Behoed de waarheid!

Door John W. Ritenbaugh
1996

Wat is de kerk?

Hoe definieert God de kerk? Waaruit is de kerk volgens de Bijbel opgebouwd? Moet er op één moment slechts één organisatie bestaan?

Misschien kunnen we deze vragen het beste beantwoorden door te beginnen de etymologie van het woord "kerk" na te sporen, om daarna te kijken op welke manier dit woord in de context wordt gebruikt. [Noot van de vertaler: In de King James wordt in het Nieuwe Testament vaak 'church' [kerk] gebruikt, waar de NBG 'gemeente' gebruikt.] Velen hebben verondersteld dat het ontleend is aan het Griekse ekklesia, maar dat is niet waar. Het Nederlandse woord "kerk" is afkomstig van het oudnederlandse woord kirika. Dit woord is ontleend aan het vulgair Griekse woord kurikón, dat afkomstig is van het Griekse kuriakós, het bijvoeglijke naamwoord van kurios, het woord voor "heer". Kuriakós betekent dus gewoon "van de heer", duidend op bezit, of "behorend tot de heer" (Interneteditie van het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands). Het kan duiden op alles wat tot de Heer behoort.

De apostelen hadden, toen zij de boeken van het Nieuwe Testament schreven, kuriakos kunnen gebruiken, maar dit woord komt slechts tweemaal in de Bijbel voor: in 1 Corinthiërs 11:20 (maaltijd des Heren) en Openbaring 1:10 (dag des Heren). Het gebruik van dit woord verwijst op geen van deze twee plaatsen naar "kerk". In plaats daarvan gebruikten de apostelen 112 keer het woord ekklesia. Ekklesia betekent niet "behorend tot de heer", al kan dat wel zijn geïmpliceerd. De apostelen gebruikten ekklesia omdat zij een specifiekere betekenis in gedachten hadden.

Het woord "kerk" is voor een Nederlands sprekend iemand een woord dat overwegend het gevoel geeft van iets geestelijks. In het gebruik van het woord "kerk" ligt altijd een bepaalde kwaliteit verborgen, omdat het betekent "van de heer". De kerk is van de Heer. Toch is ekklesia anders.

In vergelijking met andere termen was ekklesia relatief neutraal en kleurloos, van zichzelf weinig theologische betekenis met zich meedragend. Het stond zowel voor gelovigen als ongelovigen open voor gebruik zonder een principiële verandering in betekenis (Interpreter's Dictionary of the Bible, vol. 1, p. 607).

Bijbelwoordenboeken, woordenboeken van oude talen en commentaren zijn het erover eens dat ekklesia "uitgeroepenen" betekent, en het impliceert in het algemeen een bijeenkomst van mensen. Het heeft geen kwalitatieve betrokkenheid met iets wereldlijks, noch met iets geestelijks. De context waarin het voorkomt moet altijd voorzien in de specifieke reden waarom iemand is uitgeroepen of bijeengekomen

Nogmaals de Interpreter's Dictionary: "Ekklesia werd voornamelijk gebruikt om een specifieke gemeenschapswerkelijkheid aan te duiden, niet om de kwalitatieve aspecten ervan te beschrijven" (ibid.). Ekklesia beschrijft alles wat er ook maar zou kunnen gebeuren binnen een gemeenschap waarvoor een bijeenkomst (vergadering) nodig is. Deze bijeenkomst zou sociaal kunnen zijn, maar ook bestuurlijk of religieus. Deze kon legaal of illegaal zijn.

Oproer in Efeze!

Toen de apostel Paulus voor de eerste keer in Efeze predikte, veroorzaakte zijn boodschap beroering onder de mensen. In Handelingen 19:26 beschuldigen ze hem ervan te zeggen dat "de dingen die met handen gemaakt zijn, geen goden zijn", waardoor de woede van de plaatselijke afgodsbeeldenmakers werd opgewekt. Zij namen Paulus kwalijk wat hij zei, omdat zijn prediking hun inkomen deed verminderen. Natuurlijk reageerden ze door een publieke protestmanifestatie tegen de apostel en hen die met hem waren. Zij trokken de straat op en veroorzaakten een oproer!

Toen zij nu dit hoorden, riepen zij in heftige opwinding: Groot is de Artemis der Efeziërs! En de stad werd een en al verwarring en zij stormden als één man naar het theater en sleurden Gajus en Aristarchus, Macedonische reisgenoten van Paulus, mede. ... Nu riep de een dit, de ander dat, want de volksvergadering [ekklesia] was verward en de meesten wisten niet eens, waartoe zij samengekomen waren. (Handelingen 19:28-29, 32)

Zij wisten dat ze opgeroepen waren bijeen te komen, maar ze begrepen niet waarom.

"Maar de secretaris der stad bracht de schare tot kalmte, doordat hij zeide: ... En indien gij nog iets meer te verlangen hebt, zal dit in de wettige volksvergadering [ekklesia] worden beslist" (verzen 19:35, 39). Hij herinnerde de mensen eraan dat er een wettige vergadering kon worden georganiseerd. "Want wij lopen gevaar van oproer te worden aangeklaagd om de dag van heden, daar er geen enkele reden is aan te voeren, waarover wij verantwoording zullen kunnen afleggen, terzake van deze samenscholing" (vers 40). Tot op dit moment was de vergadering, de ekklesia, een wanordelijke vergadering van mensen, die was opgehitst tot woede tegen de apostel Paulus. "En met deze woorden ontbond hij de volksvergadering [ekklesia]" (vers 40).

Deze verzen laten duidelijk zien dat ekklesia op zichzelf kwalitatieve aanduidingen nodig heeft om te weten waartoe hij is bijeengeroepen. Hij kan verwijzen naar zowel een wereldlijke als een geestelijke vergadering. De context moet het gebruik definiëren.

Ekklesia is dus flexibeler dan het Nederlandse woord "kerk" en is veel ruimer van betekenis. Ekklesia wordt, zoals we zullen zien, niet beperkt tot ras, taal, stad, staat of nationale grenzen, bedrijfswetten, ruimte of tijd. Het kan zijn dat God de schrijvers geïnspireerd heeft het alleen maar te gebruiken om de overweldigende grootheid van Zijn roeping over te brengen. Dit tot aan zijn oorsprong nasporen en het dan overbrengen naar het heden zal dit feit duidelijk laten zien.

Het klassieke gebruik in het Grieks

De wortels van het woord gaan helemaal terug tot aan de stad Athene in zijn klassieke periode, die liep van ruwweg 550 tot 350 v.Chr. Binnen de stadstaat bestond de ekklesia uit alle burgers die nog steeds hun burgerrechten hadden. De bevoegdheden van de ekklesia waren bijna onbeperkt. Zij koos en ontsloeg bestuurders en gaf leiding aan de politiek van de stad. Zij verklaarde oorlog en sloot vrede. Zij onderhandelde over en keurde verdragen goed en regelde bondgenootschappen. Zij koos generaals, wees troepen toe aan de diverse oorlogsinspanningen, verzamelde het benodigde geld en stuurde die troepen van stad tot stad. Het was een vergadering waarin alle leden gelijke rechten en plichten hadden. Bij het opkomen van het Romeinse Rijk waarbij zij de Grieken verdrongen, adopteerden de Romeinen het woord in het Latijn.

Het concept dat het bijbelse gebruik onderscheidt van het klassieke gebruik in het Grieks, is de nadruk die erop ligt dat het Gods vergadering is. Ekklesia betekent daarom Gods volk, samengeroepen door God om naar God te luisteren of voor Hem te handelen. De nadruk ligt op de handeling van God, die de kracht heeft van een dagvaarding (zoals van een rechter). De bijbelse ekklesia, de kerk, is een lichaam van mensen dat niet zozeer bijeenkomt omdat zij ervoor kiezen bijeen te komen, maar bijeenkomen omdat God hen tot Zich riep ? niet bijeenkomen om hun eigen gedachten en meningen met elkaar te delen, maar om te luisteren naar de stem van God.

Paulus zegt in Handelingen 20:28 tot de oudsten van Efeze: "Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft." Hier wordt de ekklesia geïdentificeerd als het bezit van Degene die haar riep. Dit stelt de aard van de ekklesia vast als een vereniging of gemeenschap. Zij behoort Hem toe, omdat Hij haar tot bestaan riep, erin woont, erover regeert en Zijn doeleinden erin en erdoor tot stand brengt.

Bijbelse voorbeelden

Toen Jezus zei: "Ik zal mijn gemeente bouwen" (Mattheüs 16:18), beschreef Hij geen kerk naar het normale Nederlandse gebruik, als een organisatie met gebouwen, kantoren, diensten en activiteiten. Hij duidde op een gemeenschap van gelovigen. Gods ekklesia is geen kerk in de zin van een denominatie, maar een gemeenschap van alle gelovigen in Jezus Christus. Deze valt niet samen met wat voor groep men ook maar mag oprichten, maar omvat allen die voldoen aan de bijbelse kwalificaties. Als de bijbelse schrijvers dus ekklesia gebruiken in een context samengaand met God en Zijn volk, vestigen zij de aandacht op het alles overtreffende doel waarvoor God hen heeft uitgeroepen.

In de meerderheid van de schriftgedeelten is de ekklesia het geheel van Gods volk waarvan een plaatselijke gemeente, een denominatie of een rechtspersoonlijkheid slechts deel uitmaken. Denk aan het klassieke Griekse gebruik: ekklesia omvatte al de burgers van Athene. Een vergelijking met het leger kan helpen dit punt te illustreren. Een divisie is een deel van een leger. Het leger bestaat uit verscheidene divisies. Een divisie is dus een element van een groter geheel, het leger, en het leger op zijn beurt is een deel van iets dat nog groter is, de natie. Ekklesia komt in deze analogie overeen met de natie. In de Bijbel wordt het meestal in deze betekenis gebruikt.

Handelingen 11:25-26 laat een ander gebruik van ekklesia zien: "En toen hij [Barnabas] hem [Paulus] gevonden had, bracht hij hem naar Antiochië. En het geschiedde, dat zij een vol jaar in de gemeente gastvrij ontvangen werden en een brede schare leerden." Dit is een gelegenheid waarbij een specifieke plaatselijke gemeente bijeenkomt om een boodschap te horen, te bidden of te mediteren, of voor de bespreking van een zaak die zich binnen de gemeente heeft voorgedaan. Dit is ook de betekenis van Romeinen 16:5, waar een kerk in een huis bijeenkwam.

Let op een tweede en heel interessant gebruik dat we in Romeinen 16:1, 4 vinden: "Ik beveel Febe, onze zuster, [tevens] dienares der gemeente te Kenchreeën, bij u aan, ... mensen [Prisca en Aquila], die voor mijn leven hun hals gewaagd hebben. Niet ik alleen ben hun dankbaar, maar ook al de heidengemeenten."

Deze verzen verwijzen naar een gemeenschap van gelovigen die vanuit een specifiek gebied bijeenkwamen. Het gebied kon een specifiek huishouden, een specifieke stad, provincie, natie, ras (de heidenen) of cultuur zijn. Het belangrijkste verschil in dit gebruik is dat de mensen ekklesia zijn, of ze nu wel of niet bij elkaar zijn. De kerk in Kenchreeën was nog steeds ekklesia of ze nu een dienst hielden of verspreid waren door het gebied dat met de naam van de stad werd aangeduid. Dit principe laat ook zien dat als er slechts één persoon in Gods kerk zou zijn, hij nog steeds ekklesia zou zijn. Dit laat verder zien dat het niet beperkt wordt door gewone menselijke gewoonten zoals vereist wordt door het Nederlandse woord "kerk".

Het tijdselement

Het tijdselement dat aan ekklesia verbonden is, is ook essentieel. Paulus vermeldt het verleden ervan in Efeziërs 3:9-11. Hij zegt dat God hem uitkoos om:

in het licht te stellen (wat) de bediening van het geheimenis (inhoudt), dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen, opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd,

De ekklesia die hier "de bediening van het geheimenis" wordt genoemd, en in de Statenvertaling "gemeenschap der verborgenheid", bestond reeds eeuwen her [letterlijke Grieks: van eeuwigheid] maar was verborgen in het denken van God. Op zijn laatst vanaf de schepping stelde Hij Zich als doel dat er een groep uitgeroepenen zou zijn om Zijn wil te doen.

Let nu op wat Efeziërs 1:3-5 zegt:

Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus. Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil,

In het verleden leerde de kerk dat dit gedeelte betekende dat God van plan was een groep mensen te roepen om hen tot geestelijke volmaaktheid te brengen en Zijn Werk te doen. Veel meer dan dat, de kerk bestond vanaf het begin collectief in Zijn denken en plannen.

Openbaring 1:20 laat ekklesia zien vanaf de oprichting van de kerk in 31 n.Chr. "Het geheimenis der zeven sterren, die gij gezien hebt in mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaren: de zeven sterren zijn de engelen der zeven gemeenten [ekklesia], en de kandelaren zijn de zeven gemeenten." Deze zeven kerken omspannen de tijd van Christus en de kerk in de eerste eeuw tot Zijn wederkomst.

Hebreeën 12:22-23 beschrijft de toekomst van de ekklesia. "Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, en tot een feestelijke en plechtige vergadering [ekklesia] van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben." Let op de locaties die hij noemt: de berg Sion, de stad van de levende God en het hemelse Jeruzalem. Dan noemt de schrijver de kerk de vergadering van eerstgeborenen. Het openbaren van deze plaatsen en groepen moet nog steeds gebeuren! De eerstgeborenen, de uitgeroepenen, moeten nog in de familie van God geboren worden. Echte christenen zijn nog niet "volmaakt gemaakt". Hun verandering heeft nog niet plaatsgevonden (1 Corinthiërs 15:49-54), maar zij maken reeds deel uit van de vergadering van eerstgeborenen ? dat wil zeggen in Gods denken.

Deze drie schriftgedeelten samen laten zien dat ekklesia niet alleen uitgaat boven de grenzen van ruimte (zelfs reikend tot de hemelse stad, ver buiten het gebied van de aarde), maar ook die van tijd! Zij beslaat de gehele tijdsperiode vanaf het vroegste begin van Gods plan tot de opstanding!

Ze bestaat niet alleen uit hen die nu leven, maar omvat ook allen die ooit deel hebben uitgemaakt van de ekklesia, te beginnen met de tijd van Gods gedachten voor de grondlegging der wereld. Daarna omvat ekklesia vanaf de rechtvaardige Abel iedereen die bekeerd werd en Zijn geest had, doorgaande tot aan de opstanding als de eerstgeborenen in de familie van God geboren zullen worden.

Eenvoudig gezegd omvat ekklesia allen die in de eerste opstanding zullen zijn. Ze omvat alle mensen die God toebehoren, die Hij uit de naties verzamelde om het verlossende werk van Christus te doen en deel te hebben aan het Koninkrijk van God dat Hij op zal richten. Leden van de ekklesia zijn de ontvangers en de middelen van Gods heerlijkheid en erfgenamen van de beloften.

Verschil in verbonden

Een uitspraak gedaan door Johannes de Doper legt een belangrijk verschil uit tussen het Oude Verbond en het Nieuwe Verbond. Sprekend tot de religieuze leiders van zijn dagen zei hij: "En beeldt u niet in, dat gij bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham tot vader, want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken" (Mattheüs 3:9).

Het Oude Verbond was beperkt tot de politieke entiteit die Israël werd genoemd. Er zijn ooit maar weinig heidenen dit verbond aangegaan. Zij die deel uitmaakten van de politieke entiteit Israël, bestonden uit hen die het verbond met God waren aangegaan en als resultaat daarvan woonde God onder hen. De Israëlieten voelden dat ze in die relatie met God geboren werden.

Maar met het komen van het Nieuwe Verbond werd geboorte in die relatie totaal onmogelijk. De uitgeroepenen, de ekklesia, gaan nog steeds het verbond aan met God, maar de basis daarvan is niet langer nationaal of raciaal. Onder het Nieuwe Verbond worden de geestelijke werkelijkheden van berouw en bekering, geloof in Jezus Christus, het ontvangen van Gods Heilige Geest en gehoorzaamheid aan God door de Geest de voornaamste punten van aandacht.

Het resultaat hiervan is dat God niet slechts onder het volk is dat het verbond is aangegaan, maar Hij is feitelijk in hen! Zij worden nu aangeduid als het Israël van God (Galaten 6:16). God onderscheidt nu twee verschillende Israëls. Dit laat alweer zien dat ekklesia alleen beperkt wordt door de grenzen die God stelt, niet door de grenzen die onder het Oude Verbond werden ingesteld.

