Wat is precies de KERK?

Door Herbert W. Armstrong (1892-1986)
1973

Christus zei dat Hij Zijn Gemeente zou bouwen. Wat is die Gemeente, die Kerk — een organisatie van mensen of een geestelijk organisme? Waaruit bestaat zij? Hoe wordt men er lid van? Heeft zij een goddelijke opdracht? — en zo ja, welke? Hoe wordt die uitgevoerd? Door een organisatie of door individuele mensen die onafhankelijk van elkaar werken?

BIJ VEEL mensen heerst verwarring betreffende de aard van de Gemeente die door Jezus Christus werd opgericht. Hoe kunnen we dit met zekerheid aan de weet komen? Wie of wat is de autoriteit die ons het juiste antwoord kan geven?

Het was Jezus Christus die zei dat Hij Zijn Gemeente zou bouwen. Hij is het "Woord" van God (Johannes 1:1-3) in persoon — de Woordvoerder. De Bijbel is het Woord van God in geschrift — het instructieboek van de Maker voor de mensheid. De Bijbel is daarom die autoriteit.

Hoe men er lid van wordt

De eerste keer dat het woord "gemeente" (het Griekse ekklesia kan zowel "bijeenkomst der gelovigen", "gemeente" als "kerk" betekenen) wordt gebruikt na het begin van die Gemeente (Pinksteren, 31 n.Chr.), is in Handelingen 2:47: "En de Heer deed dagelijks [toe] tot de Gemeente, die zalig werden".

Dit geeft ons al meteen inzicht in de manier waarop men lid van de Kerk wordt. God voegt een ieder toe. Het is God die iemand als lid in de Kerk plaatst.

Tevens: "Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt" (1 Corinthiërs 12:13). Het woordje "tot" laat zien dat men "tot" de Gemeente wordt toegevoegd. Het is dus God die iemand in de Kerk plaatst. En hoe? Door Zijn Geest! Doordat God iemand Zijn heilige Geest verleent, wordt die gelovige in de Kerk geplaatst.

Let hier dus goed op! Men kan de ware Kerk niet ingaan door zichzelf erin te plaatsen — door er zich "bij aan te sluiten". Men kan zich aansluiten bij een vereniging, een sportclub of welke groep dan ook, maar níet bij de Kerk van God.

Er wordt hier ook over de Kerk of Gemeente gesproken als "één lichaam". In verscheidene teksten wordt er over de Kerk gesproken als het "lichaam van Christus". In 1 Corinthiërs 12:12 staat: "Want gelijk het lichaam één is ..."

Hoe kan de Kerk het "lichaam van Christus" zijn? Slechts weinig mensen begrijpen dit.

Hier volgt de verklaring.

Jezus begon het Werk van God

God zond Jezus naar de aarde om het Werk van God te beginnen. Toen Jezus twaalf jaar was geworden en zijn ouders naar Nazareth terugkeerden na het bijwonen van het pascha te Jeruzalem, vonden zij het kind niet onder hun reisgezellen. Zij keerden naar Jeruzalem terug. "En het geschiedde, na drie dagen, dat zij Hem vonden in de tempel, zittende in het midden der leraren, hen horende, en hen ondervragende. En allen, die Hem hoorden, ontzetten zich over Zijn verstand en antwoorden." Toen zijn ouders Hem zagen, waren zij verbaasd en Zijn moeder zei tot Hem: "Kind, waarom hebt Gij ons zo gedaan? ... En Hij zei tot hen ... Wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders?" (Zie Lukas 2:40-49.)

Wat waren de dingen Zijns Vaders — het Werk van God?

God zond Zijn Zoon Jezus in menselijke gedaante naar de aarde als een Boodschapper met een boodschap. Hij was de Boodschapper of Engel van het Verbond — het Nieuwe Verbond, zoals dat voorzegd werd in Maleachi 3:1.

En wat was die boodschap? De boodschap was een nieuwsbericht betreffende GOED NIEUWS ("evangelie" betekent goed nieuws) over de toekomst.

We lezen hierover: "Het begin van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God. Gelijk geschreven is in de profeten: Ziet, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal ... En nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea, predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods" (Markus 1:1, 2 en 14).

Hoe begon Jezus het Werk van God?

1) Door het goede nieuws van het aanstaande KONINKRIJK GODS te verkondigen.

2) Door Zijn discipelen te roepen en hen dezelfde boodschap te leren.

Zie maar: "En Zijn twaalf discipelen samengeroepen hebbende, gaf Hij hun kracht en macht over al de duivelen [demonen], en om ziekten te genezen. En Hij zond hen heen, om te prediken het Koninkrijk Gods ..." (Lukas 9:1-2).

De goddelijke opdracht

Wat is het doel van de Kerk, haar goddelijke opdracht? Het bestaat eruit dit evangelie als een getuigenis aan de wereld te verkondigen. M.a.w., het Werk van God voort te zetten dat Jezus Christus persoonlijk begonnen was.

Na Zijn opstanding gaf Hij Zijn discipelen de volgende opdracht: "Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping" (Markus 16:15, N. Vert.). De opdracht van de Kerk bestaat dus uit de voortzetting van de dingen des Vaders, te weten de verkondiging van de boodschap van het Nieuwe Verbond, die God had gezonden door Zijn Zoon en Boodschapper, Jezus Christus.

Jezus gaf Zijn leven voor ons, maar Hij verrees uit de doden en is op dit ogenblik de lévende Christus. En Zijn opdracht voor onze tijd luidt: "En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis aan alle volken; en dan zal het einde [van dit tijdperk] komen" (Mattheüs 24:14).

Hoe "het lichaam van Christus" ontstond

De twaalf discipelen werden de twaalf apostelen. Maar hoe werden zij, met de andere discipelen, "het LICHAAM van Christus"?

Toen Jezus het Werk van God begon, zei Hij: "Ik kan van Mijzelf niets doen", en: "De Zoon kan niets van Zichzelf doen", en nogmaals: "... maar de Vader, Die in Mij blijft, Dezelve doet de werken".

Het was de kracht van Gods heilige Geest, die in Zijn menselijk lichaam bleef, die het Werk van God deed.

