Wat bedoelt u precies met HET KONINKRIJK VAN GOD

Door Herbert W. Armstrong (1892-1986)
1985

Is het de Kerk? Is het iets "in het hart van de mens"? Is het "het goede in u"? Is het "het Millennium"? Elk van deze opvattingen wordt onderwezen. Toch is niet één ervan juist! In dit boekje wordt de opzienbarende waarheid duidelijk gemaakt!

Waarom kunnen de kerken het niet eens worden over wat het EVANGELIE is? Jezus Christus kwam om het Evangelie van het Koninkrijk van God te prediken. Desondanks wordt tegenwoordig maar weinig over het Koninkrijk van God gepredikt, want men heeft alle kennis van wat het is verloren!

Een prominente evangelist zei eens tot een wereldomvattend radiopubliek dat het Evangelie van het Koninkrijk van God niet voor ons in deze tijd is bestemd. Sommige kerkgenootschappen verkondigen een "evangelie van genade"; andere verkondigen wat zij noemen een "evangelie van behoud"; sommige prediken een evangelie over Christus en anderen een sociaal evangelie; sommige hebben het over de "wetenschap van de geest" of "godsdienstige wetenschap".

Niet een ervan is juist!

Sommige kerken beweren dat hun eigen denominatie, of dat het "christendom" als geheel het Koninkrijk van God vormt.

Niet een ervan is juist! Kan er iets nog ongelooflijker lijken? Ja, voor het verstand dat door de denkbeelden van deze wereld is gevormd, is er inderdaad één ding nog ongelooflijker! En dat is de ZUIVERE WAARHEID over wat het Koninkrijk van God werkelijk is!

De waarheid is niet alleen verrassend, ze is schokkend, ontstellend! Niettemin is het waarlijk GOED NIEUWS, het meest schitterende GOEDE NIEUWS dat ooit tot het bewustzijn van de mens kan doordringen!

Christus' Evangelie

Wat is het ene en enige Evangelie van Jezus Christus? DE WERELD WEET HET NIET! Het is 18½ eeuw lang niet verkondigd, hoe vreemd dat ook klinkt. Zoek het op in uw BIJBEL. Zie het allereerste begin ervan!

"Het begin des Evangelies van Jezus Christus," leest u in Markus 1:1 (Statenvert.). "En nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galiléa, predikende HET EVANGELIE VAN HET KONINKRIJK GODS, en zeggende: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie" (Markus 1:14-15; id.)

Het is noodzakelijk dit EVANGELIE te geloven om behouden te worden! En hoe kunt u het geloven tenzij u weet wat het is?

Jezus trok rond om het GOEDE NIEUWS van het KONINKRIJK VAN GOD te verkondigen. Door gelijkenissen onderwees Hij over het KONINKRIJK VAN GOD. Hij zond zeventig man uit om te prediken en gebood hun HET KONINKRIJK VAN GOD te verkondigen (Lukas 10:9). Hij zond de apostelen, op wie de Kerk van God werd gegrondvest, uit om uitsluitend HET KONINKRIJK VAN GOD te prediken (Lukas 9:1-2).

Is het niet verwonderlijk dat de wereld de kennis van wat het Koninkrijk van God is, heeft VERLOREN?

De apostel Paulus verkondigde HET KONINKRIJK VAN GOD (Handelingen 19:8; 20:25; 28:23, 31).

En de Almachtige God sprak door Paulus een dubbele vloek uit over elke mens of engel die het AANDURFT enig ander evangelie te prediken! (Galaten 1:8-9.)

Waarom durven dan zovelen zoveel andere evangelies te prediken? Het goede nieuws van HET KONINKRIJK VAN GOD is iets wat u moet begrijpen, en GELOVEN, om behouden te worden! Dit zei Jezus Christus! Het is dus goed als u ontdekt wat het is!

Daniël wist het!

Heeft u weleens over het Koninkrijk van God horen spreken in deze zin: "De samenwerking van alle christenen aan de totstandkoming van wereldvrede, tolerantie en broederlijke liefde, zal uiteindelijk misschien het Koninkrijk Gods in de harten der mensen vestigen."

Omdat ze 1900 jaar geleden het Evangelie van Christus verwierp, moest de wereld er wel iets anders voor in de plaats zoeken. Men moest een vervalsing bedenken! Daarom horen wij over het Koninkrijk van God spreken als over een gemeenplaats, een fijn gevoel in het menselijk hart, en het wordt aldus gereduceerd tot iets etherisch, tot een onwerkelijk NIETS. Anderen stellen zich ten onrechte voor dat "de KERK" het Koninkrijk is. Weer anderen verwarren het met een "duizendjarig rijk". Nog weer anderen, in het begin van deze eeuw, beweerden dat het Britse wereldrijk het Koninkrijk van God was. KAN DEZE WERELD NOG STERKER MISLEID WORDEN?

De profeet Daniël, die 600 jaar voor Christus leefde, wist dat het Koninkrijk van God een werkelijk koninkrijk zou zijn: een letterlijke regering over MENSEN op aarde.

Jezus Christus bracht er aanvullende kennis over die de profeet Daniël misschien niet heeft geweten. Niettemin wist Daniël dat er een reëel, letterlijk Koninkrijk van God op de aarde zou zijn.

Daniël was een van vier buitengewone, intelligente en briljante Joodse jongemannen onder de ballingen uit Juda. Deze vier mannen waren in het paleis van Nebukadnezar, koning van het Chaldeeuwse Rijk, geplaatst om te worden opgeleid voor speciale verantwoordelijkheden in de Babylonische regering. Daniël was een profeet die een bijzonder inzicht in visioenen en dromen had gekregen (Daniël 1:17).

