Is er een ECHT HELLEVUUR?

Door David Jon Hill (1932-2003)
1973

Een vooraanstaand protestants theoloog zei enkele jaren geleden: "Het valt te betwijfelen of er vandaag nog veel ontwikkelde protestanten zijn die in 'hemel' en 'hel' als letterlijk bestaande plaatsen geloven ..." Niettemin is de hel voor ettelijke miljoenen mensen een angstaanjagende realiteit! Bestaat er werkelijk een hel, een echt hellevuur, een werkelijke kwelling? Wat zegt de Bijbel erover?

AAN het eind van de 20e eeuw, in een tijd waarin de mensheid over meer kennis van een gegeven onderwerp lijkt te beschikken dan ooit tevoren in de loop der geschiedenis, heerst er meer verwarring en doen er meer verknipte ideeën en bijgeloven de ronde over dit "brandende vraagstuk" van de hel dan ooit eerder het geval was! Godloochenende atheïsten en bekrompen geleerden verklaren op luide toon dat zij zelfs niet in het bestaan van God geloven, laat staan in een hemel of een hel. Aan de andere kant zijn er de godsdienstig ingestelde mensen die, ter wille van dogma of omdat het met hun rechtsgevoel strookt, geloven dat er inderdaad een eeuwig brandend, nietverterend, maar voortdurend pijnigend hellevuur is dat degenen wacht die hun Christus niet beleden hebben.

Deze oprechte maar misleide mensen staan erop dat Gods boodschap aan de mensheid eruit bestaat dat als iemand gedurende zijn toegemeten levensperiode van ongeveer 70 jaar Christus niet aanneemt en liefheeft, de Eeuwige God in de hemel, die alwijs, liefdevol en barmhartig is, deze ongelukkige van eeuwigheid tot amen met onvoorstelbare en verschrikkelijke pijnen in het eeuwig brandende vuur van de hel zal bezoeken — allemaal vanwege een zondig leven van 70 jaar.

Veel mensen beweren dat dit de krácht van het Evangelie is! Dat als u het goede nieuws, het Evangelie, ontdoet van de hellestraf en het eeuwige lijden, niemand de rest van Gods leer zou aannemen. De hel wordt in hun blijde boodschap van het Evangelie het oord waar God wraak neemt op "zondaars". Als dat zo was en alle regeringen van deze wereld het voorbeeld van deze "alwijze" God zouden moeten volgen, dan zouden misdadigers, in plaats van opgesloten of ter dood gebracht, gefolterd moeten worden!

Zij die Gods vertegenwoordigers op aarde beweren te zijn, van eerbiedwaardige geestelijken tot straatpredikers toe, willen allemaal dat u nú kiest of u de eeuwigheid in de hemel of in de hel denkt door te brengen! Hier worden twee dingen zonder meer aangenomen: ten eerste dat iedereen NU een keuze moet doen; en ten tweede dat de eeuwigheid in de hel zal worden doorgebracht.

De bron van waarheid!

Waarheen kunnen wij ons wenden om de echte waarheid hierover te ontdekken? Indien er een eeuwig brandend, folterend hellevuur is dat de God des hemels in petto heeft voor degenen die tegen Hem zondigen, dan behoort elk van ons daar de bijzonderheden van te weten te komen!

Bezit de wetenschap het antwoord? Heeft iemand op wetenschappelijke wijze de hel gadegeslagen, onderzocht, gevoeld of geroken, haar geobserveerd in al haar facetten van afgrijselijke folteringen, om daarna terug te keren en verslag uit te brengen over het bestaan en de toestand ervan?

Nee! De wetenschap heeft het antwoord niet!

Een encyclopedie kan u alleen maar zeggen wat mensen door de eeuwen heen over de hel hebben gedacht!

De enige bron die met werkelijk gezag over dit onderwerp spreekt is het Woord van God! "Uw woord is de waarheid" (Johannes 17:17). De Bijbel is de enige bron die met absoluut GEZAG over dit onderwerp spreekt — een onderwerp dat buiten het gebied der wetenschap ligt — en toch stemt de wetenschap, voor zover haar kennis met betrekking tot overleden mensen strekt, geheel en al in elk detail met de Bijbel overeen.

In plaats van te proberen ons er een voorstelling van te maken hoe de hel er mogelijkerwijs uit ziet, laten we ons direct tot Gods Woord wenden en erachter komen wat God te zeggen heeft. We moeten de Bijbel geheel en al zichzelf laten uitleggen en niet onze verbeeldingskracht met betrekking tot welk onderwerp dan ook de vrije teugel laten — we moeten werkelijk alle dingen onderzoeken! De leerstelling over de hel die deze wereld ons voorlegt, beoogt, door middel van je reinste vrees, u te dwingen het Evangelie aan te nemen. Dit is evenwel niet de Geest van God, want Gods Woord zegt: "Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht, en der liefde, en der gematigdheid" (2 Timotheüs 1:7).

De waarheid uit Gods eigen Woord is in overeenstemming met Gods Geest van ware liefde, maar doet niettemin niets af van Gods kracht!

De keus die God ieder individueel voorhoudt en waar alles om draait, is te vinden in de vaak aangehaalde, maar weinig begrepen "gouden tekst" van de Bijbel, Johannes 3:16. "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe." Aan de ene kant zegt God dat indien u het zoenoffer van Zijn eniggeboren Zoon aanneemt, u het eeuwige leven zúlt hebben. Aan de andere kant, als u niet de Heiland aanneemt die voor u stierf, dan moet u "verderven" — doodgaan!

Wat heeft de hel hiermee te maken? Wat is de hel eigenlijk? Wáár is de hel? Wie gaat er naar de hel? Hoe lang blijft men in de hel? Kunt u de hel verlaten?