Zonder deze zelfde in hen wonende Geest zouden Zijn discipelen geheel onmachtig zijn. De nacht voor Zijn kruisiging zei Hij tot hen: "Gelijkerwijs de rank [van een wijnstok] geen vrucht kan dragen van zichzelf, zo zij niet in de wijnstok blijft; alzo ook gij niet, zo gij in Mij niet blijft. Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken ... zonder Mij kunt gij niets doen" (Johannes 15:4-5). Het zijn de sappen die van de wijnstok in de ranken vloeien, die de druiven voortbrengen. Het is de Geest van God en van de levende Christus, die het gemeenschappelijke Lichaam dat de Kerk is, binnenstroomt en de resultaten voortbrengt.

Na Zijn opstanding, vlak voordat Hij naar Gods troon in de hemel opvoer, gebood Jezus deze apostelen "... Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader ...", d.w.z. de heilige Geest, dezelfde kracht die het Werk van God in Christus' menselijke lichaam verricht had. (Handelingen 1:4, N.Vert.)

Op de Pinksterdag van 31 n.Chr. daalde deze kracht van God neer in het gemeenschappelijke lichaam — de Kerk — die nu het Werk van God moest voortzetten.

Het Hoofd van Gods Kerk

Toen Jezus opvoer naar de troon van God (de Vader van de heerschappij voerende goddelijke Familie) in de hemel, werd Hij het Hoofd van die Kerk. Zie Efeziërs 1:22-23: "En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, die zijn lichaam is" (N. Vert.).

De Gemeente, de Kerk, bestaat uit degenen die de verwekte kinderen van God zijn. God is de Vader van de goddelijke Familie. Iemand wordt een verwekte zoon van God zodra hij de heilige Geest van God in zich ontvangt.

Die Geest komt van God zelf. Deze is in de eerste plaats het van God afkomstige leven dat goddelijk, eeuwig en eeuwigdurend leven verwekt. Evenals de zaadcel afkomstig uit het lichaam van de vader een embryo verwekt dat zich tot een foetus ontwikkelt en uiteindelijk als een mensenkind geboren wordt, zo verwekt de Geest van God ons eveneens, en daardoor worden wij reeds in dit leven kinderen Gods genoemd (1 Johannes 3:2).

Samenstelling van de Kerk

En zo is het dat de Kerk bestaat uit degenen die de kinderen van God zijn. Daarom is de Kerk de Kerk van GOD evenals de oudtestamentische Kerk genoemd werd "de vergadering van Israël" — de nazaten van Israël.

Daarom kan iemand zichzelf ook niet in de Kerk plaatsen door te besluiten "er lid van te worden". Wanneer iemand een kind van God wordt, door de Geest van God te bezitten en erdoor geleid te worden (Romeinen 8:14), dan heeft God hem in de Kerk geplaatst door hem als Zijn kind te verwekken.

"Zich aansluiten" bij een groep die zichzelf een kerk noemt, zich laten inschrijven als lid van een groep die zichzelf kerk noemt, dát maakt iemand echt geen lid van de Kerk die Jezus heeft gesticht. Hier volgt het positieve bewijs: "Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe" (Romeinen 8:9, N. Vert.).

Ik heb aangetoond dat het de levende Christus is die de leden in Zijn Kerk plaatst en wel door de heilige Geest. De voorwaarden om Gods Geest te ontvangen staan vermeld in Handelingen 2:38: "Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave van de heilige Geest ontvangen". Hier wordt gesproken van gedoopt te worden in water, waarna men de heilige Geest zal ontvangen, die iemand vervolgens tot het Lichaam van Christus, de Kerk, doopt en hem erin plaatst (1 Corinthiërs 12:13).

Degenen die op de Pinksterdag zo gedoopt werden, ontvingen de heilige Geest en werden daarop de Kerk. Tot hen voegde de Heer dagelijks toe (Handelingen 2:47).

Het fundament van de Kerk

Let nu op het fundament waarop de Kerk gebouwd is. Aan de bekeerden te Efeze, die heidenen geweest waren, werd Paulus geïnspireerd te schrijven: "Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers [onder een BESTUUR] der heiligen, en huisgenoten [FAMILIE] Gods. Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen" (Efeziërs 2:19-20).

U ziet dus dat de éne ware Kerk géén organisatie van mensen is, maar een GEESTELIJK ORGANISME. Dat feit sluit echter geen organisatie uit.

Is de Kerk georganiseerd?

Maar heeft Christus, die het Hoofd van de Kerk is, deze Kerk georganiseerd? Heeft zij een bepaalde vorm of organisatie?

Dat heeft Hij inderdaad gedaan en zij is georganiseerd! In de eerste plaats is de ware Kerk van God een geestelijk organisme. Zij is géén menselijke organisatie. Dit geestelijke organisme is het "Lichaam van Christus", dat ten doel heeft het Werk van God voort te zetten.

De opgestane, eeuwiglevende Jezus Christus is het Hoofd van de Kerk. Het feit zelf dat de Kerk een Hoofd heeft, duidt op organisatie. De levende Christus leidt, inspireert en zegent de Kerk die het Werk van God doet. Maar het is een groot, wereldomvattend Werk. Indien iedereen erin afzonderlijk en onafhankelijk van elkaar eropuit zou gaan, te trachten de gehele goddelijke opdracht uit te voeren op een wijze die hém geschikt toeleek, zouden we in verwarring zijn als een huis dat tegen zichzelf verdeeld is.

Zelfs de natuur is georganiseerd

God is Schepper. Alles wat God in de natuur heeft geschapen is georganiseerd. Neem b.v. een mooie eikeboom. Hij heeft een wortelstelsel in de grond. Hij heeft een stam. Hij heeft grote takken die uit de stam groeien. Daaraan zitten kleine takken vast. Weer kleinere takken zijn aan iedere kleine tak verbonden en tenslotte zijn er de twijgjes die aan de kleinste takken groeien. Maar ze zijn allemaal samen in één geheel verenigd.

Christus gebruikte het voorbeeld van de wijnstok. Hij is de wijnstok ... wij de ranken. Tenzij wij systematisch aan de wijnstok verbonden zijn, kunnen we niets voortbrengen. In een wijnstok heerst orde en organisatie.

