De wereld, de kerk en Laodiceanisme

Het zit in de wereld!

In augustus 1987 zei een welbekende evangelist in de Church of God: "U zult er verbaasd over staan hoe vaak het Werk intern een weerspiegeling is van de wereld buiten. Ik denk niet dat we ons realiseren hoe vaak dit waar is." Leden van de kerk moeten deze observatie in overweging nemen, omdat we een dringende en kritieke verantwoordelijkheid hebben om te voorkomen dat de wereld een stempel op ons drukt. Dat was onmogelijk te doen voor onze bekering, toen we volledig onder invloed van de wereld stonden. Voorkomen dat de wereld zich aan ons opdringt, is zelfs onder de beste omstandigheden moeilijk. Al hebben we sinds onze bekering misschien minder contact met de wereld, toch is dit contact niet geheel verdwenen.

Er is praktisch geen manier om de wereld volledig uit te bannen. Zij oefent haar invloed op ons uit door televisie, radio, tijdschriften, kranten, zakelijke contacten en maatschappelijke omgang. Gods volk moet er gewoon mee om gaan. Bekeerd zijn verandert niets aan het feit dat de wereld er altijd is. Pal buiten de deur worden we altijd al met haar geconfronteerd, ze is een voortdurend aanwezige werkelijkheid. Met moderne technologieën zoals televisie is ze rechtstreeks in huis aanwezig! Het is bijna onmogelijk te ontsnappen!

Gelukkig voorziet God Zijn volk van een formule om te ontsnappen. Met die formule moet iedereen naar beste vermogen uit de voeten zien te komen.

Vlucht uit Babylon!

Een profetie tegen Babel in Jeremia 51:6 laat de basisformule zien. Sprekend tot het Israëlitische volk betreffende hun verantwoordelijkheid waarschuwt God: "Vlucht uit Babel, laat ieder zijn leven redden!" Onthoud dat! Om iemands leven te redden, moet men uit Babel vluchten, van haar uitgaan, haar op de een of andere manier verlaten. "Komt niet om in haar ongerechtigheid, want dit is de tijd der wrake voor de HERE." Later zegt Hij: "Trekt eruit weg, mijn volk, en laat ieder zijn leven redden voor de brandende toorn des Heren" (vers 45).

God spoort Zijn volk vaak aan om "uit te komen". Hij gaf Abraham opdracht weg te trekken van zijn volk en familie (Genesis 12:1). Via twee engelen verzoekt Hij Lot dringend Sodom en Gomorra te ontvluchten (Genesis 19:12). Zelfs Noach wordt bij het ontvangen van de instructie om de ark te bouwen, gezegd uit te komen — dat is aan boord van de ark te gaan en de boze maatschappij van die tijd achter zich te laten (Genesis 6:14-18). Tijdens Israëls zwerftochten door de woestijn geeft God Mozes de opdracht de woonplaats van de goddelozen te verlaten (Numeri 16:26). Jesaja echoot Jeremia door te zeggen: "Trekt uit Babel" (Jesaja 48:20).

Zoals de Bijbel vaak laat zien, heeft Zijn instructie in het bijzonder betrekking op hen die in de eindtijd leven. In een nieuwtestamentische profetie die misschien voornamelijk van toepassing is op de christenen die in deze tijd leven, beveelt God Zijn volk — in een echo van Jeremia 51 — de wereld te ontvlieden. De apostel Johannes schrijft: "En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen" (Openbaring 18:4).

Babylon wordt — als vijand van God — op verschillende manieren in de Bijbel gebruikt. Eén daarvan is een letterlijke stad. Een tweede manier is een wereldomvattend systeem van bestuur, handel, vermaak, enzovoort. Een derde manier symboliseert een geestelijke entiteit. Alle drie moeten samen in beschouwing worden genomen om Babylon te begrijpen. In Openbaring 18 is het een stad die de wereldomspannende manier van leven in de eindtijd vertegenwoordigt.

Er zal een tijd komen dat het volk van God letterlijk uit Babylon zal moeten vlieden om hun leven te behouden! Tijdens de dag des Heren zal God in actie komen om Babylon volledig van de aardbodem weg te vagen. Dan zullen de christenen haar lijfelijk, fysiek moeten verlaten.

In andere tijden moet het volk van God geestelijk uit Babylon vluchten om hun leven te behouden — geestelijk ontsnappen om te ontkomen aan de plagen die op haar zullen neerkomen. Dit geldt ook voor de christenen in deze tijd: men moet Babylon geestelijk verlaten. Omdat christenen verantwoordelijkheden hebben zoals in het levensonderhoud voorzien van gezinnen en het draaiend houden van bedrijven, is het zich afzonderen in een klooster geen oplossing. God geeft Zijn volk opdracht met elkaar om te gaan en een voorbeeldig leven te leiden binnen hun omgeving. Verborgen binnen een klooster kan men geen licht in de wereld zijn.

Het zich verzamelen in gemeenschappen, zoals de Mennonieten en de Amish, klinkt aanlokkelijk voor christenen. Veel groepen mensen hebben dit geprobeerd. Het lijkt aantrekkelijk voor ware christenen, omdat we afstand willen nemen van de dingen in de wereld, maar dat is niet wat God in gedachten heeft voor Zijn volk. Hij wil dat we in de wereld zijn, maar er geen deel van uitmaken (Johannes 17:11-18). We zijn geroepen om in de gehele wereld met een boodschap uit te gaan, het evangelie van het Koninkrijk van God. Zolang als Zijn volk in de wereld leeft, moeten ze altijd het gevaar om erin op te gaan het hoofd bieden. Christenen moeten altijd waakzaam, op hun hoede, zijn, zodat de wereld hen niet weer terugtrekt en geheel in haar op doet gaan.

Al is het niet nu de tijd om lijfelijk uit Babylon te vluchten, toch is het zeer zeker de tijd om er geestelijk uit te komen. Uitkomen is een innerlijke transformatie, een verandering of bekering, van wat Babylon vertegenwoordigt tot iets dat veel beter is en in overeenstemming is met God. Daardoor wordt de manier waarop de wereld denkt, gelooft en handelt, vervangen door een betere manier.

De hoer en het gouden hoofd

Openbaring 18:4 is Gods aansporing tot de kerken om de verraderlijke schoonheid en charme van deze theologische en politieke prostituee, Babylon, te mijden. God gebruikt heel specifieke bewoordingen in Zijn beschrijving van haar in Openbaring 17. Hij noemt haar een hoer of een prostituee. Een prostituee kan schoonheid en charme hebben. Er zijn veel eigenschappen van een hoer die de aandacht van een man kunnen trekken en hem van zijn doel kunnen afvoeren. Omdat de wereld hem voor zijn bekering reeds heeft verstrikt, moet een christen geestelijk waakzaam zijn dat hij er niet naar terugkeert. Jammer genoeg wint de wereld een onvoorzichtig iemand al te gemakkelijk terug, daarom geeft de apostel Gods volk het advies ervan weg te vluchten — om de rand van de rots te vermijden.

Maar wat moeten we ontvluchten? In Nebukadnessars visioen in Daniël 2 is Babel het gouden hoofd. Goud is aantrekkelijk. Mensen geven hun leven voor de macht en de aantrekkingskracht van goud. Het gouden hoofd bezit een schoonheid die het oog, het gevoel, het verlangen naar de goede dingen van het leven stimuleert. Daarnaast vertegenwoordigt goud kwaliteit. In het profetische beeld degenereert of vermindert de kwaliteit van het metaal met het verstrijken van de tijd. Babylon vertegenwoordigt een redelijk systeem, maar door de eeuwen heen degenereert het systeem van goud tot zilver tot koper tot ijzer tot uiteindelijk een mengsel van ijzer en modderige klei.

