Het boek OPENBARING eindelijk onthuld!

Door Herbert W. Armstrong (1892-1986)
1982

Eindelijk is het zover dat de profetieën van het boek Openbaring te begrijpen zijn. De betekenis van de eens verzegelde profetieën is nu duidelijk. Dit onthullende, maar ook ontnuchterende boekje schildert op realistische wijze welke catastrofale gebeurtenissen weldra het einde van dit tijdperk zullen inluiden.

NU IS volgens Gods wil de tijd rijp: Het geheimzinnigste, fascinerendste boek van de Bijbel, het tot dusver niet begrepen boek Openbaring, is voor ons verstand geopend.

In dit tot nu toe verzegelde boek openbaart de eeuwige God niet alleen dat er spoedig een wereld van vrede, overvloed, geluk en vreugde zal aanbreken, maar ook laat Hij zien welke verschrikkelijke wereldcatastrofen de mensheid eerst nog over zichzelf gaat brengen.

Wetenschap, techniek en industrie produceren steeds meer angstaanjagende massavernietigingsmiddelen waarmee al het leven van de aardbodem kan worden weggevaagd.

Immoraliteit, misdaad, geweldpleging, honger, armoede en ziekte grijpen steeds meer om zich heen. Er zijn zelfs enige zogenaamd religieuze mensen die zeggen: "God is dood".

Als dat zo was — als er inderdaad geen levende God van liefde en genade, van wijsheid en gerechtigheid bestond, een God die een groots plan volvoert, over alles heerst en almachtig is, een God die zeer spoedig zal ingrijpen om de mensheid van zichzelf te redden —, dan zou het dreigende einde van de tegenwoordige civilisatie inderdaad het einde van de mensheid als zodanig betekenen.

Maar gelukkig is God niet dood! Hij ziet de tendensen in de wereld; Hij ziet de hopeloze toestand waarin de mensheid zichzelf gebracht heeft, hoe hopeloos zij nu in de val van haar eigen rebellie gevangen zit en absoluut niet meer in staat is haar snel naderende noodlot af te wenden.

Wat komt eerst?

De gelukkige Wereld van Morgen onder de regering van de almachtige God zal evenwel niet aanbreken alvorens de mens werkelijk helemaal aan het eind van z'n Latijn is. Niet voordat de mens alle kans heeft gehad en uit-en-ter-na heeft bewezen dat hij absoluut onbekwaam is zichzelf te regeren.

De tijd is gekomen dat de wereld gewaarschuwd moet worden.

De spanningen tussen de nucleaire grootmachten, de broeiende crisishaarden in de wereld, de stijgende misdadigheid, rassehaat en geweldpleging — dit alles zal deze wereld in een totale chaos van dood en verderf storten zoals nog nooit eerder is voorgekomen en ook nooit meer zal voorkomen.

God, de Schepper, weet waartoe het leidt wanneer de mens zonder Hem probeert te leven. Iedere gebeurtenis van formaat in het wereldgebeuren wordt in de profetieën van God van tevoren afgeschilderd.

Nu is de tijd gekomen dat God de verbazingwekkende en ontzagwekkende profetieën van het boek Openbaring voor het verstand van de mens opent. Zijn ernstige waarschuwing wordt tegenwoordig nadrukkelijk overal ter wereld verkondigd als een getuigenis. Neem deze waarschuwing ter harte en bedenk dat geen van deze toekomstige plagen u hoeft te treffen. U kunt, wanneer u waakzaam en God gehoorzaam bent, waardig bevonden worden aan al deze dingen, die met zekerheid zullen plaatsvinden, te ontkomen!

Geen normale tijd

We leven tegenwoordig in een tijd die wezenlijk anders is dan het naar verhouding rustige verloop van de voorbije zesduizend jaar. Sinds de Eerste Wereldoorlog beleefde de mensheid een explosie van geweld. En toch zal datgene wat ons nog te wachten staat alles wat geweest is ver overtreffen!

Kennis is met sprongen toegenomen. Wetenschap en techniek hebben verbazingwekkende prestaties geleverd: massamedia, snelle communicatie- en vervoersmiddelen, maar ook uitvindingen van schrikbarende aard. De mens heeft de atoomkracht ontdekt. De mens heeft geleerd krachten te ontketenen die al het leven op onze planeet kunnen wegvagen.

In deze situatie opent de almachtige God nieuwe kennis voor ons. Goddelijke geheimen, die de mens tot dusver nog niet had begrepen, worden nu aan degenen die God dienen, geopenbaard.

Hier op aarde is namelijk een plan in uitvoering. God laat nu zien hoe de wereldgebeurtenissen zich gaan ontwikkelen en in de vervulling van zijn plan een climax zullen bereiken. De kolossaalste gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis werpen reeds hun schaduw vooruit.

We naderen de laatste crisis kort voor het einde van deze boze en ongelukkige wereld.

Een derde van de Bijbel is profetie

Ongeveer een derde van de totale Bijbel is gewijd aan profetie. Hele boeken in de Heilige Schrift, vooral in het Oude Testament — b.v. Jesaja, Jeremia, Ezechiël en de zogenaamde kleine profeten —, zijn uitsluitend profetisch van inhoud.

Wist u dat de Gemeente die Jezus Christus oprichtte in feite gebouwd is "op het fundament van de apostelen en profeten" (Efeziërs 2:20)?

Het eigenlijke uitgangspunt tot begrip van de profetieën wordt gevormd door twee bijbelboeken, het ene in het Oude en het andere in het Nieuwe Testament. Het zijn de boeken Daniël en Openbaring.

Terwijl het boek Openbaring zelf een belangrijke sleutel tot begrip van vele profetieën is, zijn er weer andere sleutels die de Openbaring begrijpelijk maken.

Een zo'n sleutel is bijvoorbeeld dat de Openbaring een chronologisch opgebouwd verslag biedt dat de in andere profetische boeken opgetekende gebeurtenissen in het juiste verband plaatst.

Laten we nu dit boek eens opslaan dat voor velen het raadselachtigste en ondoorgrondelijkste van alle bijbelboeken schijnt te zijn. Geen lectuur zou interessanter kunnen zijn en met het oog op de huidige toestand in de wereld ook niet belangrijker. Want juist deze tijd waarin wij leven, wordt in dit boek beschreven, en niet alleen dat — we kunnen zelfs weten wat de toekomst biedt.

Een "verzegelde" profetie

De Openbaring werd als een geheimzinnig, met zeven zegels verzegeld boek gegeven. Enige van de profetieën die aan Daniël geopenbaard en door hem opgeschreven werden, waren eveneens tot nu toe, tot het einde van dit tijdperk, gesloten en verzegeld.

Daniël zelf zegt aan het eind van zijn boek: "Ik nu hoorde het wel, maar begreep het niet" — m.a.w. hij hoorde wel wat de engel hem openbaarde en schreef het zelfs op, maar hij begreep zelf niet wat het te betekenen had. De engel zei tot hem: "Ga heen, Daniël, want deze dingen blijven verborgen en verzegeld tot de eindtijd" (Daniël 12:8-9). En in vers 4 wordt gezegd: "Maar gij, Daniël, houd de woorden verborgen, en verzegel het boek tot de eindtijd; velen zullen onderzoek doen, en de kennis zal vermeerderen".

Evenals de profetieën van Daniël tot de eindtijd, dit tijdperk van de ruimtevaart waarin de kennis steeds vermeerdert, gesloten en verzegeld waren, zo was ook het boek Openbaring tot nog toe niet te begrijpen.

De toekomstige gebeurtenissen waren met zeven zegels verzegeld zoals we zullen zien.

Maar nu leven we dus in de "eindtijd", de wereldcrisis, aan het einde van dit tijdperk. De profetieën en geheimenissen van God die tot nu toe verzegeld waren, werden nu geopenbaard aan degenen die God geroepen heeft om de wereld zijn boodschap als een getuigenis te brengen. Jezus Christus, het Hoofd van Gods Gemeente, is DEGENE DIE OPENBAART. Hij heeft zijn dienaren deze geheimenissen geopenbaard.

De Openbaring van Christus

Het eerste vers van de Openbaring luidt:

"Openbaring van Jezus Christus ... om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden".

Het Nederlandse woord "openbaring" — van het Griekse apocalypse — betekent zoals bekend het tegendeel van verbergen, verzegelen of sluiten. Toch waren de profetieën van de toekomstige wereldgebeurtenissen in dit boek met zeven zegels verzegeld.

Alleen Jezus Christus was waardig de zegels te verbreken en daarmee de toekomst bloot te leggen. God de Vader droeg het gezag daartoe aan Christus over. We lezen dus: "Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden, en welke Hij door de zending van zijn engel aan zijn dienstknecht Johannes heeft te kennen gegeven. Deze heeft van het woord Gods getuigd en van het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij gezien heeft. Zalig hij, die voorleest, en zij, die horen de woorden der profetie, en bewaren, hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij" (Openbaring 1:1-3).

Zoals gezegd, de profetie kwam oorspronkelijk van God de Vader; het ging om een openbaring, niet om een verheimelijking. Er moet iets geopenbaard, m.a.w. duidelijk gemaakt, onthuld worden, en wel door Jezus Christus; maar God gaf het Hem verzegeld.

Christus is het Woord (Johannes 1:1), de Woordvoerder. In Johannes 12:49 en elders zegt Hij ons, dat Hij niets uit eigen beweging sprak, maar alleen dat wat de Vader Hem gebood. Christus is het Woord. Christus is Degene die openbaart. Op dit punt aangekomen is het noodzakelijk een algemeen verbreide vergissing recht te zetten.

Johannes niet degene die openbaart

In vele Bijbels luidt het opschrift boven het boek Openbaring: "De Openbaring van Johannes". Het is echter niet Johannes die openbaart, maar Jezus Christus. Dat is ook een belangrijke sleutel tot begrip. De profetieën hebben hun oorsprong in God de Vader. Hij gaf ze aan Christus. Christus droeg ze door zijn engel over aan de apostel Johannes. Deze was dus alleen maar een soort van secretaris of stenograaf die vastlegde hetgeen geopenbaard werd.

