Wees bereid uw God te ontmoeten! (Het boek Amos)

"Het teken aan de wand" is een cliché dat een situatie beschrijft waar alles wijst op een op handen zijnde gebeurtenis die de climax is van de dan gaande ontwikkelingen. Het gezegde vond zijn oorsprong toen God het Babylonische Rijk oordeelde en tot de conclusie kwam dat het tekortschoot (Daniël 5). Babylon viel diezelfde nacht! Al zullen onze naties waarschijnlijk niet deze nacht vallen, toch bestaat er geen twijfel over dat we geoordeeld worden — en het vooruitzicht is niet best.

Sommigen denken dat we een tijd in de geschiedenis hebben bereikt die correspondeert met de periode vlak voor de zondvloed. God legde de omstandigheden vast die heersten in de tijd dat Noach de ark bouwde. "Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was" (Genesis 6:5). Wat een schokkende gedachte! Welke gevaren en verdrukking moeten er aan alle kanten op de loer hebben gelegen!

Toch voorspelt Jezus in een profetie betreffende de eindtijd — de tijd waarin we nu leven: "Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn" (Mattheüs 24:37). In een grotere, algemenere context bedoelde Jezus dat ondanks de gevaarlijke, onheilspellende gebeurtenissen die aan alle kanten om hen heen plaatsvinden, de mensen hun normale gang zullen gaan zonder serieus aandacht te schenken aan de betekenis van die gebeurtenissen (vers 38-39). Ze zullen niet de tijd ervoor uittrekken zich af te vragen of die cataclysmische gebeurtenissen hen persoonlijk zullen gaan raken.

Hoe staat het met u? Zelfs al leven we in kritieke tijden, we worden toch gemakkelijk afgeleid van hun belang door onze hoge levensstandaard en gerieflijke toegang tot praktisch alles wat we verlangen. De naties van West-Europa, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten wentelen zich voor het grootste deel in een nooit geëvenaarde technologische luxe. Ons leven wordt — tot groot geestelijk nadeel voor ons — geheel bepaald door onze bezittingen en ons pogen het hoofd economisch boven water te houden.

Maar we moeten dit niet langer toestaan! De tijd en profetie gaan onverbiddelijk door. Het boek Amos legt een bijna exact parallelverslag vast van wat er in onze tijd gebeurt. Het stelt de sociale, politieke, economische, militaire en religieuze omstandigheden en houdingen te boek die gangbaar waren in het oude Israël van omstreeks 760 v.Chr. Dit was zo'n veertig jaar voordat Assyrië het land binnenviel en de natie volledig verwoestte. Israëls nederlaag was zo ontzagwekkend dat voorzover het de wereld betreft, het volk vanuit de geschiedenis verdween! In deze tijd staan ze dan ook bekend als de tien verloren stammen van Israël.

Amos is geen opwekkend boek om te lezen. Het bevat niet de bemoedigende, verheven en hoop inspirerende profetieën van Jesaja. Nee, Amos heeft het over een somber noodlot waar bijna geen einde aan komt. Dit vertegenwoordigt een interessante tegenstelling met Israëls toenemende macht, rijkdom en invloed. Tijdens de dagen dat Amos optrad ervoer de natie een uitbarsting van welvaart die alleen maar in de tijd van Salomo groter was. Oppervlakkig bezien leek het erop dat Israëls welvaart duidde op Gods behagen; maar Amos' woorden bewijzen zonder enige twijfel dat God in het geheel niet werd behaagd! Hij was dodelijk serieus! Als het volk zich niet zou bekeren, zouden ze ten ondergang gedoemd zijn!

De Israëlieten bekeerden zich niet. Als gevolg daarvan kwamen ze in oorlog, kregen ze hongersnood, pest en ballingschap te verduren. Tienduizenden stierven. Zij leerden op de harde manier dat God precies bedoelt wat Hij door Zijn profeten zegt (Amos 3:7).

Al beschrijft Amos wat er letterlijk gebeurde in het oude Israël, toch bedoelde God de boodschap voor ons, de fysieke en/of geestelijke nakomelingen van Israël. Het werd geschreven om ons tot actie aan te sporen als we zien dat de tijden erop wijzen dat Jezus Christus spoedig zal wederkeren.

Amos laat duidelijk zien dat onze naties hetzelfde pad naar vernietiging volgen als het oude Israël. Er is nog hoop dat we ons zullen bekeren en de wraak van God vermijden, maar met het voortschrijden van de tijd wordt dat steeds onwaarschijnlijker. We moeten veel lessen leren en het schijnt dat we vastbesloten zijn deze op de harde manier te leren.

Een van onze belangrijkste problemen is dat we ons alleen maar op onszelf richten en op de dingen die we doen. We oordelen iemand op basis van hoeveel rijkdom hij tijdens zijn leven kan verzamelen. Dat is een verkeerde maatstaf. Zelfs de wereld begrijpt dat geld en bezit weinig tevredenheid geven en toch gaan we door om dat soort "succes" na te jagen, alsof dat alles is wat ertoe doet. Het is nooit de bedoeling geweest van de grote Schepper dat materialisme de basis zou zijn van een overvloedig leven.

Wij publiceren dit boekje in de hoop dat de leden van de kerk tot actie worden aangezet om in geestelijk opzicht slim genoeg te zijn om te voorkomen dat ze verstrikt raken in deze verleidelijke, zelfgerichte valstrik. De basis van een werkelijk overvloedig leven is een Godgericht leven dat tot uiting komt in het onderhouden van de geboden, regelmatig bidden, bijbelstudie en zichzelf opofferen ten dienste van familierelaties en verantwoordelijkheden binnen de maatschappij. God zal welwillend kijken naar de christen die deze dingen doet.

We hopen ook dat anderen wakker zullen worden voor de dreigende crisis die over de moderne naties van Israël zal komen. Zij zijn Laodiceïsch — apathisch, in zichzelf opgaand, materialistisch en geestelijk in slaap (Openbaring 3:14-22) — en gaan hals over kop, zonder er acht op te geven, af op de geprofeteerde grote verdrukking en dag des Heren. Maar er is nog tijd om wakker te worden en tot God terug te keren.

We moeten niet toestaan dat deze aantrekkelijke en gemakkelijk op te nemen manier van leven de onze wordt. Om het te vermijden hebben we een steeds hechter wordende relatie met God nodig en moeten we onze houding en gedrag onder controle houden. God belooft in Openbaring 3:10 om voor Zijn trouwe, liefhebbende en enthousiaste kinderen te voorzien in een weg om te ontkomen. Daarom moeten we gehoor geven aan de dringende boodschap van Zijn dienaar Amos.

Inleiding

Is de wereld ooit getuige geweest van een tijd als deze tijd? Is er enige natie die zo'n welvaart en macht heeft gehad en die toch zo'n onrust, zulk onrecht en zulke verdrukking heeft ervaren als onze naties?