Kerkgeschiedenis

Te beginnen met het bijbelse verslag en de eeuwen doorgaand tot in deze tijd, laten de verslagen zien dat gedurende het grootste deel van haar geschiedenis de ekklesia van God functioneerde als een losse verzameling van onafhankelijke gemeenten. De kerk was bij tijden strak georganiseerd, in het bijzonder tijdens het Efeze tijdperk (ongeveer van 31-100 n.Chr.). Desondanks bezaten de christenen uit de eerste eeuw geen telefoon, geen televisie, geen telegraaf, geen radio, geen straalvliegtuigen, geen treinen of auto's ? niets waardoor ze snel transport en snelle communicatie konden hebben. De apostelen die na ontvangst van de opdracht Jeruzalem verlieten, verspreidden het Woord persoonlijk door de wereld waarbij ze heel weinig contact met elkaar hadden. Hun omgang was door de Geest met Christus in de hemel.

Als tijd en ervaring verschillen gingen laten zien in benadering of leerstelling, zoals beschreven in Handelingen 15, zouden ze incidenteel bij elkaar komen in een poging hun benadering onder één noemer te brengen. Maar na hun bijeenkomsten zouden ze weer terugkeren naar de respectievelijke gebieden waarin ze werkten en in geloof onafhankelijk van elkaar doorgaan, door Jezus Christus op God vertrouwend om ze op het juiste spoor te houden.

In de twintigste eeuw riep God de heer Herbert W. Armstrong in de ware kerk, die bekend stond onder de naam Church of God, Seventh Day [Kerk van God, Zevende Dag]. Deze kerk bestond uit minstens drie verschillende, onafhankelijke synodes. De heer Armstrong werkte voornamelijk met de Oregon Synode van de Church of God, Seventh Day (Autobiography of Herbert W. Armstrong, vol. 1, pp. 409-411, 414, 427). Hij noemt in zijn artikelen en in zijn autobiografie vaak dat een andere Synode van de Church of God zijn hoofdkwartier had in Stanberry, Missouri (Autobiography, pp. 314, 409). Een derde Synode werkte vanuit Salem, West Virginia (Autobiography, p. 557). Was slechts één van hen de ware kerk? Al hadden ze verschillende Raden van Bestuur en werkten ze onafhankelijk, toch hielden ze zich aan dezelfde basisleerstellingen.

Toen de heer Armstrong uit de Church of God, Seventh Day kwam en een ander tijdperk van de ware kerk met een andere organisatievorm begon, zegende God hem en het Werk. Nu waren er duidelijk minstens twee verschillende, gelijktijdig bestaande organisaties. In deze twintigste eeuw heeft God een duidelijk en goed gedocumenteerd voorbeeld gegeven van twee verschillende organisaties, die elk een andere organisatievorm hadden en enigszins verschillende huishoudelijke reglementen. Toch hielden ze zich aan praktisch dezelfde leerstellingen en beide waren de Church of God.

Het lichaam van Christus

Is de kerk niet het lichaam van Christus? Kan de kerk in verschillende organisaties zijn terug te vinden?

Het antwoord wordt gevonden in Efeziërs 1:22-23: "En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente [ekklesia], die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt."

In zijn bespreking van deze verzen in Word Studies From the Greek New Testament, schrijft Kenneth S. Wuest: "De kerk [ekklesia] wordt beschreven als 'die Zijn lichaam is'. Het woord 'die' is hetis 'die zo'n natuur heeft als', en die een kwalitatieve natuur heeft." De natuur van ekklesia in deze context komt voort uit de associatie met haar hoofd, Jezus Christus.

Over het woord "lichaam", soma, zegt Expositor's: "Het woord soma, dat gemakkelijk overgaat van zijn letterlijke betekenis [het menselijk lichaam] naar de figuurlijke betekenis van een gemeenschap, een aantal mensen die een sociale of ethische vereniging vormen, ... wordt vaak in de nieuwtestamentische brieven op de kerk toegepast, ... als het mystieke lichaam van Christus, de gemeenschap der gelovigen gezien als een organische [levende], geestelijke eenheid in een levende relatie met Christus, onderworpen aan Hem, bezield door Hem, en waarin Zijn kracht werkzaam is. De relatie tussen Christus en de kerk is daarom geen externe relatie ..." (vol. 1, "Efeziërs en Colossenzen", p. 56, nadruk van ons).

Met andere woorden ze wordt niet beperkt door menselijke regels. Ze wordt niet beperkt door bedrijfswetten die door de mens worden ingesteld, want Christus is in de ekklesia, waar de leden ervan ook maar mogen zijn.

Verder met Wuest:

De relatie tussen Christus en de kerk is daarom geen externe relatie of gewoon een van Superieur en ondergeschikte, Soeverein en onderdaan, maar een van leven en deel gaan uitmaken van Hem. De kerk is niet slechts een instituut dat door Hem als President wordt bestuurd, of een Koninkrijk waarin Hij de opperste Autoriteit is, of een geweldig groot gezelschap van mensen die een morele sympathie voor Hem hebben, maar het is een Gemeenschap die in een onmisbare relatie met Hem staat, waarvan de bron van leven in Hem ligt, die ondersteund en geleid wordt door Zijn kracht, die ook het instrument is waardoor Hij werkt (ibid., pp. 56-57).

Dit is het gebruik van ekklesia in het Nieuwe Testament. Het is een mystiek lichaam zonder externe relaties. Het is iets dat intern is; het is iets mentaals; het is iets van de geest. Het wordt niet beperkt door ras, door taal, door stad of staat of nationaliteit. Het wordt niet beperkt tot de aarde of tot de tijd.

Het woord "mystisch" betekent "een geestelijke betekenis of werkelijkheid hebben die niet duidelijk is voor de zintuigen [een externe relatie wordt waargenomen door de ogen, oren, neus, mond of gevoel] noch waarneembaar voor de intelligentie; waar de natuur van iemands directe, subjectieve verbondenheid met God bij betrokken is" (Webster's Ninth New Collegiate Dictionary, 1985, p. 785). De kerk, de ekklesia, bestaat uit hen die door God uitgeroepen zijn, door Hem ontboden zijn, om Zijn Geest te ontvangen en directe omgang met Hem te hebben.

Paulus doet in 1 Corinthiërs 12:12-13 een soortgelijke uitspraak als in Efeziërs 1:22-23.

Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, één lichaam vormen, zo ook Christus; want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken [nationale grenzen worden overschreden], hetzij slaven, hetzij vrijen [culturele of sociale status speelt geen rol], en allen zijn wij met één Geest gedrenkt.

De ekklesia is geen door mensen gedefinieerde rechtspersoon, maar het mystieke lichaam van Christus, dat de Geest van God heeft.

Tijdens de doopceremonie zegt de dienaar: "Ik doop u, niet in een of andere organisatie of denominatie van mensen, maar in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest" ? in de Familie van God! Gods familie is een geestelijke familie met een geestelijke eenheid. We worden samengebonden door de Heilige Geest van God.

Geen schuldenaars naar het vlees

Paulus schrijft in Romeinen 8:10-17:

Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid. En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont.

Derhalve, broeders, zijn wij schuldenaars, maar niet van het vlees [niet naar uiterlijke dingen], om naar het vlees te leven. Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven. Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods [de ekklesia!].

Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader. Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.

We zijn dus schuldenaars niet naar de uiterlijke dingen [het vlees], maar naar de Geest, dat is naar Christus. In zaken van bestuur of leerstellingen is onze verantwoordelijkheid dus jegens God.

Het is in de geschiedenis van de kerk vaak voorgekomen dat als de gelovigen het dan dominante lichaam van christelijke mensen niet hadden verlaten, ze naar de wereld zouden zijn teruggekeerd! Het zijn voortdurend Gods mensen geweest die moesten wegtrekken of eruit gegooid werden. In een bepaald opzicht kwamen zij of door hun eigen Handelingen of door die van God, los te staan van een bestaande organisatie.

Dit proces begint al heel vroeg in de Bijbel. Noach verliet de maatschappij en ging aan boord van de ark. God riep Abraham uit Ur der Chaldeeën. Lot en zijn familie verlieten Sodom en Gomorra. De rechtvaardiger Judeeërs bleven God dienen en scheidden zich tijdens de regering van de slechte Jerobeam I af. En natuurlijk beveelt God Zijn volk uit Babylon te komen (Openbaring 18:4). De Bijbel staat vol met zulke voorbeelden.

Vragen van de gelovigen

Het boek Maleachi schijnt over een soortgelijke situatie te gaan. Maleachi schreef in Judea tussen de terugkeer uit Babylon en Christus' geboorte. Tijdens die periode was Gods volk lauw geworden in de dienst van God, toch bleven er enkele gelovigen over.

"Vermetel zijn uw woorden over Mij, zegt de HERE" (Maleachi 3:13). God beschuldigt hen ervan Hem ter verantwoording te roepen voor wat er binnen de natie gebeurt. Zij maakten moeilijke tijden mee, evenals Gods volk vaak moeilijke tijden heeft ondergaan. Dat zijn tijden waarin we tot God roepen: "Waarom, God? Waarom laat U dit gebeuren? Wanneer gaat U tussenbeide komen?" Maar Hij schijnt niet te luisteren.

"En dan zegt gij: Wat hebben wij dan onder elkander over U gesproken?" (vers 13). Zij hadden niet het gevoel dat hun beschuldigingen op God waren gericht, maar Hij geeft hun een voorbeeld.

Gij zegt: Nutteloos is het God te dienen; wat gewin geeft het, dat wij zijn geboden onderhouden en dat wij in rouw gaan voor het aangezicht van de HERE der heerscharen? En nu, wij prijzen de overmoedigen gelukkig; niet alleen worden zij gebouwd, terwijl zij goddeloosheid bedrijven, maar ook verzoeken zij God, en ontkomen (vers 14-15).

De gelovigen kunnen zien dat deze anderen niet erg godgericht zijn. Misschien zien zij dat "de trotsen" openlijk zondigen, Gods geboden overtreden. Misschien hebben de trotsen geen onderdanige, rustige en gevoelige geest. Misschien zijn ze agressief en assertief en manoeuvreerden ze zich in de leiding van de groep. En het scheen dat ze daar ongestraft mee uit de voeten konden komen!

Hoe de gelovigen reageren

Let er nu op wat deze gelovigen deden in reactie op de moeilijke tijden die zij als deel van de ekklesia moesten ondergaan. Allen die deel uitmaken van Gods volk zouden dit moeten doen:

Dan spreken zij die de HERE vrezen, onder elkander, ieder tot zijn naaste: De HERE bemerkte het toch en hoorde het en er werd een gedenkboek voor zijn aangezicht geschreven, ten goede van hen die de HERE vrezen en zijn naam in ere houden (vers 16).

1). Zij vreesden God. Zij hadden respect voor Hem en vereerden Hem. Zij hadden ontzag voor Hem. Het kan zijn dat sommigen misschien zelfs een gepaste mate van verschrikking voelden.

2). Zij hielden Zijn naam in ere. Zij mediteerden over Zijn naam. Het kan erop duiden dat ze Zijn naam hoogachtten. Zij spraken er met lof over. Zij vereerden Hem. Zij keken naar Hem op ook al klaagden ze over leiderschap en leiding. Zijn naam staat natuurlijk voor alles wat Hij is. Hij heeft niet slechts één naam, Hij heeft vele namen. Zij laten zien, of adverteren, wat Hij is, wat Hij zal doen en wat Hij verlangt.

3). Zij hadden omgang met elkaar. Ongetwijfeld spraken ze met elkaar over hun beproevingen en hun zegeningen, over de dingen die er binnen de ekklesia van die dagen plaatsvonden, over hun studie in Gods woord, over hun plannen, over hun verwachtingen betreffende het Koninkrijk van God. God hoorde dit! God nam het waar en reageerde, misschien niet op het moment dat ze graag hadden gewild dat Hij zou reageren, maar God reageerde op Zijn tijd, toen het binnen Zijn doeleinden uitkwam.

Op dezelfde manier zal Hij op ons reageren!

Daarna doet God een fantastische belofte aan hen die Hem vrezen: "Zij zullen Mij ten eigendom [Naardense Bijbel: een kostbaarheid] zijn, zegt de HERE der heerscharen, op de dag die Ik bereiden zal. En Ik zal hen sparen, zoals iemand zijn Zoon spaart, die hem dient" (vers 17). In Jesaja 49:15-16 zegt God: "Toch vergeet Ik u niet. Zie, Ik heb u in mijn handpalmen gegrift, ..." Hij waakt! Hij weet wat er gaande is en Hij zal handelen!

God komt tussenbeide!

"Dan zult gij tot inkeer komen en het onderscheid zien tussen de rechtvaardige en de goddeloze; tussen wie God dient, en wie Hem niet dient" (Maleachi 3:18). Nadat Hij de godvrezenden spaart, zal het duidelijk zijn wie echt deel uitmaakt van Zijn ekklesia. God zal ten behoeve van Zijn volk tussenbeide komen.

Zal Christus rechtstreeks tussenbeide komen om Zijn kerk te corrigeren? De meeste leden hopen dat Hij dat zal doen. De meesten zijn het erover eens dat er problemen zijn. Zij zijn het erover eens dat het hun niet aanstaat wat er gaande is. Maar hun rechtvaardiging om er bij te blijven is dat zij verwachten dat Christus tussenbeide zal komen.

Als Christus tussenbeide zal komen, waarom kwam Hij dan niet tussenbeide in het Efezetijdperk? Als Hij toen tussenbeide zou zijn gekomen, zouden de katholieke en protestantse kerken nooit zijn ontstaan. Maar Hij kwam niet tussenbeide. In plaats daarvan brak de Efezekerk uiteen in kleine groepen van mensen die wilden vasthouden aan de leerstellingen die de apostelen hun gegeven hadden. De hoofdgroep ging verder en ging uiteindelijk weer in de wereld op.

Hoe zal God dus het onderscheid maken tussen de rechtvaardigen en de goddelozen (Maleachi 3:18)? Op welke manier zal Hij tussenbeide komen?

De context van Maleachi 3 duidt erop, maar er kan een duidelijker profetie over deze tijd worden gevonden in het boek Openbaring.

En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij onderhouden wordt buiten het gezicht van de slang, een tijd en tijden en een halve tijd. ... En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben; (Openbaring 12:14, 17).

Op deze manier zal Hij tussenbeide komen! Op deze manier zal Hij vervullen wat Hij in Maleachi 3 zei.

Hij zal een scheiding bewerkstelligen!

Zij die gespaard zullen worden, zullen zich van de hoofdgroep afscheiden en beschermd worden voor de zware tijd van problemen die vlak voor ons ligt. De andere groep moet zijn toewijding aan God bewijzen door de volle kracht van Satans wraak te verduren. Er moeten twee aparte verzamelingen mensen zijn, want anders zouden ze hetzelfde lot ondergaan!

De precieze tijd waarop de afscheiding zal plaatsvinden wordt niet gegeven. Openbaring 12 laat alleen zien dat het zal gebeuren. Als het gebeurt, zal het ruimschoots voldoende duidelijk zijn wie trouw en rechtvaardig was en wie niet. Vergelijk deze schriftgedeelten met Openbaring 3:10-11, 16-19.

Ekklesia is exclusief

De ware kerk van God, de echte ekklesia, zal bepaalde kenmerken hebben die haar als zodanig aanduiden. Ze zal de juiste naam hebben (Johannes 17:11; Handelingen 20:28; Galaten 1:13; enzovoort). Ze zal het getuigenis van Jezus Christus hebben en zal de geboden van God onderhouden (Openbaring 12:17), inclusief de sabbat (Exodus 31:12-18; Jesaja 56:6-7; Marcus 2:28; Handelingen 18:4-11).

Een duidelijk begrip van het principe van wat ekklesia is, het mystieke lichaam van Christus, zal voorkomen dat het op on-Schriftuurlijke wijze wordt uitgebreid om ook de wereldlijke kerken te omvatten. De "christelijke" kerken van deze wereld hebben niet het juiste getuigenis van Jezus Christus, dat begint met het begrijpen van wat het ware evangelie is en het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus op de juiste wijze toepast. Het getuigenis van Jezus Christus omvat alles wat Hij zei en deed, inclusief het onderhouden van de geboden van God. De wereldlijke christenheid heeft de geboden van God aan de kant geschoven, zodat ze hun tradities kunnen volgen, ook al beweren ze dat Jezus Christus hun Verlosser is.

Dus het principe dat ekklesia het mystieke lichaam is, kan niet zover worden uitgerekt dat iedereen die zich christen noemt, daaronder kan vallen. Ekklesia moet gedefinieerd worden door de grenzen die Gods woord eraan oplegt.

Moet u zich afscheiden?

Moet u zich afscheiden van een kerk die wegglijdt van de waarheid? Zijn afsplitsingen en scheuringen niet verkeerd?

Onder betere condities zou goddelijke eenheid, zoals de apostel Paulus het in Filippenzen 2:1-5 definieert, de verschillen die normaal binnen elke groep voorkomen onder de duim houden. Als echter leerstellige verschillen veranderingen aanbrengen in zowel de strekking van het evangelie als het beeld van God, en daardoor verwarring over het doel, het verlies van de juiste doelstellingen en apathie veroorzaken, is het tijd een afscheiding teweeg te brengen om de eigen relatie met God te beschermen.

