Behoed de waarheid!

Wat is de kerk?

Hoe definieert God de kerk? Waaruit is de kerk volgens de Bijbel opgebouwd? Moet er op één moment slechts één organisatie bestaan?

Misschien kunnen we deze vragen het beste beantwoorden door te beginnen de etymologie van het woord "kerk" na te sporen, om daarna te kijken op welke manier dit woord in de context wordt gebruikt. [Noot van de vertaler: In de King James wordt in het Nieuwe Testament vaak 'church' [kerk] gebruikt, waar de NBG 'gemeente' gebruikt.] Velen hebben verondersteld dat het ontleend is aan het Griekse ekklesia, maar dat is niet waar. Het Nederlandse woord "kerk" is afkomstig van het oudnederlandse woord kirika. Dit woord is ontleend aan het vulgair Griekse woord kurikón, dat afkomstig is van het Griekse kuriakós, het bijvoeglijke naamwoord van kurios, het woord voor "heer". Kuriakós betekent dus gewoon "van de heer", duidend op bezit, of "behorend tot de heer" (Interneteditie van het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands). Het kan duiden op alles wat tot de Heer behoort.

De apostelen hadden, toen zij de boeken van het Nieuwe Testament schreven, kuriakos kunnen gebruiken, maar dit woord komt slechts tweemaal in de Bijbel voor: in 1 Corinthiërs 11:20 (maaltijd des Heren) en Openbaring 1:10 (dag des Heren). Het gebruik van dit woord verwijst op geen van deze twee plaatsen naar "kerk". In plaats daarvan gebruikten de apostelen 112 keer het woord ekklesia. Ekklesia betekent niet "behorend tot de heer", al kan dat wel zijn geïmpliceerd. De apostelen gebruikten ekklesia omdat zij een specifiekere betekenis in gedachten hadden.

Het woord "kerk" is voor een Nederlands sprekend iemand een woord dat overwegend het gevoel geeft van iets geestelijks. In het gebruik van het woord "kerk" ligt altijd een bepaalde kwaliteit verborgen, omdat het betekent "van de heer". De kerk is van de Heer. Toch is ekklesia anders.

In vergelijking met andere termen was ekklesia relatief neutraal en kleurloos, van zichzelf weinig theologische betekenis met zich meedragend. Het stond zowel voor gelovigen als ongelovigen open voor gebruik zonder een principiële verandering in betekenis (Interpreter's Dictionary of the Bible, vol. 1, p. 607).

Bijbelwoordenboeken, woordenboeken van oude talen en commentaren zijn het erover eens dat ekklesia "uitgeroepenen" betekent, en het impliceert in het algemeen een bijeenkomst van mensen. Het heeft geen kwalitatieve betrokkenheid met iets wereldlijks, noch met iets geestelijks. De context waarin het voorkomt moet altijd voorzien in de specifieke reden waarom iemand is uitgeroepen of bijeengekomen

Nogmaals de Interpreter's Dictionary: "Ekklesia werd voornamelijk gebruikt om een specifieke gemeenschapswerkelijkheid aan te duiden, niet om de kwalitatieve aspecten ervan te beschrijven" (ibid.). Ekklesia beschrijft alles wat er ook maar zou kunnen gebeuren binnen een gemeenschap waarvoor een bijeenkomst (vergadering) nodig is. Deze bijeenkomst zou sociaal kunnen zijn, maar ook bestuurlijk of religieus. Deze kon legaal of illegaal zijn.

Oproer in Efeze!

Toen de apostel Paulus voor de eerste keer in Efeze predikte, veroorzaakte zijn boodschap beroering onder de mensen. In Handelingen 19:26 beschuldigen ze hem ervan te zeggen dat "de dingen die met handen gemaakt zijn, geen goden zijn", waardoor de woede van de plaatselijke afgodsbeeldenmakers werd opgewekt. Zij namen Paulus kwalijk wat hij zei, omdat zijn prediking hun inkomen deed verminderen. Natuurlijk reageerden ze door een publieke protestmanifestatie tegen de apostel en hen die met hem waren. Zij trokken de straat op en veroorzaakten een oproer!

Toen zij nu dit hoorden, riepen zij in heftige opwinding: Groot is de Artemis der Efeziërs! En de stad werd een en al verwarring en zij stormden als één man naar het theater en sleurden Gajus en Aristarchus, Macedonische reisgenoten van Paulus, mede. ... Nu riep de een dit, de ander dat, want de volksvergadering [ekklesia] was verward en de meesten wisten niet eens, waartoe zij samengekomen waren. (Handelingen 19:28-29, 32)

Zij wisten dat ze opgeroepen waren bijeen te komen, maar ze begrepen niet waarom.

"Maar de secretaris der stad bracht de schare tot kalmte, doordat hij zeide: ... En indien gij nog iets meer te verlangen hebt, zal dit in de wettige volksvergadering [ekklesia] worden beslist" (verzen 19:35, 39). Hij herinnerde de mensen eraan dat er een wettige vergadering kon worden georganiseerd. "Want wij lopen gevaar van oproer te worden aangeklaagd om de dag van heden, daar er geen enkele reden is aan te voeren, waarover wij verantwoording zullen kunnen afleggen, terzake van deze samenscholing" (vers 40). Tot op dit moment was de vergadering, de ekklesia, een wanordelijke vergadering van mensen, die was opgehitst tot woede tegen de apostel Paulus. "En met deze woorden ontbond hij de volksvergadering [ekklesia]" (vers 40).

Deze verzen laten duidelijk zien dat ekklesia op zichzelf kwalitatieve aanduidingen nodig heeft om te weten waartoe hij is bijeengeroepen. Hij kan verwijzen naar zowel een wereldlijke als een geestelijke vergadering. De context moet het gebruik definiëren.

Ekklesia is dus flexibeler dan het Nederlandse woord "kerk" en is veel ruimer van betekenis. Ekklesia wordt, zoals we zullen zien, niet beperkt tot ras, taal, stad, staat of nationale grenzen, bedrijfswetten, ruimte of tijd. Het kan zijn dat God de schrijvers geïnspireerd heeft het alleen maar te gebruiken om de overweldigende grootheid van Zijn roeping over te brengen. Dit tot aan zijn oorsprong nasporen en het dan overbrengen naar het heden zal dit feit duidelijk laten zien.

Het klassieke gebruik in het Grieks

De wortels van het woord gaan helemaal terug tot aan de stad Athene in zijn klassieke periode, die liep van ruwweg 550 tot 350 v.Chr. Binnen de stadstaat bestond de ekklesia uit alle burgers die nog steeds hun burgerrechten hadden. De bevoegdheden van de ekklesia waren bijna onbeperkt. Zij koos en ontsloeg bestuurders en gaf leiding aan de politiek van de stad. Zij verklaarde oorlog en sloot vrede. Zij onderhandelde over en keurde verdragen goed en regelde bondgenootschappen. Zij koos generaals, wees troepen toe aan de diverse oorlogsinspanningen, verzamelde het benodigde geld en stuurde die troepen van stad tot stad. Het was een vergadering waarin alle leden gelijke rechten en plichten hadden. Bij het opkomen van het Romeinse Rijk waarbij zij de Grieken verdrongen, adopteerden de Romeinen het woord in het Latijn.