Johannes legde drie dingen in geschrifte vast: 1. het Woord van God, 2. het getuigenis van Jezus Christus en 3. alles wat hij, Johannes, zag.

Het boek Openbaring is dus, evenals alle bijbelse geschriften, het geïnspireerde Woord van God. Ten dele zijn het rechtstreekse woorden van Jezus Christus zelf, dus de dingen die Christus persoonlijk gezegd heeft, en verder legde Johannes de dingen vast die hij zag in gezichten, of, zoals er staat: in de geest. De meeste profetieën van het boek staan vervat in de dingen die Johannes zag in gezichten, waarin voor het merendeel van symbolen sprake is.

En dan staat er in het derde vers: "Zalig hij, die voorleest, en zij, die horen de woorden der profetie, en bewaren, hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij".

Hier wordt degene die dit boek leest met een instelling van onderdanigheid en gehoorzaamheid aan God "zalig" genoemd, d.i. gelukkig te prijzen.

Na enige inleidende begroetingswoorden komt in vers 10 het fundamentele thema van het gehele boek naar voren.

Het thema van het boek

Dit thema bepalende vers is voor de meeste mensen een oorzaak van wanbegrip.

Het thema is DE DAG DES HEREN. Laten we het lezen: "En ik was in de geest op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een grote stem, als van een bazuin" (vers 10, Statenvert.).

Aangezien er geen goed begrip is, heeft dit vers aanleiding gegeven tot eindeloze discussies, strijd en verwarring. Men kon het er niet over eens worden of de dag van de week waarop Johannes deze boodschap schreef nu een zaterdag of een zondag was. Daarbij verwees Johannes helemaal niet naar een bepaalde dag van de week.

De dag van de week waarop hij deze gezichten of visioenen kreeg en neerschreef — als het tenminste mogelijk was alles op één dag te beschrijven — is niet belangrijk, en bovendien is daarvan in dit vers in het geheel geen sprake. Het gaat niet om een speciale dag van de week, maar om een bepaalde profetische periode van tijd, waarvan in meer dan 30 profetieën gewag wordt gemaakt, namelijk de "grote en geduchte dag des Heren".

De bekende expert van het Grieks, Adolf Deissmann, schreef in de "Encyclopaedia Biblica" onder het trefwoord "dag des Heren" dat zowel de grammaticale constructie als het tekstverband erop duiden dat de "dag des Heren" hier de dag van Jaweh, de dag des oordeels, betekent. Ook F.J.A. Hort, expert op nieuwtestamentisch gebied, meent dat deze betekenis "het best overeenkomt met het verband" en "de sleutel tot het boek geeft" (De Apocalypse, p. 15-16).

"In de geest" — m.a.w. in een visioen — werd Johannes vele eeuwen vooruit in de tijd van de dag des Heren verplaatst, in de tijd die nu vlak voor ons ligt — nog in de huidige generatie.

De dag des Heren wordt door de profeet Joël als een tijd beschreven waarin God de onrechtvaardige, zondigende volken der wereld bestraffen zal. Zefanja noemt het de dag van de toorn des Heren. Op deze wijze wordt ook door heel het boek Openbaring heen een tijd afgeschilderd waarin God de Almachtige bovennatuurlijk zal ingrijpen en plagen over de zondigende mensen zal brengen om aan de strijd, haat en vernieling van de mensen onder elkaar een eind te maken. Het zal de tijd zijn die volgt op de "Grote Verdrukking" en die met de glorierijke wederkomst van Christus haar hoogtepunt bereikt.

Een Openbaring voor deze tijd

Johannes zag gebeurtenissen die in onze tijd en in de nabije toekomst zullen plaatsvinden; hij werd in de geest — in een visioen — in de toekomst verplaatst. Hetzelfde gebeurde met de profeet Ezechiël zoals we in Ezechiël 8 vers 3 lezen: "En Hij strekte iets uit, dat de vorm had van een hand, en greep mij bij een lok van mijn hoofdhaar. Toen hief de Geest mij op tussen aarde en hemel en bracht mij in gezichten Gods naar Jeruzalem."

Ezechiël werd niet echt naar Jeruzalem verplaatst, maar de Geest hief hem op en bracht hem in een visioen naar Jeruzalem. Precies zo werd Johannes door de Geest in de tijd verplaatst die nu voor de deur staat. Hij zag de gebeurtenissen van de dag des Heren die nu reeds hun schaduw vooruit werpen — gebeurtenissen die u en ik met eigen ogen zullen zien.

Daarom is dit visioen zo buitengewoon belangrijk. De profetieën hebben geen betrekking op de middeleeuwen, maar op de chaotische tijd van nu, en ook op de tijd die u en ik nog beleven zullen. Daarom moeten wij de betekenis van dit visioen zeer goed tot ons door laten dringen.

Het eigenlijke doel van het boek Openbaring is dus de huidige generatie de komende wereldschokkende gebeurtenissen te tonen, de dag des Heren, de dag van het goddelijke gericht aan het eind van dit tijdperk dat tot de wederkomst van Christus en tot de gelukkige, vredige Wereld van Morgen zal leiden.

Ik heb de inleiding tot het boek Openbaring zo uitvoerig behandeld omdat zij de sleutel tot begrip van het gehele boek vormt; ze laat zien wat het basisthema is bij de profetieën. Het is van groot belang van begin af aan goed georiënteerd te zijn — de juiste uitgangspositie te hebben.

De brieven aan de Gemeenten

De eerste boodschap van het boek Openbaring vinden we in het tweede en derde hoofdstuk — de brieven aan de zeven Gemeenten. Het zijn boodschappen rechtstreeks van Christus afkomstig, die "het getuigenis van Christus" inhouden. Jezus gebruikt daarin de geestelijke toestand en het functioneren van deze zeven Gemeenten die toentertijd in Klein-Azië bestonden als een profetie voor de geestelijke toestand en de werken — het uitvoeren van Christus' grote opdracht — van de ware Kerk van God gedurende de zeven opeenvolgende perioden van tijd tot aan het einde van dit tijdperk en de wederkomst van Christus.

Tot dusver heeft nauwelijks iemand deze zeven boodschappen goed begrepen. Bijna niemand heeft geweten welke betekenis ze hebben. Het zijn geen boodschappen aan de grote kerken met al hun groeperingen en politieke organisaties. Veeleer zijn het boodschappen van Christus, het levende Hoofd van zijn Gemeente, die gericht zijn aan zijn eigen ware Gemeente in de zeven opeenvolgende perioden van tijd vanaf ca. 100 n.Chr. tot aan een tijd die nu nog in de toekomst ligt. Daar deze boodschappen of brieven, met één uitzondering, geen werkelijke profetieën over huidige of toekomstige wereldgebeurtenissen bevatten, behoeven we in dit boekje niet verder op deze twee hoofdstukken in te gaan.

We zullen dus nu meteen op het 4e en 5e hoofdstuk overgaan waar we zogezegd het decor vinden waartegen het verdere gebeuren van het boek zich afspeelt.

Het decor

Johannes bevond zich op het eiland Patmos in de Middellandse Zee. In zijn visioen scheen hij echter in de hemel, direct bij de troon van God te zijn geplaatst.

In het visioen zag hij God de Vader op zijn troon en voor de troon vier dieren of wezens en 24 oudsten. In hun midden stond Jezus Christus. Leest u zelf hoe Johannes deze scène schildert:

"Na deze dingen zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel; en de eerste stem, die ik gehoord had, alsof een bazuin met mij sprak, zeide: Klim hierheen op en ik zal u tonen, wat na dezen geschieden moet. Terstond kwam ik in vervoering des geestes en zie, er stond een troon in de hemel en iemand was op de troon gezeten" (Openbaring 4:1-2).

Hier zien we de zetel van de goddelijke regering, de troon van de Heerser over heel het universum!

Nu komen we aan het belangrijke vijfde hoofdstuk van het boek Openbaring, dat begint met: "En ik zag in de rechterhand van Hem, die op de troon zat, een boekrol, beschreven van binnen en van buiten, welverzegeld met zeven zegels" (vers 1).

Een geheimzinnig boek

Hier hebben we nu het eigenlijke boek van de profetie. God zelf houdt het in zijn rechterhand. Het gaat echter niet om een boek zoals wij dat nu kennen, maar om een boekrol, een lang perkamentblad, aan beide zijden beschreven, opgerold en met zeven zegels verzegeld. Het getal zeven is van betekenis; in de Bijbel dient het als zinnebeeld van volledigheid. Dit boek met profetieën was dus volledig verzegeld, zodat het niet gelezen en nog minder begrepen kon worden. De inhoud ervan was volkomen verborgen.

Laten we nu lezen wat er verder gebeurde: "En ik zag een sterke engel, die met luider stem uitriep: Wie is waardig de boekrol te openen en haar zegels te verbreken? En niemand in de hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde kon de boekrol openen of haar inzien" (vers 2-4).

Deze profetie is verzegeld! Geen mens is waardig of bekwaam de zegels te openen — te lezen wat de werkelijke betekenis van dit boek is.

Waarom werd deze duidelijke en eenvoudige verklaring door zo weinig mensen opgemerkt. Geen mens kan het boek openen; geen enkel mens kan de betekenis van deze profetieën onthullen. Het boek is verzegeld — geheel en al verzegeld en gesloten! Hoe kwamen mensen er dan toe het publiek te laten geloven dat zij deze profetieën konden lezen en onthullen?

Johannes heeft ze niet geopenbaard. Ook is dit niet de Openbaring van de een of andere mens of kerkleider, of van een religieuze sekte of groepering. Voor hen allen was het verzegeld.

Maar let nu op — hier komt de sleutel tot begrip: "En een uit de oudsten zeide tot mij: Ween niet; zie, de leeuw uit de stam van Juda, de wortel Davids, heeft overwonnen om de boekrol en haar zeven zegels te openen" (vers 5).

Wie zal het boek openen?

Hier hebben we dus de oplossing: De leeuw van de stam Juda, de wortel Davids, is Jezus Christus. Geen mens kan deze belangrijke profetieën van het boek Openbaring op de juiste wijze interpreteren dan alleen Jezus Christus, Gods Zoon, die hier voor de troon van God de Vader staat. Alleen Hij is bekwaam de zegels te verbreken en ons de ware betekenis te openbaren.

