Pascha:
Het begin van Gods basisplan

Ambassador College Bijbelcursus Les 25
1986

Paulus zei dat Christus "ons Pascha "offer is. Wat bedoelde hij? De meeste mensen veronderstellen dat Christus' dood het plan van God VOLTOOIDE. Niets is minder waar. Laten we begrijpen waarom.

Toen Jezus aan het kruis Zijn laatste adem uitblies, riep Hij uit: "Het is volbracht" (Johannes 19:30). Het traditionele christendom heeft daarom verondersteld dat de dood van Christus Gods plan van behoud voltooide.

Maar wat was er volbracht?

Dat was het werk dat de Vader aan Jezus had opgedragen te doen (Johannes 17:4). Dat werk was inclusief het offer van Zijn leven als "ons Pascha" (1 Corinthiërs 5:7) om de straf voor onze zonden te betalen.

Maar de dood van Jezus was niet de voltooiing van het plan van behoud! Helemaal niet. Het was slechts het begin — de eerste stap in Gods basisplan.

Het Pascha beeldde Christus' offer uit

Het eerste Pascha werd door het oude Israël gehouden vlak voordat ze uit Egypte trokken. Ze waren bijna een eeuw slaven in Egypte geweest, voordat God hen door een serie plagen bevrijdde, plagen die Hij veroorzaakte als straf voor hun Egyptische overweldigers voor hun weigering hen te laten gaan. De tiende en laatste plaag was de dood van alle eerstgeborenen in Egypte.

Maar niemand van de Israëlieten werd daardoor getroffen.

God had door Mozes ieder Israëlitisch gezin in Egypte geïnstrueerd een lam te offeren en iets van het bloed aan de deurposten van hun huizen te strijken. In de nacht waarin dit werd gedaan, ging de doodsengel aan ieder huis voorbij dat met het bloed van een lam was gemarkeerd.

God beschermde het oude Israël voor de fysieke dood door een symbool — het bloed van deze lammeren. Dit stond symbolisch voor het bloed van Christus, het "Lam Gods" (Johannes 1:29), dat veel later vergoten zou worden om het geestelijk behoud van de mensheid mogelijk te maken.

Met de instelling van het Pascha begon God Zijn nieuwe tot stand komende natie en vergadering ("gemeente" — Handelingen 7:38, Petr. Canisiusvertaling) zeven jaarlijkse feesten te openbaren en beval hun die voor altijd te houden.

Waarom deze feesten?

Gods jaarlijkse feesten en heilige dagen hebben een ontzagwekkende geestelijke betekenis. Ze brengen Zijn volk niet alleen bij elkaar in heilige samenkomsten (bevolen religieuze vergaderingen), maar nog veel belangrijker, zij openbaren Zijn grote basisplan waardoor Hij Zijn ontzagwekkend doel met de mensheid uitvoert!

De jaarlijkse vieringen die God instelde, openbaren een stap voor stap ontwerp van hoe Hij Zijn allerbelangrijkste doel aan het uitvoeren is. Elk feest beeldt een grote gebeurtenis uit in Gods plan van behoud voor de gehele mensheid.

Maar de grote meerderheid is misleid door Satan, de "god van deze wereld" (2 Corinthiërs 4:4; Openbaring 12:9). Zij begrijpen de ware weg naar behoud niet. Dat komt omdat zij niet weten wat zonde is en evenmin wat de straf voor zonde is. Als gevolg daarvan weten ze niet echt waarom de mens een Verlosser nodig heeft! De betekenis van bekering wordt niet begrepen, evenmin waar Gods manier van leven over gaat. Ze begrijpen niet wat Gods Geest is, waarom we die nodig hebben en hoe we die kunnen ontvangen.

De religies van deze wereld begrijpen het proces niet van geestelijke verwekking, groei en geboorte in Gods goddelijke Familie. Zij weten niet dat God nu slechts enkelen in Zijn kerk roept, of dat die enkelen nu worden getraind om in Christus' spoedig komende wereldregering te heersen. Ook beseffen ze niet dat de enorme "niet-behouden" meerderheid zijn gelegenheid tot behoud in een later, gunstiger tijdperk zal krijgen, als Christus en Zijn uit Geest geboren assistenten over de aarde zullen heersen.

Geheel deze waarheid wordt uitgebeeld door Gods jaarlijkse feesten en heilige dagen! Zij die deze bevolen dagen getrouw houden, worden ieder jaar opnieuw herinnerd aan deze geestelijke waarheden.

Evenals de wekelijkse sabbat, als die op de manier die God bedoelde gehouden wordt, de juiste relatie van de mens met zijn Schepper in stand houdt en hem het begrip van Zijn grote doel met de mensheid voor ogen doet houden, zo houden de jaarlijkse feesten en sabbatten de juiste kennis van Zijn plan binnen de kerk in stand. Elke groep die weigert de heilige dagen die God heilig maakte, te houden, heeft geen juiste relatie met God en begrijpt eenvoudigweg niet wat de ware weg tot behoud is!

Gods dagen zijn voor Gods volk — Zijn kerk. Tijdens Christus' toekomstige regering op aarde zal de rest van de wereld door Zijn kerk deze dagen leren kennen en hun essentieel belangrijke betekenis voor de mensheid.

Nieuwtestamentische herdenking van Christus' dood

God beval het oude Israël het Pascha te houden als een jaarlijkse herdenking van het feit dat Hij hun eerstgeborenen in Egypte voor de dood beschermde. Christenen wordt ook in deze tijd door God bevolen het Pascha te houden, met de nieuwtestamentische symbolen van ongezuurd brood en wijn, als jaarlijkse herdenking dat Hij hen heeft verlost van de straf van de eeuwige dood door het offer van Jezus Christus, "ons Pascha" (1 Corinthiërs 5:7), die het nieuwtestamentische Pascha"Lam" (Johannes 1:29) werd.

De Bijbel laat duidelijk zien dat de dood van Christus de eerste gebeurtenis, de eerste stap, is in Gods grote plan om uiteindelijk miljarden mensen in Zijn Familie te brengen. Het Pascha, het eerste van Gods jaarlijkse feesten, beeldt die gebeurtenis uit. Jezus beval ons het ieder jaar, met nieuwe symbolen, in acht te nemen, zodat we altijd Zijn grote offer in gedachten zouden houden.

De kerk die Jezus stichtte en in stand beloofde te houden, begrijpt dat het nieuwtestamentische Pascha de jaarlijkse herdenking is van het lijden en sterven van Jezus Christus — dat het onze verzoening met God uitbeeldt door een Verlosser die ons redde van de straf voor onze in het verleden begane zonden.

Maar deze misleide wereld begrijpt de werkelijke betekenis van Christus' offer niet. In plaats van het Pascha te houden, houdt het traditionele christendom Pasen, zogenaamd ter ere van Christus' opstanding. Toch beveelt de Bijbel ons nergens Zijn opstanding te vieren. En de wereld gedenkt de opstanding zelfs op de verkeerde dag! (De oorsprong van Pasen en wat de Bijbel daarover en over andere religieuze feestdagen zegt, zal in een toekomstige les worden behandeld.)

Gods kerk heeft de kostbare kennis van Zijn waarheid, en Zijn door de Geest verwekte kinderen houden trouw al Zijn feesten! U staat op het punt aan een fascinerende serie lessen te beginnen, die de betekenis van Gods zeven jaarlijkse feesten en heilige dagen grondig zal uiteenzetten. Laten we beginnen om de details te bestuderen van de eerste stap in Gods fantastische basisplan — het Pascha.