Nebukadnezar was de eerste eigenlijke wereldheerser. Hij had een uitgestrekt rijk veroverd, waaronder de natie Juda. Deze koning had een droom die zo indrukwekkend was dat hij er niet van kon loskomen en er buitengewoon ongerust van werd. Hij verlangde van zijn astrologen, waarzeggers en magiërs dat zij hem zouden zeggen zowel wat hij had gedroomd als de betekenis van de droom. Dat konden zij niet. Zij waren verbijsterd. Toen werd Daniël voor de koning gebracht.

Daniël ontkende dat hij in het uitleggen van dromen meer menselijke bekwaamheid had dan de Chaldeeuwse magiërs. Maar, zei hij, "er is een GOD in de hemel, die verborgenheden openbaart; Hij heeft de koning Nebukadnezar bekendgemaakt wat in de toekomende dagen [in het laatste der dagen; Statenvert.] geschieden zal" (Daniël 2:28).

In de eerste plaats was het Gods bedoeling deze menselijke wereldheerser te laten weten dat er een GOD in de hemel is — dat GOD DE HOOGSTE MACHTHEBBER IS over alle volken, regeringen en koningen — dat God HET UNIVERSUM BESTUURT! Deze Chaldeeuwse koning kende alleen de vele heidense demongoden. Van de ware levende en ALMACHTIGE God wist hij niets. Evenals de volken en hun leiders van nu wist hij niet dat GOD de levende God is, een REËLE, actieve PERSOON die daadwerkelijk niet alleen over wat op de aarde is, maar over het GEHELE UNIVERSUM regeert!

De bedoeling van deze DROOM was GODS HEERSCHAPPIJ te openbaren — het feit dat God REGEERT — de waarheid van HET KONINKRIJK VAN GOD — precies dat wat het ene en enig ware EVANGELIE VAN JEZUS CHRISTUS inhoudt! Ten tweede was het om te openbaren, en voor ONS op schrift te laten stellen, wat er zal gebeuren "in het laatste der dagen" — in DEZE LAATSTE HELFT VAN DE TWINTIGSTE EEUW!

Voor ons, nu!

Dit is geen droog, saai en verouderd geschrift, bedoeld voor mensen van 2500 jaar geleden. Dit is SPRINGLEVEND, GEWELDIG groot nieuws voor onze tijd! Het is aankondigend nieuws voor ons, voor nu. Nieuws voordat het gebeurt, nieuws van de meest kolossale gebeurtenis aller tijden die zeer zeker in uw leven zal plaatsvinden — in de zeer nabije toekomst!

Dit is HET WARE EVANGELIE, het Evangelie dat Christus verkondigde! Het is bestemd voor u en mij nu, en het is van levensbelang dat u het BEGRIJPT!

Lees in uw eigen bijbel vers 28 tot en met 35. In zijn droom had deze koning een groot beeld gezien, groter dan welk door mensen opgericht beeld ook. Het was zo enorm groot dat het ook in een droom angstaanjagend was. Het hoofd ervan was van zuiver goud, de borst en armen waren van zilver, de buik en dijen van koper, de benen van massief ijzer, en de voeten van een mengsel van ijzer en leem.

De tijd speelde ook een rol. Nebukadnezar had het beeld gadegeslagen totdat er uit de hemel een bovennatuurlijke STEEN kwam die het beeld aan de voeten trof. Daarop brak het gehele beeld in stukken en werd door de wind weggeblazen — het verdween! Vervolgens werd de STEEN op wonderbaarlijke wijze groter tot hij al spoedig een grote BERG was geworden die de gehele aarde vulde!

Wat betekende dat? Had het wel een betekenis? Ja, want dit was van God. In tegenstelling tot gewone dromen werd deze droom door God veroorzaakt teneinde aan Nebukadnezar de boodschap van Gods soevereiniteit over te brengen, en, daar het deel uitmaakt van het geschreven Woord van God, aan ons, om belangrijke feiten van het WARE EVANGELIE te openbaren!

"Dit is de droom", zei Daniël (vers 36), "en de uitlegging daarvan zullen wij de koning zeggen."

Hier volgt dan GODS uitlegging. Het is beslist niet de interpretatie van Herbert W. Armstrong. De mens behoort de Bijbel niet te interpreteren. De Bijbel geeft ons GODS EIgen INTERPRETATIE! Deze is:

"Gij, O koning, koning der koningen [hij was de eerste werkelijke WERELDHEERSER over een wereldrijk], aan wie de God des hemels het koningschap, macht, sterkte en eer geschonken heeft ..." God openbaarde zich aan deze menselijke werelddictator als de ALLERHOOGSTE Heerser over alles.

Evenals deze Chaldeeuwse koning schijnen de mensen God niet als MACHTHEBBER te zien, als het Opperwezen dat REGEERT, als het REGERINGSHOOFD. De Eeuwige openbaarde zich door Daniël aan Nebukadnezar — en door de Bijbel aan u en mij — als een SOEVEREIN, ALMACHTIG en regerend GOD, die moet worden gehoorzaamd!

"Gij", vervolgde Daniël tegen deze menselijke koning, "zijt dat gouden hoofd. Doch na u zal een ander KONINKRIJK ontstaan, geringer dan het uwe; en, weer een ander, een derde KONINKRIJK, van koper, dat heersen zal over de gehele aarde" (vers 37-39).

Wat is een koninkrijk?

Het gaat hier dus over KONINKRIJKEN, koninkrijken die het bewind voeren over de volken der aarde. Het gaat hier over regeringen, niet over etherische gevoelens "in het hart van de mens". Het gaat niet over kerken. Het gaat over regeringen die het BESTUUR en GEZAG uitoefenen over MENSELIJKE naties hier op aarde. Dit is heel precies. Men kan hier niet verkeerd begrijpen wat er met het woord "KONINKRIJK" wordt bedoeld.