Aan het begin is het systeem, vertegenwoordigd door het gehele beeld, aantrekkelijk. Zoals in Paulus' analogie van het lichaam in 1 Corinthiërs 12 stuurt het hoofd de andere delen van het lichaam en geeft er opdrachten aan. In feite betekent dit dat Babylon, het gouden hoofd, haar systeem, haar ideeën, haar stijl, haar kwaliteiten op alle beschavingen heeft gedrukt. Al is het systeem voor God niet aanvaardbaar, toch heeft het zijn stempel op de gehele wereld gedrukt.

Iedereen heeft eraan deelgenomen. De Amerikaanse cultuur is een Israëlitische aanpassing van het gouden hoofd. Alle andere naties hebben haar kwaliteit in zich opgenomen en hebben hun eigen specifieke draai eraan gegeven. De Duitsers gaven er een Duitse draai aan; de Fransen een Franse draai; de Italianen een Italiaanse draai. In principe doortrekt hetzelfde systeem de wereld — en zoals het wordt toegepast is het anti-Christus. Vanwege haar aantrekkelijkheid, haar magnetisme en omdat iedereen voor zijn bekering geen verdediging heeft, heeft het een stempel gedrukt op Gods volk. Babylon is de wereld waarvoor de christenen moeten vluchten.

De kenmerken van Babylon

Vanuit een theologisch gezichtspunt identificeert Openbaring 18 de kenmerken van Babylon. De tekenen zijn afgodendienst, theologische prostitutie of geestelijk overspel, onafhankelijkheid, zelfverheerlijking, trots, zelfgenoegzaamheid, vertrouwen op luxe en rijkdom, vermijden van lijden en levensbedreigend geweld. Als we Openbaring 17 en 18 zorgvuldig lezen, zien we dat elk van die trekken op de een of andere manier tot uitdrukking worden gebracht.

Interessant genoeg benadrukt God er drie in het bijzonder en Hij geeft deze weer in hoofdstuk 18:7 [Statenvertaling]:

Zoveel als zij zichzelve verheerlijkt heeft, en weelde gehad heeft, zo grote pijniging en rouw doet haar aan; want zij zegt in haar hart: Ik zit als een koningin, en ben geen weduwe, en zal geen rouw zien.

Door Babylon als een vrouw te personifiëren, laat God haar diepste, geheime gedachten zien en zodoende haar ware karakter.

De eerste van de drie karakteristieken die hier worden benadrukt, is trots, zelfverheerlijking: "zij verheerlijkte zichzelve ... Ik zit als koningin ..." De tweede is vertrouwen op rijkdom, verzadiging, mateloosheid: zij heeft weelde [buitensporigheid, wellust, geen zelfbeheersing] gehad." De derde trek is vermijden van lijden, want ze zegt: "Ik zal geen rouw zien." Omdat vertrouwen op rijkdom heel gemakkelijk kan leiden tot trotse onafhankelijkheid en vermijden van lijden, hangen deze drie met elkaar samen. God maakt Zich er druk over dat haar onafhankelijkheid tegen Hem is gericht. Wie heeft God nodig als hij alles heeft? Vermijden van lijden leidt tot het sluiten van compromissen, zowel met het geweten als met de wet. Dat kan iemands karakter ernstig beschadigen en voor God is dat een ernstige zaak.

Deze karakteristieken hebben veel gemeen met Laodiceanisme. Omdat Laodiceanisme zijn oorsprong in de wereld vindt, is het nodig om het nauwkeurig onder de loep te nemen. Hoe komt die houding in de kerk? Die komt vanuit de wereld! Kerkleden brengen die met hen mee en kunnen zich er nooit voldoende van losmaken.

"Heb de wereld niet lief ..."

Een bekende serie verzen in 1 Johannes 2 begint de relatie tussen Babylon en Laodiceanisme te onderzoeken. "Hebt de wereld niet lief ..." (vers 15). Theologisch is dat heel zinnig nadat we begrijpen wat God in Openbaring 18 zegt over trots, onafhankelijkheid, het vermijden van lijden en dergelijke. Waarom zou hij zoiets moeten zeggen als de wereld niet aantrekkelijk was? De wereld bezit een schoonheid die we vleselijk heel moeilijk vinden te weerstaan. Omdat Laodiceanisme uit deze aantrekkelijkheid voortkomt wordt deze heel beslissend voor een christen. Veel leden van Gods kerk vinden de wereld onweerstaanbaar. Op de een of andere manier kunnen velen haar geestelijk niet ontwijken.

"Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld" (vers 15-16). Johannes gebruikt deze drie geestelijke begrippen om te laten zien dat God Zich geen zorgen maakt over aantrekkelijke dingen, zoals auto's of huizen of kleding, maar een geestelijke macht die de wereld heeft en die door velen aantrekkelijk wordt gevonden. Iets betreffende de wereld is verleidelijk en de meesten vinden dat moeilijk te weerstaan.

In het volgende vers geeft Johannes een belangrijke reden waarom men de wereld niet moet liefhebben. "En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid" (vers 17). God maakt Zich het meest zorgen over de idealen van de wereld, haar standaards, haar concepten van goed en kwaad. Deze beïnvloeden de manier waarop we alles bekijken en brengen neigingen, houdingen, gevoelens voort en de doelen waarvoor we leven. Alles bij elkaar opgeteld zijn de standaards van de wereld kortzichtig en zelfzuchtig, geheel anders dan die van God die eeuwig en uitgaand naar anderen zijn.

Paulus schrijft in Romeinen 12:2: "En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, ..." De Phillips vertaling zegt: "Laat de wereld om u heen u niet in haar eigen vorm persen", een levendig beeld en een uitstekende interpretatie van wat Paulus echt bedoelde. Als men niet waakzaam is en haar verleidingen niet weerstaat, dan heeft de wereld de macht iemand te vormen en naar haar model te voegen. Daar moet weerstand aan worden geboden!

In het daaraan voorafgaande vers zegt Paulus dat we onszelf moeten offeren. Dit impliceert in sterke mate dat dat offeren pijnlijk is. Babylon vermijdt lijden ten koste van alles! Als we er niet in slagen ons zelf op te offeren, dan kan de wereld haar gang gaan en ons naar haar model vormen. De wereld heeft een invloed op ons denken (wat in de Bijbel "het hart" wordt genoemd), op onze gevoelens en op onze houding, en deze invloed komt uiteindelijk in ons gedrag tot uiting. Gedrag begint met onze houding, met onze standpunten, met onze waarden, standaards en idealen. Als die waarden, standaards en idealen in strijd zijn met de weg van God, kunnen we de constante druk van de wereld om ons naar haar model te vormen niet weerstaan.

Wereldlijkheid gedefinieerd

Hier volgt John Ritenbaughs definitie van wereldlijkheid: "de liefde voor schoonheid — dat wat men aantrekkelijk, aanlokkelijk of wenselijk vindt — zonder een daarmee samengaande liefde voor gerechtigheid". Het product van wereldlijkheid is dat de mens zal "gebruiken en misbruiken" in plaats van "bewerken en bewaren" zoals hem door God in de hof van Eden werd opgedragen (Genesis 2:15). Ongetwijfeld was Eden grandioos, de beste en luisterrijkste omgeving waarin wie dan ook op aarde ooit heeft geleefd. Wat deden Adam en Eva? Zij gebruikten en misbruikten die omgeving totdat God gedwongen werd hen eruit te verbannen en cherubs met vlammende zwaarden ervoor te plaatsen om te voorkomen dat zij terugkeerden (Genesis 3:24).