Als de leerstellingen veranderen, suggereert dat dan niet dat de Leraar is veranderd? Onze Leraar zegt: "Ik ben niet veranderd" (Maleachi 3:6).

Is het toelaatbaar dat u de kerk verlaat? ABSOLUUT NIET! Als u begrijpt wat de kerk is, is het nooit goed om haar te verlaten. De ekklesia, het mystieke of geestelijke lichaam dat we de kerk van God noemen, verlaten, impliceert het verbreken van uw relatie met God! God en Zijn relatie met Zijn volk verwerpen is heel wat anders dan het verlaten van een rechtspersoonlijke organisatie, of een lichaam dat door mensen met de naam "Church of God" is opgericht ? zelfs al heeft deze voorheen onder Gods leiding gestaan.

U zou zich niet al te druk moeten maken over het verlaten van een rechtspersoonlijke organisatie. Als u een rechtspersoonlijkheid bezittende kerk verlaat om aan de waarheid die door een ware apostel werd gegeven, vast te houden, dan verlaat u niet het lichaam van Christus. U moet deze verlaten om een opgebouwde relatie met God die ontstond als resultaat van het onderwijs ontvangen van Zijn ware dienaren, stevig in stand te houden.

De kerk: Een geestelijk organisme

Herbert W. Armstrong sprak over het onderwerp van de ware kerk in een World Tomorrow radio-uitzending die op 31 maart 1981 werd uitgezonden over WMAQ, Chicago, Illinois. De volgende passages komen vanuit die uitzending:

De ware kerk moest verdeeld raken, verstrooid en vervolgd, door de wereld uiteen gedreven ... 2 Timotheüs 4:3-4:

Want er komt een tijd, dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren.

Laten we teruggaan naar de kerk die Jezus Christus oprichtte, omdat deze door alle generaties heen is blijven bestaan. Die kerk kende zowel voor- als tegenspoed.

Ze heeft altijd de geboden van God onderhouden en aan het geloof van Jezus vastgehouden en ze heeft Gods feesten gehouden en niet de heidense feesten die de wereld en de kerken van de wereld vieren. Die kerk heeft altijd bestaan.

De ware kerk van God is een onzichtbaar, geestelijk organisme, bestaande uit die mensen die de Geest van God hebben en daardoor worden geleid, in wie Jezus Christus is gekomen om in hen Zijn leven te leiden. Dat is de ware kerk, bestaande uit al die mensen die ongeacht of ze wel of niet samen zijn georganiseerd, elkaar kennen en met elkaar samenwerken. Of ze op één plaats samenkomen of dat ze volledig zijn verstrooid. Die individuen vormen samen de ware kerk.

In veel tijden vinden we hun geschiedenis verspreid over alle eeuwen en bij tijden zijn ze volledig verstrooid en ongeorganiseerd. Op andere tijden is minstens een groot deel van hen, of groepen van hen, bijeengekomen om zich te organiseren; zij hebben elkaar gekend en ze zijn feitelijk georganiseerd geweest en hebben Gods Werk uitgevoerd. En op de tijd dat het Gods bedoeling is dat Zijn Werk weer uitgaat de wereld in, zal God hen bijeenbrengen en erop toezien dat ze zich organiseren.

Zelfs in Paulus' dagen begonnen velen van hen die deel uitmaakten van de gemeente te Antiochië, te Jeruzalem, te Efeze, te Corinthe en in andere plaatsen, af te vallen en zich van de waarheid af te wenden. Er ontstond verdeeldheid en die mensen, die in feite niet bekeerd waren, keerden zich van Gods waarheid en manier van leven af; zij maakten geen deel uit van Gods ware kerk, ook al kwamen ze zichtbaar bijeen met hen die er wel deel van uitmaakten. Zoals de apostel Paulus in 2 Thessalonicenzen 2 schreef, was het geheimenis der wetteloosheid reeds in werking. En het werkte binnen de zichtbare kerk.

Deze afval nam toe en tegen het jaar 125 n.Chr. maakte het merendeel in de meeste kerken, de meerderheid van hen die in de meeste kerken bijeenkwamen (en tussen twee haakjes, ze kwamen nog steeds op de sabbat bijeen, geloof het of geloof het niet ...) geen deel meer uit van de ware kerk. Geleidelijk bleef een steeds kleiner deel van de zichtbare kerken die als christelijk bekend stonden, zich waarachtig overgeven aan God en aan Zijn waarheid door zich te laten leiden door Zijn Geest. En nadat keizer Constantijn in het begin van de 4e eeuw feitelijk de macht in handen nam over de zichtbare, belijdende kerk, werd de zichtbare organisatie bijna geheel heidens en begonnen ze allen die zich hielden aan het ware Woord van God, de Bijbel, uit de kerk te zetten en te vervolgen.

En uiteindelijk moesten alle echte christenen, zelfs al waren ze verstrooid, vluchten! En zij, degenen die door de Geest van God werden geleid, degenen in wie Jezus Christus Zijn leven leidde ? alleen zij vormden de ware kerk ? moesten vluchten vanuit het rechtsgebied van de regering om God op de juiste wijze te kunnen blijven dienen. Dat, mijn vrienden, is wat de kerk overkwam. Maar God heeft nog steeds Zijn dienaren.

Is de kerk onze moeder?

Deze vraag is van essentieel belang voor hen die de Bijbel als een manier van leven bestuderen. Jammer genoeg hebben velen gewoon aangenomen dat ze het antwoord weten, terwijl ze nooit de Bijbel hebben bestudeerd om uit te zoeken of die aanname stevig is gebaseerd op schriftuurlijke werkelijkheden. Zo'n vraag vereist zorgvuldige studie en meditatie. Misschien is het een goed idee de Schriften zelf deze vraag te laten beantwoorden.

Iedere bijbelstudent herkent de symbolen die God in Openbaring 12 en 17 gebruikt om de kerk te vertegenwoordigen. Openbaring 17 laat een vrouw zien die schrijlings op een ongewoon beest zit. Het is duidelijk dat zij het beest stuurt en leidt zoals een paardrijder een paard. Een van de titels die ze in deze context krijgt is "moeder der hoeren". Bijbelgeleerden erkennen dit symbool als de grote valse kerk. Maar viel het u ook op dat ze zelf "de grote hoer" is? God beschuldigt haar van hoererij. Ze is een ongetrouwde moeder (kerk) die het leven heeft geschonken aan buitenechtelijke dochters.

In tegenstelling daarmee beeldt Openbaring 12 een andere vrouw uit die het leven schenkt aan een mannelijk kind. De draak probeert onmiddellijk het mannelijke kind te doden en vervolgt de vrouw. De draak is Satan. Het kind is kennelijk Christus. De vrouw is de ware kerk, en wordt beschreven als iemand die de geboden van God onderhoudt en het getuigenis van Jezus Christus heeft. Let er echter op dat er geen sprake is van een huwelijk. Aan de andere kant wordt er ook niet van hoererij gesproken. Er is slechts één antwoord mogelijk. De vrouw (kerk) was reeds gehuwd. Betekent dit dat de kerk voor Jezus bestond? De Schrift kan niet gebroken worden (Johannes 10:35). Ja, ze bestond reeds.

We weten allemaal dat Jezus uit Israël geboren werd, een Jood. Daar Openbaring 12 Hem symbolisch laat zien als geboren uit een vrouw (kerk), en aangezien Hij het product was van een wettig huwelijk, heeft dat geestelijke huwelijk moeten plaatsvinden toen God middels het Oude Verbond met Israël in het huwelijk trad. Ezechiël 16:8 zegt: "Toen kwam Ik voorbij u en zag u, en zie, de tijd der liefde was voor u gekomen; Ik spreidde de slip van mijn kleed over u en bedekte uw naaktheid, Ik ging onder ede een verbond met u aan, luidt het woord van de Here HERE; zo werdt gij de mijne." Stefanus voegt er later in Handelingen 7:38 aan toe: "Deze is het, die in de vergadering (ekklesia, kerk) in de woestijn ..." Het is duidelijk dat de kerk, die onze moeder is, voor de tijd van het Nieuwe Testament bestond.

Het Jeruzalem van boven

Laten we met deze achtergrond nu kijken naar Galaten 4:25-26: "Het (woord) Hagar betekent de berg Sinaï in Arabië. Het staat op één lijn met het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij. Maar het hemelse Jeruzalem [Statenvertaling: Jeruzalem, dat boven is] is vrij; en dat is onze moeder." Drong dat tot u door? Het Jeruzalem van boven is onze moeder. Onze moeder is een geestelijke realiteit, geen door mensen opgerichte rechtspersoon met ergens op aarde een hoofdkwartier. De leden ervan bestaan uit allen in wie de Heilige Geest van God is (Romeinen 8:12-17). In die zin is ze niet beperkt tot één door mensen gedefinieerde organisatie met rechtspersoonlijkheid. Omdat ze een geestelijke werkelijkheid is, functionerend vanuit een hoofdkwartier in het Jeruzalem van boven, kunnen de poorten der hel haar nooit overweldigen (Mattheüs 16:18). Als ze niet meer dan een fysieke entiteit zou zijn, zou ze nooit altijd kunnen blijven bestaan, omdat de zondige mens haar zou vernietigen, ofwel van binnenuit of van buitenaf.

Let erop wat Paulus aan dit concept toevoegt:

Efeziërs 2:6 en [God] heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus,

Filippenzen 3:20 Want wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten,

Hebreeën 12:22-23 Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, ... tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben,

Dit "Jeruzalem van boven, ... de feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen" moet zeer zeker ook de moeder zijn geweest van alle "helden des geloofs", te beginnen met de rechtvaardige Abel. Zij hadden ook Gods Geest (1 Petrus 1:11).

Het element dat de kerk in eenheid bijeenhoudt ? ook al is ze bij tijden nauw verweven en op andere tijden helemaal verstrooid ? is de Geest van God die haar motiveert tot loyaliteit aan het Jeruzalem van boven. Er zijn tijden dat de leden van die kerk een geestelijk vervallende organisatie moeten verlaten om trouw aan God te blijven. Toch zal God ermee blijven handelen en voor haar voorzien, zelfs als dat gebeurt. Toen Juda en Israël gescheiden werden, elk een onafhankelijke natie werden, bleef God met beide handelen. Zijn volk was verspreid over beide naties. Hij zond verschillende profeten naar elke van die naties. Er is nergens een aanduiding te vinden dat de ene profeet onder de autoriteit van de andere profeet stond. Niemand van hen zei: "Ik ben de enige die door God wordt gebruikt om Zijn woord te spreken." God moest aan Elia openbaren dat er in Israël nog zevenduizend anderen waren die hun knieën niet voor Baäl gebogen hadden. Zelfs de profeet was zich daar niet van bewust! God kan niet ? onder geen enkele omstandigheid ? worden beperkt door mensen om in een bepaalde tijd slechts door één organisatie te werken.

"Ik heb nog andere schapen ..."

Ook Jezus duidt hier in sterke mate op. In Johannes 10:16 zegt Hij: "Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden [dat is nog toekomst] één kudde, één herder." Denk ook aan die andere gebeurtenis, vastgelegd in Lucas 9:49-50: "Johannes antwoordde en zeide: Meester, wij hebben iemand in uw naam boze geesten zien uitdrijven en wij wilden het hem beletten, omdat hij niet met ons U volgt. Jezus zeide tot hem: Belet het niet, want wie niet tegen u is, is vóór u." Hij ontzegt God zeer zeker niet het voorrecht om door andere mensen te werken.

Toen de apostel Paulus werd geconfronteerd met mensen die hem vijandig waren, zei hij niet dat God niet met hen werkte:

Sommigen prediken de Christus wel uit nijd en twist, maar anderen doen het met goede bedoeling. Dezen verkondigen de Christus uit liefde, daar zij weten, dat ik tot verdediging van het evangelie gesteld ben, maar genen uit eigenbelang, met de onzuivere bedoeling, mij de gevangenschap zwaar te maken. Wat doet het ertoe? In elk geval, hetzij met een bijoogmerk, hetzij in oprechtheid, wordt Christus verkondigd; en daarin verblijd ik mij, en zal ik mij ook verblijden. (Filippenzen 1:15-18)

Toen God het evangelie ook voor de heidenen begon open te stellen, zond Hij eerst een engel naar Cornelius en daarna naar Petrus. Hij deed dit zonder Petrus te raadplegen of toestemming te vragen aan de kerk in Jeruzalem. Het staat God vrij te handelen en mensen tot Zijn heerlijkheid te brengen in plaatsen die totaal losstaan van een georganiseerde groep in een ander gebied. Let op Petrus' reactie toen hij bij Cornelius en zijn huisgenoten was: "Inderdaad bemerk ik, dat er bij God geen aanneming des persoons is, maar onder elk volk is wie Hem vereert en gerechtigheid werkt, Hem welgevallig" (Handelingen 10:34-35).

Hoeveel God aan elke groep openbaart, of de mate waarin Hij hen gebruikt, wordt helemaal door Hem bepaald. Onze roeping is van boven en ons behoud is ook van boven! Christus behoudt Zich het recht voor om ons te gebruiken zoals Hij wil. Wij zijn Zijn verworven bezit, gekocht met Zijn bloed. Wij zijn Zijn slaven. Alleen Hij kan ons berouw en bekering geven, ons Zijn Heilige Geest geven en ons in Zijn werk plaatsen waar Hij dat nodig vindt. Hij heeft hetzelfde recht om ieder ander op aarde te gebruiken en verscheidene werken naast elkaar te laten werken.

In Openbaring 21:2 ziet Johannes een visioen van het nieuwe Jeruzalem dat van God uit de hemel neerdaalt, getooid als een bruid die voor haar man versierd is. Dan zegt in vers 9 een van de engelen: "Kom hier, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams." Laat hij hem de kerk zien? Ja en nee. De symbolen die elders worden gebruikt voor de kerk ? vrouw, bruid, moeder en stad ? verenigen zich in één symbool, het nieuwe Jeruzalem, gezien in al haar heerlijkheid. Het is een geestelijk organisme. Het Jeruzalem van boven is de baarmoeder waarin God Zijn kinderen tot ontwikkeling brengt. Zij zal het leven geven aan geestelijke kinderen in het Koninkrijk van God. We zullen dan werkelijk "van boven geboren" zijn.

In Lucas 10:17-18, 20 vindt er een interessant voorval plaats tussen Jezus en Zijn discipelen:

En de [tweeën]zeventig zijn teruggekeerd met blijdschap en zeiden: Here, ook de boze geesten onderwerpen zich aan ons in uw naam. En Hij zeide tot hen: ... verheugt u niet hierover, dat de geesten zich aan u onderwerpen, maar verheugt u, dat uw namen staan opgetekend in de hemelen.

Is de kerk onze moeder? Ja, maar alleen als we begrijpen dat de kerk een geestelijk organisme is waarvan Christus het Hoofd is. God ziet ons niet als zijnde in de baarmoeder van een of andere specifieke organisatie met rechtspersoonlijkheid hier op aarde. Het Jeruzalem van boven is onze echte geestelijke moeder.

Het belang van doctrine

In Paulus' brieven aan Timotheüs spoorde hij de jonge evangelist in de krachtigste bewoordingen aan pal te staan en vast te houden aan de leerstellingen die de apostel hem had gegeven (1 Timotheüs 6:20). Paulus moest hem waarschuwen omdat rond 65 n.Chr. de kerk reeds afgleed van de waarheid die Jezus Christus aan de apostelen had toevertrouwd.

Waarom is doctrine zo belangrijk voor God? Waarom wil Hij niet dat Zijn volk afwijkt van wat Hij in Zijn woord gesproken heeft? Het antwoord is fundamenteel en eenvoudig: afwijking van orthodoxie zal niet de juiste vrucht voortbrengen voor de vervulling van Zijn doel.

God geeft natuurlijk de ruimte voor ondergeschikte variaties. Niet iedereen zal hetzelfde niveau van gehoorzaamheid of begrip hebben. Niet iedereen is even wijs of even hoog opgeleid. Zijn volk zal echter een sterk geloof hebben in de leerstellingen die het belangrijkst, van centraal belang, zijn voor Zijn doel. Als deze centrale leerstellingen ontbreken dan zullen de afwijkingen die er zijn het doel waar Hij naar toe werkt in gevaar brengen.

Principes van bakken

Misschien is de analogie van het volgen van een recept voor het bakken van een cake voldoende om de principes te laten zien die samengaan met het zuiver houden van doctrine. Als een bakker bij het bakken van een cake bepaalde ingrediënten zou weglaten, of als hij andere zou toevoegen waar het recept niets over zei, of als hij de juiste ingrediënten gebruikte maar in de verkeerde verhoudingen, is het met elk van deze combinaties heel goed mogelijk dat het resultaat niet eens een cake zou zijn! Het is duidelijk dat men om een perfecte cake te maken, de juiste ingrediënten in de juiste verhoudingen moet gebruiken.