Het hele Werk van God werkt toe naar een herstel van wat van deze aarde weggenomen is — de heerschappij van God. Het Koninkrijk Gods IS die heerschappij. Die heerschappij is een georganiseerd bestuur.

Gods bestuursvorm werkt door benoemingen, níet door verkiezingen. God de Vader bevindt zich aan de top. Onder Hem staat de levende Christus, die Gods heerschappij leidt zoals God aangeeft.

Bestuur in de Kerk

En Jezus heeft orde en bestuur onder zich in de Kerk gesteld. God vergelijkt dit georganiseerde Lichaam met een tempel voor God: "Zo zijt [wordt] gij dan ... gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk [al dit bouwen], goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Heer, in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest" (Efeziërs 2:19-22, N. Vert.).

De levende Christus, Hoofd van de Kerk, heeft de verscheidene bestuurders, functionarissen en leden in de Kerk geplaatst zoals Hém dit goeddacht. Niet zoals iemand voor zichzelf zou kiezen.

Bestuurders naar Gods keuze

"En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars" — waarom? Voor welk doel? "Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus; totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus ... dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. En aan Hem ontleent het GEHELE LICHAAM ALS EEN WELSLUITEND GEHEEL en bijeen gehouden door de dienst van al Zijn geledingen naar de kracht, die ELK LID op zijn wijze oefent, deze groei van het lichaam om zichzelf op te bouwen in de liefde" (Efeziërs 4:11-16, Statenvert. en N. Vert.).

Christus heeft Zijn Kerk inderdaad organisatie gegeven en haar tot een welsluitend geheel samengevoegd zoals een gebouw met de precisie van ieder onderdeel door de meest vakbekwame werklieden samengesteld is.

Hij koos de hoofdbestuurders onder Hem. Gods heerschappij is een bestuur dat functioneert door benoemingen van boven af.

Allen vervullen niet dezelfde functie. En in het georganiseerd geheel dat het Werk van Christus uitvoert, heeft God verschillende leden in Zijn Kerk speciale talenten en bekwaamheden gegeven, als gaven van en door de heilige Geest, een ieder volgens zijn aandeel zoals Christus dat bepaald heeft.

Let eens op de gelijkenis van de ponden en de talenten.

Eerst de gelijkenis van de talenten. "Want het [Koninkrijk der hemelen — alleen Mattheüs gebruikt deze uitdrukking, terwijl Markus, Lukas en Johannes de uitdrukking "Koninkrijk Gods" gebruiken. Het is één en hetzelfde. Geen koninkrijk IN de hemelen, maar der of van de hemelen, wat herkomst aangeeft] is gelijk een mens, die buitenslands reizende zijn dienstknechten riep, en gaf hun zijn goederen over. En de een gaf hij vijf talenten, en de ander, twee, en de derde een, een ieder naar zijn vermogen" (Mattheüs 25:14-15).

Let erop dat er aan elk iets gegeven werd. De gelijkenis gaat natuurlijk over Jezus die naar de hemel ging om gekroond te worden als Koning der koningen en Heer der heren, waarna Hij terug zal keren om op de aarde te regeren en de heerschappij van God over alle naties uit te oefenen. Zijn dienaren zijn de bekeerde kinderen van God — Zijn Lichaam, de Kerk. Wat Hij hun geeft, zijn geestelijke gaven waarmee elk voor zijn persoonlijk aandeel in Gods Werk toegerust wordt.

Maar let erop dat Hij deze extra geestelijke gaven gaf "een ieder naar zijn vermogen" — d.w.z. in overeenstemming met ieders natuurlijke aanleg. Bij Zijn wederkomst als Wereldheerser zal Hij elke dienstknecht ter verantwoording roepen om te zien hoe elk gehandeld heeft met hetgeen Christus hem gegeven had.

Als u deze gelijkenis gaat vergelijken met die van de ponden in Lukas 19:11-27 zult u zien dat God ons oordeelt naar hoe wij handelen in verhouding met datgene waarmee we te werken hebben. Deze dienaren moesten "handel drijven", d.w.z. het Werk voortzetten totdat Hij wederkomt.

Speciale geestelijke gaven

Let nu op wat er in 1 Corinthiërs 12 nog meer staat over de geestelijke gaven die God geeft aan degenen in Zijn Kerk die Zijn Werk doen: "En van geestelijke gaven, broeders, wil ik niet, dat gij onwetende zijt" (vers 1).

Toch zijn de meeste mensen totaal onkundig van deze gaven, hun betekenis en gebruik. Verder:

"En er is verscheidenheid der gaven, doch het is dezelfde Geest; en er is verscheidenheid der bedieningen, en het is dezelfde Heer; en er is verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God, Die alles in allen werkt" (vers 4-6). Het is dezelfde God die werkt in het "Lichaam van Christus" — de Kerk. Hij doet het Werk van God, door de Geest van God, IN het gemeenschappelijke Lichaam dat uit deze wereld geroepen is om als Zijn instrument Zijn Werk te doen.

Let er goed op dat er in dit Werk van God, dat Hij door Zijn Geest in ons werkt, verschillende gaven zijn, omdat er verscheidene en onderling verschillende bedieningen of taken voor de uitvoering van Gods Werk zijn. Hiervoor zijn verscheidene en onderling verschillende vaardigheden en bekwaamheden nodig in de diverse en onderscheiden leden van het Lichaam.

God bepaalde de taak voor ieder lid

Wij verrichten niet allemaal dezelfde taak!

Deze speciale gaven worden gegeven "ten voordele van velen". D.w.z. ten voordele van het Werk, niet het individu. Deze gaven zijn bekwaamheden of geestelijk "gereedschap" dat gebruikt wordt om het Werk te doen — geen versieringen ter verfraaiing van iemand, zoals sommigen misschien denken.

"Want het lichaam [van Christus — de Kerk] bestaat toch ook niet uit één lid, maar uit vele leden. Indien de voet zeggen zou: omdat ik niet de hand ben, behoor ik niet tot het lichaam, behoort hij daarom niet tot het lichaam?" (vers 14-15, N. Vert.).