De wereld is van nature aantrekkelijk. Veel van de aarde is nog steeds opvallend schilderachtig. Ondanks alle misbruik van de mens blijft de planeet Aarde buiten haar steden schitterend. De mens houdt ervan te staren naar de grootsheid van de met sneeuw bedekte Alpen of de warme kleurstroken in de Grand Canyon of de oogverblindende stranden van tropische eilanden. Gemagnetiseerd door de optische impact van vibrerende oerwouden of kale woestijnen zal hij duizenden kilometers reizen om naar een prachtig landschap te kijken.

Wat doen wij als we iets schitterends zien? Bewerken we het en bewaren we het? Of gebruiken we het en maken we er misbruik van?

Het algemene verleden van de mens bewijst dat waar hij ook maar aan de slag is gegaan, hij de aarde niet heeft verfraaid, maar gebruikt en misbruikt. God maakt Zich meer zorgen over de geestelijke verfraaiing van de mens dan over die van de fysieke aarde, maar Hij waarschuwt in Openbaring 11:18 heel duidelijk dat Hij "hen die de aarde verderven, zal verderven". De mens heeft niet het juiste concept van schoonheid. Hij heeft de verkeerde standaards en idealen omdat Babylon haar stempel op hem heeft gedrukt. Hij gebruikt en misbruikt praktisch alles en het resultaat is overal op aarde te zien. Deze benadering tot het leven brengt de manier van Babylon tot uiting en laat zien waarom God Zijn volk opdracht geeft uit haar te komen.

God maakt Zich de meeste zorgen over hoe we andere mensen behandelen, hoe we binnen onze relaties met onze partner, onze buren en bovenal onze God werken. Gebruiken en misbruiken we onze relaties met God en andere mensen? Doen we alles wat in onze macht ligt om te bewerken en te bewaren? Hebben we liefde voor schoonheid naast een liefde voor gerechtigheid? Al is gerechtigheid inderdaad het onderhouden van Gods geboden, toch verlangt God meer van ons in ons leven. Tenzij we de schoonheid van heiligheid liefhebben, zullen we nooit heilig worden zoals God heilig is (1 Petrus 1:13-16). De liefde voor schoonheid moet gehuld worden in een liefde voor gerechtigheid.

De manier van de wereld is geheel tegengesteld aan de liefde voor schoonheid en gerechtigheid. In 1 Johannes 2 behandelt de apostel deze manier van de wereld binnen het onderwerp liefde. Ondanks dat liefde wordt gedefinieerd als het onderhouden van de geboden, gaat er heel wat meer mee samen. "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, ..." (Johannes 3:16). Jezus vermeed het lijden niet, omdat lijden een handeling van liefde is. Hij hield zoveel van schoonheid en gerechtigheid dat Hij bereid was de geboden van God op te volgen, zelfs tot aan het kruis. Schoonheid ondersteunde, sterkte Hem, de schoonheid van heiligheid, de schoonheid van het helpen van menigten van zonen en dochters die in de Familie van God geboren zouden worden.

Babylon zou dat niet doen. Zij op wie het stempel van Babylon is gedrukt, zullen evenveel van schoonheid houden als wij, maar zij zullen het niet vermengen met een liefde voor gerechtigheid. Zij zullen de medemens en God niet "bewerken en bewaren". Het zich almaar herhalende resultaat daarvan is oorlogvoering op het slagveld, in de familie, op het werk en in de maatschappij.

De oorzaak voor de toestand van deze boze wereld is het gebrek aan de liefde voor schoonheid en de liefde voor gerechtigheid. Het is gewoon een gebrek aan de liefde van God. De liefde van God is een keus die openstaat voor alle christenen. Als iemand er niet voor kiest lief te hebben, is het enige alternatief zelfzuchtigheid — zelfgerichtheid. Een zelfzuchtig iemand zal misbruiken. Dat is het systeem van de wereld. Wereldlijkheid is niets meer dan zelfgerichtheid. Men kiest ervoor zelfgericht te zijn of een uitgaande liefde te tonen — wereldlijk of godvruchtig te zijn.

Laodiceanisme is de meest subtiele vorm van zelfgerichtheid of wereldlijkheid. Het is zo subtiel dat het ontsnapt aan de aandacht van hen die er het beste toe in staat zouden moeten zijn het te zien.

De gevaarlijke eindtijd

"Weet wel, dat er in de laatste dagen zware [dreigende, gewelddadige, afschuwelijke, gevaarlijke] tijden zullen komen" (2 Timotheüs 3:1). Waarom? "Want de mensen zullen zelfzuchtig zijn ..." (vers 2). Zelfgerichtheid zal de slotcrisis van de eindtijd teweegbrengen. Het kwaad ervan zal een climax bereiken die vergeleken kan worden met de tijd vlak voor de zondvloed of met Sodom en Gomorra. Zelfgerichtheid — iedereen heeft zijn eigen perceptie van schoonheid en jaagt deze tot in het absurde na — is de drijvende kracht achter de zware tijden in de laatste dagen. Het zal een tijd zijn die voldoet aan de beschrijving in Richteren 21:25 toen "ieder deed wat goed was in zijn ogen". In de periode van de Richteren kon niemand voorzien in centraal leiderschap, omdat het volk zei: "Hier geloof ik in en dit ga ik doen."

Zo zal het ook in de laatste dagen zijn. Mensen zullen elkaar uitbuiten om de dingen waar zij waarde aan hechten, zoals geld of macht in bezit krijgen.

Want de mensen zullen ... geldgierig [zijn], pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede. (2 Timotheüs 3:2-3)

Het concept dat "mensen zelfzuchtig zullen zijn" (vers 2) gaat verder in vers 5: "Die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook dezen op een afstand" (2 Timotheüs 3:5). Vers 7 identificeert hen in meer detail: voor deze mensen geldt: "die zich te allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis der waarheid te kunnen komen."

Binnen Gods waarschuwing over hoe de toestand in de eindtijd zal zijn, somt Hij de karaktereigenschappen op waartegen de christen moet vechten als de zelfgerichtheid zijn top bereikt. Maar de Laodiceeër biedt geen weerstand zoals hij zou moeten en dat is zijn probleem! Al is hij bekeerd, toch heeft hij een houding van zelfgerichtheid die sterk genoeg is om zijn denken af te leiden van de belangrijkere geestelijke zaken!

Uit zo'n wereld zijn we getrokken en dat heeft ons tot op zekere hoogte beïnvloed. Amerika weerspiegelt deze houding als gehele natie, terwijl het zich steeds verder in de richting van isolationisme begeeft, wat niets meer is dan nationale zelfgerichtheid. Patrick Buchanans belangrijkste onderwerp in zijn gooi naar de Republikeinse nominatie voor het presidentschap was: "Amerika eerst!" Al spraken zijn Democratische tegenstanders er niet openlijk over, toch waren ze het op dit punt met de rechtse Buchanan eens, omdat ook zij wilden dat de Verenigde Staten zich uit haar wereldomvattende verplichtingen zou terugtrekken om de problemen thuis op te lossen. Hetzelfde proces werd voor de Tweede Wereldoorlog doorlopen toen de Verenigde Staten isolationistisch werden. Nu willen veel Amerikanen weer die kant uitgaan. Ze zien een deel van het probleem, maar hun oplossing is zich op zichzelf te gaan richten.

