Leven na de dood?

Door Herbert W. Armstrong (1892-1986)
1980

Heeft u een ONSTERFELIJKE ZIEL? Weten de doden wat de levenden doen? Maakt zelfmoord aan alles een einde? Zult u vrienden en familieleden ooit weer ontmoeten? Zijn zij die gestorven zijn naar de hemel of naar de hel gegaan?

WAAROM DOET MEN ZO MYSTERIEUS over het leven na de dood? Waarom bestaan er zoveel opvattingen bij zoveel verschillende religies? Hoe kunnen we het te weten komen? Kunnen we God geloven? Adam en Eva deden het niet. Weinig mensen geloofden Christus, d.w.z. weinig mensen geloofden wat Hij zei. Zouden we God kunnen geloven — als Hij iets tegen ons zou zeggen?

Meer dan vijftig jaar geleden zei ik tegen mijn vrouw: "Ik weet dat er in de Bijbel staat: 'Gij zult de zondag houden'." "Hoe weet je dat?" vroeg zij. "Heb je het gelezen?"

"Nee, maar ik weet dat het erin staat, want al die christelijke kerken halen hun godsdienst immers uit de Bijbel en allemaal houden ze de zondag."

"Waarom zoek je het niet eens op en laat het me zien?" daagde ze mij uit.

Ik kon het echter niet vinden.

Bij toeval las ik in Romeinen 6:23: "Het loon, dat de zonde geeft, is de dood ..." "Wacht eens even!" riep ik verwonderd uit. "Op de zondagsschool hebben ze me altijd geleerd dat het loon voor de zonde onsterfelijk leven is en niet de dood — eeuwig leven in de hel." Daarna las ik de rest van het vers: "... maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven ..."

"Is dat even wat!" riep ik nog verbaasder uit. "Ik dacht dat ik al eeuwig leven had. Ik ben toch een onsterfelijke ziel?"

Ik had de kerk en de zondagsschool verlaten toen ik achttien was, maar ik was opgevoed in een respectabele christelijke kerk. Ik werd nieuwsgierig. Eens had ik de predikant horen zeggen: "De Bijbel zegt dat wanneer we allen naar de hemel gaan ..." Ik las toevallig dat Jezus zei: "Niemand is opgevaren naar de hemel". Na het lezen van nog een paar duidelijke bijbelse uitspraken, begon ik te geloven dat zelfs de kerken van tegenwoordig niet geloven wat Jezus heeft gezegd.

Ja, ruim vijftig jaar geleden werd mijn geest gereinigd van alle vroegere leer, veronderstellingen en ideeën met betrekking tot God. Ik bewees toen dat de oorspronkelijke tekst van de Bijbel onfeilbaar is geïnspireerd.

Ik had gelijk te geloven wat God in zijn Woord zegt.

Wat zegt de Bijbel over het leven na de dood? Is er ooit iemand gestorven die in feite een leven na de dood ervaren heeft en die ons zou kunnen bewijzen en uitleggen wat dat voor leven is?

Het antwoord is ja. Jezus Christus zelf is gestorven en was dood, maar Hij is opgestaan uit de doden en werd door velen gezien — o.a. door zijn discipelen die drieëneenhalf jaar lang voor zijn dood en 40 dagen na zijn opstanding met Hem samen waren geweest. Zij verkondigden ook luid en duidelijk dat zij ooggetuigen waren van zijn leven na de dood.

In 1 Korinthe 15:22-23 kunt u lezen: "Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden [na de dood]. Maar ieder in zijn eigen rangorde ..."

Het vijftiende hoofdstuk van 1 Korinthe is het "opstandingshoofdstuk" van de Bijbel. Het behandelt de opstanding ten leven, na de dood. Er is echter in Gods grote plan een bepaalde volgorde van opstandingen.

Lees nu verder: "Christus als eersteling — [dit is meer dan 1900 jaar geleden gebeurd], vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; daarna het einde ..." (vers 23-24).

Later wordt er meer gezegd over de opstanding van degenen "die van Christus zijn" — de door de Geest verwekte christenen. Maar hoe staat het met de anderen?

Dezelfde allen die in Adam sterven, "zullen ook in Christus ... levend gemaakt worden" — door een opstanding uit de doden. Vers 23: "... die van Christus zijn bij zijn [tweede] komst" — nu zeer aanstaande — in onze huidige generatie. "Daarna het einde" (vers 24). De bijzonderheden over de opstanding van anderen, de overgrote meerderheid van allen die ooit geleefd hebben, staan elders opgetekend.

In Openbaring 20 treffen we nog twee opstandingen aan.

Eerst, in vers 4, de opstanding van de heiligen die van Christus zijn en die duizend jaar met Christus op aarde zullen leven en regeren. Satan zal verwijderd zijn (vers 1-2), maar de overige doden zullen pas na die duizend jaar weer tot leven komen (vers 5). Vervolgens, te beginnen met vers 11:

"En ik zag een grote witte troon en Hem, die daarop gezeten was, voor wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden. En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon [de tweede opstanding], en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het boek des levens; en de doden werden geoordeeld ... naar hun werken."

Dit zal wat aantal mensen betreft verreweg de grootste opstanding zijn. Dit zijn de miljarden mensen die afgesneden van God hebben geleefd en toen niet werden geoordeeld.

