God is ... wat?

Door John W. Ritenbaugh
1994
>Wie is God? Wat is Zijn karakter? Is God één Wezen? Twee? Drie? Is God een familie? Wat betekent Elohim en duidt dat woord op één of meer dan één Wezen?

Bijbelonderzoekers hebben eeuwenlang naar de antwoorden op deze vragen gezocht. De antwoorden worden in de Openbaring van de Bijbel gevonden, de enige plaats waar ware kennis van God, Zijn plan en Zijn manier van leven wordt uitgelegd. De waarheid is eenvoudig ? en verbazingwekkend!

Vragen over wat God is zijn al bediscussieerd ? soms op gewelddadige wijze ? sinds de mens naar Hem op zoek ging. Het is duidelijk dat we God niet kunnen zien, maar als Hij Zichzelf in de bladzijden van de Bijbel heeft beschreven, waarom zou wat Hij is dan zo moeilijk te doorgronden zijn? Waarom argumenteren over wat de Bijbel rechtstreeks zegt, of in zijn terminologie, visioenen, analogieën en symbolen impliceert? In antwoord op deze laatste vraag, ons concept van God bepaalt de diepgang van onze relatie met Hem en ons begrip van Zijn doel met ons (Jesaja 40).

Deuteronomium 29:29 zegt: "De verborgen dingen zijn voor de HERE, onze God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen voor altijd, opdat wij al de woorden dezer wet volbrengen." De apostel Paulus voegt in 1 Corinthiërs 2:10-11 hieraan toe dat God ons het mysterie van Zijn doel heeft geopenbaard door Zijn Geest.

Natuurlijk schrijft Paulus aan bekeerde mensen. Het is duidelijk dat God Zichzelf of wat Hij is niet verbergt voor hen aan wie Hij Zichzelf en Zijn Zoon specifiek openbaart (Johannes 6:44, Mattheüs 11:27). Gods Openbaring van Zichzelf is zo duidelijk dat Paulus zegt dat zelfs de niet-bekeerde veel van Hem kan begrijpen door observatie van Zijn schepping.

Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in [voor] hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard. Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid [goddelijke natuur], wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. (Romeinen 1:18-20)

Jezus' eigen getuigenis laat zien dat Hij kwam om de Vader te openbaren. Toen Filippus Hem vroeg hen de Vader te tonen, antwoordde Hij: "Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader?" (Johannes 14:9). Als we Jezus' Openbaring van de Vader combineren met de openbaringen door de profeten en apostelen, ontstaat er een duidelijk plaatje van wat we in samenhang met behoud over God moeten weten.

Is God een drie-eenheid?

Openbaart God Zich in de geïnspireerde Openbaring van Zichzelf en Zijn doel als een drie-eenheid? Let op deze aanhalingen van een aantal gezaghebbende bronnen (nadruk van deze auteur):

Al is 'drie-eenheid' een term uit de tweede eeuw die we nergens in de Bijbel vinden en de Schriften geen afgeronde uitspraak over drie-eenheid geven, bevat het NT de meeste bouwstenen voor een latere leerstelling. (The International Standard Bible Encyclopedia, "Trinity," p. 914)

In het NT vindt men niet de paradox van de drie-eenheid die zegt dat de Vader, Zoon en Geest een gezamenlijk bestaan hebben binnen een goddelijke eenheid, het mysterie van de drie in één, toch vindt men daar de gegevens die het fundament vormen van deze latere leerstellige formulering. [The Anchor Bible Dictionary, "God (NT)," p. 1055]

Het nieuwe element is de historische Jezus, die tegelijkertijd de vertegenwoordiger is van de mensheid en van God. Zoals in de filosofie was nu ook in de theologie de gemakkelijkste oplossing van het probleem de ontkenning van één der factoren: en stapje voor stapje werden deze inspanningen uitgevoerd totdat er een oplossing was gevonden in de leerstelling over de drie-eenheid, die aan alle kanten voldeed en de fundamentele geloofsbelijdenis werd van de kerk. De denkvormen van deze leerstelling zijn die van de Griekse filosofie en daarin werden de joodse leerstellingen opgenomen. We hebben dus een bijzondere combinatie ? de religieuze leerstellingen van de Bijbel zoals die hun hoogtepunt bereikten in de persoon van Jezus, die zijn samengevoegd met de vormen van een daarmee strijdige filosofie. (The Encyclopedia Britannica, "Christianity," 11th ed., vol. 6, p. 284)