Katholieken doen iets soortgelijks in hun kloosters. Zij denken dat de oplossing ligt in zich isoleren van de rest van de wereld en al haar afstotelijkheid. God heeft betere antwoorden op de problemen van de wereld.

Let op!

Wat heeft dit met christenen in deze tijd vandoen? Lucas' versie van de profetie op de Olijfberg geeft een achtergrond voor de angstaanjagende gebeurtenissen die uitmonden in de wederkomst van Jezus Christus. Christus waarschuwt ons daar ernstig! Hij richt Zich specifiek op Zijn discipelen, maar we zouden dit persoonlijk moeten opvatten, daar we in de eindtijd leven en omringd worden door de uitersten van zelfgerichtheid. Deze uitersten zouden op zichzelf genoeg moeten zijn om waakzaam te worden en ons te ontnuchteren! Toch vond Jezus dat het nodig was ons te waarschuwen.

"Ziet toe op uzelf, dat uw hart nimmer bezwaard worde door roes en dronkenschap en zorgen voor levensonderhoud, en die dag niet plotseling over u kome als een strik" (Lucas 21:34). Op zichzelf is het geven van een feestje niet verkeerd. Maar wat gebeurt er als Babylon haar toppunt van invloed op het leven van de mens bereikt? De mens vervalt in losbandigheid, in het misbruiken van zijn door God gegeven verantwoordelijkheden. Christus maakt Zich er zorgen over, dat al zeggen we intellectueel dat de wereld vol is van zelfgerichtheid en uitspattingen, we haar toch aantrekkelijk vinden. Daarom waarschuwt Hij ons voorzichtig te zijn, omdat als we dat niet zijn de consequentie is dat die dag ons onverwacht zal overvallen. Dat is ontnuchterend.

Want hij zal komen over allen, die gezeten zijn op het oppervlak der ganse aarde. Waakt te allen tijde, biddende, dat gij in staat moogt wezen te ontkomen aan alles wat geschieden zal, en gesteld te worden voor het aangezicht van de Zoon des mensen. (vers 35-36)

Hij zegt niet dat we altijd moeten bidden: "Vader, red mij!" Dat zou zelfgericht zijn. Hij zegt: "Ontwikkel die schitterende relatie met God die Ik voor u mogelijk heb gemaakt. Blijf in contact met Hem."

Onze gebeden moeten de kwaliteit krijgen van de communicatie die ideaal is als een man en vrouw voorafgaande aan hun huwelijk met elkaar afspreken. Het kan zijn dat ze bij de eerste afspraak niet veel over elkaar weten, maar door blijvend contact neemt hun kennis van elkaar toe. Door met elkaar te praten ontwikkelt de relatie zich. Zij ontdekken gemeenschappelijke interesses. Ze vinden elkaar aantrekkelijk en boeiend. Met het voortgaan van de afspraken werken ze eraan om de relatie te verbeteren zodat ze uiteindelijk kunnen trouwen, de relatie met grotere intimiteit, plezier en rendement kunnen voortzetten. God verlangt ernaar zo'n soort relatie te hebben met Zijn volk.

Jezus Christus waarschuwt dat dezelfde factor die een huwelijk ruïneert — als de een of de ander een ander aantrekkelijker gaat vinden — deze relatie met God kan ruïneren. In deze zware tijden eindigt ruwweg 50 procent van de huwelijken in een echtscheiding. Een instituut dat door God bedoeld is heel schitterend te zijn, wordt vernietigd omdat een liefde voor een schitterende relatie niet samengaat met een liefde voor gerechtigheid. De wereld heeft het stel met succes in haar vorm geperst. Al kan het schitterend zijn begonnen, de relatie heeft toch een verschrikkelijk einde.

Het is Gods bedoeling dat gebed communicatie met Hem is om een schitterende relatie te ontwikkelen, die begonnen is met de aanvaarding van het offer van Christus. Als gevolg van het in leven houden van de relatie, laten we onze betrokkenheid zien door het houden van de afspraken met Hem, door te blijven bij de plechtige belofte die we bij onze doop deden, door Zijn geboden te onderhouden, door te laten zien dat we betrouwbaar zijn door onze zonden te overwinnen.

Terwijl we aan deze relatie werken, waken we! We zijn op onze hoede. We zijn waakzaam zoals een soldaat die op wacht staat, waardoor we ervoor zorgen dat datgene wat we schitterend vinden niet wordt vernietigd. Bedenk eens wat er zou gebeuren als een wacht, terwijl hij op zijn post heen en weer loopt, door iets naar een bepaalde kant werd gelokt. Als hij dat gaat inspecteren, valt de vijand aan! Babylon past dezelfde strategie toe. En jammer genoeg beschrijft de wacht die hiervan het slachtoffer is, precies een Laodiceeër die afgeleid wordt door begeerlijke dingen. De eerste beginselen van de oorzaak van deze afleiding worden in Lucas 21 geïllustreerd. Een Laodiceeër wordt in een geestelijke staat van zelfgenoegzaamheid en apathie gesust door de aantrekkelijkheid van de wereld. Dus de waarschuwing van Christus is: blijf waakzaam, wees op uw hoede en bid!

De boodschap aan de Laodiceeërs

En schrijf aan de engel der gemeente te Laodicea: Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige, het begin der schepping Gods: Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet. Waart gij maar koud of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen. Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte, raad Ik u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde; en ogenzalf om uw oogleden te bestrijken, opdat gij zien moogt. Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u. Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij. Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon. Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. (Openbaring 3:14-22)

Dit is de zevende en laatste van de houdingen binnen de kerk. Laodiceanisme is de houding die het tijdperk van de eindtijd overheerst. Het schijnt natuurlijker om te denken dat deze houding de minst waarschijnlijke is om in zulke verschrikkelijke tijden — waarin het duidelijk zou moeten zijn dat de wederkomst van Christus nabij is — te overheersen. Al schijnt het tegenstrijdig dat de kerk lauw wordt in zo'n stimulerende periode, toch profeteert Christus dat het zal gebeuren. Dat geeft de macht van Babylon aan! Geestelijk is ze erg verleidelijk. Het kan zijn dat de wereld voor het oog lelijk is, maar haar geestelijke charme leidt ons af van belangrijkere dingen. Waarom overheerst Babylon de kerk in de eindtijd? Ze overheerst de wereld en de christen staat toe dat ze hem overheerst!

Denk nog eens aan de aanhaling waarmee hoofdstuk 1 begon: "U zult er verbaasd over staan hoe vaak het Werk intern een weerspiegeling is van de wereld buiten." Waarom? Leden van de kerk brengen de wegen van de wereld in het lichaam [de kerk]. Laodiceanisme is zo subtiel dat zij die schijnbaar het best zijn toegerust om het te ontdekken, er blind voor zijn! Dit is Christus' voornaamste zorg voor wat betreft deze mensen. Het gaat er niet alleen om dat ze Laodiceïsch zijn, maar ook dat ze blind zijn voor hun eigen toestand!

Het oude Laodicea

Het Laodicea van de eerste eeuw lag aan weerskanten van twee belangrijke handelsroutes. De eerste route liep van Rome oostwaarts verder Klein-Azië in en daarna verder naar Cilicië waar Paulus was geboren. Bij Derbe splitste de route zich: één tak ging naar het zuiden naar Damascus en verder naar Egypte; de andere tak voerde door het oosten naar Mesopotamië, de oude bakermat van Babylon. De tweede route verbond Laodicea via Byzantium met het zuiden van Europa en kwam vanuit het noorden uit bij Laodicea en liep daarna verder naar de Middellandse Zee.

