom was het dat vóór dat tijdstip niet?

Deze punten zijn van het grootste belang.

Maar alvorens ik verder uiteenzet wat het Koninkrijk van God is, moet men zich er rekenschap van geven dat dit de evangelieboodschap is die Christus van God de Vader heeft gebracht — het is hetzelfde Evangelie dat de eerste apostelen verkondigden, hetzelfde Evangelie dat de apostel Paulus aan de heidenen predikte.

Christus heeft geen ander evangelie gebracht

Jezus zei: "Ook aan de andere steden moet Ik het evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen, want daartoe ben Ik uitgezonden" (Lukas 4:43).

Jezus gaf zijn discipelen opdracht het Koninkrijk van God te prediken. "Toen riep Hij de twaalven samen en ... zond hen uit om het Koninkrijk Gods te verkondigen" (Lukas 9:1-2).

"Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen, zowel mannen als vrouwen" (Handelingen 8:12).

"En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk ..." (Mattheüs 4:23).

De gelijkenissen van Jezus gingen over het Koninkrijk van God.

Toen Hij de gelijkenis van de zaaier aan zijn discipelen verklaarde, zei Hij: "U is het gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk Gods te kennen" en daarna legde Hij hun de gelijkenis uit.

Lukas 13:18: "Hij zeide dan: Waaraan is het Koninkrijk Gods gelijk en waarmede zal Ik het vergelijken?" Waarna een gelijkenis volgde.

"En wederom sprak Hij: Waarmede zal Ik het Koninkrijk Gods vergelijken? Het is gelijk aan een zuurdesem ..." en daarna volgde de gelijkenis van het zuurdesem (Lukas 13:20-21).

Een van zijn belangrijkste gelijkenissen is te vinden in het 19e hoofdstuk van Lukas: "Toen ... sprak Hij nog een gelijkenis uit, omdat Hij dicht bij Jeruzalem was en zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond openbaar zou worden" (Lukas 19:11). Toen gaf Hij hun de gelijkenis van de man van hoge geboorte die naar een ver land ging om het koningschap te ontvangen, en daarna terugkeerde: het beeld van Christus' hemelvaart, voor de kroningsplechtigheid, en zijn terugkeer naar de aarde om over alle naties te regeren, als Koning der koningen en Heer der heren, in alle macht en glorie van de grote God.

Welk evangelie verkondigden de apostelen en Paulus?

Predikten de apostelen en Paulus een ander evangelie?

Na Christus' opstanding waren de discipelen veertig dagen lang bij Hem. Spraken zij toen onder elkaar over een ander evangelie dan dat van het Koninkrijk van God? Let op wat er plaatsvond vlak voor Jezus' hemelvaart. Lukas beschreef wat Christus had gedaan en gezegd "tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft" (Handelingen 1:2-3).

Let erop dat Christus na zijn opstanding tot zijn discipelen sprak over "al wat het Koninkrijk Gods betreft".

Daarna, vlak voor zijn hemelvaart, vroegen zij Hem: "Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?" (Handelingen 1:6). De apostelen schenen maar niet te begrijpen dat het Koninkrijk van God niet tijdens hun leven op aarde zou worden opgericht, hoewel Jezus' onderwijs — vooral de gelijkenis van de ponden (Lukas 19) — dit toch duidelijk had moeten maken.

Twee jaar na de stichting van de Kerk van God, op het Pinksterfeest van het jaar 31 n.Chr., begon de grote misleiding, die door Simon de Tovenaar werd geleid. Het historische boek Handelingen verhaalt: "En er ontstond te dien dage een zware vervolging tegen de gemeente te Jeruzalem; en allen werden verstrooid over de streken van Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen ... Zij dan, die verstrooid werden, trokken het land door, het evangelie verkondigende." Welk evangelie? Lees verder:

"En Filippus daalde af naar de stad van Samaria ... Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen ..." (Handelingen 8:1-12).

In Efeze trad de apostel Paulus "drie maanden lang vrijmoedig op, om hen door besprekingen te overtuigen aangaande het Koninkrijk Gods" (Handelingen 19:8). Op een latere reis liet Paulus in Milete de oudsten van de Kerk te Efeze bij zich komen. Voor zijn vertrek zei Paulus tot hen: "En nu, zie, ik weet, dat gij allen, onder wie ik rondgereisd heb met de prediking van het Koninkrijk, mijn aangezicht niet meer zien zult" (Handelingen 20:25).

In Rome "kwamen verscheidenen tot hem [Paulus] in zijn verblijf, wie hij met nadruk het Koninkrijk Gods voorstelde" (Handelingen 28:23).

