Wat bedoelt u met BEKERING?

Door Herbert W. Armstrong (1892-1986)
1983

Hoe vaak heeft u niet mensen die geen christen zijn, iemand die Christus wel belijdt met afkeer horen veroordelen: "Nou, als dat christendom is, wil ik er niets mee te maken hebben?"

Hoeveel mensen zijn er niet die God beoordelen naar de levenswijze van degenen die beweren christen te zijn? Hoevelen zijn er niet die veronderstellen dat men eerst een volmaakt leven moet leiden alvorens christen te kunnen worden?

Hoevelen verklaren niet: "Als ik met roken zou kunnen stoppen, zou ik christen worden"?

Hoevelen denken niet dat een christen geacht wordt volmaakt te zijn en dat hij nooit iets verkeerds kan doen? Veronderstel dat u ziet of hoort dat een christen iets verkeerds doet. Betekent dit dat hij een huichelaar en eigenlijk geen ware christen is?

Is het mogelijk dat iemand als christen daadwerkelijk zondigt en toch steeds een werkelijk bekeerd christen blijft?

De verbazingwekkende waarheid is dat weinig mensen weten wat een christen eigenlijk is. Slechts enkelen weten op welke wijze iemand wordt bekeerd: of dit plotseling gebeurt, in één keer, of geleidelijk. Vindt bekering onmiddellijk plaats of is er sprake van een proces? Het wordt hoog tijd dat wij begrijpen wat werkelijke bekering inhoudt.

ZONDIGT EEN CHRISTEN weleens? En als hij dat doet, is hij dan "verloren"?

Laat ik eerst de vraag stellen, en beantwoorden: wat is ware christelijke bekering? Wat is een ware christen in de ogen van God? Wordt men christen door zich bij een kerk aan te sluiten? Wordt men christen door te zeggen: "Ik neem de Here Jezus Christus als mijn Heiland aan?"

Laten wij de bijbelse definitie eens opslaan. In Romeinen 8:6-9 kunt u lezen: "Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede. Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet: zij, die in het vlees [natuurlijk gezind] zijn, kunnen Gode niet behagen. Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe."

Een christen is dus iemand die de heilige Geest van God heeft ontvangen en in wiens verstand deze Geest woont. Anders is hij NIET van Christus: GEEN christen.

Onechte bekering

Miljoenen mensen kunnen weliswaar belijden christen te zijn, maar tenzij Gods heilige Geest, die als zijn genadegift wordt geschonken, op dat moment in hen verblijft, zijn zij GEEN CHRISTEN.

Miljoenen mensen hebben wellicht hun naam op de ledenlijst van een kerk, maar toch "behoren zij Hem niet toe" — in feite zijn zij helemaal geen CHRISTEN! Zo zijn miljoenen mensen misleid (Openbaring 12:9).

Tracht dit goed te BEGRIJPEN. Iemand is pas christen — in Gods ogen — ALLEEN wanneer Gods heilige Geest IN hem verblijft. Niet ervoor! Niet erna!

Iemand die werkelijk bekeerd is, heeft dus Gods heilige Geest ontvangen, en deze is dan in hem tegenwoordig. Er is evenwel nog heel wat meer nodig om te begrijpen wat ware bekering inhoudt.

Ware bekering

In zekere zin vindt ware bekering inderdaad op een bepaald tijdstip plaats — plotseling. Maar anderzijds is het ook zo dat bekering geleidelijk tot stand komt; het is een proces van ontwikkeling en groei.

Let nu goed op het volgende!

WANNEER wordt iemand werkelijk christen? Op het moment dat hij Gods heilige Geest ontvangt. In Romeinen 8:9 lezen wij dat, tenzij wij de heilige Geest hebben, wij Christus niet toebehoren — geen christen zijn.

Er is een bepaald TIJDSTIP waarop Gods Geest in iemand komt. Op hetzelfde ogenblik dat iemand de heilige Geest ontvangt, is hij, in deze eerste zin, bekeerd. Inderdaad, plotseling! Indien hij Christus' Geest heeft, is hij VAN CHRISTUS — is hij een christen! Het Leven van God is in hem gekomen, is in hem doorgedrongen. Hij is verwekt als kind van God.

Maar betekent dit dat zijn behoud nu volledig is? Is hij nu in alle opzichten en geheel "behouden"? Is er verder niets meer nodig? Is hij nu plotseling volmaakt? Is het nu voor hem onmogelijk iets VERKEERDS te doen?

Nee, verre van dat! Maar WAAROM NIET? Wat is het antwoord? Waarom is er zoveel WANbegrip?

Waarom begrijpt bijna NIEMAND het werkelijke DOEL van het christelijke leven?

Het doel van het christelijke leven

WAAROM begrijpt men het werkelijke Evangelie dat Jezus Christus onderwees niet? Hij leerde het KONINKRIJK VAN GOD. De apostelen, inclusief Paulus, deden dit ook. Jezus sprak meestal in gelijkenissen. Laten wij er een of twee bekijken en zien wat Jezus openbaarde. Let op het ontzagwekkende en GEWELDIGE potentieel dat wij hebben.

Laten wij de gelijkenis nemen van de man van hoge geboorte die naar een ver land trekt om later terug te keren. Deze staat in Lukas 19:11-27. Jezus is de man van hoge geboorte. Hij ging naar een ver land: de hemel van Gods troon, de zetel van de regering van het gehele universum. Deze gelijkenis gaf Jezus, omdat zijn discipelen dachten dat Gods Koninkrijk ieder ogenblik kon aanbreken. Ruim 1900 jaar zijn inmiddels verstreken en het Koninkrijk van God is nog altijd niet verschenen.