De stichters bouwden de stad in de Lycusvallei waar deze routes elkaar kruisten. Dit voorzag Laodicea van onbeperkte mogelijkheden tot handel, maar veroorzaakte andere belangrijke problemen. Idealiter worden welvarende steden dichtbij overvloedige natuurlijke bronnen gebouwd, in het bijzonder dicht bij water. Grote steden worden gewoonlijk gesticht bij diepe natuurlijke havens of op de oevers van bevaarbare rivieren waar een overvloed aan water is. Ongelukkig genoeg werd Laodicea niet dicht bij een geschikte watervoorziening gevestigd. De stichters werden meer gedreven door handelsbelangen en vestigden haar dus daar waar de wegen elkaar kruisten.

De stad had echter vele voordelen en in het bijzonder dienen haar drie hoofdindustrieën te worden vermeld. De Laodiceeërs produceerden een glanzende, zwarte wol die door de rijken in de gehele wereld op prijs werd gesteld. Niemand weet of de volle kleur ervan ontleend werd aan een specifiek ras schapen die in dat gebied werden gefokt, of dat ze de wol verfden. De kwaliteit van de wol was echter onbetwistbaar. In feite beheersten ze de markt op het gebied van deze grondstof waardoor een enorme rijkdom werd voortgebracht.

Hun tweede industrie was medicijnen. Laodicea ging prat op één van de meest beroemde medische scholen in de wereld, en daarmee gingen al de betrokken industrieën samen, zoals de geneesmiddelenindustrie. Zij produceerden een wereldberoemde zalf, die befaamd was daar ze bepaalde oogziekten genas. Een andere zalf genas naar verluid oorproblemen. Mensen kwamen vanuit alle delen van het Romeinse Rijk op zoek naar middelen tegen hun kwalen.

Deze twee industrieën brachten een derde voort die hun reeds enorme rijkdom nog meer deed toenemen — het bankwezen. Laodicea werd een centrum voor het wisselen en lenen van geld. Er wordt gezegd dat Cicero daar geweldig grote bankwissels trok. De activa van de stad waren zo enorm dat toen ze in de eerste eeuw door een aardbeving werd vernietigd, de stad de door Rome aangeboden hulp weigerde en met eigen middelen herbouwde.

Laodicea had dus een monopolie in bepaalde soorten textiel, een wereldvermaarde medische industrie en een welvarend financieel centrum. Schrijvers van de antieke wereld uiten openlijk hun jaloezie op de rijkdom van Laodicea. Verslag na verslag getuigt van hun aanzien.

Hun enige zwakte was hun watervoorziening. Water moest middels een pijpleiding naar Laodicea worden aangevoerd. Koud water kon verkregen worden uit de overvloedige voorraad te Colosse, maar tegen de tijd dat het de vijftien of meer kilometer van de koude bronnen had afgelegd, was het lauwwarm. Zo'n tien kilometer weg in Hiërapolis waren hete bronnen, maar ook dat water was lauwwarm tegen de tijd dat het in Laodicea aankwam. Of het water nu koud of warm werd aangevoerd, het kwam lauwwarm in Laodicea aan.

Wat bedoelt Christus met deze metafoor? Koud water stimuleert en verkwikt. Er is niets verfrissender dan op een warme dag een glas koud water te drinken. En heet water? Dat is nuttig voor de gezondheid. We mengen het niet alleen met thee, kruiden, bouillon en dergelijke, maar het dient ook als een oplosmiddel geschikt voor het reinigen van praktisch alles.

Wat doet lauwwarm water? Christus' klacht tegen de Laodiceeërs wordt hier geopenbaard: het dient nergens toe! De Laodiceeër is nutteloos voor Hem. Lauwwarm water is een braakmiddel; het zorgt ervoor dat iemand gaat overgeven. In termen van Gods werk is een lauwwarme christen nutteloos. De andere trekken van Laodiceanisme ontspringen aan deze karakteristiek van nutteloosheid. Als Hoofd van de kerk kan Christus hen niet gebruiken in de geestelijke toestand waarin Hij hen aantreft. We zouden hieraan moeten denken in termen van bijbelse symboliek: water vertegenwoordigt Gods Geest.

"De getrouwe en waarachtige getuige ..."

In vers 14 noemt Christus Zichzelf: "de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige ..." Wij zeggen aan het einde van een gebed "Amen". Wat is "amen"? Het bevestigt dat het gebed waarachtig is en dat men ermee instemt. Hier is Jezus de Amen. Er volgen beschrijvende woorden die ons helpen dit te begrijpen — Hij is een "getrouwe en waarachtige Getuige". Christus is de getrouwe en waarachtige Getuige van God — Zijn voorbeeld is een exacte weergave van wat God zou zijn als Hij mens zou zijn. Hij schetst reeds een tegenstelling tussen Hemzelf en de Laodiceeër en wat Hij zo onaangenaam vindt. Zij zijn ontrouw in het uitvoeren van hun verantwoordelijkheden jegens Christus. Zij zijn lauwwarm — nergens goed voor dan om uit te spuwen.

Wij zijn geroepen om getuigen te zijn. Door de profeet Jesaja zegt God: "Gij zijt Mijn getuigen, ... dat Ik God ben" (Jesaja 43:12, Statenvertaling). Hij heeft getuigenis geven tot onze verantwoordelijkheid gemaakt. Wij getuigen met ons leven, maar de Laodiceeër mislukt volledig als getuige omdat hij zo werelds is. Het enige getuigenis dat Christus van hem krijgt is dat hij werelds is, dat wil zeggen geestelijk nutteloos.

De hier beschreven illustratie doet alsof de Laodiceeërs voor het gerecht staan en Christus, de getrouwe en waarachtige Getuige, een getuigenis tegen hen aflegt. Als de Bron van de gehele schepping wordt Hij niet voor de gek gehouden door hun diplomatie en sluiten van compromissen. Hij ziet dat hun getuigenis ontrouw en onwaarachtig is. In feite betekent het woord "Laodicea" "oordeel van het volk", en de gehele brief is een studie in tegengestelde oordelen, die van de Laodiceeërs en die van God. De fysieke mens kijkt naar zijn materiële en sociale omstandigheden en evalueert zich als geestelijk gezond. Aan de andere kant kijkt de geestelijke God naar dezelfde persoon en ziet zijn geestelijke armoede.

Daarenboven erkent Christus, als de Amen, de waarheid over hen. "Ik weet uw werken [gehoorzaamheid en dienen], dat gij noch koud zijt, noch heet. Waart gij maar koud of heet!" (Openbaring 3:15) Waarom wenst Hij dit? Omdat als ze koud of heet zouden zijn, ze voor Hem bruikbaar zouden zijn. Lauwe christenen geven verwarrende signalen af. In die toestand, waarin ze niet bruikbaar voor Hem zijn, spuugt Hij hen uit Zijn mond. Al de boodschappen tot deze zeven kerken leggen een bepaalde nadruk op werken, omdat die het bewijs zijn van hoe christenen gestalte geven aan hun relatie met God. Werken laten het hart zien. Zij zijn een maat van iemands getuigenis en geestelijke toestand.

Waar duidt metaforisch gezien lauwheid hier op? Om het tot op dit moment te definiëren kan de volgende globale definitie voldoen: "datgene wat geen verfrissing geeft, of datgene wat noch de reinigende eigenschappen van heet water heeft noch de verfrissende eigenschappen van koud water". Moderne synoniemen van het woord "lauw" geven verhelderende inzichten in het gebruik ervan binnen deze brief: bezieling, enthousiasme of overtuiging missen; gematigd, zacht; niet emotioneel; halfhartig; aarzelend; besluiteloos; weifelend; onzeker; niet-gebonden; niet-ontvankelijk; onverschillig; onbewogen; lusteloos; onverstoorbaar; apathisch; nonchalant; futloos.