Dit is niet de uitlegging van Herbert W. Armstrong; integendeel, dit is de Openbaring van Jezus Christus, die Hem op zijn beurt weer door God de Vader gegeven was. "En het [het Lam — Christus] kwam en heeft (de rol) aangenomen uit de rechterhand van Hem, die op de troon gezeten was" (vers 7).

Hiermee komen we bij de eigenlijke Openbaring van dit geheimzinnige boek dat voor religieuze mensen en de kerken van deze wereld vele eeuwen lang in hoge mate raadselachtig is geweest.

Maar voordat we aan hoofdstuk 6 beginnen waar beschreven wordt hoe Christus het ene zegel na het andere opent, zullen we nog even Openbaring 5:9-10 bekijken: "En zij zongen een nieuw gezang, zeggende: Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt [mensen] voor God gekocht met uw bloed uit elke stam en taal en volk en natie; en Gij hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters, en zij zullen als koningen heersen op de aarde".

Ofschoon het visioen zich in de hemel afspeelt, laat het toch gebeurtenissen zien die op aarde zullen plaatsvinden. In het nieuwe gezang wordt gezegd dat degenen die Christus verlost, zullen heersen; ze gaan met Hem als koningen en priesters regeren ten einde de mensen tot het heil te helpen brengen. Maar waar zullen zij dat doen? In de hemel? Nee, want ze "zullen ... heersen op de aarde".

Jezus Christus zei dat Hij heen zou gaan (en Hij ging heen tot God de Vader, tot de troon van de Vader in de hemel) en dan wederkomen (Johannes 14:28). Hij zal inderdaad terugkomen om de aarde als Koning der koningen en Heer der heren te regeren. Zo luiden dan ook de laatste woorden van het boek Openbaring: "Hij, die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig, Amen, kom, Here Jezus!"

Maar nu naar het zesde hoofdstuk — de eigenlijke openbaring.

De zeven zegels

We zien hier hoe Jezus een voor een de zegels opent. Zes van de in totaal zeven zegels worden alleen al in dit zesde hoofdstuk geopend. Dat is verbazend weinig ruimte voor de eerste zes zegels. Er volgen tenslotte nog zestien hoofdstukken. Aangezien de zeven zegels echter de gehele profetie omvatten, alle resterende hoofdstukken, staan dus alleen voor de gebeurtenissen van het zevende zegel nog 16 hoofdstukken ter beschikking.

Het zesde hoofdstuk vormt wel de kern van het boek Openbaring. Laten we nog eens teruggaan naar het decor waartegen Johannes de visioenen ontving. Hij bevond zich in werkelijkheid op een eiland in de Middellandse Zee, ook hier op aarde. In het visioen scheen het hem echter toe alsof hij zich in de hemel voor Gods troon bevond. Het boek met de profetieën in de vorm van een schriftrol houdt God de Vader in zijn rechterhand. Jezus Christus, hier gesymboliseerd als "het Lam Gods", staat voor zijn Vaders troon. Christus, Degene die openbaart, neemt de boekrol uit de rechterhand van God de Vader aan en verbreekt een voor een de zegels die de inhoud van het boek verbergen. "En ik zag, toen het Lam een van de zeven zegels opende, en ik hoorde een van de vier dieren zeggen met een stem als van een donderslag: Kom!" (Vers 1.)

Daarop zag Johannes wat er onder het eerste zegel stond en schreef het voor ons op: "En ik zag, en zie, een wit paard, en die erop zat, had een boog en hem werd een kroon gegeven, en hij trok uit, overwinnende en om te overwinnen" (vers 2).

In symbolen geopenbaard

Hier begint het werkelijk geheimzinnig te worden. Wat is dat voor een wit paard? Het is enkel een symbool, een zinnebeeld. Symbolen laten echter vele verschillende uitleggingen toe. Generaties lang hebben mensen deze symbolen volgens eigen voorstelling geïnterpreteerd en zijn daarbij tot de meest uiteenlopende gevolgtrekkingen gekomen.

Maar laten we verder lezen: "En toen Hij het tweede zegel opende, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom! En een tweede, een rossig paard, kwam, en met hem, die erop zat, werd gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en dat zij elkander zouden slachten, en hem werd een groot zwaard gegeven.

En toen Hij het derde zegel opende, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom! En ik zag, en zie, een zwart paard, en die erop zat had een weegschaal in zijn hand. En ik hoorde als een stem te midden van de vier dieren zeggen: Een maat tarwe voor een schelling en drie maten gerst voor een schelling; en breng geen schade toe aan de olie en de wijn.

En toen Hij het vierde zegel opende, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom! En ik zag, en zie, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was [de] dood, en het dodenrijk volgde achter hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel der aarde om te doden, met het zwaard, met de honger, met de zwarte dood en door de wilde dieren der aarde" (vers 3-8).

We hebben hier te doen met de beruchte "vier apocalyptische ruiters". Het woord apocalypse is het Griekse woord voor "openbaring". Aangezien de grondtekst van het Nieuwe Testament zoals bekend in het Grieks geschreven is, wordt het boek Openbaring heel vaak "de Apocalyps" genoemd. De welbekende vier ruiters van de apocalyps zijn dus niets anders dan deze vier profetische symbolen van het boek Openbaring.

Maar nu terug naar de vraag: Wat hebben deze vier geheimzinnige ruiters te betekenen? We hebben reeds vastgesteld dat geen mens, geen menselijke organisatie, of zij nu religieus van aard is of niet, eigenmachtig in staat is de betekenis van deze symbolen te openbaren. JEZUS CHRISTUS is Degene die openbaart!

Wanneer Jezus Christus in het visioen van Johannes naar voren komt en de eerste vier zegels verbreekt, ziet Johannes slechts dat wat onder de zegels geschreven staat. Het gaat, zoals gezegd, bij het geschrevene om symbolen. God gebruikt symbolen om iets weer te geven, maar tegelijk de betekenis ervan voor de mensen te verbergen totdat Jezus Christus zelf de betekenis onthult.

In de situatie die in de eerste acht verzen van het zesde hoofdstuk beschreven wordt, openbaart Jezus Christus alleen de symbolen zelf, niet de betekenis ervan.

De sleutel tot de zeven zegels

Als Christus de betekenis van de symbolen niet op deze plaats verklaart, waar verklaart Hij ze dan?

Om deze vraag te beantwoorden, moeten we om twee dingen denken. Ten eerste dit: Jezus Christus wordt in Johannes 1:1 "het Woord", de Woordvoerder van God, genoemd. Toen Hij 1900 jaar geleden op aarde leefde, vertegenwoordigde Hij het Woord van God. Tegenwoordig echter hebben wij het geschreven Woord van God, de Bijbel. De eigenlijke auteur ervan is Jezus Christus; Hij heeft de gehele Bijbel geïnspireerd, en daarom is het zijn geschreven Woord.

Ten tweede: een symbool lijkt heel veel op een gelijkenis. Terwijl een symbool een aanschouwelijk teken is voor een begrip of handeling, wordt in een gelijkenis een gebeurtenis verteld die een andere gebeurtenis uitbeeldt.

Over het doel van gelijkenissen volgt nu iets dat de meesten van u zal verbazen. Heeft ook u niet altijd gedacht dat Jezus in gelijkenissen sprak om de zin van zijn woorden duidelijker te maken — dat Hij gelijkenissen als een soort van illustratie gebruikte, zodat de mensen hem beter zouden begrijpen? Deze veronderstelling is echter verkeerd. Of u het geloven wilt of niet, Jezus sprak in gelijkenissen om de ware betekenis van zijn woorden voor de mensenmassa's die Hem steeds volgden, te verbergen. Laten we als bewijs de gelijkenis van de zaaier eens nemen:

"En toen Hij (met hen) alleen was, vroegen zij die in zijn omgeving waren met de twaalven, Hem naar de gelijkenissen. En Hij zeide tot hen: U is gegeven het geheimenis van het Koninkrijk Gods [te verstaan], maar tot hen, die buiten staan, komt alles in gelijkenissen, dat zij ziende zien en niet bemerken, en horende horen en niet verstaan, opdat zij zich niet bekeren en hun vergeven worde" (Markus 4:10-12). Direct daarna legde Jezus in duidelijke taal de betekenis van de gelijkenis aan zijn discipelen uit.

We zien dus dat Jezus gelijkenissen gebruikte om de ware betekenis voor diegenen te verbergen die Hem niet hoefden te begrijpen. Hij openbaarde op dat tijdstip en die plaats de zin van de gelijkenis niet, maar later legde Hij de ware betekenis in eenvoudige woorden aan zijn discipelen uit.

Precies hetzelfde is het geval in het zesde hoofdstuk van Openbaring waar we een profetie zien die mysterieus in symbolen is verhuld. Wanneer wij willen weten wat de vier apocalyptische ruiters betekenen, moeten we dat doen wat de discipelen in Jezus' tijd deden — we moeten ons tot Jezus wenden, de Enige die waarlijk openbaren kan. Daar zijn boodschap voor ons nu in deze tijd het geschreven Woord van God is, moeten we opzoeken wáár in de Bijbel de door symbolen uitgebeelde gebeurtenissen van Openbaring 6 door Jezus zelf in duidelijke taal beschreven staan. Sprak Christus eigenlijk ooit weleens over de gebeurtenissen van deze wereldcrisis aan het eind der tijden, de vooravond van de "dag des Heren" — over de gebeurtenissen die aan zijn wederkomst vooraf zullen gaan?

Zeer zeker! We weten dat het zijn discipelen "gegeven was te verstaan", en dat Hij hun zijn gelijkenissen pleegde uit te leggen. Deze discipelen kwamen eens voor een privégesprek op de Olijfberg bij Christus en vroegen Hem: "Zeg ons, wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken van uw komst en van de voleinding der wereld?" Jezus gaf hun een duidelijk antwoord. Hij sprak een verbazingwekkende profetie uit met betrekking tot het huidige wereldgebeuren en onze onmiddellijke toekomst.