Het nieuwtestamentische onderwijs over dit onderwerp wordt niet gegeven in de zin van een formele uitspraak. De formele uitspraak wordt zoals het behoort noodzakelijkerwijze afgeleid van de Schriften van het Nieuwe Testament, en deze werpen, zoals reeds gesuggereerd, een licht terug op de vage aanwijzingen van het Oude. ... Het wordt door allen die nadenkend met dit onderwerp omgaan, toegegeven dat de Openbaring van de Schrift ons op dit punt in de nabijheid brengt van een diepgaand mysterie. (Unger's Bible Dictionary, "Trinity," p. 1118)

Deze aanhalingen erkennen dat het idee van een drie-eenheid op zijn best wordt afgeleid uit de Schrift, en deze wetenschappelijke afleidingen zijn gebaseerd op menselijke en "van God vervreemde" redeneringen. Wat is er verkeerd met de eigen beschrijving van de Bijbel over God? De problemen ontstaan als iemand probeert van God vervreemd, menselijk, filosofisch denken te combineren met de eigen duidelijke uitspraken van de Bijbel over God. Aan dit vreemde mengsel wordt dan nog de tegenzin van de mens toegevoegd om "de eenvoudigheid die in Christus is" te geloven (2 Corinthiërs 11:3, Statenvertaling). Zou een liefhebbende God de Bijbel dusdanig inspireren dat deze voor Zijn volk moeilijk te begrijpen is?

De Bijbel openbaart God!

De inhoud van de Bijbel is de Openbaring van God aan bekeerde mensen. Openbaren betekent "bekendmaken door goddelijke inspiratie; (iets geheims of verborgens) publiekelijk of algemeen bekendmaken; kenbaar maken, aan het gezicht blootstellen, onthullen." Jezus zegt in Mattheüs 11:25: "Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard." Het feit dat deze woorden deel uitmaken van Zijn antwoord op een vraag wie Hij was, maakt deze uitspraak in het bijzonder interessant (vers 2-3).

Zijn identiteit wordt duidelijk geopenbaard in wat Hij over Zichzelf zei. Maar de joodse leiders verwierpen Zijn onderwijs, terwijl de nederige, weinig ontwikkelde en eenvoudige mensen het aanvaardden en geloofden. In plaats van de werkelijke wetenschap aan de kaak te stellen, benadrukt Jezus de houding van de "kleinen". Op die manier veroordeelt Hij de intellectuele trots van de leiders, die hen ertoe bracht Zijn duidelijke Openbaring van God te verwerpen, in tegenstelling tot de "kleinen" die door hun nederigheid in staat waren het te aanvaarden.

In Genesis 1:26 schrijft Mozes dat de mens geschapen is naar het "beeld" en de "gelijkenis" van God. Elk betrouwbaar woordenboek vermeldt dat "beeld" en gelijkenis" elkaar versterken op een manier die het Hebreeuws eigen is. Het betekent dat we in vorm op God lijken en het impliceert dat we, evenals Hij, een geestelijk vermogen en potentieel hebben dat dieren niet hebben.

Genesis 2:24 laat zien dat twee menselijke personen ? een man en vrouw ? één vlees kunnen worden. Waarom kan God dan niet één zijn met twee aparte persoonlijkheden die onafhankelijk maar toch in volledige harmonie werken? Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 6:17: "Maar die zich aan de Here hecht, is één geest (met Hem)." Als een mens één met God kan zijn en volkomen apart kan blijven, waarom kan dan een ander geestelijk wezen met een aparte persoonlijkheid niet één met Hem zijn? Het evangelie van Johannes bewijst in vele passages dat dit mogelijk is.

Het fysieke is een parallel van het geestelijke

Een andere benadering van dit onderwerp is te vinden in het bijbelse gebruik van gelijkenissen (Grieks: parabole). Gelijkenis komt qua betekenis het dichtst bij "overeenkomst". In het algemeen, maar niet altijd, worden gelijkenissen ingeleid met de woorden: "Het koninkrijk van God is gelijk aan ..." In Hebreeën 9:9 wordt parabole vertaald met "zinnebeeld" en in 11:19 met "bij wijze van spreken". Deze woorden duiden erop dat een vergelijking wordt gemaakt om parallellen te laten zien, zodat we vanuit de menselijke, tijdelijke en materiële sfeer de eeuwige en geestelijke werkelijkheid zouden kunnen begrijpen.