In de gelijkenis riep Jezus zijn tien dienstknechten en gaf hun tien ponden — ieder een pond. Dit is symbolisch voor een eenheid van GEESTELIJKE WAARDE waarmee ieder kon beginnen. Met andere woorden: het pond vertegenwoordigde dat deel van Gods heilige Geest dat elk van hen op zijn aanvankelijke bekering kreeg.

Zijn burgers echter haatten Hem. Zij verwierpen Hem als hun HEERSER. Zij zeiden: "Wij willen niet, dat deze KONING OVER ONS wordt." Het Koninkrijk van God is een REGERING. Deze burgers ontvingen destijds geen bekering — geen "ponden". (Zij zullen nog tot bekering komen, zoals zeer veel passages in de Bijbel bevestigen.)

De reden waarom Hij naar de hemel ging, was "om voor zich de KONINKLIJKE waardigheid in ontvangst te nemen en daarna terug te keren". Met andere woorden: Hij ging naar de troon van de Regering over het gehele universum, waar de Almachtige God, de Vader, zetelt, om daar de HEERSCHAPPIJ OVER DE WERELD in ontvangst te nemen. De kroningsplechtigheid zal in de hemel plaatsvinden, voor de troon van het universum. Wanneer Hij terugkeert, zal Hij zijn gekroond met VELE KRONEN (Openbaring 19:12). Hij komt om ALLE NATIES TE REGEREN met almachtige goddelijke kracht (vers 15).

Terug naar Lukas 19. Bij zijn terugkomst laat Hij zijn slaven, aan wie Hij geld — de aanvangseenheid van GODS GEEST bij de bekering — had gegeven, bij zich roepen "om te weten, wat ieder met zijn handel bereikt had" gedurende zijn afwezigheid. Dit betekent dat van elke christen wordt verwacht dat hij geestelijk GROEIT — in geestelijke KENNIS en genade (2 Petrus 3:18). Het christelijke leven is een leven van geestelijke SCHOLING — van training voor een POSITIE IN GODS KONINKRIJK, wanneer en nadat wij zullen zijn veranderd van sterfelijk in onsterfelijk, wanneer wij niet langer wezens van vlees en bloed zullen zijn, maar zullen zijn samengesteld uit GEEST, met eeuwig leven in onszelf.

In de gelijkenis kwam de eerste slaaf en meldde dat hij hetgeen hem gegeven was had VERTIENVOUDIGD. U ziet dat het ontvangen van Gods Geest een GIFT VAN GOD is — het is wat God doet — het is een gift uit GENADE. WIJ KUNNEN DEZE NIET VERDIENEN. Maar in het gehele Nieuwe Testament wordt duidelijk gemaakt dat wij zullen worden BELOOND naar ONZE WERKEN. Wij worden niet BEHOUDEN door de werken die wij hebben verricht. Deze man had door eigen inzet zijn geestelijke gave vertienvoudigd — zijn pond was uitgegroeid tot tien ponden. Hij ontving een grotere BELONING dan degene die vijf ponden had verworven.

De man van hoge geboorte (Christus) zei tegen hem: "Voortreffelijk, goede slaaf; omdat gij in het minste getrouw geweest zijt, heb GEZAG over TIEN STEDEN."

Hij had zich gekwalificeerd om te REGEREN. Hij was gehoorzaam geweest aan Gods geboden, aan Gods regering. Wij moeten GEREGEERD WORDEN alvorens wij kunnen leren te REGEREN.

De tweede slaaf had zijn voorraad geestelijke goederen vervijfvoudigd. Hij had zich tijdens dit leven voor HALF zoveel als de eerste slaaf gekwalificeerd. Hem werd een HALF zo grote BELONING gegeven.

Het Koninkrijk van God

De gelijkenis van de ponden laat dus zien dat wanneer het Koninkrijk van God is opgericht, christenen onder leiding van Christus zullen regeren. Jezus sprak over een REGERING — een wereldregering. Deze gelijkenis werd gegeven om te tonen dat het Koninkrijk van God nog niet in die tijd zou verschijnen. Het Koninkrijk is niet iets etherisch of sentimenteels "in ons hart". Het is niet de Kerk.

Daniëls profetie laat zien dat de HEILIgen onder Christus, de Messias, zullen REGEREN, wanneer Hij een letterlijke WERELDREGERING opricht. Zie Daniël 2 — lees het in zijn geheel en let op vers 44. Dit Koninkrijk zal elke andere regeringsvorm, alle regeringen van de mens, verbrijzelen en zal zelf eeuwig bestaan. Let ook op Daniël 7, in het bijzonder op vers 18 en 22. Het zal een Koninkrijk op aarde zijn, niet in de hemel, maar "ONDER de ganse hemel", vers 27.

Jezus zei: "En wie overwint en MIJN WERKEN tot het einde toe bewaart, hem zal Ik MACHT geven over de heidenen; en hij zal HEN HOEDEN [regeren] met een ijzeren staf ..." (Openbaring 2:26-27).

En ook: "Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon" (Openbaring 3:21). Toen Jezus dit, door Johannes in 90 n.Chr., zei, was Hij in de hemel bij zijn Vader op de troon vanwaar het gehele universum wordt geregeerd.