Het concept dat het bijbelse gebruik onderscheidt van het klassieke gebruik in het Grieks, is de nadruk die erop ligt dat het Gods vergadering is. Ekklesia betekent daarom Gods volk, samengeroepen door God om naar God te luisteren of voor Hem te handelen. De nadruk ligt op de handeling van God, die de kracht heeft van een dagvaarding (zoals van een rechter). De bijbelse ekklesia, de kerk, is een lichaam van mensen dat niet zozeer bijeenkomt omdat zij ervoor kiezen bijeen te komen, maar bijeenkomen omdat God hen tot Zich riep ? niet bijeenkomen om hun eigen gedachten en meningen met elkaar te delen, maar om te luisteren naar de stem van God.

Paulus zegt in Handelingen 20:28 tot de oudsten van Efeze: "Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft." Hier wordt de ekklesia geïdentificeerd als het bezit van Degene die haar riep. Dit stelt de aard van de ekklesia vast als een vereniging of gemeenschap. Zij behoort Hem toe, omdat Hij haar tot bestaan riep, erin woont, erover regeert en Zijn doeleinden erin en erdoor tot stand brengt.

Bijbelse voorbeelden

Toen Jezus zei: "Ik zal mijn gemeente bouwen" (Mattheüs 16:18), beschreef Hij geen kerk naar het normale Nederlandse gebruik, als een organisatie met gebouwen, kantoren, diensten en activiteiten. Hij duidde op een gemeenschap van gelovigen. Gods ekklesia is geen kerk in de zin van een denominatie, maar een gemeenschap van alle gelovigen in Jezus Christus. Deze valt niet samen met wat voor groep men ook maar mag oprichten, maar omvat allen die voldoen aan de bijbelse kwalificaties. Als de bijbelse schrijvers dus ekklesia gebruiken in een context samengaand met God en Zijn volk, vestigen zij de aandacht op het alles overtreffende doel waarvoor God hen heeft uitgeroepen.

In de meerderheid van de schriftgedeelten is de ekklesia het geheel van Gods volk waarvan een plaatselijke gemeente, een denominatie of een rechtspersoonlijkheid slechts deel uitmaken. Denk aan het klassieke Griekse gebruik: ekklesia omvatte al de burgers van Athene. Een vergelijking met het leger kan helpen dit punt te illustreren. Een divisie is een deel van een leger. Het leger bestaat uit verscheidene divisies. Een divisie is dus een element van een groter geheel, het leger, en het leger op zijn beurt is een deel van iets dat nog groter is, de natie. Ekklesia komt in deze analogie overeen met de natie. In de Bijbel wordt het meestal in deze betekenis gebruikt.

Handelingen 11:25-26 laat een ander gebruik van ekklesia zien: "En toen hij [Barnabas] hem [Paulus] gevonden had, bracht hij hem naar Antiochië. En het geschiedde, dat zij een vol jaar in de gemeente gastvrij ontvangen werden en een brede schare leerden." Dit is een gelegenheid waarbij een specifieke plaatselijke gemeente bijeenkomt om een boodschap te horen, te bidden of te mediteren, of voor de bespreking van een zaak die zich binnen de gemeente heeft voorgedaan. Dit is ook de betekenis van Romeinen 16:5, waar een kerk in een huis bijeenkwam.

Let op een tweede en heel interessant gebruik dat we in Romeinen 16:1, 4 vinden: "Ik beveel Febe, onze zuster, [tevens] dienares der gemeente te Kenchreeën, bij u aan, ... mensen [Prisca en Aquila], die voor mijn leven hun hals gewaagd hebben. Niet ik alleen ben hun dankbaar, maar ook al de heidengemeenten."

Deze verzen verwijzen naar een gemeenschap van gelovigen die vanuit een specifiek gebied bijeenkwamen. Het gebied kon een specifiek huishouden, een specifieke stad, provincie, natie, ras (de heidenen) of cultuur zijn. Het belangrijkste verschil in dit gebruik is dat de mensen ekklesia zijn, of ze nu wel of niet bij elkaar zijn. De kerk in Kenchreeën was nog steeds ekklesia of ze nu een dienst hielden of verspreid waren door het gebied dat met de naam van de stad werd aangeduid. Dit principe laat ook zien dat als er slechts één persoon in Gods kerk zou zijn, hij nog steeds ekklesia zou zijn. Dit laat verder zien dat het niet beperkt wordt door gewone menselijke gewoonten zoals vereist wordt door het Nederlandse woord "kerk".

Het tijdselement

Het tijdselement dat aan ekklesia verbonden is, is ook essentieel. Paulus vermeldt het verleden ervan in Efeziërs 3:9-11. Hij zegt dat God hem uitkoos om:

in het licht te stellen (wat) de bediening van het geheimenis (inhoudt), dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen, opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd,

De ekklesia die hier "de bediening van het geheimenis" wordt genoemd, en in de Statenvertaling "gemeenschap der verborgenheid", bestond reeds eeuwen her [letterlijke Grieks: van eeuwigheid] maar was verborgen in het denken van God. Op zijn laatst vanaf de schepping stelde Hij Zich als doel dat er een groep uitgeroepenen zou zijn om Zijn wil te doen.

Let nu op wat Efeziërs 1:3-5 zegt:

Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus. Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil,

In het verleden leerde de kerk dat dit gedeelte betekende dat God van plan was een groep mensen te roepen om hen tot geestelijke volmaaktheid te brengen en Zijn Werk te doen. Veel meer dan dat, de kerk bestond vanaf het begin collectief in Zijn denken en plannen.

Openbaring 1:20 laat ekklesia zien vanaf de oprichting van de kerk in 31 n.Chr. "Het geheimenis der zeven sterren, die gij gezien hebt in mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaren: de zeven sterren zijn de engelen der zeven gemeenten [ekklesia], en de kandelaren zijn de zeven gemeenten." Deze zeven kerken omspannen de tijd van Christus en de kerk in de eerste eeuw tot Zijn wederkomst.

Hebreeën 12:22-23 beschrijft de toekomst van de ekklesia. "Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, en tot een feestelijke en plechtige vergadering [ekklesia] van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben." Let op de locaties die hij noemt: de berg Sion, de stad van de levende God en het hemelse Jeruzalem. Dan noemt de schrijver de kerk de vergadering van eerstgeborenen. Het openbaren van deze plaatsen en groepen moet nog steeds gebeuren! De eerstgeborenen, de uitgeroepenen, moeten nog in de familie van God geboren worden. Echte christenen zijn nog niet "volmaakt gemaakt". Hun verandering heeft nog niet plaatsgevonden (1 Corinthiërs 15:49-54), maar zij maken reeds deel uit van de vergadering van eerstgeborenen ? dat wil zeggen in Gods denken.