LES 25

Het Paschalam: een profetie van Christus' offer

Gods jaarlijkse feesten zitten vol betekenis. Ze werden gegeven om ons de kennis van de zeven stappen in Gods plan voor ons geestelijk behoud en het zoonschap in Zijn Familie te onderwijzen.

God begon het oude Israël al iets te openbaren over Zijn feesten en heilige dagen toen ze nog slaven in Egypte waren. Toen gaf God Zijn volk de opdracht het Pascha te houden. In deze tijd kunnen we begrijpen dat dit feest de eerste stap uitbeeldt in Gods basisplan.

Het oudtestamentische Pascha was een herdenking van het eerste Pascha dat God instelde voor de verlossing van de Israëlitische eerstgeborenen van de plaag die de dood bracht. God had Zijn plagen over Egypte uitgestort om de Farao te beïnvloeden de Israëlieten vrij te laten, zodat ze Hem in de woestijn konden aanbidden (Exodus, de hoofdstukken 5 tot en met 11).

We vinden het historisch verslag van het eerste Pascha in het 12e hoofdstuk van Exodus.

1. Openbaarde God, voordat Hij Zijn volk uit de slavernij in Egypte bevrijdde, wanneer het nieuwe jaar moest beginnen? Exodus 12:1-2. Wat is de naam van de eerste maand van het jaar zoals God de tijd bijhoudt? Exodus 13:4.

OPMERKING: De Israëlieten hadden bijna een eeuw in Egyptische slavernij vertoefd. Zij werden gedwongen zeven dagen per week te werken en zich te voegen naar de Egyptische kalender en Egyptische feestdagen. Het was nu Gods tijd verandering in deze situatie te brengen en deze nakomelingen van de rechtvaardige Abraham te claimen als Zijn eigen uitverkoren volk (Deuteronomium 7:6). Hun sociale, religieuze en werkgewoontes moesten volledig veranderd worden.

God begon met de manier waarop ze de tijd bijhielden, te corrigeren. Hij gaf opdracht dat de maand Abib (die na de Babylonische ballingschap Nisan werd genoemd — Ester 3:7) hun eerste maand zou zijn. "Abib" is afgeleid van het Hebreeuwse woord aviv, dat "aren" of "groene aren van graan" betekent. Het is de maand waarin de groene aren van het graan rijp worden — eerst gerst, daarna wintertarwe, die gewoonlijk nog groene aren heeft als de gerst begint te rijpen. Gods kalender begint op het noordelijk halfrond dus in de lente.

We moeten echter opmerken dat het burgerlijke nieuwe jaar zoals dat in deze tijd door de Joden wordt gevierd in de herfst valt. Al gebruiken de Joden Abib als de eerste maand voor religieuze doeleinden, toch gebruiken ze Tishri, de zevende maand van Gods kalender, als het begin van het burgerlijke en bestuursjaar. Zoals we in les 23 hebben geleerd heeft God de Joden gebruikt om de Hebreeuwse Schriften en de kalender te bewaren waardoor Zijn kerk, op basis van de instructies die in de Bijbel bewaard zijn gebleven, nauwgezet kan berekenen wanneer Gods feesten moeten worden gehouden.

2. Wat moest ieder Israëlitisch gezin op de 10e van de maand Abib doen? Exodus 12:3. Moesten zij een gaaf lam zonder ziekten en onvolkomenheden uitzoeken? Vers 5. Hoe wordt Jezus Christus in Johannes 1:29 aangeduid? Verwezen die lammeren van de Israëlieten dus in profetisch opzicht naar Christus, ons Verlossings"Lam", die zonder zonde was — in geestelijk opzicht onberispelijk en vlekkeloos? 1 Petrus 1:19.

3. Op welke dag van de eerste maand moesten de Israëlieten het lam dat ze hadden uitgekozen slachten? Exodus 12:6.

OPMERKING: Het Hebreeuwse woord dat met "avondschemering" is vertaald, betekent letterlijk "tussen de twee avonden". Op basis van vertalingen van dit woord in Joodse publicaties kunnen we tot de conclusie komen dat de eerste avond het moment is waarop de zon onder de horizon zakt en de nieuwe dag begint, terwijl de tweede avond begint als het echt donker is geworden en de sterren zichtbaar zijn.

Sommige Joodse commentatoren geven een andere definitie aan dit woord. Maar de leer van de Kerk van God is dat de lammeren vlak na zonsondergang, het allereerste begin van de 14e Nisan, werden geslacht.

4. Wat moest er met een deel van het bloed van de lammeren gebeuren zodra deze waren gedood? Verzen 7, 22. Moesten de Israëlieten daarna de lammeren braden en met ongezuurde broden en bittere kruiden eten? Vers 8.

5. Wat gebeurde er met de Egyptische eerstgeborenen tijdens de nacht van het eerste Pascha? Verzen 12, 29. Had God beloofd de Israëlitische eerstgeborenen niet te doden — voorbij te gaan [In het Engels "pass over".]? Vers 13. Werden de eerstgeborenen voor de dood bewaard door het bloed van het lam dat aan de zijposten en bovenpost van de deur van hun huis was gestreken? Zelfde vers.

OPMERKING: De Israëlitische eerstgeborenen werden duidelijk beschermd voor de plaag die de dood bracht, door het bloed van het lam dat aan de deurposten van hun huis was aangebracht. Het was een "teken" of aanwijzing dat aangaf dat het huisgezin gespaard moest worden.

In onze tijd kunnen wij worden beschermd tegen de straf van de eeuwige dood die we door onze zonden hebben verdiend, door het bloed van Christus, "ons Pascha"Lam, dat "voor ons werd geslacht" (1 Corinthiërs 5:7).

God liet Israël op een fysieke manier een type of voorafschaduwing uitbeelden van Christus, "het Lam Gods" — "Christus, ons Pascha" — die bijna 1500 jaar later zou komen om Zijn bloed te storten, Zijn volmaakt, zondeloos leven te geven als offer om de straf voor onze overtredingen van Gods wet te betalen.

6. Voor hoe lang gold de opdracht van God aan Israël om het Pascha te houden? Exodus 12:14, 24.

OPMERKING: Voordat God bij de Sinaï Zijn verbond sloot met de Israëlieten, gaf God hun de opdracht het Pascha voor altijd te houden — niet slechts tot aan Christus' dood, waarbij dat verbond ten einde kwam. Als God bepaalt dat een wet eeuwigdurend is, dan bedoelt Hij dat ook! God heeft nooit geautoriseerd om het houden van dit ontzagwekkend belangrijke feest te beëindigen!

Vanaf de eerste instelling in Egypte werd het Pascha een jaarlijkse herdenking dat de Eeuwige Israël voorbijging en zodoende hun eerstgeborenen voor de dood spaarde. Maar het Pascha keek ook vooruit naar de tijd dat de Verlosser van de gehele mensheid zou komen om Zijn bloed uit te storten en zodoende door Zijn offer volledig voor de straf te betalen voor de zonde van de mens, waardoor het mogelijk werd onze zonden na berouw en doop te vergeven.

Jezus hield het Pascha

1. Ging Jezus toen Hij jong was, met Zijn ouders die elk jaar het Pascha hielden, naar Jeruzalem? Lucas 2:40-42.

2. Bleef Jezus het Pascha houden toen Hij aan Zijn openbaar optreden begon? Johannes 2:13, 23.

OPMERKING: Voor en tijdens Zijn openbaar optreden hield Jezus al Gods jaarlijkse feesten, inclusief het Pascha. Hij, als de Heer van het Oude Testament, is Degene die deze feesten openbaarde aan het oude Israël en die ze Zelf hield tijdens Zijn leven op aarde als menselijk wezen.