De Bijbel is in wezen het boek over het volk Israël. De opstanding van al degenen uit dit volk die niet eerder tot geestelijk behoud waren geroepen, staat opgetekend in Ezechiël 37.

De profeet Ezechiël wordt in een visioen meegevoerd en in een dal vol beenderen geplaatst. In vers 11 staat dat God hem vertelde dat deze beenderen "het gehele huis Israëls" waren. Zij — deze skeletten — zeiden in het visioen: "Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vervlogen."

Maar de profeet kreeg opdracht tot deze verdroogde skeletten te zeggen: "Zo zegt de Here Here: zie, Ik open uw graven en zal u uit uw graven doen opkomen, o mijn volk, en u brengen naar het land Israëls."

Voordat God in het visioen de profeet had ingelicht over de identiteit van het grote dal vol skeletten, moest de profeet tot de verdroogde beenderen zeggen: "Zo spreekt de Here Here ... Zie, Ik breng geest in u, en gij zult herleven; Ik zal spieren op u leggen, vlees op u doen komen, u met een huid overtrekken en geest in u brengen, zodat gij herleeft" (vers 5-6). En nu weer naar vers 13: "En gij zult weten, dat Ik de Here ben, wanneer Ik uw graven open en u uit uw graven doe opkomen, o mijn volk. Ik zal mijn Geest in u geven, zodat gij herleeft en Ik zal u doen wonen in uw land; en gij zult weten, dat Ik, de Here, het gesproken en gedaan heb, luidt het woord des Heren."

Deze profetie gaat over een opstanding tot sterfelijk leven van vlees en bloed, niet over een opstanding zoals die van de heiligen die bij de wederkomst van Christus tot onsterfelijk, onafhankelijk, uit geest bestaand leven zullen opstaan.

God had het Israël van het Oude Testament nooit zijn Geest of geestelijk behoud aangeboden. Alleen materiële en nationale beloften — en deze dan nog op voorwaarde van gehoorzaamheid, die zij weigerden te geven.

Maar nu zouden deze Israëlieten (met inbegrip van degenen die ook nadat Christus kwam niet geroepen werden) in deze opstanding van de grote witte troon, samen met alle andere volken die van God afgesneden waren, worden opgewekt tot een sterfelijk leven van vlees en bloed. Dan zullen zij hopelijk allen werkelijk weten dat de Here God is en Hij zal, als zij zich bekeren, zijn heilige Geest in hen plaatsen. Ook zij zullen, samen met alle mensen uit iedere natie die niet voor het duizendjarig rijk speciaal zijn geroepen, in deze opstanding fysiek herleven. En na een periode van groei en overwinnen zullen zij geestelijk behoud ontvangen — zonder Satans aanwezigheid om hen te misleiden.

Nu weer terug naar Openbaring 20. Vers 13 tot 15 duiden op een derde en laatste opstanding van de onverbeterlijke mensen die het eeuwige behoud dat hun was aangeboden, hebben verworpen. Zij zullen dan, samen met dergelijke mensen die aan het eind van het duizendjarig rijk nog in leven zijn, de tweede dood — volledige vernietiging — ondergaan in de poel des vuurs die door Petrus beschreven wordt als zijnde het aardoppervlak dat een vloeibare massa zal worden.

Maleachi voegt daaraan toe: "Want zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken — zegt de Here der heerscharen — welke hun wortel noch tak zal overlaten. Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen; ... Gij zult de goddelozen vertreden, want tot stof zullen zij zijn onder uw voetzolen op de dag die Ik bereiden zal, zegt de Here der heerscharen" (Maleachi 4:1-3). "... en zij zullen worden, als hadden zij nooit bestaan" (Obadja 16).

Maar wat gebeurt er intussen — tussen het moment van iemands dood en de opstanding? In tegenstelling tot veel religieuze en kerkelijke leerstellingen is de bijbelse leer — de leer van het Woord van God — dat de doden dood zijn en absoluut geen bewustzijn hebben.

Hiervan getuigt de geïnspireerde wijsheid van Salomo: "De levenden weten tenminste, dat zij sterven moeten, maar de doden weten niets" (Prediker 9:5).

Onlangs vertelde een van de dienaren van de Worldwide Church of God mij zijn ervaringen met drie mensen die zelfmoord wilden plegen. Hij zei tegen elk van hen: "Gaat uw gang — maar eerst moet u wel weten wat er gebeurt op het moment dat u sterft. Voor wat uw bewustzijn betreft zult u de volgende fractie van een seconde ontwaken in de opstanding. En als u deze zelfmoord begaat, zult u nog steeds met al uw problemen zitten, en bovendien met het schuldgevoel van deze moord op uzelf. Waarom lost u de problemen niet nu op, voordat u tot deze moord overgaat?" Geen van drieën kwam tot het plegen van zijn voorgenomen zelfmoord.

Er valt dus niets te winnen door er "een eind aan te maken" in de veronderstelling dat dat het gemakkelijkste is. De dood brengt slechts een onmiddellijk ontwaken in de opstanding. U weet absoluut niets vanaf de seconde dat u sterft tot aan de seconde dat u in de opstanding ontwaakt. Deze mensen, zo legde deze dienaar uit, dachten dat zelfmoord aan alles een eind zou maken, dat ze van hun moeilijkheden af zouden zijn, maar toen ze hoorden dat ze in dat oordeel nog steeds hun problemen zouden hebben, plus een beschuldiging van moord, leek zelfmoord niet langer de gemakkelijke uitweg.

