U moet wedergeboren worden!

Door John W. Ritenbaugh
1994

De apostel Paulus haalt in 1 Corinthiërs 2:9 Jesaja aan: "Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben." De mens zonder de Geest van God om zijn verstand te openen voor zijn schitterende toekomst, kan Gods plan en zijn aandeel daarin niet bevatten. In deze laatste dagen is het ongelooflijke potentieel van de mens aan ons geopenbaard.

Maar Satan de duivel probeert om ons het zicht op het grotere geheel te doen verliezen. Als hij daarin kan slagen, zal hij onze grootste motivatie om ons aan God te onderwerpen en ons toe te leggen op Zijn weg hebben weggenomen. Door te geloven dat ons doel reeds is tot stand gebracht, hebben we het gevoel dat we niets hebben bij te dragen, geen deel hebben aan het proces. We hebben weinig motivatie om de bijbelse opdracht tot groeien uit te voeren, omdat alles reeds is gedaan, behalve het gejuich.

Dat gebeurt er als Satan Christus' onderwijs over "wedergeboren" worden in de war gooit. Zeggen dat we aan het begin van onze bekering "wedergeboren" werden of "van omhoog geboren" werden, laat ons achter met de indruk dat het doel van behoud reeds een volbracht feit is. Ons leven na de doop kan heel gemakkelijk verworden tot een zaak van "de tijd uitzingen", wat helemaal in gaat tegen onze vrije wil. God gaf ons een vrije wil om ons in staat te stellen te kiezen en te groeien. Maar waarom zouden we groeien als we reeds wedergeboren zijn?

We moeten dus verduidelijken wat Jezus werkelijk zei over wedergeboren worden. Praktisch iedereen benadert dit onderwerp door in Johannes 3 te beginnen en van daaruit verder te gaan. Het kan zijn dat dit een belangrijke reden is dat er zoveel verwarring bestaat over Christus' woorden: De uitleg begint op de verkeerde plaats! Als we dit onderwerp binnen de context van de gehele Bijbel bezien, dan wordt het heel duidelijk dat Johannes 3:1-8 een duidelijke en fantastische waarheid bevat.

God onderwijst middels patronen

God werkt vaak via patronen, typen en symbolen. Paulus gebruikt Adam als het patroon voor de mensheid en noemt hem "de eerste mens Adam" (1 Corinthiërs 15:45-49). Andere patronen zijn onder andere de inrichting en de uitrusting van de tabernakel en de tempel, evenals de offeranden en de offergaven waaruit we heel wat kunnen leren over het werk van Jezus Christus of de Heilige Geest. Deze typen, patronen of symbolen zijn door God ingesteld om ons instructie te geven betreffende geestelijke zaken.

Jezus Christus is het patroon voor alle christenen. Hij wordt "de tweede Mens" genoemd (1 Corinthiërs 15:47). Als het begin van een nieuwe schepping is Hij het prototype dat bekeerde christenen moeten volgen, evenals de eerste Adam het prototype is dat de gehele mensheid heeft gevolgd. Adam zette het menselijke patroon aan het begin: "Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods" (Romeinen 3:23).

Christenen worden geroepen de tweede Adam te evenaren (Efeziërs 4:13). Hij zette een verscheidenheid aan patronen als voorbeeld voor ons. Hij laat bijvoorbeeld zien hoe een christen moet lijden, zelfs al is het oneerlijk:

Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden; (1 Petrus 2:21)

Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken. (Hebreeën 2:10)

Het woord leidsman komt van het Griekse archegos, duidend op "een pionier, wegbereider, verkenner, leidsman, aanvoerder of stichter (van een stad)". Afhankelijk van de context voor de precieze vertaling duidt archegos in het algemeen op iemand die leidt en werkt zodat anderen hem kunnen volgen. Jezus Christus, de Leidsman van ons behoud, onze Aanvoerder, onze Pionier, bereidde de weg voor ons die wij moeten gaan!

Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 11:1: "Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg." Christus is het patroon van gehoorzaamheid dat wij in ons eigen leven moeten kopiëren. In vier ooggetuigenverslagen geeft God ons een gedetailleerde biografie van Zijn Zoon, zodat we Hem in elk opzicht kunnen evenaren.

Al kan het zijn dat we niet alles precies op dezelfde manier als Hij ervaren, toch zullen we in principe door hetzelfde heengaan. Wat is het resultaat daarvan? We zullen naar Zijn beeld gevormd worden (1 Corinthiërs 15:49)!

En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, [of van de heerlijkheid van de mens tot de heerlijkheid van God] immers door de Here, die Geest is. (2 Corinthiërs 3:18)

God zal ons door dezelfde basisstappen leiden als Zijn Zoon, zodat we uiteindelijk net zo worden als het prototype.

In Mattheüs 3:13-16 is Hij het patroon betreffende de doop:

Toen kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen. Maar deze trachtte Hem daarvan terug te houden en zeide: Ik heb nodig door U gedoopt te worden en komt Gij tot mij? Jezus echter antwoordde en zeide tot hem: Laat Mij thans geworden, want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij Hem geworden. Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij op uit het water. En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op Hem komen.