Wat de zegels betekenen

Wat nu komt, is, zoals we zullen zien, de verklaring van de symbolen in Openbaring 6. Hier wordt de betekenis van de zegels onthuld.

Deze ontraadselende profetie van Jezus op de Olijfberg vinden we in Mattheüs 24, Markus 13 en Lukas 21 opgetekend. Jezus Christus, Degene die openbaart, omschrijft hier in begrijpelijke woorden precies zeven gebeurtenissen, die onmiskenbare parallellen vertonen met de zeven zegels die het gehele boek Openbaring verzegelden.

Laten we nu de eerste vier hoofdpunten eens bekijken die Jezus voorspelde:

"En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Ziet toe, dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden. Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden [en pestilentiën - Statenvert.] en aardbevingen zijn [in verscheidene plaatsen — Statenvert.]. Doch dat alles is het begin der weeën" (Mattheüs 24:4-8).

Hier hebben we een globale kenschets van de wereldgebeurtenissen van 31 n.Chr. tot op heden.

Daarbij is het volgende van belang: Wanneer een toestand die Jezus voorspelt eenmaal begonnen is, dan blijft deze bestaan tot aan zijn wederkomst. Bijvoorbeeld: Het eerste wat Jezus aankondigde was het optreden van valse predikers die velen (niet weinigen) zouden misleiden. Dit gebeurde dan ook al heel spoedig. De apostel Paulus schreef: "Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking" (2 Thessalonicenzen 2:7), dus al tijdens zijn leven. Deze ontwikkeling is sindsdien nooit tot staan gekomen; integendeel, ze heeft zo erg de overhand gekregen dat heden ten dage, precies zoals geprofeteerd werd, de gehele wereld met betrekking tot de goddelijke waarheden van de Bijbel bedrogen en misleid is (Openbaring 12:9).

Het volgende wat Jezus voorspelde waren oorlogen en oorlogsgeruchten. Er zijn natuurlijk altijd al oorlogen geweest. Ze zijn echter geleidelijk aan in hun uitwerking steeds omvangrijker en verwoestender geworden, zodat we nu voor de vraag staan of de mensheid de volgende oorlog kan overleven. Dat bevestigt weer eens wat de Bijbel zegt: "Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen" (2 Timotheüs 3:13), en niet zoals men graag wil geloven, steeds beter worden.

Jezus somde dus vier hoofdpunten op:

1. Valse leraren over Christus, dus in feite de vervalsing van zijn ware evangelie;

2. Oorlogen die uiteindelijk in wereldoorlogen culmineren, waarbij volk tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk vecht. Momenteel leven we in een periode van betrekkelijke rust, maar de reeks wereldoorlogen is nog niet ten einde;

3. Hongersnood en 4. pestilentiën, ofwel epidemische ziekten die grote hongersnoden en oorlogen met zich meebrengen.

Dat alles is nog maar het begin van de gigantische wereldgebeurtenissen die nog voor ons liggen.

De eerste twee wereldoorlogen liggen achter ons, maar de crisishaarden smeulen door. De oorlogen, hongersnoden, epidemieën en aardbevingen die ons nog te wachten staan, zullen al het tot nu toe gebeurde verre in de schaduw stellen.

Laten we nu deze punten die Jezus noemde met de eerste vier zegels in Openbaring 6 vergelijken. Jezus Christus zelf "interpreteert" de vier apocalyptische ruiters op zeer duidelijke wijze.

Frappante parallellen

Het eerste zegel was een wit paard. Veel mensen komen bij hun poging dit symbool te ontraadselen tot een verkeerde slotsom. In het 19e hoofdstuk van Openbaring wordt Christus namelijk bij zijn glorierijke wederkomst eveneens rijdend op een wit paard afgeschilderd. Daaruit trekt men dan de onjuiste conclusie dat het eerste zegel de tweede komst van Christus moet voorstellen. Christus legt dit zegel echter anders uit: het gaat bij dit witte paard van het eerste zegel om precies het tegenovergestelde, namelijk om degenen die een valse Christus prediken, een andere Christus dan die van het Nieuwe Testament! Het eerste zegel heeft betrekking op de grote misleiding die als een donkere sluier over de wereld gevallen is en de waarheid van God verborgen houdt.

De onder het tweede zegel voorgestelde gebeurtenissen zijn in hoge mate een voortvloeisel van het eerste zegel.

Iedere oorlog ontstaat als gevolg van het feit dat de hoogste geestelijke wet van God gebroken wordt, de wet die Jezus hield en onderwees. De valse leer dat Gods wet nu niet meer van kracht zou zijn, plus het goedkeuren van menselijke inzichten, hebben onvermijdelijk geleid tot oorlogen die in de loop der tijd een steeds verwoestender omvang hebben aangenomen, zodat het nu zeer te betwijfelen is of de mensheid een volgende oorlog kan overleven als de almachtige God niet op bovennatuurlijke wijze ingrijpt.

En dus symboliseert het tweede zegel, een rossig paard, oorlog zoals Jezus zelf openbaart: "En een tweede, een rossig paard, kwam, en hem, die erop zat, werd gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en dat zij elkander zouden slachten, en hem werd een groot zwaard gegeven" (Openbaring 6:4).

Het derde zegel, een zwart paard, symboliseert hongersnood: "En toen Hij het derde zegel opende, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom! En ik zag, en zie, een zwart paard, en die erop zat had een weegschaal in zijn hand. En ik hoorde als een stem te midden van de vier dieren zeggen: Een maat tarwe voor een schelling en drie maten gerst voor een schelling; en breng geen schade toe aan de olie en de wijn" (Openbaring 6:5-6).

De hongersnood wordt op de voet gevolgd door epidemische ziekten: "En toen Hij het vierde zegel opende, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom! En ik zag, en zie, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was dood, en het dodenrijk volgde achter hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel der aarde om te doden, met het zwaard, met de honger, met de zwarte dood en door de wilde dieren der aarde" (Openbaring 6:7-8).

Dat is dus de verklaring van de vier ruiters door Christus zelf. Hiermee komen wij terecht bij de huidige wereldsituatie. Dit alles was nog maar het begin der weeën.

Wat echter als volgende gebeurtenis voorzegd is, zal deze wereld in al haar voegen doen schudden!

De "Grote Verdrukking"

Letterlijk tientallen profetieën in het Oude en Nieuwe Testament gaan over de gebeurtenissen van de "Grote Verdrukking". Alles te verklaren wat hierover in de profetieën van de Bijbel geschreven staat, zou vele bladzijden vullen. Wat u echter weten moet om voorbereid te zijn, zult u in deze publikatie aantreffen. U hoeft geen angst te hebben voor de toekomst wanneer u "waakt" en Gods bescherming zoekt.

Nu terug naar Mattheüs 24. Zoals gezegd leven wij nu in een tijd na twee wereldoorlogen. Hongersnoden en epidemische ziekten nemen toe in de wereld, maar de uiteindelijke grote, wereldomvattende hongersnoden en epidemieën hebben nog niet toegeslagen. Daarom wordt er ook in vers 8 gezegd: "Doch dat alles is het begin der weeën".

Ja, de tegenwoordige wereldgebeurtenissen zijn nog maar het begin van de weeën, of, wat eigenlijk bedoeld wordt, van de Grote Verdrukking.

Wanneer de gehele mensheid onder hongersnood en epidemische ziekten lijdt en de volgende wereldoorlog breekt uit, dan pas begint de vele malen voorzegde Grote Verdrukking. Dat is de volgende grote gebeurtenis, en God waarschuwt deze wereld voor de spoedige komst ervan.

Laten we nu eens zien hoe Jezus dit vijfde wereldschokkende gebeuren in duidelijke taal beschrijft: "Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijns naams wil" (Mattheüs 24:9).

Jezus gebruikt hier twee voornaamwoorden — Hij spreekt van "zij" en "u". In nieuwtestamentische taal heeft het voornaamwoord "u", voor zover uit het verband niet iets anders blijkt, óf betrekking op echte christenen, óf op het volk Israël respectievelijk Juda, en soms ook op beiden, christenen én Juda of Israël.

In dit geval wordt in het licht van de parallel lopende teksten in Markus 13 en Lukas 21 duidelijk dat Jezus met het persoonlijk voornaamwoord "u" beiden bedoelde, zowel de door Gods Geest verwekte christenen als Israël in nationale zin.

Hier aangekomen moeten we nog een fundamentele sleutel tot begrip van de bijbelse profetieën onder de aandacht brengen. Het gaat erom dat bijna alles wat God in zijn plan hier op aarde volvoert zowel een voorloper als een werkelijke vervulling heeft, m.a.w. het is meestal tweeledig. Zo was er bijvoorbeeld een eerste Adam en daarna Christus, de tweede Adam. Evenzo is er een Oud Verbond en een Nieuw Verbond. Deze tweeledigheid loopt als een rode draad door het gehele plan van God. Dat geldt speciaal voor de profetieën. Als men niet weet dat de meeste profetieën een vooruitlopende vervulling hebben die een type is van de uiteindelijke, werkelijke vervulling, dan raakt men bij pogingen de profetieën te begrijpen of te verklaren het spoor totaal bijster.

Ook van de Grote Verdrukking is er een voorloper geweest. Dat gebeurde in 70 n.Chr. en trof het volk Juda. Maar zoals gezegd was dat slechts een voorbode van een grote invasie en gevangenschap die nog komt.

Deze gebeurtenissen die Israël zullen overkomen, worden beschreven in Lukas 21:23-24: "Want er zal grote nood zijn over het land en toorn over dit volk, en zij zullen vallen door de scherpte des zwaards en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen [volken], en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijn".

De invasie en gevangenschap door de Romeinen in 70 n.Chr. was slechts een voorloper van de werkelijke vervulling van deze profetie die pas vlak voor de wederkomst van Christus zal plaatsvinden.

Godsdienstige vervolging

Weer terug naar Mattheüs 24: "En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden ... Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal ... Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden" (Mattheüs 24:10-13, 21, 24).