Voor Zijn kruisiging instrueerde Christus Zijn discipelen hoe het nieuwtestamentische Pascha door ware christenen in herdenking van Zijn lijden en dood gehouden moest worden. Dit zullen we later in deze les in meer detail bekijken.

3. Hield Christus het Pascha met Zijn twaalf discipelen in de nacht voordat Hij gekruisigd werd? Mattheüs 26:17-21; Lucas 22:13-15.

OPMERKING: Vlak voordat Hij de nieuwtestamentische Paschasymbolen instelde op de avond aan het begin van de 14e Nisan, aten Jezus en Zijn discipelen gebraden lam, zoals Hij voor de oorspronkelijke oudtestamentische viering van dit feest had ingesteld. We moeten hierbij echter opmerken dat zij geen zondoffer aten. Het Paschalam wordt nergens in de Bijbel een zondoffer genoemd. De Bijbel laat duidelijk zien dat de zondoffers pas werden ingesteld nadat de Israëlieten uit Egypte waren getrokken — pas nadat de tien geboden bij de berg Sinaï waren gegeven en door hen werden overtreden.

Het Pascha werd in Egypte ingesteld, weken voordat de Israëlieten bij de berg Sinaï arriveerden, en het werd herhaald in het verbond dat bij de Sinaï werd gesloten, maar het werd niet ingesteld door dat verbond! De offeranden die nadat het verbond was gesloten, bij de Sinaï werden ingesteld en bekrachtigd, waren vanaf Christus' dood niet langer noodzakelijk. Daarom werden zij in de nieuwtestamentische kerk niet middels symbolen gehandhaafd. Het Pascha werd wel gehandhaafd, maar dan wel met de nieuwe symbolen van ongezuurd brood en wijn. Dit werd grondig uiteengezet in les 17.

4. Hielden de Joden in Judea in Jezus' dagen het Pascha een dag later dan Hij en Zijn discipelen? Johannes 18:28; 19:14.

OPMERKING: De apostel Johannes laat zien dat de Farizeeën en Sadduceeën het Pascha later hielden dan Christus. De Joden in Judea hielden niet het bijbelse Pascha aan het begin van de 14e Nisan (Abib). Zij slachtten hun lammeren tegen het einde (in de middag) van de 14e en aten ze in de nacht van de 15e, de eerste heilige dag van het feest van Ongezuurde Broden!

Tot op deze dag maken de Joden geen onderscheid tussen de nacht van het Pascha (Exodus 12:22) en de nacht na het Pascha, toen de Israëlieten uit Egypte trokken (Numeri 33:3; Exodus 12:42). Daarom houden de Joden in deze tijd het echte Pascha niet op de tijd en de manier die Jezus Zijn discipelen instrueerde. Zij eten hun ceremoniële Paschamaaltijd, die bestaat uit gebraden lam en bittere kruiden, op de avond van de 15e.

Christus, ons Pascha
(1 Corinthiërs 5:7)
Chronologie van gebeurtenissen op de dag van Jezus' kruisiging, 31 n.Chr.

14e Abib

Avond (na zonsondergang)

Nacht (voor zonsopkomst)

Morgen (na zonsopkomst)

Middag (ca. 15:00)

Christus stelt tijdens Zijn laatste maaltijd de inzetting van de voetwassing in en de nieuwe symbolen van ongezuurd brood en wijn.

Mattheüs 26:20,26-29
Marcus 14:17, 22-25
Lucas 22:14-20
Johannes 13:1-17

Christus onderwijst Zijn discipelen, wordt verraden en gearresteerd, ondervraagd door Annas en staat informeel terecht voor het Sanhedrin.

Mattheüs 26:30-75
Marcus 14:26-72
Lucas 22:24-65
Johannes 13:31-18:27

Christus staat formeel terecht en wordt veroordeeld, verschijnt voor Pilatus, Herodes, weer voor Pilatus, wordt gegeseld en aan het kruis genageld.

Mattheüs 27:1-45
Marcus 15:1-33
Lucas 22:66-23:45
Johannes 18:28-19:27

Christus wordt door een Romeinse soldaat met een speer in de zijde gestoken en gedood; Zijn lichaam wordt vlak voor zonsondergang naar het graf weggedragen.

Mattheüs 27:46-60
Marcus 15:34-46
Lucas 23:46-54
Johannes 19:28-42

31 n.Chr.

1e MAAND

31 n.Chr.

ABIB-NISAN

zondag

maan-dag

dinsdag

woens-dag

donder-dag

vrijdag

sabbat

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14
Pascha

15
Feest

16
van

17
onge-

18
zuur-

19
de

20
bro-

21
den

22

23

24

25

26

27

28

29

30

Christus stelt de plechtigheid van nederigheid in

Op de avond voor Jezus' kruisiging, terwijl Hij en Zijn discipelen voor de laatste keer het oudtestamentische Paschalam aten, gaf Jezus enige specifieke opdrachten voor Zijn nieuwtestamentische kerk. De apostel Johannes legde het eerste essentiële deel vast van Jezus' instelling van het nieuwtestamentische Pascha.

1. Waste Jezus de voeten van Zijn discipelen als onderdeel van de nieuwe manier om het Pascha te houden? Johannes 13:1-5.

OPMERKING: Het wassen van de voeten maakte geen deel uit van het oudtestamentische Pascha. Dit werd door Christus Zelf voor de eerste keer ingesteld!

2. Weigerde Petrus eerst Jezus toe te staan hem de voeten te wassen? Verzen 6-8. Kon Petrus enige relatie met Jezus hebben tenzij hij Hem toestond hem de voeten te wassen? Vers 8.

OPMERKING: Daar het gebruikelijke schoeisel in die tijd uit open sandalen bestond, konden de voeten vrij vuil worden. De voeten wassen bij binnenkomst van een huis werd beschouwd als een ondergeschikt karwei en werd meestal door de laagste van de dienaren uitgevoerd. Petrus die het doel van de ceremonie die Jezus toen instelde, nog niet begreep, protesteerde. Maar Jezus legde uit dat tenzij Petrus deelnam aan de voetwassingsceremonie hij geen relatie met Hem kon hebben — hij kon geen christen zijn! Dat geldt ook voor ons.

3. Waarom stelde Jezus deze nieuwe ceremonie van voetwassen in in samenhang met het nieuwtestamentische Pascha? Verzen 12-16.

OPMERKING: Door hun de voeten te wassen illustreerde Jezus Zijn discipelen dat Hij naar de aarde was gekomen om de mensheid te dienen. Kort daarna — toen Hij Zijn leven gaf voor de zonden van de gehele mensheid! (Johannes 15:13) — liet Hij zien tot hoever Zijn vrijwillig en liefhebbend dienen ging. Hij onderging de meest vernederende en ondraaglijk pijnlijke dood die we ons kunnen voorstellen om ons te redden van de straf van de eeuwige dood!

Jezus legde uit dat als Hij, de Meester, bereid was de mensheid te dienen, Zijn discipelen elkaar en de wereld dan ook behoorden te dienen. Jezus stelde de voetwassing in samenhang met het nieuwtestamentische Pascha in als symbool van dienen. Het is een fysieke herinnering aan het principe dat Hij hun eerder had onderwezen: dat zij dienden te zijn "gelijk de Zoon des mensen [Die] niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen" (Mattheüs 20:28).

De bereidheid anderen te dienen en te helpen is een essentieel onderdeel van de training van iedere christen om een liefhebbende heerser in Gods Koninkrijk te worden, waar iedere heerser Gods bestuur zal uitoefenen ten gunste van anderen en niet voor zichzelf (Lucas 22:25-27).