Nee, de dood is geen vriend, maar een vijand! Christus kwam om de dood te vernietigen, om voor iedereen een gelukkig, vreedzaam en overvloedig leven mogelijk te maken — voor een ieder op zijn eigen tijd. Hij kwam opdat wij leven zouden hebben in overvloed.

Er is zeer zeker leven na de dood en Christus heeft een transcendent potentieel voor de mens mogelijk gemaakt dat haast ongelooflijk schijnt. Hij kwam om in onze plaats te sterven, om de straf die wij verdiend hebben voor ons te dragen, en om ons leven te geven.

Christus zelf onderwees dat er leven na de dood is.

Hij vertelde het de Farizeeër Nicodemus, maar Nicodemus geloofde Hem niet. Jezus zei tegen hem: "Indien Ik ulieden van het aardse gesproken heb, zonder dat gij gelooft ..." (Johannes 3:12).

Waarom begreep Nicodemus het niet toen Jezus tot hem zei: "... tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien"?

Waarom begrijpen de mensen van nu deze woorden niet? Hoeveel mensen in deze tijd weten eigenlijk dat het evangelie van Jezus een sensationele, nooit eerder bekendgemaakte nieuwsaankondiging was?

Jezus was een nieuwsbrenger

De mensen in Judea wisten of hadden moeten weten van Maleachi's profetie hierover. Het was het evangelie van God en het woord "evangelie" betekent goed nieuws!

Jezus was een nieuwsbrenger. Zijn nieuws was iets geheel nieuws, iets dat nooit eerder aan de mensheid was verkondigd. Het was het beste nieuws dat ooit gebracht werd; in feite bijna te mooi voor de mens om te geloven. Het was nieuws over de fantastische transcendente mogelijkheden van de mens.

Het geweldige bericht dat Jezus bracht, is geen verslag van dingen die al hadden plaatsgevonden, maar nieuws van een toekomstige, bijna ongelooflijke utopische wereld van morgen! Het is nieuws over leven na de dood, nieuws dat wij opnieuw geboren kunnen worden. Toch is er bijna niemand die het begrijpt.

Waarom heeft de wereld het nooit onderkend als het overweldigende nieuws dat het in wezen is? Omdat de vijanden van het evangelie het in de eerste eeuw onderdrukt hebben.

De Kerk van God, gegrondvest op de eerste apostelen en Christus, werd gesticht op de Pinksterdag van het jaar 31 n.Chr. Toen de apostel Paulus ongeveer twintig jaar later zijn brief aan de gemeenten van Galatië schreef, was het reeds onderhevig aan onderdrukking en valse leraars hadden de mensen misleid tot een ander evangelie. Paulus schreef: "Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien" (Galaten 1:6-7). Zie ook Romeinen 1:18: "Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden." En in 2 Korinthe 11 spreekt Paulus over valse apostelen van Satan die "een ander evangelie" prediken (vers 4, 13, 15).

Toen Jezus predikte was de tijd gekomen dat deze boodschap moest worden aangekondigd! Nu is het de tijd waarin de ware betekenis ervan zo duidelijk gemaakt moet worden dat de mensen het kunnen begrijpen (Mattheüs 24:14).

In dit boekje zal dat gebeuren. Het is voor u die het nu leest een uitdaging. Wel moet u goed inzien wat de nieuwsaankondiging is, anders kunt u nooit bevatten wat Jezus bedoelde met "wedergeboren" worden.

Wat voor nieuws was het?

Hier is eerst beknopt de inhoud van die verbazingwekkende nieuwe boodschap. De vooraankondiging in de profetie van Maleachi luidt: "Zie, Ik zend mijn bode, die voor mijn aangezicht de weg bereiden zal; plotseling zal tot zijn tempel komen de Here [de Messias], die gij zoekt, namelijk de Engel des verbonds ..." (Maleachi 3:1).

Zie nu het begin van de verkondiging van de boodschap door de Boodschapper. Het staat in het Markus-evangelie, hoofdstuk 1: "Het begin van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God. Gelijk geschreven is in de profeten ..." (Statenvert.). Dan volgt de aanhaling uit Maleachi hierboven. Deze wordt gevolgd door het verslag van Johannes de Doper die de weg bereidde voor de Boodschapper.

Nu vers 14-15: "En nadat Johannes was overgeleverd, ging Jezus naar Galilea om het evangelie Gods te prediken, en Hij zeide: De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie" — d.w.z. gelooft het goede nieuws.

Wat is het Koninkrijk van God?

Wat bedoelde Hij met het Koninkrijk van God? Jezus' hele boodschap — zijn evangelie — betreft het Koninkrijk van God. Toch weten maar weinig mensen er iets over.

Een koninkrijk is (a) een volk en (b) de regering over dat volk. Een vollediger verklaring geeft ons gratis boekje Wat bedoelt u precies ... het Koninkrijk Gods?

In sommige gevallen zijn de mensen van een natie de afstammelingen — de kinderen — van één man. De bevolking van Turkije stamt ten dele af van Ezau, de tweelingbroer van Jakob, wiens naam werd veranderd in Israël. Hij was de vader van het volk Israël. Voordat de tweeling geboren werd, zei God tot Rebekka, hun moeder: "Twee volken zijn in uw schoot ..." (Genesis 25:23).