Ook de interpretatie kan niet verkeerd worden begrepen. GOD geeft zijn eigen interpretatie door middel van de profeet Daniël. Het grote beeld vertegenwoordigde nationale en supranationale REGERINgen — reële, letterlijke KONINKRIJKEN.

Het vertegenwoordigde een opeenvolging van wereldrijken. Eerst kwam het hoofd van goud. Dat stelde Nebukadnezar en zijn koninkrijk voor, het Chaldeeuwse Rijk. Na hem — later in de tijd — zou er een tweede KONINKRIJK komen, daarna een derde "dat HEERSEN zal over de gehele aarde": een wereldrijk.

Voorts vertegenwoordigden de benen van ijzer (vers 40) een vierde wereldrijk. Het zou sterk zijn als ijzer, m.a.w. militair sterker dan zijn voorgangers. Maar, al werden de metalen harder en sterker, de opeenvolgende rijken zouden moreel en geestelijk achteruitgaan, evenals zilver van minder waarde is dan goud, koper dan zilver en ijzer dan koper. De twee benen wijzen erop dat het vierde rijk verdeeld zou zijn.

Na het Chaldeeuwse Rijk kwam het nog grotere Perzische Rijk, daarna het Macedonische Rijk, en ten vierde het Romeinse Rijk, dat uit twee delen bestond, met Rome en Constantinopel als hoofdsteden.

Lees nu vers 44 en zie met eigen ogen in uw eigen bijbel hoe God hier in duidelijke taal uitlegt WAT HET KONINKRIJK VAN GOD IS:

"Maar in de dagen van die koningen ..." Het gaat hier over de tien tenen deels van ijzer en deels van broos leem. Gekoppeld aan de profetieën van Daniël 7 en Openbaring 13 en 17, verwijst dit naar de nieuwe VERENIGDE STATEN VAN EUROPA die zich voor uw ogen uit de EG-landen bezig zijn te vormen! Openbaring 17:12 preciseert dat het een unie van tien KONINgen OF KONINKRIJKEN zal zijn die (Openbaring 17:8) een herleving van het oude ROMEINSE RIJK zullen teweegbrengen.

Let dus nauwkeurig op de tijdfactor: "In de dagen van die koningen" — in de dagen van deze tien landen of landengroepen die in onze tijd voor een korte periode het Romeinse Rijk zullen doen herleven. Let op wat er dan zal gebeuren:

"... zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan ... het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid."

In onze tijd!

Hier worden dus VIER wereldrijken beschreven — de enige vier die ooit hebben bestaan. Openbaring 17 laat zien dat er na de val van het oorspronkelijke Romeinse Rijk ZEVEN herlevingen zouden komen die zouden worden gedomineerd door een heidense KERK: de "dochter" van het oude BABYLON — een kerk die beweert christelijk te zijn, maar die door God "GEHEIMENIS: het grote BABYLON" wordt genoemd — of duidelijker gezegd: DE BABYLONISCHE MYSTERIËNRELIGIE!

Zes van deze herlevingen zijn gekomen en voorbijgegaan. De zevende is zich nu bezig te vormen — de laatste, kortstondige herleving van het Romeinse Rijk door tien Europese landen of groepen van landen. Deze zijn de tien tenen van ijzer vermengd met leem.

In hun dagen — en deze zullen slechts van zeer korte duur zijn, misschien niet meer dan twee tot drieëneenhalf jaar — zal de GOD DES HEMELS een Koninkrijk OPRICHTEN.

Dit zal dan HET KONINKRIJK VAN GOD zijn!

Vergelijk dit met Openbaring 17. Daar wordt een kerk beschreven, geen kleine kerk, een GROTE kerk. Zij heerst over "vele wateren" (vers 1) die in vers 15 verschillende volken met verschillende talen worden genoemd. Zij doet zich voor als de Kerk van GOD — waarvan de Bijbel zegt (Efeziërs 5:23; Openbaring 19:7; Mattheüs 25:1-10, etc., etc.) dat zij de verloofde "bruid" van CHRISTUS is, die bij Christus' wederkomst een geestelijk HUWELIJK met Hem zal aangaan.

Deze kerk echter heeft ontucht gepleegd. Hoe? Door een directe politieke verbintenis met MENSELIJKE REGERINgen van DEZE WERELD te hebben! Zij "zat op" (zie Openbaring 17:3) alle zeven herlevingen van het Romeinse Rijk, het zogeheten "Heilige Roomse [of Romeinse] Rijk". Zij HEERSTE OVER de menselijke koninkrijken, zoals een ongehuwde vrouw over haar minnaar heerst — een volstrekt onnatuurlijke en ongoddelijke verhouding.

Zij zal daarom ook "zitten op" deze laatste "kop van het Beest" — deze laatste heroprichting van het Romeinse Rijk. Dit zal een unie van kerk en staat zijn. Ze zal slechts zeer korte tijd bestaan. Ze zal TEgen CHRISTUS STRIJDEN bij ZIJN WEDERKOMST! Dat zal haar EINDE betekenen.

Op het ogenblik zien wij het proces van deze herleving in volle gang. Daarom zijn wij DICHT bij de komst van Christus! Wij zijn nu zeer dicht bij het EINDE van deze wereld!

Wanneer Christus komt, komt Hij als KONING der koningen op aarde regeren (Openbaring 19:11-16); en ZIJN KONINKRIJK — het Koninkrijk van God — zal, aldus Daniël, aan alle koninkrijken van deze wereld een EINDE maken.

Openbaring 11:15 geeft het als volgt weer: "Het koningschap over de wereld is gekomen AAN ONZE HERE EN AAN ZIJN GEZALFDE, en Hij zal als KONING heersen tot in alle eeuwigheden."

