Christen zijn is een levenswijze

Ambassador College Bijbelcursus Les 12
1980

Inderdaad is christen zijn een levenswijze. Dit feit wordt in heel de bijbel duidelijk bevestigd. Maar wat is het precies voor een levenswijze en hoe kan men er een succes van maken?

Het boek Handelingen boekstaaft de geschiedenis van de jonge nieuwtestamentische Kerk van God. Het stipt in de kortste bewoordingen de hoogtepunten aan van de grootste gebeurtenissen. Lukas, de schrijver ervan, bevestigt het feit dat leven als christen leven op een bepaalde manier is — het doen van bepaalde dingen — leven volgens bepaalde normen.

Apollos was een christen in de jonge Kerk die bijzonder goed kon spreken en uitstekend onderlegd was in de oudtestamentische geschriften. Hij preekte vrijuit, maar hem ontbrak nog een volledige kennis — hij was niet helemaal op de hoogte. Het was de taak van een toegewijd echtpaar in Gods Kerk het ontbrekende aan te vullen.

U vindt het verhaal in Handelingen 18:26: "En toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem tot zich en legden hem de weg Gods nauwkeuriger uit" (N. Vert.). Een echte christen zijn is volgens de bijbel dus een "weg" — Gods weg.

Geworteld in het Oude Testament

Vorsten, staatshoofden en regeringsfunctionarissen in de dagen van Paulus zagen het christen zijn als een bepaald levenspatroon. Toen Paulus onder huisarrest was, verdedigde hij zijn levenswijze — de christelijke weg — voor de stadhouder van Judea. De reactie van Felix op het relaas van Paulus was: "Maar Felix, die zeer goed van de weg op de hoogte was, verdaagde hun zaak ..." (Handelingen 24:22, N. Vert.).

Eerder had Paulus al tegenover Felix verklaard: "Maar dit erken ik voor u, dat ik naar die weg, die zij een sekte noemen, inderdaad de God der vaderen vereer, gelovende al hetgeen in de wet en in de profeten geschreven staat" (vers 14, id.).

Een essentieel punt is dat de christelijke levenswijze geworteld is in het Oude Testament. Zij is gegrondvest op zowel de tien geboden als op andere wetten van God die gebaseerd zijn op principes van de "fundamentele tien". Hoewel verre van ontbloot van genoegens, is Gods weg bepaald niet een nihilistische, libertijnse levensbeschouwing wat betreft de conventionele jacht naar vermaak.

Gods levenswijze is een praktische en zinvolle manier van leven op gebieden als het succesvol beheren van uw financiën, het opbouwen en verdiepen van uw huwelijk en zelfs het bewaren van uw gezondheid. Eenvoudig uitgedrukt: Gods wet is de weg tot alle goede dingen in het leven — tot vrede, geluk en uiteindelijk tot een eeuwig leven van bevrediging.

Gods geboden het richtsnoer

De apostel Jakobus noemt de tien geboden "de koninklijke wet" en "de wet der vrijheid" (Jakobus 2:8-12). Dit omdat zij degenen die zich eraan houden, bevrijden uit de slavernij van de schadelijke wegen der wereld.

De tien geboden laten ook duidelijk de grote liefde van God voor Zijn mensenkinderen zien. Ze zijn een weerspiegeling van het volmaakte karakter dat God heeft en dat kan worden samengevat in het woord liefde, want "God is liefde" (1 Johannes 4:16).

Johannes die vaak de "apostel der liefde" wordt genoemd, schreef: "Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar" (1 Johannes 5:3).

Voor Zijn kruisiging zei Jezus Christus tot Zijn discipelen: "Indien gij Mijn geboden bewaart, zo zult gij in Mijn liefde blijven; gelijk Ik de geboden Mijns Vaders bewaard heb, en blijf in Zijn liefde (Johannes 15:10). Gods liefde en Zijn wet gaan hand aan hand. Ze staan niet tegenover elkaar zoals sommigen ten onrechte geloven. Jezus verklaarde duidelijk: "Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden" (Johannes 14:15).

Het toetsgebod

De meeste mensen die belijden christen te zijn, houden zich tot op zekere hoogte wel aan de tien geboden, maar het vierde gebod is nooit populair geweest bij de kerken van deze wereld.

Slechts weinig mensen beseffen dat het vieren van de sabbatdag een van de allerbelangrijkste kenmerken is waaraan men een echte christen — iemand die het voorbeeld van Christus volgt — herkent. De bijbel laat zien dat het vierde gebod het toetsgebod is. De christen die de sabbat houdt, betekent voor God iemand die het leven volgens Zijn Woord ernstig neemt.