Ook in Rome bleef hij "de volle termijn van twee jaar in zijn eigen gehuurde woning, en ontving allen, die tot hem kwamen, predikende het Koninkrijk Gods" (Handelingen 28:30).

Predikte Paulus een ander evangelie? Aan de Galaten schreef hij: "Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt! Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt!" (Galaten 1:8-9).

Uit vers 6 en 7 blijkt dat de Galaten zich toen al tot een ander evangelie hadden gekeerd.

Jezus sprak over zijn boodschap — het Koninkrijk van God — als over het "woord" dat Hij sprak. De apostelen predikten, zoals u in het hele boek Handelingen kunt lezen, overal "het woord", waarmee zij het Koninkrijk van God bedoelden.

De "evangelies" die men predikt

Ik zei al dat tegenwoordig talloze evangelisatieprogramma's zijn te horen. Eén bedient zich van de leuze: "Christus prediken aan de volkeren". U vraagt zich misschien af: "Wat is er verkeerd met prediken over Christus?" Of: "Wat is er verkeerd met het prediken van een evangelie van genade?" Of: "Wat is er verkeerd met het verkondigen van een boodschap over behoud?"

Ik heb u de bijbelteksten laten zien dat men reeds in de eerste eeuw over een andere Jezus begon te prediken — een Jezus die naar verondersteld wordt, de geboden van zijn Vader afschafte — die "genade" verdraaide tot verlof tot ongehoorzaamheid (2 Korinthiërs 11:4, 13-15 en Judas 4). Ook nu predikt men niet de ware Jezus die gezegd heeft: "Ik heb de geboden mijns Vaders bewaard" en die ons daarin een voorbeeld was, opdat ook wij ze zouden bewaren of houden.

Als degenen die beweren een evangelie van behoud te verkondigen, zouden begrijpen en verkondigen wat behoud in werkelijkheid is — of dit nu een gaan naar een of andere plaats is, of het veranderd worden in een andere toestand, wat, waar en hoe het bereikt kan worden — dan zou het een deel van het ware Evangelie zijn. Maar deze "evangelisten" leren niet wat behoud werkelijk is, of hoe iemand het kan ontvangen. Wanneer de blinden de blinden leiden, vallen allen in de gracht.

Wat is het Koninkrijk van God?

Het is daarom tijd dat wij begrijpen wat het Koninkrijk van God is!

Wat is een koninkrijk? De Bijbel spreekt over verschillende koninkrijken. Het eerste wereldrijk — het Chaldeeuwse Rijk, vaak "Babylon" genoemd — was een koninkrijk. God inspireerde Daniël tot de koning ervan, Nebukadnezar, te zeggen: "Gij ... aan wie de God des hemels het koningschap, macht, sterkte en eer geschonken heeft ..." (Daniël 2:37).

Dan was er het koninkrijk Israël — de familie die van Israël afstamde en die tot een natie uitgroeide.

Het koninkrijk Israël was een voorloper van het Koninkrijk van God. Dit zal bestaan uit de als geest geboren kinderen van God — het Gezin van God, georganiseerd in een regerend Koninkrijk.

Het Koninkrijk van God zal derhalve tweeledig zijn:

Een regering. Een regering — of koninkrijk — bestaat uit vier elementen: a) een koning die heerst over b) een volk, onderdanen of burgers binnen c) een bepaald soeverein gebied met d) wetten en een georganiseerd systeem om deze uit te voeren.

Een familie (zoals het koninkrijk Israël de familie was van de nakomelingen van Israël) — in dit geval de familie van God — een gezin waarin mensen kunnen worden geboren, een regerend gezin met gezag over alle naties, d.w.z. over de gehele aarde, en later over het gehele universum.

Het Koninkrijk: een regering

Christus zal de Koning van het Koninkrijk van God zijn. Hij is de Zoon van God die Hij aansprak als zijn Vader. Wanneer de Kerk, door een opstanding of ogenblikkelijke verandering van sterfelijk in onsterfelijk (van stoffelijke in geestelijke samenstelling), de uit geest bestaande kinderen van God zal worden, zal Christus met de Kerk trouwen, waardoor deze zijn echtgenote wordt. Wij hebben dan een Vader, een Zoon, een vrouw en de kinderen van de Vader — een gezinsverband: het gezin van God.

Let nu op enige profetieën:

"Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuël [d.i. "God met ons"] geven" (Jesaja 7:14).

"Want een Kind is ons [Israël] geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de Here der heerscharen zal dit doen" (Jesaja 9:5-6).