Het antwoord op deze vragen is zowel ja als nee. Ja, andere naties zijn op het wereldtoneel machtig geworden, al is geen enkel land zo spectaculair en tot zulke duizelingwekkende hoogten gekomen als Amerika en het Britse Gemenebest. Ja, andere naties zijn om dezelfde redenen van het toppunt van hun macht gevallen. Deze redenen zijn de geestelijke, morele en ethische onverschilligheid, onverantwoordelijkheid en apathie van het volk. Aan de andere kant is de val van een natie in de geschiedenis niet zo diep, zo snel, zo extreem, zo onnodig en zo duidelijk geprofeteerd in de bladzijden van de Bijbel.

De menselijke natuur is niet veranderd. De mens is nu niet zondiger dan in enige andere tijd in de menselijke geschiedenis. Met de opkomst van technologie heeft de mens echter het vermogen en de gelegenheid om vaker te zondigen, om gemakkelijker anderen in hun zonden te betrekken, en op die manier de vernietigende invloeden van zonde te vermenigvuldigen — alles tot een omvang die zijn weerga in de geschiedenis niet kent.

Er zijn geen naties die ooit minder verontschuldigingen hadden om zich te wentelen in een morele crisis dan de Angelsaksische, engelssprekende naties — de nakomelingen van het oude Israël. In ongeveer een generatie zijn we collectief gegaan van het verheffen van goddelijke moraliteit tot een klagen over een gebrek hieraan. Het ironische hiervan is dat individueel onze Handelingen zich op de grens van het amorele bevinden. Eens verheerlijkten en verdedigden we onze fundamentele wetten gebaseerd op Gods woord en het christendom was op basis van onze eigen voorkeur de nationale religie. Maar tijdens ons leven hebben we gezien dat zowel de principes waarop onze staat is gebaseerd als Gods woord meedogenloos werden aangevallen en vaak vergeten. Humanisme — het verheffen van de mens boven God — is onze nieuwe religie geworden ter vervanging van het christendom.

We hebben zelfs minder reden tot verontschuldiging omdat God in een verslag heeft voorzien van een natie die dezelfde richting uitging. Als we dat pad van moreel verval blijven volgen, zullen we op dezelfde bestemming uitkomen — nationale militaire nederlaag en gevangenschap.

Het boek Amos legt Gods beoordeling vast van Israëls interne conditie zo'n veertig jaar voor haar val. De profeet werd gezonden om het volk te waarschuwen en hen tot berouw en bekering te leiden, maar ze wilden niet veranderen. Als straf voor haar geestelijk en moreel verval, viel in 721 v.Chr. Assyrië Israël binnen en verpletterde hen in een vernietigende oorlog. De overlevende Israëlieten werden in ballingschap gevoerd, waarna zij schijnbaar van de aardbodem verdwenen. Dit was Gods antwoord op hun zonde en rebellie!

Maar Israël was Gods "uitverkoren volk"! Hij bevrijdde de Israëlieten van hun slavernij in Egypte (Exodus 12:40-42) en sloot op de berg Sinaï een verbond met hen, gaf hen daarbij Zijn wetten en maakte Zijn manier van leven bekend (Exodus 19-24). Na hun jaren van rondtrekken in de woestijn bracht Hij hen in het Beloofde Land (Jozua 11:16-23) en terwijl zij in aantal toenamen, zorgde Hij voor hen en beschermde hen (Psalm 147).

God was nooit zo dicht bij enige natie en zo bereid hen te helpen!

Hoe diep moet hun val zijn geweest! Wat deden de Israëlieten om zich Gods wraak op de hals te halen? Hoe zat Israël in elkaar toen God Zijn dienaar Amos zond met een loodzware boodschap van evaluatie? Hoe zag God de morele en ethische conditie van het volk?

Dit zijn belangrijke vragen, maar voor ons in Gods kerk zijn andere vragen zelfs van meer levensbelang. Was Amos' boodschap alleen maar op de oude natie Israël gericht? Of liet God dit verslag ook optekenen ten behoeve van ons? Zijn er parallellen tussen Israëls neergang en val waar de kerk van kan leren?

Bij de doop sluiten wij, evenals Israël, een verbond met God. In Galaten 6:16 wordt de kerk zelfs "het Israël van God" genoemd. De kerk bestaat in de wereld en haar leden moeten niet slechts functioneren, maar groeien temidden van de vrije val waarin de morele en geestelijke standaards zich bevinden. Laat Amos gebieden van neergang zien waaraan we onszelf kunnen spiegelen?

Moge Amos ons motiveren om ons tot God te wenden en Hem te behagen — en daardoor te ontkomen aan wat onze naties even zeker zal overkomen als het het oude Israël overkwam!

Amos' benadering

Amos schrijft voornamelijk tot of tegen het oude Israël, maar hij benadert zijn hoofdonderwerp als een roofvogel, hoog in de lucht rondcirkelend, zonder enige inspanning in de lucht zwevend op de thermiek op zoek naar prooi. De cirkel wordt kleiner en kleiner. Dan — opeens — duikt hij naar zijn slachtoffer.

Amos ontwierp zijn profetie op precies deze manier. Zoals een adelaar begint Amos in een ruime cirkel waarbij hij de naties hekelt die Israël omringen — Syrië, Filistea, Tyrus, Edom, Ammon, Moab en Juda — en dan duikt hij opeens neer op Israël. Hij wijdt iets meer dan één hoofdstuk aan deze andere naties, maar meer dan zeven aan Israël.

Syrië, Filistea en Tyrus maakten deel uit van Israëls politieke wereld, en Edom, Ammon en Moab waren etnisch neven. Juda was een broer. Let op Amos' methode. Hij gaat van buren naar familieleden en valt uiteindelijk Israël in eigen huis aan, het directe gezin.

De profeet weet Gods boodschap op meesterlijke en krachtige wijze over te brengen. Denkt u zich eens in dat Amos naar Betel en Samaria gaat, twee van Israëls belangrijkste steden, en om de aandacht van zijn gehoor te trekken valt hij de vijanden van Israël aan. Hij hekelt de zonden van de Syriërs, de Filistijnen, de inwoners van Tyrus, de Edomieten, Moabieten, Ammonieten en — ja ook — Israëls rivalen in het zuiden, de Joden! Al snel beginnen ze vurig in te stemmen met zijn uitspraken. "Geef ze ervan langs, Amos! Ik heb altijd al geweten dat die volken schoften waren!"

Maar ze zijn in een positie gebracht voor de genadeslag. Als zij hun vinger beschuldigend richten op hun buren, stort Amos zich, evenals de adelaar, met uitgespreide klauwen op hen neer vanwege hun eigen zonden.