Al is dit zeker een ideaal, toch wil God dat Zijn volk vanwege Zijn doel zich daar op richt. Het kan zijn dat men zo'n hoog verheven doel nooit zal bereiken, maar dat ontheft iemand niet van de last om te streven naar de juiste verhouding van de juiste ingrediënten in elk onderdeel van het leven. Efeziërs 4:13 zegt: "totdat wij allen ... bereikt hebben ... de maat van de wasdom der volheid van Christus."

Zij die door God geroepen zijn, hebben een ontzagwekkend hoog verheven doel en hoop: God te worden! De Bijbel vermeldt ondubbelzinnig dat we zullen zijn zoals Hij, dat is zoals Jezus Christus (1 Johannes 3:2). Hieruit vloeit voort dat de ingrediënten die dat potentieel voortbrengen zo volmaakt mogelijk zullen moeten zijn.

Principes uit de kinderopvoeding

Een schriftgedeelte dat voornamelijk wordt gebruikt met betrekking tot kinderopvoeding, voegt nog een principe toe om in overweging te nemen: "Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg, ook wanneer hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken" (Spreuken 22:6).

Er zijn geen ouders die hun kinderen volmaakt opvoeden, omdat iedereen een product is van het verwarde en ontspoorde systeem dat de Bijbel "deze boze wereld" noemt. Ouders hebben de neiging datgene wat dit verdorven systeem hen oplegt te herhalen en over te dragen. Psychologen en sociologen bevestigen dat mensen die als kind werden misbruikt dat gedrag als ze eenmaal volwassen zijn, vaak herhalen. Een recente statistiek die werd vermeld in het televisieprogramma Scared Silent [In angst zwijgen], zegt dat voor misbruikte kinderen de kans zes maal zo groot is dat ze hun eigen kinderen misbruiken als voor niet-misbruikte kinderen. De misbruikten worden misbruikers. Het systeem krijgt hen in zijn macht en zij geven het systeem verder door.

Muriel Beadle zei over dit schriftgedeelte in haar boek A Child's Mind [Het denken van een kind]: "In deze tijd zouden we deze spreuk als volgt kunnen laten eindigen: '... en als hij oud geworden is zal hij niet in staat zijn daarvan af te wijken'" (p. xx). Haar punt is dat de hoop voor een volwassene om nog te veranderen heel klein is. Het is uitzonderlijk moeilijk voor iemand datgene wat toen hij jong was bij hem ingeworteld raakte, te veranderen. Het cliché dat een volwassen mens "vastgeroest is in zijn gewoonten", is waar.

Kort en bondig gezegd, het principe is dat de juiste opvoeding de juiste resultaten voortbrengen. Daarom trainen ? drillen, drillen en almaar weer drillen ? atletische teams, ballet- en toneelgroepen en het leger totdat alle deelnemers, indien mogelijk, hun deel automatisch kunnen uitvoeren. De vaardigheden worden zo'n integraal deel van hen dat ze ze routinematig goed uitvoeren.

Juiste opvoeding zal gedurende het gehele leven zijn uitwerking hebben. Dit principe is ook van toepassing op wat God doet in het leven van een christen. Mensen zijn stoffelijk en sterfelijk. Maar God laat Zijn kinderen door een trainingsprogramma gaan om hen op het eeuwige leven voor te bereiden. Hij traint hen op een manier die zijn uitwerking in alle eeuwigheid zal doen voelen. Als we het hebben over eeuwige consequenties begrijpen we waarom God doctrine ? onderwijs, instructie ? als zo belangrijk beschouwt.

Een satirische interpretatie van dit vers luidt: "Oefen de knaap in overeenstemming met zijn kwade neigingen [laat hem gewoon zijn eigen gang gaan], en hij zal zijn gehele leven die boze weg blijven volgen." Hoe je het ook onder woorden brengt, het is een waar principe. Training bepaalt wat iemand zal worden. En doctrine zal bepalen wat Zijn volk zal worden.

"Een aan zichzelf overgelaten kind ..."

"Roede en bestraffing geven wijsheid, maar een aan zichzelf overgelaten knaap maakt zijn moeder te schande" (Spreuken 29:15). Als een kind "aan zichzelf overgelaten wordt", waar komt dan zijn training vandaan? Het is duidelijk dat in zo'n geval vader en moeder geen grote invloed op hun kind zullen hebben. De training moet dan vanuit de maatschappij komen, hoogst waarschijnlijk van de leeftijdgenoten van het kind. Omdat "dwaasheid is vastgehecht in het hart van een knaap" (Spreuken 22:15) zal een aan zichzelf overgelaten kind schaamte voortbrengen ? hij zal zeer zeker in moeilijkheden komen als zijn training lukraak en zonder enige sturing plaatsvindt, of als hij niet wordt gedrild of gecorrigeerd. De tweede helft van het vers zegt echter: "de tuchtroede zal haar vandaar verdrijven" De tuchtroede symboliseert dat iemand belang stelt in wat er van het leven van het kind terecht zal komen. Hij geeft sturing, correctie, instructie, om het kind in de richting te sturen waarheen hij moet gaan. De training, het onderwijs, maken alle verschil in de wereld.

Een voorbeeld uit het leven van David illustreert deze spreuk: "Nu had zijn vader hem [Adonia] zijn leven lang geen verwijt gemaakt: Waarom doet gij zo? Ook was hij zeer welgevormd van gestalte en volgde in geboorte op Absalom" (1 Koningen 1:6). David was heel oud en zou weldra sterven. Zijn familie en zijn naaste adviseurs wisten waarschijnlijk dat hij van plan was zijn troon over te dragen aan Salomo. Maar Adonia probeerde dat te voorkomen. Hij ondernam een politieke actie om de troon te grijpen voordat Salomo daar een vaste greep op zou krijgen. Zijn list mislukte doordat Batseba, Salomo's moeder en Davids trouwe raadslieden een beroep deden op de koning, en hij maakte het heel duidelijk wie hij als zijn opvolger uitgekozen had.

Al was David een man naar Gods hart, toch was hij niet actief betrokken bij de opvoeding van Adonia. In dit vers zegt God waarom Adonia in opstand kwam. In principe moedigde David zijn zoon feitelijk aan om in opstand te komen door geen interesse te hebben in zijn opvoeding. David slaagde er niet in hem te oefenen in de weg die hij zou moeten gaan, zodat hij daar niet van zou afwijken. In plaats daarvan oefende David hem in een weg die wel op rebellie zou moeten uitlopen. Deze tekortkoming van David zien we terug in diverse andere kinderen van hem: Absalom, Amnon en anderen. Het doet er niet toe of iemand een kind is van God en Zijn Geest heeft of niet. Als een ouder geen uitvoering geeft aan de juiste opvoeding, dan zal het resultaat daarvan in zijn kinderen tot uiting komen.

Bewerk uw geestelijke tuin

Het onderwijs waaruit de opvoeding voortvloeit is van uitzonderlijk belang voor de manier waarop iemand zijn leven leidt. Dit kan bijna helemaal terug tot aan het begin worden gezien. "En de HERE God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren" (Genesis 2:15). Heel eenvoudig en op een rechttoe-rechtaan manier brengt God het doel onder woorden waarvoor Hij de hof schiep. Hij begint de basiselementen te openbaren van het opvoedingsprogramma voor Adam en Eva. Geestelijk strekt dit principe zich ook uit tot Zijn moderne kinderen.

Adams taak in de hof was deze te "bewerken en bewaren", of te "cultiveren en behoeden". Een diepgaande studie van de woorden laat zien dat in combinatie bewerken of cultiveren een vorm is van bewaren. Cultiveren is de inspanning van een boer om zeker te stellen dat de grond een zo overvloedig mogelijke oogst zal voortbrengen. Hij ploegt de grond, bemest ze, zaait in en bevordert daarna verdere groei door bewateren, wieden en dergelijke. Wat gebeurt er als de boer lui is, als hij nalaat zijn grond te cultiveren, als hij niets doet om groei te bevorderen? De natuur gaat zijn gang en de boerderij begint achteruit te gaan!

Deze wet kan worden geïllustreerd door ietwat afwijkende voorbeelden. Veronderstel dat u een nieuw huis bezit, dat recent helemaal aan de buitenkant is geverfd. Als er nooit iets wordt gedaan om het huis in goede conditie te houden, zal het huis heel snel in onderhoud achteruitgaan. Hetzelfde geldt voor een auto. Als u de olie nooit ververst, hem nooit doorsmeert, nooit de banden op de juiste spanning brengt, hem nooit wast, zal hij in conditie achteruitgaan. Dat maakt deel uit van de wet van het universum. Als iets niet onderhouden wordt, als er niets wordt gedaan om verval tegen te gaan, zal er zeer zeker degeneratie optreden. Als er niets wordt gedaan om te cultiveren, zal de natuur zijn gang gaan en degeneratie voortbrengen.

In heel eenvoudige bewoordingen gezegd: Gods doel wordt bereikt omdat mannen en vrouwen cultiveren en behoeden. Zij cultiveren wat hun aan zowel fysieke als geestelijke dingen gegeven is. Als er cultivering plaatsvindt zal dat beschermen tegen degeneratie. Er gaat dus een ander principe naar boven komen: gezonde opvoeding moet niet alleen voortkomen uit zuivere doctrine, maar we moeten ons inspanningen getroosten om te cultiveren, meer vrucht en grotere groei voort te brengen. Als we geen acht geven op zulk heil [behoud] zal ons geestelijk leven gaan degenereren. De waarheden die we vroeger in hoog aanzien hielden zullen langzaam verdwijnen.

Helemaal aan het begin van het boek waarschuwt God tegen een natuurlijke neiging in alles om te degenereren. Zoals we later zullen zien wordt een herstel van Gods waarheid onveranderlijk gevolgd door een vervallen van Gods waarheid. Langzamerhand desintegreert het lichaam dat Gods werk deed, valt uiteen in kleinere groepen mensen, die vastbesloten zijn vast te houden aan wat ze hebben. Deze kleine groepen verlaten de grote groep omdat zij niet de waarheid willen kwijtraken tengevolge van de degeneratie van de grote groep. Thomas Jefferson merkte wijs op: "De prijs van vrijheid is eeuwige waakzaamheid." Dit is een andere manier om te zeggen dat er krachtige inspanning nodig is om zowel in stand te houden als te cultiveren.

Paulus spoort Timotheüs aan

In geheel 2 Timotheüs spoort de apostel Paulus de jonge evangelist Timotheüs sterk aan om vast te houden aan het onderwijs dat hij van jongsaf aan had geleerd. Paulus was ter dood veroordeeld en wilde zeker stellen dat Christus' onderwijs op getrouwe wijze aan een volgende generatie zou worden overgedragen. Hij koos Timotheüs voor deze cruciale taak.

"En dan komt mij voor de geest uw ongeveinsd geloof, zoals het eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en uw moeder Eunike, en ook ? daarvan ben ik overtuigd ? (woont) in u. ... en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus" (2 Timotheüs 1:5; 3:15). Paulus had zo zijn redenen dat hij de leerstellingen van de kerk aan Timotheüs toevertrouwde: hij was in de Schriften onderlegd, hij was op een christelijke manier opgevoed door zijn grootmoeder Loïs en zijn moeder Eunike. Hij was een derde generatie christen en hij had de juiste training achter de rug om binnen Gods werk een evangelist te zijn. Hoe uitgebreid en persoonlijk zijn training is geweest, is niet bekend. Hij had minstens een vorm van de juiste training.

"Om die reden herinner ik u eraan, de gave Gods aan te wakkeren, die door mijn handoplegging in u is. Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid" (2 Timotheüs 1:6-7). Als we bedenken dat Timotheüs een dienaar was van de kerk van God, dan weten we dat deze gave de kracht en de autoriteit was om zijn verantwoordelijkheid binnen de kerk te vervullen. Al was deze brief oorspronkelijk alleen aan Timotheüs geschreven, toch is hij van toepassing op alle christenen. De principes die daarbij betrokken zijn slaan op iedereen die de Geest van God heeft. Elk van die mensen heeft gaven van God ontvangen om zijn aandeel in Gods werk binnen het lichaam uit te voeren.

Behoud is meer dan vergeving van zonden. Een ander deel van Gods behoud is dat Hij gaven geeft ? bekwaamheden, talenten, vermogens, autoriteit ? om taken binnen de kerk uit te voeren. Behoud vereist een reis naar het eindpunt van Gods doel. Het is een manier van leven die naar een doel leidt. God geeft iedereen van ons de vermogens om te slagen om het eind van de reis te halen: gaven van de Geest gegeven om onze functies binnen het lichaam uit te voeren.

Evenals de apostel Paulus het menselijk lichaam gebruikte in een analogie, waarin hij liet zien dat elk deel van het lichaam zijn eigen functie heeft, zo heeft ieder deel van het menselijk lichaam het vermogen gekregen om die functie ten behoeve van het lichaam uit te voeren. Zo is het ook met Gods kerk: het doet er niet toe hoe verstrooid ze is, of hoe verenigd ze is, God heeft iedere christen het vermogen gegeven zijn functie binnen het lichaam uit te voeren. Op deze manier spoorde Paulus Timotheüs aan om een goed gebruik te maken van die gaven om de kerk te helpen.

Er is geen aanwijzing binnen de context of Timotheüs op een of andere manier tekort schoot. Het is duidelijk op basis van de werkwoordelijke vormen die Paulus hier gebruikt, dat dit dingen waren die Timotheüs in het verleden had gedaan en in het heden nog steeds deed. Het zou in het Nederlands wat nauwkeuriger omschreven kunnen worden als: "blijf de vlam aanwakkeren". Hij wakkerde de gave aan en Paulus zei: "Blijf hem aanwakkeren!" Timotheüs cultiveerde de doctrine, het belangrijkste middel waardoor men bewaart of behoedt wat men ontvangen heeft.

Een Geest van kracht

In het volgende vers vinden we een aanduiding over de persoonlijkheid van Timotheüs. "Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid" (2 Timotheüs 1:7). Blijkbaar was Timotheüs een introverte, enigszins teruggetrokken persoonlijkheid die uit zichzelf niet zou doen wat hij geacht werd te doen. Tegen het einde van de brief wist Paulus dat hij binnenkort zou sterven. Alles wijst erop dat Timotheüs na Paulus' dood de last van de verantwoordelijkheid van het prediken van het evangelie zou dragen. Paulus wist hoe Timotheüs in elkaar zat, omdat hij op zijn reizen in het Middellandse Zeegebied vele jaren met hem had doorgebracht. De apostel die zich er bezorgd over maakte of Timotheüs wel de instelling, de persoonlijkheid, de wil zou hebben zijn verantwoordelijkheden uit te voeren, herinnerde hem eraan dat Gods Geest een geest is van kracht en van liefde en van bezonnenheid.

Zo gaat het met iedereen die door God geroepen wordt. Hij geeft alle gaven die men nodig heeft om zijn verantwoordelijkheden binnen het lichaam uit te voeren. De meesten zullen bepaalde aspecten van het christelijke leven onaangenaam vinden of de vereisten die God heeft vastgesteld moeilijk om aan te voldoen. Maar we hoeven niet bang te zijn, want de kracht is beschikbaar anders zou God niet God zijn. Hij heeft beloofd dat Hij datgene dat Hij begint zal volbrengen (Filippenzen 1:6). We kunnen alles doen wat Hij vraagt, omdat Hij niet meer van ons verlangt dan we in staat zijn te doen met de gaven die we reeds hebben. Hij werkt altijd binnen het kader van Zijn kennis van iedere christen.

"Schaam u dus niet voor het getuigenis van onze Here of voor mij, zijn gevangene, maar wees mede bereid voor het evangelie te lijden in de kracht van God" (2 Timotheüs 1:8). Paulus bevestigt dat Timotheüs voor lijden terugschrok. Iedereen zou dat doen. Het is slechts natuurlijk dat hij niet de ontmoedigende dingen het hoofd wilde bieden, waarvan hij wist dat Paulus die zijn gehele leven had ondergaan.

Het getuigenis van onze Heer

"Die [God] ons behouden heeft en geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en de genade, die ons in Christus Jezus gegeven is vóór eeuwige tijden" (vers 9). Dit vers is het begin van een gedeelte dat zijn vermaning introduceert om vast te houden aan wat aan onze zorg is toevertrouwd, wat hij "het getuigenis van onze Heer" noemt.

Wat is een getuigenis? Dit wordt het meest gebruikt als iemand opgeroepen wordt een verslag te geven van datgene waarvan hij getuige is geweest. Dit is echter een beperkt gebruik.

In een ruimere toepassing betekent het volgens Webster "bevestiging uit de eerste hand van de authenticiteit van een feit". Hiertoe wordt men in een rechtszaak opgeroepen, het bevestigen van een feit. Een verdedigende advocaat zou kunnen vragen: "Kende u deze persoon voor die en die datum?" De getuige bevestigt dan of dit feit al dan niet waar is. Getuigenis betekent ook "bewijs". De advocaat vraagt: "Wat zag u?" En dan komt de getuige met zijn bewijs.