Wanneer Jezus op zijn eigen troon hier op aarde zit, zal dat de troon van David in Jeruzalem zijn. Zie wat er aangaande Jezus is gezegd: "Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal als koning over het huis van Jakob HEERSEN tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen" (Lukas 1:32-33).

Hij zou evenwel niet in die tijd de wereldheerschappij van het Koninkrijk van God instellen. De Bijbel spreekt over drie werelden of tijdperken. Ten eerste de wereld van toen, die door water werd overspoeld: de wereld van vóór de Vloed; ten tweede de huidige, kwaadaardige wereld; en ten derde de wereld die nog moet komen. Tijdens zijn berechting voor Pilatus verklaarde Jezus dat Hij was geboren om koning te worden (Johannes 18:37), maar dat zijn Koninkrijk "niet van deze wereld" was. Hij zal DE WERELD VAN MORgen regeren (vers 36).

De heiligen (door de Geest geleide christenen) zullen gedurende duizend jaar (Openbaring 20:4, 6) onder Christus OP AARDE (Openbaring 5:10) regeren.

WAAROM is de gehele wereld met een vals evangelie misleid (Openbaring 12:9)? Waarom zijn de mensen verleid tot geloof in een vals Koninkrijk van God? (Vraag onze gratis boekjes Wat is het ware Evangelie? en Wat bedoelt u met het Koninkrijk van God?)

Zie nog eens de vele gelijkenissen van Jezus. Ze betreffen het Koninkrijk van God. Ze maken duidelijk dat het Koninkrijk van God de WERELDREGERING is die nu spoedig zal worden opgericht door Christus, die in ALLE MACHT en GLORIE komt om ons wereldvrede, overvloed, geluk en vreugde te brengen.

De bedoeling van het leven van een christen is als toekomstige KONING opgeleid te worden teneinde met en onder Christus te regeren. Hoe wordt men dan christen? Wanneer? En WAAROM is behoud zowel een PROCES als een beginfase vanaf het ogenblik dat iemand christen wordt?

Hier volgt de EENVOUDIGE WAARHEID die u moet weten.

Waar berouw

Ik herhaal: een christen (iemand die waarlijk bekeerd is) is iemand die de heilige Geest van God heeft ontvangen en in wiens verstand deze Geest woont.

Maar hoe kan iemand de Geest van God ontvangen?

Op de dag dat de Kerk van God werd opgericht, zei de apostel Petrus: "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen" (Handelingen 2:38).

Bekeren waarvan? Van de zonde. Maar wat is zonde? "De zonde is de wetsovertreding" (1 Johannes 3:4; Leidse Vert.). Overtreding van welke wet? De wet waaraan de natuurlijk gezinde mens, die vijandig tegenover God staat, niet onderworpen is: de Wet van God (Romeinen 8:7). Ook lezen wij: "... de Heilige Geest, die God hun gegeven heeft, die Hem gehoorzaam zijn" (Handelingen 5:32).

Dit zijn de twee voorwaarden voor het ontvangen van Gods GAVE van de heilige Geest: bekering en geloof. De doop is het uiterlijke teken van het innerlijke geloof in Christus. Bekering is niet slechts spijt hebben van iets dat men heeft gedaan, of zelfs van veel zonden. Het is een diep berouw over wat men is en is geweest — een afkeer van zijn hele vorige gezindheid en leven zonder God. Het is een totale verandering van gedachten en hart en levensrichting. Het is een veranderen van LEVENSWIJZE. Het is een zich afkeren van de egocentrische weg van ijdelheid, zelfzucht, hebzucht, opstand tegen gezag, afgunst, naijver en onverschilligheid inzake het welzijn van anderen, en een zich keren tot de GOD-gerichte levenswijze van gehoorzaamheid, onderworpenheid aan gezag, liefde tot God boven liefde voor zichzelf, en liefde en zorgzaamheid voor de medemens in gelijke mate als liefde voor zichzelf.

LIEFDE is de vervulling van Gods wet (Romeinen 13:10). Gods wet is evenwel een geestelijke wet (Romeinen 7:14) en kan alleen vervuld worden door "... de liefde Gods in onze harten uitgestort ... door de Heilige Geest, die ons gegeven is" (Romeinen 5:5).

De heilige Geest opent iemands verstand voor BEGRIP van Gods onderricht inzake zijn levenswijze, maar zal niemand dwingen op Gods wijze te leven — er gaat geen dwang mee gepaard. Elke christen moet op eigen initiatief handelen, al krijgt hij door Gods Geest hulp, geloof en kracht. Maar alleen zij "die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods" (Romeinen 8:14).

Ware christelijke bekering

Aan de twee bovengenoemde voorwaarden om christen te worden — DIEP BEROUW en GELOOF — moeten wij zelf voldoen.

Deze maken ons echter geen christen; ze bekeren ons niet. Het is wat GOD doet — het geven van zijn heilige Geest als genadegift — dat ons bekeert.

Met ons berouw en geloof kunnen wij niet het ontvangen van Gods Geest verdienen. God geeft ons niet zijn Geest omdat wij berouw hebben en geloven. Hij geeft zijn Geest omdat Hij die wil geven. Hij wil nog vóór wij berouw hebben dat wij zijn Geest hebben. Hij stelt slechts diep berouw en geloof als VOORWAARDEN.

Toch kan niemand uit zichzelf zeggen: "O, nu begrijp ik het, ik moet berouw hebben. Welnu, hiermee verklaar ik dat ik berouw heb." Men beslist niet terloops, als een routinekwestie, dat men berouw heeft. WAAROM niet?