Jezus, de Messias, zou dus komen als "de Engel des verbonds". Het Oude Verbond had van de menselijke kinderen van Israël een volk of koninkrijk van mensen gemaakt, nl. het koninkrijk Israël. Jezus kwam als bode of heraut om de boodschap aan te kondigen van het Nieuwe Verbond dat de uit geest bestaande kinderen van God tot het Koninkrijk van God zal maken.

Evenals het oude koninkrijk Israël bestond uit de menselijke familie van de mens Israël, zo zal het Koninkrijk van God bestaan uit de goddelijke familie van de heilige God.

Wat heeft dit nu te maken met het leven na de dood? Het heeft er alles mee te maken.

Waarom Joodse leiders de boodschap verwierpen

De Joodse leiders van Jezus' dagen dachten dat Hij een regering aankondigde die toen meteen zou worden gevestigd teneinde het Romeinse rijk ten val te brengen dat toentertijd Judea als vazalstaat overheerste.

Een van die prominente Joden was een zekere Nicodemus. Hij was een van de Farizeeën en deze mensen stonden vijandig tegenover Jezus vanwege deze nieuwe boodschap. Nicodemus wilde die verbazingwekkende boodschapper weleens ontmoeten en er met hem over praten. Om kritiek van zijn collega's te ontwijken kwam hij 's nachts naar Jezus.

"Wij weten," zei hij, "dat Gij van God gekomen zijt als leraar".

Het "wij" wijst erop dat de goddelijke identiteit van de Boodschapper en de oorsprong van zijn boodschap de Farizeeën bekend was. Zij waren echter "nu"-mensen die zich meer zorgen maakten over de bescherming van hun eigen status als leider onder het Romeinse regime dan over het ontvangen van Gods openbaringen.

Jezus bemerkte het belang van Nicodemus' eerste woorden. Zijn boodschap is het goede nieuws van de komende wereldregering van God, het Koninkrijk van God dat over alle volken zal heersen met Gods regeringssysteem.

Deze Joodse leiders waren bang voor die boodschap. Jezus was van hun stam — een Jood. Als zij zich niet tegen Hem verzetten, liepen ze gevaar van hun machtspositie ontheven te worden en misschien wel ter dood te worden gebracht als revolutionairen die een bedreiging vormden voor het Romeinse gezag. De Farizeeën dachten namelijk dat Jezus de onmiddellijke overname van dat gezag aankondigde.

Niet van deze wereld

Jezus verspilde er geen woorden aan. Hij voerde meteen het kardinale punt aan: het Koninkrijk van God is niet van deze wereld, van deze tijd of van deze eeuw, maar van de wereld van morgen, een andere, volgende eeuw. Het bestaat niet uit mensen, maar uit onsterfelijke wezens: het gezin van God.

Jezus zei daarom: "Tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien" (Johannes 3:3).

Let wel dat "wederom geboren worden" van groot belang is in verband met Gods Koninkrijk, met het feit dat het niet van dit tijdperk of deze eeuw is.

Jezus' abrupte openingsuitspraak bracht Nicodemus echter van zijn stuk. De religieuze leiders en de honderden kerkgenootschappen en secten die heden ten dage het christendom belijden zijn eveneens in verwarring en misleid! De hedendaagse godsdienstijveraars geven er een heel andere draai aan dan Nicodemus.

Nicodemus begreep althans wat geboren worden betekent. Hij wist dat het een verlossing is uit de baarmoeder. Het betekent in de wereld te worden gebracht. Hedendaagse religieuze voormannen lezen er een andere betekenis in. Wat Nicodemus niet kon begrijpen was hoe, op welke manier, iemand opnieuw kon worden geboren. Vanzelfsprekend kon hij als natuurlijk denkend mens zich alleen maar een tweede lichamelijke geboorte voorstellen. Hij wist evenwel wat geboren worden betekent.

Voor de tweede keer als mens geboren?

Verwonderd vroeg hij: "Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden?" Hij had geen moeite met het begrip geboren worden. Wat Nicodemus niet kon begrijpen was een tweede geboorte. Hij dacht dat Jezus het over een tweede menselijke geboorte had.

Hij kon zich alleen maar een tweede fysieke geboorte voorstellen. Zijn denken kon geen geestelijke dingen bevatten.

Jezus had duidelijk gemaakt dat het Koninkrijk van God iets is dat men kan zien, maar pas dan wanneer men "wedergeboren" is. Niet tijdens het fysieke leven. In vers 5 staat bovendien dat iemand het Koninkrijk van God kan binnengaan, maar niet voordat hij wedergeboren is door een andere en volkomen verschillende geboorte.

Het punt waar alles om draait wordt duidelijk uit Jezus' woorden: "Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest" (vers 6).

De mens is vleselijk — menselijk. Hij is stoffelijk. "Stof zijt gij [zei God tot Adam], en tot stof zult gij wederkeren." En ook: "Toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen" (Genesis 3:19; 2:7).

Wedergeborenen zullen geest zijn

Jezus heeft dus duidelijk gezegd dat wanneer iemand uit de Geest geboren is, hij geest zal zijn. Kijk er nog eens naar in uw bijbel.