Let op wat de apostel Paulus, die toepaste wat hij predikte, zei over het hebben van de houding van een dienaar: "[Doe alles] zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf; ... Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die ... Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, ... heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises" (Filippenzen 2:3, 5-8).

Het Nieuwe Testament laat zien dat de apostelen van Christus, terwijl ze het evangelie van het Koninkrijk van God verkondigden, evenals Hij dat had gedaan, dienden. De geschiedenis legt vast dat de meesten van hen ook hun leven in die dienst gaven.

4. Beval Jezus Zijn discipelen ronduit elkaar de voeten te wassen? Johannes 13:14-15. Moesten zij de wereld onderwijzen hetzelfde te doen? Mattheüs 28:19-20.

OPMERKING: In deze tijd zijn er sommigen die zich niet aan Gods wil hebben overgegeven en niet bereid zijn dienstknechten te zijn, die zich niet willen vernederen om de voeten van iemand anders te wassen. Maar Christus maakte het absoluut duidelijk dat alle christenen Zijn voorbeeld van het dienen van anderen moesten volgen! Als Jezus onze Heer en Meester is, "behoren wij ook elkaar" eens per jaar tijdens de Paschadienst "de voeten te wassen".

5. Welke speciale zegen wordt hun beloofd die Christus' woorden gehoorzamen door tijdens de Paschadienst deel te nemen aan deze van grote betekenis zijnde ceremonie. Johannes 13:17; 14:23.

De nieuwe symbolen

Laten we nu aandacht schenken aan wat Jezus Zijn discipelen nog meer gebood, nadat Hij hun de voeten had gewassen.

1. Welke compleet nieuwe manier stelde Jezus vlak voor Zijn kruisiging in om het Pascha te houden? Lucas 22:19-20; Mattheüs 26:26-29.

2. Vertegenwoordigde het ongezuurde brood symbolisch Christus' lichaam, het lichaam dat voor de mensheid bruut werd geslagen en opengereten? Lucas 22:19; Mattheüs 26:26.

OPMERKING: We weten dat Jezus ongezuurd brood gebruikte omdat het oudtestamentische Pascha altijd met ongezuurd brood werd gegeten (Exodus 12:8).

3. Vertegenwoordigde de wijn symbolisch Zijn bloed, dat vergoten werd voor de vergeving van in het verleden begane zonden? Lucas 22:20; Mattheüs 26:27-29; Romeinen 3:25. (Straks volgt nog meer over de betekenis van het breken en eten van ongezuurd brood en het drinken van wijn.)

OPMERKING: De "vrucht van de wijnstok" die Jezus Zijn discipelen gaf was gefermenteerde wijn, geen druivensap. Druivensap kon alleen maar in de herfst worden gemaakt en kon niet tot de lente worden bewaard. Het fermenteerde tot wijn of anders werd het een dikke stroop die als zoetmaker werd gebruikt.

Dit was beslist geen druivensap of stroop! In de dagen van Jezus gebruikten de Joden alleen maar gefermenteerde wijn bij het Pascha.

De Bijbel veroordeelt nergens het drinken van alcoholische dranken — alleen maar het misbruik ervan. Als we Jezus' opdracht gehoorzamen — "doet dit ... tot mijn gedachtenis" (1 Corinthiërs 11:25) — zullen we eenmaal per jaar tijdens de Paschadienst een heel klein beetje wijn drinken ter gedachtenis van Christus' vergoten bloed.

4. Had Jezus voordien de Farizeeën — in een uitspraak die zij niet begrepen — verteld dat tenzij iemand symbolisch Zijn lichaam at en Zijn bloed dronk, hij geen hoop kon hebben om eeuwig leven te ontvangen? Johannes 6:48, 53-54.

OPMERKING: Sommigen geloven dat toen Jezus zei: "Dit is Mijn lichaam ... dit is Mijn bloed", of sprak over het eten van Zijn vlees en het drinken van Zijn bloed, Hij bedoelde dat die uitspraken letterlijk moesten worden opgevat — dat het brood en de wijn op wonderbaarlijke wijze Zijn letterlijke vlees en bloed zouden worden. Dit bedoelde Jezus in het geheel niet!

Het woord "is" (in zowel het Grieks als het Nederlands) betekent ook "vertegenwoordigt". Dat is de voor de hand liggende betekenis in bijvoorbeeld Mattheüs 13:38. Het ongezuurde brood en de wijn zijn symbolen die het lichaam en bloed van Jezus Christus vertegenwoordigen!

5. Is Jezus' opdracht om Zijn voorbeeld te volgen om tijdens het Pascha (Lucas 22:19-20) ongezuurd brood en wijn te nemen ook van toepassing op christenen door alle tijden heen? Mattheüs 28:19-20; 1 Corinthiërs 11:23-26.

OPMERKING: Jezus stelde deze inzetting in op de avond voor Zijn kruisiging. Hij liet Zijn discipelen zien hoe ze het nieuwtestamentische Pascha dienden te houden en geeft ons opdracht dat voorbeeld in deze tijd te volgen.

Jezus schafte het Pascha niet af — Hij veranderde alleen maar de gebruikte symbolen. In plaats van het vergieten van het bloed van een lam en het gebraden vlees ervan te eten, moeten we nu ongezuurd brood en wijn gebruiken.

Waarom Christus moest lijden

Nadat Christus de nieuwtestamentische Paschasymbolen had ingesteld, gaf Hij Zijn discipelen enkele laatste instructies en waarschuwingen, evenals een bemoediging. Deze zijn voor ons vastgelegd door de apostel Johannes in Johannes 13:31 tot en met 16:33.

Lees deze gehele passage en let erop hoe Jezus deze gelegenheid niet benutte om Gods wet af te schaffen, maar om deze te benadrukken! Hij waarschuwde de discipelen aangaande Zijn op handen zijnde kruisiging en dat ook zij zouden worden vervolgd. Hij beloofde dat Hij uit de doden zou worden opgewekt en dat zij de Heilige Geest zouden ontvangen. Hij beloofde hun gebeden te beantwoorden en gaf hun de autoriteit om Zijn naam te gebruiken bij hun verzoeken aan de Vader.

Daarna vinden we in Johannes 17 het echte "gebed des Heren" dat Jezus Zelf bad. In dat gebed vertrouwde Hij niet alleen de discipelen toe aan de zorg van Zijn Vader, maar allen die Hij door de eeuwen heen tot Zijn kerk zou roepen. Nadat Jezus dit gebed had beëindigd, zongen Hij en Zijn discipelen een gezang en gingen naar de Olijfberg (Johannes 18:1; Mattheüs 26:30; Lucas 22:39).

Daar bad Hij opnieuw. Wetend hoe ondraaglijk pijnlijk Zijn dood zou zijn, bad Jezus heel vurig om aan de nabije, extreme pijn en lijden te mogen ontkomen (Lucas 22:41-44). Hij vroeg Zijn Vader drie keer of het mogelijk zou zijn Zijn plan voor behoud van de mensheid op een andere manier te beginnen (Mattheüs 26:39-44). Jezus bad: "Doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede" (Lucas 22:42).