Dit is HET KONINKRIJK VAN GOD. Het betekent het EINDE voor de huidige regeringen — de regeringen van Rusland, China, Japan, Italië, Duitsland, ja, ook van de Verenigde Staten en van de Britse naties. Ze zullen dan de koninkrijken, de REGERINGEN, van JEZUS CHRISTUS worden, die dan KONING der koningen van de gehele aarde is.

Dit maakt het volkomen DUIDELIJK dat het KONINKRIJK VAN GOD een letterlijke REGERING is. Zoals het Chaldeeuwse Rijk een KONINKRIJK was, en het Romeinse Rijk, zo is het KONINKRIJK VAN GOD ook een rijk, waarvan de REGERING het bestuur van de VOLKEN van de wereld zal overnemen.

Jezus Christus werd GEBOREN om KONING, om MACHTHEBBER, te zijn!

Toen Hij voor Pilatus terechtstond vroeg deze aan Hem: "Zijt Gij dus toch een koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen". Jezus zei evenwel ook tot Pilatus: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld" (Johannes 18:37, 36). Zijn Koninkrijk is van DE WERELD VAN MORGEN!

Hebt u niet gelezen wat de engel vóór de geboorte van Jezus aan Maria, zijn moeder, bekendmaakte? Jezus zei tot Pilatus dat Hij was geboren om KONING te worden. De engel van God zei tot Maria: "... gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam JEZUS geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de TROON van zijn vader David geven, en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal GEEN EINDE nemen" (Lukas 1:31-33).

Deze bijbelteksten zeggen u duidelijk dat GOD de opperste HEERSER is. Ze zeggen u in de duidelijkste taal dat Jezus werd geboren om KONING te zijn, dat Hij OVER ALLE NATIES OP AARDE ZAL REGEREN, en dat zijn Koninkrijk eeuwig zal bestaan.

Dit alles is echter maar een deel van de fantastische, verbazingwekkende en in feite ONTSTELLENDE WAARHEID over het KONINKRIJK VAN GOD.

Het KONINKRIJK VAN GOD zal regeren over de mensen en volkeren van deze aarde. Maar deze sterfelijke mensen en volkeren zullen niet het Koninkrijk zijn en zelfs niet in het Koninkrijk van God zijn. Zij zijn slechts degenen OVER WIE ZAL WORDEN GEREGEERD.

Wij moeten nog te weten komen UIT WAT of WIE het Koninkrijk van God is samengesteld. Kunt u persoonlijk ooit deel uitmaken van dit Koninkrijk?

Men kan het binnengaan

In Jezus' dagen wisten de godsdienstleiders dat Hij een leraar was die door God met GODS WAARHEID was gezonden. Zij brandmerkten Hem als een valse profeet, een ketter en een oproerkraaier. Toch wisten zij dat Hij de stem van GOD was!

Een der Farizeeën, Nicodemus, die een gezaghebbende functie onder de Joden bekleedde, kwam 's nachts heimelijk met Jezus spreken.

"Rabbi," zei deze Farizeeër, "wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar" (Johannes 3:2). Ja, wij Farizeeën, zei hij, weten dat. Hij zei niet: "Ik weet het." Hij zei: "Wij weten het" — wij Farizeeën. Zij wisten dat Hij de WAARHEID sprak; toch verwierpen zij niet alleen die waarheid, zij kruisigden Jezus!

Jezus kwam meteen ter zake. Hij sprak tot Nicodemus over HET KONINKRIJK VAN GOD. Hij zei hem enige dingen die ook u dient te BEGRIJPEN.

"Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien" (Johannes 3:3). Het Koninkrijk van God is dus iets wat KAN worden gezien, maar alleen door degenen die zijn "wedergeboren". Anderen kunnen het niet zien! (Schrijf om ons gratis boekje Wat bedoelt u precies met wedergeboren?)

Hoe staat het echter met de KERK? Kan een zinnelijke mens die er geen aanspraak op maakt "wedergeboren" te zijn, EEN KERK ZIEN? Natuurlijk. Het Koninkrijk van God kan hij echter niet zien. Dat heeft JEZUS gezegd? Als u dus Jezus gelooft, kan de KERK het Koninkrijk van God niet zijn.

Zie verder: "Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan" (vers 5). Het Koninkrijk van God is iets wat men kan binnengaan. Maar alleen degene die "geboren wordt uit water en Geest" kan dat!

In het opstandingshoofdstuk van de Bijbel lezen wij: "Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet" (1 Corinthiërs 15:50). Het Koninkrijk van God is iets wat geen mens, bestaande uit vlees en bloed, kan binnengaan of beërven!

Gaan mensen van vlees en bloed de KERK binnen? Zo ja, dan kan de Kerk niet het Koninkrijk van God zijn, want het Koninkrijk van God is iets wat mensen van vlees en bloed niet kunnen binnengaan!

Wat is volgens u de "Kerk"? Is het een gebouw? Mensen van vlees en bloed kunnen gebouwen en kathedralen, die "kerken" worden genoemd, binnengaan en doen dat ook. Zijn het de bekeerde MENSEN? Mensen van vlees en bloed kunnen als lid toetreden tot een groep MENSEN die zich misschien de Kerk noemt. Vlees en bloed kunnen echter het Koninkrijk van GOD niet binnengaan — dus de KERK is het Koninkrijk van God niet!

In het hart van de mens?

Sommigen menen dat het Koninkrijk van God iets etherisch is, een sentimenteel gevoel in het hart van een mens. Indien dat zo is, dan zou het Koninkrijk van God een sterfelijke mens binnengaan. De Bijbel zegt echter duidelijk dat alleen mensen die niet meer van vlees en bloed zijn — maar die zijn opgewekt in een uit geest samengesteld lichaam — het Koninkrijk van God kunnen binnengaan. Het komt niet de mens binnen. De mens gaat het Koninkrijk binnen — nadat hij in heerlijkheid is opgewekt — als hij geen "vlees en bloed" meer is.