Condities binnen Israël

Nadat de Assyriërs in 805 v.Chr. de Syriërs aanvielen en versloegen, stopten ze ineens met hun expansie in de richting van Palestina en gingen terug naar Assyrië. Deze abrupte terugtocht maakte onbedoeld het toneel gereed voor een toename van Israëls rijkdom en macht, die sinds de regering van Salomo voortdurend was afgenomen. Dankzij de afwezigheid van buitenlandse overheersing begon de welvaart en invloed van Israël toe te nemen.

Toen Jerobeam II in 793 v.Chr. koning over Israël werd, zette hij het bestuurlijke en religieuze systeem voort dat Jerobeam I (931 —910 v.Chr.) had ingesteld. Vanuit Gods perspectief was Jerobeam II een slechte koning, maar hij was een bekwaam bestuurder en militair leider (2 Koningen 14:23-29). Tijdens het machtsvacuüm dat ontstond door de terugtrekking van Assyrië, plaatste hij de lucratieve handelsroutes die door Israël liepen onder zijn controle. Deze routes, die van Babylon en Assyrië, van Egypte en Noord-Afrika, van Syrië en Klein-Azië kwamen, maakten Israël tot het kruispunt van handel en zaken.

Vanwege de buitensporige tol die Jerobeam II vroeg aan de handelaars om op deze door Israël beheerste handelsroutes te mogen reizen, begon de rijkdom en macht van de natie die van Salomo's koninkrijk twee eeuwen eerder te evenaren. Een soortgelijke toename in welvaart vond er onder Uzzia (2 Kronieken 26) in Juda plaats. In tegenstelling tot elk ander stel koningen herstelden Jerobeam en Uzzia Israëls grenzen tot wat zij waren onder David en Salomo. Geschiedkundige Leon J. Wood beschrijft deze periode in A Survey of Israel's History (p. 277) als "de bijna ongeëvenaarde welvaart onder de regering van Jerobeam".

Maar er waren problemen.

Rijk en trots Israël! De naties zongen Israëls lof en gingen vriendschappelijke betrekkingen met haar aan. Als geheel werden de mensen goed gevoed, goed gekleed, goed vermaakt. In politiek en militair opzicht was Israël machtig en invloedrijk, sloot verbonden met andere naties en breidde haar handel uit over de gehele bekende wereld. Terwijl de natie er aan de buitenkant heel indrukwekkend uitzag, tastte de kanker van morele degeneratie haar geestelijke kern aan.

Bijbels geschiedkundige Charles F. Pfeiffer schrijft:

Er ontwikkelde zich een rijke klasse van kooplieden, en zowel handelaren als vorsten bouwden grote huizen en gingen op in de gemakken die rijkdom mogelijk maakte. De armen deelden echter niet in de welvaart ... De maatschappij was verdeeld in de verdorven rijken en de verbitterde armen. (Old Testament History, p. 328)

Als Amos naar Israël kijkt, bevestigt hij het oordeel van Pfeiffer: "Dan zal Ik het winterhuis tegelijk met het zomerhuis neerslaan en de ivoren huizen zullen te gronde gaan, ja vele huizen zullen hun einde vinden, luidt het woord des Heren" (Amos 3:15). Sommige mensen bezaten zoveel rijkdom dat ze amper wisten wat ze ermee moesten doen! Deze weinige rijke Israëlieten waren zo rijk dat zij niet slechts één huis bezaten, maar twee, drie of vier! Verblind door hun rijkdom en denkend dat God hun welvaart had geschonken vanwege hun gerechtigheid, schonken ze geen aandacht aan de verschrikkelijke verdrukking die zij op de armen en zwakken uitoefenden. Om deze dingen belooft God hen te zullen straffen.

Amos berispt hen dus op scherpe wijze:

? ... zal Ik het niet herroepen. Omdat zij de rechtvaardige voor geld verkopen en de arme om een paar schoenen — zij die ernaar snakken, dat stof van de aarde zij op het hoofd der geringen, en die de weg der weerlozen ombuigen. (Amos 2:6-7)

? Hoort dit woord, gij koeien van Basan, die woont op de berg van Samaria, gij, die geringen verdrukt en armen vertrapt, die zegt tot uw heren: Breng aan, dat wij drinken! (Amos 4:1)

? [Wee] Gij, ... die nederligt op ivoren bedden, en omhangt op uw divans, die lammeren uit de kudde opeet en kalveren midden uit de stal, die joelt bij het geluid van de harp, die gelijk David muziekinstrumenten voor u uitdenkt, die uit plengvaten drinkt, vol wijn, en met de voortreffelijkste olie u zalft. (Amos 6:3-6)

Hij beschrijft een enorm rijk volk. Men zocht tegen elke prijs geld te verdienen, ongeacht wat de consequenties voor de "kleine man" zouden zijn. De minachtende woorden "koeien van Basan" beschrijven de rijke vrouwen die de controle uitoefenden over de Israëlitische families, die eisen stelden aan hun mannen om de levensstijl waaraan ze gewend waren in stand te houden. Verdorven mensen die een opzichtig leven leidden, ten volle genoten van een kostbaar materialisme, zichzelf verzadigden met wijn en het vette der aarde. Ze ontzegden zichzelf niets.

Maar hoe verkregen ze zo'n rijkdom? Bezit en legaal bedrog! Uitbuiten van de armen! Louche handelspraktijken! De machtigen en rijken gebruikten de wetten en de rechtbanken in hun eigen voordeel tegen de zwakken en armen die zich geen juridische bijstand konden veroorloven. De laatsten trokken altijd aan het kortste eind bij het rechtsgeding.

Zij haten in de poort wie opkomt voor het recht, en verafschuwen wie spreekt in oprechtheid. ... Want Ik weet, dat uw overtredingen vele zijn, en uw zonden talrijk; gij die de rechtvaardige benauwt, die losgeld aanneemt, en die de armen in de poort terzijde dringt. (Amos 5:10, 12)

De Israëlieten hielden hun openbare bijeenkomsten en rechtszittingen in de stadspoort waar iedereen getuige kon zijn van de gang van zaken. Als ze werden berispt voor de manier waarop ze leefden, voor hun sociale houding, voor hun immoraliteit, voor hun gebrek aan vroomheid, zouden de hedonistische Israëlieten typisch hun criticus in een kwaad daglicht stellen of aanvallen in plaats van zich te bekeren. Omkoperij, belemmering van het recht en aanvallen op wetsgetrouwe burgers kwamen algemeen voor.

De Israëlitische religie

Misschien waren hun handelspraktijken verdorven, maar de religieuze sector van de maatschappij hield beslist een hoge morele standaard in stand! Wat zag Amos toen hij het religieuze leven van het volk observeerde?