Jezus Christus heeft gezegd dat niemand tot Hem kan komen, tenzij de Geest van de Vader hem trekt (Johannes 6:44, 65). Het is God die berouw GEEFT (Romeinen 2:4). God roept iemand en overtuigt diens verstand en geweten door van buiten af met zijn Geest op het verstand in te werken. Gewoonlijk speelt zich dan in iemand een ware strijd af. Zo iemand is ontzet wanneer hij beseft dat hij verkeerd heeft gehandeld, dat hij verkeerd is, dat hij heeft gezondigd, dat hij een zondaar is. Hij wordt tot werkelijk BEROUW gebracht, niet alleen over wat hij heeft gedaan, maar ook over wie hij nu inziet dat hij is. Het is niet gemakkelijk. Het zelf wenst nooit te sterven. Werkelijk berouw hebben is zich onvoorwaardelijk aan God overgeven zijn wet gehoorzamen!

Niettemin moet hij zelf de beslissing nemen. Als hij berouw heeft, zich aan God overgeeft, en in GELOOF Jezus Christus als zijn persoonlijke Verlosser aanvaardt, dan, na het voldoen aan deze TWEE voorwaarden, belooft God de GAVE van de heilige Geest in hem te plaatsen. Dit is het leven van God zelf — GEESTELIJK leven. Die Geest verleent hem de goddelijke natuur!

Wat is er in dit stadium nu gebeurd?

Deze nieuwe bekeerling is alleen door God verwekt — hij is nog niet GEBOREN. Velen die geloven dat zij zijn "wedergeboren" toen zij de heilige Geest ontvingen, begrijpen wellicht wat er gebeurt, maar zij geven er een verkeerde naam aan. (Schrijf voor een volledige uiteenzetting hiervan, om ons boekje Wat bedoelt u precies met wedergeboren?)

Deze nieuwe bekeerling heeft niet de volle maat van Gods Geest ontvangen die Christus bezat; hij is nog slechts een geestelijke zuigeling in Christus. Hij moet nu geestelijk GROEIEN, zoals een pasverwekt embryo in de baarmoeder fysiek moet groeien totdat het als mens kan worden GEBOREN.

Deze nieuwe bekeerling heeft nu diep BEROUW. HIJ MEENT HET! In alle oprechtheid is hij met hart en ziel omgekeerd om een ander leven te leiden. Hij is nu een CHRISTEN, hij heeft Gods heilige Geest ontvangen. Hij is bekeerd, hij is een christen. Hij wil werkelijk doen wat juist is — God gehoorzamen — en leven volgens GODS WEG.

En als een christen zondigt?

Een christelijke bekeerling is dus iemand die Gods Geest heeft ontvangen. Deze Geest woont in hem en leidt hem, en hij volgt nu GODS LEVENSWIJZE. Een bekeerde christen heeft zijn vroegere gewoonten en wijze van leven — zijn zelfzuchtige leven waarin hij met God geen rekening hield — verzaakt. Nu leeft hij volgens de weg van Gods Woord — in het licht van het Woord van God.

Maar veronderstel nu eens dat hij, evenals een baby van een maand of tien die probeert te lopen, bij het "bewandelen" van deze NIEUWE WEG struikelt, als het ware "valt" en zondigt. Is hij dan verdoemd — verloren — en geen christen meer?

Op dit punt zou ik u willen wijzen op wat de apostel Johannes onder inspiratie voor ons heeft opgeschreven, in de eerste brief van Johannes:

Sprekend over Christus in zijn openingswoorden, zegt hij: "Hetgeen was van den beginne ... dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard is — hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben. En ónze gemeenschap is met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus" (1 Johannes 1:1-3).

De ware christen is door Christus met God verzoend. Door Gods Geest geniet hij gemeenschap, daadwerkelijke omgang, met de Vader en diens Zoon Jezus Christus. En ook zijn omgang met medechristenen is door God en Christus. Hij is met hen verbonden evenals de verschillende ranken met een wijnstok zijn verbonden en met elkaar zijn verenigd door middel van de wijnstok. Vergelijk de analogie die Jezus gebruikt in Johannes 15:1-7. Een christen bewandelt dus dezelfde weg als Christus — en twee kunnen niet samengaan als zij het niet met elkaar eens zijn (Amos 3:3).

Lees nu verder in 1 Johannes 1: "En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis. Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet" (vers 5-6). Dat wil zeggen, Hij, de levende Christus, wandelt in het licht — als op een helder verlicht pad. Als wij echter in het donker gaan, lopen wij op een heel ander pad, een pad waar duisternis heerst. Daaruit volgt dat wij helemaal niet met Hem wandelen, en als wij zeggen dat wij dat wel doen, liegen wij.

Veronderstel nu dat een van ons die met Hem, in het licht, wandelt, struikelt en valt. Dit is niet een kwestie van zich afkeren van Hem en het pad dat Hij gaat, naar een ander en duister pad. Indien wij zeggen: "Het spijt me", zou Hij ons dan niet zijn hand toesteken en ons helpen op te staan om met Hem het verlichte pad te vervolgen? Of zou Hij boos worden en zeggen: "Ga van mijn pad, ga maar verder op een donker pad?"

Nog anders gezegd: de ware christen heeft zich afgekeerd van zijn vroegere leven van zondigen uit gewoonte, en van zijn vroegere houding van zelfzuchtigheid en egoïsme, waarbij hij niet de ernstige bedoeling had Gods levenswijze te volgen. Van dat leven heeft hij zich afgewend. Over het algemeen is in zijn leven nu de christelijke levenswijze gewoonte geworden.