Deze gebeurtenis voorziet ons van twee patronen. Ten eerste, al had Jezus niet nodig wat het symbolisch uitbeeldde, onderging Hij toch een doop om een voorbeeld te laten zien van wat anderen zouden moeten doen. Vrij weergegeven luidt Zijn antwoord aan Johannes: "Laten we het in ieder geval doen, omdat Ik moet laten zien wat een rechtvaardig mens behoort te doen."

Het tweede patroon is dat God Zijn Geest zond. Christus had die niet nodig ? Hij had deze vanaf het begin! God gaf Hem er echter een zichtbare uitbeelding van, zodat wij leren dat wij ook enige tijd na de doop de Geest van God zullen ontvangen.

Met deze gedachte in ons hoofd ? dat Jezus de patronen zette ? kunnen we begrijpen wat Hij bedoelt met "wedergeboren" worden.

Wat is de eerstgeborene?

We moeten eerstgeborene definiëren, te beginnen met de Engelse definitie. Merriam Webster's Collegiate Dictionary, Tenth Edition, luidt: "als eerste voortgebracht: oudste." Geboren betekent "door geboorte voortgebracht", en geboorte betekent "het tevoorschijn komen van een nieuw individu uit het lichaam van zijn moeder". Iemand wordt dus geboren als de foetus afgescheiden wordt van de baarmoeder. En de eerstgeborene is de eerste in de volgorde om als nieuw individu tevoorschijn te komen uit het lichaam van zijn moeder.

Het Griekse equivalent van "eerstgeborene" is prototokos, wat in Strong's Exhaustive Concordance gedefinieerd wordt als: "Eerstgeborene (gewoonlijk als zelfstandig naamwoord, letterlijk of figuurlijk): ? als eerste verwekt". Thayer's Lexicon luidt: "in dezelfde betekenis wordt Hij [Christus] blijkbaar eenvoudigweg de prototokos genoemd, Heb. 1:6; ... de eerste uit de doden die tot leven werd gebracht" (p. 556). Onze Verlosser wordt tweemaal "eerstgeborene uit de doden" genoemd (Colossenzen 1:18; Openbaring 1:5).

Prototokos wordt in Mattheüs 1:25 gebruikt. De Statenvertaling luidt: "En [Jozef] bekende haar niet, totdat zij dezen haar eerstgeboren Zoon gebaard had; en heette Zijn naam JEZUS." Volgens Mattheüs 13:55-56 had Maria minstens vier andere zonen (Jacobus, Jozef, Simon en Judas) en drie dochters ("allen", vers 56). Maar slechts één was de eerstgeborene, de prototokos, degene die de baarmoeder opende, Jezus van Nazaret.

In Hebreeën 11:28 schrijft de auteur dat God de eerstgeborenen (prototokos) van Egypte sloeg. Wie of wat liet God in de Paschanacht sterven? God doodde hen die als eerste in een menselijk gezin geboren waren en hen die als eerste uit een dier geboren waren.

Colossenzen 1:15 beschrijft Jezus Christus: "Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping." Recentelijk hebben sommigen gezegd dat eerstgeborene hier "boven alle anderen uitsteken" betekent. Ongetwijfeld kan het op die manier gebruikt worden, maar het is natuurlijker om de betekenis "de eerste die de baarmoeder opent" aan te houden.

Schepping (ktisis) duidt op "een specifiek geschapen iets" (Spiros Zodhiates, The Complete Word Study Dictionary New Testament, p. 897), in dit geval duidend op "menselijke wezens" of "de mensheid". Deze woorden zouden dus ook als volgt vertaald kunnen worden: "de eerstgeborene van de mensheid". Maar was niet Adam (of formeler Kaïn) de eerstgeborene van de mensheid? Dit lijkt niet op Christus van toepassing te zijn. Hij was de eerstgeborene van Maria, maar Hij kwam vierduizend jaar na Adam en Kaïn ter wereld! Wat bedoelt Paulus hier?

Hij heeft het niet over superioriteit, in het bijzonder als hij het in verband brengt met "het beeld van de onzichtbare God". De mens werd naar het beeld van God geschapen (Genesis 1:26). Paulus schrijft erover dat de mensheid in het gezin van God geboren zal worden! Jezus Christus is inderdaad de eerste! Hij is de eerste van de gehele mensheid die als God geboren zou worden. Drie verzen later schrijft hij: "Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden." (Colossenzen 1:18). Het is zo duidelijk! Hij schrijft over een opstanding, een geboorte van fysiek naar geestelijk, van mens tot God!

Geboorte door opstanding

Voor meer bewijs moeten we Romeinen 1:1-4 opslaan:

Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen apostel, afgezonderd tot verkondiging van het evangelie van God, dat Hij tevoren door zijn profeten beloofd had in de heilige Schriften ? aangaande zijn Zoon, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Here ?