De mensen van wie hier sprake is, zijn weliswaar echte, door de heilige Geest verwekte christenen, maar ze zijn zo lauwwarm geworden, ze hebben zo zeer het gebed en het contact met God verwaarloosd, dat ze niet waardig bevonden werden aan de Grote Verdrukking te ontkomen. Deze omstandigheden komen ook duidelijk uit bij het openen van het vijfde zegel van Openbaring 6: "En toen Hij het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen? En aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten en hun broeders, die gedood zouden worden evenals zij" (Openbaring 6:9-11).

Het vijfde zegel symboliseert dus een tijd van martelaarschap voor echte christenen — de vervolging van bekeerde, verwekte kinderen van God. Dit is de Grote Verdrukking!

In vers 9 zien we degenen die in de loop der eeuwen door godsdienstige vervolgingen om het leven zijn gekomen. Inderdaad vonden in de geschiedenis van het christendom miljoenen mensen de marteldood. Zij roepen hier in allegorische zin: "Hoe lang, o God, duurt het nog voordat u ons bloed wreekt aan de machthebbers die ons doodgemarteld hebben?" Zij wisten dat God gezegd had: "Mij komt de wraak toe". Zij wisten dat God uiteindelijk gedurende de dag des Heren hun vervolgers door grote plagen zou straffen. Maar wanneer zal dat zijn? Die tijd van Gods wraak zal samenvallen met de wederkomst van Christus.

Let erop hoe dit het feit bevestigt dat er ook met betrekking tot de voorzegde godsdienstige vervolging nog een uiteindelijke vervulling zal zijn: de martelaars die in de loop der geschiedenis om het leven gebracht werden, vragen hoelang het nog duren zal voordat Christus als Rechter aan het eind van dit tijdperk wederkomt. Het antwoord is: Dat zal pas gebeuren als er nog een martelaarschap van heiligen heeft plaatsgevonden — de Grote Verdrukking waarin hun geloofsgenoten om het leven gebracht zullen worden zoals zij.

Wat het nationale aspect van de Grote Verdrukking betreft, gaat het om een invasie en gevangenschap van Israël, niet van Juda. Deze profetie heeft betrekking op de zogenaamde tien verloren stammen van Israël. Waar zijn die nu? Welke volken van tegenwoordig zijn deze verloren tien stammen?

Het verrassende antwoord vindt u in ons gratis boek De Verenigde Staten en Groot-Brittannië in de profetieën dat zich op het ogenblik nog in een stadium van voorbereiding bevindt.

We moeten in het oog houden dat de Grote Verdrukking — dit martelaarschap van de heiligen, alsook de overmeestering van Israël — zal plaatsvinden voordat God zijn toorn over deze wereld uitstort en voordat Jezus Christus terugkomt.

Wanneer zal het einde komen?

We hebben gezien dat de vraag van de discipelen aan Jezus erop gericht was te weten te komen wanneer Hij dan wel terug zou komen en wanneer het huidige tijdperk afgelopen zou zijn. Het voorkomen van valse predikers, oorlogen en oorlogsgeruchten, en ook van hongersnoden, epidemieën en aardbevingen was nog niet het einde. Pas in Mattheüs 24:14 geeft Jezus zijn leerlingen een specifieke aanduiding van wanneer het einde zal komen. Dat wat Hij daar zegt, is heden ten dage in volle gang, namelijk: "En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn".

Dat is dus het antwoord van Jezus. Juist had Hij zijn discipelen gewaarschuwd voor valse profeten die velen om de tuin zouden leiden doordat zij wel zeggen dat Jezus de Christus is, maar zijn boodschap, zijn evangelie — het evangelie van het Koninkrijk Gods, van Gods regering — onderdrukken en vervalsen zij. God regeert door zijn wetten; de gehele wereld werd echter verleid tot het overtreden van die wetten, hetgeen zonde is (1 Johannes 3:4). Zij werd misleid te geloven dat Gods wet nu is afgeschaft en dat God niets meer over ons leven te zeggen heeft. Degenen die het christendom belijden zijn misleid te denken dat als zij zich maar aan de tradities van mensen houden en in Christus geloven, zij behouden zijn. Maar Jezus zelf heeft in Markus 7:7-8 gezegd: "Tevergeefs eren zij mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn. Gij verwaarloost het gebod Gods en houdt u aan de overlevering der mensen."

Vlak voor het einde van dit tijdperk echter, zo zei Jezus, zal "dit evangelie van het Koninkrijk", d.w.z. het goede nieuws van de aanstaande regering van God die op zijn geboden gebaseerd is — hetzelfde evangelie dat Jezus verkondigde — in de gehele wereld gepredikt worden "tot een getuigenis voor alle volken". Pas daarna zal het einde der wereld komen.

De verkondiging van het ware evangelie is op dit ogenblik, in onze wereld in volle gang!

Op dit moment gaat deze bijbeltekst voor uw ogen in vervulling!

Wie de Openbaring van Jezus Christus wil brengen, kan niet achter de traditionele interpretaties staan die algemeen door religieuze mensen onderschreven worden.

Tot de populaire doch verkeerde veronderstelling van de kerken dezer wereld behoort het dat zij de Grote Verdrukking, die als volgende gebeurtenis aanstaande is, met de tijdspanne verwisselen waarvan in meer dan 30 profetieën in de Bijbel sprake is en die de "dag des Heren" genoemd wordt.

Leest u zelf in Mattheüs 24:29 wat vele religieuze mensen altijd over het hoofd schijnen te zien: "Terstond na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen".

De tekenen aan de hemel

Wannéér zullen deze buitengewone verschijnselen in het heelal zich voordoen? Direct na de Grote Verdrukking.

We hebben al eerder vastgesteld dat de Grote Verdrukking die Jezus hier in Mattheüs 24 beschrijft, de verklaring is van het vijfde zegel in Openbaring 6. Meer bijzonderheden hierover uit zowel Mattheüs 24 als Openbaring 6 zullen we in het verdere verloop van dit boekje geven. Allereerst willen we echter zien wat er volgens Openbaring 6 op de Grote Verdrukking, op het vijfde zegel volgt:

"En ik zag, toen Hij het zesde zegel opende, en daar geschiedde een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn wintervijgen laat vallen, wanneer hij door een harde wind geschud wordt" (Openbaring 6:12-13).

En wat komt er dan?

"Want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?" (Vers 17.)

Hier hebben we het dus. Deze tekst spreekt zoals gezegd, heel wat meningen tegen, maar leest u het zelf in uw eigen Bijbel. De volgorde der gebeurtenissen in het zesde hoofdstuk van de Openbaring is dus als volgt: 1. valse predikers, 2. oorlogen die in wereldoorlogen culmineren, 3. hongersnoden, 4. epidemische ziekten, 5. de Grote Verdrukking — martelaarschap der heiligen en de gevangenneming van Israël, 6. kosmische veranderingen aan zon, maan en sterren. En nogmaals: Wat komt er dan, wat zal er op dit zesde zegel volgen?

De grote dag van Gods toorn die, zoals we meteen zullen zien, identiek is met de dag des Heren!

Wat schrijft namelijk de profeet Joël in het Oude Testament? "De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt" (Joël 2:31).

In Mattheüs 24:29 staat dat de tekenen aan de hemel terstond ná de Grote Verdrukking zullen plaatsvinden. Dat wordt in Openbaring 6 bevestigd doordat het zesde zegel (de tekenen aan de hemel) pas na de Grote Verdrukking, het martelaarschap der heiligen, geopend wordt. Op de kosmische tekenen zal dan, zoals blijkt uit de tekst, de dag van de toorn Gods volgen.

Joël 2:31 maakt het tenslotte overduidelijk dat de tekenen aan zon, maan en sterren vóór de "grote en geduchte dag des Heren" zichtbaar worden.

De Grote Verdrukking is niet de dag des Heren

Er staan de mensheid dus drie wereldschokkende gebeurtenissen te wachten: als eerste, waarschijnlijk al in de naaste toekomst, de Grote Verdrukking, onmiddellijk daarna kosmische veranderingen aan de zon, maan en sterren en tenslotte, meteen volgend op de bovennatuurlijke tekenen aan de hemel, de vreselijke dag des Heren.

Wat is dus de "grote en geduchte dag des Heren"? Laten we nog een tekst uit de profetie van Joël lezen die deze dag karakteriseert: "Wee die dag, want nabij is de dag des Heren; als een verwoesting komt hij van de Almachtige" (Joël 1:15).

Zefanja beschrijft het onder inspiratie van God als volgt: "Nabij is de grote dag des Heren, nabij en hij nadert haastig. Hoort, de dag des Heren; bitter schreeuwt dan de held. Die dag is een dag van verbolgenheid, een dag van benauwdheid en van angst, een dag van vernieling en van vernietiging, een dag van duisternis en van donkerheid, een dag van wolken en van dikke duisternis ... Dan zal Ik de mensen benauwen, zodat zij gaan als blinden, want zij hebben tegen de Here gezondigd, en hun bloed zal worden uitgestort als stof en hun ingewand als drek" (Zefanja 1:14-15, 17).

Dit is de tijd van Gods toorn; de tijd waarin God de zondigende mensheid straft met zijn plagen — de mensen die waarheid en vrede haten en het boze liefhebben. Dit is echter niet, zoals vele denken, de Grote Verdrukking!

Deze dag van goddelijke toorn zal pas aanbreken ná de tekenen aan de hemel. En deze bovennatuurlijke tekenen zullen op hun beurt pas direct na de Grote Verdrukking plaatsgrijpen.

Als u precies wilt weten wat er binnenkort in de wereld gaat gebeuren, als u wilt weten wat zo zeker is als de volgende zonsopgang en wat u waarschijnlijk nog tijdens uw levensdagen zult meemaken, dan is het zaak dat u het onderscheid tussen de Grote Verdrukking en de dag des Heren begrijpt.

U heeft misschien weleens iets over de Grote Verdrukking gehoord, maar waarschijnlijk weinig of niets over de dag des Heren. En toch is deze dag des Heren het onderwerp van meer dan 30 verschillende profetieën in het Oude en Nieuwe Testament, terwijl de Grote Verdrukking alleen met name genoemd wordt in Mattheüs 24:21 en 29.