De engel Gabriël is een hooggeplaatste aartsengel — een cherub — een van de enige drie die in de Bijbel worden genoemd. Er wordt gezegd: "In de zesde maand nu [van de zwangerschap van Elisabeth] werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth, tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Jozef, uit het huis van David, en de naam der maagd was Maria. En toen hij bij haar binnengekomen was, zeide hij: Wees gegroet, gij begenadigde, de Here is met u ... En de engel zeide tot haar: Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt genade gevonden bij God. En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen" (Lukas 1:26-33).

Toen Jezus voor Pilatus terechtstond, zei deze Romeinse stadhouder tot Hem: "Zijt Gij dus toch een koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen."

Jezus verklaarde evenwel ook aan Pilatus dat zijn Koninkrijk — zijn regering — niet van deze wereld, deze tijd, deze huidige eeuw was: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld ... nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier" (Johannes 18:36).

Wat is de inhoud van het Evangelie van Christus?

Het Evangelie van Christus is het goede nieuws van de vestiging van het Koninkrijk van God.

Maar wat houdt dit in?

En waarom is het Koninkrijk van God een noodzaak?

Op welke wijze gaat het uw eigen persoonlijke leven aan?

In feite heeft de boodschap van Christus betreffende Gods komende Koninkrijk direct betrekking op de toestand van de wereld van vandaag: op de menselijke natuur, de bron en oorsprong ervan, op het kwaad, het lijden en de ellende in deze wereld, op wereldvrede. Zij heeft betrekking op regeren, en op de reden waarom de huidige regeringen niet de weldoeners van de volken zijn die zij zouden moeten zijn.

Zijn boodschap raakt direct de wortels van ieders geluk, en heeft te maken met het ontzagwekkende transcendente potentieel van elke mens. Zij heeft ook betrekking op de oorzaken van de huidige crisis die iedereen treft, en de levenswijze die alle problemen zal oplossen.

Maar deze boodschap heeft op nog heel veel meer dingen betrekking.

Zij heeft te maken met Gods overweldigend grote plan als Schepper van het universum. Zij heeft betrekking op het hele onmetelijke heelal met zijn ontelbare sterrenstelsels, nevelvlekken, zonnen, sterren, planeten, en met Gods bedoeling daarmee. Zij heeft ook betrekking op alle engelen — en op het feit dat een derde van alle door God geschapen engelen zich tot zonde keerde en op Gods grote plan om te voorkomen dat een dergelijke catastrofe ook de andere engelen zou overkomen.

De meeste van deze dingen komen in de leer van hedendaagse religies nimmer ter sprake. Gods boodschap betreft allesomvattende waarheid.

Het ongelooflijke potentieel van de mens geopenbaard!

Komt het u zinvol voor dat, hoewel de mens met een zo groot mentaal vermogen is begiftigd, meer dan de helft van de mensheid analfabetisch is, in bittere armoede leeft en in de meest schrijnend onhygiënische omstandigheden op de rand van de hongerdood verkeert?

Komt het u zinvol voor dat de menselijke beschaving de moderne wetenschap, het hoger onderwijs, de wereldgodsdiensten en grote regeringsstelsels heeft ontwikkeld, en dat toch allen in totale onwetendheid verkeren aangaande de weg die tot wereldvrede leidt? Niemand kan ons zeggen wat de mens is, of hij hier op aarde is geplaatst met een bepaald doel, wat dat doel is, waarheen hij op weg is en hoe hij zijn doel kan bereiken.

Komt het u zinvol voor dat de mens over zulke grote krachten beschikt, terwijl de wereld desondanks zo vol moeilijkheden, leed en kwaad is?

Heeft de Almachtige God, de Schepper, dit alles zo bedoeld en ingesteld?

Het is tijd dat wij dit mysterie ontraadselen. Het is tijd dat wij begrijpen. Het is tijd dat wij de antwoorden vinden op deze, naar men veronderstelt, onoplosbare vragen, vragen die voor het denken van de mens een raadsel zijn.

De mens heeft deze kennis verworpen

Wat is het meest noodzakelijke om te weten?

Het is de kennis van wat de mens is; de kennis van waarom hij is: het doel waarvoor de mensheid op aarde werd geplaatst; de kennis van de weg die naar dat doel leidt — naar wereldvrede, vrede tussen mensen onderling, tussen groepen en tussen naties; de kennis van de oorzaak van alle ellende en kwaad in de wereld; de kennis van de oplossing voor al deze problemen; de kennis van de werkelijke waarden: wat belangrijk is en wat zonder waarde.