Als een bepaalde jongeman speciale aanleg heeft gekregen voor min of meer routinewerk dat feitelijk een grote hulp betekent voor het gehele georganiseerde Werk, dan verricht hij zijn deel in het Werk. Maar is ieder vrij te bepalen of hij de apostel zal zijn, of een prediker, of een leraar, of een kantooremployee die routinewerk doet en het voor de anderen mogelijk maakt hún taak te verrichten?

Het antwoord luidt: "Nu heeft God echter de leden, elk in het bijzonder, hun plaats in het lichaam aangewezen, zoals HIJ heeft gewild" (vers 18, id.).

Maar als iemand, door degenen die God over hem gezet heeft, in een functie is geplaatst die die betreffende persoon zeer onbelangrijk vindt en niet eervol genoeg om aan zijn ijdelheid te voldoen?

Hier is het antwoord: "Ja, veeleer zijn die leden van het lichaam, welke het zwakst schijnen, noodzakelijk, en juist die delen van het lichaam, welke wij minder in ere houden, bekleden wij meer eervol, en onze minder edele leden worden met groter eer behandeld ... God heeft evenwel het lichaam zó samengesteld ... OPDAT ER GEEN VERDEELDHEID IN HET LICHAAM ZOU ZIJN ... Gij nu zijt het lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden. En God heeft sommigen aangesteld in de gemeente, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, verder krachten, daarna gaven van genezing, (bekwaamheid) om te helpen, om te besturen, en verscheidenheid van tongen (talen). Zijn zij soms allen apostelen? Allen profeten? Allen leraars? Allen krachten? ... Streeft dan naar de hoogste gaven ..." (vers 22-31, id.).

We zouden op dit punt kunnen vermelden dat gedurende de eerste eeuw in de plaatselijke gemeenten ouderlingen werden aangesteld. Het is duidelijk dat sommigen van hen voorgangers waren die predikten, terwijl anderen klaarblijkelijk geen predikers waren, maar enkel leiders.

Nieuwtestamentische ambtsdragers naar rangorde

In het Nieuwe Testament worden er voor predikers of dienaren twee begrippen gebruikt — ouderling en opzieners. In enkele bijbelvertalingen wordt ook nog het begrip "bisschop" gebruikt. Alle drie woorden betekenen hetzelfde. Sommige ouderlingen waren evenwel apostelen of evangelisten, maar de meeste ouderlingen waren géén apostelen of evangelisten.

Als we alle hierop betrekking hebbende nieuwtestamentische teksten te zamen bezien, dan waren de bestuursfuncties, in volgorde van rang en gezag onder Christus, als volgt: 1. apostelen; 2. evangelisten (in het Nieuwe Testament hadden profeten geen bestuursfuncties, maar vóórdat de canon van het Nieuwe Testament afgesloten was, ontvingen profeten rechtstreeks instructies van God, die zij vervolgens aan de apostelen doorgaven. Gods onderricht aan de Kerk is nu voltooid in de vorm van de Bijbel); 3. herders en leraars. Er waren ook diakenen en diakonessen die aangesteld waren om fysieke plichten te vervullen.

Ik heb nu aangetoond dat de ware Kerk van God geen organisatie van mensen of een rechtspersoon is, maar een geestelijk organisme, samengesteld uit allen die door de heilige Geest van God, die nu in hen verblijft, geleid worden. Toch is er organisatie in de Kerk.

Er zullen zich natuurlijk een paar vragen voordoen.

Kan iemand die geen weet heeft van het ware georganiseerde Lichaam dat Gods Werk doet en er daarom buiten staat, lid zijn van de ware Kerk die Christus heeft gebouwd? Het antwoord is ja — het is mogelijk dat iemand werkelijk berouw heeft getoond en bekeerd is, gelooft en Gods Geest ontvangen heeft — en die Geest volgt voor zover hij inzicht heeft, maar toch het georganiseerde Werk, waarvan Christus vandaag gebruik maakt, niet kent. Maar te zijner tijd zou deze persoon door Gods Geest in hem zeer zeker geleid worden tot het georganiseerde Lichaam dat door Christus bestuurd wordt.

Is het mogelijk dat iemand die zich bij een sekte, kerk, of kerkgenootschap die níet Gods Werk doet, waarlijk bekeerd kan zijn en geleid kan worden door Gods Geest in hem? Het antwoord luidt weer ja — ik heb er enkelen gekend. Maar in elk van die gevallen, kwamen ze óf in het georganiseerde, geestelijke organisme dat Christus gebruikt voor het ware Werk van God óf, toen hun ogen voor verder licht en waarheid geopend werden, ze die verwierpen en de Geest van God verloren. En dit werd ruimschoots aangetoond door de vruchten die zij voortbrachten.

Mochten andere vragen zich bij de lezers voordoen, dan zullen we deze graag persoonlijk beantwoorden als u ons schrijft.

Door Zijn heilige Geest geeft God Zijn kinderen "licht" — WAARHEID — om in het licht te wandelen "opdat de duisternis u niet overvalle".

Ik ben niet geroepen om over anderen te oordelen, maar om Christus te volgen zoals Hij leidt en stuurt, en om een getuige te zijn van het ware licht. Honderden miljoenen mensen hebben het nu GEHOORD, GEZIEN en GELEZEN. Jezus zei dat Zijn schapen Zijn stem en waarheid horen en HERKENNEN, en dat zij Hem zullen volgen.

Ieder jaar horen en herkennen ettelijke duizenden mensen Zijn waarheid en volgen Hem waar Hij werkt!

Waar is de ware KERK?

WAT MOETEN we denken van al dat gepraat en geschrijf over de Kerk — voor zover dat ú aangaat? Waar is de oorspronkelijke ware Kerk die Jezus Christus heeft opgericht en waarvan de levende Christus vandaag nog steeds het Hoofd is? Dat is de vraag die mij in 1926 en het begin van 1927 maar niet los wilde laten.

Ik werd in een gedegen protestants milieu grootgebracht. Als kind werd ik al meegenomen naar zondagsschool en kerk. Men vertelde mij dat ik "behouden" was omdat ik een "geboorterechtlidmaatschap" in de kerk had. Ik wist niet te veel over wat mijn kerk beleed maar ik kan me niet herinneren dat ik me daar veel zorgen over maakte.