Is het de "god in u"? Absoluut niet. Het is niet iets waarmee een mens wordt geboren of wat ooit in een mens komt. Het is iets wat de mens kan binnengaan nadat hij is "wedergeboren".

Hoe staat het met het Britse Rijk? Ik ben ongeveer overal op de Britse Eilanden, in Canada en Australië geweest, maar de vele duizenden mensen die ik daar heb gezien, waren allen van vlees en bloed. Zij kwamen inderdaad het Britse Rijk binnen, maar in hun huidige staat van vlees en bloed kunnen zij het Koninkrijk van God niet binnenkomen. Het Britse Rijk kan dus evenmin het Koninkrijk van God zijn.

Iemand met een verkeerd begrip van de tekst stelt wellicht de vraag: "Heeft Jezus niet zelf gezegd dat het Koninkrijk Gods 'binnen ulieden' is?" In het 17e hoofdstuk van Lukas is vers 21 [in de Statenvertaling] FOUT VERTAALD, wat tot de veronderstelling heeft geleid dat het Koninkrijk van God een verheven gedachte of een gevoel of sentiment in de mens is.

In het hart van de Farizeeën?

Laten wij hier eens goed aandacht aan besteden. Ten eerste, realiseer u dat, als dat hier staat, het door alle andere teksten die ik u in dit boekje geef, wordt tegengesproken. Als de Bijbel zichzelf tegenspreekt, kunt u er niet in geloven, en dan zou er nog niets zijn bewezen.

Tot wie spreekt Jezus hier?

"En gevraagd zijnde van de Farizeeën, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, heeft Hij hun geantwoord en gezegd: Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat. En men zal niet zeggen: Ziet hier, of ziet daar, want, ziet, het Koninkrijk Gods is binnen ulieden" (Lukas 17:20-21; Statenvert.).

Hij sprak tot onbekeerde, vleselijk gezinde, hypocritische, leugenachtige Farizeeën: "... Hij [antwoordde] hun ..." De Farizeeën stelden Hem de vraag. Waren zij in de KERK? Nee, nooit! Als men denkt dat het Koninkrijk de KERK is, en het Koninkrijk was "binnen" de Farizeeën, was DE KERK dan in de Farizeeën? Zo'n veronderstelling is immers absurd.

Let nog eens op WAT JEZUS PRECIES ZEI. Vergeet niet dat de KERK nog niet was opgericht. Jezus zei niet: "Het Koninkrijk Gods zal worden opgericht in uw hart." Hij heeft niets gezegd van wat de mensen allemaal in dit vers leggen. Hij zei tot de Farizeeën: "Het Koninkrijk Gods is" — tegenwoordige tijd! Wat Hij ook zei dat het Koninkrijk is, Hij drukte het uit in de tegenwoordige tijd, niet in een toekomstige tijd.

Lukas noteerde deze woorden oorspronkelijk in het Grieks. De griekse woorden die hij schreef werden [in de Statenvertaling] vertaald met "binnen ulieden". Als u echter andere bijbelvertalingen bekijkt, zult u zien dat het wordt weergegeven als "bij u" (N. Vert.), of "midden onder u" (Vert. Prof. Brouwer). De context geeft aan dat dit inderdaad betere vertalingen zijn. Jezus sprak over zijn bewind of heerschappij als regeringshoofd.

Al deze vertalingen geven het in de tegenwoordige tijd weer.

Jezus sprak niet over een kerk die weldra zou worden georganiseerd. Hij sprak niet over gedachten of over gevoelens in het hart. Hij sprak over zijn HEERSCHAPPIJ als de Messias! De Farizeeën vroegen Hem niet naar een Kerk. Zij wisten niets van een nieuwtestamentische kerk die spoedig zou beginnen. Zij vroegen niet naar een prettig gevoel. Uit de profetieën van Daniël, Jesaja, Jeremia en anderen wisten zij dat hun Messias zou komen. Zij hadden echter de profetieën over zijn eerste verschijnen volkomen over het hoofd gezien: dat Hij als kind zou worden geboren, zou opgroeien en door hen zou worden verworpen en veracht, om als het "Lam Gods" voor de zonden van de mensheid te worden geslacht, zoals staat opgetekend in Jesaja 53. Zij hadden slechts oog voor de profetieën van zijn tweede komst als de allesoverwinnende en regerende KONING.

Maar ook deze profetieën hadden zij misvormd in hun gedachten. Zij verwachtten dat Hij als een zuiver Joodse Messias zou komen, om hen van de Romeinen te bevrijden, en de situatie zou omkeren zodat de Joden de meesters van de Romeinen zouden zijn. Zij verwachtten een begrensd Joods Koninkrijk, in slechts een klein deel van de wereld, met de Messias aan de macht en waarbij Hij hen over de Romeinen de baas zou laten spelen.

Zo zagen de Farizeeën uit naar het Koninkrijk van God. Zij hadden een verkeerd idee van het Koninkrijk van God, maar zij wisten tenminste wel dat het een BEWIND, een REGERING zou zijn.

Wereldregering

Jezus corrigeerde hen. Hij legde uit dat het geen plaatselijk of begrensd Koninkrijk voor uitsluitend de Joden zou zijn. Het zou niet slechts een van de vele menselijke en zichtbare koninkrijken zijn die men kan aanwijzen en zeggen: "Kijk, hier is het", of "dat daar is het Koninkrijk". Hijzelf werd evenwel geboren om de KONING van dat Koninkrijk te zijn, zoals Hij Pilatus duidelijk te kennen gaf (Johannes 18:36-37). In de Bijbel worden de woorden "koning" en "koninkrijk" als synoniemen gebruikt (zie Daniël 7:17-18, 23). De KONING van het toekomstige Koninkrijk stond op dat ogenblik in hun midden. En de wijze waarop Hij tot hen sprak, geeft precies aan wat Hij bedoelde — zoals diverse bijbelvertalingen ook weergeven.