Jezus verwees voortdurend naar God als "Vader", naar Zichzelf als "Zoon" en wie de wil van God doet als "broeder", "zuster" of "moeder" (Marcus 3:35). Paulus voegt in Romeinen 8:14 hieraan toe: "Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods", en in de verzen 16, 17 en 19 wisselt hij het gebruik van "kinderen" af met dat van "zonen".

Johannes zegt: "Wij zijn kinderen Gods en ... wij zullen Hem gelijk wezen" (1 Johannes 3:2), waarmee hij impliceert dat wij op een bepaalde dag meer op Hem zullen lijken dan we nu doen, zelfs al zijn we ook nu naar Zijn beeld en gelijkenis. Er zijn nog veel meer schriftgedeelten die deze familieparallel laten zien, maar Efeziërs 3:14-15 vat deze waarheid heel duidelijk samen: "Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader, naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt." Er bestaat reeds een Familie in de hemel ? niet de familie der engelen, maar de Familie waarin wij zonen en dochters zijn! Wij maken deel uit van die hemelse Familie, maar zijn nog op aarde.

Jezus en de apostelen gebruiken zoveel familieparallellen dat de les verpletterend is. Bestaan families uit slechts één lid? Natuurlijk niet!. Waarom zouden Jezus en de apostelen zelfs zo'n analogie almaar weer gebruiken als er geen eerlijke parallel tussen de soorten bestaat op het menselijke, fysieke familieniveau en het goddelijke, geestelijke niveau?

Wat is Elohim?

Het vijfde woord in de Bijbel is de eerstvermelde naam van God, elohim. Deze naam functioneert bijna als Gods handtekening, waarmee Hij Zijn auteurschap van het Boek bekrachtigt. Het komt 2606 maal voor in de Bijbel en 2346 keer hiervan verwijst het naar God. Elohim wordt ook gebruikt voor afgoden, mensen, engelen en rechters. Het onderliggende basiswoord betekent "zweren", desondanks impliceert het woord de concepten van macht en autoriteit. De bijbelse schrijvers gebruiken het in de betekenis van "machtigen" of "autoriteiten".

Qua woordvorm is elohim meervoudig, maar het wordt in de Bijbel gebruikt met werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden in het enkelvoud, duidend op een lichaam, groep, klasse of familie die uit meer dan één deel bestaat. Herbert Armstrong bedacht de term "uniplural" om deze betekenis over te brengen. We kunnen gemakkelijk zien dat engelen, rechters en afgoden aparte machtige lichamen, groepen, klassen of families van wezens zijn bestaande uit meer dan één persoonlijkheid. Waarom zou het gebruik van elohim anders zijn als het op God wordt toegepast?

Webster's Dictionary definieert klasse als "een groep mensen van dezelfde rang of status binnen een gemeenschap, een uitgebreide groep dieren of planten". Het definieert familie als "een groep bestaande uit ouders en hun kinderen; een harmonieuze groep door gemeenschappelijke belangen met elkaar verbonden".

"Familie" behoeft niet beperkt te worden tot de betekenis van bloedverwantschap. Het kan ook correct worden gebruikt om een groep bestaande uit vele leden aan te duiden die door beroep, levensvorm, status, verantwoordelijkheid, soort, enzovoort aan elkaar verwant zijn. In deze betekenis gebruikt de Bijbel vaak elohim.

Engelen zijn een familie van geschapen geestelijke wezens, één soort. Rechters vormen een groep individuen met gemeenschappelijke autoriteit en verantwoordelijkheid. Zoals Paulus zegt: "Er zijn goden in menigte en heren in menigte" (1 Corinthiërs 8:5), valse goden zijn een groep ? ze vallen in één categorie ? omdat ze een gemeenschappelijke dreiging vertegenwoordigen. Ze zijn allemaal vals.