Op 18-jarige leeftijd had ik er geen interesse meer voor en ging ik nog maar zelden naar de diensten. Toen ik van school kwam ging ik het advertentiewezen in. Ik had ambitie. Ik hunkerde naar STATUS. Daarom werkte en studeerde ik voortdurend om mijn talenten te ontwikkelen. Ik dreef mijzelf constant om status te bereiken.

Nadat gebeurtenissen waar ik helemaal geen zeggenschap over had en waar het hele land bij betrokken was, tot twee keer toe een zaak die ik begonnen was, onder mijn voeten weggeslagen hadden, werd ik voor de eerste keer in mijn leven ertoe geprikkeld een intensieve studie van de Bijbel te maken. Wat de Bijbel betrof had ik altijd gezegd: "Ik kán de Bijbel eenvoudig niet begrijpen".

Wel vreemd, want ik had altijd al naar begrip gehunkerd, maar dan van andere zaken. De Bijbel leek mij een droog, saai en doods Boek dat NIEMAND kon begrijpen. Ik nam vanzelfsprekend aan dat de kerken al hun geloof, hun leer en hun gebruiken aan de Bijbel ontleend hadden, maar ik was nu eenmaal niet geïnteresseerd in godsdienst.

Tenslotte kwam er vroeg in de herfst van 1926 een uitdaging, en nog wel een dubbele! Mijn vrouw had zich met "religieus fanatisme" ingelaten — d.w.z. ik dacht dat het fanatisme was! Zij beweerde dat haar geloof uit de Bijbel kwam, maar ik wist wel zeker dat dat onmogelijk was, want het ging over een overtuiging en een gebruik dat volkomen tegen de kerken inging.

"Al deze kerken kunnen het niet bij het verkeerde eind hebben", zei ik. "Zij ontlenen hun leer aan de Bijbel en deze fanatieke ideeën van jou zijn in strijd met wat zij leren."

"Misschien is wat zij leren dan wel in strijd met de Bijbel," hield mijn vrouw vol, "want ik haalde dit uit de Bijbel!"

Verder argumenteren had geen zin. Zij zei dat als ik aan kon tonen waar de Bijbel het anders leerde, zij het op zou geven, maar anders niet.

In diezelfde tijd begon een schoonzuster mij uit te dagen met betrekking tot de evolutietheorie. Toevallig had ik op school nooit de evolutieleer bestudeerd. Zij zei dat ik gewoonweg onwetend was als ik niet in evolutie geloofde. Dit was mijn eer te na. Ik onwetend? Wat een belediging!

"Afgesproken," antwoordde ik, "ik zal de evolutietheorie grondig bestuderen en als je ongelijk hebt, en ik wéét dat je ongelijk hebt, zal ik het je BEWIJZEN en zorgen dat je je woorden terugneemt!"

Gods bestaan bewezen

Ik had altijd in God geloofd — hoewel ik weinig over Hem wist — maar ik had gewoon geen interesse in "godsdienst". Natuurlijk had ik de kwestie nooit diep en grondig onderzocht om te bewijzen of God al dan niet bestond en of de evolutieleer waar was of niet. Weinig mensen hebben dit ooit gedaan. Ik nam zonder meer aan dat God bestond en veronderstelde dat de evolutietheorie een valse theorie was. Bijna iedereen die óf in God, óf in evolutie gelooft, heeft zijn geloof zonder bewijs aangenomen.

Maar ik kon dit nu niet meer. Nu moest ik het wéten.

Het werd praktisch een dag-en-nacht-studie van de Bijbel en een grondige research in boeken over evolutie, geologie, paleontologie, biologie en fysica. Ik verdiepte me in de aspecten van radioactiviteit en kon daarmee bewijzen dat materie niet altijd bestaan had, maar geschapen was! Ik bestudeerde het scheppingsverhaal in Genesis. Deze intensieve studie nam zes maanden in beslag en ik studeerde dikwijls tot één of twee uur 's nachts.

Maar uiteindelijk bewees ik het bestaan van God en de onfeilbare inspiratie van de Bijbel. Ik ontzenuwde tevens de evolutietheorie en dwong mijn schoonzuster haar woorden terug te nemen!

Maar het argument van mijn vrouw kon ik niet wegredeneren. Zij had gelijk. Ik had ongelijk. Ik kreeg verreweg de bitterste pil van mijn leven te slikken.

Het was namelijk niet slechts een zaak van toegeven dat ik ongelijk had. Dat is al moeilijk genoeg voor de natuurlijke mens. Maar ik had nu geleerd hoezéér ik het aan het verkeerde eind had, niet alleen met wat ik zomaar aangenomen had, maar met wat ik gedaan had en wat ik feitelijk was. Ik had gedacht dat ik héél wat was! De menselijke natuur denkt dat altijd, maar nu had ik geleerd dat deze natuur alleen maar slecht en uit den boze was.

Wat meteen in me opkwam was: "ALS ik de leer van de Bijbel aanneem en ernaar begin te leven — ALS ik toegeef en Christus aanneem, bekeerd word, een christelijk leven ga leiden — wat zullen al mijn vroegere zakenrelaties en vrienden wel zeggen?"

Zover als ik kon zien zou het betekenen dat ik ze allemaal op moest geven — voorgoed!

Het zou bekering betekenen, en ik geloof dat dit nooit werkelijk en volledig zonder een innerlijke strijd gebeurt. In mijn geval was dit zeker zo. Het betekende alles opgeven waar ik mijn hart op gezet had — mijn levensdoel. Het betekende mijn eigen levenswijze verzaken — een volledige ommezwaai! In feite betekende het mijn afgod opgeven, hoewel ik het toen nog niet zo zag. Het betekende een ONVOORWAARDELIJKE OVERGAVE aan God. Het betekende in feite afstand doen van mijn leven en het aan God geven.

Uiteindelijk deed ik het.

Maar nu wachtte mij een nieuwe uitdaging. In deze intensieve studie bleek mij dat "al die kerken" het bij het verkeerde eind kúnnen hebben. Ik kwam erachter dat, voor zover mijn kennis reikte van wat de kerk waarin ik opgegroeid was beleed, deze diametraal tegenover de Bijbel stond.

Waar is de ware Kerk?