? Komt naar Betel en pleegt afval, naar Gilgal; vermeerdert de afval! Brengt des morgens uw slachtoffers, op de derde dag [of jaar] uw tienden! Ontsteekt een lofoffer van het gezuurde en roept vrijwillige offers uit; doet het horen! Zo wilt gij het immers gaarne, o Israëlieten, luidt het woord van de Here HERE. (Amos 4:4-5)

? Maar zoekt Betel toch niet, en komt niet naar Gilgal, en trekt niet naar Berseba. Want Gilgal wordt onherroepelijk weggevoerd en Betel gaat teniet. Zoekt de HERE en leeft. (Amos 5:5-6)

? Ik haat, Ik veracht uw feesten, en kan uw samenkomsten niet luchten. Ja, als gij Mij brandoffers brengt, en uw spijsoffers, heb Ik daaraan geen welgevallen, en uw vredeoffer van mestkalveren wil Ik niet aanzien. Doe van Mij weg het getier van uw liederen, het getokkel van uw harpen wil Ik niet horen. Maar laat het recht als water golven, en gerechtigheid als een immer vloeiende beek. (Amos 5:21-24)

Vanwege hun relatie met Israëls verleden hadden Betel, Gilgal en Berseba voor de gewone Israëliet een veelbetekenende religieuze betekenis. Jerobeam I plaatste in Betel een gouden kalf (1 Koningen 12:25-31), daar die stad al sinds de dagen van Jakob religieuze associaties had (Genesis 28:10-22; 35:1-7). Gilgals betekenis ontsprong aan Israëls binnenkomst in Kanaän na haar veertig jaar in de woestijn en de besnijdenis van haar mannen aldaar (Jozua 5:1-12). Berseba had sterke connecties met Abraham, Isaak en Jakob, de voorvaders van de natie (Genesis 21:22-34; 22:19; 26:32-33; 28:10).

Zelfs op die manier mishaagde Israëls religie God om twee redenen. Ten eerste, de Israëlieten uit de dagen van Amos waren schuldig aan het navolgen van de zonde van Jerobeam I, waarin de dienst van de ware God werd gecombineerd met die van afgoden. God haat afgodendienst (Exodus 20:1-6). Blijkbaar kwamen de mensen in drommen naar deze heidense tempels en brachten daar nauwgezet hun offeranden. In al hun religieuze ijver hadden ze hun ogen echter niet op de God des hemels gevestigd. Hun religieuze praktijk werd niet — zoals zij beweerden — uitgevoerd in gehoorzaamheid aan God, maar was aan het denken van de mens ontsproten. In Zijn openlijke veroordelingen van hun religie zegt God hun dat hun eredienst hun geen goed zou doen, omdat de basis daarvan niet aan Hem was ontleend.

Ten tweede, hun religie was aangenaam voor henzelf. Vanwege hun zorgvuldig onderhouden van hun vorm van eredienst waren de Israëlieten tevreden met zichzelf, maar zij vergaten hun sociale verantwoordelijkheid. Zij lieten na hun naaste lief te hebben (Amos 8:4). Rituele, seksuele uitspattingen waren een normale zaak (Amos 2:7). Ondanks hun oprechtheid lieten ze alle goddelijke standaards en waarden vallen en minachtten ze autoriteit en wet (Amos 3:10).

Toepassing op onze tijd

Welke betekenis heeft Amos' profetie voor ons in deze tijd? Hoe diep zouden wij daarover moeten nadenken? Amos heeft het in even sterke mate tegen ons als hij het tegen het oude Israël had — hij zou net zo goed door de straten van Los Angeles of New York, Londen of Edinburgh, Sydney of Brisbane, Toronto of Montreal hebben kunnen lopen.

De aanklachten die hij tegen Israël naar voren brengt zijn aanklachten tegen zonde, en "zonde is een schandvlek der natiën" (Spreuken 14:34). Amos heeft het dus tegen iedere natie die gevangen zit in de vernietigende greep van moreel verval. Het kan zijn dat wat hij zegt niet van toepassing is op iedereen persoonlijk binnen deze naties, maar de principes zijn zeker van toepassing op deze samenlevingen in het algemeen.

Klaarblijkelijk richt hij zich op de problemen die hij met eigen ogen zag en spreekt hij zich uit tegen het kwaad in zijn eigen tijd. Maar als we slechts deze zienswijze accepteren, missen we het punt waar het om gaat. Om de bedoelde kracht van zijn boodschap te voelen, moeten we begrijpen dat deze ook gericht is tegen ons als individuen die leven in de naties van het moderne Israël. Evenals Amos leven wij in tijden waarin moraal en ethiek geheel de aftocht blazen en de consequenties daarvan hebben hun invloed op ons allemaal.

Toch is zelfs dit nog niet dicht genoeg bij. Al is wat Amos zegt zeker van toepassing op de naties van de wereld, toch zijn wij die "burgers zijn van een rijk in de hemelen" (Filippenzen 3:20), het eerste belangrijkste gehoor voor zijn boodschap. Amos spreekt — sterker nog, hij brult — tot Gods volk, Zijn kerk, de toekomstige bruid van Christus.

In de bijbelse betekenis is de kerk de voortzetting van het oudtestamentische Israël, wat we kunnen zien in de belofte van het Nieuwe Verbond in Jeremia 31:31: "Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal." Toen Jezus kwam en de kerk oprichtte, te beginnen met Zijn discipelen, liet Hij zien dat het Nieuwe Verbond met Zijn discipelen, de kerk van God, werd gesloten: "Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zeide: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis" (1 Corinthiërs 11:25).

Als deel uitmakend van de kerk van God, zijn we voorlopers van het verbond dat uiteindelijk ook met fysiek Israël zal worden gesloten. "Want wíj [de kerk] zijn de besnijdenis, die door de Geest Gods Hem dienen, die in Christus Jezus roemen en niet op vlees vertrouwen" (Filippenzen 3:3). Als door de Geest verwekte kinderen van God zijn wij de ware geestelijke joden of Israëlieten (Johannes 4:22-24).

Wij zijn ook de kinderen der belofte (Galaten 4:28-29) en Abrahams zaad (Romeinen 9:6-8; Galaten 3:28-29). Vanuit de gehele mensheid zijn wij degenen die het meest bij Gods doel betrokken zijn. Wij zijn degenen die zich het meest bewust zijn van en zich het hardst inspannen voor het Koninkrijk van God. Vanwege deze ontzagwekkende roeping als Zijn volk van het Nieuwe Verbond liet God de Schriften schrijven ten voordele van ons: "Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften de hoop zouden vasthouden" (Romeinen 15:4).

Paulus schrijft ook : "Dit is hun [de Israëlieten] overkomen tot een voorbeeld (voor ons) en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is" (1 Corinthiërs 10:11). Zoals we eerder zagen wordt de kerk specifiek aangeduid als "het Israël van God" (Galaten 6:16). God inspireerde het boek Amos zodat Zijn volk in de eindtijd, omgeven door materialisme en wereldlijke afleidingen die in de menselijke geschiedenis geen parallel hebben, niet het voorbeeld van Israël zou volgen.