Zoals gezegd, nemen velen ten onrechte aan dat de dag des Heren — de tijd van Gods toorn — en de Grote Verdrukking een en hetzelfde zijn. Ze nemen aan dat de Grote Verdrukking de tijd van Gods toorn en bestraffing is.

Het tegendeel is waar. De Grote Verdrukking is het resultaat van de woede van Satan de duivel. Hij weet dat zijn tijd nog maar kort is. Wanneer God ingrijpt doordat Hij de mensheid straft, en wanneer Christus als Koning der koningen en Heer der heren wederkomt om deze aarde te regeren, dan is het met de heerschappij van Satan gedaan, en dat weet hij heel goed. De Grote Verdrukking is, zoals u zult zien wanneer u uw verstand en uw Bijbel openhoudt, Satans laatste poging de echte christenen, de verwekte kinderen van God, die hij niet misleiden kan zoals hij de wereld misleid heeft, met geweld te vernietigen.

De dag des Heren

Nu weer terug naar Openbaring 6. Degenen die door de eeuwen heen de marteldood gevonden hebben, wordt gezegd dat de tijd van het goddelijke strafgericht, die tot de wederkomst van Christus zal leiden en bij zijn wederkomst nog zal voortduren, pas dan kan komen wanneer ook hun broeders, andere door de Geest verwekte christenen, gedood worden zoals zij gedood werden. Bedoeld wordt hier de Grote Verdrukking — de laatste vervolging van Gods volk. Daarop volgt de opening van het zesde zegel en bovennatuurlijke tekenen verschijnen aan de hemel; ze zijn om zo te zeggen het signaal voor het ingrijpen van God in het wereldgebeuren.

"En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold, en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt. En de koningen der aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de machtigen en iedere slaaf en vrije verborgen zich in de holen en de rotsen der bergen; en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?" (Openbaring 6:14-17.)

Nu komt de dag des Heren, de tijd waarin Christus met grote macht en heerlijkheid op aarde terugkomt om de mensheid in rechtmatigheid te regeren en ons vrede te brengen.

En zoals reeds gezegd, u hoeft de toekomst niet met zorg en angst tegemoet te zien. Toen Jezus namelijk de Grote Verdrukking en de dag des Heren aanzegde, gaf Hij in verband hiermee ook een bemoedigende raad: "Waakt te allen tijde, biddende, dat gij in staat moogt wezen te ontkomen aan alles wat geschieden zal, en gesteld te worden voor het aangezicht van de Zoon des mensen" (Lukas 21:36).

Moge God u helpen een van degenen te zijn die de profetieën bestuderen en waakzaam de ontwikkelingen van het wereldgebeuren volgen, een van degenen die steeds vurig bidden, zodat u nu reeds sterk van karakter wordt en het niet nodig is door lijden en martelaarschap heen te moeten gaan.

Waarom een goddelijk strafgericht?

Zesduizend jaar lang heeft God de mensheid steeds weer in liefde zijn wil voorgehouden. In liefde openbaarde Hij onze voorouders, Adam en Eva, zijn wet — de levenswijze die leidt tot alles wat goed en wenselijk is. Later zond God zijn profeten met vredesboodschappen en openbaarde aan hele volken de weg naar vrede en geluk; maar steeds hebben de mensen zijn boodschap afgewezen en de brenger ervan vervolgd en gedood.

Tenslotte doodden zij zelfs Gods Zoon die hun het goede nieuws van het komende Koninkrijk Gods en de Wereld van Morgen bracht; ook zijn apostelen doodden zij toen dezen de goddelijke levensweg en de regering van God over ons leven verkondigden.

Al deze mannen van God richtten zich in liefde tot de misleide, wetteloze mensen. Ze brachten een boodschap van vrede, van liefde, van vergeving en van mededogen. Door hen waarschuwde God de wereld toen reeds voor de gevolgen van hun eigen wegen en instellingen — voor de totale vernietiging van al het menselijk leven op deze planeet.

Uit liefde en barmhartigheid heeft God deze wereld in de loop der tijd steeds opnieuw de gelegenheid gegeven haar koers naar zelfvernietiging toch nog te veranderen, maar de mensen wilden niet luisteren. Zij zetten tot op heden hun streven voort nog doelmatiger vernietigingsmiddelen uit te vinden, zodat er uiteindelijk geen mens meer zou overleven indien God niet met geweld ingrijpt.

En dat zal Hij nu heel spoedig doen. Hij zal deze wereld die door Satan volkomen misleid is, in de enige taal aanspreken die haar nu nog helpen kan en waarnaar ze luisteren zal: God zal deze wereld bestraffen. Evenals liefhebbende ouders begrijpen dat hun kind straf nodig heeft wanneer het niet naar vriendelijke en liefdevolle vermaningen wil luisteren, zo zal ook God deze wereld uit liefde zeer hard moeten straffen, zodat zij uiteindelijk toch haar koers naar vernietiging opgeeft en zich richt op God en zijn wegen die naar vrede en al het goede leiden. God wil en zal de zelfvernietiging van de mensheid verhinderen. Hij zal de mensheid van zichzelf redden. Dat is het wat in zoveel schriftgedeelten wordt beschreven als de dag des Heren. Deze gebeurtenissen zullen rechtstreeks leiden tot de wederkomst van Christus die ons eindelijk wereldvrede brengt.

God houdt zijn toorn in

Voordat God deze wereld echter met zware plagen zal straffen, moet er, zoals we in het zevende hoofdstuk van de Openbaring lezen, eerst nog iets anders gebeuren. God houdt zijn toorn in tot een andere gebeurtenis die Hij zelf laat uitvoeren, heeft plaatsgevonden.

"Daarna zag ik vier engelen staan aan de vier hoeken der aarde, die de vier winden der aarde vasthielden opdat er geen wind zou waaien over de aarde, of over de zee, of over enige boom. En ik zag een andere engel opkomen van de opgang der zon, hebbende het zegel van de levende God; en hij riep met luider stem tot de vier engelen, aan wie gegeven was aan de aarde en de zee schade toe te brengen, en hij zeide: Brengt geen schade toe aan de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat wij de knechten van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben. En ik hoorde het getal van hen, die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren verzegeld uit alle stammen der kinderen Israëls" (Openbaring 7:1-4).

Laten we ons nu even de hele situatie voor de geest halen: de laatste verzen van hoofdstuk 6 laten zien dat de dag des Heren nu gaat beginnen. Maar God houdt zijn strafgericht nog op. Johannes ziet dat er vier engelen "aan de vier hoeken der aarde" staan en de "vier winden", die over de aarde zullen waaien, vasthouden. Deze vier winden laten dan naderhand de "zeven bazuinen" schallen, zoals we nog zullen zien. Dit zijn natuurlijk allemaal symbolen, maar ze vertegenwoordigen gebeurtenissen die deze wereld als zeer reëel zal ervaren. Zij worden echter tegengehouden, en wel zolang tot allen die God dienen "verzegeld" zijn. De eersten die verzegeld worden, zijn de 144000.

Wie zijn de 144000?

Over de 144000 heeft u waarschijnlijk al vele interpretaties gehoord. Laten we nu eens zien wat ze werkelijk betekenen. Het eerste waarop men moet letten is dat de tijd van het verzegelen der 144000 nog in de toekomst ligt; het vindt plaats na de Grote Verdrukking en de tekenen aan de hemel en kort voor het goddelijke strafgericht. Dat alles moet nog komen.

Ten tweede is deze profetie duidelijk en betekent precies dat wat ze zegt, namelijk 144000 mensen van de 12 stammen van Israël, 12000 van elke stam. Natuurlijk moet men weten welke volken van nu de nakomelingen van de verloren tien stammen zijn. Daarover geeft ons gratis boek De Verenigde Staten en Groot-Brittannië in de profetieën uitsluitsel.

Maar deze 144000 mensen zijn niet de enigen die verzegeld worden: "Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen ... En een van de oudsten antwoordde en zeide tot mij: Wie zijn dezen, die bekleed zijn met de witte gewaden, en vanwaar zijn zij gekomen? En ik sprak tot hem: Mijn heer, gij weet het. En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams" (Openbaring 7:9, 13-14).

En wat is er "aan hun voorhoofd verzegeld"? Deze mensen zijn door de heilige Geest aan hun voorhoofd verzegeld. Als u Openbaring 14:1 opslaat, zult u zien dat het de naam van de Vader is die op hun voorhoofd geschreven is. Het laatste gebed van Jezus voor zijn Gemeente bevatte de bede: "Heilige Vader, bewaar hen in uw naam". De religieuze organisaties van deze wereld geven zichzelf alle mogelijke door mensen bedachte namen; maar de Gemeente die Christus stichtte, wordt in het Nieuwe Testament verscheidene malen de Gemeente (Kerk) Gods genoemd.

Wie vormen de "grote schare"?

Hoe zit het nu met deze ontelbare menigte, bestaande uit mensen die de Grote Verdrukking doorgemaakt hebben? Om te begrijpen hoe het komt dat er opeens zoveel mensen voor God zullen kiezen, moeten we het volgende bedenken: Voordat God deze wereld bestraft, zal Hij haar eerst nog eens op bovennatuurlijke wijze waarschuwen. Steeds heeft Hij de mensen door zijn profeten gewaarschuwd voordat Hij ingreep. Hij waarschuwde de wereld door zijn Zoon Jezus Christus, en nu doet Hij het door dit Werk, waarvan ook deze publikatie uitgaat. God is echter een God van genade en barmhartigheid. Hij zal de wereld nog een laatste maal waarschuwen, en wel door bovennatuurlijke tekenen aan zon, maan en sterren. Niemand zal kunnen zeggen dat hij geen kans tot ommekeer heeft gehad.