In voorgaande lessen zagen we dat God een christen omschrijft als iemand die Hij heeft verwekt door Zijn heilige Geest (Romeinen 8:9-11). In een geladen toespraak niet lang na die gedenkwaardige Pinksterdag (Handelingen 2) wees Petrus op iets van het hoogste belang omtrent het ontvangen van Gods Geest. Zie Handelingen 5:32: "En van deze dingen [dat Christus de Verlosser is] zijn wij getuigen, alsmede de heilige Geest, die God gegeven heeft aan hen die Hem gehoorzaam zijn" (Leidse vert.).

God let op een gewillige en gehoorzame houding in zijn toekomstige kinderen. Hij inspireerde Jesaja te schrijven: "... maar op deze zal Ik zien, op de arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft" (Jesaja 66:2). Een christen zal daarom aan het vierde gebod willen gehoorzamen.

Het houden van de sabbat vereist soms veel geloof van iemand die God wil gehoorzamen. Het is niet altijd gemakkelijk tegen de stroom van 's werelds waarden en gezichtspunten op te zwemmen. Maar zij die de moed en het geloof hebben de zevende dag, de sabbat te houden, zullen veel zegeningen ervaren.

Bijzondere feesttijden

Evenals het zevende gebod tegen echtbreuk in principe ook een verbod van alle vormen van onwettig seksueel gedrag inhoudt, zo omvat het vierde gebod in bredere zin ook andere bijzondere, door God ingestelde dagen die aan Israël gegeven werden toen in de woestijn de oudtestamentische Kerk begon. Precies zoals de wekelijkse sabbat voor God heilige tijd is, zo zijn de zeven jaarlijkse sabbatdagen ook heilig voor God — en wel om een zeer goede reden.

De sabbat op de zevende dag ziet als gedenkdag terug op het feit dat God Schepper, Heerser en Instandhouder is en tegelijkertijd ziet deze dag uit naar de komende heerschappij van Christus in het duizendjarig rijk wanneer de mensheid zal "rusten" van oorlogen en alle gevolgen vandien. Die dag openbaart ook dat God een geweldige bedoeling met heel de mensheid heeft.

De zeven jaarlijkse sabbatten of feesttijden geven stap voor stap een overzicht van de uitvoering van dat plan voor de mens. De reden waarom de volle en geweldige mogelijkheden van de mens niet worden begrepen door de christelijke wereld is dat de meeste kerken juist die dagen hebben veronachtzaamd die God heilig heeft verklaard.

Een weinig bekende financiële wet

De wekelijkse sabbat en elk van de jaarlijkse sabbatten zijn bijzondere tijden bestemd voor lichamelijke rust en geestelijke verering van God. In zekere zin geven we die perioden van tijd aan God terug. Naarmate we dit in praktijk brengen zullen we, behalve dat we op deze dagen fysiek en geestelijk verfrist en vernieuwd worden, ook beloond worden met meer begrip van Gods levenswijze.

In dezelfde zin verlangt God dat Zijn kinderen een deel van hun inkomen teruggeven om te worden gebruikt voor Zijn doel op aarde. Hoewel het God de Schepper niet ontbreekt aan stoffelijke hulpbronnen, heeft Hij Zijn Werk onder mensen altijd door mensen laten uitvoeren. Ook in onze tijd verlangt God dat christenen samen met Hem een actieve rol spelen bij de verspreiding van de kennis over Zijn levenswijze door te helpen in de financiering van Zijn Werk op aarde.

Lang geleden, al tijdens Abrahams leven, gebruikte God het tiendsysteem voor ondersteuning van Zijn Werk in die tijd. Zijn Kerk in de 20e eeuw maakt gebruik van precies dezelfde methode om het Werk van Zijn evangelieprediking aan de wereld uit te voeren.

De handeling van tiendbetalen geeft ons de gelegenheid onze erkenning uit te drukken van Gods soevereiniteit en heerschappij over heel de aarde en over een ieder van ons als individu. Het is een teken van onze bereidwilligheid en instemming met het eerste en grote gebod — de ware God en Hem alleen te eren. En evenals met het houden van de wekelijkse en jaarlijkse sabbatdagen, oogst de man of vrouw die Gods financiële wet van tiendbetaling vervult, onvermijdelijk de stoffelijke en geestelijke zegeningen beloofd in Zijn Woord.

Gehoorzaamheid en overwinning

Hoewel de echte christen ernaar streeft al Gods geboden te gehoorzamen, weet hij dat hij er niet tot in alle volmaaktheid aan kan gehoorzamen. Hij ontdekt al gauw dat hij nog behept is met steeds terugkerende zonden en slechte gewoonten die niet zo makkelijk zijn af te schudden.