Deze drie schriftgedeelten samen laten zien dat ekklesia niet alleen uitgaat boven de grenzen van ruimte (zelfs reikend tot de hemelse stad, ver buiten het gebied van de aarde), maar ook die van tijd! Zij beslaat de gehele tijdsperiode vanaf het vroegste begin van Gods plan tot de opstanding!

Ze bestaat niet alleen uit hen die nu leven, maar omvat ook allen die ooit deel hebben uitgemaakt van de ekklesia, te beginnen met de tijd van Gods gedachten voor de grondlegging der wereld. Daarna omvat ekklesia vanaf de rechtvaardige Abel iedereen die bekeerd werd en Zijn geest had, doorgaande tot aan de opstanding als de eerstgeborenen in de familie van God geboren zullen worden.

Eenvoudig gezegd omvat ekklesia allen die in de eerste opstanding zullen zijn. Ze omvat alle mensen die God toebehoren, die Hij uit de naties verzamelde om het verlossende werk van Christus te doen en deel te hebben aan het Koninkrijk van God dat Hij op zal richten. Leden van de ekklesia zijn de ontvangers en de middelen van Gods heerlijkheid en erfgenamen van de beloften.

Verschil in verbonden

Een uitspraak gedaan door Johannes de Doper legt een belangrijk verschil uit tussen het Oude Verbond en het Nieuwe Verbond. Sprekend tot de religieuze leiders van zijn dagen zei hij: "En beeldt u niet in, dat gij bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham tot vader, want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken" (Mattheüs 3:9).

Het Oude Verbond was beperkt tot de politieke entiteit die Israël werd genoemd. Er zijn ooit maar weinig heidenen dit verbond aangegaan. Zij die deel uitmaakten van de politieke entiteit Israël, bestonden uit hen die het verbond met God waren aangegaan en als resultaat daarvan woonde God onder hen. De Israëlieten voelden dat ze in die relatie met God geboren werden.

Maar met het komen van het Nieuwe Verbond werd geboorte in die relatie totaal onmogelijk. De uitgeroepenen, de ekklesia, gaan nog steeds het verbond aan met God, maar de basis daarvan is niet langer nationaal of raciaal. Onder het Nieuwe Verbond worden de geestelijke werkelijkheden van berouw en bekering, geloof in Jezus Christus, het ontvangen van Gods Heilige Geest en gehoorzaamheid aan God door de Geest de voornaamste punten van aandacht.

Het resultaat hiervan is dat God niet slechts onder het volk is dat het verbond is aangegaan, maar Hij is feitelijk in hen! Zij worden nu aangeduid als het Israël van God (Galaten 6:16). God onderscheidt nu twee verschillende Israëls. Dit laat alweer zien dat ekklesia alleen beperkt wordt door de grenzen die God stelt, niet door de grenzen die onder het Oude Verbond werden ingesteld.

Kerkgeschiedenis

Te beginnen met het bijbelse verslag en de eeuwen doorgaand tot in deze tijd, laten de verslagen zien dat gedurende het grootste deel van haar geschiedenis de ekklesia van God functioneerde als een losse verzameling van onafhankelijke gemeenten. De kerk was bij tijden strak georganiseerd, in het bijzonder tijdens het Efeze tijdperk (ongeveer van 31-100 n.Chr.). Desondanks bezaten de christenen uit de eerste eeuw geen telefoon, geen televisie, geen telegraaf, geen radio, geen straalvliegtuigen, geen treinen of auto's ? niets waardoor ze snel transport en snelle communicatie konden hebben. De apostelen die na ontvangst van de opdracht Jeruzalem verlieten, verspreidden het Woord persoonlijk door de wereld waarbij ze heel weinig contact met elkaar hadden. Hun omgang was door de Geest met Christus in de hemel.

Als tijd en ervaring verschillen gingen laten zien in benadering of leerstelling, zoals beschreven in Handelingen 15, zouden ze incidenteel bij elkaar komen in een poging hun benadering onder één noemer te brengen. Maar na hun bijeenkomsten zouden ze weer terugkeren naar de respectievelijke gebieden waarin ze werkten en in geloof onafhankelijk van elkaar doorgaan, door Jezus Christus op God vertrouwend om ze op het juiste spoor te houden.

In de twintigste eeuw riep God de heer Herbert W. Armstrong in de ware kerk, die bekend stond onder de naam Church of God, Seventh Day [Kerk van God, Zevende Dag]. Deze kerk bestond uit minstens drie verschillende, onafhankelijke synodes. De heer Armstrong werkte voornamelijk met de Oregon Synode van de Church of God, Seventh Day (Autobiography of Herbert W. Armstrong, vol. 1, pp. 409-411, 414, 427). Hij noemt in zijn artikelen en in zijn autobiografie vaak dat een andere Synode van de Church of God zijn hoofdkwartier had in Stanberry, Missouri (Autobiography, pp. 314, 409). Een derde Synode werkte vanuit Salem, West Virginia (Autobiography, p. 557). Was slechts één van hen de ware kerk? Al hadden ze verschillende Raden van Bestuur en werkten ze onafhankelijk, toch hielden ze zich aan dezelfde basisleerstellingen.

Toen de heer Armstrong uit de Church of God, Seventh Day kwam en een ander tijdperk van de ware kerk met een andere organisatievorm begon, zegende God hem en het Werk. Nu waren er duidelijk minstens twee verschillende, gelijktijdig bestaande organisaties. In deze twintigste eeuw heeft God een duidelijk en goed gedocumenteerd voorbeeld gegeven van twee verschillende organisaties, die elk een andere organisatievorm hadden en enigszins verschillende huishoudelijke reglementen. Toch hielden ze zich aan praktisch dezelfde leerstellingen en beide waren de Church of God.

Het lichaam van Christus

Is de kerk niet het lichaam van Christus? Kan de kerk in verschillende organisaties zijn terug te vinden?

Het antwoord wordt gevonden in Efeziërs 1:22-23: "En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente [ekklesia], die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt."

In zijn bespreking van deze verzen in Word Studies From the Greek New Testament, schrijft Kenneth S. Wuest: "De kerk [ekklesia] wordt beschreven als 'die Zijn lichaam is'. Het woord 'die' is hetis 'die zo'n natuur heeft als', en die een kwalitatieve natuur heeft." De natuur van ekklesia in deze context komt voort uit de associatie met haar hoofd, Jezus Christus.