Soms wordt elohim gebruikt met betrekking tot een enkele persoon. In All the Divine Names and Titles in the Bible schrijft Herbert Lockyer:

Toch is het woord in zijn enkelvoudige vorm niet sterk genoeg om alles weer te geven wat er wordt bedoeld. ... Het is een schatkamer van waarheid betreffende de Personen [meervoud] in de godheid in hun essentiële eenheid, en een manier om de overvloed en gevarieerdheid aan transcendente eigenschappen die in de godheid gecombineerd zijn, uit te drukken. (p. 6)

Dr. Parkhurst schrijft in zijn Hebrew Lexicon:

Elohim is meervoud in eenheid. Daarom wordt Jehova bij het begin van de schepping Elohim genoemd, wat impliceert dat de goddelijke Personen [meervoud] gezworen hadden toen Zij schiepen.

Een andere manier om het gebruik van elohim in de Schrift te begrijpen is door het Griekse equivalent, theos, te definiëren. In de Septuaginta, een Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel wordt elohim met theos vertaald. De King James Version vertaalt beide woorden met "God", maar beide hebben in zich de duidelijkere betekenis van "heerser". Satan de duivel wordt "de god [theos, heerser] van deze eeuw" genoemd (2 Corinthiërs 4:4). Paulus merkt op dat er sommige mensen zijn "wier God [theos, heerser] hun buik is" (Filippenzen 3:19), duidelijk duidend op mensen die door hun fysieke verlangens worden beheerst.

Als we dit toepassen op Johannes 1:1-2 wordt deze definitie interessant: "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God." Een letterlijke vertaling verdrijft mogelijke verwarring: "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij de God." Als we de woorden "Jezus" en "Heerser" aan deze verzen toevoegen, worden ze duidelijk: "In den beginne was Jezus en Jezus was bij de Heerser en Jezus was Heerser. Hij was in den beginne bij de Heerser."

Deze eenvoudige oefening laat twee Wezens zien, beiden van dezelfde klasse (Heerser), beiden eeuwig, maar de Ene heeft grotere autoriteit dan de Ander. Johannes onderwijst ons dat Jezus Christus onze Heerser is, maar Hij heeft ook een Heerser (de Heerser). 1 Corinthiërs 11:3 bevestigt dit nog meer: "Het hoofd van de man is Christus en het hoofd van Christus is de God" (letterlijke vertaling). Jezus Christus is de Heer (Eigenaar, Heerser of Meester) van de mens en God de Vader is Heer van de Christus (conform 1 Corinthiërs 15:23-28).

Daar Johannes 1:1-2 Hem als God ten tonele voert, identificeerde Jezus, toen Hij Maria Magdalena zei: "Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God" (Johannes 20:17), duidelijk twee persoonlijkheden van de klasse Heerser. En Hij moest Zich aan de grotere van deze twee ter aanvaarding presenteren.

Twee aparte persoonlijkheden

Als dit alles was dat we hadden, zouden we reed sterk bewijs hebben dat God een Familie bestaande uit individuen is, die in harmonie leven en werken aan een gemeenschappelijk plan om een gemeenschappelijk doel te bereiken. Maar er is veel meer! En anders dan het populaire geloof, is daar geen doctorstitel voor nodig om het te begrijpen ? gewoon normale intelligentie is voldoende.

Zoals we gezien hebben, begint het evangelie naar Johannes met: "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God" (Johannes 1:1-2). Met betrekking tot het woord bij zegt een woordenboek: "gebruikt om aan te duiden dat twee of meer personen of dingen samen zijn, in elkaars nabijheid, in overeenstemming, harmonie, enzovoort; in het gezelschap van, vergezeld door."

Het volgende vers luidt: "Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is." Paulus diept deze gedachte in Colossenzen 1:16 verder uit:

"Want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen."

Deze verzen openbaren het Woord, dat Jezus Christus werd, als Degene die de schepping uitvoerde, die het werk uitvoerde om de schepping tot stand te brengen. Hij is niet alleen God maar bij een Ander die ook God is. "Door Hem" impliceert dat dit andere Wezen het Woord volmacht verleende tot het uitvoeren van de werken der schepping. Duidt dit niet op twee aparte persoonlijkheden, die beide door inspiratie God worden genoemd en die in harmonie samenwerken om een werk tot stand te brengen?