Breng u de kenmerken van Babylon in herinnering: trots, zelfverheerlijking, vertrouwen op rijkdom, verzadiging, zelfingenomenheid, vermijden van lijden. Al heeft hij de mogelijkheden en de middelen om een groot getuige te zijn, toch is de Laodiceeër zelfingenomen, tevreden met zichzelf, verveeld over of onverschillig voor de werkelijke zaken van het leven. Voor een christen zijn de werkelijke zaken geloof in Christus en onze christelijke verantwoordelijkheid. En om het Werk te doen waartoe Christus ons geroepen heeft, moet onze loyaliteit en toewijding in de eerste en belangrijkste plaats op Hem zijn gericht!

Een geestelijke conditie

Er doet zich echter een probleem voor om een Laodiceeër te herkennen — deze kwaliteiten vertonen zich niet noodzakelijkerwijs aan de buitenkant. Waarom? Bedenk dat Christus een geestelijke conditie beschrijft. Dit is een zaak van het hart. Wat wil Hij in hem zien? Hij wil dat de Laodiceeër partij kiest — om het een of het ander te zijn, koud of heet. Daartegenover oordeelt de Laodiceeër dat hij gebalanceerd is, precies in het midden staat. Maar zijn concept van balans is verwrongen. Waarom wil hij niet uit zijn middenpositie komen? Hij voelt zich daar goed! Hij is bang dat als hij zich naar links of rechts beweegt, hij zal lijden! Hij heeft dus geen verlangen om in beweging te komen.

Wat gebeurt er daarna? De Laodiceeër moet compromissen sluiten. Dit is interessant in het licht van wat de geschiedenisboeken hebben vastgelegd. De belangrijkste manier van het antieke Laodicea om zich te verdedigen was verzoening en het sluiten van compromissen! Waarom? Nogmaals, het antwoord ligt in de niet toereikende watervoorziening, waardoor ze heel kwetsbaar waren voor het beleg van een binnendringend leger. Als haar beperkte watervoorziening werd afgesloten, was de stad aan de genade van de aanvaller overgeleverd. Zonder water kon het slechts voor korte tijd standhouden. De oplossing van Laodicea? Zij werden meesters in de verzoeningspolitiek, het tot een vergelijk komen, het vreedzaam beslechten van een geschil, kortom diplomatie. Vrede tegen elke prijs! Hoe kwamen ze tot verzoening? Ze kochten hun vijanden af! Laodicea gebruikte haar rijkdom om te verzoenen en compromissen te sluiten.

Christus gebruikt de houding van de omliggende omgeving om te illustreren dat de mensen in de kerk van Laodicea aangetast zijn door de houdingen van de wereld. Zonder het zelfs te beseffen gedragen ze zich precies zoals hun niet-bekeerde buren. Zij zijn werelds. Al gaan ze er niet op uit om banken te beroven, te verkrachten, te plunderen, te doden, oude grootmoeders aan te vallen en te beroven of kinderen te misbruiken, in hun hart hebben ze dezelfde algemene benadering van het leven als Babylon. Theologisch, geestelijk, hanteren ze dezelfde waarden als Babylon en dat blijkt uit hun werken. Geestelijk worden ze heel bedreven in het vermijden van opofferingen die nodig zouden kunnen zijn om te overwinnen en in karakter, wijsheid en begrip te groeien. Met andere woorden ze zijn bekwaam in het tevreden stellen van Satan en hun eigen geweten.

Christus zegt dat Hij de Laodiceeër uit Zijn mond zal spuwen, zal uitkotsen! Zo beziet Hij de houding van het sluiten van compromissen met principes, idealen, standaard en waarheid!

Luie Laodiceeërs?

Sommigen zouden verwachten dat de Laodiceeërs lui zijn, maar dat is vaak niet het geval, ze zijn juist werkverslaafden. Satan heeft de kerk dit valse concept van Laodiceanisme wijsgemaakt. Niemand kan "rijk en verzadigd van goederen" worden door lui te zijn! Hun probleem is het stellen van de verkeerde prioriteiten. Zij zijn heel energieke personen, maar ze zijn energiek op gebieden die totaal geen indruk maken op hun Rechter, Christus. Al zijn ze energiek in het doen van zaken en andere wereldse aangelegenheden, ze zijn lusteloos in het najagen van de schoonheid van heiligheid, waartoe ze geroepen zijn. Ze zijn niet energiek of vurig in het onderhouden van hun gebedsleven met God of in bijbelstudie. Ze zijn niet energiek in het zich getroosten van zelfopofferingen die nodig zijn om hun broeders lief te hebben of in het ontwikkelen van hun relatie met anderen. Ook zijn ze niet enthousiast over het bewaren van de standaards en principes van God. Door de verkeerde prioriteiten te stellen laten ze zichzelf onnodig lijden.

In de laatste vijftien jaar van zijn leven uitte de heer Herbert Armstrong zijn diepe bezorgdheid dat de kerk Laodiceïsch werd. Vanwege de veelheid van activiteiten die deze wereld biedt, zag hij dat die ons uiteindelijk afleiden, veroorzaken dat we de verkeerde prioriteiten gaan stellen en ons afhouden van het besteden van onze tijd, energie en kracht aan goddelijke dingen. Hij haalde vaak Daniël 12:4 aan als een alarmsignaal van de laatste dagen: "... verzegel het boek tot de eindtijd; velen zullen onderzoek doen, en de kennis zal vermeerderen." Hebben we het druk in dit tijdperk? Satan is een uitgeslapen strateeg en hij verleidt werkelijk iedereen die zichzelf toestaat te geloven dat druk bezigzijn en welvaart tekenen zijn van gerechtigheid.

Christus' oordeel

Let op het verschil tussen het oordeel van de Laodiceeërs en dat van Christus:

Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte ... (Openbaring 3:17)

De Laodiceeër zegt deze dingen niet noodzakelijkerwijs bewust, maar hij roept dit uit in zijn werken en manier van leven voor allen die dit zien! Hij denkt dat hij in zijn "gouden jaren" leeft. De werkelijke tragedie van zijn situatie is echter dat hij blind is voor zijn eigen geestelijke armoede. Hij denkt dat hij er bij God goed voor staat. Christus oordeelt anders en is heel bezorgd dat hij zijn geestelijke conditie niet kan zien. Hij is geestelijk beroofd.

Christus beschrijft de Laodiceeër als "arm". Bijbels betekent "arm" niet hetzelfde als ons normale gebruik van dit woord. Het duidt op iemand die zwak is, ongeacht hoe rijk hij mag zijn. Voor God is de Laodiceeër geestelijk zwak, wanneer hij denkt sterk te zijn.

Daarnaast is hij "blind". Natuurlijk is dit geen fysieke blindheid, maar een gebrek aan geestelijk begrip of oordeelsvermogen. Evenals een blind iemand zijn ogen niet kan gebruiken om een omstandigheid te beoordelen, is de Laodiceeër zich niet bewust, is hij onkundig, neemt hij niet waar, begrijpt hij niet en is hij achteloos.