Over het woord "lichaam", soma, zegt Expositor's: "Het woord soma, dat gemakkelijk overgaat van zijn letterlijke betekenis [het menselijk lichaam] naar de figuurlijke betekenis van een gemeenschap, een aantal mensen die een sociale of ethische vereniging vormen, ... wordt vaak in de nieuwtestamentische brieven op de kerk toegepast, ... als het mystieke lichaam van Christus, de gemeenschap der gelovigen gezien als een organische [levende], geestelijke eenheid in een levende relatie met Christus, onderworpen aan Hem, bezield door Hem, en waarin Zijn kracht werkzaam is. De relatie tussen Christus en de kerk is daarom geen externe relatie ..." (vol. 1, "Efeziërs en Colossenzen", p. 56, nadruk van ons).

Met andere woorden ze wordt niet beperkt door menselijke regels. Ze wordt niet beperkt door bedrijfswetten die door de mens worden ingesteld, want Christus is in de ekklesia, waar de leden ervan ook maar mogen zijn.

Verder met Wuest:

De relatie tussen Christus en de kerk is daarom geen externe relatie of gewoon een van Superieur en ondergeschikte, Soeverein en onderdaan, maar een van leven en deel gaan uitmaken van Hem. De kerk is niet slechts een instituut dat door Hem als President wordt bestuurd, of een Koninkrijk waarin Hij de opperste Autoriteit is, of een geweldig groot gezelschap van mensen die een morele sympathie voor Hem hebben, maar het is een Gemeenschap die in een onmisbare relatie met Hem staat, waarvan de bron van leven in Hem ligt, die ondersteund en geleid wordt door Zijn kracht, die ook het instrument is waardoor Hij werkt (ibid., pp. 56-57).

Dit is het gebruik van ekklesia in het Nieuwe Testament. Het is een mystiek lichaam zonder externe relaties. Het is iets dat intern is; het is iets mentaals; het is iets van de geest. Het wordt niet beperkt door ras, door taal, door stad of staat of nationaliteit. Het wordt niet beperkt tot de aarde of tot de tijd.

Het woord "mystisch" betekent "een geestelijke betekenis of werkelijkheid hebben die niet duidelijk is voor de zintuigen [een externe relatie wordt waargenomen door de ogen, oren, neus, mond of gevoel] noch waarneembaar voor de intelligentie; waar de natuur van iemands directe, subjectieve verbondenheid met God bij betrokken is" (Webster's Ninth New Collegiate Dictionary, 1985, p. 785). De kerk, de ekklesia, bestaat uit hen die door God uitgeroepen zijn, door Hem ontboden zijn, om Zijn Geest te ontvangen en directe omgang met Hem te hebben.

Paulus doet in 1 Corinthiërs 12:12-13 een soortgelijke uitspraak als in Efeziërs 1:22-23.

Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, één lichaam vormen, zo ook Christus; want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken [nationale grenzen worden overschreden], hetzij slaven, hetzij vrijen [culturele of sociale status speelt geen rol], en allen zijn wij met één Geest gedrenkt.

De ekklesia is geen door mensen gedefinieerde rechtspersoon, maar het mystieke lichaam van Christus, dat de Geest van God heeft.

Tijdens de doopceremonie zegt de dienaar: "Ik doop u, niet in een of andere organisatie of denominatie van mensen, maar in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest" ? in de Familie van God! Gods familie is een geestelijke familie met een geestelijke eenheid. We worden samengebonden door de Heilige Geest van God.

Geen schuldenaars naar het vlees

Paulus schrijft in Romeinen 8:10-17:

Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid. En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont.

Derhalve, broeders, zijn wij schuldenaars, maar niet van het vlees [niet naar uiterlijke dingen], om naar het vlees te leven. Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven. Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods [de ekklesia!].

Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader. Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.

We zijn dus schuldenaars niet naar de uiterlijke dingen [het vlees], maar naar de Geest, dat is naar Christus. In zaken van bestuur of leerstellingen is onze verantwoordelijkheid dus jegens God.

Het is in de geschiedenis van de kerk vaak voorgekomen dat als de gelovigen het dan dominante lichaam van christelijke mensen niet hadden verlaten, ze naar de wereld zouden zijn teruggekeerd! Het zijn voortdurend Gods mensen geweest die moesten wegtrekken of eruit gegooid werden. In een bepaald opzicht kwamen zij of door hun eigen Handelingen of door die van God, los te staan van een bestaande organisatie.

Dit proces begint al heel vroeg in de Bijbel. Noach verliet de maatschappij en ging aan boord van de ark. God riep Abraham uit Ur der Chaldeeën. Lot en zijn familie verlieten Sodom en Gomorra. De rechtvaardiger Judeeërs bleven God dienen en scheidden zich tijdens de regering van de slechte Jerobeam I af. En natuurlijk beveelt God Zijn volk uit Babylon te komen (Openbaring 18:4). De Bijbel staat vol met zulke voorbeelden.

Vragen van de gelovigen

Het boek Maleachi schijnt over een soortgelijke situatie te gaan. Maleachi schreef in Judea tussen de terugkeer uit Babylon en Christus' geboorte. Tijdens die periode was Gods volk lauw geworden in de dienst van God, toch bleven er enkele gelovigen over.

"Vermetel zijn uw woorden over Mij, zegt de HERE" (Maleachi 3:13). God beschuldigt hen ervan Hem ter verantwoording te roepen voor wat er binnen de natie gebeurt. Zij maakten moeilijke tijden mee, evenals Gods volk vaak moeilijke tijden heeft ondergaan. Dat zijn tijden waarin we tot God roepen: "Waarom, God? Waarom laat U dit gebeuren? Wanneer gaat U tussenbeide komen?" Maar Hij schijnt niet te luisteren.

"En dan zegt gij: Wat hebben wij dan onder elkander over U gesproken?" (vers 13). Zij hadden niet het gevoel dat hun beschuldigingen op God waren gericht, maar Hij geeft hun een voorbeeld.

Gij zegt: Nutteloos is het God te dienen; wat gewin geeft het, dat wij zijn geboden onderhouden en dat wij in rouw gaan voor het aangezicht van de HERE der heerscharen? En nu, wij prijzen de overmoedigen gelukkig; niet alleen worden zij gebouwd, terwijl zij goddeloosheid bedrijven, maar ook verzoeken zij God, en ontkomen (vers 14-15).

De gelovigen kunnen zien dat deze anderen niet erg godgericht zijn. Misschien zien zij dat "de trotsen" openlijk zondigen, Gods geboden overtreden. Misschien hebben de trotsen geen onderdanige, rustige en gevoelige geest. Misschien zijn ze agressief en assertief en manoeuvreerden ze zich in de leiding van de groep. En het scheen dat ze daar ongestraft mee uit de voeten konden komen!

Hoe de gelovigen reageren

Let er nu op wat deze gelovigen deden in reactie op de moeilijke tijden die zij als deel van de ekklesia moesten ondergaan. Allen die deel uitmaken van Gods volk zouden dit moeten doen:

Dan spreken zij die de HERE vrezen, onder elkander, ieder tot zijn naaste: De HERE bemerkte het toch en hoorde het en er werd een gedenkboek voor zijn aangezicht geschreven, ten goede van hen die de HERE vrezen en zijn naam in ere houden (vers 16).