Psalm 45 is een messiaanse profetie:

Gij zijt schoner dan de mensenkinderen, liefelijkheid is over uw lippen uitgegoten; daarom heeft God u voor altoos gezegend. Gord uw zwaard aan de heup, gij held, uw majesteit en uw luister; ja uw luister! Rijd voorspoedig uit, voor de zaak van waarheid, ootmoed en recht, uw rechterhand lere u geduchte daden: uw pijlen zijn gescherpt ? volken zijn onder u ? zij dringen in het hart van des konings vijanden. Uw troon, o God, staat voor altoos en eeuwig, uw koninklijke scepter is een rechtmatige scepter. Gij hebt gerechtigheid lief en haat goddeloosheid; daarom heeft, o God, uw God u gezalfd met vreugdeolie boven uw metgezellen;" (vers 3-8)

Het woord voor "God" dat eenmaal voor de Messias wordt gebruikt en later voor de God van de Messias, is elohim! Paulus haalt deze Psalm in Hebreeën 1:8-9 aan om te bewijzen dat Jezus ("door wie Hij ook de wereld geschapen heeft", vers 2) recht heeft op de aanbidding van engelen. Iemand aanbidden die minder is dan God is een overtreding van het eerste gebod! Dit laat zien dat Jezus zowel voor als na Zijn vleeswording God was.

Filippenzen 2:6-7 voegt nog meer aan ons begrip hiervan toe:

[Jezus Christus] die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.

J.B. Phillips geeft dit als volgt weer:

Want Hij, die van nature altijd God was geweest, hing niet aan Zijn privileges als Gods gelijke, maar ontdeed Zich van elk voordeel door ermee in te stemmen van nature een slaaf te worden en uit de mensen geboren te worden.

James Moffatt vertaalt als volgt:

Ook al was Hij goddelijk van nature, Hij hechtte niet veel waarde aan gelijkheid met God, maar ontledigde Zich door de natuur van een dienaar aan te nemen, geboren in menselijke gedaante en in menselijke vorm verschijnend.

Zoals in andere schriftgedeelten was Hij God, goddelijk van nature, bij ? naast, vergezellend ? een andere persoonlijkheid maar ook God genoemd!

Als we het onderwerp 'wil' in beschouwing nemen, komen we tot een soortgelijke conclusie. Jezus bidt in de hof van Getsemane tot Zijn Vader: "Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van Mij weg; doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede!" (Lucas 22:42). Heeft God een samengestelde persoonlijkheidsstoornis? De beste uitleg is dat twee Wezens met elk een individuele wil op harmonieuze wijze in één Familie naast elkaar bestaan, omdat de Ene Zich onderwerpt aan de wil van de Ander.

Dit verklaart ook waarom Genesis 1:26 de meervoudige voornaamwoorden "Ons" en "Onze" gebruikt om te verwijzen naar hun antecedent elohim. Daar werkten twee goddelijke persoonlijkheden als één. Zij zijn gelijkwaardig in de zin dat ze beiden God zijn, maar ze zijn niet gelijk qua autoriteit, evenals man, vrouw en kind gelijkwaardig zijn in de zin dat ze allen mens zijn, maar ze hebben niet allen dezelfde autoriteit. Jezus zegt dit Zelf: "Mijn Vader is meer dan Ik" (Johannes 14:28).

Heeft iemand ooit God gezien?

In Johannes 8:58 identificeert Jezus Zichzelf als de "IK BEN". Verder zegt Hij ook dat de mens "nooit zijn [de Vaders] stem heeft gehoord of zijn gedaante gezien" (Johannes 5:37), en alleen Jezus Christus Die van God kwam heeft de Vader gezien (Johannes 6:46).

Is dit een tegenspraak? Israël hoorde God de tien geboden uitspreken (Exodus 20:1), en Mozes, Aäron, Nadab, Abihu en zeventig oudsten van Israël zagen de God van Israël (Exodus 24:9-11). Blijkbaar aten ze een maaltijd in Zijn aanwezigheid!

Adam en Eva wandelden en spraken in de hof van Eden met God (Genesis 3:8-24). Abraham sprak vaak met God (Genesis 15) en voor de verwoesting van Sodom had hij Hem te gast in zijn tent (Genesis 18). Hij gaf tienden aan Melchisedek, die door Paulus met Christus wordt geïdentificeerd (Genesis 14:18-20, Hebreeën 7). Jozua zag Hem voordat de Israëlieten rondom Jericho trokken (Jozua 5:13-15), enzovoort.