Dit gedeelte laat zien dat Jezus feitelijk een wedergeboren Zoon van God werd door een opstanding uit de doden. Voor Zijn opstanding was Hij een zoon van David, door een fysieke geboorte in die lijn geboren. Zijn afkomst is nauwgezet vastgelegd en laat zien dat Hij een nakomeling is van Adam, de zoon van God (Lucas 3:23-38). Hij was dus door menselijke geboorte inderdaad de Zoon van God voorafgaande aan de opstanding uit de doden.

Romeinen 1:3 laat duidelijk Zijn fysieke ontwikkeling tot leven zien, vers 4 daarentegen laat Zijn geestelijke ontwikkeling tot leven zien. We zien Christus in twee verschillende posities, eerst geboren als mens, daarna geboren als God. Waarom maakte Paulus verschil tussen deze twee als er niet met beide een geboorte samengaat? Hij laat zien dat onze Heer en Verlosser bij de opstanding de Zoon van God werd, evenals dat met ons het geval zal zijn ? door een opstanding uit de doden!

Paulus schrijft meer over deze geboorte in Romeinen 8:29: "Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene [prototokos] zou zijn onder vele broederen." Wie zijn Zijn broederen? Zijn discipelen, leden van Zijn lichaam, de kerk! Wij zullen wedergeboren worden! We zijn reeds eenmaal geboren, evenals Jezus uit Maria werd geboren. Maar Hij werd verklaard een Zoon te zijn, geboren na een geestelijke ontwikkeling tot leven, en wij zullen dat patroon volgen.

Jezus Christus werd wedergeboren! Hij is het patroon. Zijn broederen, bekeerde christenen, zullen door dezelfde ervaring van wedergeboren worden gaan als Hij. Neem in overweging dat Hij nooit berouw hoefde te hebben, gedoopt te worden, de handen opgelegd te worden om de Geest te ontvangen of bekeerd te worden, toch werd Hij wedergeboren. Maar Hij was niet wedergeboren totdat Hij uit geest was samengesteld.

Dit laat zien wanneer het wedergeboren worden plaatsvindt! Voor ons gebeurt het precies op hetzelfde moment als waarop het voor het patroon, Jezus Christus, gebeurde. Hij was geen wedergeboren Zoon van God tot Zijn opstanding uit de doden, en wij zullen niet wedergeboren worden tot onze opstanding uit de doden (1 Corinthiërs 15:50-54).

Romeinen 8 mondt uiteindelijk uit in de geboorte van de zonen van God:

En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont. (vers 11)

We zullen leven hebben buiten onze sterfelijke lichamen ? eeuwig leven ? door Gods Geest bij de opstanding uit de doden, evenals Jezus dat heeft.

"Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn" (vers 16). Dit bevestigt dat we nu Gods kinderen zijn, alhoewel nog niet geboren. Zoals we in vers 29 zien moeten we "gelijkvormig worden aan het beeld van Zijn Zoon". Dat is nog niet gebeurd, daar we nog niet zijn opgestaan. Al hebben we onze fysieke ontwikkeling tot leven reeds meegemaakt, toch zijn we nog niet door de volledige geestelijke ontwikkeling tot leven heengegaan.

Daar Jezus Zich niet behoefde te bekeren en daar Hij door Zijn opstanding verklaard werd Gods Zoon te zijn, IS BEKERING NIET HETZELFDE ALS WEDERGEBOREN WORDEN. Al Gods kinderen zullen hetzelfde patroon volgen als de Eerstgeborene. We zullen op dezelfde manier wedergeboren worden, door opstanding uit de doden. "Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking" (vers 17). Wanneer werd Christus verheerlijkt? Bij Zijn opstanding! Wij zullen tezamen verheerlijkt worden. Wanneer? Bij onze opstanding! Wij zullen het patroon volgen.

..., omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. (vers 21-22)

Barensweeën tasten het lichaam aan, maar de geboorte heeft nog niet plaatsgevonden! "En niet alleen zij, maar ook wij zelf, [wij,] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam" (vers 23). Kan dat zo zijn? Vers 15 laat zien dat we de Geest van het zoonschap reeds ontvangen hebben! Maar hij zegt dat de geboorte zelf niet zal plaatsvinden tot "de verlossing van ons lichaam" ? de opstanding. In feite is de geboorte de verlossing van ons lichaam!

Het wordt zo duidelijk als we gewoon het patroon volgen dat in Jezus Christus werd vastgesteld. Al hebben we nog niet in Johannes 3 gekeken, toch is het duidelijk dat wedergeboren worden verwijst naar de opstanding uit de doden. Het heeft niets vandoen met bekering, behalve dat dat aan het begin van het proces plaatsvindt, bij de verwekking.