1). Zij vreesden God. Zij hadden respect voor Hem en vereerden Hem. Zij hadden ontzag voor Hem. Het kan zijn dat sommigen misschien zelfs een gepaste mate van verschrikking voelden.

2). Zij hielden Zijn naam in ere. Zij mediteerden over Zijn naam. Het kan erop duiden dat ze Zijn naam hoogachtten. Zij spraken er met lof over. Zij vereerden Hem. Zij keken naar Hem op ook al klaagden ze over leiderschap en leiding. Zijn naam staat natuurlijk voor alles wat Hij is. Hij heeft niet slechts één naam, Hij heeft vele namen. Zij laten zien, of adverteren, wat Hij is, wat Hij zal doen en wat Hij verlangt.

3). Zij hadden omgang met elkaar. Ongetwijfeld spraken ze met elkaar over hun beproevingen en hun zegeningen, over de dingen die er binnen de ekklesia van die dagen plaatsvonden, over hun studie in Gods woord, over hun plannen, over hun verwachtingen betreffende het Koninkrijk van God. God hoorde dit! God nam het waar en reageerde, misschien niet op het moment dat ze graag hadden gewild dat Hij zou reageren, maar God reageerde op Zijn tijd, toen het binnen Zijn doeleinden uitkwam.

Op dezelfde manier zal Hij op ons reageren!

Daarna doet God een fantastische belofte aan hen die Hem vrezen: "Zij zullen Mij ten eigendom [Naardense Bijbel: een kostbaarheid] zijn, zegt de HERE der heerscharen, op de dag die Ik bereiden zal. En Ik zal hen sparen, zoals iemand zijn Zoon spaart, die hem dient" (vers 17). In Jesaja 49:15-16 zegt God: "Toch vergeet Ik u niet. Zie, Ik heb u in mijn handpalmen gegrift, ..." Hij waakt! Hij weet wat er gaande is en Hij zal handelen!

God komt tussenbeide!

"Dan zult gij tot inkeer komen en het onderscheid zien tussen de rechtvaardige en de goddeloze; tussen wie God dient, en wie Hem niet dient" (Maleachi 3:18). Nadat Hij de godvrezenden spaart, zal het duidelijk zijn wie echt deel uitmaakt van Zijn ekklesia. God zal ten behoeve van Zijn volk tussenbeide komen.

Zal Christus rechtstreeks tussenbeide komen om Zijn kerk te corrigeren? De meeste leden hopen dat Hij dat zal doen. De meesten zijn het erover eens dat er problemen zijn. Zij zijn het erover eens dat het hun niet aanstaat wat er gaande is. Maar hun rechtvaardiging om er bij te blijven is dat zij verwachten dat Christus tussenbeide zal komen.

Als Christus tussenbeide zal komen, waarom kwam Hij dan niet tussenbeide in het Efezetijdperk? Als Hij toen tussenbeide zou zijn gekomen, zouden de katholieke en protestantse kerken nooit zijn ontstaan. Maar Hij kwam niet tussenbeide. In plaats daarvan brak de Efezekerk uiteen in kleine groepen van mensen die wilden vasthouden aan de leerstellingen die de apostelen hun gegeven hadden. De hoofdgroep ging verder en ging uiteindelijk weer in de wereld op.

Hoe zal God dus het onderscheid maken tussen de rechtvaardigen en de goddelozen (Maleachi 3:18)? Op welke manier zal Hij tussenbeide komen?

De context van Maleachi 3 duidt erop, maar er kan een duidelijker profetie over deze tijd worden gevonden in het boek Openbaring.

En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij onderhouden wordt buiten het gezicht van de slang, een tijd en tijden en een halve tijd. ... En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben; (Openbaring 12:14, 17).

Op deze manier zal Hij tussenbeide komen! Op deze manier zal Hij vervullen wat Hij in Maleachi 3 zei.

Hij zal een scheiding bewerkstelligen!

Zij die gespaard zullen worden, zullen zich van de hoofdgroep afscheiden en beschermd worden voor de zware tijd van problemen die vlak voor ons ligt. De andere groep moet zijn toewijding aan God bewijzen door de volle kracht van Satans wraak te verduren. Er moeten twee aparte verzamelingen mensen zijn, want anders zouden ze hetzelfde lot ondergaan!

De precieze tijd waarop de afscheiding zal plaatsvinden wordt niet gegeven. Openbaring 12 laat alleen zien dat het zal gebeuren. Als het gebeurt, zal het ruimschoots voldoende duidelijk zijn wie trouw en rechtvaardig was en wie niet. Vergelijk deze schriftgedeelten met Openbaring 3:10-11, 16-19.

Ekklesia is exclusief

De ware kerk van God, de echte ekklesia, zal bepaalde kenmerken hebben die haar als zodanig aanduiden. Ze zal de juiste naam hebben (Johannes 17:11; Handelingen 20:28; Galaten 1:13; enzovoort). Ze zal het getuigenis van Jezus Christus hebben en zal de geboden van God onderhouden (Openbaring 12:17), inclusief de sabbat (Exodus 31:12-18; Jesaja 56:6-7; Marcus 2:28; Handelingen 18:4-11).

Een duidelijk begrip van het principe van wat ekklesia is, het mystieke lichaam van Christus, zal voorkomen dat het op on-Schriftuurlijke wijze wordt uitgebreid om ook de wereldlijke kerken te omvatten. De "christelijke" kerken van deze wereld hebben niet het juiste getuigenis van Jezus Christus, dat begint met het begrijpen van wat het ware evangelie is en het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus op de juiste wijze toepast. Het getuigenis van Jezus Christus omvat alles wat Hij zei en deed, inclusief het onderhouden van de geboden van God. De wereldlijke christenheid heeft de geboden van God aan de kant geschoven, zodat ze hun tradities kunnen volgen, ook al beweren ze dat Jezus Christus hun Verlosser is.

Dus het principe dat ekklesia het mystieke lichaam is, kan niet zover worden uitgerekt dat iedereen die zich christen noemt, daaronder kan vallen. Ekklesia moet gedefinieerd worden door de grenzen die Gods woord eraan oplegt.

Moet u zich afscheiden?

Moet u zich afscheiden van een kerk die wegglijdt van de waarheid? Zijn afsplitsingen en scheuringen niet verkeerd?

Onder betere condities zou goddelijke eenheid, zoals de apostel Paulus het in Filippenzen 2:1-5 definieert, de verschillen die normaal binnen elke groep voorkomen onder de duim houden. Als echter leerstellige verschillen veranderingen aanbrengen in zowel de strekking van het evangelie als het beeld van God, en daardoor verwarring over het doel, het verlies van de juiste doelstellingen en apathie veroorzaken, is het tijd een afscheiding teweeg te brengen om de eigen relatie met God te beschermen.