Wat is de hel?

De hedendaagse christen verkeert in een staat van verwarring, omdat men hem óf zegt dat er in de Bijbel niet bedoeld wordt wat er staat óf dat waar het woord "hel" voorkomt in de Bijbel, dit een vurige hel betekent voor de eeuwigdurende foltering van de verdoemden. Het Woord van God laat duidelijk zien dat er meer dan één soort van hel is.

In de Statenvertaling komen drie verschillende Griekse woorden voor, die elk een andere betekenis hebben, maar alle drie als "hel" vertaald zijn.

Het Griekse woord HADES betekent eenvoudig "put" of "graf". "Hel" is een Oudnederlands woord "afgeleid van helen, 'verbergen', dus betekent eigenlijk 'de plaats, waar de doden begraven zijn'" (Etymologisch Woordenboek van dr. J. de Vries). Er moet nu eenmaal een plaats zijn voor de overledenen, een plaats die we allemaal kennen, het graf. Indien de mensen, zodra ze sterven naar de hemel of naar de hel gaan, dan zou er niet in Gods Woord staan: "Want David is NIET opgevaren in de hemelen" (Handelingen 2:34) en: "Gij mannen broeders, het is mij geoorloofd vrijuit tot u te spreken van de patriarch David, dat hij BEIDE GESTORVEN EN BEGRAVEN IS, en zijn graf is onder ons tot op deze dag" (Handelingen 2:29).

Ten tijde dat Petrus zijn eerste geïnspireerde preek hield op die Pinksterdag van het jaar 31 n.Chr. — 50 dagen nadat Christus voor de eerste keer naar de Vader in de hemel was opgevaren vanuit deze zelfde "hel" — zei hij dat de patriarch David nog steeds in de hel was!

Laten we dit toch goed begrijpen!

"Want Gij zult mijn [Davids] ziel in de hel niet verlaten, noch zult Uw Heilige [Jezus Christus] overgeven, om verderving [ontbinding] te zien" (Handelingen 2:27). In uw Nieuwe Testament wordt hier Psalm 16:10 aangehaald, waar David profeteerde van Christus' komst, van Zijn kruisdood, begrafenis en verblijf in het graf, de "hel" — maar dat Zijn verblijf in het graf niet lang genoeg zou zijn om "verderving", d.w.z. ontbinding, te ondergaan. Nadat Christus was opgewekt, bleef David evenwel in zijn graf, in een staat van volkomen ontbinding en op dat tijdstip uit niets anders dan stof bestaande.

Door dit vers met het Oude Testament te vergelijken zien we dat deze hades-hel van het Nieuwe Testament dezelfde is als de sjeool-hel van het O.T. Gods Woord beschrijft deze hel zeer duidelijk. Het is slechts het graf waar iedereen heengaat na zijn dood. Het is niet "het dodenrijk" in die zin dat de geesten van de overledenen in een duistere grot ergens in het hart der aarde ronddolen, maar het is slechts de rustplaats waar allen die gestorven zijn een wederopstanding verwachten. Dat is de reden waarom de triomfale Psalm in 1 Corinthe 15 wordt aangehaald, waar staat: "... Hel [hades], waar is uw overwinning?" (vers 55.) Allen die overleden en tot stof vergaan zijn, zullen uiteindelijk opgewekt worden — sommigen tot eeuwig leven, anderen ten oordeel. Deze hades-hel zal geen eeuwige greep uitoefenen op degenen die daar slechts voor een tijd verblijven.

De beschrijving van deze hel wordt niet aan het voorstellingsvermogen van de mens overgelaten, maar wordt duidelijk aangegeven. "Alles wat uw hand vindt om te doen, doe dat met uw macht; want er is geen werk, noch verzinning, noch wetenschap, noch wijsheid in het graf [sjeool — hades — hel], waar gij heengaat" (Prediker 9:10).

Uw Bijbel beschrijft het als een uitgesproken doods oord! Letterlijk en figuurlijk "uitgestorven"! Hoe zou u anders het graf willen omschrijven?

"De levenden weten tenminste, dat zij sterven moeten, maar de doden weten niets; zij hebben geen loon meer te wachten, zelfs hun nagedachtenis is vergeten. Zowel hun liefde als hun haat en hun naijver zijn reeds LANG VERGAAN" (Prediker 9:5-6, N. Vert.). Gods Woord windt er geen doekjes om. Het graf, de "hel", waarheen u of wie dan ook gaat na overlijden, is een plaats waar zich noch fysieke noch mentale activiteiten van welke aard dan ook afspelen. "Gaat zijn adem [van de mens] uit, dan keert hij weder tot zijn aarde, te dien dage VERGAAN ZIJN PLANNEN"! (Psalm 146:4, id.)

Elk wetenschappelijk experiment dat uitgevoerd en volledig geobserveerd kan worden, bevestigt deze bijbelse uitspraken. Maar verder reikt de wetenschap niet in de hulp die zij ons geven kan. Dit is de enige hel waar de wetenschap kennis van draagt.

Geestelijken proberen met deze hades-hel verwarring te stichten door toe te geven dat het inderdaad het graf betekent, maar gaan dan verder met uit te leggen dat alleen het lichaam naar het graf gaat, terwijl de ziel zich ergens anders heen begeeft. Zo'n dogma kan nergens in Gods Woord bewezen worden. (Schrijf om ons gratis boekje Heeft u een onsterfelijke ziel?). In Gods Woord staat duidelijk dat David, niet Davids lichaam, én gestorven én begraven is en zich niet in de hemel bevindt! En als David er niet is, dan is beslist niemand anders er.