Een fysiek lichaam, een geestelijk lichaam

In 1 Corinthiërs 15, het opstandingshoofdstuk, kunnen we meer bewijs vinden:

Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn. Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. ... Maar, zal iemand zeggen, hoe worden de doden opgewekt? En met wat voor lichaam komen zij? Dwaas! Wat gij zelf zaait, wordt niet levend, of het moet gestorven zijn, en als gij zaait, zaait gij niet het toekomstige lichaam, maar slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders. Maar God geeft er een lichaam aan, gelijk Hij dat gewild heeft, en wel aan elk zaad zijn eigen lichaam. (vers 20-22, 35-38)

Paulus schrijft over een verandering samenhangend met de opstanding, maar hij is nog niet klaar.

Zo is het ook met de opstanding der doden. Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; er wordt gezaaid in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt gezaaid in zwakheid, en opgewekt in kracht. Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam opgewekt. Is er een natuurlijk lichaam, dan bestaat er ook een geestelijk lichaam. Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest. (vers 42-45)

Hij WERD een levendmakende geest! Hoe? Hij werd dat ? wedergeboren ? door middel van een opstanding uit de doden. De conclusie is onontkoombaar.

De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, en zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen. (vers 47-48)

Met andere woorden evenals alle mensen het patroon van Adam volgen, zo zullen allen van de nieuwe schepping het patroon van de tweede Adam, Christus, volgen, Die door een opstanding werd wedergeboren.

En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen. Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet. (vers 49-50)

Bekleed met heerlijkheid

De apostel Johannes brengt dit opnieuw onder woorden in 1 Johannes 3:1-2:

Ziet, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het (ook). Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; (maar) wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.

Er vindt een voortgang plaats in ons geestelijk leven. Het begint met de roeping door God, dit leidt dan tot berouw en bekering, de doop, het ontvangen van de Heilige Geest en groei in onze relatie met God. Uiteindelijk worden we door de opstanding uit de doden bekleed met Gods heerlijkheid.

We kunnen dit lezen in 2 Corinthiërs 5:1-5:

Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis. Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden, als wij maar bekleed, en niet naakt, zullen bevonden worden. Want wij, die nog in een tent wonen, zuchten bezwaard, omdat wij niet ontkleed, doch overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven worde verslonden. God is het, die ons juist dáártoe bereid heeft en die ons de Geest tot onderpand gegeven heeft.

Het geestelijke proces is begonnen! Paulus zegt dat we nog steeds verlangen met heerlijkheid te worden bekleed en dat God ons daarop aan het voorbereiden (een betere vertaling) is. "Door het leven verslonden" worden, is het einde van het geestelijke proces. We zullen wedergeboren worden, maar deze geboorte is van vlees en dood naar geest en eeuwig leven.

Uit de Geest geboren

Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien. Nikodemus zeide tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden? Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest. (Johannes 3:3-6)

Hoe duidelijk! Vlees brengt vlees voort en Geest brengt geest voort!

Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden. De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zó is een ieder, die uit de Geest geboren is. Nikodemus antwoordde en zeide tot Hem: Hoe kan dit geschieden? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Gij zijt de leraar van Israël, en deze dingen verstaat gij niet? (vers 7-10)

Er zijn diverse woorden, zowel in het Nederlands als het Grieks, die verduidelijking nodig hebben. Het woord dat met "geboren" is vertaald, is het Griekse woord gennao. Volgens Zodhiates betekent gennao "verwekken als het op mannen slaat, baren als het op vrouwen slaat" (The Complete Word Study Dictionary New Testament, p. 364). In passieve zin betekent het "verwekt worden of geboren worden". Hij gaat verder:

Voor wat God betreft duidt het op verwekken in geestelijke zin, wat bestaat uit vernieuwen, heiligen, opnieuw tot leven wekken en het verheffen van de vermogens van de natuurlijke mens door hem in Christus een nieuw leven en een nieuwe geest te geven.

Thayer stemt daarmee overeen: "strikt genomen het door mannen verwekken van kinderen ...; heel zelden het door vrouwen baren van kinderen" (Lexicon, p. 113). Gennao betekent dus verwekken of baren; voortbrengen, voortplanten. Dit zijn slechts enkele synoniemen van dit woord. De Grieken gebruikten een ander woord voor "zwanger worden": sullambano. Strong definieert dit als "vastgrijpen, dat is pakken (arresteren, vangen); in het bijzonder ontvangen (lett. of fig.)." Het komt zestien keer voor in het Nieuwe Testament, maar slechts vier keer waarin het op zwanger worden duidt (Lucas 1:24, 31, 36; 2:21). Elk van deze vier keer beschrijft het het aandeel van de vrouw aan het begin van het geboorteproces, niet het aandeel van de man. Verder duidt het altijd op menselijk zwanger worden, niet een goddelijk zwanger worden.

Wat betekent "verwekken"?

Het woord "verwekken" heeft grote verwarring veroorzaakt in de kerk. Sommigen beweren dat het verouderd is en dat het uitsluitend "geboren worden" betekent. Zij beschuldigen de heer Herbert W. Armstrong dat hij de betekenis ervan verdraait door het toe te passen op ontvangenis. Inderdaad gebruiken we het woord "verwekken" niet vaak in ons dagelijks spraakgebruik, maar het is niet verouderd.