Hij is echter niet volmaakt vanaf het ogenblik dat hij zich bekeert en Gods Geest ontvangt. Hij moet geestelijk GROEIEN, in de genade en kennis van Christus, zoals Petrus schrijft in 2 Petrus 3:18. Hij is het product van gewoonten en alle oude gewoonten raakt hij niet eenvoudig automatisch kwijt, zonder enige moeite van zijn kant om ze te overwinnen. Hij moet leren de zonde te overwinnen. Het is onvermijdelijk dat hij een keer niet op zijn hoede is en een fout maakt. Lees nu verder in 1 Johannes 1:

"Maar indien wij in het licht wandelen ..." — dat wil zeggen, ook al struikelen wij nu, het is slechts incidenteel — wij keren niet Gods levenswijze de rug toe, wij keren niet terug tot de oude gewoonte van een leven van voortdurend zondigen.

Begint u het verschil te zien? De ware christen bedoelt Gods levenswijze te volgen. Hij wil op Gods manier leven. Hij streeft ernaar op Gods wijze te leven. En over het algemeen is dat nu daadwerkelijk zijn dagelijkse NIEUWE WIJZE van leven. De incidentele misstap of zonde betekent niet dat hij in zijn verstand en hart God en zijn weg heeft verworpen. Verder:

"... gelijk Hij in het licht is" — als die levenswijze nu ons doel en onze dagelijkse levenswijze is — dan "hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons [ons die nu christenen zijn] van alle zonde. Indien wij [christenen] zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet" (vers 7-8).

Indien wij, die nu christenen zijn, zeggen dat wij reeds volmaakt zijn — dat wij nooit uitglijden en een fout maken of een zonde begaan — misleiden wij onszelf. Ik heb een vrouw gekend die zichzelf op deze manier misleidde. Zij beweerde boven de zonde te staan, beweerde dat zij nooit zondigde. En hoewel zij was wat de meeste mensen een goede vrouw zouden noemen, beging zij in feite de grootste van alle zonden: geestelijke trots en ijdelheid! Zij ging prat op haar "zondeloze" staat. Zij miste de christelijke nederigheid.

Als iemand echter op dit verlichte pad met God struikelt en valt, wil God dan niets meer met hem te maken hebben?

Vers 9: "Indien wij [wij die christenen zijn; het gaat hier niet over onbekeerde mensen] onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid."

Let dus goed op dat "INDIEN": "Indien wij onze zonden belijden." Wanneer wij struikelen, moeten wij dat erkennen — wij moeten er berouw van hebben — wij moeten om vergeving vragen. Als wij het ontkennen of iemand anders de schuld geven, wordt het ons niet vergeven. Wij moeten het belijden — aan God!

"Indien wij zeggen, dat wij [christenen] niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet." Deze passage wordt vervolgd in het tweede hoofdstuk: "Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt." Met andere woorden, opdat wij niet zouden zondigen — wij moeten ernaar streven elke zonde te vermijden. God geeft ons geen vergunning tot zondigen. Maar "... als iemand gezondigd heeft, wij [wij christenen] hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld" (1 Johannes 2:1-2). Maar vanzelfsprekend is Hij de verzoening voor de zonde van de onbekeerden in de wereld alleen als zij tot werkelijke bekering en tot geloof in Christus komen.

Ware bekering: een proces

Daar veel mensen het gehele, hierboven beschreven proces niet goed begrijpen, raken zij ontmoedigd. Sommigen geven zelfs de poging op om een christelijk leven te leiden. Hoe komt dat? Door het foutieve idee dat een christen iemand is die plotseling, op slag, VOLMAAKT wordt, of dat iemand geen christen kan worden totdat hij met alle verkeerde gewoonten heeft gebroken en zichzelf rechtvaardig heeft gemaakt.

Het is van vitaal belang te BEGRIJPEN wat ware christelijkheid WERKELIJK betekent!

De pasverwekte christen moet geestelijk opgroeien. Wat zou u denken van een pasgeboren kind dat plotseling, zonder te groeien, 1.80 m lang werd? Het groeiproces vereist TIJD. Er is een ogenblik waarop iemand de heilige Geest van God ontvangt — waarop hij tot christen wordt verwekt. Maar hij is in geestelijke zin slechts een kind. Hij moet geestelijk opgroeien.

De pasbekeerde persoon heeft, in zijn denken en in zijn hart, oprecht een OMMEKEER gemaakt! Hij heeft contact met GOD gekregen en Gods heilige Geest ontvangen. Gods eigen goddelijke NATUUR is nu in hem geplaatst. DAT IS EVENWEL ALLES; deze goddelijke natuur is slechts verwekt — nog niet tot ontwikkeling gekomen! Hij is nog steeds menselijk — sterfelijk — vlees en bloed. Hij is nog steeds uit materie samengesteld, niet uit geest.

Dit moeten wij goed begrijpen!

Gedurende bijna 6000 jaar is de mens de WEG gegaan van trots en ijdelheid, zelfzucht en begeerte, gebrek aan belangstelling voor het welzijn van anderen — in de geest van wedijver, verzet, twist, het najagen van bezit en het verheffen van het ego. De mens is steeds vervuld geweest van zelfgenoegzaamheid, jaloersheid, naijver, wrok jegens anderen, een geest van opstandigheid tegen gezag en vijandschap jegens God en de Wet van God.