Het christelijke leven zoals in de bijbel geopenbaard, is een leven van overwinnen en geestelijk naar het doel van de geestelijke volwassenheid die Christus had, toegroeien. Door onze studie hebben we gezien dat die uiteindelijke verandering in onsterfelijke geestelijke volmaaktheid zal plaatsvinden bij de opstanding der doden in Christus. Intussen verwacht God van christenen die door Zijn Geest zijn verwekt dat ze steeds meer het karakter van Christus in zich ontwikkelen, terwijl ze leren Zijn levenswijze te volgen.

Het is echter onmogelijk uit louter menselijke kracht zonde te overwinnen. Dat moet samen met God volbracht worden, door het geloof van Christus zelf, door een gave van God, Zijn heilige Geest, die Hij ons belooft te geven na bekering en doop.

Als christenen zullen we door verzoekingen soms weer geestelijk struikelen en zondigen, maar onze liefhebbende en barmhartige Vader in de hemel is steeds bereid te vergeven en ons weer op het goede pad van overwinnen en groeien te helpen als wij onze zonden belijden en Hem om vergeving vragen.

Wat is Gods weg heerlijk, bemoedigend en lonend als we er begrip voor krijgen.

Laten we nu de belangrijke details over waar het bij de christelijke levenswijze om gaat eens nader bekijken.

LES 12

Wat is een echte christen?

Ja, wat is een echte christen eigenlijk? Zou u er een bijbelse omschrijving van kunnen geven? Niet velen hebben de bijbel erop nageslagen om te weten te komen wat God van hen verlangt. Nog minder mensen weten waar de christelijke levenswijze om draait.

Jezus gaf ons de eigenlijke grondslag van echte christelijkheid in wat algemeen de "bergrede" wordt genoemd (Mattheüs 5-7). Deze bergrede begon eigenlijk als een privé-les aan Zijn discipelen (leerlingen). Jezus wees daarbij op de kenmerken, vaak zaligsprekingen genoemd, waardoor Zijn ware volgelingen duidelijk te identificeren zouden zijn.

Voordat we aan Mattheüs 5 beginnen en onze aandacht op een paar specifieke aspecten van bijbelse christelijkheid vestigen, raden wij u aan eerst alle drie de hoofdstukken, 5, 6 en 7, door te lezen.

1. Wat komt volgens Jezus de armen van geest toe? Mattheüs 5:3. Bedoelde Hij met "armen van geest" mensen die het aan de Geest van God zou ontbreken? Romeinen 8:9; Lukas 11:13.

OPMERKING: Nee, Jezus geeft hier niet te kennen dat het hen aan Gods Geest moet ontbreken, zoals dat in de gelijkenis van Mattheüs 25 het geval was met de vijf dwaze maagden. Integendeel, Hij wilde ermee zeggen dat zij die waarlijk nederig van hart zijn zalig gesproken worden en zeker in Gods Koninkrijk zullen komen.

2. Wat zullen de zachtmoedigen beërven? Mattheüs 5:5. Was Jezus zachtmoedig? Mattheüs 11:29. Zal een christen in zijn dagelijks leven het kenmerk van zachtmoedigheid aan de dag leggen? Efeziërs 4:12.

OPMERKING: Er is verschil tussen zachtmoedig en zwak zijn. Jezus was zachtmoedig, maar niet zwak. Hij verdroeg smaad en verwonding met geduld en zonder haatgevoelens. Hij probeerde niet met opzet discussies en moeilijkheden te veroorzaken.

Een zachtmoedig persoon zal zichzelf niet trachten te rechtvaardigen; vooral niet als hij fout zit. Ook voelt hij zich niet boven anderen verheven. Hij wil anderen niet met gelijke munt betalen of wraak op hen nemen.

3. Waarnaar dorst een ware volgeling van Christus? Mattheüs 5:6. Hoe luidt de bijbelse definitie van gerechtigheid? Psalm 119:172. Kwam Jezus om Gods geboden op te heffen of om ze te bevestigen? Mattheüs 5:17-19.

OPMERKING: Te hongeren en dorsten naar gerechtigheid is ernaar verlangen en sterk gemotiveerd zijn God te gehoorzamen en Zijn wetten die ons in liefderijke zorg zijn gegeven voor ons bestwil, te onderhouden.

Zij die oprecht hongeren en dorsten naar gerechtigheid, zullen hun best doen een goed inzicht te verkrijgen en zullen bereid zijn te veranderen wanneer ze zien dat ze verkeerd geleefd hebben. Ze zullen toegeven verkeerde dingen te hebben geloofd, fouten te hebben gemaakt en zonden te hebben begaan. "Beproeft alle dingen ..." (1 Thessalonicenzen 5:21) schreef Paulus aan de Thessalonicenzen.