Het Koninkrijk van God zal zijn samengesteld uit geestelijke wezens en niet uit mensen.

Bij de geboorte als mens van vlees en bloed wordt iemand uit de baarmoeder verlost en in deze wereld gebracht. Wanneer iemand uit de Geest wordt geboren, is het de Kerk van God (fysiek) — de moeder van verwekte christenen — die hem in het Koninkrijk van God (geestelijk) geboren doet worden.

Nu is de mens samengesteld uit vlees, uit stoffelijke bestanddelen, uit materie. Wanneer hij is wedergeboren, zal hij geest zijn, een geestelijk wezen en geen mens meer. Hij zal uit geest bestaan, een geestelijke samenstelling hebben met inherent, onafhankelijk leven, en niet meer leven door ademhaling en bloedcirculatie.

Van de volgende eeuw, wanneer het Koninkrijk van God op aarde heerst — het leven na de dood, het volgende leven — zei Jezus: "Immers, in de opstanding huwen zij niet en worden zij niet ten huwelijk genomen, maar zij zijn als engelen in de hemel" (Mattheüs 22:30). Het huwelijk is een fysieke, vleselijke verbintenis. In het tijdperk van Gods Koninkrijk, wanneer we zijn "wedergeboren", zullen we geest zijn, geen vlees. Geboren uit God als geestelijk wezen, geen mens meer. Engelen zijn geesten — bestaan uit geest (Hebreeën 1:7). Jezus heeft niet gezegd dat we engelen zullen zijn. Hij zei dat we als de engelen zullen zijn, zonder geslacht en samengesteld uit geest. Engelen zijn als geestelijke wezens geschapen; ze zijn niet verwekt en geboren uit God als Gods kinderen. Wij zullen daarom boven de engelen staan!

Jezus legde dit verder uit aan Nicodemus: "De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zó is een ieder, die uit de Geest geboren is" (Johannes 3:8).

De wind kunt u niet zien. Daarom wordt de wind vergeleken met geest. Ze zijn beide onzichtbaar. Dat is de reden waarom sterfelijk vlees, wat we nu zijn, het Koninkrijk van God niet kan zien. Zij die het beërven, zullen geest zijn en geest is onzichtbaar voor het menselijk oog.

Niet met lichaam van vlees en bloed

De apostel Paulus legde uit dat het Koninkrijk van God iets is dat een mens kan erven, maar niet in dit tijdperk, niet nu hij nog uit stoffelijk vlees bestaat.

"De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk [menselijk], de tweede mens is uit de hemel [een goddelijk wezen]" (1 Korinthe 15:47).

Dit is wat Jezus tegen Nicodemus zei, nl. dat hij van de aarde, aards, menselijk was. Hij was vlees, geen geest. Hij was geboren uit het vlees; dus was hij dat: vlees. Wanneer iemand uit de Geest geboren wordt, zal hij geest zijn. Paulus zet hier dezelfde waarheid uiteen.

In het huidige tijdperk kunnen we echter geen geest zijn. Er is namelijk een tijdfactor in het spel bij het wedergeboren worden in Gods Koninkrijk.

Vervolg nu met 1 Korinthe 15:49: "En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij [door een toekomstige opstanding] het beeld van de hemelse dragen." Zoals we nu vlees zijn, zullen we later geest zijn — in de opstanding, m.a.w. wanneer we bij de opstanding "wedergeboren" worden en het Koninkrijk van God zullen zien en ingaan, als geest.

"Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet. Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen [sterven], maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij [die dan nog leven] zullen veranderd worden" (vers 50-52). Dit is het tijdstip waarop we wedergeboren kunnen worden, we het Koninkrijk kunnen zien, ingaan en beërven — wanneer we wedergeboren zijn en niet eerder.

Hoe zullen wij worden veranderd? Het volgende vers geeft daarop antwoord: "Want dit vergankelijke [vlees, wat we nu zijn] moet onvergankelijkheid [geest — dat wat uit God geboren is, is geest] aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen" — moet veranderd worden van stoffelijk vlees in geest.

Pas wanneer we wedergeboren zijn, kunnen we het Koninkrijk van God zien — Jezus tot Nicodemus, Johannes 3:3.

Pas wanneer we wedergeboren zijn, kunnen we het Koninkrijk van God ingaan — Jezus tot Nicodemus, Johannes 3:5.

Pas wanneer we geen vlees meer zijn, maar veranderd in geest, kunnen we het Koninkrijk van God binnengaan — Jezus tot Nicodemus, Johannes 3:6-8.

Zolang we nog van vlees en bloed zijn (zoals Nicodemus toen was en wij nu zijn) kunnen we het Koninkrijk van God niet beërven — Paulus tot de Korinthiërs, 1 Korinthe 15:50.

Pas in de opstanding, bij de wederkomst van Christus, zullen we veranderd worden van vergankelijk vlees in onvergankelijke geest — Paulus, 1 Korinthe 15:50-53 en vers 22-23.

Pas in de opstanding kunnen we dus het Koninkrijk van God zien, ingaan en beërven. Vóór de opstanding kunnen we niet wedergeboren zijn.