Daarna werd Christus, verraden door een van Zijn discipelen, als een gewone misdadiger gearresteerd en al Zijn vrienden lieten Hem in de steek (Mattheüs 26:47-56). Hij werd illegaal 's nachts voor het Sanhedrin (het Joodse hof) geleid, geslagen en bespuwd (vers 67), daarna naar Pilatus en Herodes gezonden en door hun soldaten bespot (Lucas 23:11; Johannes 19:2-3). Desondanks zondigde Jezus in dit alles geen enkele keer, Hij werd nooit boos of rancuneus — zelfs niet toen Hij werd gekruisigd (Lucas 23:34)! Hij wist dat dit alles een essentieel onderdeel was van Gods plan om Zijn goddelijke Familie uit te breiden. Kijkend naar het eindresultaat, de vreugde die voor Hem lag, aanvaardde Hij dit alles (Hebreeën 12:2).

1. Liet Pilatus, voordat hij Christus overleverde om te worden gekruisigd, Hem geselen? Mattheüs 27:26. Werd Hij zo genadeloos geslagen dat Hij onherkenbaar werd? Jesaja 52:14. Lees ook Jesaja 52:13 tot en met 53:12 en de verzen 2, 7-9, 14-19 van Psalm 22.

OPMERKING: Deze profetieën in Jesaja en in de Psalmen werden honderden jaren tevoren geschreven. Zij beschrijven op levendige wijze het lijden dat de komende Messias — onze Verlosser — zou moeten ondergaan!

Geselen was een gebruikelijke straf in de tijd van Christus, maar in onze moderne tijden hebben we moeite om ons zulke wreedheden voor te stellen. Het slachtoffer werd tot op het middel ontkleed, voorover gebogen aan een paal vastgebonden, waarna hij met een gesel werd geslagen — die gesel was een zweep bestaande uit meerdere leren riemen waaraan beenscherven en scherpgepunte stukken metaal waren bevestigd. Bij een Romeinse geseling, die de "halve dood" werd genoemd, werd het slachtoffer zolang geslagen totdat hij bijna dood ging aan de vele wonden.

Christus onderging deze ongenadige geseling, die Zijn vlees openscheurde, Hem verminkte en Hem uit tientallen open wonden en sneden deed bloeden. Zelfs enkele van Zijn ribben werden blootgelegd. De meeste slachtoffers kregen de gelegenheid zich iets te herstellen, maar Jezus niet. Als een misdadiger werd Hij daarna gedwongen Zijn eigen kruis te dragen, maar Hij was zo verzwakt door deze afschuwelijke geseling dat Hij na een korte afstand eronder ineenzeeg. Buiten de stad, op de Schedelplaats (Golgota) werd Jezus aan het kruis genageld.

Kruisiging was de schandelijkste — en pijnlijkste — vorm van executie. Er werden niet alleen spijkers door de handen en voeten geslagen, ook het lichaam kreeg het, doordat het werd uitgerekt, zwaar te verduren en ook het ademen werd pijnlijk moeilijk. Slachtoffers worstelden soms wel drie dagen aan hun kruis, leden pijn, liepen een zonnesteek op, raakten uitgeput door hitte en bloedverlies, en stierven uiteindelijk door spieruitputting en verstikking.

Onze Verlosser leed een ongelooflijk pijnlijke, brute dood. En Hij deed dit vrijwillig. Hij deed dit voor ons — voor de gehele wereld!

2. Leed Jezus deze ondraaglijk pijnlijke marteling, opdat wij genezing van ons lichaam zouden mogen ontvangen door geloof in Zijn striemen? Jesaja 53:5; 1 Petrus 2:24; Psalm 103:3-4; Jacobus 5:14-15.

OPMERKING: Door Zijn striemen, geseling en kruisiging betaalde Jezus Christus de straf voor onze fysieke zonden — overtredingen van Gods gezondheidswetten — die de oorzaak zijn van alle ziekten (Mattheüs 9:1-7). Hij leed opdat wij door geloof in Zijn lichaam dat voor ons geslagen werd, vergeving zouden kunnen krijgen voor al onze fysieke zonden — naast de vergeving voor onze geestelijke zonden (het overtreden van Gods geestelijke wetten) door Zijn vergoten bloed.

Daarom stelde Jezus het breken van het ongezuurde brood in als deel van de nieuwtestamentische Paschadienst. Het is een symbool van Zijn gebroken vlees om ons eraan te herinneren dat wij door Zijn "striemen worden genezen". (Vraag voor meer informatie over dit belangrijke onderwerp ons gratis boekje De echte waarheid over genezing aan.)

Waarom Christus moest sterven

Jezus deed meer dan lijden voor ons. Hij die God in het vlees was, stierf — hield op te bestaan! Op die dag vergingen Zijn plannen (Psalm 146:4). Daar Hij vlees geworden was, stierf Hij dezelfde soort dood als alle sterfelijke wezens. Maar waarom precies moest Hij sterven? Laten we dat begrijpen.

1. Was Jezus Christus voor Zijn menselijke geboorte het "Woord" of de Woordvoerder van de Godfamilie — Degene door Wie God de Vader alle dingen schiep? Johannes 1:1-3, 14; Colossenzen 1:16-17; Efeziërs 3:9 (Statenvertaling); Hebreeën 1:2, 10.

2. Had de Godfamilie van te voren vastgesteld dat de Woordvoerder een mens zou worden die als een lam gedood zou worden om onze Verlosser te worden? 1 Petrus 1:18-20; Openbaring 13:8.

3. Werd onze Schepper een menselijk wezen van vlees en bloed door op wonderbaarlijke wijze in een menselijke vrouw te worden verwekt? Johannes 1:14; Mattheüs 1:20-21. Waarom werd Hij vlees? Hebreeën 2:9. Wordt Jezus Christus ronduit "God" en "onze Heiland" genoemd? Titus 2:13-14.

OPMERKING: De straf voor menselijke zonde is de dood. Maar de twee leden van de Godfamilie, samengesteld uit geest, konden niet sterven. Geen van die twee onsterfelijke, geestelijke Wezens kon de straf voor menselijke zonde betalen. Daarom was het nodig dat één Persoon uit het God-Koninkrijk als menselijk wezen geboren zou worden en sterven om de straf te betalen.

Het Woord, het tweede lid van de Godfamilie, bood zich als vrijwilliger aan. Hij gaf vrijwillig Zijn geestelijke samenstelling en grote heerlijkheid op om te worden verwekt en geboren als een sterfelijk, menselijk, ademend wezen van vlees en bloed.

Daar het Woord alle leven had geschapen, was Zijn leven oneindig veel meer waard dan de miljarden die ooit hebben geleefd. Als Jezus Christus niet meer dan een mens zou zijn geweest, had Zijn dood misschien de doodstraf voor slechts één andere persoon kunnen betalen. Maar Jezus was ook God in het vlees!

Door Zichzelf te ontledigen van Zijn vroegere macht en heerlijkheid en een menselijk wezen te worden, werd Christus het volmaakte en volledige offer voor alle zonden ooit door de mensheid begaan. God kon op geen enkele andere manier een enorm grote mensheid verlossen die tot de doodstraf was veroordeeld.

4. Werd de apostel Paulus geïnspireerd te schrijven dat Christus in deze tijd "ons Pascha" is — onze Verlosser? 1 Corinthiërs 5:7.

OPMERKING: Als de oorspronkelijke Paschalammeren niet waren geslacht, zouden de eerstgeborenen van de Israëlieten in Egypte zijn gedood. En tenzij Christus werd gedood, zouden we in deze tijd geen Verlosser hebben.

De Israëlieten doodden hun Paschalammeren door hun bloed te vergieten (Exodus 12:6-7). Daar deze lammeren typen waren van Christus, "ons Pascha", en stierven door het vergieten van bloed, werd ook Christus' bloed vergoten om voor onze zonden te betalen — onze overtredingen van Gods wet.