In dit boekje zullen we kijken naar het voorbeeld van Israël, aangeven waar dit van toepassing is op onze naties, de kerk en individueel op ons. Amos' benadering is heel direct en moeilijk vers voor vers toe te lichten. In plaats daarvan hebben we gekozen voor een thematische benadering van deze heel essentiële waarschuwingsboodschap voor Gods volk. Met elkaar geven de volgende onderwerpen in Amos ons een volledig plaatje van de Israëlitische maatschappij, cultuur en religie, en laten ze zien hoe deze op ons van toepassing zijn:

? De verantwoordelijkheden van hen die een verbond met God sluiten.
? De eerlijkheid van Gods oordeel.
? De effecten van zonde op een natie.
? Het belang van ware religie en heiligheid.
? De kanker van zelfgenoegzaamheid en Laodiceanisme.
? De afschuwelijke straf voor zonde ondanks herhaalde waarschuwingen.
? De noodzaak van bekering en de belofte van Gods zegen

Het boek Amos is een bijtende berisping van een natie die God verworpen en vergeten heeft. Het is een stimulerende waarschuwing aan allen over de gevaren van afvalligheid, rebellie en zelfgenoegzaamheid. En we moeten nooit vergeten dat Amos tot ons spreekt, de kerk van God, het Israël van God! Hij waarschuwt ons op indringende wijze: "Wees bereid uw God te ontmoeten!" en laat ons zien op welke manier dat mogelijk is.

Luisteren wij?

De verantwoordelijkheid van het verbondsvolk

De basis van Gods beschuldiging tegen het volk van Israël en Zijn oordeel over hen is hun speciale relatie. "U alleen heb Ik gekend uit alle geslachten van het aardrijk; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden aan u bezoeken" (Amos 3:2). Vanaf het moment dat Hij met hen begon te handelen, heeft God hun grotere verantwoordelijkheid vanwege hun kennis van Hem benadrukt (Deuteronomium 4:5-10).

Zoals gebruikt in Amos 3:2 kan kennen cognitief zijn, waarbij het denkproces betrokken wordt. Ook kan het relationeel zijn, duidend op ervaring met iemand anders. Het woord wordt in Genesis 4:1 (Statenvertaling) in de tweede betekenis gebruikt, waar staat: "De mens [be]kende Eva, zijn huisvrouw." Hij had een intieme, verzorgende relatie met haar. Dat geldt ook voor God. Uit alle naties op aarde was Hij slechts intiem met Israël, waarbij Hij op een heel persoonlijke manier over haar waakte en voor haar zorgde (Ezechiël 16:1-14). Israël was zo kostbaar voor Hem dat Hij haar "Zijn oogappel" noemde (Deuteronomium 32:10)!

Of ze het nu beseften of niet, toch ging het volk waar God zoveel om gaf, zijn roeping, zijn bijzondere status, minder waardevol vinden (Deuteronomium 7:6). Met het verstrijken van de tijd vervormden zij het tot een leerstelling van goddelijke voorkeur. We kunnen dit zien in twee historische voorbeelden:

In de dagen van Jeremia (ca. 600 v.Chr.) waren de Joden heel trots op de nabijheid van de tempel en voelden ze zich heel veilig doordat zij er vlakbij woonden (Jeremia 7:1-15).

Eeuwen later tijdens het leven van Jezus geloofden de Joden dat zij door hun fysieke afstamming van Abraham Gods gunst verwierven (Johannes 8:31-40).

In de praktijk veroorzaakte deze houding dat de Israëlieten leefden alsof ze geen rekenschap hoefden te geven van hun individuele handelingen.

"Zijn wij niet Gods volk?" zeiden ze ter rechtvaardiging. Werden ze daarom niet beschermd tegen hun vijanden en kregen ze daarom niet zonder al te veel inspanning grote welvaart? God had eerder voor hen gevochten en zij veronderstelden dat Hij dat altijd zou doen. Zij vergaten dat privileges samengaan met verantwoordelijkheden. Zij vergaten dat God niet doet aan aanziens des persoons (Handelingen 10:34; Jacobus 2:1-13). Hij zou hen tegen dezelfde rechtvaardige standaards oordelen als waarop Hij in Amos 1:3-2:3 de heidenen aanklaagt.

Al waren ze schuldig aan soortgelijke dingen als de heidenen, toch zouden zij meer verantwoordelijk worden gehouden vanwege hun speciale relatie met God. In feite moesten ze als het verbondsvolk met de verantwoordelijkheid om een licht voor naties om hen heen te zijn, zelfs een strikter oordeel verwachten dan hun buren aan wie de eeuwige God Zich nooit had geopenbaard.

Een intieme relatie

Eerst richt Amos zich apart tot Juda en Israël. Amos 3:1-2 koppelt hen echter aan elkaar door "de gehele familie" van ongerechtigheid te beschuldigen. Israël, de naam die in Genesis 32:28 aan Jakob werd gegeven, slaat op alle volken die bij de berg Sinaï een verbond met God sloten (Exodus 24:1-8). Israël en Juda worden vaak allebei bedoeld met de ene naam Israël.

Maar Israël is meer dan de naam van een natie. Het is een codenaam voor Gods ware kerk, die door Paulus "het Israël van God" (Galaten 6:16) werd genoemd. De kerk is ook een groep bestaande uit mensen die een verbond met God hebben gesloten. Al vonden de feitelijke gebeurtenissen die Amos beschreef in het fysieke Israël plaats, toch is de waarschuwing ook heel sterk gericht op de kerk in deze tijd.

Evenals met de Israëlieten heeft God een intieme relatie met hen die Hij geestelijk heeft verwekt. We kunnen zien dat Hij een intieme relatie had met de aartsvaders, zoals Abraham en Jakob, en met de profeten — met Jeremia in feite zelfs voordat hij geboren was! "Eer Ik u vormde in de moederschoot, heb Ik u gekend, en eer gij voortkwaamt uit de baarmoeder, heb Ik u geheiligd; tot een profeet voor de volkeren heb Ik u gesteld" (Jeremia 1:5).

Dit is niet metaforisch bedoeld. God verlangt een intieme familierelatie met elk van ons. Hij wil "onze Vader in de hemelen" (Mattheüs 6:9) worden genoemd. Zijn eerstgeboren Zoon is onze oudste Broer (Mattheüs 12:50) en wij zijn Gods zonen en dochters (2 Corinthiërs 6:18). Zo hecht de relaties binnen een gezin zijn, zo hecht zijn de relaties tussen God en Zijn verwekte kinderen.