De christen moet deze neigingen overwinnen.

De christen moet het rechtvaardige KARAKTER ontwikkelen om de juiste weg te kiezen en de verkeerde te weerstaan — het ik te disciplineren in de richting waarin hij moet gaan, in plaats van de weg van zelfzucht en ijdelheid te bewandelen.

Volmaakt karakter

Gods DOEL met het scheppen van de mensheid — zijn doel met ervoor te zorgen dat u werd geboren — is Zichzelf te vermenigvuldigen. (Schrijf om ons boekje Waartoe bent u geboren?)

Boven alles is God VOLMAAKT, RECHTVAARDIG KARAKTER! God kan in ons karakter scheppen; maar dit moet geschieden als gevolg van onze onafhankelijke vrije wil. Wij, als individuele persoonlijkheden, hebben in dit proces ons eigen aandeel.

Wat is volmaakt karakter? Het is het vermogen, in een individueel wezen met een eigen vrije wil, te komen tot de KENNIS van het goede en het kwade — van het ware en het valse — het goede te KIEZEN, en de WIL te hebben zich zelfdiscipline op te leggen om het goede te DOEN en het kwade te weerstaan.

Evenals spieren wordt ook karakter door oefening ontwikkeld en versterkt. Mijn naam is Armstrong. Ik zou mijn arm iets sterker kunnen maken en de spieren ontwikkelen door mijn arm voortdurend te buigen en te strekken. Maar als ik aan iets zwaars moet trekken of ertegen duwen, zullen de spieren veel sneller ontwikkelen. In ons huist een NATUUR die een zeer ongunstige invloed uitoefent op de ontwikkeling van dat volmaakte rechtvaardige karakter. Dit geeft ons iets waartegen wij moeten strijden met precies HET DOEL DAT GOEDE KARAKTER TE ONTWIKKELEN EN TE VERSTERKEN!

Gods KARAKTER gaat in de richting van zijn wet — de weg van LIEFDE. Het is een onbaatzuchtige ZORGZAAMHEID voor anderen. God bezit dat karakter! Hij heeft een onbaatzuchtige zorgzaamheid voor u en mij. Hij GAF zijn eniggeboren Zoon om ons met Hem te verzoenen en om de VREUGDEN van zijn karakter en eeuwige leven voor ons mogelijk te maken (Johannes 3:16). Hij overstelpt ons met alle goede en waardevolle gaven. Hij plaatst zelfs ZIJN GODDELIJKE NATUUR in ons (2 Petrus 1:4) — wanneer wij berouw hebben en ons van de VERKEERDE wegen van DEZE WERELD afwenden, wanneer wij ze beginnen te weerstaan en ons tot Hem wenden door geloof in Jezus Christus als persoonlijke Verlosser!

Gods goddelijke natuur is de natuur van liefde — van geven, dienen, helpen — van onbaatzuchtige zorgzaamheid. Het is ook de natuur van nederigheid.

Wanneer iemand bekeerd is — berouw heeft gehad en zich heeft afgewend van de verkeerde LEVENSWIJZEN van deze wereld — en op een zeker moment Gods heilige Geest heeft ontvangen, dan is zijn menselijkheid — zijn MENSELIJKE natuur — niet vervlogen. Deze werd ons (waarschijnlijk onbewust) door Satan, de overste van de macht der lucht, ingegeven. Hij oefent nog steeds invloed op ons uit. Wij leven nog steeds in DEZE TEGENWOORDIGE, KWAADAARDIGE WERELD, en ook die blijft haar trekkracht uitoefenen. God staat nog altijd toe dat Satan aanwezig is. En hij is ook inderdaad aanwezig!

Er zijn dus DRIE KRACHTEN te WEERSTAAN — te OVERWINNEN! Deze zijn: Satan, deze wereld en wijZELF. Tegen deze drie moeten wij strijden teneinde RECHTVAARDIG KARAKTER in ons te ontwikkelen en te versterken. God zegt duidelijk dat het DE OVERWINNAARS zijn die behouden zullen worden — die met Christus zullen REGEREN! (Openbaring 2:26-27; 3:21; 21:7.)

Gods hulp

Geen mens is sterk genoeg om dit UIT EIgen KRACHT te doen! Hij moet de hulp en kracht van GOD zoeken, en IN GELOOF ontvangen. Zelfs met Gods kracht zal hij die krachten niet gemakkelijk of in één keer overwinnen. HET IS NIET GEMAKKELIJK! Christus zei duidelijk dat de weg naar uiteindelijk behoud moeilijk en zwaar is (Mattheüs 7:13-14). Het is een voortdurende STRIJD — een worsteling tegen het ik, de wereld en de duivel. Het scheppen van KARAKTER komt tot stand door ERVARING. Het kost TIJD!

Deze ontwikkeling is een PROCES. Het is een kwestie van GROEI, van ONTWIKKELING. Er is, om VOLMAAKT te worden, een volledige en juiste KENNIS van het Woord van God nodig; Jezus onderwees immers dat wij moeten leven bij ELK WOORD VAN GOD (Mattheüs 4:4; Lukas 4:4).

Het natuurlijke, onbekeerde verstand van de mens kan de woorden van God niet volledig en op de juiste manier BEGRIJPEN. Maar de heilige Geest opent het verstand voor dit geestelijke begrip. Het verwerven van deze KENNIS is op zich al een proces waarvoor TIJD nodig is. Het zijn de DADERS van dit Woord, niet alleen de hoorders, die zullen worden behouden (Romeinen 2:13).