Maar het kan ook betekenen "een plechtige verklaring, een openlijke erkenning". Dit komt dichter bij wat Jezus Christus deed. Hij gaf een openlijke erkenning, een plechtige verklaring, van een boodschap die Hij bij de mensheid achterliet. Dat was het getuigenis van onze Heer, de boodschap van de Boodschapper. De kerk kent het als het evangelie van het Koninkrijk van God.

De apostel Johannes schrijft later in soortgelijke bewoordingen en legt dit in Openbaring 19:10 uit. "En ik wierp mij neder voor zijn voeten om hem te aanbidden, maar hij zeide tot mij: Doe dit niet! Ik ben een mededienstknecht van u en uw broederen, die het getuigenis van Jezus hebben; aanbid God! Want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie." De engel gebruikt een interessante combinatie van woorden om het evangelie te beschrijven. Het evangelie is profetisch. Hij noemt het getuigenis van Jezus, wat het evangelie van het Koninkrijk van God is, de geest der profetie.

"Geest" wordt gebruikt in de zin van karakter, de natuur van iets. Het getuigenis van Jezus is de natuur van profetie. Een ander Nederlands woord is beter: essentie. Parfum wordt soms een essence genoemd, een onzichtbare, maar wezenlijke en prachtige geur die er de natuur van is.

Essentie betekent "de natuur van" zoals het woord karakter. Het betekent ook "het belangrijkste deel, het hart en de kern van, de ware en uiteindelijke natuur van iets". Het getuigenis van Jezus is de ware en uiteindelijke natuur van profetie, erop duidend dat alle profetie verwijst naar de voltooiing van het evangelie. Alles in Gods doel wijst in die richting.

Als profetieën worden gegeven, spreken ze over dingen die nog in de toekomst liggen en niet hebben plaatsgevonden. Het getuigenis van Jezus is de echte essentie, het hart en de kern, de natuur van deze toekomstige gebeurtenissen. Het evangelie, wat het ook maar zegt, is gericht op de toekomst. We kunnen de toekomstige aspecten van het evangelie daarom geen lage plaats van belangrijkheid toewijzen zonder het hart en de kern van de boodschap die Jezus Christus bracht, te vernietigen.

Wanneer begon het evangelie?

"Die ons behouden heeft en geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en de genade, die ons in Christus Jezus gegeven is vóór eeuwige tijden" (2 Timotheüs 1:9). Deze laatste zin zegt in duidelijk Nederlands, dat God Zijn doel begon voordat de tijd begon. Niet alleen de vervulling van het evangelie is nog toekomst, het begin ervan strekt zich helemaal uit voordat de tijd, zoals menselijke wezens er naar kijken, begon. Op een bepaald moment in het verre verleden voordat de mensheid er was, begon Gods doel in de richting van voltooiing te bewegen.

Als het evangelie voor de tijd begon en als het de essentie is van toekomstige gebeurtenissen, dan kunnen we logisch concluderen dat Gods doel nog niet is voltooid! Voltooiing van het doel, van het goede nieuws, ligt nog steeds in de toekomst. Wat er ook in de toekomst ligt, dat is de bestemming waarheen het doel zich beweegt, en die bestemming is het goede nieuws. Natuurlijk zullen er onderweg fantastische en bemoedigende dingen worden bereikt. We zouden ze mijlpalen kunnen noemen. Ook al vormen die op zich goed nieuws, toch is de culminatie van al deze dingen het goede nieuws.

De apostel Paulus schrijft in Hebreeën 4:1: "Laten wij daarom op onze hoede zijn, dat niemand van u, terwijl nog een belofte van tot zijn rust in te gaan bestaat, de indruk zou wekken achter te blijven." Let op "nog een belofte van tot zijn rust in te gaan bestaat". Dit is het onderwerp waar hij het hier over heeft. Op het moment dat de brief aan de Hebreeën geschreven werd, was die rust nog niet bereikt. Ook is die sindsdien nog niet bereikt. Die rust is nog steeds toekomst. Zelfs voor christenen in deze tijd is hij nog toekomst. Paulus waarschuwt "dat niemand van u de indruk zou wekken achter te blijven", erop duidend dat al heeft men ook vergeving, Gods Geest en de gaven van de Geest ontvangen, er nog steeds de mogelijkheid is van afvallen. Het kan zijn dat de kans daarop niet groot is, maar desondanks kunnen sommigen achterblijven.

"Want ook ons is het evangelie verkondigd evenals hun, maar het woord der prediking was hun niet van nut, omdat het niet met geloof gepaard ging bij hen, die het hoorden" (vers 2). In de tijd van de Exodus hoorde het volk Israël van Mozes een boodschap van goed nieuws. Die bestond uit bevrijding uit slavernij, het Pascha, doop in de Schelfzee en een reis door de woestijn naar het Beloofde Land. Het goede nieuws omvatte dus de gebeurtenissen en de kennis van alle stappen langs de weg, alle mijlpalen. Het doel waarvoor al die gebeurtenissen plaatsvonden was het meest belangrijke deel. Wat voor zin had het dat de doodsengel aan hun huizen voorbijging om hun vergeving van zonden te geven en bevrijding uit de slavernij, als ze nooit in het Beloofde Land zouden aankomen? Dat is Paulus' waarschuwing. De stappen, ook al zijn ze op zichzelf onmisbaar, zijn niet zo belangrijk als het doel.

Deze waarschuwing is in het bijzonder in deze tijd van toepassing. Wat Jezus Christus deed in Zijn leven, in Zijn dood en in Zijn opstanding is ontzagwekkend, een fantastische en grote gave. Het is goed nieuws dat deze dingen hebben plaatsgevonden, maar zij zijn niet het goede nieuws. Het goede nieuws is de bestemming en daar zijn we nog niet aangekomen. Wat Jezus Christus deed is van uitzonderlijk belang voor de vervulling van Gods doel, maar het is ons nog steeds mogelijk de Zoon van God te verwerpen, zelfs nadat we Zijn bloed voor de vergeving van onze zonden hebben aanvaard, zoals Hebreeën 12 ook heel duidelijk laat zien. In deze analogie was dus het leven in, het bezit van en de heerschappij over het Beloofde Land de culminatie, het goede nieuws, de vervulling ? tenminste fysiek ? van de beloften aan Abraham.

De boodschap die Jezus Christus bracht, het evangelie, gaat over het Koninkrijk van God, de culminatie, de bestemming, de vervulling. Zeker het bevat ook de kennis van en informatie over de mijlpalen langs de weg, maar het Koninkrijk van God is de bestemming waar iedere christen naar op weg is.

Ons richten op het volkomene

Laten we dit nog eens in een enigszins andere context bekijken, waar het op een andere manier onder woorden wordt gebracht. "Laten wij daarom het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten en ons richten op het volkomene [voltooiing], zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God" (Hebreeën 6:1). Deze doctrines of principes zijn heel belangrijk. God zal ons berouw en bekering geven en Hij zal ons door het bloed van Jezus Christus vergeven. Geweldig goed nieuws! Maar het is niet het goede nieuws. Dat is het principe: berouw en bekering ontvangen, in en door Jezus Christus geloof hebben is goed nieuws, maar het resultaat van die dingen is het echte goede nieuws. Het is de culminatie van het proces ? "laten we ons richten op het volkomene" ? dat is het goede nieuws.

Let in Hebreeën 12:1-2 op de kracht van de aansporingen om naar het volkomene door te gaan:

Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt. Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.

Hij leefde zoals Hij deed, omdat Hij vooruitkeek naar het eindresultaat. Abraham, de vader der gelovigen, keek uit naar een stad. Paulus zegt dat hij uitkeek naar het einde van zijn omzwervingen. Het goede nieuws verwijst naar de voltooiing, de bestemming van Gods doel.

Andere plaatsen laten dit in enigszins andere contexten ook zien. Mattheüs 6:30 gaat echt in op de harde feiten van het dagelijks leven. "Indien nu God het gras des velds, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zó bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?" Wat zegt Christus? We moeten ons leven leiden, werken, sparen, rekeningen betalen, voedsel en kleding kopen ? al die dingen die ons praktisch elke dag bezighouden. Waartoe probeert Hij ons te bemoedigen? Om naar het einde te kijken! Hij zegt: "Ga niet zo sterk op in en wordt niet zo sterk afgeleid door de strijd van het dagelijks bestaan."

Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft. Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden. Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. (vers 31-34)

We zouden naar het eindresultaat moeten kijken. Hij geeft deze bemoediging en aansporing om ons te motiveren te begrijpen en ons gehele leven te leiden in relatie met waar het eindigt. Eindigt ons leven in het Koninkrijk van God of in de poel des vuurs? Dat is een keus die iedereen maakt. Zelfs in de alledaagse, afgezaagde dingen zoals eten en drinken, naar het werk gaan, opschieten met anderen, enzovoort, wil God dat Zijn volk die dagelijkse ervaring in verband brengt met hun bestemming, het Koninkrijk van God.

Herstel van alle dingen

Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher. (Handelingen 3:19-21)

Deze verzen koppelen diverse dingen aan elkaar.

2 Timotheüs 1:9 zegt dat Gods doel voor eeuwige tijden begon. Zou God Zijn ontzagwekkend doel kunnen plannen zonder een eindresultaat in gedachten te hebben? Zou Hij Zijn boodschap van behoud noemen naar iets dat in het midden zou plaatsvinden, of zou Hij het noemen naar de bestemming waar Hij naar toe werkt?

Petrus noemt Gods doel "het herstel van alle dingen", een andere beschrijvende uitdrukkingswijze voor het goede nieuws van het Koninkrijk van God. God zal het Koninkrijk van God op aarde plaatsen, besturen op basis van Zijn wet. Deze verzen verklaren niet alleen het einde waarheen God Zich begeeft, maar ook dat God hierover sinds de wereld begon, heeft geprofeteerd. God kijkt ook uit naar de bestemming.

Gods doel begon voordat de tijd begon, maar Hij heeft dit doel op zijn minst sinds de dagen van Henoch, die lang voor Noach leefde, aan de mensheid geopenbaard. In Judas wordt Henoch aangehaald als zeggend: "Zie, de Here is gekomen met zijn heilige tienduizenden" (Judas 14). We moeten Gods woord letterlijk nemen: vanaf het begin heeft Hij geprofeteerd over de culminatie van Zijn doel.

Een nieuwe schepping

"Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen" (2 Corinthiërs 5:17). Dit vers beschrijft een proces dat stap voor stap, fase voor fase naar zijn culminatie wordt uitgewerkt. Gods kinderen zijn nieuwe scheppingen, geschapen door een proces dat gedurende hun gehele leven plaatsvindt. Wij maken deel uit van dit scheppende proces dat God naar Zijn voltooiing voert, de voltooiing die het Koninkrijk van God wordt genoemd. Door middel van Zijn Geest werkt God met ons door de ervaringen van ons leven. Als Gods doel eenmaal aan ons is geopenbaard, moeten we keuzes maken terwijl we door deze ervaringen heengaan. En we moeten deze keuzes maken in samenhang met Gods doel.

Wat gebeurt er als we ons richten op een tussenfase van het doel in plaats van op de eindbestemming? Dan zal het proces niet werken. Er zullen zich dezelfde algemene resultaten voordoen als wanneer we een recept voor een cake niet volgen: als we de ingrediënten voor een cake dooreen gaan mengen en halverwege de uitvoering van het recept besluiten we het te gaan bakken, dan zal het niet de cake worden die het recept geacht wordt voort te brengen. Het is een veilige conclusie dat Gods scheppend proces in iemands leven zich tot een kruipend tempo zal vertragen, of misschien wel helemaal zal stoppen, als het "recept" niet zorgvuldig wordt gevolgd.

Veronderstel dat de uitvinders van de auto niet verder waren gegaan dan vier wielen aan een chassis te plaatsen. Wat als niemand ooit had geprobeerd een verbrandingsmotor te ontwikkelen? Waar zou de mens zijn? Hij zou nog steeds in het tijdperk van paard en wagen leven! Maar sommige mensen hadden een visie van een voertuig dat de mens verder zou brengen dan vier wielen en een chassis. "Hé", zei iemand in een vlaag van besef, "we kunnen deze vier wielen zelf aandrijven: een auto!" Zo gingen ze van start om de auto te ontwikkelen. Eerst hadden ze de wielen en het chassis, toen hadden ze een motor. Daarna moesten ze allerlei andere mechanieken ontwikkelen, zoals een versnellingsbak waardoor hij sneller kon gaan lopen dan vier of vijf kilometer per uur. Het was een grote dag, goed nieuws, toen Charles Kettering de elektrische starter uitvond en de mensen niet langer de motor hoefden aan te zwengelen. Het was niet het goede nieuws, tenminste voor zover het auto's betrof. We moeten de analogie gemakkelijk kunnen zien.

Boodschap of Boodschapper?

Wat zou er gebeuren als het evangelie zich zou concentreren op de Boodschapper in plaats van op de boodschap die Hij bracht? Als het zich richt op de grootheid van de Boodschapper, al het goede nieuws over Hem, en Zijn belang voor het proces, begint Zijn betekenis in feite te verminderen. Als men zich concentreert op de Boodschapper zal men geloven dat behoud alleen maar komt omdat men gelooft in de Boodschapper. Er vindt geen verdere ontwikkeling van zulke mensen plaats, omdat ze de verkeerde keus hebben gemaakt. Dat is het probleem met zich concentreren op de Boodschapper, hoe belangrijk Hij ook mag zijn.

Het evangelie concentreert zich niet specifiek op Christus en toch willen we ook de hoofdrol die Hij speelt niet kleineren. Het proces draait om Hem, al komt het uiteindelijke doel ervan tot een eind als Hij het Koninkrijk overdraagt aan de Vader (1 Corinthiërs 15:24). De Boodschapper werd de Hogepriester en wij worden behouden door Zijn leven. Het christendom moet verder gaan dan het feit dat Hij de Boodschapper was. Nu is Hij de Hogepriester in de hemel. En al is Hij Hogepriester, toch moeten we nog keuzes maken in verband met het Koninkrijk van God.

Daarom zegt Hebreeën 6:1: "Laten wij daarom het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten en ons richten op het volkomene." Als wij door het proces gaan waar de Boodschapper doorheen ging en beginnen te ervaren wat Hij bewerkstelligde, wordt Hij in onze ogen groter en groter, omdat we proberen te doen wat Hij deed en beseffen hoe ontzagwekkend en moeilijk het was wat Hij deed. Terwijl wij proberen Hem te imiteren, gaat het scheppingsproces verder. Als wij ermee ophouden te proberen Hem te imiteren, wordt Hij kleiner en kleiner in onze ogen. Daarom moeten we verder gaan naar het volkomene, tot voltooiing, omdat het proces niet voltooid is met slechts geloven in Jezus Christus.

Toen hij in Handelingen 10:36-38 tot het huis van Cornelius sprak, zei Petrus:

Naar het woord, dat Hij heeft doen brengen aan de kinderen Israëls om vrede te verkondigen door Jezus Christus. Deze is aller Heer. Gij weet van de dingen, die geschied zijn door het gehele Joodse land, te beginnen in Galilea, na de doop, die Johannes verkondigde, van Jezus van Nazaret, hoe God Hem met de Heilige Geest en met kracht heeft gezalfd. Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen, die door de duivel overweldigd waren; want God was met Hem.

Deze gedachte wordt in Marcus 1:14-15 beantwoord waarmee bevestigd wordt wat "het woord is dat God zond". "En nadat Johannes was overgeleverd, ging Jezus naar Galilea om het evangelie Gods te prediken, [en Hij zeide]: De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie." Hoe duidelijk! Jezus predikte het goede nieuws van het Koninkrijk van God.

De kracht van het evangelie

Weer terug naar 2 Timotheüs 1:10. Paulus schrijft daar over het getuigenis van onze Heer, het evangelie. "doch die [Zijn doel] nu geopenbaard is door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus, die de dood van zijn kracht heeft beroofd en onvergankelijk leven aan het licht gebracht heeft door het evangelie." Wat een krachtige bewoordingen! Hij bracht onvergankelijk leven. Wij hebben leven ? vergankelijk leven ? maar geen onvergankelijkheid. Zou het kunnen dat "leven" in samenhang met het woord "onvergankelijk" een ander soort leven is dan we nu leven? We zouden op weg moeten zijn om dit nieuwe leven gebracht door het evangelie, te leiden. Maar het is niet het soort leven dat menselijke wezens gewoonlijk leven.

Wat voor gave zou onvergankelijkheid zijn om eeuwig leven te geven aan hen die doden, verkrachten, beroven, plunderen, kinderen misbruiken of met een andere vorm van zonde leven? Als hun onvergankelijkheid gegeven zou worden, zouden ze dan niet verder gaan met het doen van de dingen waarin ze vanaf kind zijn waren getraind om te doen? Ongetwijfeld zouden ze dat doen.