Wat kunnen wij, als Zijn uitverkoren volk, dus leren van het voorbeeld van het oude Israël? Het hebben van privileges kan gevaarlijk zijn. De boodschap van Amos is dat hoe dichter wij bij God zijn, hoe nauwkeuriger het onderzoek en hoe strenger het oordeel. Het oordeel begint bij hen die een verbond met Hem sluiten. "Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods; als het bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen, die ongehoorzaam blijven aan het evangelie Gods?" (1 Petrus 4:17). Ezechiël 9:3-6 en Openbaring 11:1-2 illustreren dit principe. Als het volk en de tempel van God worden wij als eerste en het meest nauwgezet geëvalueerd om te bepalen of we voldoen aan de standaards van gerechtigheid die God aan ons heeft geopenbaard.

De Openbaring weigeren

Anders dan het oordeel over de heidenen (Amos 1:3-2:3) klaagt Amos Juda aan voor het overtreden van Gods geboden, in het bijzonder liegen.

Zo zegt de HERE: Om drie overtredingen van Juda, ja om vier, zal Ik het niet herroepen. Omdat zij de wet des HEREN verworpen en zijn inzettingen niet onderhouden hebben, maar hun leugengoden, die hun vaderen reeds achternaliepen, hen hebben verleid, zal Ik vuur werpen in Juda, zodat het Jeruzalems burchten verteert. (Amos 2:4-5)

Juda's minachting voor Gods wet en Israëls opdracht aan de profeten om niet langer Zijn woord te verkondigen (Amos 2:12) weerspiegelen precies dezelfde morele conditie: Beide verwierpen de stem van God zoals die via de profeten tot hen sprak. Wat God bedoeld had als hun privilege door Openbaring van Zichzelf en Zijn wet, werd de bron van de gevaren dat hen nu bedreigden. Het is een andere manier van zeggen: "Van een ieder, wie veel gegeven is, zal veel geëist worden" (Lucas 12:48).

Het moderne Israël — de Angelsaksische naties van Amerika, het Britse Gemenebest en noordwest Europa — verwerpt in deze tijd Gods manier van leven, evenals het oude Israël dat deed. Het geestelijke Israël, Gods kerk, strijdt tegen deze trotse houding. God zal geen enkel excuus aanvaarden om niet op Zijn manier te leven (Hebreeën 6:4-6), omdat als Hij die openbaart, Hij ook in de kracht voorziet om ernaar te leven.

God doet de belofte dat Hij ons nooit een beproeving zal geven die te zwaar is en dat Hij altijd voor uitkomst zal zorgen (1 Corinthiërs 10:13). Hij wil zien of we Zijn waarheid liefhebben en Zijn instructies zullen opvolgen. En als we hulp nodig hebben om datgene te doen wat Hij ons als Zijn weg heeft geopenbaard, zal Hij ons de bekwaamheden geven om die weg te gaan (2 Corinthiërs 3:4-6).

Zoals God de Amorieten en de Egyptenaren vernietigde om Israël te verlossen (Amos 2:9-10), zo zal Hij ook ons verlossen ongeacht dat alles erop duidt dat we zullen verliezen. We kunnen de menselijke natuur, Satan en deze boze wereld niet zonder de hulp van God overwinnen. We moeten God zoeken en vragen om de gaven die we nodig hebben om te overwinnen, te groeien en de vrucht voort te brengen van een goddelijke manier van leven (Lucas 11:9-13; Jacobus 1:5).

Een persoonlijke waarschuwing

Het verachten van de waarheid is een innerlijke houding die zich uiterlijk openbaart in immoraliteit, en dit is de conditie die God bij het oude Israël vond. Het volk was zelfgenoegzaam geworden over Zijn Openbaring aan hen. Zij zochten ijverig naar kennis — zelfs religieuze kennis — maar ze hadden de waarheid niet echt lief (Romeinen 10:2-3). Dit weerspiegelde zich in hun immoraliteit. Als zij Gods waarheid hadden liefgehad, dan hadden zij ernaar geleefd en zou God geen reden tot een veroordeling hebben gehad.

In dit informatietijdperk verzamelen we bergen gegevens — betreffende ethiek, oplossingen voor sociale problemen en dergelijke — toch gaat onze moraal achteruit. Intelligente, goed opgeleide personen hebben veel Bijbelcommentaren geschreven, maar ze weigeren toch de sabbat of de Heilige Dagen te houden. Zij schrijven dat Kerstmis en Pasen een heidense oorsprong hebben en in de Bijbel niet worden geboden, maar ze onderhouden ze toch. Zij hebben Gods waarheid niet genoeg lief om te veranderen. Dit was Israëls probleem en het zou ook het onze kunnen worden als we niet voorzichtig zijn.

Omdat God ons Zijn waarheid heeft geopenbaard, heeft iedere individuele christen een verantwoordelijkheid om zich daaraan aan te passen en te groeien. Er is een grotere verscheidenheid aan afleidingen dan ooit te voren in de geschiedenis van de mens, afleidingen die wedijveren om onze tijd en aandacht. Als we niet uiterst voorzichtig zijn en als we ons gevoel van urgentie verliezen, zullen we stapje voor stapje ons begrip van wat waar en wat niet waar is gaan verliezen. Ons vermogen om te onderscheiden tussen goed en kwaad zal vervagen. Wij moeten ervoor zorgen dat God, Zijn woord en Zijn weg altijd op de eerste plaats staan in ons leven.

Christus zei dat als we in de waarheid blijven, de waarheid ons op zijn beurt vrij zal maken (Johannes 8:31-36). Als we naar de waarheid leven, zal de geopenbaarde waarheid van God ons beschermen tegen een terugvallen in de slavernij van de zonde. Maar eerst moeten we de waarheid die ons gegeven is, liefhebben. Menselijk gezien jagen we na wat we liefhebben. God wil een vader-kind of leraar-student relatie met ons. Als we de waarheid niet liefhebben en als we de waarheid en God Zelf niet najagen, zullen we onze relatie met Hem ernstig ondermijnen, en Hij zou onze houding kunnen interpreteren als een verachten van Zijn waarheid.

Liefde voor de waarheid komt van God door Zijn Heilige Geest en moet door onze reactie daarop worden gevoed. We moeten de waarheid niet alleen leren, maar ook in ons leven toepassen. Dit zal het verschil uitmaken tussen behouden worden en omkomen (2 Thessalonicenzen 2:9-12).

God verwerpen

Wet in Amos 2:4 verwijst naar onderricht, niet naar wetgeving en wetshandhaving. Dit woord wet is afkomstig van een werkwoord dat "werpen" betekent. De wortel ervan beschrijft het werpen van het lot of van dobbelstenen. Als het lot of dobbelstenen werden geworpen, openbaarde God Zijn wil in de manier waarop zij neerkwamen (Spreuken 16:33; zie ook Leviticus 16:8-10; Handelingen 1:26). Bij tijden werd het lot gegooid in het bereiken van een oordeel in criminele rechtszaken om zich van Gods wil te vergewissen (Jozua 7:13-25). Het werpen van het lot schiep dus een juridisch precedent, dat ertoe diende om instructie te geven in andere zaken waarin hetzelfde fundamentele principe van gedrag betrokken was. Gods wil — Zijn wet — werd aan Zijn volk onderwezen door het werpen van het lot.