5. Laat de Bijbel duidelijk zien dat het nodig was dat Christus zou sterven door het vergieten van Zijn bloed ter vergeving van onze zonden? Hebreeën 9:22.

OPMERKING: Slechts door Christus' vergoten bloed kunnen we kwijtschelding van — vergeving voor — onze geestelijke zonden ontvangen. (Natuurlijk weten we uit Handelingen 2:38 dat berouw, bekering en doop ook nodig zijn in samenhang met Zijn vergoten bloed.)

6. Voorspelde Jesaja dat Christus zou sterven als een lam dat naar de slachter werd geleid? Jesaja 53:7-8. Laat het gesprek tussen Filippus en de Ethiopische eunuch duidelijk zien dat Jesaja verwees naar Jezus Christus? Handelingen 8:32-35.

7. Profeteerde Jesaja ook dat Christus Zijn leven — Zijn "ziel" — zou uitgieten in de dood [sterven]? Jesaja 53:12. Is het leven [de ziel] van alle vlees in het bloed? Leviticus 17:11.

OPMERKING: Christus stierf door dood te bloeden. Dit is duidelijk uit Zijn geprofeteerde rol als offer, en het wordt ook ondersteund door veel oude Griekse manuscripten. Fenton, evenals Moffat, neemt in zijn vertaling terecht de volgende zin op als het eerste deel van Mattheüs 27:50: "Maar een ander [een van de Romeinse soldaten] nam een speer en doorboorde Zijn zijde, waarna er bloed en water uitstroomden."

Let ook op Johannes 19:34. Dat kan vertaald worden als: "Maar een van de soldaten had Zijn zijde met een speer doorboord ...", erop duidend waarom Hij reeds dood was (vers 33). Vraag voor meer bewijs dat Christus doodbloedde ons gratis artikel Stierf Christus aan een gebroken hart? aan.

De meesten van ons hebben nooit eerder Jezus' lijden en sterven begrepen. Wat een aanfluiting van recht! Kunt u zich voorstellen wat het zou zijn geweest als u terecht had moeten staan, als u op dezelfde manier als Jezus Christus behandeld zou zijn? Kunt u zich de ondraaglijke pijn voorstellen die veroorzaakt wordt door gegeseld en gekruisigd te worden, en daarna vermoord, zoals het met Hem gebeurde?

Jezus verdroeg al dit lijden vrijwillig om de straf voor onze zonden in onze plaats te betalen!

Denk eens aan de enorme prijs die Christus betaalde, opdat het schuldige verleden van ons zou kunnen worden uitgewist en dat we weer met een schone lei zouden kunnen beginnen.

Kunt u bevatten dat onze Schepper — Degene die ons elke ademtocht geeft — leed en stierf voor iedereen van ons?

TWAALF REDENEN DAT JEZUS' RECHTSZAAK ILLEGAAL WAS

De rechtszaak van Jezus Christus was zonder wettig precedent. Hij werd veroordeeld en geëxecuteerd zelfs al bevond Pilatus Hem onschuldig! Laten we kort 12 opmerkelijke redenen vermelden waarom de arrestatie, de rechtszaak en de veroordeling van Jezus illegaal waren.

1. Er was geen wettige basis voor Jezus' arrestatie, omdat niemand een formele aanklacht voor enige misdaad had ingediend; Hij werd gewoon opgepakt. Verder bevonden zich priesters en oudsten — Zijn rechters (Lucas 22:52) — onder degenen die met Judas meegingen om Jezus te arresteren; daaronder bevonden zich ook degenen die Judas hadden omgekocht!

2. Jezus werd 's nachts onderworpen aan een geheim voorlopig onderzoek (Johannes 18:12-14, 19-23). De Joodse wet stond alleen maar bij daglicht gerechtelijke acties toe.

3. De beschuldiging van Jezus was illegaal omdat de rechters zelf de aanklacht naar voren brachten zonder enig voorafgaand getuigenis door getuigen. Het was het Joodse hof (het Sanhedrin) bij wet niet toegestaan aanklachten uit te brengen.

4. Het hof ging er illegaal toe over de rechtszitting van Jezus voor zonsopkomst te houden, zodat niemand die ten gunste van Hem zou getuigen beschikbaar was.

5. De rechtszaak begon op een dag voor een jaarlijkse sabbat (Johannes 18:28), zelfs al stond de Joodse wet niet toe dat een zaak waar de doodstraf op stond op vrijdag of een dag voor een jaarlijkse sabbat begon. Jezus werd gearresteerd en berecht op de 14e Abib, de dag voor de eerste jaarlijkse sabbat van het feest van Ongezuurde Broden.

6. Jezus' rechtszaak werd in één dag afgesloten. De Joodse wet zegt: "Als een doodvonnis moet worden uitgesproken, kan de zaak betreffende het misdrijf pas op de volgende dag worden afgesloten" (Misjna, "Sanhedrin" IV, 1). Dit diende ertoe om getuigen ten gunste van de beschuldigde voldoende gelegenheid te geven om zich aan te melden. Jezus' rechtszaak werd in beslotenheid gevoerd en in minder dan negen uur afgesloten!

7. Twee valse getuigen klaagden Jezus aan door te zeggen dat Hij de tempel die met handen was gemaakt, zou vernietigen (Marcus 14:58), toch werd Hij door het hof wegens een andere valse aanklacht veroordeeld — die van godslastering. Hij werd veroordeeld op basis van Zijn eigen getuigenis (Lucas 22:67-71), maar volgens de Joodse wet kon iemand niet op basis van zijn eigen getuigenis veroordeeld worden.

8. De waarde van Jezus' verdediging werd niet in beschouwing genomen. Ondanks Deuteronomium 13:14 "stelde" de hogepriester "geen diepgaand onderzoek in en deed niet ijverig navraag" om te zien of Jezus' uitspraak godslasterlijk was. De wet in de Misjna zegt: "De rechters zullen de zaak overwegen in de oprechtheid van hun geweten" ("Sanhedrin" IV, 5). In plaats daarvan velde het hof onmiddellijk en unaniem vonnis!

9. Zij die tegen een veroordeling zouden hebben gestemd waren niet bij Jezus' rechtszaak aanwezig. Jozef van Arimatea was een lid van het hof, toch was hij er niet (Lucas 23:50-51). Jezus' tegenstanders hadden zich ervan verzekerd dat alleen zij die Hem haatten, aanwezig zouden zijn.

10. Het vonnis werd uitgesproken op een plaats die bij de wet verboden was. De rechtszaak vond plaats in het huis van de hogepriester (Lucas 22:54). Volgens de wet kon een doodvonnis alleen worden uitgesproken op de plaats die het hof toegewezen was.

11. De meeste rechters waren juridisch niet gekwalificeerd om deel te nemen aan de rechtszaak tegen Jezus. Volgens Josephus hadden sommigen hun functie gekocht. Daarenboven vereiste de Joodse wet, aangezien zij bekende vijanden van Jezus waren, dat zij zichzelf hadden gediskwalificeerd, zodat de rechtszaak tegen Hem door onpartijdige rechters had kunnen worden gevoerd.

12. Het hof veranderde voor Pilatus op onwettige wijze de aanklacht van godslastering in hoogverraad. Jezus' tegenstanders wilden dat Hij gedood werd, maar ze wilden dit niet zelf doen. Daarom klaagden zij Hem aan wegens hoogverraad (Lucas 23:2) — een Romeinse misdaad — zodat de Romeinen voor Zijn dood verantwoordelijk zouden zijn. Er werd geen bewijs geleverd (Johannes 18:29-30). Na een kort onderzoek zag Pilatus in dat Jezus niet schuldig was (Johannes 18:38; 19:4; Mattheüs 27:18). Daar hij bang was voor de menigte stond hij echter toe dat een onschuldig iemand gekruisigd werd. Pilatus verklaarde Hem niet eens schuldig, hij droeg Hem slechts over aan de soldaten.