Het leven waar Paulus over schrijft is het soort leven dat kwam door de boodschap van Jezus Christus. Het evangelie bevat onder meer het leven van God, een kwaliteit van leven waarop God leeft en waaraan Hij bereid is onvergankelijkheid te verlenen. Het is een krachtig deel van het goede nieuws van het Koninkrijk van God. Paulus zei in een eerdere brief: "Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud" (Romeinen 1:16). En de gave van de Geest die God gegeven heeft, is een gave van kracht (2 Timotheüs 1:7).

Wat is het evangelie? Het bestaat slechts uit woorden, ideeën. Maar die woorden verlenen kracht! Zij motiveren ons leven. Zij geven ons de wil dingen in gerechtigheid te doen. Zij geven ons energie, uithoudingsvermogen, doorzettingsvermogen, geduld, hoop, geloof, begrip, vriendelijkheid, goedheid, goedertierenheid, visie, richting. Zij geven ons een pad voor ons leven, een manier van leven die een kwaliteit van leven voortbrengt waaraan God onverderfelijkheid zal toevoegen. God traint ons in Zijn manier van leven.

Doctrine bepaalt wat het onderwijs van de kerk zal zijn. Als we ons afkeren van de ware doctrine, zal het resultaat onverenigbaar zijn met Gods doel. Het is heel goed mogelijk dat zelfs een religieus iemand dit doet, en dan zal God zo iemand geen onvergankelijk leven geven. Wat Jezus tegen de Farizeeën zei, is het bewijs hiervoor. "Slangen, adderengebroed, hoe zult gij ontkomen aan het oordeel der hel?" (Mattheüs 23:33). Zal God de Farizeeën leven geven in het Koninkrijk van God? Dat lijkt er nauwelijks op. Zij stierven en zullen weer opstaan en dan zullen ze de gelegenheid hebben zich te bekeren.

De goede arbeider

Paulus beschrijft gebruikmakend van schilderachtige en zinvolle metaforen in 2 Timotheüs 2 de ideale reactie op het evangelie. Het advies om aan het evangelie vast te houden gaat hier vanuit het vorige hoofdstuk verder. Omdat God Zich zorgen maakt over hoe ons leven zal aflopen, wil Hij dat we de juiste training krijgen. Als we de juiste training krijgen, stevig gebaseerd op het evangelie, zal het voor alle eeuwigheid geheel met ons karakter verweven geraken. Elke afwijking van die juiste training zal zijn invloed hebben op het eindresultaat, wat betekent dat we niet het beeld van Jezus Christus zullen worden, wat Hij graag in ons tot stand ziet komen (Colossenzen 3:10).

Gij dan, mijn kind, wees krachtig in de genade van Christus Jezus, en wat gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan vertrouwde mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderrichten. Lijd met de anderen als een goed soldaat van Christus Jezus. Tijdens de veldtocht wordt geen soldaat gemoeid in de zorg voor zijn onderhoud; hij heeft (slechts) hem te voldoen, door wie hij aangeworven is. (2 Timotheüs 2:1-4)

Paulus' zorg betreft het afgeleid worden door dingen na te jagen waardoor de tijd die we in ons dagelijkse leven aan God en Zijn weg wijden, wordt beperkt.

"En is iemand een kampvechter, dan ontvangt hij de krans alleen, als hij volgens de regels van de kamp heeft gestreden. De landman, die de zware arbeid verricht, moet het eerst van de vruchten genieten. Let wel op wat ik zeg, want de Here zal u in alles inzicht geven" (2 Timotheüs 2:5-7). Christenen moeten lijden als soldaten en zich aan de regels houden om deel te krijgen aan de beloning, de eindbestemming.

Beginnend in vers 14 zegt Paulus Timotheüs hoe hij het evangelie moet verkondigen. "Blijf dit in herinnering brengen en betuig in de tegenwoordigheid van God, dat men geen woordenstrijd moet voeren, die tot niets nut is, (ja) verderf [een catastrofe] brengt aan wie ernaar horen. Maak er ernst mede u wèl beproefd ten dienste van God te stellen, als een arbeider, die zich niet behoeft te schamen, doch rechte voren trekt bij het brengen van het woord der waarheid" (vers 14-15). Hij begint twee verschillende soorten arbeiders in hun relatie met het evangelie te beschrijven. Al is de instructie specifiek van toepassing op de dienaar, toch is deze in principe van toepassing op iedereen als zonen van God, die Zijn Geest hebben. Of iemand nu dienaar is of gewoon lid, allen werken naar het Koninkrijk van God toe.

Het woordbeeld "rechte voren trekken bij het brengen van het woord der waarheid" is ontleend aan het werk van een groep arbeiders die een weg aanleggen in een gebied waar geen wegen zijn. Een geometrische wet "een rechte lijn is de kortste afstand tussen twee punten" brengt dezelfde gedachte onder woorden. Paulus instrueert Timotheüs: "Trek een rechte lijn in je onderwijs. Vermijd ondoorzichtige draaien en bochten die de mensen niet kunnen begrijpen. Ga recht af op de kern van de zaak." In deze tijd zouden we zeggen: "Maak het duidelijk en waar."

De slechte arbeider

Hij illustreert dit door te zeggen: "Maar vermijd de onheilige, holle klanken; want zij zullen de goddeloosheid nog verder drijven, en hun woord zal voortwoekeren als de kanker. Tot hen behoren Hymeneüs en Filetus, die uit het spoor der waarheid geraakt zijn met hun bewering, dat de opstanding reeds heeft plaatsgehad, waardoor zij het geloof van sommigen afbreken" (vers 16-18). Sommigen in de kerken die Paulus had opgezet, zeiden dat de opstanding reeds had plaatsgevonden. Zo'n probleem voorziet in een goede achtergrond om een slechte arbeider te beschrijven.

De metafoor verandert van het aanleggen van een weg in het schieten van een pijl op een doel. Het woord der waarheid, het evangelie, is het doel. Als u een pijl op een doel afschiet zal één van de volgende drie dingen gebeuren: 1) de pijl zal de roos van het doel raken; 2) hij raakt net de roos van het doel niet, hij treft er iets naast, links, rechts, boven of beneden; 3) hij zal het doel volledig missen.

Sommige bijbelvertalingen geven vers 18 weer als "die zijn afgeweken van" (Revised Standard Version), "afdwalen van" (New International Version), of "zondigden tegen" (King James Version) de waarheid. Geen van deze vertalingen is volledig in het weergeven van alle aspecten besloten in de metafoor. Als je een pijl afschiet, vliegt hij recht weg, maar niet noodzakelijkerwijs recht op het doel af! Als u let op iemand die een pijl afschiet, waar kijken uw ogen dan naar? Volgen ze de pijl niet naar het doel? Dat is het punt waar het om gaat. De pijl is het onderwijs dat de leraar geeft en ongeacht hoe openhartig en rechtdoorzee hij het geeft, als hij niet rechtstreeks richt op de roos en deze raakt, zullen de ogen van zijn studenten niet op het juiste doel zijn gericht!

De last van verantwoordelijkheid drukt zwaar op een dienaar. Hij moet niet alleen instructie geven die helder en duidelijk is, hij moet ook instructie geven die volledig op het doel is gericht, zodat mensen niet door valse doctrine worden afgeleid. Een dienaar kan volledig oprecht zijn, maar als hij zijn onderwijs naar het verkeerde doel laat wijzen, zal hij het doel missen. Gelukkig is onze God getrouw en getroost Zich iedere inspanning om ons in de richting van het juiste doel te laten gaan.

Deze metaforen en illustraties laten zien hoe belangrijk doctrine en het hebben van het juiste evangelie zijn. Doctrine geeft vorm aan geloofsopvattingen, die op hun beurt actie en karakter bepalen. De toekomstige aspecten van het evangelie bagatelliseren verandert onze visie waar we met ons leven heen gaan. De toekomstige aspecten van het evangelie kunnen geen lagere prioriteit gegeven worden door ze op de tweede of derde plaats te stellen zonder ons leven als christen in gevaar te brengen, daar hierdoor het juiste doel wordt weggenomen en de mensen gaan afwijken van de weg naar het Koninkrijk van God. Als mensen gaan afwijken van het juiste doel, verandert het onderwijs van het evangelie en gaat Gods scheppende proces steeds langzamer lopen en mogelijk stopt het zelfs volledig. God maakt Zich zorgen over doctrine omdat deze bepaalt wat iemand nu is en in de toekomst zal zijn. Terwijl men leeft gaat dit steeds meer deel uitmaken van zijn leven en zal het uiteindelijk onuitwisbaar in zijn karakter zijn gegrift. Dan heeft God een keus: of hem onverderfelijkheid geven, of hem toevertrouwen aan de poel des vuurs. Ongeacht hoe eerlijk we onze doeleinden in het leven najagen, als we op het verkeerde doel zijn gericht kunnen we niet het soort leven voortbrengen ? het karakter ? dat God in Zijn Koninkrijk wil hebben. Juiste doctrine is eeuwig van primair belang!

Wat is behoud?

Het evangelie stelt het juiste doel vast en het juiste onderwijs dat ons in staat stelt leven in het Koninkrijk van God te verwerven. Johannes schreef over dit punt: "Ziet, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het (ook). Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; (maar) wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is. En een ieder, die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, gelijk Hij rein is" (1 Johannes 3:1-3).

Het doel is behoud, een concept dat bewaard moet worden voor de beperkte interpretaties die de mens eraan heeft gegeven. Protestantse religie heeft het tot iets gewoons teruggebracht door er onophoudelijk over te praten. Maar behoud is een majestueus idee! Het omschrijft het alomvattende proces van Gods doel waardoor Hij Zijn kinderen rechtvaardigt, heiligt en verandert. Johannes laat ons de verandering zien. God doet dit door ons te roepen, ons berouw en bekering te geven, onze zonden te vergeven, ons door Christus als rechtvaardig voor Hem te accepteren, en ons daarna stap voor stap te veranderen door Zijn ontzagwekkende scheppende macht, door Zijn Geest, naar het beeld van Zijn Zoon, totdat we worden als Christus, geboren als God, met nieuwe lichamen in een nieuwe wereld, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Het is een verlossing van de vernederende, armzalige levens waarin we in deze wereld gevangen werden gehouden! Het is leven in het Koninkrijk van God. Dat is het doel van behoud!

We moeten ons nooit schuldig maken aan het bagatelliseren van het ontzagwekkende van zo'n geweldig behoud.

Behoed de waarheid!

In de loop van vele jaren gaf William Booth, de stichter van het Leger des Heils, vorm aan zijn zendingsorganisatie, en toen hij stierf functioneerde die soepel. De structuur en het bestuur ervan waren georganiseerd en de leerstellingen waren geconsolideerd. Helaas raakte de organisatie na zijn dood langzamerhand in een toestand van verval.

Zijn jongste dochter Evangeline leefde enkele jaren langer dan hij. Ze was getuige van het verval en verbijsterd over de verontrustende instabiliteit die na de dood van haar vader het Leger des Heils in haar greep had gekregen. Op haar doodsbed scheen haar frustratie en ergernis een kookpunt te bereiken. Ze zei vanwege de politieke intriges, het gemanoeuvreer om de touwtjes in handen te krijgen, het veranderen van enkele van de doelstellingen en leerstellingen: "Waarom kan God de dingen niet langer dan één generatie op de juiste wijze laten verlopen?"

God was natuurlijk niet de schuldige voor dit verval, maar haar van inzicht getuigende vraag stelt een historische realiteit aan de orde. We hoeven niet diep in de Schriften of in de geschiedenis te graven om te zien dat de huidige situatie in de kerk gewoon is voor de historie van Israël evenals voor de kerk van God.

Israël na Jozua

De ervaring van de kerk gedurende de laatste twintig of dertig jaar lijkt heel veel op die van Israël. Evenals de Israëlieten heeft de kerk de werken van God gezien die Hij door Zijn geestelijk Israël heeft gedaan.

Het volk diende de HERE gedurende heel het leven van Jozua en van de oudsten die Jozua overleefden, en die heel het grote werk gezien hadden, dat de HERE voor Israël gedaan had. En Jozua, de zoon van Nun, de knecht des HEREN, stierf, honderd en tien jaar oud.

Nadat ook dat gehele geslacht tot zijn vaderen vergaderd was, kwam na hen een ander geslacht op, dat de HERE niet kende, noch het werk, dat Hij voor Israël gedaan had. Toen deden de Israëlieten wat kwaad is in de ogen des HEREN en gingen de Baäls dienen. Zij verlieten de HERE, de God hunner vaderen, die hen uit het land Egypte geleid had, liepen andere goden achterna uit de goden der volken rondom hen, bogen zich daarvoor neer en krenkten de HERE.

Telkens als zij uittrokken, was de hand des HEREN tegen hen ten verderve, zoals de HERE hun onder ede aangezegd had, en zij kwamen in grote benauwdheid; dan verwekte de HERE richters, die hen verlosten uit de macht van hun plunderaars. Ook naar hun richters luisterden zij echter niet, maar liepen overspelig andere goden na en bogen zich daarvoor neder; zij haastten zich om af te wijken van de weg die hun vaderen bewandeld hadden door te luisteren naar de geboden des HEREN; zij handelden niet naar behoren. Telkens wanneer de HERE hun een richter verwekte, was de HERE met de richter en verloste hen uit de macht van hun vijanden, zolang die richter leefde; want de HERE werd bewogen door hun gekerm over hun verdrukkers en benauwers. Maar met de dood van de richter begonnen zij weer verderfelijk te handelen, erger dan hun vaderen, door andere goden achterna te lopen, die te dienen en zich daarvoor neer te buigen; in niets gaven zij hun verstokte handel en wandel op. (Richteren 2:7-8, 10-12, 15-19)

Zelfs uit een oppervlakkige studie van de geschiedenis van Israël blijkt dat dit afglijden in afgodendienst heel vaak onder Gods volk voorkwam. Israël volgde consequent hetzelfde patroon van terugkeer, afval, onderdrukking en bevrijding.

Otniël, Ehud, Debora

De periode van de Richteren illustreert deze cyclus in ruime mate.

De Israëlieten deden wat kwaad is in de ogen des HEREN, zij vergaten de HERE, hun God, en dienden de Baäls en de Asjera's. ... De Geest des HEREN kwam over hem [Otniël], hij richtte Israël en trok uit ten strijde. De HERE gaf Kusan-Risataïm, de koning van Aram, in zijn macht, zodat hij de overhand kreeg over Kusan-Risataïm. Toen had het land veertig jaar rust. En Otniël, de zoon van Kenaz, stierf. (Richteren 3:7, 10-11)

Na Otniëls dood viel het volk weer terug in heidendom. God riep dus Ehud om Israël te richten. Hij zette hen weer op het juiste spoor, waarna zij ongeveer 40 jaar, ruwweg één generatie, als natie voorspoed hadden. Toen stierf Ehud en Israël viel weer af. "Nadat Ehud gestorven was, deden de Israëlieten opnieuw wat kwaad is in de ogen des HEREN. Toen gaf de HERE hen over in de macht van Jabin, de koning van Kanaän, die regeerde te Hasor" (Richteren 4:1-2).

In de periode na Ehud gebruikte God Debora en Barak om de hand van de verdrukker, Jabin van Hasor, af te werpen. "Toen had het land veertig jaar rust" (Richteren 5:31).

Israël had zijn les nog steeds niet geleerd. "Maar de Israëlieten deden wat kwaad is in de ogen des Heren; daarom gaf de HERE hen over in de macht van Midjan gedurende zeven jaar" (Richteren 6:1). Daarna riep God Gideon en "toen had het land ten tijde van Gideon veertig jaar rust" (Richteren 8:28).

Periode van de koningen

Israëls veelvuldig afglijden kwam met het boek Richteren niet ten einde. Het proces ging door tijdens de periode van de koningen, uitlopend in de ballingschap van zowel Juda als Israël.

God zalfde David als koning en de natie groeide en bloeide. Israël had vrede en overvloed. Maar David stierf en Salomo kwam aan de macht. De natie bezat grote rijkdom, maar onder de regering van Salomo ging hun samenleving erop achteruit. Zodra Rehabeam de troon besteeg, viel Israël in twee naties uiteen: de tien stammen van Israël in het noorden en Juda in het zuiden.

Dit proces herhaalde zich in de tijd van Jechizkia.

Jechizkia werd koning, vijfentwintig jaar oud, en hij regeerde negenentwintig jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Abia; zij was de dochter van Zekarja. 2 Hij deed wat recht is in de ogen des HEREN, geheel zoals zijn vader David gedaan had. (2 Kronieken 29:1-2)

Jechizkia was een bijzonder mens. Anders dan de meeste koningen van Juda werd hij door God in gunstige zin vergeleken met David. Zijn trouw en zijn inspanningen om Juda tot God terug te voeren rechtvaardigen dat hij zo hoog geprezen werd.