Dit is de ontbrekende dimensie in kennis.

Laten wij de situatie bekijken zoals deze momenteel is — onze dynamische twintigste eeuw. Dit is naar men denkt de tijd van verlichting en van de massaproduktie van kennis. De moderne wetenschap en het hoger onderwijs hebben echter beide de enige bron van deze fundamentele kennis — Openbaring — verworpen, en geen enkele godsdienst heeft ons deze kennis, die van zo noodzakelijk belang is, gegeven, hoewel dit alles is te vinden in het boek dat, naar algemeen wordt aangenomen, de bron is van het geloof van tenminste drie der grote wereldgodsdiensten.

Laten wij de toestand eens bekijken zoals die meer dan 1900 jaar geleden was. Jezus Christus kwam vanuit de hemel met een boodschap van God die deze kennis bevat. Maar zelfs het merendeel van de mensen die in Hem geloofden, geloofde niet de boodschap die Hij bracht en eiste dat Hij juist wegens het bekendmaken ervan zou worden gekruisigd. Zijn apostelen gingen voort de boodschap te verkondigen; ook zij werden, met waarschijnlijk één uitzondering, ter dood gebracht. Voor het einde van de eerste eeuw werd Christus' evangelieboodschap onderdrukt en een vals "evangelie" werd verkondigd.

Laten wij nu teruggaan naar het begin van de mensheid op aarde. Onze eerste voorouders verwierpen deze zelfde kennis die hun door hun Schepper persoonlijk werd medegedeeld. Zij geloofden niet wat Hij zei. Satans leugens geloofden zij echter wel. Zij waren ongehoorzaam door van de verboden vrucht te stelen. Zij eigenden zich de kennis toe van wat goed en wat kwaad is. Sindsdien heeft de hele mensheid hun voorbeeld gevolgd.

Desondanks heeft de Eeuwige God deze essentiële geopenbaarde kennis en waarheid ter beschikking gesteld aan iedereen die bereid is te geloven wat Hij zegt ? in zijn geïnspireerde boek, het Boek der boeken, de Bijbel. Dit boek is in feite 's werelds grootste bestseller geworden. Maar dit kostbare boek is verkeerd uitgelegd, is verdraaid, verwrongen, misverstaan en als geen ander boek belasterd.

De mens heeft miljoenen boeken geschreven. Men gelooft wat die boeken zeggen, hoewel ze deels of geheel op dwaling berusten en van waarheid verstoken zijn.

Men neemt aan dat deze boeken letterlijk bedoelen wat zij zeggen. Als het echter om de Bijbel gaat zegt men: "U vat de Bijbel toch zeker niet letterlijk op?" Zij willen niet geloven dat dit boek bedoelt wat het zegt. Het is het Woord zelf van de levende God, maar men weigert te geloven wat God zegt.

En zo gaat een ongelovige mensheid al struikelend voort op haar weg en stapelt bergen menselijke ellende op: ontevredenheid, verdriet, pijn, lijden en de dood.

Toch stelt de Eeuwige God van waarheid en barmhartigheid ook vandaag — de laatste dagen van deze zondige wereld — deze essentiële, boeiende, nieuwe kennis ter beschikking aan hen die bereid zijn te geloven wat Hij zegt en daaraan te gehoorzamen.

Meer dan vijftig jaar geleden kwam ik, na bewijs, tot geloof en gehoorzaamheid.

Door middel van zijn Woord heeft de levende God mijn verstand geopend voor het ontzagwekkende potentieel van de mens, voor de ontbrekende dimensie in kennis, voor de oorzaken van het kwaad, voor wat de weg is naar wereldvrede en hoe deze tenslotte tot stand zal komen. Dezelfde God van de hele schepping opent nu voor mij, als ambassadeur zonder portefeuille voor wereldvrede en als bouwer van bruggen tussen naties, overal ter wereld de deuren tot staatshoofden en regeringsleiders.

Het universum en de mens

In dit Boek der boeken openbaart God zich als de Schepper van alle dingen, niet alleen van de aarde en de mens, maar van het hele grenzeloze universum. De Schepper van de mens is tevens de Schepper van alles. Op een heldere, wolkeloze avond kan men de met sterren bezaaide hemel bewonderen. Zou er een onvermoed verband kunnen bestaan tussen de melkwegstelsels, met hun machtige zonnen en planeten, en de mens?

In dit ware verhaal van het ongelooflijke potentieel van de mens acht ik het juist eerst de hoofddoelstelling van de Schepper in het oog te vatten.