Als een woord verouderd is zal een goed woordenboek de lezer informeren door een passende afkorting (bijvoorbeeld vero. voor verouderd in een WP-woordenboek); dit duidt erop dat de lexicografen geen bewijs van recent gebruik kunnen vinden. "Verwekken" is niet van zo'n afkorting voorzien ? het wordt zelfs niet als archaïsch beschouwd. Het is een woord met een literaire elegantie, een formeel woord. Het wordt nog vaak gebruikt en komt qua gebruik overeen met "legateren" en "betamen", woorden die nog steeds, zij het niet vaak worden gebruikt. Advocaten gebruiken "legateren" op een speciale, formele manier. Soms gebruiken we "betamen" als we zeggen: "Het betaamt me dit te doen." "Verwekken" behoort tot dezelfde klasse van woorden. [Noot van de vertaler: Deze alinea slaat op het gebruik van het Engelse "beget". Niet alles wat wordt gezegd is geheel en in dezelfde mate van toepassing op het Nederlandse "verwekken".]

De Oxford English Dictionary (OED), waarschijnlijk het meest gezaghebbende Engelse woordenboek ter wereld, geeft de volgende definities voor verwekken (beget): "voortplanten of voortbrengen". Wat betekent gennao? "Verwekken of baren, voortbrengen of voortplanten." Wat is volgens OED de betekenis van voortplanten? "Voortbrengen, aanleiding geven tot, tot stand brengen." Een synoniem voor voortplanten is "vader zijn van".

Webster's Third International Dictionary definieert verwekken (beget) als "als vader voortplanten; ter wereld brengen, voortbrengen, een vrouw zwanger maken". Wordt een vrouw niet zwanger op het moment van ontvangenis? Ontvangen betekent "zwanger worden". Al deze definities draaien in een kringetje rond; deze woorden hebben allemaal een soortgelijke betekenis. "Voortbrengen", "voortplanten", "ontvangen" en "verwekken" zijn allemaal synoniemen die gebruikt kunnen worden voor het begin van het proces dat met de geboorte eindigt.

John Masefield, die in 1967 stierf, schreef twee gedichten betreffende de legende over koning Arthur. Het eerste had als titel De verwekking van Arthur en het tweede De geboorte van Arthur. Kende hij het verschil tussen verwekking en geboorte? Deze man was een woordkunstenaar, een dichter, die zijn gehele leven met woorden werkte. Hij wist dat verwekking plaatsvindt op het moment van ontvangenis.

Als een man een kind verwekt dat voor de geboorte sterft, wordt hij desondanks beschouwd een kind te hebben verwekt. Als een paard een veulen verwekt en het sterft voor de geboorte, zeggen we dat het doodgeboren is. Het veulen is verwekt, maar niet levend geboren.

Verwekken, een woord dat nog steeds wordt gebruikt, betekent dus of "ontvangen" of "baren", precies wat gennao betekent! Het zijn exact duplicaten van elkaar. Beide kunnen gebruikt worden als het mannelijke equivalent van het vrouwelijke "zwanger worden". Let erop dat "verwekken" en "baren" samen het gehele proces omvatten van conceptie tot geboorte. Gennao en "verwekken" omvatten dus het gehele proces van conceptie tot geboorte.

Om dit nog wat te vereenvoudigen, gennao betekent "vader worden van", of dat nu aan het begin van het proces is of aan het eind. Ten tweede betekent het, al wordt het slechts zelden op die manier gebruikt, "de moeder worden van". Vanwege het algemene gebruik, alles van conceptie tot geboorte omvattend, moet de betekenis ervan vastgesteld worden door de context waarin het voorkomt. En Herbert Armstrong sloeg de spijker precies op de kop.

Let op Mattheüs 1:20:

Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zeide: Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt [Statenvertaling: ontvangen] is, is uit de heilige Geest.

"Verwekt" in dit vers is gennao. Waarom vertaalde de Statenvertaling het met "ontvangen"? Omdat er in de context een vrouw bij betrokken is. Dit is de enige plaats in de Bijbel waar gennao het vrouwelijke aandeel in de conceptie beschrijft.

Let erop dat Jezus nog niet geboren was! De Heilige Geest inspireerde Mattheüs gennao te gebruiken om het begin van het zwangerschapsproces, niet het einde, te beschrijven. Geleerden die andere opvattingen hebben, moeten door dit vers heel wat intellectuele gymnastiek uitvoeren om hun opvattingen te handhaven. Maar omdat de nadruk hier op een vrouw ligt, moest gennao vertaald worden met "ontvangen". Dit is hetzelfde woord dat in Johannes 3:3 vertaald is met geboren.

"Van boven geboren"?

Sommigen hebben geschreven dat de woorden "wederom geboren" in Johannes 3:3 "van boven geboren" betekenen. Ongetwijfeld beweren ze dit om geloofwaardigheid te verlenen aan hun theorie dat deze geboorte plaats vindt op het moment van bekering. De combinatie van woorden hier is gennao anothen. Anothen kan afhankelijk van de context vertaald worden met "van boven", "weer" of "vanaf de eerste". Maar let erop dat Nikodemus begreep wat Jezus zei toen Hij dit zei.

"Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden?" (vers 4). Hij vatte anothen op als "weer", niet als "van boven"! Nikodemus, een lid van het Sanhedrin, was geen simpele ziel; als geleerde en oudste onder de Joden, was hij heel vertrouwd met de taal die Jezus sprak. En zijn reactie was: "Hoe kan een mens opnieuw de moederschoot ingaan?" Hij wist dat de context van hun gesprek "weer" vereiste.

Opnieuw de moederschoot ingaan is heel aards. Nikodemus begreep dat Jezus doelde op een wederom geboren worden op aarde. Jezus voerde het gesprek nooit buiten de omgeving van de aarde, maar stelde eenvoudig vlees en geest op aarde tegenover elkaar. Pas in vers 12 verwijst Jezus naar iets buiten de aardse omgeving. "Indien Ik ulieden van het aardse gesproken heb, zonder dat gij gelooft, hoe zult gij geloven, wanneer [Statenvertaling: indien] Ik u van het hemelse spreek?"

Jezus getuigt er Zelf van dat Hij het had over iets dat tot de aarde beperkt was. Hij zei: "... indien Ik u van het hemelse spreek", niet "Ik heb u van het hemelse gesproken"! De geboorte waar Hij het over heeft zal dus op aarde plaatsvinden, niet van boven. Nikodemus begreep het in die context en tijdens het verloop van hun gesprek corrigeerde Jezus hem in dit opzicht niet.

Niet abstract

Hun gehele gesprek beperkt zich tot een aardse achtergrond. "Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk van God niet zien." (vers 3) "Zien" is idou, duidend op ofwel "mentaal beseffen" of "letterlijk met de ogen zien". Door de context van de volgende twee verzen kunnen we begrijpen dat het in fysieke zin moet worden opgevat.

Nikodemus zeide tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden? Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. (vers 4-5)

Binnengaan betekent letterlijk "naar binnen gaan" zoals men een gebouw zou binnengaan, niet een etherisch of abstract begrip.

Paulus zegt: "Vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven" (1 Corinthiërs 15:50); dit komt perfect overeen met Jezus' uitspraak. Als we dat combineren met Jezus als patroon voor de gehele nieuwe schepping, en dat Hij niet door een bekeringsproces heenging en toch werd wedergeboren door een opstanding uit de doden, dan moet Johannes 3:3-8 verwijzen naar het einde van het proces.

Anders moeten we proberen verzen als "Wat uit het vlees geboren is, is vlees" (vers 6) weg te redeneren. Dit is op zichzelf zonneklaar en heeft geen uitleg nodig. We zijn nog steeds beperkt tot het aardse. Maar de geboorte waar Jezus het over heeft, vindt later plaats: "Wat uit de Geest geboren is, is geest"!

De oude "speldentest" werkt nog steeds. We bloeden en voelen nog steeds pijn. We zijn nog vleselijk. We zijn nog geen geest, we zijn dus nog niet wederom geboren.

Het wordt zelfs nog duidelijker.

Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden. De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zó is een ieder, die uit de Geest geboren is. (vers 7-8)

Als wij, waarvan het duidelijk is dat we nog vleselijke wezens zijn, elkaar nog steeds kunnen zien komen en gaan, zijn we nog geen geest. Dat is zo duidelijk!

Verwarring van type en realiteit

Het proces dat eindigt met het wederom geboren worden, begint bij de verwekking. Door het gehele proces zien we echter typen, symbolische handelingen, die latere werkelijkheden vertegenwoordigen. Berouw en doop typeren een dood (Romeinen 6:2-11). We zijn voor de zonde gestorven, en als iemand sterft, wordt hij begraven. Evenzo worden wij in water begraven en staan er weer uit op (wat een opstanding typeert) om een nieuw leven te beginnen.

Maar we zijn nog niet wederom geboren, we zijn nog steeds vlees en bloed. God verleent ons Zijn Geest bij de handoplegging, maar we zijn nog geen geest. We hebben de Geest in een beperkte mate als onderpand, aanbetaling, garantie, van onze toekomst, de volledige verstrekking (2 Corinthiërs 1:22; 5:5). We zijn verwekt om het proces te beginnen.

We gaan door deze typen heen, maar de werkelijkheid ligt nog in de toekomst. En die zal niet plaatsvinden totdat we letterlijk sterven, onze lichamen vergaan en we door de macht van God worden opgewekt. Alleen dan zullen we geest zijn. Dan zullen we als de wind zijn. Het proces zal voltooid zijn. We zullen wederom geboren zijn!

Oudtestamentisch bewijs

Jezus zei tot Nikodemus: "Gij zijt de leraar van Israël, en deze dingen verstaat gij niet?" (Johannes 3:10). Had Nikodemus dit onderwijs moeten kennen? Ja! Wat had hij veronachtzaamd? De Schriften! Hij was een leraar van het Oude Testament. Zegt het Oude Testament iets over de opstanding uit de doden? Inderdaad!