Maar is iemand onmiddellijk en plotseling in staat deze nieuwe LEVENSWIJZE, waarover hij nu hoort, te volgen? Kan iemand plotseling breken met ALLE GEWOONTEN waarvan hij nu ziet dat ze verkeerd zijn? Nee, hij merkt dat hij tegen gewoonten die hij in het verleden heeft aangeleerd, strijd moet leveren.

Hij moet nog steeds de ZUIGKRACHT van de onzichtbare, maar machtige Satan overwinnen. Deze kracht is op subtiele wijze in hem doorgedrongen als EEN WET die in hem werkt — voortgebracht door de uitstraling van Satan de duivel, de overste van de macht der lucht (Efeziërs 2:2). Deze hele wereld is afgestemd op het denkpatroon van de duivel (Openbaring 12:9).

De apostel Paulus noemt deze zuigkracht van de menselijke natuur: de wet van zonde en dood.

Paulus was bekeerd. Paulus was een ware christen. Hij had diep berouw gehad, Christus aanvaard en de heilige Geest ontvangen. Met zijn verstand wilde hij van ganser harte en met werkelijke intense oprechtheid volgens Gods WEG HANDELEN! Maar was Paulus hierin volmaakt?

Wij laten hem zelf aan het woord. LUISTER!

De ervaring van Paulus

"Wij weten immers, dat de wet geestelijk is", schreef hij, "ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde. Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik ... Doch dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont." Hij spreekt hier over de menselijke natuur in hem. Hij vervolgt: "Immers, het WENSEN is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet. Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dát doe ik ... want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods, maar in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is" (Romeinen 7:14-23).

De wet van zijn verstand is de Wet van God: de Tien Geboden. De wet "in zijn leden" is de menselijke natuur door Satan in hem gebracht. Dan roept Paulus uit: "Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?" Vervolgens dankt hij God — dat GOD dit ZAL doen — door Jezus Christus en door de kracht van zijn HEILIGE GEEST. MAAR DAT KOST TIJD!

De waarlijk bekeerde christen zal ontdekken dat hij dikwijls struikelt, door verleiding, en valt — evenals een kind dat leert lopen vaak valt. Maar een kind van een jaar raakt niet ontmoedigd en geeft niet op. Het staat op en begint opnieuw.

DE WERKELIJK BEKEERDE CHRISTEN IS NOG NIET VOLMAAKT!

GOD KIJKT NAAR HET HART — de innerlijke BEWEEGREDEN — de werkelijke bedoeling. Als hij zich inspant — als hij telkens wanneer hij valt, weer opstaat, en God berouwvol om vergeving vraagt, en zich voorneemt zijn uiterste best te doen DEZE FOUT NIET OPNIEUW TE MAKEN — en met vernieuwde kracht volhardt om te OVERWINNEN, dan zal God deze persoon in zijn strijd om te overwinnen in grote mate genadig zijn.

Ik denk dat het inmiddels wel duidelijk is dat de pasbekeerde christen niet op slag VOLMAAKT is. Hij begaat niet opzettelijk, willens en wetens zonde, in een geest en houding van opstandigheid. Daarvan heeft hij zich bekeerd! Hij wenst de zonde volledig de baas te worden. Maar om volmaakt te leven, zou hij alle geestelijke KENNIS moeten bezitten. Hij zou bij ELK WOORD van de Bijbel moeten leven. De heilige Geest verleent geestelijk inzicht, zodat hij de Bijbel kan BEGRIJPEN. Maar om de gehele Bijbel te begrijpen IS TIJD NODIG. Wij moeten GROEIEN in de KENNIS HOE wij volmaakt zonder zonde moeten leven.

Door de macht der gewoonte, of door zwakheid en verleiding, kan een christen zondigen. Maar als hij christen is, heeft hij onmiddellijk berouw, en op grond van dit berouw reinigt het offer van Christus hem van zijn zonde (1 Johannes 1:7-9).

Bekeerde mensen staan dikwijls aan grotere verleiding bloot dan vóór hun bekering. Satan oefent een grotere zuigkracht op hen uit dan voorheen. Zij STRIJDEN tegen de zonde, STREVEN ernaar te overwinnen. Maar zij zijn nog niet volmaakt. Soms zijn zij niet op hun hoede. Zij kunnen daadwerkelijk zondigen. En dan ONTWAKEN zij als het ware, en beseffen wat zij hebben gedaan. Zij hebben BEROUW en zijn vervuld van wroeging — hebben WERKELIJK SPIJT — en hebben een afkeer van zichzelf. Dan gaan zij naar GOD en ROEPEN om HULP — om meer kracht en sterkte van God om te OVERWINNEN (Hebreeën 4:16).

Dit is de LEVENSWIJZE van de christen!

Het is een levenswijze van voortdurende STRIJD — een gevecht tegen de ZONDE — een naar God gaan in ernstig gebed om hulp en geestelijke KRACHT om te overwinnen. En als zij ijverig zijn, maken zij voortdurend VORDERINGEN. Zij GROEIEN voortdurend in Gods KENNIS, uit de BIJBEL. Zij roeien voortdurend verkeerde gewoonten uit en zetten zichzelf aan tot GOEDE gewoonten. Zij groeien voortdurend dichter naar GOD door bijbelstudie en gebed. Zij groeien voortdurend in KARAKTER, op weg naar volmaaktheid, hoewel nog niet volmaakt.