Een andere hel

Het tweede Griekse woord dat als "hel" werd vertaald, is tartaros. Het komt slechts éénmaal in de Bijbel voor. "Want indien God de engelen, die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar, die in de hel geworpen hebbende ..." (2 Petrus 2:4). Het woord dat hier erg vrij vertaald werd als "hel", is geen plaats maar een toestand of gesteldheid. Het slaat op de beperking die God die engelen heeft opgelegd die tegen Hem in opstand waren gekomen en Satan de duivel waren nagevolgd. Deze uitdrukking — tartaros-helwordt nooit met betrekking tot de mens gebruikt.

Toen Satan en zijn duivels in opstand kwamen tegen God, plaatste Hij hen in "hechtenis" (op dezelfde manier als de hedendaagse autoriteiten verdachten in een huis van bewaring opsluiten) tot het tijdstip van hun oordeel (Judas 6).

De wetenschap heeft deze tartaros-hel nooit geobserveerd! Geestelijken weten niet wat ze eraan hebben! Maar Gods waarheid hierover is heel eenvoudig!

De ECHTE hel

Het Griekse woord gehenna duidt op een plaats van straf. Gehenna, eigenlijk geben-hinnom, het z.g. Hinnomdal, ligt even ten zuiden van Jeruzalem, waar afval, vuilnis, dierenkadavers en lijken van misdadigers werden geworpen om opgebrand te worden. Het was een gemeentelijke vuilnisbelt en er brandde voortdurend een vuur om de vuilnis die er werd gestort te verbranden. Jezus Christus en Zijn discipelen en apostelen na Hem gebruikten dit woord steeds wanneer zij op die "hel" doelden waar zondaren VERBRAND ZULLEN WORDEN! Gehenna-hel is synoniem met de poel des vuurs waar degenen die zich niet willen bekeren, aan het einde der tijden in geworpen zullen worden. Dit is de enige hel in de Bijbel die met vlammen of vuur gepaard gaat. Geen ondergrondse spelonken in het binnenste der aarde komen ter sprake. Met betrekking tot deze gehenna worden in Gods Woord geen ruimten gevuld met ijs beschreven, waar de voeten van mensen uitsteken die gekieteld worden door bezeten duivels. Het wordt nooit beschreven als een vuur waarin de verdoemden leven, maar een vuur waarin de verdoemden DOODGAAN!

Het gebruik van de twee belangrijkste woorden in het Grieks, die in de Statenvertaling als "hel" zijn vertaald, wordt hier uitgelegd: "En de dood en de hel werden geworpen in de poel des vuurs; dit is de tweede dood. En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in de poel des vuurs" (Openbaring 20:14-15). Het woord dat in vers 14 als "hel" vertaald werd, is "hades", het graf. Het graf zelf en degenen die niet bevonden werden in het boek des levens geschreven te zijn, zullen in de poel des vuurs geworpen worden — gehenna-hel. Hierdoor wordt het graf ontruimd — hades-helen het zal ophouden te bestaan; geen doden zullen er dan ooit meer in begraven worden. Zij zullen verbrand worden.

Spreken deze teksten elkaar tegen?

Ondanks het feit dat het onderwerp "hel" in de Bijbel duidelijk wordt besproken, zijn er toch veel mensen die andere uit hun verband gelichte teksten aanhalen als zogenaamd bewijs dat God de hel gebruikt om verdoemden een nimmer aflatende foltering te doen ondergaan, terwijl anderen weer andere teksten aanhalen als bewijs dat de hel het middel is dat God gebruikt om de goddelozen met lichaam en ziel te vernietigen!

Spreekt de ene tekst de andere tegen? Nee! Gods Woord zegt duidelijk: "... de Schrift kan niet gebroken worden"! (Johannes 10:35). Hoe kan dan één groep teksten een andere uitrangeren? Het antwoord hierop is dat het ONMOGELIJK is — eerlijk waar!

Het is de gewoonte van hen die teksten over dit onderwerp citeren, slechts een gedeelte van de verzen die op het onderwerp slaan te gebruiken — zij geven er een verkeerde uitleg aan. Door subtiele halve waarheden, sprekende afbeeldingen en het aan de man brengen van graag gehoorde — geen bijbelse — leringen, kluisteren zij de christenheid in banden van redeloze angst of beledigen zij de intelligentie van ontwikkelde mensen zodanig dat het onderwerp voor dezen volkomen ongeloofwaardig wordt!

Hoe staat het met de rijke man en de arme Lazarus?

We mogen niet een overgeleverde of door ons gewenste uitleg aan een bepaald bijbelgedeelte geven — "geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging" (2 Petrus 1:20) — maar elk schriftgedeelte wordt geïnterpreteerd door en in het licht van andere teksten! Laten we eens enkele van de bekendste verzen over dit onderwerp bekijken en ze in het licht van Gods eigen Woord BEGRIJPEN — laten we eens nagaan wat ze wérkelijk zeggen!

Het zestiende hoofdstuk van Lukas wordt allerwegen aangehaald door hen die geloven in een hellevuur dat een eeuwigdurende kwelling is.

Wanneer u dit hoofdstuk nauwgezet leest, vanaf vers 19 tot en met vers 31 — de gehele gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus — dan zult u bemerken dat er in het gehele verhaal geen sprake is van tijdsverloop!

Het lot van de rijke man

Laten we nu eens zien, wat er met de rijke man gebeurde en wanneer!

Jezus zei van hem: "En de rijke stierf ook, en werd begraven" (Lukas 16:23). Jezus zei niet dat de rijke man op dat moment onmiddellijk naar een eeuwig brandende hel werd gebracht. Hij zei niet dat het lichaam van de rijke man begraven werd en hij zelf onmiddellijk in een brandende hel geworpen werd. Nee, Jezus zei dat de rijke man stierf en dat de rijke man begraven werd.