Hier aan het begin van Zijn openbaar optreden benadrukt Jezus de hoop der mensheid, de opstanding uit de doden, de verandering van vlees naar geest, Hij noemt het alleen "wederom geboren" worden. Evenals alle goede leraren gebruikt Hij verschillende metaforen om hetzelfde proces uit te leggen, zodat meer mensen het concept zouden kunnen begrijpen. Hij vertelt Nikodemus nu dus dat hij dit punt vanuit het onderwijs van het Oude Testament zou moeten hebben herkend en begrepen.

Job wist van de opstanding af. Hij zegt tot God:

Och, of Gij mij in het dodenrijk wildet versteken, mij verbergen, totdat uw toorn geweken was; dat Gij mij een tijd steldet en dan weer aan mij dacht. Als een mens sterft, zou hij herleven? Dan zou ik hoop hebben al de dagen van mijn zware dienst, totdat mijn aflossing zou komen. (Job 14:13-14)

Al noemt Job het geen wederom geboren worden, toch wist hij dat hij van een fysiek wezen in een geestelijk wezen veranderd zou worden.

Nikodemus, een leraar der wet, heeft blijkbaar Jobs woorden nooit begrepen. Daarom opende Jezus zijn verstand. "Gij zoudt roepen [de laatste trompet] en ik zou U antwoorden, naar het maaksel uwer handen zoudt Gij verlangen." (Job 14:15) Onze God zal ernaar verlangen weer omgang te hebben met de fantastische houding, de schitterende gemoedsinstelling, het zuivere karakter dat Hij in ons schiep door onze ervaringen in het vlees. Evenals een vader ernaar verlangt zijn kind uiteindelijk geboren te zien worden na tijdens de zwangerschap van zijn vrouw zo lang te hebben moeten wachten, zo wil God ons in Zijn Koninkrijk geboren zien worden.

Later komt Job op dit onderwerp terug:

Maar ik weet: mijn Losser leeft en ten laatste zal Hij op het stof optreden. Nadat mijn huid aldus geschonden is, zal ik uit mijn vlees [niet langer vleselijk zijnde] God aanschouwen, (Job 19:25-26)

Hij wist dat als hij uit het graf zou opstaan, hij niet langer vleselijk zou zijn, al wist Nikodemus dit blijkbaar niet.

Anderen in het Oude Testament, zoals Daniël, hadden ook begrip van een geestelijke opstanding.

Velen van hen die slapen in het stof der aarde, zullen ontwaken, dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading, tot eeuwig afgrijzen. En de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel, en die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altoos. (Daniël 12:2-3)

Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 15:40: "Er zijn hemelse en aardse lichamen, maar de glans der hemelse is anders dan die der aardse." Zoals een ster helderder is dan een licht op aarde, zo zullen wij na de opstanding zijn vergeleken met nu. Paulus vond dit idee ? dat mensen zullen worden opgewekt en verheerlijkt ? in het Oude Testament.

Jesaja schrijft ook over de opstanding:

Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid des HEREN gaat over u op. Want zie, duisternis zal de aarde bedekken [verdrukking en de dag des Heren] en donkerheid de natiën, maar over u zal de HERE opgaan en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. Volken zullen opgaan naar uw licht en koningen naar uw stralende opgang. (Jesaja 60:1-3)

Paulus gebruikt hetzelfde beeld in 2 Corinthiërs 3:18: "En wij allen ... veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is."

Jesaja schrijft hier later in zijn boek over:

Voordat zij smarten kreeg, heeft zij gebaard; voordat de weeën haar overvielen, heeft zij een zoon ter wereld gebracht. Wie heeft zo iets gehoord, wie heeft iets dergelijks gezien? Wordt een land [een natie] op één dag voortgebracht of een volk op eenmaal geboren? ... (Jesaja 66:7-8a)

Een natie is een groot uitgegroeide familie, maar Jesaja spreekt over het onmiddellijk, in een ogenblik (zie 1 Corinthiërs 15:51-52), tot stand komen van zo'n familie. Hier hebben we de Godfamilie, het Koninkrijk van God, allemaal op hetzelfde moment (wederom!) geboren, met uitzondering van Christus, de Eerstgeborene.

Zou Ik ontsluiten en niet doen baren? zegt de HERE. Of ben Ik een, die doet baren en toesluit? zegt uw God. Verheugt u met Jeruzalem en juicht over haar, gij allen die haar liefhebt. Verblijdt u over haar met blijdschap, gij allen die over haar treurt, opdat gij zuigt en u laaft aan haar vertroostende borst, [ook een deel van de geboorteanalogie] opdat gij met volle teugen u laaft aan haar rijke moederborst. (Jesaja 66:9-11)

Jeruzalem, een type van de kerk, wordt opgewekt, wederom geboren en verheerlijkt.