Als de leerstellingen veranderen, suggereert dat dan niet dat de Leraar is veranderd? Onze Leraar zegt: "Ik ben niet veranderd" (Maleachi 3:6).

Is het toelaatbaar dat u de kerk verlaat? ABSOLUUT NIET! Als u begrijpt wat de kerk is, is het nooit goed om haar te verlaten. De ekklesia, het mystieke of geestelijke lichaam dat we de kerk van God noemen, verlaten, impliceert het verbreken van uw relatie met God! God en Zijn relatie met Zijn volk verwerpen is heel wat anders dan het verlaten van een rechtspersoonlijke organisatie, of een lichaam dat door mensen met de naam "Church of God" is opgericht ? zelfs al heeft deze voorheen onder Gods leiding gestaan.

U zou zich niet al te druk moeten maken over het verlaten van een rechtspersoonlijke organisatie. Als u een rechtspersoonlijkheid bezittende kerk verlaat om aan de waarheid die door een ware apostel werd gegeven, vast te houden, dan verlaat u niet het lichaam van Christus. U moet deze verlaten om een opgebouwde relatie met God die ontstond als resultaat van het onderwijs ontvangen van Zijn ware dienaren, stevig in stand te houden.

De kerk: Een geestelijk organisme

Herbert W. Armstrong sprak over het onderwerp van de ware kerk in een World Tomorrow radio-uitzending die op 31 maart 1981 werd uitgezonden over WMAQ, Chicago, Illinois. De volgende passages komen vanuit die uitzending:

De ware kerk moest verdeeld raken, verstrooid en vervolgd, door de wereld uiteen gedreven ... 2 Timotheüs 4:3-4:

Want er komt een tijd, dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren.

Laten we teruggaan naar de kerk die Jezus Christus oprichtte, omdat deze door alle generaties heen is blijven bestaan. Die kerk kende zowel voor- als tegenspoed.

Ze heeft altijd de geboden van God onderhouden en aan het geloof van Jezus vastgehouden en ze heeft Gods feesten gehouden en niet de heidense feesten die de wereld en de kerken van de wereld vieren. Die kerk heeft altijd bestaan.

De ware kerk van God is een onzichtbaar, geestelijk organisme, bestaande uit die mensen die de Geest van God hebben en daardoor worden geleid, in wie Jezus Christus is gekomen om in hen Zijn leven te leiden. Dat is de ware kerk, bestaande uit al die mensen die ongeacht of ze wel of niet samen zijn georganiseerd, elkaar kennen en met elkaar samenwerken. Of ze op één plaats samenkomen of dat ze volledig zijn verstrooid. Die individuen vormen samen de ware kerk.

In veel tijden vinden we hun geschiedenis verspreid over alle eeuwen en bij tijden zijn ze volledig verstrooid en ongeorganiseerd. Op andere tijden is minstens een groot deel van hen, of groepen van hen, bijeengekomen om zich te organiseren; zij hebben elkaar gekend en ze zijn feitelijk georganiseerd geweest en hebben Gods Werk uitgevoerd. En op de tijd dat het Gods bedoeling is dat Zijn Werk weer uitgaat de wereld in, zal God hen bijeenbrengen en erop toezien dat ze zich organiseren.

Zelfs in Paulus' dagen begonnen velen van hen die deel uitmaakten van de gemeente te Antiochië, te Jeruzalem, te Efeze, te Corinthe en in andere plaatsen, af te vallen en zich van de waarheid af te wenden. Er ontstond verdeeldheid en die mensen, die in feite niet bekeerd waren, keerden zich van Gods waarheid en manier van leven af; zij maakten geen deel uit van Gods ware kerk, ook al kwamen ze zichtbaar bijeen met hen die er wel deel van uitmaakten. Zoals de apostel Paulus in 2 Thessalonicenzen 2 schreef, was het geheimenis der wetteloosheid reeds in werking. En het werkte binnen de zichtbare kerk.

Deze afval nam toe en tegen het jaar 125 n.Chr. maakte het merendeel in de meeste kerken, de meerderheid van hen die in de meeste kerken bijeenkwamen (en tussen twee haakjes, ze kwamen nog steeds op de sabbat bijeen, geloof het of geloof het niet ...) geen deel meer uit van de ware kerk. Geleidelijk bleef een steeds kleiner deel van de zichtbare kerken die als christelijk bekend stonden, zich waarachtig overgeven aan God en aan Zijn waarheid door zich te laten leiden door Zijn Geest. En nadat keizer Constantijn in het begin van de 4e eeuw feitelijk de macht in handen nam over de zichtbare, belijdende kerk, werd de zichtbare organisatie bijna geheel heidens en begonnen ze allen die zich hielden aan het ware Woord van God, de Bijbel, uit de kerk te zetten en te vervolgen.

En uiteindelijk moesten alle echte christenen, zelfs al waren ze verstrooid, vluchten! En zij, degenen die door de Geest van God werden geleid, degenen in wie Jezus Christus Zijn leven leidde ? alleen zij vormden de ware kerk ? moesten vluchten vanuit het rechtsgebied van de regering om God op de juiste wijze te kunnen blijven dienen. Dat, mijn vrienden, is wat de kerk overkwam. Maar God heeft nog steeds Zijn dienaren.

Is de kerk onze moeder?

Deze vraag is van essentieel belang voor hen die de Bijbel als een manier van leven bestuderen. Jammer genoeg hebben velen gewoon aangenomen dat ze het antwoord weten, terwijl ze nooit de Bijbel hebben bestudeerd om uit te zoeken of die aanname stevig is gebaseerd op schriftuurlijke werkelijkheden. Zo'n vraag vereist zorgvuldige studie en meditatie. Misschien is het een goed idee de Schriften zelf deze vraag te laten beantwoorden.

Iedere bijbelstudent herkent de symbolen die God in Openbaring 12 en 17 gebruikt om de kerk te vertegenwoordigen. Openbaring 17 laat een vrouw zien die schrijlings op een ongewoon beest zit. Het is duidelijk dat zij het beest stuurt en leidt zoals een paardrijder een paard. Een van de titels die ze in deze context krijgt is "moeder der hoeren". Bijbelgeleerden erkennen dit symbool als de grote valse kerk. Maar viel het u ook op dat ze zelf "de grote hoer" is? God beschuldigt haar van hoererij. Ze is een ongetrouwde moeder (kerk) die het leven heeft geschonken aan buitenechtelijke dochters.

In tegenstelling daarmee beeldt Openbaring 12 een andere vrouw uit die het leven schenkt aan een mannelijk kind. De draak probeert onmiddellijk het mannelijke kind te doden en vervolgt de vrouw. De draak is Satan. Het kind is kennelijk Christus. De vrouw is de ware kerk, en wordt beschreven als iemand die de geboden van God onderhoudt en het getuigenis van Jezus Christus heeft. Let er echter op dat er geen sprake is van een huwelijk. Aan de andere kant wordt er ook niet van hoererij gesproken. Er is slechts één antwoord mogelijk. De vrouw (kerk) was reeds gehuwd. Betekent dit dat de kerk voor Jezus bestond? De Schrift kan niet gebroken worden (Johannes 10:35). Ja, ze bestond reeds.