Christus oordeelt ook dat hij "naakt" is. Kleding of het gebrek eraan, illustreert de toestand van gerechtigheid van iemand, en hier laat het die zien van bekeerde mensen die nog vleselijk zijn, zoals Paulus de Corinthiërs noemde (1 Corinthiërs 3:3). De Laodiceeër wordt overheerst door zijn vleselijk gerichte houdingen. Wegens zijn fysiek oriëntatie wordt hij bestuurd door de menselijke natuur en niet door God.

"Ellendig en jammerlijk" geven samen nog meer uitdrukking aan "arm, blind en naakt". Omdat ze arm, blind en naakt zijn, zijn ze ellendig en jammerlijk, zelfs al beseffen ze het niet. "Jammerlijk" is elders vertaald als "beklagenswaardig". "Ellendig" is in het bijzonder interessant. Op andere plaatsen in het Nieuwe Testament duidt het op gebrek vanwege oorlog. God bedoelt dat terwijl ze rijk kunnen zijn, ze de geestelijke oorlog tegen Satan en hun menselijke natuur aan het verliezen zijn.

"Koop van mij ..."

Christus geeft dan de Laodiceeër Zijn advies:

Ik raad u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde; en ogenzalf om uw oogleden te bestrijken, opdat gij zien moogt. (Openbaring 3:18)

Goud, kleding en ogenzalf vertegenwoordigen de drie belangrijkste industrieën van Laodicea: het bankwezen, textiel en medicijnen.

Goud, geestelijke rijkdom (1 Petrus 1:7), staat in tegenstelling met het woord "arm", en vuur symboliseert beproevingen. God adviseert hen geestelijke rijkdommen te verwerven die worden voortgebracht door beproevingen, die de onafhankelijke Laodiceeër vermijdt door het sluiten van compromissen.

"Witte klederen" is een tegenstelling met hun naaktheid. Kleding helpt mensen en groepen te onderscheiden. Vanwege de verschillen tussen de kleding van man en vrouw kunnen seksuele verschillen tot uiting worden gebracht. Kleding laat status zien: een man in een goed passend kostuum valt in een andere categorie dan een in lompen gehulde bedelaar. Kleding voorziet in een mate van comfort en bescherming tegen de elementen. Het verbergt schaamte en lichamelijke afwijkingen. God gebruikt het in de Bijbel om gerechtigheid te symboliseren. Hij instrueert de Laodiceeër zich te kleden in de heiligheid van God om zijn geestelijke naaktheid, zijn zelfgerechtigheid te bedekken.

Hun behoefte aan ogenzalf accentueert hun blindheid. Volgens commentatoren vertegenwoordigt deze zalf Gods Geest samengaand met gehoorzaamheid. De combinatie van deze twee geeft een christen het vermogen tot zien — tot het begrijpen van geestelijke dingen:

Want óns heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods. Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods. (1 Corinthiërs 2:10-11)

De vreze des HEREN is het begin der wijsheid, een goed inzicht hebben allen die ze betrachten. (Psalm 111:10)

"IJverig" betekent "oprecht, enthousiast; enthousiast zoeken of verlangen naar; een vurige liefde hebben", dit in tegenstelling tot hun geestelijke onverschilligheid. God verlangt dat zij een brandend verlangen naar Hem en Zijn manier van leven hebben. In plaats daarvan schildert Openbaring 3:14-21 een duidelijk beeld van mensen die volgens de standaards van de wereld succes hebben bereikt en toch geestelijk tekortschieten. Het ontbreekt hen aan een geestelijk vermogen tot oordelen terwijl ze rijk zijn aan materiële goederen. Hun probleem is een innerlijke houding: het mechanisme dat hen in beweging brengt is noch goddelijk noch vurig.

De Laodiceeër is niet onverschillig om geld te verdienen of in de wereld succes te hebben. Hij is niet onverschillig om zichzelf door opleiding of ervaring te verbeteren. Zijn probleem is dat hij de verkeerde prioriteiten in zijn leven kiest door grote hoeveelheden van zijn tijd en energie aan het najagen van eigen interesses te besteden. Hij besteedt het meeste van zijn tijd en energie om de verkeerde doeleinden te bereiken.

Dit najagen van de verkeerde doeleinden brengt de feitelijke zonde die de Laodiceeër begaat, op een andere manier onder woorden: deze is afgodendienst, in zijn leven iets boven God plaatsen. Hoe? Hij dient zichzelf binnen de kerk alsof hij het voor God doet. Misschien is hij bij het Werk betrokken, maar niet helemaal van harte. Al woont hij waarschijnlijk de sabbatdiensten trouw bij, toch is hij niet op een van dag tot dag basis persoonlijk betrokken bij God. Het kan zijn dat hij binnen de kerk dient om erkenning te verwerven, gerespecteerd te worden. Misschien wordt hij zelfs geordineerd, vergetende dat God hem riep om een getrouw en waarachtig getuige van Hem te zijn. Omdat hij aan de verkeerde dingen aandacht schenkt, schiet zijn getuigenis in sterke mate tekort. Daar hij zoveel energie en enthousiasme besteedt aan het najagen van zijn eigen interesses, toont hij weinig of geen interesse in God en Zijn doeleinden. Hij is onverschillig en lauw voor wat betreft zijn relatie met God.

Omdat hij zo'n geweldig succes had met het verwerven van rijkdom, beoordeelt de Laodiceeër zichzelf als onafhankelijk, wat laat zien dat zijn geloof ligt in wat hij kan zien, of dat nu zijn eigen bekwaamheden zijn of zijn rijkdom. Hij leeft niet uit geloof, maar bij wat hij ziet (2 Corinthiërs 5:7). Om meer geld in het laatje te krijgen kan hij heel energiek, hardwerkend en vurig worden, maar het schijnt dat hij zich niet in beweging kan brengen voor de dingen van God, de dingen die hij niet kan zien. Zo'n houding zal iedere keer de wraak van God oproepen!

Een waarschuwing van God

In deze aanklacht tegen de Laodiceeërs waarschuwt God ons op Zijn onnavolgbare manier voor wat zich vlak voordat een natie ten val komt, voordoet in het menselijk hart en denken. Daar we zo dicht bij de eindtijd leven, moeten we Zijn waarschuwing en aansporing ter harte nemen.

De geschiedenis heeft de wilde losbandigheid vastgelegd van Rome vlak voor haar schandelijke val. De diepten van haar perversiteiten en uitspattingen vormen fascinerende en afschuwwekkende lectuur. Toch moeten we die in termen van de huidige conditie van Amerika en Canada in beschouwing nemen. Het kan zijn dat we niet toelaten dat onze sportgebeurtenissen zo gewelddadig worden als de krachtmetingen tussen gladiatoren, maar onze nadruk op sport en vermaak doet sterk denken aan die van Rome. De conditie van Amerika's hart en denken wordt tot uitdrukking gebracht in onze smerige en gewelddadige films en muziek. De Verenigde Staten worden voorbereid om ten val te komen!

Heel veel in de wereld blijft aantrekkelijk en aanlokkelijk. Als er geen corresponderende liefde is voor gerechtigheid, kunnen die prachtige dingen een christen in de verleidelijke val van Babylon trekken, waar het geestelijke intellect versuft en Laodiceeërs worden gevormd. Alleen een liefde voor gerechtigheid zal voorkomen dat een christen zal toestaan dat zijn hart en denken in Laodiceanisme vervalt. Als een christen in het oude Rome zijn hart niet verankerd had in liefde voor gerechtigheid, zou Rome's losbandigheid die in een verleidelijke verpakking werd gepresenteerd, stapje voor stapje voor hem in zijn eigen leven acceptabel zijn geworden. Zonder die liefde zou de Romeinse christen geen bescherming hebben gehad tegen de misleidende charme van de wereld of er geen weerstand tegen hebben gehad om de Laodiceïsche resultaten te voorkomen.