Hij opende in het eerste jaar zijner regering, in de eerste maand, de deuren van het huis des HEREN en herstelde ze. Toen liet hij de priesters en de Levieten komen en vergaderde hen op het Oostplein en zeide tot hen: Hoort naar mij, Levieten! Heiligt u thans [Zondert u af, reinigt u, gehoorzaamt God zoals in Leviticus bevolen.], heiligt het huis van de HERE, de God uwer vaderen, brengt het onreine uit het heiligdom naar buiten; want onze vaders zijn ontrouw geweest, zij hebben gedaan wat kwaad was in de ogen van de HERE, onze God, en hebben Hem verlaten, hun aangezicht afgewend van de woning des HEREN en haar de rug toegekeerd. Zelfs hebben zij de deuren van de voorhal gesloten, de lampen gedoofd en geen reukwerk ontstoken noch brandoffers gebracht in het heiligdom aan de God van Israël, zodat de toorn des HEREN op Juda en Jeruzalem rustte en Hij hen maakte tot een voorwerp van schrik en ontzetting en tot een aanfluiting, zoals gij met eigen ogen kunt aanschouwen. Zie, hierom zijn onze vaders door het zwaard gevallen, en zijn onze zonen, onze dochters en onze vrouwen in gevangenschap. Thans is het mijn voornemen een verbond te sluiten met de HERE, de God van Israël, opdat zijn brandende toorn zich van ons afwende. Mijn zonen, [Bedenk dat de kerk een koninkrijk is van priesters, waar de Levieten een type van waren (1 Petrus 2:5, 9).] weest thans niet nalatig, want u heeft de HERE verkoren om in zijn dienst te staan, om zijn dienaren te zijn en aan Hem te offeren. (2 Kronieken 29:3-11)

Al waren Jechizkia's hervormingen fysieke hervormingen, het principe van dualiteit in de Bijbel suggereert dat zijn Handelingen geestelijke bijbetekenissen hadden. De koning beval de Levieten zich gereed te maken voor de diensten in de tempel. Zij reinigden dus ook de tempel. Hij stelde de priesters weer in hun juiste posities aan, het volk van Israël namens God te besturen, en hij stelde de specifieke Levitische functie zoals het branden van wierook en het brengen van offers, opnieuw in. Dat waren voorlopers van gebeurtenissen die zouden plaatsvinden als God het Nieuwe Verbond met geestelijk Israël, het Israël van God, zou sluiten (Galaten 6:16).

Zo begint een herstel van de dienst van God, het begin van een patroon dat Israël consequent volgde. Maar evengoed als er een koning als Jechizkia opstond en het volk tot God terugvoerde, zo zou hij ook opgevolgd worden door iemand zoals Manasse. Israël zou verder in afgodendienst wegzakken dan ooit tevoren.

Religieuze verwoesting

Manasse was twaalf jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde vijfenvijftig jaar te Jeruzalem. Hij deed wat kwaad is in de ogen des HEREN, in overeenstemming met de gruwelen der volken die de HERE voor de Israëlieten uit had verdreven.

Hij herbouwde de offerhoogten die zijn vader Jechizkia had afgebroken, richtte altaren voor de Baäls op, maakte gewijde palen en boog zich neer voor het gehele heer des hemels en diende ze. Ook bouwde hij altaren in het huis des HEREN, met het oog waarop de HERE gezegd had: In Jeruzalem zal mijn naam zijn tot in eeuwigheid. Hij bouwde altaren voor het gehele heer des hemels in de beide voorhoven van het huis des HEREN.

Ja, hij deed zijn zonen door het vuur gaan in het dal Ben-Hinnom en liet zich in met toekomstvoorspellingen, waarzeggerij en toverij, en stelde bezweerders van doden en van geesten aan. Hij deed veel, dat kwaad is in de ogen des HEREN en krenkte Hem daardoor. Hij plaatste ook een stenen afgodsbeeld, dat hij gemaakt had, in het huis Gods, waarvan God tot David en diens zoon Salomo gezegd had: In dit huis, hier in Jeruzalem, dat Ik verkoren heb uit al de stammen van Israël, zal Ik mijn naam vestigen tot in eeuwigheid; ... Manasse verleidde Juda en de inwoners van Jeruzalem ertoe, meer kwaad te doen dan de volken die de HERE vóór de Israëlieten had verdelgd. (2 Kronieken 33:1-7, 9)

Koning Manasse verwoestte de dienst van de ware God. Zoals gewoonlijk gebeurt als de leiding verdorven is, viel ook de natie uiteen. Wat God hier heeft laten vastleggen heeft ook betekenis voor het Nieuwe Verbond. Al gebeurde dit in wereldlijke zin met het volk onder het Oude Verbond, toch werden deze dingen vastgelegd ter waarschuwing van hen onder het Nieuwe Verbond (1 Corinthiërs 10:11). Dezelfde fouten moeten niet worden herhaald.

Het proces van afval

Deze korte verslagen in Richteren en 2 Kronieken vatten samen wat er talloze malen in Israël gebeurde, maar ze laten veel weg over het proces van afval. De beschrijvingen laten alleen zien dat Israël God in de steek liet, dat ze zich afwendden naar de dienst van Baäl. Er is één gebeurtenis in het Oude Testament die het pad dat naar afval leidt in het bijzonder illustreert.

Het proces kan het best worden begrepen door het principe van oorzaak en gevolg. Als Israël andere goden diende, bracht dit effecten voort. Het effect is de vrucht die wordt voortgebracht door een oorzaak, en al kan men de oorzaak niet identificeren, toch kan de vrucht duidelijk worden gezien. De vruchten zijn het bewijs van de kwaliteit van de oorzaak. Als men let op de vrucht die een willekeurig besluit voortbrengt, dan kan men er zeker van zijn hoe erop te reageren.

Het voorval van het gouden kalf maakt dit proces duidelijk. Israël was slechts enkele maanden daarvoor uit Egypte ontsnapt. Ze hadden reeds gezien dat de plagen Egypte hadden vernietigd, ze waren getuigen geweest van het splijten van de Schelfzee, hadden manna gegeten en God Zelf horen spreken van de berg Sinaï. Hoe snel keerden ze zich af van de weg die God aan Mozes gegeven had en die hij op zijn beurt aan het volk had gegeven!

Deze les wordt in enkele verzen samengevat, zodat de essentie ervan snel kan worden ingezien en begrepen. Ongetwijfeld vond deze gebeurtenis in hooguit enkele weken plaats, maar in deze tijd zou zo'n proces zich langzamer ontvouwen, misschien wel over een periode van zo'n tien jaar.

Toen het volk zag, dat Mozes toefde van de berg af te dalen, verzamelde het zich rondom Aäron, en zeide tot hem: Welaan, maak ons goden, die vóór ons uit gaan, want deze Mozes, die man, die ons uit het land Egypte heeft gevoerd ? wij weten niet, wat er van hem geworden is. En Aäron zeide tot hen: Rukt de gouden ringen af, die in de oren van uw vrouwen, uw zonen en uw dochters zijn, en brengt ze mij. Toen rukte het gehele volk zich de gouden ringen die in hun oren waren, af en zij brachten ze aan Aäron. Hij nam ze van hen aan, gaf er vorm aan met een stift en maakte er een gegoten kalf van. En zij zeiden: Dit is uw god, Israël, die u uit het land Egypte heeft gevoerd. Toen Aäron dat zag, bouwde hij daarvóór een altaar en riep uit: Morgen is er een feest voor de HERE! En de volgende morgen vroeg offerden zij brandoffers en brachten vredeoffers, en het volk zette zich neer om te eten en te drinken; daarna stonden zij op om vreugde te bedrijven. (Exodus 32:1-6)

Mozes had Aäron met de leiding belast terwijl hij op de berg Sinaï instructies van God ontving. Als we hem het voordeel van de twijfel geven, dan ontbrak het Aäron waarschijnlijk aan de overtuiging of de moed om tijdens zijn afwezigheid op de juiste wijze in de schoenen van Mozes te gaan staan. Om de mensen een beetje aan de lijn te houden vroeg hij het volk voor het doel bij te dragen, hopende hen daarmee af te schrikken. Hij begreep het principe "Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn" (Mattheüs 6:21), en daarom vroeg hij hun iets van hun sieraden bij te dragen.

Zijn plan mislukte. Zij gaven gretig van hun sieraden, waardoor ze lieten zien waar hun hart werkelijk was. Nu moest Aäron er wel mee verdergaan, en hij deed dat ook.

"Dit is uw God!"

Een belangrijke motivator in het proces van afval ligt besloten in de woorden: "Mozes toefde van de berg af te dalen." Ongeduld, de toestand van het wachten moe zijn en de voortdurende strijd zonder enige verlichting zijn er allemaal in besloten. God herhaalt dit in het Nieuwe Testament als Christus waarschuwt dat de slechte dienstknecht zegt: "Mijn heer blijft uit" (Mattheüs 24:48; Lucas 12:45). God benadrukt dit gewoon voor het geval dat de volharding van Zijn kinderen begint te verminderen. Hij wil niet dat iemand zich afwendt naar een of andere opwindende afleiding in de hem omgevende cultuur.

Dat is wat er jammer genoeg gebeurde. Het ongeduld en het moe zijn van hun strijd bracht de Israëlieten ertoe hun ogen van het Beloofde Land, hun doel, af te wenden. In plaats daarvan richtten zij zich op een meer opwindende en stimulerende praktijk van de wereld die zij nog maar pas hadden verlaten.

De sleutel tot dit proces vinden we in de verzen 4 en 5, in de woorden "Dit is uw god, Israël" en "Aäron ... riep uit: Morgen is er een feest voor de HERE!" Kan God op iedere willekeurige manier worden gediend zolang die vorm maar aan de Here is gewijd? Behaagt dat God? Werd deze viering een feest voor de Heer omdat iemand in autoriteit zoals Aäron dit uitriep? Behaagt het God als Zijn volk Hem dient op andere manieren dan die Hij heeft voorgeschreven? Gods reactie op hun afgodische festiviteiten laat duidelijk zien dat zij zich hadden afgekeerd van wat Hij hun door Mozes had overgebracht (Exodus 32:10).

De theologen van de wereld noemen dit proces syncretisme, wat betekent "de combinatie van verschillende vormen van geloof of geloofspraktijken; het in elkaar opgaan van twee of meer oorspronkelijke vormen". Het voorval van het gouden kalf vermengt de dienst van de ware God met de dienst van valse goden, en het resultaat wordt uitgeroepen een vorm van dienen te zijn waar de ware God mee instemt.

Het is voorspelbaar dat God er verontwaardigd over was dat het volk zelf de aard van de god die zij wilde dienen, definieerde. Zij maakten het de God des hemels onmogelijk Zijn eigen aard te definiëren zoals die tot uiting komt in Zijn wetten, Zijn weg en Zijn Handelingen voor en tegen hen. Hun ervaring met deze dingen zouden hen over Hem moeten onderwijzen. In plaats daarvan besloten ze zelf die aard te definiëren en zij kozen de gedaante van een stier, een god die gewoonlijk in Egypte wordt gediend.

Is God een stier? Natuurlijk niet! Is God beperkt tot wat een stier kan doen? Natuurlijk niet! Voor het moderne denken schijnt het dienen van een stier dom en dwaas, maar de geestelijke les die daarin ligt is ernstig. De essentie van afgodendienst is het definiëren van de aard van God, niet in overeenstemming met Zijn woord, maar in overeenstemming met menselijke ervaring en ideeën.

Wat is het effect ervan dat de mens God in overeenstemming met zijn eigen ideeën definieert? Zijn god bepaalt zijn standaards. Deze standaards worden onmiddellijk waargenomen in zijn gedrag, wat niet beter kan worden dan het gedrag van zijn god, zoals in Exodus 32:6 geïllustreerd wordt: "En de volgende morgen vroeg offerden zij brandoffers [een vorm van eredienst] en brachten vredeoffers, [duidend op omgang tussen God, de priester en degene die het offer brengt] en het volk zette zich neer om te eten en te drinken; daarna stonden zij op om [Statenvertaling: te spelen] vreugde te bedrijven."

Zoals we kunnen veronderstellen, gaven ze zich niet over aan gewoon eten en drinken en spelen. Ze wierpen geen bal naar elkaar, ze trapten geen bal door een hoepel, ook trapten ze geen bal over het veld. Ze speelden! Deze mensen gaven zich over aan gulzige, dronken losbandigheid! "Spelen" suggereert echtelijke strelingen ? ontucht en echtbreuk!

De symboliek is duidelijk. Als de aard van de ware God verkeerd wordt gedefinieerd, zal het gevolg daarvan geestelijke echtbreuk zijn. Er zal een verval, een degeneratie, plaatsvinden in de samenleving die tot uiting komt in het gedrag van het volk. Pijlsnel lager wordende standaards en morele nonchalance zijn de vruchten die worden voortgebracht. Schrijvend over het christendom in de tweede eeuw merkt de historicus Will Durant op: "Veel van deze moeilijke gedragslijn [zoals door de apostolische kerk gevolgd] was gebaseerd op de spoedige wederkomst van Christus. Toen die hoop flauwer werd, werd de roep van het vlees weer sterker en de christelijke moraal verslapte" (Caesar and Christ, p. 599).

God reageerde streng op Israëls losbandigheid, maar jammer genoeg leerde Israël de les niet. Ze begrepen nooit het principe van God dienen zoals Hij het instrueerde. In feite leidde dit tot hun uiteindelijke vernietiging en ballingschap.

Oordeel over Juda en Israël

Amos profeteerde rond 760 v.Chr. tegen Israël, ongeveer veertig jaar voor het in ballingschap werd gevoerd. De eerste twee hoofdstukken van het boek beschrijven Gods oordeel over Israël en Juda en de heidense naties rondom hen. God laat zien dat de basis van oordelen over de heidenen anders is dan die voor Israël en Juda. Hij oordeelt de heidense naties eenvoudig voor het feit dat ze geen morele, menselijke wezens zijn. Elk menselijk wezen behoort te weten dat bepaalde Handelingen niet moreel zijn, zoals het doodslaan van je broeder, stelen en liegen. Zij worden geoordeeld voor de Handelingen waarvan Paulus zegt dat zelfs de heidenen weten dat die verkeerd zijn (Romeinen 2:13-15).

De Israëlieten worden echter geoordeeld op basis van het verbond dat zij met God sloten. Hij oordeelt hen in overeenstemming met geestelijke in plaats van fysieke dingen. Waarom? Zij zouden beter moeten weten. "Van een ieder, wie veel gegeven is, zal veel geëist worden" (Lucas 12:48). God verlangt meer van hen die het verbond met Hem sluiten dan van hen die dit niet hebben gedaan. Zij worden geoordeeld tegen de wet en hun ervaringen met God. "U alleen heb Ik gekend uit alle geslachten van het aardrijk; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden aan u bezoeken" (Amos 3:2). Dit vers bevestigt dat de basis van oordelen voor de Israëlitische naties het verbond is. De implicaties voor hen die het geestelijke verbond hebben gesloten en het Israël van God zijn geworden, zijn duidelijk (1 Petrus 4:17).

Amos begint met Juda.

Zo zegt de HERE: Om drie overtredingen van Juda, ja om vier, zal Ik het niet herroepen. Omdat zij de wet des HEREN verworpen en zijn inzettingen niet onderhouden hebben, maar hun leugengoden, die hun vaderen reeds achternaliepen, hen hebben verleid, zal Ik vuur werpen in Juda, zodat het Jeruzalems burchten verteert. (Amos 2:4-5)

De vertaling van "wet" is misleidend. Het woord is Thora en in deze context betekent het niet een code van geschreven regels in een boek, zoals een wetboek. Dat aspect vinden we in het woord "geboden" of "inzettingen", wat ? in dit geval ? betekent geschreven op steen. Het woord is letterlijk "gegraveerd". "Wet" is onderwijs of instructie, wat een relatie suggereert die bestaat omdat een instructeur een leerling onderwijst.

Als God zegt "zij hebben de wet verworpen", hebben ze in feite Hem, de Instructeur, verworpen. In feite zegt Hij: "De relatie is verbroken en nu overtreedt u Mijn geboden". Hierdoor zien we dat het een proces is van oorzaak en gevolg. Voor het geval dat zij niet precies begrepen waar het om ging, illustreert Hij Zijn bedoeling met voorbeelden uit de samenleving.

De zonden van Israël

Zo zegt de HERE: Om drie overtredingen van Israël, ja om vier, zal Ik het niet herroepen. Omdat zij de rechtvaardige voor geld verkopen en de arme om een paar schoenen ? zij die ernaar snakken, dat stof van de aarde zij op het hoofd der geringen, en die de weg der weerlozen ombuigen; en een man en zijn vader gaan naar hetzelfde meisje, om mijn heilige naam te ontwijden; op verpande klederen strekken zij zich uit naast elk altaar, en de wijn der beboeten drinken zij in hun godshuizen" (Amos 2:6-8).

Hij beschrijft drie belangrijke zonden: de zonde van begeerte (vers 6); onverschilligheid en verdrukking van de arme, de behoeftige en de zwakke (vers 7); en onbeperkte bevordering van eigen voordeel (vers 8). Dit zijn de effecten van het verwerpen van de Leraar, de Instructeur.