Nu stond ik voor de vraag: wáár is de ware Kerk — de Kerk die Jezus Christus heeft opgericht — de Kerk waarvan Hij vandaag het Hoofd is — de Kerk die Zijn opdracht uitvoert — de Kerk waarvan Hij zei dat Hij haar nooit in de steek zou laten?

Ik had een verschrikkelijke teleurstelling te slikken gekregen. Alles bijeen genomen was het een behoorlijk traumatisch halfjaar geweest.

Toen ik Romeinen 6:23 las, staarde ik naar dat vers in mijn Bijbel in geshockeerd ongeloof. Er stond: "Want de bezoldiging [het loon] der zonde is de DOOD, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heer". Ik had altijd geloofd dat het loon dat we door de zonde verdienen precies het tegenovergestelde van de DOOD was. Ik had geleerd dat wat we voor de zonde betaald kregen EEUWIG LEVEN was — in het hellevuur! Dit vers zegt dat eeuwig leven iets is dat we alleen maar kunnen ontvangen ALS EEN GIFT van God.

Maar nee, dat is onmogelijk! We hébben al eeuwig leven — dat dacht ik althans — wij hebben een onsterfelijke ziel. Ik kwam er nu achter dat vele theologen dit vers INTERPRETEREN — d.w.z. zij geven er een andere betekenis aan. Zij veranderen de betekenis van de woorden om ze in overeenstemming te brengen met wat zij geloven in plaats van dat zij Gods Woord hun opvattingen laat veranderen, zodat die zich voegt naar Gods Waarheid. Zij komen met een nieuwe definitie van het woord "dood" voor de dag. Hun definitie van "dood" is "verwijdering van God". Ik keek weer naar dit vers. Aan de ene kant ontvangen we de dood voor de zonde. Aan de andere kant is het tegenovergestelde van die straf EEUWIG LEVEN. Nu was het toch wel heel duidelijk dat als eeuwig leven precies het tegenovergestelde van de dood is, de dood niet eeuwig leven kan betekenen.

Ik was ontzet te zien dat bij vele, zo niet de meeste leringen van Christus en het Nieuwe Testament, de kerken tegenwoordig precies het tegenovergestelde onderwijzen en tegenovergestelde tradities en gebruiken volgen.

Ik was verbijsterd. Het duizelde mij.

Maar daar stond het in klare taal. Ik las dat zielen sterven kunnen. "De ziel, die zondigt, die zal sterven" (Ezechiël 18:4, 20). Dit was belangrijk genoeg om tweemaal opgeschreven te worden. Toen las ik met verbaasde ogen Openbaring 16:3: "... en alle levende ziel is gestorven in de zee". Dat vers zei dat zielen kunnen sterven. Daarna las ik dat Jezus zei dat zielen vernietigd kunnen worden: "Maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel" (Mattheüs 10:28).

Het begon erop te lijken dat de kerken het tóch bij het verkeerde eind hadden! Maar had Jezus Christus Zijn Kerk dan niet opgericht? Jazeker, en ik las dat Hij ook had gezegd dat de poorten van het graf haar nooit zouden kunnen overweldigen — zij kon niet vernietigd worden. Ik las dat Jezus Christus zei dat Hij haar nooit in de steek zou laten — dat Hij altijd "in het midden" van haar zou zijn. Ik las dat Hij het levende Hoofd ervan zou zijn! Jezus Christus was opgestaan uit het graf. Hij leeft nog steeds!

Waar was de Kerk nu die Hij leidde, bestuurde en gebruikte?

Ik stond perplex. Maar ik bleef zoeken. Ik bleef studeren.

Ik las dat Jezus gekomen was om het Werk van God uit te voeren. Hij was gekomen om de mensheid Gods evangelie te brengen. Toch zei Hij dat Hij van Zichzelf — als mens — door Zijn eigen menselijke kracht niets kon uitrichten. Van Zichzelf was Hij volkomen machteloos om deze goddelijke en geestelijke opdracht uit te voeren. De Vader die in Hem woonde, deed — door de macht van Zijn heilige Geest — al het werk. Daarom was het dus eigenlijk God die het werk verrichtte door middel van Zijn heilige Geest, met gebruikmaking van de menselijke geest en het menselijke lichaam van Jezus Christus als Zijn instrument. God begon Zijn Werk van de Openbaring van Zijn boodschap en de oprichting van Zijn Kerk door het menselijke lichaam van Jezus Christus.

Ik las dat Gods ware Kerk "het lichaam van Christus" genoemd wordt (1 Corinthiërs 12:27, 13; Romeinen 12:5). Hoe kon de Kerk het lichaam van Christus zijn? Ik zocht verder. Ik studeerde verder. Gods Woord maakte de waarheid duidelijk. God begon het Werk van Zijn evangelie — de verkondiging van het evangelie (Goede Nieuws) van Zijn Koninkrijk door middel van het menselijke lichaam van Jezus Christus. Maar na Zijn opstanding stuurde Christus dezelfde heilige Geest op de Pinksterdag van 31 n.Chr., en ook daarna, om intrek te nemen in het GEZAMENLIJKE LICHAAM van hen die Gods Kerk uitmaken.

De Kerk is dus het collectieve lichaam dat Christus gebruikt als Zijn instrument, door Gods Geest in staat gesteld om Gods Werk voort te zetten. Jezus Christus is er het Hoofd van en bestuurt het vanuit de hemel.

Hoe wordt men lid van dit éne lichaam? Door het ontvangen van Gods heilige Geest. "Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt" (1 Corinthiërs 12:13). Het woord dopen betekent onderdompelen. Men wordt door Gods heilige Geest in de enige ware Kerk geplaatst!

Maar zijn er vele Kerken? Nee, want het Nieuwe Testament spreekt overal van het ENE lichaam — één Kerk. "Want ook het lichaam is niet één lid, maar vele leden ... Maar nu zijn er wel vele leden, doch maar één lichaam" (1 Corinthiërs 12:14, 20).

Christus is NIET verdeeld (1 Corinthiërs 1:13). Er is maar één ware Kerk. Allen in haar zijn eensgezind (1 Corinthiërs 1:10).