We weten allemaal dat Jezus uit Israël geboren werd, een Jood. Daar Openbaring 12 Hem symbolisch laat zien als geboren uit een vrouw (kerk), en aangezien Hij het product was van een wettig huwelijk, heeft dat geestelijke huwelijk moeten plaatsvinden toen God middels het Oude Verbond met Israël in het huwelijk trad. Ezechiël 16:8 zegt: "Toen kwam Ik voorbij u en zag u, en zie, de tijd der liefde was voor u gekomen; Ik spreidde de slip van mijn kleed over u en bedekte uw naaktheid, Ik ging onder ede een verbond met u aan, luidt het woord van de Here HERE; zo werdt gij de mijne." Stefanus voegt er later in Handelingen 7:38 aan toe: "Deze is het, die in de vergadering (ekklesia, kerk) in de woestijn ..." Het is duidelijk dat de kerk, die onze moeder is, voor de tijd van het Nieuwe Testament bestond.

Het Jeruzalem van boven

Laten we met deze achtergrond nu kijken naar Galaten 4:25-26: "Het (woord) Hagar betekent de berg Sinaï in Arabië. Het staat op één lijn met het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij. Maar het hemelse Jeruzalem [Statenvertaling: Jeruzalem, dat boven is] is vrij; en dat is onze moeder." Drong dat tot u door? Het Jeruzalem van boven is onze moeder. Onze moeder is een geestelijke realiteit, geen door mensen opgerichte rechtspersoon met ergens op aarde een hoofdkwartier. De leden ervan bestaan uit allen in wie de Heilige Geest van God is (Romeinen 8:12-17). In die zin is ze niet beperkt tot één door mensen gedefinieerde organisatie met rechtspersoonlijkheid. Omdat ze een geestelijke werkelijkheid is, functionerend vanuit een hoofdkwartier in het Jeruzalem van boven, kunnen de poorten der hel haar nooit overweldigen (Mattheüs 16:18). Als ze niet meer dan een fysieke entiteit zou zijn, zou ze nooit altijd kunnen blijven bestaan, omdat de zondige mens haar zou vernietigen, ofwel van binnenuit of van buitenaf.

Let erop wat Paulus aan dit concept toevoegt:

Efeziërs 2:6 en [God] heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus,

Filippenzen 3:20 Want wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten,

Hebreeën 12:22-23 Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, ... tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben,

Dit "Jeruzalem van boven, ... de feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen" moet zeer zeker ook de moeder zijn geweest van alle "helden des geloofs", te beginnen met de rechtvaardige Abel. Zij hadden ook Gods Geest (1 Petrus 1:11).

Het element dat de kerk in eenheid bijeenhoudt ? ook al is ze bij tijden nauw verweven en op andere tijden helemaal verstrooid ? is de Geest van God die haar motiveert tot loyaliteit aan het Jeruzalem van boven. Er zijn tijden dat de leden van die kerk een geestelijk vervallende organisatie moeten verlaten om trouw aan God te blijven. Toch zal God ermee blijven handelen en voor haar voorzien, zelfs als dat gebeurt. Toen Juda en Israël gescheiden werden, elk een onafhankelijke natie werden, bleef God met beide handelen. Zijn volk was verspreid over beide naties. Hij zond verschillende profeten naar elke van die naties. Er is nergens een aanduiding te vinden dat de ene profeet onder de autoriteit van de andere profeet stond. Niemand van hen zei: "Ik ben de enige die door God wordt gebruikt om Zijn woord te spreken." God moest aan Elia openbaren dat er in Israël nog zevenduizend anderen waren die hun knieën niet voor Baäl gebogen hadden. Zelfs de profeet was zich daar niet van bewust! God kan niet ? onder geen enkele omstandigheid ? worden beperkt door mensen om in een bepaalde tijd slechts door één organisatie te werken.

"Ik heb nog andere schapen ..."

Ook Jezus duidt hier in sterke mate op. In Johannes 10:16 zegt Hij: "Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden [dat is nog toekomst] één kudde, één herder." Denk ook aan die andere gebeurtenis, vastgelegd in Lucas 9:49-50: "Johannes antwoordde en zeide: Meester, wij hebben iemand in uw naam boze geesten zien uitdrijven en wij wilden het hem beletten, omdat hij niet met ons U volgt. Jezus zeide tot hem: Belet het niet, want wie niet tegen u is, is vóór u." Hij ontzegt God zeer zeker niet het voorrecht om door andere mensen te werken.

Toen de apostel Paulus werd geconfronteerd met mensen die hem vijandig waren, zei hij niet dat God niet met hen werkte:

Sommigen prediken de Christus wel uit nijd en twist, maar anderen doen het met goede bedoeling. Dezen verkondigen de Christus uit liefde, daar zij weten, dat ik tot verdediging van het evangelie gesteld ben, maar genen uit eigenbelang, met de onzuivere bedoeling, mij de gevangenschap zwaar te maken. Wat doet het ertoe? In elk geval, hetzij met een bijoogmerk, hetzij in oprechtheid, wordt Christus verkondigd; en daarin verblijd ik mij, en zal ik mij ook verblijden. (Filippenzen 1:15-18)

Toen God het evangelie ook voor de heidenen begon open te stellen, zond Hij eerst een engel naar Cornelius en daarna naar Petrus. Hij deed dit zonder Petrus te raadplegen of toestemming te vragen aan de kerk in Jeruzalem. Het staat God vrij te handelen en mensen tot Zijn heerlijkheid te brengen in plaatsen die totaal losstaan van een georganiseerde groep in een ander gebied. Let op Petrus' reactie toen hij bij Cornelius en zijn huisgenoten was: "Inderdaad bemerk ik, dat er bij God geen aanneming des persoons is, maar onder elk volk is wie Hem vereert en gerechtigheid werkt, Hem welgevallig" (Handelingen 10:34-35).

Hoeveel God aan elke groep openbaart, of de mate waarin Hij hen gebruikt, wordt helemaal door Hem bepaald. Onze roeping is van boven en ons behoud is ook van boven! Christus behoudt Zich het recht voor om ons te gebruiken zoals Hij wil. Wij zijn Zijn verworven bezit, gekocht met Zijn bloed. Wij zijn Zijn slaven. Alleen Hij kan ons berouw en bekering geven, ons Zijn Heilige Geest geven en ons in Zijn werk plaatsen waar Hij dat nodig vindt. Hij heeft hetzelfde recht om ieder ander op aarde te gebruiken en verscheidene werken naast elkaar te laten werken.