Wat nu volgt is intrigerende nieuwe kennis: kennis aangaande het ongelooflijke, ontzagwekkende potentieel waarvoor de mensheid werd geschapen en hier op aarde werd geplaatst.

Winston Churchill heeft eens voor het Amerikaanse Congres opgemerkt dat hier op aarde een doel wordt uitgewerkt. Slechts weinig mensen weten wat dat doel is; toch is het duidelijk geopenbaard.

Het is de meest opwindende, meest wonderbaarlijke, meest hoopgevende waarheid die ooit kon worden geopenbaard.

Heeft u zich ooit verwonderd over de ontelbare miljoenen lichtende sterren aan een wolkeloze, zwarte hemel? Soms lijken ze op kolossale vuurpijlen die zojuist in een flonkerende tros zijn geëxplodeerd.

Vele ervan zijn reusachtige zonnen, ongelooflijk veel groter dan onze zon. Waarschijnlijk zijn de meeste omringd door planeten, zoals onze zon door Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus en de andere planeten van ons zonnestelsel.

Heeft u zich ooit afgevraagd of er bewoonde planeten bij zijn? Zijn ze geëvolueerd, zoals in de theorieën van de meeste geleerden — astronomen, biologen, geologen — wordt verondersteld? Of werden ze geschapen door een alwetend, almachtig, scheppend Wezen? Werden ze geschapen en in de ruimte geplaatst met een bepaald doel? Is er op sommige van de planeten enige vorm van leven, of lijken ze alle op onze maan: doods, vervallen, levenloos, woest, leeg en onbewoonbaar? En als ze doods en zonder enig leven zijn, waarom zou een intelligente Schepper ze dan zo hebben geschapen?

Schiep Hij ze wel zo?

Alles wijst erop dat alleen onze planeet Aarde leven in stand kan houden. De andere planeten lijken op onze maan: doods, vervallen, woest en ledig. Onze aarde is een deel van het zonnestelsel; dit maakt weer deel uit van een sterrenstelsel, de Melkweg. Er zijn buiten onze Melkweg vele andere sterrenstelsels. Deze bevinden zich zover in het universum dat wij de afstand alleen nog in lichtjaren kunnen uitdrukken, niet meer in kilometers of andere afstandsmaten.

Hoewel de wetenschap dus betrekkelijk weinig weet over het oneindige universum, onthult de Openbaring er iets zeer verbazingwekkends over.

Het eerste vers van het geopenbaarde Woord van God luidt: "In den beginne schiep God de hemel en de aarde." Het woord "hemel" in de meeste vertalingen behoort "hemelen" te zijn, daar het oorspronkelijke Hebreeuwse woord een meervoud is.

Koning David uit de Oudheid zag met verwondering op naar de sterren en schreef onder inspiratie dat God ze heeft geschapen.

Geschapen — maar met welk doel?

David werd geïnspireerd te schrijven: "O Here, onze Here, hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde, Gij, die uw majesteit toont aan de hemel ... Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt ...?" (Psalm 8:2, 4-5).

Waarschijnlijk was aan koning David het werkelijke verband tussen de mens en de sterren in het universum niet geopenbaard, want hij vervolgt: "Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond. Gij doet hem heersen over de werken uwer handen, alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd: schapen en runderen altegader en ook de dieren des velds, de vogelen des hemels en de vissen der zee, hetgeen de paden der zeeën doorkruist. O Here, onze Here, hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde" (Psalm 8:6-10).

David beperkt hier het gebied van de mens tot de huidige aarde, tot dat wat God bij de schepping aan de mens heeft gegeven: deze aarde, de atmosfeer eromheen, de wateren en de zeeën (zoals in Genesis 1:26-28 staat beschreven).

Dat is het gebied van de mens op dit moment.

In het Nieuwe Testament, dat veel later werd geschreven wordt veel meer geopenbaard.

Het ongelooflijke potentieel van de mens geopenbaard

In het boek Hebreeën lezen wij: "Want niet aan engelen heeft Hij de toekomende wereld, waarvan wij spreken, onderworpen" (Hebreeën 2:5). Het thema hier is "de toekomende wereld".

Er is slechts één aarde, maar de Bijbel spreekt over drie werelden, tijdperken of beschavingen op deze aarde: "de toenmalige wereld" (de antediluviale wereld van Adam tot Noach); "de tegenwoordige boze wereld" (vanaf de Zondvloed tot de nog toekomstige wederkomst van Christus); en "de toekomende wereld" (die begint wanneer Christus komt en het Koninkrijk van God opricht).