Nu erfgenamen die nog niet geërfd hebben

Zolang wij in onze huidige staat zijn, geboren en samengesteld uit vlees, kunnen we het Koninkrijk van God niet zien, binnengaan of beërven. Zie nu eens waardoor een waarlijk bekeerde christen zich in dit leven en in deze wereld onderscheidt:

"Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe" (Romeinen 8:9). Tenzij iemand de heilige Geest ontvangen heeft en deze Geest in hem woont, is hij geen christen. Door zich aan te sluiten bij een kerkgenootschap wordt men geen christen, maar wel door het ontvangen en volgen van Gods Geest.

Geestelijk geboorteproces vergelijkbaar met het fysieke

Zie nu hoe Gods heilige Geest die in iemand komt en woont, te vergelijken is met een fysieke zaadcel die een ovum bevrucht. Het is het verlenen van geestelijk leven dat later een uit geest bestaande persoon zal voortbrengen. Een bevruchte eicel, een embryo, is nog niet een geboren mens. De vader heeft er leven aan geschonken, hij heeft het verwekt, maar embryo noch foetus is meteen een geboren mens. Evenmin is de door de Geest verwekte mens meteen een uit geest bestaand wezen, zoals Jezus zei dat hij zal zijn wanneer hij wedergeboren is.

Verder: "En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont" (vers 11).

Begrijp dit goed. Er is een grote overeenkomst tussen geboren worden uit vlees en wedergeboren worden uit God. Jezus zei dat wat uit het vlees geboren is, vlees is: een geboren mens. Dat wat uit de Geest geboren is (God), is geest: een geboren geestelijk wezen.

Een mensenleven begint wanneer een zaadcel uit het lichaam van de vader een ovum (eicel) in de moeder bevrucht en het fysiek leven schenkt. In dit opzicht verwekt de vader leven. Hij "brengt niet voort"; dat doet later de moeder. Zijn aandeel in het proces dat leidt tot de uiteindelijke geboorte is al voltooid. Er is een tijdfactor in het spel. Ten tijde van de verwekking vindt er geen geboorte plaats.

Het is op dit punt noodzakelijk deze uiteenzetting te geven, want de gangbare misvatting van een misleid "christendom" is dat wanneer iemand Christus "ontvangt", "aanneemt", "belijdt" of voor het eerst inwoning van de heilige Geest ontvangt, hij dan reeds "wedergeboren" is.

Let dus nog eens op de fysieke voorafschaduwing en gelijkenis.

De factor tijd

Bij de menselijke voortplanting speelt de tijd een rol. Tussen de bevruchting en de geboorte of bevalling waarbij het kind uit de baarmoeder wordt verlost, ligt een tijdsduur van negen maanden.

Die periode van negen maanden wordt zwangerschap genoemd. Na de conceptie noemt men de nu bevruchte eicel een embryo en enige maanden later een foetus. Gedurende deze periode van negen maanden zwangerschap beschouwen we het embryo of de foetus niet als reeds geboren. Ze doorlopen een groeiproces dat eindigt bij de geboorte. Het is het kind van zijn ouders, maar nog ongeboren. De vader heeft het reeds verwekt, maar de moeder heeft het nog niet gebaard. Toch is het gedurende de zwangerschap reeds het ongeboren kind van zijn ouders.

De "wedergeboorte" is het geboorteproces waarbij God ons zijn geestelijk leven schenkt door de heilige Geest die afkomstig is van God zelf en die in ons woont. Zie nogmaals Romeinen 8: "En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken [veranderen in onsterfelijke geest] door zijn Geest, die in u woont" (vers 11). Hier wordt hetzelfde beschreven als in 1 Korinthe 15:50-53, nl. de opstanding.

Ik wil dit glashelder maken. Miljoenen mensen die oprecht menen christen te zijn, geloven dat wanneer zij Christus belijden (of zijn heilige Geest ontvangen) zij "wedergeboren" zijn. Wat er feitelijk gebeurt is het volgende:

Wanneer iemand na berouw, geloof en doop de heilige Geest ontvangt, plaatst Gods Geest hem door de doop in Gods Kerk. De Kerk wordt het lichaam van Christus genoemd. We lezen daarom: "Want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt" (1 Korinthe 12:13).

De Kerk onze moeder

De Kerk wordt eveneens Jeruzalem dat boven is, of "het hemelse Jeruzalem" genoemd (Hebreeën 12:22). In Galaten 4:26 staat: "Maar het hemelse Jeruzalem is vrij; en dat is onze moeder."

De analogie is deze: wanneer we door God de Vader verwekt worden door het ontvangen van zijn heilige Geest, worden we in de Kerk geplaatst die gedurende de ontwikkelingsperiode onze moeder is.

De menselijke moeder van de foetus voorziet haar ongeboren kind in de baarmoeder van fysiek voedsel, zodat het zich kan ontwikkelen en kan groeien. Bovendien draagt zij het tot de geboorte op een plaats waar zij het het beste kan beschermen tegen fysiek letsel.

De geestelijke moeder — de Kerk — heeft de opdracht gekregen: "Hoedt de kudde Gods" (1 Petrus 5:2) door de dienaren die God in de Kerk heeft aangesteld "om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid ..." (Efeziërs 4:11-13). Evenals de menselijke foetus gedurende de zwangerschap die aan de geboorte voorafgaat zich fysiek ontwikkelt en groeit, zo ontwikkelen en groeien wij geestelijk na door Gods Geest verwekt te zijn in de periode die aan onze wedergeboorte voorafgaat.