De macht van rijkdom

Een Laodiceeër heeft vandoen met rijkdom op een schaal die maar weinig mensen in de geschiedenis van de wereld hebben gezien. Rijkdom heeft een macht die een intrigerend resultaat voortbrengt. In een gedeelte van de Schrift beschreef Mozes in de laatste maand voordat Israël het Beloofde Land binnentrok, Gods waarschuwing ertegen: "Gij zult eten en verzadigd worden en de HERE, uw God, prijzen om het goede land dat Hij u gaf" (Deuteronomium 8:10). God is er beslist niet tegen dat het Zijn volk goed gaat, of dat ze zelfs rijk worden. Veel van Zijn dienaren, zoals Abraham en David, waren onvoorstelbaar rijk (Genesis 13:2, 1 Kronieken 29:1-5).

In plaats daarvan beschrijft Hij een algemeen principe, een natuurlijke neiging, die de meesten overkomt als ze rijkdom beginnen te verzamelen. De meeste mensen kunnen niet met voorspoed omgaan en ook al wil God dat we goede dingen hebben, verlangt Hij toch van ons dat we ze op zo'n manier bezitten dat ze ons geestelijk niet schaden. Zijn zorg voor de Laodiceeër is dat als de wereld haar hoogtepunt van luxe en rijkdom bereikt, hij niet zal worden afgeleid door de magnetische aantrekkingskracht van al die schitterende dingen. Hij zegt in feite: "Vergeet je eerste prioriteiten niet!"

Neem u ervoor in acht, dat gij de HERE, uw God, niet vergeet door zijn geboden, zijn verordeningen en zijn inzettingen, die ik u heden opleg, te verwaarlozen, opdat, wanneer gij eet en verzadigd wordt, goede huizen bouwt en die bewoont, uw runderen en kleinvee zich vermenigvuldigen en uw zilver en goud zich vermeerderen, ja, al wat gij hebt, zich vermeerdert, uw hart zich niet verheffe, en gij de HERE, uw God, vergeet, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heeft, die u deed gaan door de grote en vreselijke woestijn, met vurige slangen en schorpioenen en dorstig land zonder water; die uit de harde rots voor u water te voorschijn deed komen, die u in de woestijn met het manna voedde, dat uw vaderen niet gekend hebben, om u te verootmoedigen, u op de proef te stellen en u ten laatste wèl te doen. Zeg dan niet bij uzelf: mijn kracht en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verworven. Maar gij zult aan de HERE, uw God, denken, want Hij is het, die u kracht geeft om vermogen te verwerven, ten einde het verbond gestand te doen, dat Hij uw vaderen gezworen heeft — zoals dit heden het geval is. Maar het zal geschieden, indien gij de HERE, uw God, te enen male vergeet en andere goden achterna loopt, hen dient en u voor hen nederbuigt — ik betuig heden tegen u, dat gij voorzeker zult omkomen; evenals de volken, die de HERE doet omkomen om uwentwil, zult ook gij omkomen, omdat gij naar de stem van de HERE, uw God, niet wildet luisteren. (Deuteronomium 8:11-20)

Elke christen moet zich bewust zijn van dit principe. God veroordeelt rijkdom niet. Hij wil dat het ons goed gaat, maar Hij wil ook dat we ons ervan bewust zijn dat rijkdom ons op een geweldige manier van Hem kan afleiden. In een bepaald opzicht is het gevaarlijk voor Hem om Zijn volk rijkdom te geven, omdat deze ons van Hem kan wegvoeren zonder dat we ons ervan bewust zijn dat het gebeurt. De Laodiceeër kijkt naar zijn rijkdom en denkt, misschien in alle oprechtheid: "God heeft me hiermee gezegend en daarom schept God behagen in de manier waarop ik leef." Maar God schept daar allerminst behagen in! God is ontstemd over het zelfbehagen van de Laodiceeër en niet over het feit dat hij rijk is.

Als God zegt dat Israëls "hart zich verheft" is de betekenis daarvan hetzelfde als wanneer de Laodiceeër zegt: "Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek" (Openbaring 3:17). Hij had evengoed kunnen zeggen: "God, ik heb U niet nodig!" Als hij naar zijn rijkdom kijkt, komt hij tot de conclusie dat God hem liefheeft. Bewijst zijn voorspoed niet dat God met hem is? Christus komt tot de tegenovergestelde conclusie!

Toen werd Jesurun [Israël] vet, en sloeg achteruit [kwam in opstand] — vet werd gij, dik en vet gemest — en hij verwierp God, die hem gemaakt had, hij minachtte de Rots van zijn heil. (Deuteronomium 32:15)

Deze profetie betreffende Israël bevestigt de macht en invloed van rijkdom. Een christen in deze tijd, levend in een maatschappij waarvan de rijkdom de wildste dromen van de meeste mensen op aarde ver te boven gaat, kan deze macht van rijkdom niet negeren. We moeten God danken voor de gelegenheid in een natie te leven die de aan Abraham beloofde zegeningen ontvangt, maar we kunnen niet toestaan dat de invloed daarvan onze houding jegens God verandert.

Heeft rijkdom of armoede een innerlijke, geestelijke waarde? Fysiek is het beter rijk te zijn, maar rijkdom kan iemands denken geestelijk veranderen. Tussen twee haakjes, armoede heeft dezelfde macht, omdat een arm iemand zo druk kan worden met de zorgen voor zijn dagelijks bestaan dat hij God vergeet. Daarom verzoekt Salomo God in Spreuken 30:8-9:

Geef mij armoede noch rijkdom, voed mij met het brood, mij toebedeeld; opdat ik, verzadigd zijnde, U niet verloochene en zegge: Wie is de HERE? noch ook, verarmd zijnde, stele en mij aan de naam van mijn God vergrijpe.

De rijkdom van de Laodiceeër is niet het probleem. Zijn probleem komt eruit voort dat hij toestaat dat zijn rijkdom hem tot zelfbehagen brengt, tot een gevoel van onafhankelijkheid en zelfingenomenheid. Zijn hart verheft zich. Deze houdingen leiden hem ertoe zelfopofferingen waardoor hij geestelijk zou kunnen groeien, te vermijden. Mensen gebruiken rijkdom normaal om de moeilijkheden van het leven op te vangen en al is daar wezenlijk niets verkeerds mee, toch zal iemand die geestelijk niet scherpzinnig is, toelaten dat het gemak van rijkdom zijn relatie met God uitholt. In zijn fysieke rijkdom is de Laodiceeër arm in de dingen die er werkelijk toe doen en is hij blind voor zijn behoeften. Hij overwint en groeit niet langer. Zijn getuigenis is niet goed en voor Christus nutteloos.

God openbaart Zijn liefde voor de Laodiceeër als Hij hem — in plaats van de hoop voor hem op te geven — een straffende beproeving geeft. Hij laat hem door het vuur gaan, de grote verdrukking, om hem te kastijden voor zijn afgodendienst, om hem aan zijn ware prioriteiten te herinneren en om hem de gelegenheid te geven zich te bekeren.

De maatschappij voor de val van een natie

Net voor Israël en Juda vielen voor de Assyriërs en de Babyloniërs, riep God verscheidene profeten om Zijn volk te waarschuwen en hen aan te sporen zich te bekeren. In het vastleggen van de gebeurtenissen van hun tijd besteedden deze profeten bijzondere aanda

© 1993 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC  28247-1846
(803) 802-7075

Back to the top
Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)