Nu kan men toch moeilijk beweren dat wanneer iemand geworpen wordt in een enorme grote brandende oven (zoals een denkbeeldige hel beschreven wordt), dit een begrafenis genoemd kan worden! Iemand is niet begraven, tenzij hij bedolven is.

Mensen worden begraven in een graf en bedolven met aarde. Maar de denkbeeldige hel die door Dante Alighieri uitgedacht was, wordt nooit uitgebeeld als een begraafplaats! Deze rijke man stierf en werd begraven! Ja, hijzelf werd begraven, niet een "omhulsel", waarin hij gewoond had. DIT ZEI CHRISTUS — lees het in uw Bijbel! De rijke MAN werd begraven!

Wat voor een hel?

Verder in vers 23 zegt Christus: "En toen hij in de hel zijn ogen ophief ..."

De rijke man was dus toch in een plaats die "hel" heette, terechtgekomen, waar of niet? En in deze plaats "hief hij zijn ogen op". Zijn ogen waren gesloten geweest tijdens de periode dat hij dood was en nu kwam de tijd dat zij geopend werden. Hij "hief zijn ogen op"!

Wat voor een "hel" is dit?

Hoe verbijsterend het ook mag klinken, de rijke man werd begraven in dezelfde soort "hel" als waarin Christus begraven werd! Ja, Christus stierf en werd begraven in de "hel"!

Tijdens die eerste geïnspireerde preek, op de dag dat de nieuwtestamentische Kerk begon, zei Petrus: "Zo heeft hij [David], dit voorziende, gesproken van de OPSTANDING van Christus, dat Zijn ziel niet is verlaten IN DE HEL, noch Zijn vlees verderving heeft gezien" (Handelingen 2:31).

Het meest gebruikelijke Griekse woord voor de uitdrukking "hel" werd hier door Lukas gebruikt, n.l. hades. En hades betekent het graf zoals we reeds gezien hebben!

Dit is de "hel" waarin Jezus begraven werd — de "hel" waaraan Hij niet werd overgelaten — de graftombe waaruit Hij werd OPGEWEKT! En deze hades was ook de "hel" waarin de rijke man werd begraven!

Wat is deze vlam?

Maar wanneer hij opgewekt wordt, ziet hij een vlam die hem pijnigt. Wat is dit voor iets?

Nu sprak Jezus bij andere gelegenheden van verderving en vernietiging in "gehenna-VUUR". Wat is dat? Het wordt beschreven in Openbaring 20:14-15 als de "poel des vuurs".

De Bijbel beschrijft overal het uiteindelijke lot van de goddelozen als een verbranding door vuur. Deze "poel des vuurs" is "de tweede dood" waarvan geen opstanding meer mogelijk is! De STRAF bestaat uit een vuurdood! Zij blijven voor eeuwig DOOD! Deze dood is voor alle eeuwigheid — EEUWIGE STRAF — géén eeuwigdurende bestraffing!

De rijke man opent zijn ogen in zijn graf en ZIET Abraham met Lazarus in zijn schoot — een innige verhouding! Lazarus zal met Abraham delen in de aan deze aartsvader gedane beloften. Ja, Jezus had de Farizeeën reeds gezegd dat zij Abraham, Izak en Jakob in het Koninkrijk zouden zien en dat zij zelf zouden worden buitengesloten! De rijke man ziet hen! Hij ziet ook die verschrikkelijke vuurzee — de POEL DES VUURS, waarin hij op het punt staat voor eeuwig vernietigd te worden! Hij is door angst verlamd!

Wat gebeurt er als iemand plotseling verlamd van angst is? Zijn mond wordt droog, zijn tong kleeft aan zijn gehemelte!

De rijke man schreeuwt in zijn mentale doodsstrijd: "Vader Abraham, ontferm u mijner, en zend Lazarus, dat hij het uiterste van zijn vinger in water dope, en verkoele mijn TONG; want ik lijd smarten in deze vlam".

Als de rijke man nu in de "hel" was waarin de meeste mensen schijnen te geloven, dan zou zijn gehele lichaam in brand staan. Zou u niet denken dat hij in dat geval op z'n minst een hele emmer water had gevraagd om het vuur te doven?

Maar wat staat er?

Om hoeveel water vroeg hij? Hij zei tot Abraham: "... Zend Lazarus, dat hij het uiterste van zijn vinger in water dope". Al het water waarom hij vroeg, bestond uit slechts een paar druppels! Doet dat u niet buitengewoon vreemd aan?

Waarom vroeg hij om water? Voor het blussen van de gehele "hel" — een hel waarvan men u wil laten geloven dat hij zich daarin bevond? O nee! Hij verlangde alleen maar een paar druppels water aan Lazarus' vinger. Waarvoor? Om "ZIJN TONG TE VERKOELEN"! Dat was wat de rijke man zei! Lees het met uw eigen ogen in uw eigen Bijbel!

Hij zei dat hij smarten leed in deze vlam. Deze woorden in vers 24 en 25 zijn een vertaling van het oorspronkelijke Griekse woord odunasai. Het betekent: 1) pijn veroorzaken, pijn lijden, smart; afgeleid van odune — lichamelijke pijn, maar ook: 2) geestelijke pijn, leed, smart.

Natuurlijk! Deze rijke man opent zijn ogen in zijn graf in een wederopstanding. Hij wordt opgewekt met een STERFELIJK lichaam, net zoals hij had vóór hij stierf — niet onsterfelijk zoals Lazarus! Hij ziet de "poel des vuurs". Hij wéét nu welk verschrikkelijk en onontkoombaar lot hem te wachten staat — hij zal verbrand, totaal vernietigd worden! Hij staat doodsangsten uit als nooit eerder in zijn leven. ZIJN TONG IS UITGEDROOGD. Het koude zweet breekt hem uit. Hij schreeuwt om een klein beetje water aan de top van Lazarus' vinger TER VERKOELING VAN ZIJN TONG! Hij bevindt zich nu in de toestand van GEWEEN en KNERSING DER TANDEN!