In Openbaring 21:2 ziet Johannes een visioen van het nieuwe Jeruzalem dat van God uit de hemel neerdaalt, getooid als een bruid die voor haar man versierd is. Dan zegt in vers 9 een van de engelen: "Kom hier, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams." Laat hij hem de kerk zien? Ja en nee. De symbolen die elders worden gebruikt voor de kerk ? vrouw, bruid, moeder en stad ? verenigen zich in één symbool, het nieuwe Jeruzalem, gezien in al haar heerlijkheid. Het is een geestelijk organisme. Het Jeruzalem van boven is de baarmoeder waarin God Zijn kinderen tot ontwikkeling brengt. Zij zal het leven geven aan geestelijke kinderen in het Koninkrijk van God. We zullen dan werkelijk "van boven geboren" zijn.

In Lucas 10:17-18, 20 vindt er een interessant voorval plaats tussen Jezus en Zijn discipelen:

En de [tweeën]zeventig zijn teruggekeerd met blijdschap en zeiden: Here, ook de boze geesten onderwerpen zich aan ons in uw naam. En Hij zeide tot hen: ... verheugt u niet hierover, dat de geesten zich aan u onderwerpen, maar verheugt u, dat uw namen staan opgetekend in de hemelen.

Is de kerk onze moeder? Ja, maar alleen als we begrijpen dat de kerk een geestelijk organisme is waarvan Christus het Hoofd is. God ziet ons niet als zijnde in de baarmoeder van een of andere specifieke organisatie met rechtspersoonlijkheid hier op aarde. Het Jeruzalem van boven is onze echte geestelijke moeder.

Het belang van doctrine

In Paulus' brieven aan Timotheüs spoorde hij de jonge evangelist in de krachtigste bewoordingen aan pal te staan en vast te houden aan de leerstellingen die de apostel hem had gegeven (1 Timotheüs 6:20). Paulus moest hem waarschuwen omdat rond 65 n.Chr. de kerk reeds afgleed van de waarheid die Jezus Christus aan de apostelen had toevertrouwd.

Waarom is doctrine zo belangrijk voor God? Waarom wil Hij niet dat Zijn volk afwijkt van wat Hij in Zijn woord gesproken heeft? Het antwoord is fundamenteel en eenvoudig: afwijking van orthodoxie zal niet de juiste vrucht voortbrengen voor de vervulling van Zijn doel.

God geeft natuurlijk de ruimte voor ondergeschikte variaties. Niet iedereen zal hetzelfde niveau van gehoorzaamheid of begrip hebben. Niet iedereen is even wijs of even hoog opgeleid. Zijn volk zal echter een sterk geloof hebben in de leerstellingen die het belangrijkst, van centraal belang, zijn voor Zijn doel. Als deze centrale leerstellingen ontbreken dan zullen de afwijkingen die er zijn het doel waar Hij naar toe werkt in gevaar brengen.

Principes van bakken

Misschien is de analogie van het volgen van een recept voor het bakken van een cake voldoende om de principes te laten zien die samengaan met het zuiver houden van doctrine. Als een bakker bij het bakken van een cake bepaalde ingrediënten zou weglaten, of als hij andere zou toevoegen waar het recept niets over zei, of als hij de juiste ingrediënten gebruikte maar in de verkeerde verhoudingen, is het met elk van deze combinaties heel goed mogelijk dat het resultaat niet eens een cake zou zijn! Het is duidelijk dat men om een perfecte cake te maken, de juiste ingrediënten in de juiste verhoudingen moet gebruiken.

Al is dit zeker een ideaal, toch wil God dat Zijn volk vanwege Zijn doel zich daar op richt. Het kan zijn dat men zo'n hoog verheven doel nooit zal bereiken, maar dat ontheft iemand niet van de last om te streven naar de juiste verhouding van de juiste ingrediënten in elk onderdeel van het leven. Efeziërs 4:13 zegt: "totdat wij allen ... bereikt hebben ... de maat van de wasdom der volheid van Christus."

Zij die door God geroepen zijn, hebben een ontzagwekkend hoog verheven doel en hoop: God te worden! De Bijbel vermeldt ondubbelzinnig dat we zullen zijn zoals Hij, dat is zoals Jezus Christus (1 Johannes 3:2). Hieruit vloeit voort dat de ingrediënten die dat potentieel voortbrengen zo volmaakt mogelijk zullen moeten zijn.

Principes uit de kinderopvoeding

Een schriftgedeelte dat voornamelijk wordt gebruikt met betrekking tot kinderopvoeding, voegt nog een principe toe om in overweging te nemen: "Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg, ook wanneer hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken" (Spreuken 22:6).

Er zijn geen ouders die hun kinderen volmaakt opvoeden, omdat iedereen een product is van het verwarde en ontspoorde systeem dat de Bijbel "deze boze wereld" noemt. Ouders hebben de neiging datgene wat dit verdorven systeem hen oplegt te herhalen en over te dragen. Psychologen en sociologen bevestigen dat mensen die als kind werden misbruikt dat gedrag als ze eenmaal volwassen zijn, vaak herhalen. Een recente statistiek die werd vermeld in het televisieprogramma Scared Silent [In angst zwijgen], zegt dat voor misbruikte kinderen de kans zes maal zo groot is dat ze hun eigen kinderen misbruiken als voor niet-misbruikte kinderen. De misbruikten worden misbruikers. Het systeem krijgt hen in zijn macht en zij geven het systeem verder door.

Muriel Beadle zei over dit schriftgedeelte in haar boek A Child's Mind [Het denken van een kind]: "In deze tijd zouden we deze spreuk als volgt kunnen laten eindigen: '... en als hij oud geworden is zal hij niet in staat zijn daarvan af te wijken'" (p. xx). Haar punt is dat de hoop voor een volwassene om nog te veranderen heel klein is. Het is uitzonderlijk moeilijk voor iemand datgene wat toen hij jong was bij hem ingeworteld raakte, te veranderen. Het cliché dat een volwassen mens "vastgeroest is in zijn gewoonten", is waar.

Kort en bondig gezegd, het principe is dat de juiste opvoeding de juiste resultaten voortbrengen. Daarom trainen ? drillen, drillen en almaar weer drillen ? atletische teams, ballet- en toneelgroepen en het leger totdat alle deelnemers, indien mogelijk, hun deel automatisch kunnen uitvoeren. De vaardigheden worden zo'n integraal deel van hen dat ze ze routinematig goed uitvoeren.

Juiste opvoeding zal gedurende het gehele leven zijn uitwerking hebben. Dit principe is ook van toepassing op wat God doet in het leven van een christen. Mensen zijn stoffelijk en sterfelijk. Maar God laat Zijn kinderen door een trainingsprogramma gaan om hen op het eeuwige leven voor te bereiden. Hij traint hen op een manier die zijn uitwerking in alle eeuwigheid zal doen voelen. Als we het hebben over eeuwige consequenties begrijpen we waarom God doctrine ? onderwijs, instructie ? als

© 1996 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC  28247-1846
(803) 802-7075

Back to the top
Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)