Toen Israëls vernietiging naderbij kwam, verergerden de condities drastisch. De gerechtshoven waren volledig corrupt, waarbij de rechters heimelijk samenspanden met de advocaten en hun vonnissen verkochten aan de hoogste bieder! Amos zegt: "Daarom zwijgt de verstandige in die tijd, want het is een boze tijd" (Amos 5:13). God adviseert dat het beste dat men kon doen, was te zwijgen en verder te gaan met zijn leven, omdat men geen goed oordeel kon krijgen bij de rechters! Het beste wat men kon doen, was ? indien mogelijk ? buiten de rechtbank om tot een schikking te komen.

Terwijl deze corruptie in Israël hoogtij vierde, dienden de mensen God in grote drommen! Een groot percentage van de mensen woonde de diensten bij en hield de feesten. Zij trokken op naar de religieuze centra in Betel, Gilgal en Berseba, waar de mensen de feesten hielden. De commentatoren geven toe dat het mogelijk is dat Israël nog steeds enkele van de Heilige Dagen van God hield.

Let op wat God zegt:

Ik haat, Ik veracht uw feesten, en kan uw samenkomsten niet luchten. Ja, als gij Mij brandoffers brengt, en uw spijsoffers, heb Ik daaraan geen welgevallen, en uw vredeoffer van mestkalveren wil Ik niet aanzien. Doe van Mij weg het getier van uw liederen, het getokkel van uw harpen wil Ik niet horen. (Amos 5:21-23)

God haatte hun feesten, hun offeranden en hun gezang in Zijn naam. De bewoordingen duiden op grote afkeer! Vergelijk dit met Openbaring 3:16.

Hoogstwaarschijnlijk mengde Israël de dienst van de ware God met de dienst van Baäl en Astarte en andere lokale godheden. Ondanks hun vereren veroorzaakte dit syncretisme een verwijdering van God. Zij zaten niet op dezelfde golflengte als God, zelfs al dienden ze Hem ? volgens henzelf. De samenleving degenereerde onmiddellijk omdat de liefde van de mensen verkilde. Hun verering bracht geen goede effecten teweeg, omdat het uit een onrechtvaardige bron voortkwam.

Twee groepen en ingewikkelde vragen

Als men het Nieuwe Testament bestudeert ziet men dat het patroon jammer genoeg doorloopt. De geschiedenis van de ware kerk is er ook een geweest van groeiende en verminderende zuiverheid. In het algemeen gaan korte perioden van eenheid en groei vooraf aan langere perioden van verdeeldheid en stilstand. Kleine verstrooide gemeenten kunnen zich amper in stand houden tijdens deze tijden en doen geen actief werk.

Het patroon lijkt sterk op dat wat zich in het oude Israël ontwikkelde. God bereidt iemand voor, die doet dan een Werk en stelt vast wat rechtzinnig is. Met het verstrijken van de tijd ontstaan er twee groepen. De ene groep is conservatiever, geneigd de rechtzinnige doctrine in stand te houden en vast te houden aan hun tradities. De andere groep is ruimdenkender, niet beperkt door rechtzinnige of traditionele vormen.

Het verschijnen van deze twee groepen stelt een christen voor ingewikkelde vragen, zoals: "Ik zie het, maar wat moet ik doen?" Christus antwoordt: "Wacht u voor de valse profeten, die in schapevacht tot u komen, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven. Aan hun vruchten zult gij hen kennen" (Mattheüs 7:15-16).

Vruchten zoals een toename in huwelijks- en relatieproblemen, onzekerheid betreffende wat juist en verkeerd is, een gebrek aan het met elkaar bespreken van God en Zijn woord, onverschilligheid jegens gebed en bijbelstudie, afnemende gedrevenheid om een effectief en krachtig werk uit te voeren, en soortgelijke andere houdingen zijn dingen waar men voorzichtig mee moet zijn. In zo'n atmosfeer kan een christen, als hij niet voorzichtig is, de omhullende en verstikkende houding aannemen die onveranderlijk naar voren komt en die uiteindelijk een eind zal maken aan zijn geestelijk leven.

Nieuwtestamentische voorbeelden

Paulus schrijft: "Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg. Ik prijs het in u, dat gij in alles aan mij gedachtig blijft en aan de overleveringen zó vasthoudt, als ik ze u overgegeven heb" (1 Corinthiërs 11:1-2).

Wat doet een christen? Blijft hij zitten, omgeven door deze verstikkende houding die hem naar die vorm zal voegen? Paulus keek enigszins vooruit en gaf een antwoord op deze vragen. Hij zei in feite: "Doe hetzelfde als ik heb gedaan! Houd vast en blijf de tradities in ere houden, net zoals ik die aan u heb overgeleverd." "Imiteer mij", duidt niet alleen op "volg mij in mijn Handelingen of gedrag", maar ook "volg mijn houding na, mijn geestelijke instelling, mijn vurige ijver".

De nieuwtestamentische kerk in de eerste eeuw moest dezelfde situatie het hoofd bieden als de moderne kerk. God begon door Jezus Christus een kerk die vervuld was van vurige ijver. Zij hadden zuiverheid van doctrine, welke zij rechtstreeks van Jezus Christus ontvingen, ook al was die nog niet volledig. Hij zei: "wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid" (Johannes 16:13). Er zou nog meer waarheid bekend worden. Doctrine die door de apostelen gegeven werd, stelde toen vast wat rechtzinnig was, de basis waarop christenen hun manier van leven baseerden.

Paulus moest de gemeente te Corinthe zeggen: "Hé, volg mij!" De twee brieven aan de Corinthiërs staan vol waarschuwingen tegen valse profeten, die het lichaam van Christus tegen 50 v.Chr. reeds binnendrongen. Ze waren reeds begonnen om velen af te keren van de leerstellingen die Christus middels de apostelen gegeven had. Hun motivatie kan oprecht zijn geweest, maar ze hadden het desondanks bij het verkeerde eind. De apostelen konden het effect zien van wat er in de gemeente plaatsvond. 1 Corinthiërs gaat over een kerk die verward en verdeeld raakte door leerstellige punten en immoraliteit.

Veel later ? tussen 90 en 100 v.Chr. ? schreef Johannes:

Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze (eigen) ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens ? het leven toch is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard is ? hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben. En ónze gemeenschap is met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus. En deze dingen schrijven wij, opdat onze blijdschap volkomen zij. En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis. (1 Johannes 1:1-5)

Waarom begon Johannes zijn brief op deze manier? Hij stelde zijn autoriteit vast om het ware evangelie te verkondigen, omdat sommigen verachtelijk spraken over de boodschap waarvan hij zei die van Jezus Christus te hebben gehoord. De valse leraren spraken verachtelijk over zijn boodschap door te zeggen dat die te conservatief, te rechtzinnig, was, en sommigen zeiden dat die door en door verkeerd was. Zijn verdediging was dat Hij Christus ? toen Hij op aarde was ? persoonlijk had gezien, gehoord en aangeraakt, en sindsdien had hij bijna zeventig jaar lang die omgang met Hem voortgezet door gebed, studie en gehoorzaamheid! Toen hij dit schreef, zagen zij die hem kleineerden als een seniele, zonderlinge, oude man die het leven door de ogen van een honderdjarige bekeek. De menselijke natuur verandert nooit. Satan verandert nooit. En wat het belangrijkst is, God verandert nooit die dingen die fundamenteel zijn voor Zijn doel! Dit wetende, kon Johannes met krachtige autoriteit spreken.

Judas schreef eerder dan Johannes, maar de situatie komt geheel overeen met het patroon door de gehele Bijbel. De verwarring, grotendeels over leerstellingen, bestond in veel van de kerken aan het eind van de eerste eeuw. Judas maakt zich zorgen omdat doctrine, kerkonderwijs, bepaalt wat een christen zal worden. Hij schrijft:

Geliefden, daar ik mij in alle opzichten beijver u te schrijven over ons gemeenschappelijk heil, zie ik mij genoodzaakt het te doen met de vermaning tot het uiterste te strijden voor het geloof, dat eenmaal de heiligen overgeleverd is. Want er zijn zekere mensen binnengeslopen ? reeds lang tevoren tot dit oordeel opgeschreven ? goddelozen, die de genade van onze God in losbandigheid veranderen en onze enige Heerser en Here, Jezus Christus, verloochenen. (Judas 3-4)

Judas zegt: "Strijd voor het geloof, de verzameling ware leerstellingen!" Als men omgeven wordt door verkeerde opvattingen, in het bijzonder juist in die plaats waar men zuiverheid verwacht te ontvangen, kan men dan weerstaan en overwinnen? Het kan zijn dat sommigen dat kunnen, maar de meesten kunnen dat niet. Vandaar dat de Bijbel consequent christenen vaak oproept om uit te komen. Dit verwijst meestal naar vluchten vanuit de wereld, maar soms gaat het om vluchten voor vervolging. Men hoeft niet te blijven waar men is en deze te ondergaan. De Bijbel zegt: "Kom uit, vlucht naar een plaats van veiligheid of een schuilplaats tot de aanval voorbij is."

Paulus waarschuwt Timotheüs

Paulus schreef in een van zijn laatste brieven soortgelijke waarschuwingen aan de jonge evangelist Timotheüs. Beide brieven aan Timotheüs bevatten veel zinspelingen op valse leraren en de juiste reactie op hen. "Indien iemand een andere leer verkondigt en zich niet voegt naar de gezonde woorden van onze Here Jezus Christus en de leer der godsvrucht, dan is hij opgeblazen, hoewel hij niets weet, en heeft hij een zwak voor geschillen en haarkloverijen, een bron van nijd, twist, lasteringen, kwade vermoedens, en geharrewar bij mensen die niet helder meer zijn van denken en het spoor der waarheid bijster geraakt zijn, daar zij de godsvrucht als iets winstgevends beschouwen" (1 Timotheüs 6:3-5). Paulus zegt: "Ga weg!"

Zijn bezorgdheid betreft hen die met valse leerstellingen geconfronteerd zullen worden. Hij spoort hen aan zich "tot gezonde woorden" te wenden (vers 3). "Gezonde woorden" zijn woorden die gezondheid voortbrengen. In de context van voedsel zou men zeggen "gezondheidsvoedsel". Paulus zegt: "Eet goed voedsel, geen junk food!" Hetzelfde is geestelijk van toepassing: mentaal heeft de christen gezonde woorden nodig die geestelijke gezondheid voortbrengen.

Daarna beschrijft hij valse leraren: zij zijn zelfingenomen, hebben een onnatuurlijk verlangen tot debatteren, en argumenteren onophoudelijk over woorden. Zij zijn theoretici die hun tijd verdoen met academische twistgesprekken of oefeningen in semantiek (betekenisleer). God instrueert dat deze karakteristieken geen teken zijn van een goede, geestelijke gezondheid. Uit dit soort denken komen afgunst, verdorven taal, kwade verdenkingen, constante wrijving en een verwrongen idee dat godsvrucht een middel is tot geldelijk gewin (vers 4-5).

Gij daarentegen, o mens Gods, ontvlucht deze dingen, doch jaag naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid. Strijd de goede strijd des geloofs [denk aan Judas 3], grijp het eeuwige leven, waartoe gij geroepen zijt en de goede belijdenis afgelegd hebt voor vele getuigen. (1 Timotheüs 6:11-12)

Ontvlucht deze ijdele woordenwisselingen en houdingen! Zet je in voor gerechtigheid! Het Grieks zegt letterlijk "doorworstel de goede agonie (strijd gepaard met zwaar lijden)" middels de strijd die met het christelijke leven gepaard gaat (vers 12).

"O Timotheüs, bewaar wat u is toevertrouwd, houd u buiten het bereik van de onheilige, holle klanken en de tegenstellingen der ten onrechte zo genoemde kennis. Sommigen, die woordvoerders daarvan zijn, zijn het spoor des geloofs bijster geraakt. De genade zij met ulieden" (1 Timotheüs 6:20-21). Hij zegt: "Bewaar het deposito", wat de letterlijke betekenis is van "wat u is toevertrouwd", alsof iemand iets in deposito bij een bank onderbracht. Bewaar het deposito, de gezonde leerstellingen, de Openbaring van Jezus Christus! Paulus noemt datgene wat hij zou moeten vermijden "goddeloos geklets", of zoals hier vertaald "onheilige, holle klanken". "Tegenstellingen" is het Griekse antithese, een rivaliserende theorie, feit of concept. Paulus bedoelt natuurlijk die rivaliserende woordenwisselingen die tegen de ware leerstellingen ingaan.

2 Timotheüs, de laatste brief die de apostel Paulus schreef voordat hij de martelaarsdood stierf, bevat veel treffende parallellen met de toestand van de kerk in deze tijd. Paulus had Timotheüs, aan wie hij de prediking van het evangelie toevertrouwde, heel wat te zeggen.

Neem tot voorbeeld de gezonde woorden [zoals ook in 1 Timotheüs 6:3], die gij van mij gehoord hebt, in het geloof en de liefde, die in Christus Jezus is. Bewaar [behoed, bescherm, houd vast] door de Heilige Geest, die in ons woont, het goede [het "prachtige"], dat u is toevertrouwd [het deposito].(2 Timotheüs 1:13-14)

Hij zei Timotheüs ? en iedere christen ? vast te houden aan de standaards die de apostel aan hem had overgeleverd. En hij zegt dat de enige manier om ze te onderhouden is om er zowel naar te leven en ze in geloof en liefde te verkondigen. Paulus maakte zich bezorgd, niet alleen over de waarheid, maar ook over hoe die bewaard zou worden, in geloof en liefde. Betreffende het bewaren van het deposito door Gods Heilige Geest zegt The Expositor's Bible Commentary: "Het is goed gezegd dat de Heilige Geest de grote conservator is van rechtzinnigheid" (vol. 11, p. 397). Met andere woorden iemand die geleid wordt door de Geest van God en deze gebruikt, zal zich niet afwenden van het onderwijs dat hem door de apostelen werd overgeleverd.

Een individuele beslissing

De geschiedenis van Israël en de kerk laat een duidelijk en vaak herhaald patroon zien: God roept iemand om Zijn waarheid, Zijn doel en de leerstellingen die nodig zijn om aan dat doel te beantwoorden, te herstellen. Deze herleving duurt ongeveer een generatie. Dan begint een stap voor stap afwijken naar de leerstellingen en wegen waaruit God Zijn volk had geroepen. Er ontstaat verwarring, standaards worden vaag en oordelen worden veranderlijk. De mensen vragen: "Wat zullen we doen?" Jammer genoeg komt de overgrote meerderheid tot de conclusie dat Christus iets zal doen.

Maar Christus heeft al iets gedaan! Hij heeft ons dit in Zijn woord gezegd! Het patroon is vanaf het allereerste begin vastgelegd! Al die voorbeelden zijn er om Gods volk te instrueren betreffende behoud, en hem te waarschuwen te verwachten dat er zulke dingen zullen gebeuren. Daarenboven begrijpen Zijn mensen, al is dat niet volledig, deze eindtijdperiode en enkele van de geprofeteerde gebeurtenissen.

"Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. [Christus staat buiten en kijkt naar binnen.] Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden [duidend op broederlijke omgang] en hij met Mij" (Openbaring 3:20). Hij wacht op individuele reacties! Hij heeft reeds in Zijn woord laten zien wat Hij zal doen. Hij zal toestaan dat Zijn kerk achteruit zal gaan, totdat Hij in Zijn barmhartigheid besluit dat er een nieuwe herleving zal plaatsvinden. Hij heeft het patroon laten zien. Hij doet een beroep op individuen ervoor te kiezen Hem te volgen.

"Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme" (Openbaring 3:11). Hij heeft het over onderwerping en gehoorzaamheid aan Hem, terwijl men het goede deposito bewaart.

Christus blijft helemaal tot aan het einde van de Bijbel met dit onderwerp bezig.

Ik betuig aan een ieder, die de woorden der profetie van dit boek hoort: Indien iemand hieraan toevoegt, God zal hem toevoegen de plagen, die in dit boek geschreven zijn; en indien iemand afneemt van de woorden van het boek dezer profetie, God zal zijn deel afnemen van het geboomte des levens en van de heilige stad, welke in dit boek beschreven zijn. (Openbaring 22:18-19)

Al werden deze woorden specifiek geschreven met betrekking tot het boek Openbaring, is het principe veelbetekenend in het licht van de kerk in deze tijd. Christus' zorg helemaal aan het eind is dat Zijn volk niet zal afwijken van wat er in het boek geschreven is. Om in Zijn veiligheid te blijven moet een christen zich aan Hem onderwerpen, Hem in ieder aspect van zijn leven dienen, en doorgaan met het ontwikkelen van de christelijke vrijheid, niet omgeven door een houding waarvan men uiteindelijk zal zien dat die geestelijk fataal is.

© 1996 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)