Het laatste hellevuur

Lees wat Christus precies heeft gezegd, niet wat de "zwavel en vuur"-predikers zeggen! Heeft Christus gezegd dat deze rijke man nimmer aflatend en voor eeuwig zou lijden — voor altijd blijven branden, in brand staan — en toch nooit zou opbranden? Zei Hij dat? Natuurlijk niet! Met geen woord wordt er hier gerept over hoelang zijn marteling zou duren.

Jezus zei deze dingen tot de Farizeeën (vers 14). Wat wilde Hij hen met deze beschouwing over Lazarus en de rijke man duidelijk maken? Jezus beantwoordt deze vraag voor ons in Lukas 13:27-28, waar Hij tot diezelfde Farizeeën zei: "Wijkt van Mij af, alle gij werkers der ongerechtigheid! Aldaar zal zijn geween en knersing der tanden, wanneer gij zult zien Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar ulieden buiten uitgeworpen." Ja, zij allen zullen onder precies dezelfde omstandigheden komen te verkeren als deze rijke man! Jezus gebruikt hem als een illustratie om de Farizeeën te laten zien, wat hen zelf te wachten staat! Zij zullen buitengeworpen worden in de POEL DES VUURS, die hen met wortel en tak zal verteren, zoals de Schrift zegt! (Maleachi 4:1, 3.)

De goddelozen zullen in de poel des vuurs geworpen worden! Wanneer zij hun ogen openen in de wederopstanding zullen zij wéten dat zij gedoemd zijn in de poel des vuurs verbrand te worden!

In zijn geestelijke en lichamelijke kwelling schreeuwde deze rijke man om hulp, omdat hij wist, wat hem nu te wachten stond! Hij wist dat hij schuldig was! Wanneer een man zich van zijn schuld bewust wordt en oog in oog staat met een rechtvaardige maar verschrikkelijke vergelding, is het allereerste gedeelte van het lichaam dat hierdoor getroffen wordt de tong, die uitdroogt en in brand lijkt te staan!

Onsterfelijke wormen?

In Markus 9:48 treffen we een opzienbarende uitspraak aan. Hierin spreekt Christus over een worm die "niet sterft". Wie heeft er ooit over onsterfelijke wormen gehoord? Wat bedoelde Christus hiermee?

Sommige mensen denken dat Jezus mensen als wormen aanduidde en dat Hij probeerde te zeggen dat deze "mensen" nooit stierven, maar steeds verder bleven leven onder afgrijselijke martelingen. Degenen die dit zeggen, hebben niet bemerkt dat Christus de goddeloze mensen niet "wormen" noemt, maar in plaats daarvan spreekt over hún worm. De lexicons definiëren het Hebreeuwse (Jesaja 66:24) en het Griekse (Markus 9:48) woord, dat als "worm" vertaald werd, als een soort larve of made. Deze woorden doelen in geen geval op een mens. Christus leerde hier niet de onsterfelijkheid van mensen óf wormen!

In werkelijkheid waarschuwde Jezus Zijn toehoorders ervoor dat zij die "ergernis geven", in het "hellevuur" geworpen zouden worden. Jezus doelde op gehenna als een type van de tweede dood in de "poel des vuurs" die de goddelozen ten deel zal vallen.

Gehenna, of het Hinnomdal, lag buiten Jeruzalem, weet u nog wel, en was een plaats waar afval, vuil en de lijken van dieren en verachte misdadigers geworpen werden. Kwam er nu iets, in het bijzonder een lijk, op een rotsrichel boven de vuren terecht, dan werd het al spoedig vergeven van vele wormen of maden, die in leven gehouden werden door het dierlijke en plantaardige afval dat daar werd neergeworpen.

Het waren deze wormen waar Christus het over had toen Hij zei: "Hun worm sterft niet". Maar Christus bedoelde niet dat iedere afzonderlijke worm eeuwig bleef leven!

Dezelfde vermelding van wormen vinden we in Jesaja 66:24. Ook hier zien we dat het geïnspireerde woord een gewone larve of made betekent. Deze wormen of larven voeden zich voor een paar dagen op de lijken en ontpoppen zich daarna als vliegen. Zodoende "sterven" deze wormen niet, maar blijven zich ontpoppen als vliegen net als alle andere gezonde wormen! De vliegen blijven net zo lang hun eieren leggen als er lijken of andere afval is waar larven van kunnen leven. Let er ook op dat er in dit vers duidelijk staat dat de mensen het zullen zien — dit heeft niet plaats in het centrum van de aarde, ergens verborgen in één of ander gat in de grond.

Een duidelijke en aandachtige herlezing van dit vers (vers 24), laat verrassend genoeg zien dat hier geen sprake is van lévende mensen, maar van de "DODE LICHAMEN der lieden, die tegen Mij overtreden hebben" — zij leven niet en zijn zich niet bewust van enig lijden!

Voor eeuwig gekweld?

Veel mensen worden door Openbaring 20:10 in de war gebracht, gedeeltelijk door een verkeerde vertaling en gedeeltelijk omdat zij de Bijbel de Bijbel niet laten verklaren. "En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid."