Hebreeën 2:5 spreekt over engelen alsof de wereld aan hen is onderworpen; direct in het begin van het boek Hebreeën, in het eerste hoofdstuk, wordt gesproken over Christus en engelen, en over de relatie tussen engelen en de mens.

Verlies niet uit het oog dat het hier gaat over "de toekomende wereld, waarvan wij spreken" — dus niet om de huidige wereld, die nu snel haar einde nadert! Verder in vers 6: "Maar, iemand heeft ergens betuigd, zeggende ...", en dan volgt een aanhaling van alleen de verzen 5 tot 7 van de achtste psalm.

In deze Psalm wijst David er in het bijzonder op dat God momenteel de aarde met haar atmosfeer en zeeën aan de mens heeft onderworpen. Maar de schrijver van het boek Hebreeën is geïnspireerd met iets totaal anders te vervolgen — iets dat in de toekomende wereld zal geschieden!

Deze geopenbaarde kennis van Gods doel met de mens, het ongelooflijke potentieel van de mens, tart ieder voorstellingsvermogen. De wetenschap weet hier niets van; het wordt, zover ik weet, door geen enkele godsdienst geopenbaard; en ons hoger onderwijs is er volkomen onkundig van.

Niettemin is dit wat God, zoals Hij zegt, bereid heeft voor hen die Hem liefhebben (l Korinthiërs 2:9-10).

Eerder wees ik er reeds op dat God de noodzakelijke kennis aan onze eerste ouders openbaarde, maar dat zij niet geloofden wat Hij zei! Ongeveer 4000 jaar later verscheen Jezus Christus op aarde met een boodschap die rechtstreeks van God de Vader in de hemel kwam, en waarin deze zelfde essentiële kennis werd geopenbaard. Niet meer dan honderdtwintig mensen geloofden toen wat Hij zei, hoewel velen betuigden "in Hem te geloven" (zie Johannes 8:30-31, 37-38, 40, 45-46).

Vandaag geloven wetenschap, godsdienst en onderwijs nog altijd niet wat Hij zei.

Laten wij nu eens zien wat in het boek Hebreeën in de passage na de aanhalingen uit de achtste Psalm wordt gezegd: "Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want bij dit: alle dingen hem onderworpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dat hem [de mens] niet onderworpen zou zijn" (Hebreeën 2:8).

Is het mogelijk dat God ook werkelijk bedoelt wat Hij zegt? "Alle dingen"? Niets uitgezonderd?

Het Grieks voor "alle dingen" in het eerste hoofdstuk van Hebreeën wordt door de (Engelse) Moffatt-vertaling weergegeven als "het universum".

Met andere woorden: voor hen die bereid zijn te geloven wat God zegt, zegt God dat Hij heeft beslist dat het gehele universum, met alle sterrenstelsels, de talloze zonnen en planeten — alles ? aan de mens zal worden onderworpen.

Maar een ogenblik! Lees, voordat u dit ongelovig afwijst, eerst de volgende woorden van dit achtste vers: "Doch thans zien wij nog niet, dat hem [de mens] alle dingen [het oneindige heelal] onderworpen zijn." Vergeet niet dat in vers 5 gesproken wordt over "de toekomende wereld" — niet over de wereld van vandaag. Wat zien wij echter vandaag? "Maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer gekroond." De mens is, in tegenstelling tot Christus, nog niet "met eer en heerlijkheid gekroond".

Maar let erop dat Christus reeds wel met heerlijkheid en eer is gekroond. Verder: "Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen [het hele universum] bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken ... daarom schaamt Hij [Christus] Zich niet hen broeders te noemen" (vers 10-11).

Met andere woorden, christenen die Gods Geest hebben, zijn medeërfgenamen met Christus en zullen wat Christus nu reeds heeft geërfd, ook beërven. Hij is nu in heerlijkheid! Hij heeft het gehele universum reeds geërfd. Hij houdt het door zijn kracht in stand. De mens is, als hij zich heeft bekeerd en Gods heilige Geest bezit (Romeinen 8:9), nu nog slechts een erfgenaam, nog geen bezitter.

Maar Christus is reeds met heerlijkheid en eer gekroond, heeft reeds geërfd, heeft bezit genomen van het erfgoed. Begin nu met Hebreeën, hoofdstuk 1:

"[God heeft] nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen [het hele universum], door wie Hij ook de wereld geschapen heeft. Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen [het hele universum] draagt [onderhoudt] door het woord zijner kracht ..." (Hebreeën 1:1-3).