Menselijk leven begint met wat de Bijbel noemt "vergankelijk zaad", nl. fysieke manlijke zaadcellen. Goddelijk leven begint met hetgeen onvergankelijk is: de heilige Geest van God die in de mens komt. Evenals het menselijke embryo moet groeien totdat het een foetus is die op zijn beurt weer moet groeien tot het punt van geboorte in het menselijke gezin, zo moet ook de christen, in wie goddelijk leven is begonnen door de gift van Gods onvergankelijke Geest, groeien naar volmaaktheid om geboren te worden in het gezin van God. Dan zal hij volmaakt zijn en niet meer kunnen zondigen.

Die vervolmaking van heilig en rechtvaardig karakter moet evenwel (met Gods hulp en de bijstand van zijn Geest) tijdens dit menselijke leven — het geestelijke groeistadium tot stand komen.

De Kerk moet haar leden echter niet alleen voeden met het Woord van God — geestelijk voedsel — maar ook moet zij deze verwekte, doch nog ongeboren kinderen beschermen tegen geestelijk letsel, zoals we in het volgende vers kunnen zien: "Dan zijn wij niet meer onmondig [kinderen], op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt" (Efeziërs 4:14).

Vervolgens zullen wij uit de Kerk — onze geestelijke moeder — ten tijde van de opstanding in het Koninkrijk geboren worden — in het uit geestelijke wezens bestaande gezin van God.

Nu reeds kinderen van God

"Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods" (Romeinen 8:14). Het ongeboren kind in de schoot van zijn moeder is immers ook al het kind van zijn vader en moeder, al is het nog niet geboren. Zo zijn wij, als Gods Geest in ons woont en wij door die Geest geleid worden, nu reeds kinderen van God. Wij bevinden ons nu evenwel in het groeistadium, nog niet in dat van geboorte. Ook zijn wij nog maar erfgenamen — we hebben nog niet geërfd.

Lees verder: "Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om [in de toekomst — bij de opstanding] ook te delen in zijn verheerlijking" (vers 17).

Zie nu hoe het volgende gedeelte de opstanding tot heerlijkheid beschrijft, wanneer wij geest zullen worden door een geboorte.

"Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods [dat is het tijdstip van Christus' wederkomst om te regeren en van de opstanding als geestelijk wezen] ... omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is" (vers 19-22).

Hier is nog een overeenkomst. Wij zullen uit deze wereld worden bevrijd (de Kerk is in, maar niet van deze wereld) en worden gebracht in de ideale wereld van morgen en het Koninkrijk dat die wereld zal regeren.

De schepping wacht op het tijdstip van Christus' wederkomst, de opstanding en het Koninkrijk van God, want zij zal BEVRIJD WORDEN van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid. Dat is nu nog niet gebeurd. Maar het zal gebeuren bij de opstanding. Hoewel dit niet direct slaat op onze wedergeboorte, is het wel een rechtstreekse vergelijking met de geboorte van een kind dat uit de baarmoeder wordt verlost.

De opstanding, het tijdstip waarop wij in geest veranderd worden en het Koninkrijk beërven, zal een bevrijding zijn uit de dienstbaarheid aan vergankelijk vlees en uit deze wereld van zonde — een daadwerkelijke geboorte.

Christus ten tweede male geboren door de opstanding

Verder in Romeinen 8: "Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen" (vers 29).

Vergelijk dit nu met Romeinen 1:3-4: "Aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees ... door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn."

Jezus was door zijn eerste geboorte als mens een afstammeling van David, maar door zijn opstanding uit de doden (een wedergeboorte) werd Hij de Zoon van God, nu niet meer mens, maar een uit geest bestaand wezen. Op deze wijze werd Hij de eerste die aldus werd geboren onder vele broederen die Christus toebehoren en wedergeboren zullen worden ten tijde van de opstanding.

Natuurlijk begrijpen we — en Paulus begreep dat ook toen hij dit schreef — dat Jezus ook als mens de Zoon van God was. Ofschoon Hij uit een vrouw werd geboren, was Hij door God verwekt. Hier worden de twee geboorten vergeleken: de ene uit de mens Maria als afstammeling van de mens David, en de andere door zijn opstanding tot heerlijkheid als de Zoon van God.

Dit houdt beslist niet in dat Jezus een zondaar was die behouden moest worden. Hij is de Leidsman van ons behoud die ons het voorbeeld gaf opdat ook wij uit God geboren kunnen worden.

Hoe zien we eruit na de wedergeboorte?

Wanneer we eenmaal wedergeboren zijn, hoe zullen we er dan uit zien? De Bijbel geeft ons het antwoord: "Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd [vleselijk] lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt ..." (Filippenzen 3:20-21).

Zoek nu eens hoofdstuk 3 van 1 Johannes op. In vers 1 staat duidelijk dat "wij" — bedoeld wordt verwekte en bekeerde christenen — nu reeds, zoals eerder is uitgelegd, zonen van God zijn. Verder onthult vers 2 dat het nog niet geopenbaard is "wat wij zijn zullen". Wij zullen later anders zijn dan nu. Zoals Jezus Nicodemus uitlegde, zullen we onsterfelijke geest zijn.