Reeds gedurende de Grote Verdrukking zullen de mensen door de vervulling van bijbelse voorspellingen tot de erkenning komen dat de waarschuwing die zij door dit Werk gekregen hebben, toch ernstig genomen moet worden, en ze zullen zich afvragen of ze er niet beter aan doen over God en zijn wil te gaan nadenken. Wanneer dan ook nog deze bovennatuurlijke tekenen aan de hemel verschijnen, worden ze door grote angst aangegrepen, en vele duizenden zullen eindelijk inzien dat er werkelijk een God is die hen waarschuwt. Duizenden en duizenden die nu deze waarschuwing van God horen, zullen er vooralsnog geen acht op slaan. Zij zijn misleid. Zij geloven en volgen nog steeds hun verschillende menselijke leiders of groeperingen. Hun verstand is niet open voor deze waarschuwing. Daarom voelen ze geen berouw en keren ze zich niet tot God. Maar zodra de voorzegde gebeurtenissen daadwerkelijk plaatsvinden, zullen ze bij duizenden tot erkenning van de waarheid komen en inzien dat ze tot dusver misleid zijn geweest. Ze zullen zich in volkomen overgave en echt berouw tot God keren. Door Jezus Christus, de Heiland der wereld, zullen ze tot God komen. Wij, de uitgevers van dit boekje, weten zeer goed dat de resultaten van onze inspanningen grotendeels pas zichtbaar worden lang nadat ons werk beëindigd is.

De opening van het zevende zegel

Nu komen we aan hoofdstuk 8, waarin het openen van het zevende zegel wordt beschreven. En wat houdt dit zevende zegel in? Laten we eens lezen wat Johannes ziet nadat het zevende zegel verwijderd is: "En toen Hij het zevende zegel opende, kwam er een stilte in de hemel ongeveer een half uur lang. En ik zag de zeven engelen, die voor God staan, en hun werden zeven bazuinen gegeven" (Openbaring 8:1-2). Johannes ziet dus in dit visioen zeven bazuinen. Wanneer we de betekenis van deze bazuinen begrijpen, wordt ons daarmee de derde sleutel tot begrip van het boek Openbaring gegeven. Deze zeven bazuinen zijn natuurlijk symbolen, die evenwel werkelijke wereldgebeurtenissen belichamen. Ze zijn niet zoals velen denken, synoniem met de zeven zegels. Ook volgen ze niet op het zevende zegel; ze zijn het zevende zegel. Met andere woorden: Wanneer het zevende zegel geopend wordt, blijkt het te bestaan uit zeven achtereenvolgende gebeurtenissen. Elk van deze gebeurtenissen, die alle tot het zevende zegel behoren, wordt een "bazuin" genoemd. De zeven bazuinen zijn plagen waardoor God deze wereld bestraft. Ze worden in Openbaring 9:20 duidelijk als zodanig betiteld: "En wie van de mensen overgebleven waren, die niet gedood waren door deze plagen ..."

Wat symboliseren de bazuinen?

De zeven bazuinen, waaruit het zevende zegel bestaat, volgen direct op het zesde zegel. Na het openen van het zesde zegel (de tekenen aan de hemel) werd er aangekondigd dat nu "de grote dag van hun [God en het Lam] toorn" gekomen was. De zeven bazuinen symboliseren dus de dag des Heren, de dag van Gods toorn. Dat zal de dag zijn waarop God ingrijpt in het wereldgebeuren om de mensen fysiek te bestraffen, omdat zij geen enkele andere taal meer verstaan in hun situatie. De profeet Zefanja noemt deze tijd "een dag van bazuingeschal en van krijgsgeschreeuw tegen de versterkte steden en tegen de hoge hoektorens" (Zefanja 1:16).

Het blazen van de bazuin gold in oude tijden altijd als teken van alarm voor oorlog of naderende vijandelijke legers. Het kondigde gevaar, oorlog en vernietiging aan. Toen het volk Israël van weleer niet luisterde naar Gods profeten en Gods uit liefde gegeven vermaningen in de wind sloeg, zond God als straf de legers van Assyrië om het te onderwerpen. En toen ook het volk Juda hardnekkig in zijn ongehoorzaamheid volhardde, gaf God hen over aan de legers van de Babyloniërs. Wanneer God uiteindelijk ingrijpt om alle naties voor hun verkeerde handel en wandel, waardoor zij lijden en ellende over zichzelf brengen, te bestraffen, dan worden de zeven bazuinen geblazen.

Elk blaasinstrument brengt tonen voort door er lucht of wind in te blazen. Vandaar ook de reeds genoemde "vier winden": "Daarna zag ik vier engelen staan aan de vier hoeken der aarde, die de vier winden der aarde vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde, of over de zee, of over enige boom" (Openbaring 7:1).

Bescherming voor Gods kinderen

De "vier winden" worden dus tegengehouden — ze mogen de zeven bazuinen niet blazen voordat de 144000 Israëlieten en de grote schare, bestaande uit alle nationaliteiten en rassen, die de Grote Verdrukking heeft doorgemaakt, verzegeld zijn. Alle mensen die zich van hun zonden afkeren en om Gods bescherming vragen, worden onder zijn goddelijke bescherming geplaatst. Precies zoals God het volk Israël beschermde toen Hij het oude Egypte met plagen teisterde, zo zal Hij ook nu zijn kinderen beschermen voor de plagen die Hij zal zenden om de verkeerde politieke, sociale, economische en religieuze structuren van deze wereld, dit moderne Babylon, te vernietigen. We zien hier ook een interessante parallel: de plagen die God in de dagen van Mozes over de Egyptenaren bracht, waren een voorloper van de plagen die spoedig over deze wereld, het Babylon van nu, uitgegoten zullen worden. Toen waren de Israëlieten onder leiding van Mozes op weg naar het Beloofde Land, Palestina. Degenen die nu onder Gods bescherming geplaatst worden, zijn onder leiding van Christus op weg naar het Koninkrijk Gods. Ook dit rijk zal hier op aarde gevestigd worden, met Jeruzalem als regeringszetel.

De eerste vier bazuinplagen worden in Openbaring 8:6-12 beschreven als gebeurtenissen die de aarde, rivieren, zeeën en hemellichamen beschadigen. De laatste drie bazuinen worden de "drie weeën" genoemd (vs. 13), hetgeen duidt op de verschrikkelijke pijnen en onheilen waarmee God de voorvechters van het huidige euvele systeem moet straffen.

Het eerste wee gesymboliseerd door de vijfde bazuin, wordt in Openbaring 9:1-11 beschreven. Het houdt in dat er een macht uit de "put des afgronds" opstijgt die nu mensen pijnigt en kwelt. Om welke macht het hier gaat, wordt duidelijk uit Openbaring 17:8-14. Het is het herrezen Romeinse Rijk dat "uit de afgrond", d.i. uit een toestand van ondergedoken zijn, opkomt. Deze toekomstige macht is zeer oorlogszuchtig van aard (Openbaring 9:7-10). Zij wordt als ten noorden van Palestina liggend beschreven; de geografische gegevens in de profetieën gaan namelijk uit van Palestina als het centrale punt.

Het tweede wee met zijn symbolische "ruiterij" wordt door Ezechiël 38:4 en 15 verklaard en in Joël 2:4 aangeduid als een gebeurtenis van de dag des Heren. Johannes ziet een geweldige militaire macht, eveneens ten noorden van Palestina. Zij omvat 200 miljoen man. Denkt u zich dat eens in — een leger van 200 miljoen! Zou dat een oostelijk machtsblok kunnen zijn? Ja, het is tijd dat men zich bewust wordt van wat er zich tegenwoordig op het wereldtoneel afspeelt en waar de politieke gebeurtenissen van onze dagen heen zullen leiden.

De twee getuigen

Voor het derde wee, van de zevende en laatste bazuin, treffen we een verslag aan over het optreden van de twee getuigen. Ook over hen bestaan de meest uiteenlopende interpretaties. Van belang is, wanneer zij zullen optreden. Zij beëindigen hun opdracht wanneer ook het tweede wee ten einde is (Openbaring 11:12-14). In zijn geheel duurt hun missie drieëneenhalf jaar; zij is tot nu toe nog niet begonnen, ongeacht alle menselijke theorieën die het tegendeel beweren.

In ieder geval zullen de twee getuigen onder bovennatuurlijke bescherming staan en de laatste waarschuwing geven die God de machten van deze wereld door mensen laat brengen voordat de laatste bazuin schalt. Het "beest" echter, dat de macht symboliseert die in Openbaring 13 en 17 beschreven is en in Daniël 2 en 7 als het herrezen Romeinse Rijk geïdentificeerd wordt, zal hen doden.

Daarna volgt het derde wee — de zevende en laatste bazuin. Welke gebeurtenis brengt zij?

De laatste bazuin

Vele profetieën van de Bijbel vermelden dat de wederkomst van Jezus Christus op aarde ten tijde van de laatste bazuin zal plaatsvinden. Dezelfde Jezus die nu bijna 2000 jaar geleden op aarde kwam en de weg naar een gelukkig leven onderwees — dezelfde Jezus die door de mensen werd verworpen, die gedood en weer tot leven opgewekt werd en opvoer ten hemel —, deze zelfde Jezus zal met grote macht en heerlijkheid wederkomen. Hij zal als Heerser der wereld, als "Koning der koningen en Heer der heren" over alle volken regeren en ze met vaste hand op de weg naar vrede leiden. Dit zal dus gebeuren ten tijde van de laatste bazuin, zoals in 1 Thessalonicensen 4:16 te lezen is.

Wat gaat er dus gebeuren wanneer de zevende bazuin weerklinkt en Christus wederkomt?

"En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheid" (Openbaring 11:15).

We zien dat dan inderdaad de wereldheerschappij van Jezus Christus over alle volken begint. Alle menselijke regeringen op aarde zullen door de bovennatuurlijke macht van de almachtige God ten val gebracht worden. De mens heeft Gods heerschappij altijd afgewezen, ofschoon zij de enige weg naar vrede, geluk en blijdschap is. De heersers van deze wereld zullen daarom bij de terugkeer van Christus toornig zijn (misschien geloven velen dan op grond van de valse leer van de "heimelijke opname" dat Christus de antichrist is!). In ieder geval zullen ze zich tegen Christus en zijn regering op aarde keren en Hem bevechten.

"En de volkeren waren toornig geworden, maar uw toorn is gekomen en de tijd voor de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw knechten de profeten, en aan de heiligen en aan hen, die uw naam vrezen, aan de kleinen en de groten en om te verderven wie de aarde verderven" (Openbaring 11:18).