De levende Christus onderhoudt reeds het gehele universum door zijn onbeperkte goddelijke kracht. Deze passage vervolgt met aan te tonen dat Hij boven de engelen staat; Hij is de verwekte, eniggeboren Zoon van God; de engelen zijn slechts individueel geschapen wezens. De (voor ons onzichtbare) engelen zijn dienende geesten — zij dienen ons, die nu een lagere status hebben dan de engelen, maar erfgenamen zijn van het behoud, dat wij zullen beërven wanneer wij, evenals Christus, uit God geboren zonen zijn geworden (Hebreeën 1:4-14).

Het heelal met dode hemellichamen

Breng dit nu in verband met wat in het achtste hoofdstuk van Romeinen wordt geopenbaard.

Daar wordt gesproken over Christus als Gods Zoon: "... opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen" (Romeinen 8:29). Mensen die Gods heilige Geest bezitten, zijn erfgenamen van God en medeërfgenamen met Christus, die, als enige van alle mensen, reeds als Gods Zoon is geboren door een opstanding uit de doden (Romeinen 1:4). Hij is de eerste van de menselijke familie die in het gezin van God — het Koninkrijk van God — is geboren. Hij is de pionier die ons is voorgegaan. Wij zullen volgen bij de opstanding der rechtvaardigen ten tijde van Christus' wederkomst op aarde in grote macht en heerlijkheid.

In dit achtste hoofdstuk van Romeinen wordt gezegd (vers 9) dat, als wij Gods heilige Geest in ons hebben, wij zijn verwekte zonen zijn. Als wij daarentegen zijn Geest niet hebben, behoren wij Hem niet toe — wij zijn dan geen christen. In vers 11 wordt evenwel gezegd dat, als wij Gods Geest hebben en deze in ons toeneemt en ons leidt, wij uit de doden zullen worden opgewekt door zijn Geest (of, als wij nog in leven zijn ten tijde van Christus' wederkomst, wij op slag van sterfelijke in onsterfelijke wezens zullen worden veranderd).

Vervolgens: "Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods ... Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; immers, indien wij [in dit leven] delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking. Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden. Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods. Want de schepping [alle zonnen, planeten, sterren en manen] is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om de wil van Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping [de sterren, zonnen en manen, die nu in een toestand van verval en nutteloosheid verkeren] in al haar delen zucht en in barensnood is. En niet alleen zij [de schepping], maar ook wij zelf, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben [wij, de door Gods Geest verwekte mensen, de zeer weinigen die tot het behoud worden geroepen: de "eerstelingen"], zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap [onze geboorte als zonen] ..." (Romeinen 8:14-23).

Wat een wonderbaarlijke kennis wordt hier geopenbaard!

Verbazingwekkender, ontzagwekkender, meer openbarende passages kunnen niet worden geschreven!

Dit is een zo verbazingwekkende openbaring, dat men het, door het vluchtig door te lezen, niet volledig kan bevatten.

Ik citeerde eerst een gedeelte uit Romeinen 8, vers 29, waar staat dat Christus de eerstgeborene is van vele broederen.

In Hebreeën 1 zien wij dat Christus, de eerste mens die door een opstanding uit de doden werd geboren, verheerlijkt is en nu het hele universum onderhoudt. Hij is de pionier die ons is voorgegaan. Bij zijn terugkeer naar de aarde in macht en glorie zullen zij die bekeerd zijn en Gods heilige Geest hebben ontvangen, door een opstanding in het gezin van God worden geboren. Daarna zal het hele universum aan hen worden onderworpen!

Vervolgens citeerde ik uit Romeinen 8: als wij geleid worden door de heilige Geest van God, zullen wij worden opgewekt tot uit geest samengestelde, onsterfelijke wezens in het gezin van God, evenals Christus na zijn opstanding in het jaar 31.

Nogmaals vers 19: "Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods." Dit zal gebeuren ten tijde van de opstanding, wanneer zij die fysiek zijn — door een opstanding of een ogenblikkelijke verandering van sterfelijk vlees tot onsterfelijke geest — Gods zonen zullen worden.

Tracht dit goed te begrijpen. Waarom zou het gehele universum — de schepping — met reikhalzend verlangen wachten op de daadwerkelijke geboorte, het openbaar worden van al deze zonen van God die in Gods gezin zullen worden geboren? De daaropvolgende verzen geven een beeld van een heelal vol hemellichamen in een staat van verval en nutteloosheid, al zijn ze nu weliswaar onderworpen aan deze dode staat in hoop en verwachting! "Omdat ook de schepping zelf [het universum is nu niet in staat leven in stand te houden] van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods."