Het woord "zijn" in het zinsgedeelte dat spreekt over het beest en de valse profeet staat niet in de originele Griekse tekst. Het is slechts een bijvoeglijke bijzin die de poel des vuurs nader aanduidt, níet de toestand van deze twee personen. Deze verkeerde vertaling die zou laten uitkomen alsof het beest en de valse profeet nog steeds in de poel des vuurs zijn op het ogenblik dat de duivel en zijn demonen in deze vuurzee geworpen worden, brengt de mensen op een dwaalspoor. Volgens de chronologie van het boek Openbaring waren zowel het beest als de valse profeet levend in de poel des vuurs geworpen aan het begin van Gods duizendjarige regering op aarde (Openbaring 19:20). Door gewoon te lezen wat God zegt wat er gebeurt wanneer sterfelijke mensen in het vuur geworpen worden, kunnen we nagaan dat zij zullen verbranden en opgaan in rook (Psalm 37:20). Daarom behoort deze bijzin in Openbaring 20:10 als volgt vertaald te worden: "alwaar het beest en de valse profeet WAREN". Van de Nederlandse vertalingen is de Lutherse Vertaling de enige die het zo weergeeft.

Door gewoon de regels der grammatica toe te passen zult u zien dat het woordje "zij" in het laatste gedeelte van deze zin "en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid", op de duivel en zijn demonen slaat, die het onderwerp van deze hele zin zijn. Ja, Gods Woord zegt duidelijk dat Satan de duivel en al zijn demonen dag en nacht in alle eeuwigheid gekweld zullen worden. Hun pijniging zal eeuwig duren. Maar dit vuur niet. Het zal slechts duren zolang er brandbare stoffen aanwezig zijn om verteerd te worden. Satans' pijniging zal echter eeuwig aanhouden als een mentale kwelling die het gevolg is van te moeten zien hoe alles waarnaar hij gestreefd en waarvoor hij gewerkt en geïntrigeerd heeft, verbrandt wanneer de aarde door vuur gelouterd wordt!

Wat is dit eeuwige vuur?

In Mattheüs 25:41 zegt Jezus: "Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk de duivel en zijn engelen bereid is". Jezus laat hier duidelijk zien dat het eeuwige vuur voor Satan en zijn engelen bereid was. Maar God toont ook aan dat de mensen die uiteindelijk ongeschikt bevonden worden om eeuwig te leven en die de gift van LEVEN niet zullen ontvangen — iets dat zij níet in zichzelf hebben — ook in deze zelfde poel des vuurs geworpen zullen worden zoals in vers 46 staat (N. Vert.): "En dezen zullen heengaan naar de eeuwige STRAF" (Gr. Kolasis). Deze allerlaatste straf die zondaars ondergaan is eeuwige DOOD door vuur. Het is geen eeuwigdurende bestraffing! Als zij eenmaal verbrand zijn en dood zijn, zullen zij voor altijd dood blijven — dit maakt de straf eeuwig!

Wanneer deze mensen in de poel des vuurs geworpen worden dan is dit, volgens Gods definitie — de definitie van de Bijbel — een eeuwige, altijddurende DOOD waarvan nooit een opstanding is: dit is "de tweede DOOD"! "Maar de vreesachtigen, en ongelovigen, en gruwelijken, en doodslagers, en hoereerders, en tovenaars, en afgodendienaars, en al de leugenaars [d.w.z. al degenen die Gods wetten tegen beter weten in blijven breken, die in de zonde volharden], hun deel is in de poel, die daar brandt van vuur en sulfer; hetwelk is [volgens Gods eigen definitie] DE TWEEDE DOOD" (Openbaring 21:8).

Rook die in alle eeuwigheden opstijgt

Is het vers: "En de rook van hun pijniging gaat op in alle eeuwigheid ..." (Openbaring 14:11), in tegenspraak met het schriftgedeelte dat zegt: "En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen van uw voeten ..."? (Maleachi 4:3.)

Let erop dat Openbaring 14:8 het TIJDSTIP van vers 11 aangeeft. Het spreekt van de ophanden zijnde val van "Babylon".

Vers 9 en 10 luiden: "... Indien iemand het beest aanbidt en zijn beeld, en ontvangt het merkteken ... hij zal gepijnigd worden met vuur en sulfer ... voor het Lam" — ten tijde van Christus' wederkomst!

Degenen die deel uitmaken van dit "Babylonische" systeem en deze verschrikkelijke straf van de Almachtige God ontvangen, zullen "geen rust dag en nacht" hebben zolang zij verblijven in dat land waarop Gods toorn komt! Zij zullen óf dit gebied moeten ontvluchten en om Gods genade vragen óf door de sulferrook gekweld blijven worden.

Let er wel op dat dit schriftgedeelte niet zegt dat deze mensen voor altijd in een eeuwigbrandende hel gemarteld zullen worden. In vers 11 staat: "De ROOK van hun pijniging gaat op in alle eeuwigheid ..." Het is de rook die in alle eeuwigheid opstijgt. Er staat niet dat het vuur in alle eeuwigheid brandt, maar dat de rook die daar al is, voortdurend opstijgt! Dit gebeurt zelfs nu: telkens wanneer een vuur uitgebrand is, blijft de rook ervan nog in de lucht hangen!

Dit vuur bevindt zich op de oppervlakte van de aarde, niet in een of andere verafgelegen "hel"!

In Maleachi 4:3 staat dat de as van de goddelozen zich uiteindelijk onder de zolen van de rechtvaardigen zal bevinden. De Bijbel leert dus duidelijk dat vlees en bloed aan verbranding en dood onderhevig zijn. De goddelozen zullen voor altijd as zijn als de aarde eenmaal verbrand is. De goddelozen zullen vernietigd worden en zullen díe dood sterven — de tweede dood — waaruit nooit meer een opstanding zal zijn (Openbaring 20:14-15).

Het onuitblusbaar vuur

"En indien uw hand u ergert, houwt ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur"! (Markus 9:43 — zie ook Mattheüs 18:8-9 waar hetzelfde onderwerp behandeld wordt.)