"Maar", gaat deze tekst verder — lees en begrijp deze fantastische waarheid goed — "wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn [bij zijn wederkomst op aarde], wij Hem gelijk zullen wezen ..." We zullen er als Christus uit zien.

Hoe ziet de verheerlijkte Christus eruit? Zijn ogen flikkeren als een vuurvlam. Zijn voeten blinken als gloeiend koper, zijn gezicht straalt als de zon in haar volle kracht, zo licht, dat het uw ogen zou verblinden als Hij nu zichtbaar voor u zou zijn (Openbaring 1:14-16; 19:12-13; Mattheüs 17:2).

Zo zullen u en ik eruit zien als en wanneer wij uiteindelijk uit God geboren zijn.

Ons transcendente potentieel

Er is nog een door bijna niemand begrepen schriftgedeelte dat ons ons verbazingwekkende, transcendente potentieel openbaart. Het begint in Hebreeën 2:6: "Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt ...?"

Ja, waarom zou de grote God zich met ons, sterfelijke mensen, bemoeien? Met welk doel plaatste Hij ons hier op aarde? Wat is de zin van ons leven, wat is ons transcendente potentieel? Dit gaat zover uit boven en buiten alles wat u zich gedacht en voorgesteld heeft, dat het ongelooflijk lijkt.

Kunt u het geloven? Bent u bereid te geloven wat nu duidelijk gesteld wordt? Hier volgt, beginnend met vers 7, het verbazingwekkende antwoord:

"Gij hebt hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld, met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond [koningschap], alle dingen [Gods schepping] hebt Gij onder zijn voeten onderworpen."

Nog niet het universum

"Alle dingen [het heelal] hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want bij dit: alle dingen hem onderworpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dat hem niet onderworpen zou zijn." Kunt u zich dat voorstellen? Het gehele onmetelijke, eindeloze universum! Het is evenwel voor wedergeboren kinderen van God. De mens is nog niet wedergeboren — alleen Christus.

"Doch thans [in dit huidige groeistadium] zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn" (vers 8).

Wat zien we nu echter wel?

"Maar wij zien Jezus ... met heerlijkheid en eer gekroond" (vers 9). Inderdaad ontving Jezus reeds de uitvoerende macht van Gods heerschappij — het Koninkrijk van God — over het gehele universum. Tot aan de tijd waarop wij de heerschappij op aarde zullen erven en bezitten, bij de wederkomst van Christus, staat God echter Satan nog toe hier met zijn werk van bedrog door te gaan.

"Want het voegde Hem [Jezus], om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken. Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit één; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen" (vers 10-11).

Christus onze oudere broeder

Wij zijn, zoals eerder aangehaald, erfgenamen van God en medeërfgenamen, als broeders, van Christus. Hij is ons als Leidsman voorgegaan in de heerlijkheid door een opstanding.

Hij is de Eerstgeborene onder vele broeders. Hij heeft "alle dingen" — het heelal — reeds geërfd. Wij hebben nog niet geërfd; wij zijn nog steeds in het groeistadium van het proces om uit God geboren te worden. Jezus is nu onze oudere broeder en hogepriester die toeziet op onze geestelijke ontwikkeling en ons voorbereidt op onze functie als koningen en priesters in zijn regering.

De eerste duizend jaar zullen we op aarde regeren. Want Christus heeft "hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters, en zij zullen als koningen heersen op de aarde" (Openbaring 5:10).

Regeren met Christus

Gedurende die eerste duizend jaar zal Jezus op de troon van zijn aardse voorvader David in Jeruzalem regeren (Jesaja 9:5-6). "En wie overwint en mijn werken tot het einde toe bewaart, hem zal Ik macht geven over de heidenen [volken]; en hij zal hen hoeden met een ijzeren staf ..." (Openbaring 2:26-27). Hoe en vanwaar zullen wij regeren?

Jezus zei nogmaals: "Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon [te Jeruzalem], gelijk ook Ik heb overwonnen, en [nu] gezeten ben met mijn Vader op zijn troon" (Openbaring 3:21).

Wanneer wij uit God geboren zijn, zullen wij geest zijn en niet meer bestaan uit vlees en bloed. Wij zullen macht ontvangen!

Zoals aan Daniël werd geopenbaard, zullen de heiligen gedurende de eerste duizend jaar de heerschappij over de volken der aarde overnemen en over hen regeren. Er zal wereldvrede en goddelijk bestuur onder Christus tot stand komen.

En daarna? Hebreeën 2 laat zien dat ons dan, ook onder Christus, macht gegeven zal worden te heersen over het gehele onmetelijke universum, letterlijk over alles. Want dat is de macht die Christus gekregen heeft, en wij zijn medeërfgenamen die met Hem de erfenis zullen bezitten.

Ja, er is dus leven na de dood voor hen die God gehoorzamen — een leven als geest van zo'n ongelooflijke dimensie dat het onze hoogste verwachtingen ver overtreft. Kunnen wij wel het ontzaglijke belang inzien van deze verbazingwekkende waarheden? Onsterfelijk leven te verkrijgen, zou ons alomvattend streven moeten zijn. Want dat is de gift en de wens van onze barmhartige Vader en van zijn Zoon Jezus Christus.

Deze "historische" boekjes worden u in deze vorm als dienstverlening gratis ter beschikking gesteld door
de Kerk van de Grote God

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)