Als velen God hebben gezien en toch niemand "ooit" God heeft gezien, kan er slechts één conclusie zijn: Twee persoonlijkheden vormen samen de Godheid. Zij zagen God, Degene die Jezus van Nazaret werd, niet de andere persoonlijkheid uit de godheid, die later "de Vader" werd genoemd. Vóór Jezus' openbare optreden had Israël slechts vage aanwijzingen over het bestaan van de Vader, want een deel van Zijn opdracht was de Vader aan Zijn volk bekend te maken (Johannes 1:18; 17:25-26).

Dus ook de "fysieke" relatie tussen de Vader en Jezus Christus, de Zoon, illustreert hun bestaan apart van elkaar. Door de kracht van Zijn Heilige Geest (Lucas 1:35) bevruchtte God de Vader Maria, en Zijn Zaad, Jezus, werd Immanuël genoemd, "God met ons" (Mattheüs 1:23). Hij wordt "de eniggeborene des Vaders" genoemd (Johannes 1:14). Daar het voor ieder wezen onmogelijk is zichzelf te verwekken, moeten er wel twee aparte Wezens bij betrokken zijn.

Een extra punt ter overweging is dat juist de hoop van een christen tevergeefs is als Jezus Christus niet uit de doden opstond (1 Corinthiërs 15:12-19). Maar we weten dat Hij wel opstond (vers 3-4). Wie wekte Hem dan op uit de doden, als er geen verschillend en apart ander Wezen bestond?

Dezelfde redenering geldt voor Zijn opvaring ten hemel. Hij zei Maria Magdalena Hem niet vast te houden "want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader" (Johannes 20:17). Hij kon niet opvaren naar Zichzelf! En waar ging Hij heen? Naar de derde hemel om aan de rechterhand van Zijn Vader te gaan zitten (Hebreeën 1:3)!

Wij kunnen één met Hen zijn!

De Bijbel staat vol van soortgelijke voorbeelden die duidelijk laten zien dat God uit twee Wezens bestaat die in een familieharmonie samenwerken. In Johannes 17:20-22, deel uitmakend van Jezus' gebed voor Zijn kruisiging, bidt Hij dat wij allen één zouden zijn met de Vader evenals Hij en de Vader één zijn. Toen Hij dat gebed uitsprak, waren Hij en Zijn Vader zeker verschillende persoonlijkheden, toch waren ze één. Zij hebben dezelfde natuur, zijn één van geest en vormen één Familie (Koninkrijk). Zij zijn elohim die in volledige samenwerking en harmonie werken. En wij hebben de ontzagwekkende gelegenheid één met Hen te zijn zoals Zij dat zijn (Mattheüs 25:34; Johannes 14:1-3)!

Christus' gebed in Johannes 17 impliceert dat deze eenheid, tenminste in zijn volledigheid, tot stand zal komen als wij in Zijn Koninkrijk geboren worden. Zullen wij door God omgeven worden en onze persoonlijke identiteit verliezen? Openbaring 3:12 zegt dat we een nieuwe naam zullen krijgen. Namen worden gegeven aan dingen en mensen om een persoonlijke identiteit vast te stellen of de een van de ander te onderscheiden! Evenals de Vader en de Zoon aparte persoonlijkheden zijn, zo zullen wij dat ook zijn.

Openbaring 21:24 heeft het over koningen van naties, deel uitmakend van het Koninkrijk van God, die duidelijk als individuen identificeerbaar zijn. Johannes zag naties, erop duidend dat hij nationale eigenschappen zag in individuen die in het Koninkrijk van God geboren werden en hun plaats in de goddelijke Familie innamen. Evenals een kind te onderscheiden valt van zijn vader, terwijl het een familiegelijkenis met hem vertoont, zo zullen wij de Familie van God binnengaan en onze individualiteit behouden.

Het overweldigende bewijs is dat God één is (Deuteronomium 6:4), een Familie die werkt aan het vervullen van haar doel om vele miljarden in zich op te nemen. Wat een geweldige last zal van de gehele schepping worden weggenomen als God door genade en ontzagwekkende scheppende kracht, de scheiding en het conflict van de sfeer der mensen doet verdwijnen door hen in de eenheid van God te doen opgaan!

© 1994 Church of the Great God
PO Box 471846
Charlotte, NC 28247-1846
(803) 802-7075

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)