Deze rechtszaak was een geweldige aanfluiting van recht! Jezus onderging behalve de kruisiging al dit illegaal handelen vrijwillig om de straf voor onze zonden in onze plaats te betalen!

Gehouden door de nieuwtestamentische kerk

1. Is er, nadat Jezus Christus de symbolen van het Pascha had veranderd in ongezuurd brood en wijn, en Zijn discipelen bevolen had deze nieuwtestamentische dienst ter gedachtenis van Zijn lijden en sterven te houden, enige aanwijzing dat Gods kerk het Pascha meer dan 10 jaar na Christus' kruisiging hield? Handelingen 12:4.

OPMERKING: Het woord Paasfeest in de NBG is een flagrante verkeerde vertaling. Het Griekse woord is Pascha, wat door sommige moderne vertalingen correct wordt weergegeven.

2. Onderwees de apostel Paulus nieuwtestamentische christenen het Pascha te houden door te nemen van de symbolen van ongezuurd brood en wijn, zoals Jezus had gedaan en bevolen? 1 Corinthiërs 11:23-26.

OPMERKING: Paulus, de apostel tot de heidenen, onderwees gedoopte heidenen het Pascha te houden! Paulus besteedde veel van zijn tijd in en bij Efeze, wat in het westen van Klein-Azië lag (het moderne Turkije). De geschiedenis laat zien dat kerken in Klein-Azië het nieuwtestamentische Pascha bleven houden tot lang na de meeste andere kerken overgenomen waren door een vals christendom.

De apostelen stelden Polycarpus over de kerk van God in Smyrna aan, een stad dichtbij Efeze. Let op wat Eusebius, een vroege katholieke geschiedkundige, over hem schreef:

"Terwijl Anicetus aan het hoofd van de kerk in Rome stond [ongeveer 154 n.Chr.] verhaalt Irenaeus dat Polycarpus ... een conferentie had met Anicetus over een kwestie betreffende de dag van het Pascha ... Maar Polycarpus was niet alleen door de apostelen geïnstrueerd en bekend met velen die Christus hadden gezien, maar was ook door de apostelen in Azië tot bisschop aangesteld van de kerk te Smyrna [Openbaring 2:8] ... Hij was ook in de tijd van Anicetus in Rome en was er de oorzaak van dat velen zich afkeerden van de ... ketterijen tot de kerk van God, verklarende dat hij dit ene en enige systeem van waarheid van de apostelen had ontvangen" (Ecclesiastical History, boek IV, hoofdstuk 14, in de Nicene and Post-Nicene Fathers, volume 1).

Terwijl hij in Rome was, besprak Polycarpus de Romeinse praktijk van het in acht nemen van een heidens feest in plaats van het Pascha. Let op wat Eusebius over deze vergadering schreef: "Anicetus kon Polycarpus er evenmin van overtuigen niet in acht te nemen wat hij altijd in acht had genomen [het Pascha] met Johannes de discipel van onze Heer, en de andere apostelen met wie hij zich geassocieerd had" (boek V, hoofdstuk 24).

De controverse over het Pascha brak 35 jaar later opnieuw uit. Victor, bisschop van Rome, probeerde iedere kerk die het ware Pascha hield te excommuniceren!

Eusebius verhaalt verder: "Maar de bisschoppen van Azië, geleid door Polycrates [een latere bisschop van Efeze], besloten vast te houden aan de oude gewoonte die aan hen was overgeleverd. Hijzelf bracht, in een brief die hij richtte aan Victor en de kerk te Rome, de traditie die hun overgeleverd was als volgt onder woorden: 'Wij nemen de precieze dag in acht, voegen niets toe en nemen niets weg. Want in Azië zijn ook grote lichten ingeslapen, die zullen opstaan op de dag van de wederkomst van de Heer, als Hij in heerlijkheid uit de hemel zal neerdalen en alle heiligen zal bijeenvergaderen.'"

"'Hiertoe behoort Filippus, een van de twaalf apostelen ... verder Johannes, die zowel een getuige als een leraar was, die achteroverleunde naar de boezem van de Heer ... en Polycarpus in Smyrna, die bisschop en martelaar was ... Deze allen hebben de veertiende dag in acht genomen ... het Pascha volgens het evangelie, in geen enkel opzicht daarvan afwijkend, maar het gebruik van het geloof volgend. En ook ik, Polycrates ... handel volgens de traditie van mijn verwanten ... Mijn verwanten hebben altijd de dag in acht genomen waarop men de zuurdesem verwijderde [ter voorbereiding van het feest van Ongezuurde Broden]'" (boek V, hoofdstuk 24).

3. Was het geprofeteerd dat de kerk van God in Smyrna vervolgd zou worden? Openbaring 2:8-10. Wie zouden hun vervolgers zijn? Vers 9.

OPMERKING: De "synagoge van Satan", samengesteld uit hen die beweerden "geestelijke Joden" — dat is ware christenen — te zijn, maar het niet waren, is de valse religie die nu met de naam "christendom" getooid gaat en gesticht werd door de Simon die in Handelingen 8:9-24 genoemd wordt. De almachtige God noemt deze valse kerk de synagoge van Satan de duivel!

4. Zal het Pascha door Christus en anderen gehouden worden nadat Hij het Koninkrijk van God op aarde heeft opgericht? Mattheüs 26:29; Lucas 22:15-16. Werd het Pascha ondertussen door Gods kerk gehouden als een herdenking van Christus' lijden en sterven? 1 Corinthiërs 11:25-26.

OPMERKING: Jezus beval Zijn discipelen het Pascha ter gedachtenis van Hem te houden tot Zijn wederkomst, wanneer Hij het ook weer zal houden. De apostelen hielden het en Gods kerk in deze tijd houdt het nog steeds op de manier die Jezus gebood!

Een bevolen jaarlijkse herdenking

1. Moest de jaarlijkse inachtneming van het oudtestamentische Pascha de Israëlieten aan de betekenis van deze dienst herinneren? Exodus 12:24-27. Moet de inachtneming van het nieuwtestamentische Pascha christenen herinneren aan Christus' offer? 1 Corinthiërs 11:23-26. Stelde Jezus deze inzetting op een bepaalde tijd als voorbeeld voor ons in? 1 Corinthiërs 11:23; Lucas 22:14-15.

OPMERKING: Christus onderwees door Zijn voorbeeld dat het nieuwtestamentische Pascha slechts één keer per jaar diende te worden gegeten op de 14e Abib, 's avonds nadat de 13e bij zonsondergang was geëindigd.

Christenen behoren in deze tijd het Pascha niet zo vaak te houden als ze willen of op de tijd die hun schikt, maar even vaak en op dezelfde tijd als Christus en de apostelen dat deden. Het Pascha is een herdenking waardoor we Christus' lijden en sterven in gedachten moeten houden. Herdenkingen van zwaarwegende gebeurtenissen worden altijd jaarlijks in acht genomen — eenmaal per jaar — op de gedenkdag van de gebeurtenis waarbij men stilstaat.

Zoals Christus Zelf beval, houden ware christenen in deze tijd het Pascha aan de vooravond van de dag waarop Hij leed en stierf. Het is de plechtigste en heiligste gebeurtenis van het jaar — beslist geen tijd voor gelach en gezelligheid. Het bevestigt van jaar tot jaar "tot Hij komt" (1 Corinthiërs 11:26) het geloof van de ware christen in het offer van Christus voor de vergeving van zonde.