Dit onderwijsproces impliceert een leraar-student relatie. Toen de Israëlieten Gods instructie vervat in Zijn wet verwierpen, verwierpen zij ook de Instructeur. Hun relatie met Hem ging snel achteruit.

Inzettingen betekent "uitsnijden of in steen beitelen", waardoor de duurzaamheid en de onveranderlijkheid ervan wordt aangegeven in tegenstelling tot tijdelijke en veranderlijke leugens. De wet komt van een onveranderlijke, rechtvaardige en reine God in tegenstelling tot de wispelturige en onrechtvaardige mens.

Juda's verachting van Gods wet en Openbaring van Hemzelf was een interne zaak, een zaak van het hart (Psalm 78:37; 81:11-12; Jeremia 5:23). De persoonlijke en maatschappelijke achteruitgang die Amos beschrijft duiden erop dat het volk de waarheid verworpen had. Zo staat het ook met ons: God wil ons hart veranderen, zodat Hij ons handelen kan veranderen en ons leven een andere wending kan geven.

Op elk gebied van het leven had Israël de waarheid van God verdraaid om tegemoet te komen aan de ideeën van de mens. Als het erop aankwam hielden ze meer van leugens dan van de Openbaring van God (2 Thessalonicenzen 2:11-12). Amos zegt dus dat Gods volk Zijn wet verachtte. Zij maakten de fout steeds minder waarde te hechten aan hun roeping en die als de normaalste zaak van de wereld te beschouwen. Door te geloven dat ze Gods uitverkorenen waren, dachten ze dat ze onherroepelijk behouden waren. Met deze houding was het slechts een kwestie van tijd voordat zich een geestelijke en morele zelfgenoegzaamheid begon te openbaren. Als Gods kerk kunnen we ons niet toestaan in deze houding terecht te komen, omdat ook wij daardoor tot immoraliteit zouden vervallen.

Als dat gebeurt moet God een oordeel vellen omdat Zijn rechtvaardigheid voor iedereen hetzelfde is (Colossenzen 3:25; 1 Petrus 1:17). Gods wetten besturen de mensen zowel van buitenaf als van binnenuit. Het doet er niet toe wat Israël of de kerk duidelijk anders maakt, Zijn oordeel is altijd rechtvaardig. Toen God Israëls immoraliteit middels Zijn profeten niet kon veranderen, moest Hij hen straffen. Zo zal Hij ook een afvallige kerk straffen.

Het is gemakkelijk in te zien waarom dit boek is gericht op de kerk van de eindtijd. De volkeren van Amerika en het Britse Gemenebest verkeren reeds in de morele en geestelijke conditie van het volk van Israël en Juda in de tijd van Amos. Leden van Gods kerk komen uit zo'n wereld. Evenals Israëls bevoorrechte positie tot een vloek werd, zo zal dat ook gebeuren met de christen die uiteindelijk zijn roeping verwerpt (Hebreeën 6:4).

Gods vonnis

Zie, Ik maak, dat het onder u zal kraken, gelijk een wagen kraakt, van garven overvol. Dan zal aan de snelle de vlucht afgesneden zijn, de sterke zal zijn kracht niet kunnen ontplooien en de krijgsheld zal er het leven niet afbrengen. Ook de boogschutter zal niet standhouden en de snelvoetige zal niet ontkomen en de ruiter zal er het leven niet afbrengen. Ja, de kloekhartigste onder de helden zal te dien dage naakt wegvluchten, luidt het woord des HEREN. (Amos 2:13-16)

De bewoordingen van vers 13 kunnen op twee manieren worden uitgelegd. De eerste is dat God in boosheid weigert Zijn volk nog langer te dragen, zoals iemand een last kan neerzetten die te zwaar is. De tweede beeldt een zwaar beladen kar uit met een gebroken wiel dat diepe voren ploegt in de weg en de berijders ervan in de sloot werpt. De context impliceert dat de zware vracht de verpletterende last is van de zonden die Israël belemmeren om op "de smalle en enge weg" (Mattheüs 7:14) te blijven.

Deze tweede betekenis schijnt het beste te passen als Hij verdergaat met het aankondigen van de vernietiging van Israël. Israël was aan het eind gekomen van haar grootste periode van voorspoed sinds de tijd van Salomo. De natie was rijk, machtig en goed bewapend, trots op haar macht, bekwaamheden, wijsheid, rijkdom, strategische voordelen en moed. Wie kon zich tegen Israël verzetten? Maar God schreeuwt de waarschuwing uit dat al de natuurlijke bekwaamheden van de natie (Amos 2:14), verworven vaardigheden (vers 15) en bijzondere kwaliteiten (vers 16) haar niet zouden helpen.

De mens ziet de kracht van een natie in haar rijkdom, bevolking, bewapening, technologie en kennis. Maar waar kijkt God naar? "Gerechtigheid verhoogt een volk, maar zonde is een schandvlek der natiën" (Spreuken 14:34). De Bijbel openbaart dat de oorzaak van de opkomst en ondergang van naties moreel en geestelijk is. Zoals Amos laat zien kan geen enkele natie vertrouwen op haar kracht, macht en rijkdom om zich te behoeden voor de vernietigende effecten van moreel verval. Morele, ethische en geestelijke problemen kunnen niet worden opgelost door geld, kracht van wapenen, "Star Wars" projecten, sociale programma's, intelligentie of menselijke welwillendheid.

Daar Israël haar bevoorrechte status verspeeld had, beloofde God haar te vernietigen zoals Hij de Amorieten en de Egyptenaren had vernietigd (Amos 2:9-10; 4:10, 12). Het volk van Israël was zover gegaan dat God geen bekering van hen verwachtte. Evenals Prediker 3 laat Amos zien dat er een tijd is van kansen en een tijd dat de kansen voorbij zijn. Blijkbaar was Israëls kans om zich te bekeren voorbijgegaan. Het was te laat!

Zoals Hij in het verleden hun oorlogen voor hen had gevoerd, zo zou God nu tegen hen vechten. Hoe groot hun moed of deskundigheid ook was, niets zou in hun voordeel uitwerken. De dingen die Israël vroeger kracht in de strijd hadden gegeven, zouden zich nu tegen hen keren.