Het geboorteproces

We werden naar Gods beeld en gelijkenis geschapen, maar niet in Zijn samenstelling. Zelfs nu, omdat we een menselijke geest hebben, gaat de mens de dieren ver te boven. Maar we hebben een andere Geest nodig, één die ons het potentieel, het vermogen, geeft om zonen van God te worden. Het proces begint als we de Heilige Geest ontvangen en eindigt als onze verandering aanbreekt.

Het worden van een zoon van God is echter een proces. Evenals het menselijke geboorteproces begint het met conceptie, een bevruchting, gevolg door een zwangerschap of groei, tot de baby geboren wordt. Voor de geboorte heeft de foetus bepaalde overeenkomsten met zijn ouders en deze overeenkomsten nemen met het naderbij komen van de geboorte toe. Als de baby uiteindelijk geboren wordt, is hij precies als zijn ouders; hij is volledig menselijk. De baby neemt dan zijn plaats als volwaardig en participerend lid van de familie in.

En zo is het ook met God. Als wij wederom geboren worden, zullen we precies als Hij zijn. Van dezelfde familie, van dezelfde soort, we zullen naar het beeld van onze Vader zijn ? er net zo als Hij uitzien! ? maar we zullen niet zo verheven zijn als onze Vader. Evenals een menselijke baby net zo menselijk is als zijn vader en moeder, zullen wij net zoveel God zijn als Hij dat is! Er zullen verschillen zijn: talent, ontwikkeling, positie, autoriteit, macht, enzovoort, maar we zullen door die geboorte echt eeuwig leven hebben!

Andere schriftgedeelten verduidelijkt

Als we eenmaal "wederom geboren" op de juiste manier begrijpen, worden andere problematische verzen, in het bijzonder in de brieven van Johannes, duidelijk. Let op 1 Johannes 5:1: "Een ieder, die gelooft, dat Jezus de Christus is, is uit God geboren." Zoals we uit Johannes 3:3-8 weten, zijn we nog niet uit God geboren. Hoe kunnen we dit vers dus verduidelijken?

"Geboren" is gennao, dat alles vanaf conceptie tot geboorte omvat. Welk woord is dan hier van toepassing? Vleselijke mensen zijn nog niet uit God geboren, we moeten dus "verwekt" gebruiken. Aangezien het verwijst naar het mannelijke aandeel in deze handeling past het woord "conceptie" hier niet.

"En ieder, die Hèm liefheeft, die deed geboren worden [de Vader], heeft (ook) degene lief, die uit Hem geboren is." (zelfde vers) Hier moeten we ook het woord verwekken gebruiken.

"Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonde." (1 Johannes 3:9) Hoe verklaren we dit? We kunnen het laten zoals het er staat, omdat 1 Johannes 1:8 duidelijk stelt dat we nog steeds kunnen zondigen. In dit geval moeten we 1 Johannes 3:9 opvatten als een verwijzing naar iemand die letterlijk in Gods Koninkrijk geboren is.

Een andere, nauwkeuriger opvatting is dat een christen, verwekt door God, niet uit gewoonte zal zondigen. We hebben gezien dat we nog steeds kunnen zondigen en 1 Johannes 2:1 zegt dat we "niet tot zonde zouden moeten komen". Dit duidt erop dat we geen toestemming hebben te zondigen, maar als we het doen, kan het vergeven worden. De context impliceert incidentele zondige handelingen, geen zondige Handelingen als gewoonte.

Dit komt exact overeen met 1 Johannes 3:9, waar staat dat een door God verwekte zoon "niet zondigt". Dit is in de tegenwoordige tijd geschreven, duidend op een voortdurende actie. Het wordt op deze manier een dringende oproep: Een christen moet niet zondigen! Dit betekent dat we niet uit gewoonte, doelbewust, gemakkelijk of met boos opzet moeten zondigen. Als we gennao met verwekken vertalen, geeft dit een nauwkeuriger en dieper begrip van onze verantwoordelijkheid om onze Vader in de hemelen te verheerlijken door te streven naar gerechtigheid.

Als we op basis van het eigen getuigenis van de Bijbel en de Griekse definities van hun eigen woorden begrijpen dat gennao het geboorteproces van het begin tot het einde bestrijkt, dat Jezus Christus het patroon vaststelde dat wij zullen volgen door middels een opstanding uit de doden wederom geboren te worden, kunnen we het juiste woord substitueren om de betekenis te verduidelijken. Als we hier zorgvuldig in zijn, zullen we de Schriften op geen enkele manier verdraaien.

Uit de pagina's van de Bijbel springen ontzagwekkende waarheden op ons af als we de Bijbel zichzelf laten uitleggen! God heeft de Schriften met zo'n perfectie in elkaar gezet om ons begrip van Zijn prachtige plan met ons te verbreden en te verdiepen. In typen en metafoors en duidelijke taal heeft Hij het fantastische proces geopenbaard dat wij volgen als we streven naar eeuwig leven in het spoedig komende Koninkrijk van God!

© 1994 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)