Wanneer de zevende bazuin schalt, zullen de volken dus toornig zijn; maar ook van Gods kant wordt afgekondigd: "Uw toorn is gekomen". Hiermee wordt de betekenis van het derde wee duidelijk. Het is de toorn van God. Weliswaar zijn alle bazuinen plagen die God in zijn toorn over deze wereld van Satan uitgiet, om haar tot bezinning te brengen en haar naar geluk en vrede te leiden, maar met deze zevende bazuin — het derde wee — wordt zijn toorn voleindigd.

Waaruit bestaat nu deze laatste fase van de toorn Gods?

"De zeven laatste plagen"

"En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaar: zeven engelen, die de zeven laatste plagen hadden, want daarmede is de gramschap Gods voleindigd" (Openbaring 15:1).

In hoofdstuk 14 vers 10 staat dat de mensen van deze wereld "ten aanschouwen van de heilige engelen en van het Lam" uit de beker van Gods toorn zullen drinken. Het Lam symboliseert Jezus Christus. Dit vers duidt erop dat de zeven laatste plagen uitgegoten worden wanneer Hij met alle heilige engelen uit de hemel komt om de wereld te regeren.

Dit tafereel werd door Jezus zelf al van tevoren geschilderd: "Wanneer dan de Zoon des mensen komt in zijn heerlijkheid en al de engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de troon zijner heerlijkheid. En al de volken zullen vóór Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken, en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand. Dan zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af" (Mattheüs 25:31-34).

Jezus Christus zal komen om te regeren. Het Koninkrijk Gods is een regering die heerschappij zal voeren over alle volken der aarde. Tegelijkertijd echter is het, zoals vele schriftgedeelten aantonen, een familie die uiteindelijk tot een groot goddelijk volk uitgroeit, tot een volk van onsterfelijken. Jezus leerde dat wij het Koninkrijk Gods kunnen beërven, m.a.w. in dit rijk kunnen komen als we eerst door God verwekt en tenslotte uit God geboren worden. De apostel Paulus zei heel duidelijk dat "vlees en bloed", de sterfelijke mens, het Koninkrijk Gods niet beërven kan. Het is geen vergankelijk rijk. Het is geen rijk dat uit mensen bestaat. Het is integendeel een goddelijk koninkrijk waarin de mens pas kan komen als hij in geest veranderd wordt — van sterfelijke in onsterfelijke — van mens in God!

Dit brengt ons bij nog een belangrijke gebeurtenis die ten tijde van de zevende bazuin en tegelijk met de wederkomst van Christus zal plaatsvinden. Degenen die "in Christus gestorven zijn" zullen tot eeuwig leven worden opgewekt en de christenen die nog leven, zullen tot onsterfelijkheid veranderd worden, en wel plotseling, in een ondeelbaar ogenblik (1 Korinthe 15:50-54). Zij allen zijn dan geboren in het Koninkrijk van God en verwerven hun erfdeel. Tot hen zal Jezus dan zeggen: "Komt gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af". Jezus Christus is dan Koning van de wereld. Wanneer Hij wederkomt, dan komen alle heilige engelen met Hem mee. De zeven laatste plagen worden ten tijde van zijn wederkomst uitgegoten — direct in tegenwoordigheid van Christus en alle heilige engelen.

De fundamentele indeling

De zevende bazuin is dus, evenals het zevende zegel, onderverdeeld in zeven delen die op zichzelf de "zeven laatste plagen" genoemd worden. Deze zeven laatste plagen vormen de zevende bazuin, precies zoals de zeven bazuinen het zevende zegel vormen. De zeven zegels bedekken, zoals u zich nog wel zult herinneren, de gehele profetische boekrol. Het principe van deze zevenvoudige rangschikking der gebeurtenissen is de hoofdsleutel tot de juiste indeling en volgorde van de gebeurtenissen die in het boek Openbaring beschreven zijn.

De zeven laatste plagen voltooien dus de toorn van God; zij zijn het laatste deel van het zevende zegel. Terzelfder tijd komt Jezus Christus terug om de wereld vrede te brengen, doordat Hij de volken met krachtige hand onder de regering van God plaatst. God regeert evenwel door middel van zijn wetten!

Christus is de enige weg naar vrede en geluk, en ook naar eeuwig leven. Er is geen andere weg.

De wereld heeft deze weg tot nu toe met verachting afgewezen, maar het zal niet lang meer duren of zij zal zich gedwongen zien die weg toch in te slaan. God heeft de mensen op aarde lief. Hij zal ingrijpen om ze voor een totale vernietiging te bewaren.

Nu tenslotte nog enige opmerkingen over de verdere indeling van het boek Openbaring.

Hoofdstuk 12 is een inzetsel. Precies zoals de schrijver van een roman af en toe de draad van het verhaal onderbreekt en teruggrijpt om een eerdere scene te schilderen, waarin andere personen en gebeurtenissen voorkomen, ten einde deze op dit punt met de rode draad van zijn verhaal in verband te brengen, zo geeft ook Johannes in hoofdstuk 12 een algemeen overzicht van de ontwikkeling der ware Kerk vanaf de tijd vóór Christus' geboorte (vers 4), en verder gedurende de tijd van zijn geboorte, opstanding en hemelvaart (vers 5), en de 1260 jaren van vervolging, toen zij gedwongen was buiten de grenzen van de Romeinse overheersing te vluchten om aan de georganiseerde vervolgingen te ontkomen. De ware Kerk (Gemeente) heeft nooit opgehouden te bestaan.

De andere kerk waarvan in hoofdstuk 17 sprake is, is een grote valse kerk. Openbaring 12 laat de geschiedenis zien van de ware Kerk tot op de huidige dag en in de toekomst wanneer de duivel, wetend dat hij nog maar zeer weinig tijd heeft (vers 12), de ware Kerk vervolgt die de geboden van God bewaart (vers 17).

Hoofdstuk 13 is eveneens een inzetsel; het gaat over twee symbolische "beesten". Hoofdstuk 14 beschrijft de boodschappen van de drie engelen die de val van "Babylon" door middel van de zeven laatste plagen aankondigen en voor het aannemen van het merkteken van het beest, waartoe de mensen in "Babylon" worden misleid, waarschuwen.

Hoofdstuk 15 en 16 nemen de rode draad van het boek weer op en beschrijven de zeven laatste plagen die het derde wee ofwel de zevende bazuin zijn. Deze plagen zijn het goddelijke oordeel over de valse politieke, godsdienstige, sociale en economische systemen van deze wereld (Openbaring 18:2, 8 en 10).

Hoofdstuk 17 en 18, opnieuw inzetsels, laten het herrezen Romeinse Rijk zien en de grote valse kerk die alle volken verleidt (17:2, 15 en 18:3).

De mensen bevinden zich nu in Babylon, ze zijn misleid. God roept ons eruit en beveelt ons zijn geboden te houden (Openbaring 18:4).

Hoofdstuk 19 schildert dan de wederkomst van Christus, terwijl hoofdstuk 20 zijn duizendjarige regering op deze aarde beschrijft (Openbaring 5:10). Hoofdstuk 21 en 22 gaan tenslotte over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

Waar zijn we nu?

Tot besluit willen we de vraag stellen: Waar zijn we op het ogenblik in het verloop van de geprofeteerde gebeurtenissen? We leven tegenwoordig in een relatief rustige fase tussen de Tweede en Derde Wereldoorlog. Eén voorzegde gebeurtenis echter is nu bezig in vervulling te gaan. In de profetie van Jezus op de Olijfberg, die in feite de sleutel tot de Openbaring is, vroegen de discipelen Hem wat dan het teken van zijn komst en van de voleinding der wereld — van het huidige tijdperk — zou zijn.

Velen, zo antwoordde Jezus hen, zouden in zijn naam komen en prediken dat Hij de Christus is, maar niettemin zouden zij de wereld wat betreft zijn evangelie misleiden. Dat was, zo zei Hij, nog niet het einde. Ook toenemende hongersnoden en ziekten zouden niet het teken zijn van zijn wederkomst en het einde van dit tijdperk, en zelfs grote oorlogen zouden het niet zijn. In Mattheüs 24:14 noemt Hij pas het teken, dat van het uiterste belang is: "En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn [komen, Statenvert.]"

Jezus Christus verkondigde het goede nieuws van het komende Koninkrijk Gods en van de Wereld van Morgen. De verleiders echter proclameren de persoon van Christus — zij eigenden zich zijn naam en het daaraan verbonden prestige toe om de wereld te misleiden en de waarheid die Christus bracht te verbergen. Maar nu, in deze eindtijd, wordt hetzelfde evangelie van het Koninkrijk Gods dat Jezus predikte, het evangelie van Gods regering en van het wedergeboren worden in de familie van God, weer in heel de wereld verkondigd. Die profetie in Mattheüs 24:14 wordt door dit Werk dat ook het tijdschrift DE ECHTE WAARHEID uitgeeft, vervuld.

Appendix A: De draad van het verhaal in het boek Openbaring

Zegels

1) Valse profeten
2) Oorlogen
3) Hongersnood
4) Epidemieën
5) Grote Verdrukking
6) Hemelse tekenen
7) Zeven bazuinen
1 - Schade aan aarde
2 - Schade aan zee
3 - Schade aan bomen
4 -Schade aan rivieren
5 - Eerste wee
6 - Tweede wee
7 - Derde wee of de zeven laatste plagen

Wederkomst van Christus (Armageddon)

Appendix B: Hoofdstukken-index van het boek Openbaring

Hoofdstuk Draad van het verhaal Ingelast

1 Inleiding
2-3 --------------------- Brieven aan de 7 gemeenten
4-5 Voorspel — Decor
6 De eerste zes zegels
7 De twee groepen mensen
8-10 De bazuinen
11 De twee getuigen
12 --------------------- De ware kerk
13 --------------------- De twee beesten
14 --------------------- De drie boodschappen
15-16 De 7 laatste plagen
17-18 --------------------- De valse kerk
19 De wederkomst
20 Het duizendjarig rijk
21-22 De nieuwe hemel en
de nieuwe aarde

Deze "historische" boekjes worden u in deze vorm als dienstverlening gratis ter beschikking gesteld door
de Kerk van de Grote God

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)