Wat gebeurt er indien iemand sterft?

Maar, zal iemand vragen, wat gebeurt er indien iemands leven wordt afgesneden en hij sterft voordat hij deze volmaaktheid heeft bereikt? Is hij dan behouden of verloren? Het antwoord is dat wij in dit leven nooit absolute volmaaktheid zullen bereiken.

Ik zei reeds eerder dat iemand die bekeerd is, op een bepaald tijdstip plotseling — de heilige Geest ontvangt! Niet de volle maat die Christus had — hij is niet plotseling geestelijk volgroeid — hij is nog een geestelijk kind in Christus. Niettemin is hij op dat ogenblik een veranderd, een bekeerd mens — hij heeft een verandering ondergaan in zijn gedachten, in zijn geestesgesteldheid, in de richting die hij zich nu voorgenomen heeft te gaan. Zelfs al heeft hij op dat ogenblik nog geen volmaaktheid bereikt — zelfs al kan hij onder de druk van verleiding struikelen en een geestelijke val maken — zolang hij met hart en ziel ernstig ernaar streeft GODS WEG te bewandelen, te overwinnen en geestelijk te groeien — zo lang Gods Geest in hem is — zo lang hij door Gods Geest wordt geleid, is hij een verwekte ZOON VAN GOD.

Mocht zo'n leven te eniger tijd tot een einde komen, dan zal zo iemand uit de dood worden opgewekt — behouden — onsterfelijk in Gods Koninkrijk.

Geef nooit op

Alleen degene die OPGEEFT en Gods weg VERLAAT (Hebreeën 10:38) — die God, GODS LEVENSWIJZE en Christus als zijn Verlosser VERWERPT — die in zijn verstand en hart (naar zijn diepste BEDOELING) het leven volgens GODS WEG verwaarloost of zich ervan AFKEERT — of die door voortdurende veronachtzaming zich van Christus AFWENDT, alleen hij is verloren.

Als iemand die eenmaal bekeerd is en Gods heilige Geest heeft ontvangen, en die de vreugden van GODS WEG heeft ERVAREN, opzettelijk die weg verwerpt en BESLUIT, niet onder de druk van verleiding, maar weloverwogen en onherroepelijk, NIET Gods weg te volgen, dan, zegt God, is het ONMOGELIJK dat zo iemand opnieuw tot bekering wordt gebracht. Hij zou over dit besluit BEROUW moeten hebben. Maar als hij dit besluit MET OPZET heeft genomen, niet omdat hij ertoe werd verleid, maar kalm, na rijp beraad, opzettelijk, dan zal hij hierover NOOIT berouw hebben.

Maar iemand die VREEST dat hij misschien "de onvergeeftijke zonde" heeft begaan — die zich er misschien zorgen over maakt en HOOPT dat hij die niet heeft begaan, en die nog altijd graag Gods behoud wil verkrijgen — zo iemand heeft deze zonde niet begaan — zo iemand KAN berouw hebben en zonder meer behouden worden ALS HIJ DIT WENST!

(Als u een grondige uiteenzetting en verklaring van "de onvergeefiijke zonde" zoudt willen zien, schrijf ons dan om ons gratis engelstalige boekje over dit onderwerp: What Do You Mean "The Unpardonable Sin"? Het zal de waarheid duidelijk maken.)

Wat staat ons te doen?

Als u een christen iets verkeerds ziet doen, OORDEEL NOCH VEROORDEEL hem — het is aan God te oordelen, niet aan u! Laten WIJ begrip hebben en vergevingsgezind zijn: wij kennen van anderen niet de diepste beweegredenen — alleen GOD kent ze!

En als u zelf bent gestruikeld en gevallen, WEES DAN NIET ONTMOEDIGD! Sta op en ga doelbewust verder!

God kijkt naar het hart — de houding — het voornemen.

Zolang iemand, in zijn hart, werkelijk wenst samen met God zijn weg te gaan, diep berouw heeft als hij een incidentele zonde begaat, ernaar streeft de zonde te overwinnen en Gods levenswijze de zijne te maken, dan zal hij bij gelegenheid weleens struikelen, maar als hij het belijdt en berouw erover heeft, zal hem vergeving worden geschonken. Als hij evenwel toegewijd is in zijn christelijke leven, wordt het vallen steeds minder; hij zal vooruitgang boeken, overwinnen, geestelijk GROEIEN en een rechtvaardig goddelijk karakter opbouwen.

Hoe is uw houding? Wanneer u hebt gezondigd, is dit u dan volkomen onverschillig? Dan loopt u groot gevaar. Rechtvaardigt u zich, vindt u dat anderen de schuld treft? Dat zal nooit uw zonden rechtvaardigen.

Wenst u nog steeds Gods weg te gaan? Dan is het nog niet te laat. Keer u af van uw zonden, BELIJD uw zonden — aan God. BEKEER u! Richt u op met Christus' helpende hand en ga door met overwinnen en geestelijk GROEIEN.

Onthoud evenwel dat u, wanneer u eenmaal weet dat u oprecht berouw hebt gehad en vergeving hebt ontvangen, de zonde(n) niet herhaalt, maar ze VERGEET. Zoals de apostel Paulus schrijft: "... één ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus" (Filippenzen 3:14).

Deze "historische" boekjes worden u in deze vorm als dienstverlening gratis ter beschikking gesteld door
de Kerk van de Grote God

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)