In de volgende verzen ging Jezus verder met de beschrijving van zijn wederkomst, wanneer het Koninkrijk van God OVER DE GEHELE AARDE zal regeren. In Lukas 17:24, evenals in Mattheüs 24:27, wijst Hij op de bliksem om daarmee te beschrijven op welke wijze zijn wederkomst zal geschieden. Vers 26 geeft aan: zoals het in de dagen van Noach was, zo zal het ook zijn wanneer Christus met grote kracht en glorie komt als Wereldheerser. Vers 30 spreekt over de dag waarop Hij zal worden geopenbaard.

Het is duidelijk dat Jezus niet zei dat het Koninkrijk van God in die Christus-hatende, hypocritische Farizeeën was. Evenmin zei Hij dat de Kerk het Koninkrijk zou zijn.

Nu verder met de andere teksten en het zal heel duidelijk worden!

Jezus zei uitdrukkelijk dat die Farizeeën niet in het Koninkrijk van God zouden zijn. Hij zei tot hen: "Daar zal het geween zijn en het tandengeknars, wanneer gij [Farizeeën] Abraham en Isaak en Jakob zult zien en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar uzelf buitengeworpen. En zij zullen komen van oost en west en van noord en zuid en zullen aanliggen in het Koninkrijk Gods" (Lukas 13:28-29).

Het Koninkrijk van God is iets wat mensen zullen BINNENGAAN — ten tijde van de opstanding der rechtvaardigen! Toch is Abraham daar nog niet (zie Hebreeën 11:13, 39-40).

Het is nog niet gekomen

Maar, vraagt iemand misschien, heeft Jezus Christus niet gezegd dat het Koninkrijk van God "nabij" is? Ja, wij hebben dit aan het begin van dit boekje uit Markus 1:15 aangehaald. Dit heeft geleid tot een verkeerd begrip van wat Hij zei en van wat Hij bedoelde, en tot de veronderstelling dat het Koninkrijk van God nog tijdens Jezus' leven op aarde zou worden opgericht en gevestigd. Vandaar dat sommigen meenden dat het de Kerk was.

Jezus zei echter niet dat het Koninkrijk van God was opgericht, maar dat het nu werd verkondigd (Lukas 16:16). Hij zei niet dat het er al was. Jezus zelf corrigeerde deze misvatting. Als u het in uw eigen bijbel leest, gelooft u Jezus Christus dan? Of noemt u Hem een leugenaar en gelooft u de zogenaamd "christelijke" tradities van de mensen? Gelooft u DE BIJBEL?

Lees het dus in uw eigen bijbel. Jezus sprak "nog een gelijkenis uit, omdat ... zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond openbaar zou worden" (Lukas 19:11). WAAROM vertelde Jezus deze gelijkenis? Omdat sommigen, toen al, abusievelijk dachten dat het Koninkrijk onmiddellijk zou komen, en omdat sommigen dachten dat het DE KERK zou zijn!

Vervolgens vers 12: "Hij zeide dan: Een man van hoge geboorte trok naar een ver land om voor zich de koninklijke waardigheid in ontvangst te nemen en daarna terug te keren." Christus is die "man van hoge geboorte". Hij spreekt hier over zijn hemelvaart naar de troon van God, zijn Vader, in de hemel. Let erop dat Hij daarheen ging om (de leiding van) het Koninkrijk te ontvangen. Let er tevens op dat Hij zal terugkeren wanneer Hij het ontvangen heeft. Hij is nog niet teruggekeerd! Andere schriftgedeelten verklaren dit. Wij zullen ze later bekijken.

Verder: "En hij riep tien van zijn slaven en gaf hun tien ponden en zeide tot hen: Drijft handel, totdat ik terugkom. Doch zijn burgers haatten hem en zonden hem een gezantschap achterna met de boodschap: Wij willen niet, dat deze koning over ons wordt." De oorspronkelijke 12 stammen van Israël waren kort na de dood van koning Salomo in TWEE naties verdeeld. De natie Israël verwierp Salomo's zoon Rehabeam en stelde Jerobeam als koning aan. Zij maakten Samaria tot hun hoofdstad. De stam Juda scheidde zich echter van Israël af teneinde Rehabeam als koning en Jeruzalem als hoofdstad te behouden. Vervolgens sloot de stam Benjamin zich bij hen aan, evenals veel Levieten. Het noordelijke Koninkrijk werd toen bekend als de TIEN STAMMEN.

Nu werd Jezus Christus uit de stam Juda geboren. De belofte van de "scepter" — of koninklijke stam waaruit de Messias moest worden geboren — werd door God aan Juda geschonken. Als er bijgevolg wordt gezegd dat Christus "kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen", dan wordt er gesproken over zijn komst naar de Joden van het Koninkrijk JUDA, die in het Heilige Land woonden en nog steeds Jeruzalem als hoofdstad hadden. In die tijd waren de TIEN STAMMEN vanuit Assyrische ballingschap door Europa naar het noordwesten getrokken. Zij waren ver weg, hadden hun identiteit verloren en spraken een andere taal. Het was toen 700 jaar na hun ballingschap en verwijdering uit het Noordelijke Koninkrijk (Samaria).

Geen kerkelijke taal

De burgers van de man van hoge geboorte die hem verwierpen waren dus de Joden in Jeruzalem en in Palestina. En merk op dat Jezus hier spreekt over een KONINKRIJK dat een letterlijke REGERING is. Zijn burgers wilden Hem niet als KONING accepteren, zij weigerden Hem over hen te laten REGEREN. Hier wordt niet over KERKELIJKE zaken gesproken, hier wordt gesproken over zaken als de civiele overheid!