Betekent dat "voor altijd branden" en nooit "verbranden"? Neem eens de volgende proef. Leg een stuk papier in een pan en steek het aan met een lucifer.

Blus dat vuur nu niet uit!

Doof het niet — want dat is de betekenis van "uitblussen". Het papier zal nu heel gauw opbranden. Leg het nu op de grond neer en stap erop. Nu is het enkel nog maar as onder de zool van uw voet — precies zoals de Bijbel duidelijk zegt dat de goddelozen zullen zijn! In Jeremia 17:27 waarschuwt God de joden dat Jeruzalem verbrand en het vuur niet uitgeblust zou worden, tenzij zij zich bekeerden. In Jeremia 52:13 leest u het verslag van de brand van Jeruzalem. Dat vuur werd niet uitgeblust! Het is evenmin nog steeds aan het branden. Het is van zichzelf helemaal uitgebrand.

Een voorbeeld van hellevuur

God laat het antwoord op deze vragen niet aan menselijke redenaties over zodat de mens met zijn eigen ideeën naar voren zou komen. In een strenge waarschuwing aan degenen die moesten terugkeren naar het geloof dat eens overgeleverd was, gaf God door Zijn dienstknecht Judas, een uitstekend voorbeeld van de uitwerking van EEUWIG VUUR! "Gelijk Sodom en Gomorra, en de steden rondom dezelve, die op gelijke wijze als deze gehoereerd hebben, en ander vlees zijn nagegaan, tot EEN VOORBEELD voorgesteld zijn, dragende de straf van het EEUWIGE VUUR"! (Judas 7.)

De steden Sodom en Gomorra werden gestraft met eeuwig vuur, maar branden deze steden nu nog steeds hoewel zij niet verteerd worden?

Natuurlijk niet!

"Eeuwig vuur" betekent een vuur waarvan de resultaten blijvend en eeuwig zijn. Sodom en Gomorra werden nooit herbouwd!

Het vuur dat Sodom en Gomorra in de as legde, ging vanzelf uit. De duidelijkheid van Gods Woord is buiten kijf. Al degenen die volharden in hun opstand tegen Hem, zonder berouw te tonen, zullen verbrand worden als houtkrullen in een uiterst reëel hellevuur!

Waarom maakt God gebruik van gehenna-hel?

Gods plan voor het behoud der mensheid omvat 7000 jaar. Gedurende 6000 jaar hiervan heeft God de mens toegestaan zijn eigen weg te gaan, beïnvloed door zijn eigen denken en ook geleid door de ingevingen van Satan. De mens heeft elke methode waar hij maar op kon komen aangewend om zichzelf te regeren en vrede, geluk, gezondheid en welzijn teweeg te brengen, maar is hier te enen male niet in geslaagd! Door de eeuwen heen heeft God een paar enkelingen uitgekozen, die Hij uit deze wereld heeft geroepen om Zijn plan te verwezenlijken, zich te bekeren van hun levenswijze die in strijd is met Zijn wetten en hun levenswijze te richten naar Gods wil.

Wanneer Jezus Christus nog tijdens het leven van de meeste mensen die dit lezen op aarde terug zal keren, zal Hij voor het eerst in de geschiedenis der mensheid een begin maken met de gehele wereld, d.w.z. alle mensen die dan op aarde in leven zijn, te behouden. Hij zal hun hetzelfde behoud aanbieden dat Hij in het verleden heeft aangeboden aan slechts een paar enkelingen, die Hij uit deze wereld geroepen heeft. Vervolgens, aan het einde van deze duizendjarige heerschappij, zullen allen die in het verleden gestorven zijn, maar nog nooit de kans gekregen hebben de ware Christus en diens ware Evangelie te kennen, opgewekt worden en hun éne gelegenheid ontvangen te gehoorzamen, en door de kracht van Gods heilige Geest Zijn Koninkrijk binnen te gaan!

Iedereen die ooit geleefd heeft of leeft zal op het een of andere tijdstip een helder inzicht en een ontvankelijk hart en verstand hebben om een leven te leiden van zichzelf overwinnen met behulp van Gods heilige Geest en te streven Gods Koninkrijk binnen te gaan.

Er zullen echter, evenals dat in het verleden het geval is geweest, enkele mensen zijn die te enen male REBELLEREN tegen het doen van Gods wil, die zich koppig zullen blijven verzetten tegen gehoorzaamheid aan Zijn wetten, dat er niets met hen te beginnen valt. Dit zijn degenen waarover God in Zijn Woord spreekt als zij die een zonde begaan hebben die niet vergeven zal worden (Mattheüs 12:31-32).

In Zijn grote liefde heeft God het besluit genomen dat deze mensen volkomen uit de wereld geholpen moeten worden — er moet een einde aan hun bestaan gemaakt worden! Er staat ronduit: "Want het loon, dat de zonde geeft [het overtreden van Gods wet, het leven strijdig met het wezen van het leven], is de DOOD [het ophouden van leven]" (Romeinen 6:23, N. Vert.).

Opdat niemand wat God hiermee bedoelt in twijfel zou trekken, sprak Hij zich beslist uit: "Ziet, alle zielen [Hebr.: levende wezens] zijn Mijn; gelijk de ziel van de vader, alzo ook de ziel van de zoon, zijn Mijn; de ziel, die zondigt, die zal sterven" (Ezechiël 18:4). Aangezien God dit zó belangrijk vond, was Hij er niet tevreden mee dit slechts eenmaal te zeggen, maar herhaalde het opdat er geen twijfel aan zou bestaan dat "de ziel, die zondigt, die zal sterven" (vers 20).

Gods belofte aan alle mensen is leven of dood! Niet leven of leven!