De goddelijke opdracht

Maar wat is de goddelijke opdracht van die Kerk? Wat is haar doel? Het antwoord is: het uitvoeren van Gods Werk dat Christus begon en nu voortzet door middel van Zijn Kerk. En waar begon Christus mee?

Markus zegt het ons: "Het begin van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God" (Markus 1:1). Dan, te beginnen met vers 2, vertelt Markus hoe Johannes de Doper de weg voor Christus voorbereidde. Direct overstappend naar het begin van het Werk dat Christus uitvoerde, zei Markus: "En nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea ..." — om wát te doen? — "... predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods, en zeggende: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabijgekomen; BEKEERT U, en GELOOFT het Evangelie" (Markus 1:14-15).

Christus gebood Zijn toehoorders twee dingen te doen: 1) zich te bekeren en 2) te geloven. Maar wát te geloven? Zijn EVANGELIE te geloven! U moet dat evangelie geloven — dat Goede Nieuws van het Koninkrijk Gods — om gered te worden! Christus heeft dat zelf gezegd!

Het Koninkrijk Gods is de heerschappij Gods. Het is tevens de goddelijke Familie waarin wij geboren kunnen worden. Het is de Familie die over het universum heerst! U bekeert zich van — WAT? Uw opstandigheid tegen die heerschappij van God. God regeert door middel van Zijn wet, samengevat in de tien geboden. Sommige mensen zullen zeggen dat wij ons moeten bekeren door berouw te hebben van onze zonde. Ja, zeer zeker! Want de zonde is wetsovertreding (1 Johannes 3:4, Leidse Vertaling). Zich bekeren betekent een onvoorwaardelijke overgave aan Gods heerschappij — een overgave zodat God uw leven volgens Zijn wetten kan besturen. Het betekent te leven bij elk woord in de Bijbel (Mattheüs 4:4).

Wat is de goddelijke opdracht van Gods ware Kerk? Die opdracht bestaat eruit het Werk dat Christus begon, voort te zetten. Christus droeg Zijn Kerk op: "Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen" (Markus 16:15). Niet een willekeurig evangelie. Niet een evangelie dat slechts over de persoon van Christus handelt, maar Zijn evangelie van het Koninkrijk Gods — het evangelie dat we volgens Hem dienen te gelóven om bekeerd en behouden te worden.

Ook Mattheüs vermeldt Zijn grote opdracht: "Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader, en van de Zoon, en van de heilige Geest; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld" (Mattheüs 28:19-20). In de verkondiging van Zijn evangelie zei Christus uitdrukkelijk: "Onderwijst hen Gods geboden te gehoorzamen".

Christus gaf een profetie voor onze tijd — vlak vóór de voleinding van deze wereld. Zij vroegen: "Wat is het teken van uw komst en van de voleinding der wereld?" (Mattheüs 24:3, N. Vert.) Christus waarschuwde tegen valse predikers die zouden zeggen dat Jezus de Christus is, maar toch de velen zouden verleiden. En in antwoord op hun vraag welk teken Hij zou laten zien wanneer Hij zou komen, zei Hij: "En dit Evangelie van het Koninkrijk [hetzelfde evangelie dat Hij aan de eerste apostelen leerde] zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen" (Mattheüs 24:14).

Dat evangelie is sinds 70 n.Chr. niet tot de gehele wereld gepredikt. Het is in elke generatie gepredikt, maar tot een beperkt aantal mensen, niet tot de gehele wereld, in alle werelddelen.

Waar Gods ware Kerk ook is — die ene Kerk die Christus toebehoort — die zal dat evangelie vandaag aan de gehele wereld — in alle werelddelen — prediken. Want wij zijn dichtbij het einde! Dát is het evangelie van de levende Christus! Het is het GOEDE NIEUWS van het komende Koninkrijk Gods dat de wereld zal regeren. Het is het evangelie van de goddelijke heerschappij. Het leert de mensen berouw te hebben over hun opstandigheid tegen Gods heerschappij — de overtreding van Gods wetten. Het leert behoud door de dood en wederopstanding van Jezus Christus — de vergeving van zonden door Christus' vergoten bloed en verzoening met God door Christus' DOOD, en behoud door Zijn LEVEN.

De Kerk heeft PART NOCH DEEL aan de regeringen van deze wereld — haar leden zijn ambassadeurs — als het ware in een vreemd land — van het Koninkrijk Gods dat spoedig alle huidige menselijke regeringen zal vernietigen en hun plaats zal innemen.

De ware naam

Christus bad voor Zijn Kerk: "... Heilige Vader, bewaar ze in Uw Naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, gelijk als Wij. Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik ze in Uw Naam ... maar nu kom Ik tot U ... Ik heb hun Uw Woord gegeven; en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij VAN de wereld niet zijn, gelijk als Ik VAN de wereld niet ben. Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van de boze. Zij zijn niet VAN de wereld, gelijkerwijs Ik VAN de wereld niet ben. Heilig ze in Uw waarheid; UW WOORD IS DE WAARHEID" (Johannes 17:11-17).

Christus zei dat Zijn ware Kerk bewaard zou worden in de naam van de Vader — God. Twaalf keer in het Nieuwe Testament wordt de ene wáre Kerk de Gemeente GODS genoemd en Jezus Christus is er het HOOFD van!

In vijf teksten waar de ware naam van de Kerk voorkomt, wordt het gehele lichaam van Christus — de Kerk als geheel — aangeduid. Wanneer we dus spreken van de gehele Kerk, met inbegrip van al haar individuele leden op aarde, luidt de naam "gemeente Gods". (Het Griekse woord ekklesia kan zowel "bijeenkomst der gelovigen", "gemeente" als "kerk" betekenen.) Hier volgen, in de Nieuwe Vertaling, deze vijf teksten:

1) Handelingen 20:28: De vermaning aan de ouderlingen luidt "de gemeente Gods te weiden".

2) 1 Corinthiërs 10:32: "Geeft noch aan Joden, noch aan Grieken, noch aan de gemeente Gods aanstoot".

3) 1 Corinthiërs 11:22: "Of minacht gij (zózeer) de gemeente Gods, dat gij de behoeftigen beschaamd maakt?"

4) 1 Corinthiërs 15:9: Paulus schreef: "Omdat ik de gemeente Gods vervolgd heb".