Zo wordt het duidelijk dat de tien slaven van de gelijkenis, aan wie Hij de tien ponden gaf, de TIEN STAMMEN vertegenwoordigen, die als de VERLOREN Tien Stammen bekend zijn geworden. Nadat de Joden Christus hadden verworpen, zond Hij zijn oorspronkelijke apostelen naar de "VERLOREN schapen van het HUIS ISRAËLS" — en de term "huis Israëls" is sinds de verdeling altijd van toepassing op het tienstammige koninkrijk — nooit op het Koninkrijk Juda, of, zoals het vaak wordt genoemd, het Huis Juda.

Vervolgen we met de gelijkenis, die werd verteld omdat sommigen dachten dat het Koninkrijk van God meteen, toen, in de eerste eeuw, zou komen: "En het geschiedde, toen hij terugkwam, nadat hij de koninklijke waardigheid verkregen had, dat hij die slaven, aan welke hij het geld gegeven had, bij zich liet roepen om te weten, wat ieder met zijn handel bereikt had" (vers 15). Wanneer Christus terugkeert, zullen wij allen voor de rechterstoel van Christus worden geroepen — om verantwoording af te leggen!

Let nu op wat in vers 17 staat: degene die tien ponden verdiend had kreeg GEZAG OVER STEDEN: "Heb gezag over tien steden"! Tot degene die vijf ponden had verworven, zei hij: "En gij, wees heer over vijf steden".

Dit gaat over de WEDERKOMST VAN CHRISTUS, en over het delegeren van gezag aan heiligen die in dit christelijke tijdperk, tussen de eerste en tweede verschijning van Christus op aarde, zijn bekeerd.

Deze gelijkenis werd dus verteld om ons duidelijk te maken dat het Koninkrijk van God een letterlijke REGERING is, die BIJ DE WEDERKOMST VAN CHRISTUS zal worden opgericht — en niet eerder! De KERK kan dus onmogelijk het Koninkrijk van God zijn. Wel zal de ware Kerk van God, door een opstanding en ogenblikkelijke verandering van sterfelijkheid in onsterfelijkheid, tot het Koninkrijk van God worden getransformeerd. De Kerk zal, wanneer al haar leden onsterfelijk zijn gemaakt, het Koninkrijk van God WORDEN. Nu is zij het Koninkrijk nog niet!

Heiligen zullen regeren

Lees nu de beschrijving van hoe Christus daadwerkelijk het gezag voor de LEIDING van het Koninkrijk ontvangt. Hij is de man van hoge geboorte die naar de hemel ging om dit koningschap te aanvaarden en terug te keren.

Wij hebben reeds gezien hoe de profeet Daniël de oprichting beschreef van het Koninkrijk van God dat, bij de wederkomst van Christus, alle dan bestaande nationale regeringen op aarde zal verteren en een wereldregerend Koninkrijk zal worden. Dit staat in het tweede hoofdstuk. Lees nu hoofdstuk zeven:

"Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een mensenzoon [Christus]; hij begaf zich tot de Oude van dagen, en men leidde hem voor deze" (vers 13). Jezus noemde zich in Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes steeds "de Zoon des mensen". Christus voer op de wolken ten hemel (Handelingen 1:9). Hij voer op naar de troon van God in de hemel (Markus 16:19).

"En Hem werd gegeven heerschappij, en eer, en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natiën en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden" (Daniël 7:14; Statenvert.).

Dat is duidelijk! Christus is opgevaren naar de troon van God in de hemel. God is Heerser over het gehele universum. Dit visioen toont de Almachtige God, Vader van de opgestane, levende Christus, die heerschappij aan Christus verleent. Heerschappij betekent soevereiniteit of oppergezag. Bovendien werd Hem een "Koninkrijk" gegeven. Waar zal dat Koninkrijk zijn? Er staat: "het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natiën en tongen [talen] eren zouden". De volken en naties die verschillende talen spreken, bevinden zich hier op aarde. Hij ontvangt gezag over ALLE VOLKEN — over de hele wereld!

Het belangrijke woordje "tot"

Lees nu Handelingen 3:21. Daar staat dat de hemel Jezus Christus moet ontvangen TOT — dus niet permanent, maar tot een bepaald tijdstip. Tot wanneer? Tot de tijden van de WEDEROPRICHTING aller dingen. Wederoprichten betekent herstellen in een voormalige staat of toestand. Dit gaat over het herstellen van Gods wetten, van Gods regering — het herstellen van geluk en universele VREDE.

In het zevende hoofdstuk van Daniël had de profeet een droom en visioenen. Hij zag vier wilde dieren. Zie vers 16; de interpretatie, GODS geïnspireerde interpretatie, niet de mijne, begint met vers 17: "Die grote dieren, die vier, zijn vier koningen die uit de aarde zullen opkomen; daarna zullen de heiligen des Allerhoogsten het KONINGSCHAP ontvangen, en zij zullen het koningschap bezitten tot in eeuwigheid, ja, tot in eeuwigheid der eeuwigheden" (Daniël 7:17-18).

Dus niet alleen Christus zal regeren, maar ook de heiligen: bekeerde ware christenen, zij die als kinderen van God zijn verwekt. Zij zullen het Koninkrijk ontvangen en bezitten! Zij zullen onder en met Christus regeren! In het Nieuwe Testament staat dat bekeerde heiligen medeërfgenamen van Christus zijn!

In ditzelfde zevende hoofdstuk geeft Daniël uitleg over nog een andere macht. Het vierde dier in zijn droom — het vierde rijk (het Romeinse Rijk) — werd uitgebeeld als een dier met tien horens, die hier en in Openbaring 13 en 17 worden uitgelegd als tien herlevingen van het Romeinse Rijk na de oorspronkelijke val ervan in 476 n.Chr. Onder deze tien horens kwam — na 476 — nog een kleine horen op: een godsdienstig koninkrijk, dat in feite de laatste zeven van de tien "horens" of herlevingen van het Romeinse Rijk overheerst (vers 20).