Op welke wijze zijn alle planeten in deze staat van verval geraakt? God heeft ze beslist niet zo geschapen!

Verval duidt op een staat of toestand veroorzaakt door degeneratie en ontbinding van een eerdere niet vervallen toestand. God schiep deze planeten dus niet in een staat van verval. Er is echter iets gebeurd waardoor het verval is begonnen.

Wat kan de oorzaak geweest zijn van al deze "dienstbaarheid aan de vergankelijkheid"?

Het kan niet de toestand zijn waarin God ze schiep! Uit alles wat wij in Gods geopenbaarde Woord over Gods schepping lezen blijkt dat deze "zeer goed" was. Engelen, die volmaakt waren vanaf hun schepping, totdat er ongerechtigheid of wetteloosheid in hen werd gevonden, waren er de oorzaak van dat het hele oppervlak van de aarde in een toestand van verval, wanorde en leegte terechtkwam.

Zou het hele universum zijn geschapen om leven in stand te kunnen houden? Dit wordt ons niet met zoveel woorden in Gods geopenbaarde Woord gezegd, maar wat wij erin lezen werpt meer licht op de vraag waarom God besloot de mens te scheppen!

Wij lezen verder in Romeinen 8:22: "Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping [het universum] in al haar delen zucht en in barensnood is." Hier wordt de schepping vergeleken met een vrouw die op het punt staat een kind te baren. De schepping wordt beschreven als zuchtend in barensnood in afwachting van de geboorte van de kinderen van God. Het is alsof de schepping de moeder, en God de vader is. De strekking van deze verzen is in elk geval dat, als wij (bekeerde mensen) uit God worden geboren, en dan de kracht en glorie van God zullen bezitten, wij datgene zullen doen wat God deed, toen deze aarde "woest en ledig" was (tohu wabohu in het Hebreeuws van Genesis 1:2). Christus die het gelaat van de aardbodem vernieuwde (Psalm 104:30), vernieuwde daarmee wat door de opstand van de zondigende engelen was vernietigd.

Wat deze wonderbaarlijke passages impliceren gaat veel verder dan de geopenbaarde woorden als zodanig.

De geciteerde teksten duiden precies op datgene waarop ook de astronomen wijzen en waarvoor wetenschappelijk bewijs bestaat: de zonnen zijn als vuurballen die licht en warmte afgeven, maar de planeten, met uitzondering van de aarde, verkeren in een toestand van levenloosheid, verval en nutteloosheid. Maar niet voor eeuwig: zij wachten tot de tijd waarop bekeerde mensen zullen worden geboren als kinderen van God, geboren in het heilige gezin van God dat het Koninkrijk van God zal vormen.

Het Evangelie van Jezus gaat over het Koninkrijk van God. Christus' Evangelie van het Koninkrijk bevat in feite alle kennis die hier wordt geopenbaard: het gehele universum zal worden beheerd door ons, die, met God de Vader en met Christus, het Koninkrijk van God zullen vormen.

God is in de eerste plaats Schepper, maar Hij is tevens Heerser. En Hij is de Leraar die kennis openbaart die het menselijk verstand onmogelijk uit zichzelf kan begrijpen!

Indien u alle teksten die ik heb geciteerd in samenhang met elkaar beschouwt, zult u een idee krijgen van het ongelooflijke potentieel van de mens. Ons potentieel is te worden geboren in het gezin van God en totale macht te ontvangen! Wij zullen gezag over het gehele universum krijgen!

Wat zullen wij dan doen? Deze teksten wijzen erop dat wij leven zullen schenken aan miljarden dode planeten, zoals leven is geschonken aan de aarde. Wij zullen scheppen op aanwijzing en instructie van God. Wij zullen tot in alle eeuwigheid regeren! Openbaring 21 en 22 laten zien dat er dan geen pijn, geen lijden, geen kwaad meer zal zijn, want wij hebben geleerd Gods weg van het goede te kiezen. Het zal een eeuwig leven van scheppen zijn; wij zullen voortdurend in grote vreugde vooruitzien naar nieuwe scheppingsprojecten, en ook terugzien op wat wij hebben volbracht, in blijdschap en vreugde over wat wij tot stand zullen hebben gebracht.

Nooit zullen wij moe of lusteloos worden. Wij zullen steeds levenslustig zijn — vol energie, vitaliteit, bruisend leven, kracht en macht!

Wat een potentieel!

Deze "historische" boekjes worden u in deze vorm als dienstverlening gratis ter beschikking gesteld door
de Kerk van de Grote God

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)