5) Galaten 1:13. Dit is een herhaling van de voorgaande tekst: "Ik heb de gemeente Gods bovenmate vervolgd".

Waar een specifieke plaatselijke bijeenkomst genoemd wordt, wordt de ware Kerk "de gemeente Gods" genoemd, dikwijls in verband met een stad of plaats van samenkomst. Hier volgen vier van deze teksten:

6) 1 Corinthiërs 1:2: "De gemeente Gods te Corinthe".

7) 2 Corinthiërs 1:1: "De gemeente Gods, die te Corinthe is".

8) 1 Timotheüs 3:5. Sprekende over een ouderling in een gemeente, schreef Paulus aan Timotheüs: "Indien echter iemand zijn eigen huis niet weet te besturen, hoe zal hij voor de gemeente Gods zorgen?"

9) 1 Timotheüs 3:15: "... Dan weet gij, hoe men zich behoort te gedragen in het huis Gods, dat is de gemeente van de levende God". Hier is het de gemeente van de levende God.

Als er gesproken wordt over de gemeenten gezamenlijk, niet als een algeheel lichaam, maar als het totaal van alle plaatselijke gemeenten, dan luidt de bijbelse benaming: "de gemeenten Gods". Hier volgen de laatste drie verzen van de twaalf die de naam van de Kerk weergeven:

10) 1 Corinthiërs 11:16: "... Wij hebben zulk een gewoonte niet, en evenmin de gemeenten Gods".

11) 1 Thessalonicensen 2:14: "Want gij, broeders, zijt navolgers geworden van de gemeenten Gods in Christus Jezus, die in Judea zijn".

12) 2 Thessalonicensen 1:4: "Zodat wij zelf over u roemen bij de gemeenten Gods".

In sommige in het Nieuwe Testament vermelde gevallen wordt er een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord toegevoegd, zoals de gemeente Gods te Corinthe, of de gemeenten Gods te Judea. En vandaag is het de Wereldwijde Kerk (Gemeente) van God.

In deze wereld worden kerkgenootschappen naar MENSEN genoemd, of naar het feit dat zij uit een kerkhervorming van mensen zijn voortgekomen, tégen Gods Woord in, of naar een belangrijk dogma waar zij de nadruk op leggen, of naar wat mensen ervan hopen te maken — universeel of katholiek. Maar waar die ene ware Kerk ook is, het zal de Kerk of Gemeente Gods zijn.

Maar er is nog meer. Velen hebben zich Gods naam toegeëigend, maar verkondigen niet het Koninkrijk Gods als de heerschappij van God die wij moeten gehoorzamen — door gehoorzaamheid aan Gods wetten (de tien geboden) te onderwijzen — door berouw over opstandigheid tegen en het overtreden van Gods heilige wet te onderwijzen — door te onderwijzen dat we nu verwekt kunnen worden in het Koninkrijk (de Familie) van God en dat wij, door de opstanding, in de God-Familie geboren kunnen worden! Díe ware Kerk predikt de nu op handen zijnde wederkomst van Christus als KONING der koningen en HEER der heren om alle naties duizend jaar lang op aarde te regeren. Niet in de hemel, maar OP DEZE AARDE (Openbaring 5:10).

Er bestaat maar EEN Kerk die dat alles doet!

Zij verricht het Werk van God. Zij is, zoals Christus zei dat zij zijn zou, een "klein kuddeke", vervolgd en veracht door de wereld.

Persoonlijk advies

De Kerk van God heeft overal ter wereld toegewijde, bekeerde, volledig opgeleide en bevestigde dienaren die klaar staan om u thuis te bezoeken, uw vragen te beantwoorden, de Bijbel voor u duidelijk te maken — indien u erom vraagt! Geen van hen zal u ooit bezoeken, tenzij U er uit eigen vrije beweging om vraagt! Jezus zei: "Gaat niet over van het ene huis in het andere huis" (Lukas 10:7).

Noch Christus, noch Petrus, noch Paulus, noch iemand anders van de eerste ware apostelen benaderden de mensen om hen persoonlijk aan te sporen zich te bekeren. God heeft ieder mens een vrije wil gegeven. God dwingt iedereen wel zelf te besluiten, maar de ware God zal u nooit dwingen u te bekeren.

Maar als u zelf méér wilt weten over de Kerk die Jezus Christus heeft opgericht en die Hij vandaag nog steeds leidt — als u er vragen over wilt stellen, laat ons dan weten dat u een persoonlijk onderhoud wenst met een vertegenwoordiger van de Nederlandse Afdeling van Ambassador College in Engeland. U kunt uw verzoek richten aan ons postadres in Nederland, Postbus 496 te Arnhem. Vermoedelijk zal een van Gods dienaren u spoedig kunnen bezoeken. Ik zou ook willen voorstellen dat u de vragen die u wilt stellen, even opschrijft. In mijn 45-jaar lange ervaring heb ik geleerd dat u ze zult vergeten, tenzij u dit doet.

Honderden, ja duizenden en nog eens duizenden mensen worden bekeerd — hun leven wordt veranderd — door dit Werk van God, door het radioprogramma van De WERELD VAN MORGEN, door De ECHTE WAARHEID in vijf talen, door de schriftelijke cursus van Ambassador College, door de bediening van de Wereldwijde Kerk van God en door andere onmisbare boekjes en overdrukken die wij op aanvraag gratis sturen. Sommige mensen die er niet van op de hoogte waren dat één van Gods eigen geroepen en bevestigde dienaren hen kon bezoeken en hun vragen beantwoorden, hebben zich aangesloten bij een van de kerken van deze wereld. U kunt zich niet aansluiten bij de ware Kerk van God — de almachtige God plaatst u erin.

Maar als u vragen heeft over bijeenkomsten, doctrines of gebruiken — of andere vragen over de Kerk, de Bijbel of het christelijke leven, schrijf ons dan. Overweeg de feiten zorgvuldig aan de hand van uw Bijbel. Neem dan uw besluit en doe datgene wat God u aantoont te doen.

Deze "historische" boekjes worden u in deze vorm als dienstverlening gratis ter beschikking gesteld door
de Kerk van de Grote God

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)