God is er zich van bewust dat de mensen zwak zijn, dat ze geneigd zijn hun menselijke natuur te volgen. Hij heeft de poel des vuurs niet uitgedacht ten einde daar mensen mee te pijnigen, maar slechts om hen van de aardbodem weg te vagen. Omdat Hij weet dat deze mensen niet kunnen voortgaan te leven op de manier die zij willen, omdat zij zich alleen maar ellende, pijn en leed zouden bezorgen gedurende alle eeuwigheden indien Hij hen toestond te blijven leven, daarom maakt God genadiglijk een eind aan hun leven. En zelfs hierin schept God geen behagen: "Want Ik heb geen welgevallen aan de dood van wie sterven moet, luidt het woord van de Here Heer; daarom bekeert u, opdat gij leeft" (Ezechiël 18:32, N. Vert.). God wenst niemand in deze poel des vuurs te werpen! Maar hun die volharden in een leven in strijd met de wetten van het leven, zal door deze handeling genadig het leven ontnomen worden.

"Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de wederspannigen zal VERTEREN" (Hebreeën 10:26-27, id.).

Dit is de reden waarom we in Gods Woord kunnen zien dat hellevuur NIET gebruikt wordt om elke individuele persoon te dwingen Jezus Christus als zijn persoonlijke Heiland aan te nemen — het is geen bedreiging van pijn en een eeuwigdurende bestraffing die de genadige en almachtige Eeuwige God degenen boven het hoofd houdt die weigeren naar Zijn Evangelie te luisteren, maar een laatste oordeel, een verwijderen van die mensen die Hem verwerpen nadat zij tot de kennis van Zijn waarheid zijn gekomen.

Het moment dat iemand echt angst voor een echt hellevuur krijgt, komt nadat hij willens en wetens heeft gezondigd tegen de kennis van Gods waarheid waar zijn verstand toegankelijk voor was gemaakt!

God is liefde en rechtvaardigheid!

De voornaamste reden waarom zoveel mensen en organisaties van mensen een verkeerd denkbeeld over de "hel" hebben, is dat zij de leerstelling over de hel beschouwen als iets op zichzelf staands. Zij verzuimen te zien naar het allesomvattend oogmerk dat God had toen Hij de mens op deze aarde plaatste en hem de gave van eeuwig leven aanbood, indien hij gehoorzaam was of eeuwigdurende straf (geen bestraffing) voor óngehoorzaamheid.

God schiep de mens naar Zijn eigen beeld en gelijkenis (Genesis 1:26). In de hof van Eden onthulde Hij de mens de weg die zou leiden naar eeuwig leven. Vervolgens zei Hij tot de mens dat als hij de verkeerde weg zou opgaan — het eten van de vrucht van de boom wat God verboden had — dit naar de dood zou voeren (Genesis 2:17). Maar Satan, de vader van de leugen (Johannes 8:44), zei tot de vrouw: "Gij zult geenszins sterven" (Genesis 3:4, N. Vert.).

De mens heeft deze leugen — dat hij inherent onsterfelijk is — sindsdien altijd geloofd!

Het ligt in Gods bedoeling heilig, rechtvaardig karakter in de mens te ontwikkelen, dat hem geschikt zal maken eeuwig leven te hebben. God gaf aan de Israëlieten Zijn geboden, opdat het hun en hun kinderen voor altoos wel mocht gaan! (Deuteronomium 5:29.)

Gods raadsbesluiten zijn altijd gericht op het welzijn van de mens. Het zijn geen willekeurig ontworpen verordeningen die God ingesteld heeft om het een of andere excuus te hebben de mensen in de vlammen te kunnen werpen! Waar halen de mensen dergelijke ideeën over God vandaan? Zeker niet uit de Bijbel! God schiep de mens naar Zijn eigen beeld opdat de mens tot het punt zou kunnen worden gebracht waar God hem de kostbare gift van eeuwig leven zou kunnen toevertrouwen. Let erop dat God Adam en Eva aan de ene kant het leven en aan de andere kant de dood voorhield.

Als de mens verkiest tegen God in opstand te komen en het God onmogelijk maakt hem eeuwig leven toe te vertrouwen — wetend dat de mens misbruik van dit leven zou maken — dan is het beste wat God kan doen, de mens te laten sterven. Dan is de koppige, zondige mens niet in staat door zijn verkeerde handelwijze zichzelf en andere mensen nog meer ellende te berokkenen. Hij zal dan gewoon ophouden te bestaan en zich niet meer kunnen bemoeien met het geluk van anderen, die waardig bevonden werden om eeuwig leven te ontvangen.

Dit is precies wat er naar Gods zeggen met Adam en Eva zou gebeuren als zij ongehoorzaam zouden zijn! Door de gehele Bijbel heen wordt de nadruk gelegd op eeuwig leven als beloning voor gehoorzaamheid, en de dood — EEUWIGE DOOD — voor ongehoorzaamheid.

Alleen dít is in overeenstemming met de Bijbel en met Gods plan en oogmerk — en met Zijn karakter van alles overtreffende liefde! Niettemin zal God, omdat Zijn liefde zo oneindig groot is, iemand het leven niet ontnemen wegens onwetendheid of zwakheid, maar wel omdat iemand willens en wetens weigert Zijn Schepper te gehoorzamen.

De waarschuwing van het hellevuur zou een ernstige waarschuwing moeten zijn voor degenen die Gods waarheid kennen en nog altijd weigeren eraan te gehoorzamen! Het zou ons tot het nuchtere besef moeten brengen dat, tenzij we ons aan Gods wil en aan Zijn weg van liefde overgeven en niet toelaten dat iets ons van Hem afhoudt, God ons voor altijd het leven dat Hij ons gegeven heeft, zal ontnemen!

Deze "historische" boekjes worden u in deze vorm als dienstverlening gratis ter beschikking gesteld door
de Kerk van de Grote God

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)