Lees nu over deze "kleine horen", het religieuze koninkrijk, in vers 21: "Ik zag, dat die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overmocht, TOTDAT [weer een "tot"] de Oude van dagen kwam en recht verschaft werd aan de heiligen des Allerhoogsten en de tijd naderde, dat de heiligen het koningschap in bezit kregen."

De heiligen — die dan niet meer mensen van vlees en bloed, maar onsterfelijke wezens zijn — zullen bij de wederkomst van Christus het Koninkrijk ontvangen!

Jezus Christus maakt dit duidelijk, want het is Christus die spreekt in Openbaring 3:21 en 2:26-27: "Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon." De troon van de Vader is in de hemel, waar Jezus Christus nu is; maar Christus' troon, waarop de heiligen met Hem zullen zitten, is de troon van David, in Jeruzalem (Lukas 1:32).

Verder: "En wie overwint en mijn werken tot het einde toe bewaart, hem zal Ik macht geven over de heidenen; en hij zal hen hoeden met een ijzeren staf ..."

Het tijdstip niet bekend

Na zijn opstanding en vlak voor zijn hemelvaart legde Jezus aan zijn discipelen op de Olijfberg uit hoe zij op de naderende Pinksterdag de inspirerende, tot God verwekkende KRACHT van de heilige Geest zouden ontvangen.

Zijn discipelen wilden weten of het Koninkrijk van God in die tijd zou worden opgericht. De KERK zou op die Pinksterdag worden opgericht. Was die KERK dan de oprichting van het Koninkrijk?

"Here," vroegen zij, "herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?"

Opnieuw maakte Jezus duidelijk dat de Kerk niet het Koninkrijk is.

"Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen" (Handelingen 1:7-9).

De opdracht die Hij aan de KERK gegeven had was aan de gehele wereld zijn Evangelie te verkondigen. Zij zouden de heilige Geest ontvangen die hen als heiligen — als christenen — zou verwekken en in Gods KERK zou plaatsen. Dit zou hen bezielen met de kracht om de opdracht van de Kerk uit te voeren. Dit was echter NIET de oprichting van het Koninkrijk van God. Daarvan zouden zij het tijdstip niet weten.

Wat bedoelde Jezus precies met: "Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten"? Hij had dit al een andere keer uitgelegd. In Mattheüs 24:36 sprak Hij over het einde van deze wereld en over zijn wederkomst:

"Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen." Hij zei dus dat van zijn wederkomst en de oprichting van het Koninkrijk niemand het tijdstip weet dan alleen de Vader.

Hoewel wij ook nu de dag of het uur niet weten, weten wij wel, uit Gods profetieën, dat het vandaag zeer nabij is! Zie wat er in Lukas 21:25-32 staat: Hij had de wereldgebeurtenissen voorspeld die zich op het ogenblik beginnen af te spelen en die zullen leiden tot "radeloze angst onder de volken" en tot wereldoorlogen, waarin "de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen" — wereldproblemen die nooit eerder zijn voorgekomen. "Wanneer gij dit ziet geschieden, [moet gij] weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is. Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat alles geschiedt."

De twee mogelijkheden

Deze wereldproblemen begonnen in 1914 met de Eerste Wereldoorlog. Toen kwam er een pauze van 1918 tot 1939. Wij bevinden ons nu in een tweede pauze, al was er de zogeheten "koude oorlog". Maar nu hebben wij tenslotte nucleaire energie. Wij hebben waterstofbommen in voorraad van zo'n kracht en volume dat ze al het menselijk leven verscheidene keren van deze planeet kunnen wegvagen. Er bestaan bovendien nog twee andere destructieve wapens die elk voor zich de mensheid van de aardbodem kunnen verdelgen.

Tegenwoordig zeggen wereldbekende geleerden dat alleen een superwereldregering kan voorkomen dat de wereld "cosmocide" of universele zelfmoord pleegt. Toch kan en wil de MENS niet samenwerken om een dergelijke wereldregering te vormen.

Het is tijd dat wij het harde, koude en realistische FEIT onder de ogen zien: voor de mensheid zijn er twee mogelijkheden: ofwel er bestaat een Almachtige GOD die op het punt staat in te grijpen en HET KONINKRIJK VAN GOD op te richten om met bovennatuurlijke en supranationale macht heerschappij te voeren over alle volken teneinde ons VREDE te brengen; ofwel al het menselijk leven wordt uitgeroeid (Mattheüs 24:22).

Als de misleide godsdienstijveraars, die denken dat de KERK het Koninkrijk van God is, gelijk hadden, en er komt geen bovennatuurlijke en almachtige WERELDREGERING die het Koninkrijk van God is, dan is de mensheid absoluut zonder HOOP. Al het menselijk leven loopt gevaar te worden vernietigd.

Maar let op wat Jezus Christus zei!

Kunt u JEZUS CHRISTUS GELOVEN?

Waar ligt uw vertrouwen: in het Woord van God, of in heidense, loze, misleidende leerstellingen die ten onrechte als "christelijk" worden bestempeld, en die zijn overgeërfd als "christelijke traditie" en volgens welke de KERK het Koninkrijk van God is, of het Koninkrijk slechts een nietszeggend, oppervlakkig, ongrijpbaar gevoel "in ons hart" is? Het is tijd dat u te weten komt wie de valse profeten zijn, en WIE het ware Woord van God getrouw uitdraagt!

Deze "historische" boekjes worden u in deze vorm als dienstverlening gratis ter beschikking gesteld door
de Kerk van de Grote God

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)