Iedere andere dag is geen herdenking van Christus' lijden en sterven, maar is niet meer dan een verzinsel van de mens dat lijnrecht ingaat tegen de opdracht van Jezus Christus!

De precieze datum voor het Pascha, en al Gods jaarlijkse feesten, varieert op de Romeinse kalender van jaar tot jaar. De juiste data voor al de feesten voor de eerstkomende jaren zijn vermeld in onze gratis publicatie Gods heilige kalender.

Het Pascha waardig nemen

Voordat we deze studie over de eerste stap in Gods geweldige basisplan beëindigen, dienen we te beseffen dat het mogelijk is dat we het nieuwtestamentische Pascha "onwaardig" nemen — als we geen aandacht schenken aan een waarschuwing van de apostel Paulus. Laten we dat goed begrijpen.

1. Waarvoor waarschuwde Paulus de christenen in Corinthe betreffende de manier waarop zij het nieuwtestamentische Pascha hielden? 1 Corinthiërs 11:27. Wat behoort iemand te doen voordat hij de symbolen van ongezuurd brood en wijn tot zich neemt? Vers 28. Wat gebeurt er als de symbolen op "onwaardige" wijze worden genomen? Vers 29. Is dit de reden dat velen van hen ziek waren en dat er velen waren gestorven? Vers 30.

OPMERKING: Velen in deze tijd hebben Paulus' waarschuwing niet begrepen. Sommigen, die vinden dat ze Jezus' offer niet "waardig" zijn, zijn tot de conclusie gekomen dat ze het Pascha niet behoren te houden. Anderen hebben de nieuwtestamentische Paschasymbolen op nonchalante of rituele manier tot zich genomen, waarbij ze de betekenis ervan niet volledig begrepen. Beide uitersten zijn verkeerd!

Paulus zei niet dat een christen "waardig" moet zijn om het Pascha tot zich te nemen. Hij schreef dat niemand het Pascha op onwaardige wijze moest houden. "Onwaardig" beschrijft niet de persoon — het beschrijft de manier of de houding waarin iemand de symbolen eet en drinkt. De meeste moderne vertalingen, zoals ook de NBG, geven "onwaardig" juist weer als "op onwaardige wijze".

Het is duidelijk dat niemand Christus' offer waardig is. Desondanks wordt alle ware christenen bevolen deze herdenking van de dood van onze Verlosser voor onze zonden in acht te nemen. Let op Paulus' opdracht in vers 28: "Maar ieder beproeve zichzelf ..." Waarom? Om tot de conclusie te komen dat hij niet waardig is en dan te weigeren te gehoorzamen? Nee — men moet zichzelf onderzoeken "en ete dan van het brood en drinke uit de beker".

Voor elk Pascha zou een echte christen zichzelf moeten onderzoeken om zijn onmisbare behoefte om het Pascha te houden vollediger te begrijpen. Een geestelijk zelfonderzoek zal iedere christen laten zien dat hij of zij nog steeds een zondaar is die een wanhopige behoefte heeft aan Christus' offer. Het houden van het Pascha is een diepgaande jaarlijkse herinnering aan onze fysieke en geestelijke zonden, en een herinnering dat Christus de straf voor die zonden volledig heeft betaald, zolang we ons daar oprecht van bekeren (1 Johannes 1:9).

Paulus schreef ook dat bepaalde christenen uit Corinthe "het lichaam des Heren niet onderscheidden" (1 Corinthiërs 11:29, Statenvertaling). Velen van hen hadden niet op een waardige manier aan het Pascha deelgenomen. Zij hadden het feit dat Christus in Zijn lichaam de straf voor hun fysieke zonden betaalde, vertegenwoordigd door het gebroken brood, niet volledig begrepen, vandaar dat hun ziekten niet werden genezen. Om die reden waren velen van hen ook gestorven (vers 30).

Velen van deze broeders ontbrak het zo aan onderscheidingsvermogen dat ze dachten dat ze op de avond van het Pascha bijeenkwamen om een normale maaltijd te nuttigen. Sommigen werden zelfs dronken, zegt Paulus (vers 20-21, 33-34)! Paulus moest hen daarom streng terechtwijzen.

De symbolen van het Pascha behoren goed overdacht en met vernieuwd geloof te worden genuttigd — met een grondig begrip van de WERKELIJKHEID die deze symbolen vertegenwoordigen!

2. Wie was het in het oude Israël toegestaan deel te nemen aan het Pascha? Laatste deel van Exodus 12:48. Is dit in nieuwtestamentische tijden de besnijdenis van het hart? Romeinen 2:29.

OPMERKING: In het oude Israël konden alleen Israëlieten en besneden heidenen deelnemen aan het Pascha. In deze tijd, of men nu Jood, Israëliet of heiden is, moet men eerst geestelijk besneden worden voordat men deel kan nemen aan de nieuwtestamentische Paschadienst. Onze vorige studies hebben laten zien dat zij die zich bekeren, worden gedoopt en Gods Heilige Geest hebben ontvangen, "geestelijke Israëlieten" zijn geworden — geestelijk besneden zijn. Als iemand zich niet heeft bekeerd — nog geen geloof in Christus als Verlosser heeft getoond door zich te laten dopen — kan hij of zij het Pascha niet waardig nemen. Daarom is het Pascha, anders dan Gods andere jaarlijkse feesten, beperkt tot gedoopte leden van Gods kerk.

Eindigen we met het Pascha?

Veel religies uit de Christus belijdende wereld onderwijzen dat het offer van Christus het plan van behoud voltooide — dat wij niet meer hoeven te doen dan geloven.

Niets is minder waar!

Christus' Paschaoffer was slechts het begin van Gods basisplan tot behoud. Christus' offer betaalde bij onze bekering de straf voor onze in het verleden begane zonden (Romeinen 3:24-25). Maar dit geeft ons geen toestemming Gods wet in de toekomst straffeloos te overtreden. We moeten ernaar streven zonde te verzaken ?uit ons leven te bannen. Dat beeldt het feest van Ongezuurde Broden, het volgende jaarlijkse feest, de volgende stap in Gods plan voor ons uit.

Veel belijdende christenen beweren Christus' offer te "aanvaarden". Maar God heeft dat offer niet op hen toegepast. Zij zijn nog steeds zondaren die niet berouwvol zijn — zij weigeren Hem te gehoorzamen door te beweren dat Zijn wetten hebben afgedaan. Christus staat niet in dienst van de zonde (Galaten 2:17). Pas als we berouw hebben over onze zonden en ons ervan bekeren, geloven en God gaan gehoorzamen, kunnen we vergeving ontvangen. Christus' offer zal alleen worden toegepast op hen die door hun daden laten zien dat ze werkelijk berouwvol zijn.

Als u nog niet bent gaan deelnemen aan Gods grote plan tot behoud en dat wel wil doen, dan zult u meer informatie willen over de doop, zodat u het nieuwtestamentische Pascha kunt houden, zoals God beveelt. U kunt schrijven of bellen naar ons kantoor dat het dichtst bij u is om te vernemen hoe u in contact kunt komen met een dienaar van de Worldwide Church of God in uw omgeving. Vergeet niet te vermelden dat u les 25 van de Ambassador College Bijbelcursus hebt voltooid.

Deze "historische" lessen worden u in deze vorm als dienstverlening gratis ter beschikking gesteld door de Kerk van de Grote God.

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)