Een glimpje hoop

Let erop dat er nog steeds een glimpje hoop bestaat:

En over u een zwaard brengen, dat wraak neemt over het verbond; wanneer gij dan in uw steden bijeenkomt, dan zal Ik de pest onder u zenden en gij zult aan de vijand overgeleverd worden. ... Maar Ik zal hun ten goede gedenken het verbond met hun voorvaderen, die Ik voor de ogen der volken uit het land Egypte heb geleid, om hun tot een God te zijn. Ik ben de HERE. (Leviticus 26:25, 45)

God zal Zijn verbond gedenken omdat Hij een naijverig God is (Exodus 20:5). Omdat Hij niet wil dat Zijn naam op enigerlei manier ontheiligd wordt, houdt Hij zich in sterke mate bezig met hen die Zijn naam dragen (Exodus 20:7). Het verbondsvolk, Israël, had Zijn naam ontheiligd door hun gedrag onder de andere naties. Omdat God heilig en rechtvaardig is, zal Hij wat Hij in het eerste hoofdstuk van Amos verkondigde tegen de heidenen te doen, ook tegen Israël doen — een volk dat zijn verbond met Hem had verzaakt.

Jesaja schrijft dat Jeruzalem, het symbool van alle stammen van Israël, dubbel zal ontvangen voor haar zonden vanwege haar bevoorrechte positie onder het verbond (Jesaja 40:2). God zal Israël straffen voor haar nalatigheid om te voldoen aan haar verantwoordelijkheden binnen het verbond.

Gods straf is echter nooit een doel op zichzelf en Hij straft ook niet in onbeheerste boosheid of frustratie. Hij straft veeleer op de beste manier en op de beste tijd om personen tot bekering te brengen. Hij heeft Zijn beloften aan Abraham, Isaak en Jakob niet vergeten, maar Hij zal hun nakomelingen corrigeren zodat Hij uiteindelijk Zijn volk kan behouden en hun de beloften kan geven. Het proces zal pijnlijk zijn maar ook effectief; Israël zal tot bekering komen (Romeinen 11:25-29).

Terugkijkend op de geschiedenis van het Britse Gemenebest en Amerika van de laatste tweehonderd jaar zien we twee naties die snel uitgroeien tot vooraanstaande naties en deze groei ging gepaard met ongeëvenaarde prestaties. De Britten vestigden een groot rijk dat niet in verhouding stond met de grootte van hun bevolking, binnenlandse rijkdom en aangeboren bekwaamheden. Door haar commerciële macht werden de Verenigde Staten de rijkste natie die ooit heeft bestaan. De Amerikaanse invloed ging daarna zelfs die van Groot-Brittannië te boven, waardoor Engels de universele taal werd voor zaken en politiek.

Duizenden academische, wetenschappelijke en technische doorbraken en uitvindingen zijn tot stand gekomen door Britse en Amerikaanse personen, ontdekkingen die de rest van de wereld in sterke mate beïnvloed hebben. Beide naties zijn door die macht en invloed gaan denken dat ze een onuitputtelijk reservoir hebben aan natuurlijke bekwaamheid en rijkdom. Ze voelen zich zelfs min of meer onoverwinnelijk.

Amos waarschuwt het oude Israël en haar moderne nakomelingen echter dat geen natie zo groot is dat ze zonder God kan standhouden. Hij doet naties ontstaan en doet ze ook weer verdwijnen (2 Kronieken 20:6; Daniël 4:17; Handelingen 17:26). Hun opkomst en neergang is grotendeels afhankelijk van Zijn doel met hen en hun belang binnen de profetie (bijvoorbeeld Jeremia 12:14-17; 25:15-32). Als hun moreel en ethisch fundament is vervallen, zal het natuurlijke proces dat sterke naties zwakkere zullen vervangen, plaatsvinden (Leviticus 18:28; 20:22). God gebruikt vaak dit proces om Zijn volk te straffen voor afvalligheid en immoraliteit.

Maar ook al straft God, er is altijd de hoop op bekering en herstel:

Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat de ploeger zich aansluit bij de maaier en de druiventreder bij hem die het zaad strooit; dan zullen de bergen druipen van jonge wijn en al de heuvelen daarvan overvloeien. Ik zal een keer brengen in het lot van mijn volk Israël: verwoeste steden zullen zij herbouwen en bewonen; wijngaarden zullen zij planten en de wijn ervan drinken; boomgaarden zullen zij aanleggen en de vrucht daarvan eten. Dan zal Ik hen planten in hun grond, en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit de grond die Ik hun gegeven heb, zegt de HERE, uw God. (Amos 9:13-15)

Het liefhebben en leven naar de waarheid van God staat centraal voor zowel straf als herstel. Dit is de verantwoordelijkheid van hen die een verbond met Hem hebben gemaakt, of dat nu het Oude of het Nieuwe Verbond is. Dat is ons deel van de overeenkomst — in feite een klein deel, maar toch een moeilijk deel dat gehouden moet worden (Mattheüs 7:13-14). Als we het niet houden moet God ons corrigeren.

Maar als we ons deel van de overeenkomst houden, zullen we de voordelen plukken die voortkomen uit Gods houden van Zijn deel. Hij belooft goede gezondheid (Exodus 15:26), voorspoed (Maleachi 3:8-12), kinderen (Psalm 127:3-5), zekerheid (Psalm 46) en veel andere zegeningen naast Zijn grootste gave, eeuwig leven in Zijn Koninkrijk (Johannes 17:1-3; Romeinen 6:23).

Amos, de mens

Zij die de Bijbel kritisch onderzoeken, zijn het er allemaal over eens dat Amos het boek schreef dat zijn naam draagt. Sommige onderzoekers denken dat enkele kleine details later door een editor zijn toegevoegd, maar weinigen twijfelen eraan dat een Joodse man met de naam Amos de auteur was.

De profeet wordt geïntroduceerd als komende van Tekoa, een kleine plaats ongeveer twintig kilometer ten zuiden van Jeruzalem, in de woestijn van Juda. Daar hij niet afkomstig was van een grote, kosmopolitische stad zoals Jeruzalem of Samaria, had Amos, gevormd door zijn plattelandservaringen, een duidelijker perspectief op het kwaad dat hij zag toen hij door de steden van Israël trok. Terwijl de Israëlieten hun levensstijl als normaal accepteerden, herkende de profeet deze als een perversiteit en een walgelijk iets voor God. Amos betekent "lastdrager" en zijn boodschap tot Israël, één van voortgaand oordeel en beschuldiging, was inderdaad een zware last.

Vanwege het wantrouwen tussen de twee volken is het ironisch dat God een Jood zond om de Israëlieten te waarschuwen voor hun ophanden zijnde oordeel. God zond duidelijk de best beschikbare man om de klus uit te voeren, ook al was hij geen formeel opgeleide profeet. "Ik ben geen profeet en ik ben geen profetenzoon", legt hij uit

© 1995 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC  28247-1846
(803) 802-7075

Back to the top
Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)