4. Wie zullen er volgens Paulus gerechtvaardigd zijn voor God — de hoorders of de daders van Gods wet? Romeinen 2:13. Gaf Paulus duidelijk te verstaan dat christenen, ondanks de onverdiende genade van God in de vergeving van zonden door het geloof in het offer van Christus, het toch aan God verplicht zijn dat zij Zijn wetten onderhouden? Lees Romeinen 3:31 en heel hoofdstuk 6.

5. Wie zal naar Jezus' zeggen het Koninkrijk Gods binnengaan? Mattheüs 7:21. Wat is volgens de apostel Paulus duidelijk het belangrijkste dat een christen moet doen? 1 Corinthiërs 7:19.

OPMERKING: Ziet u dat er voor het binnengaan in Gods Koninkrijk iets is vereist, n.l. doen — niet slechts belijden dat Christus onze Heiland is. God is ook zeer geïnteresseerd in onze geestelijke "werken" nadat we christen zijn geworden. Hij geeft duidelijk te kennen dat we niet in Zijn Koninkrijk komen door ons gemak ervan te nemen en te denken dat Christus alles voor ons heeft gedaan.

6. Kunnen we wel een christen zijn zonder de liefde van God in ons? Lees heel 1 Corinthiërs 13 eens. Wat zijn wij als het ons aan de liefde van God ontbreekt? Vers 2.

7. Brengt Gods liefde, die Hij door Zijn Geest schenkt, iemand ertoe Zijn tien geboden te houden — alle tien? Romeinen 13:8-10. Op welke manier inspireerde God Johannes deze uitspraak van Paulus te bevestigen — wat is de bijbelse definitie van Gods liefde? 1 Johannes 5:2-3. Hoe wordt Gods liefde volmaakt in een mens? 1 Johannes 2:5.

Een christen wandelt met God

1. Is een christen iemand die probeert Christus — Zijn voorbeeld — te volgen en met Hem te wandelen? 1 Petrus 2:21; 1 Johannes 2:6.

2. Wie was een van de eerste mensen in de bijbel die met God wandelde? Genesis 5:22-24. Wat wordt er nog meer over Henoch gezegd? Hebreeën 11:5, laatste gedeelte. Zal hij in de opstanding zijn? Hebreeën 11:13, 39-40.

3. Welke andere bekende patriarch voor de zondvloed wandelde met God? Genesis 6:9. Vond Noach dan ook genade in Gods ogen? Vers 8. Bleek Noach een getrouw en rechtschapen man die God behaagde? Hebreeën 11:7.

4. Hoe luidde Gods bevel aan Abraham? Genesis 17:1. Waarom kon van hem gezegd worden dat hij waarlijk met God wandelde? Genesis 26:5; Hebreeën 11:8-10.

5. Was God bovendien Abrahams vriend en metgezel? 2 Kronieken 20:7; Jesaja 41:8; Jakobus 2:23. Sprak God met Abraham als met een goede vriend? Genesis 18:17-19, 23-33. (U herinnert zich uit vorige lessen misschien nog wel dat de "Here" van het Oude Testament in werkelijkheid de persoon van Gods familie was die later Jezus Christus werd.)

6. Sprak God ook met Mozes als met een goede vriend? Exodus 33:11; Numeri 12:7-8; Deuteronomium 34:10.

7. Hoe kunnen wij een van Jezus' vrienden worden? Johannes 15:14-15.

OPMERKING: Echte vrienden gaan samen en spreken openlijk met elkaar, zonder vrees of schaamte. Zij hebben dezelfde opvattingen en zijn het met elkaar eens, anders zouden ze geen echte vrienden zijn (Amos 3:3).

8. Gaf God Zijn Gemeente in de woestijn — de natie Israël — uitdrukkelijk de opdracht Zijn wegen te bewandelen, m.a.w. Zijn wetten te gehoorzamen? Deuteronomium 5:32-33; 8:6; 10:12-13; 11:22; 13:4; 26:17; 28:9.

9. Beloofde God met hen te wandelen als zij met Hem zouden wandelen? Leviticus 26:3, 12. Zou Hij hen rijk zegenen als ze met Hem zouden wandelen? Vers 4-11.

10. Maar als het volk Israël zich tegen God zou keren en weigeren in zijn wegen te wandelen, wat zou er dan met hen gebeuren? Leviticus 26:14-39.

OPMERKING: Wandelen met God betekent dus duidelijk Zijn geboden en wetten gehoorzamen en doen wat welgevallig is in Zijn ogen (Leviticus 26:1-3; 1 Johannes 3:22). Het is de enige manier om waarlijk een christen te zijn!

11. Welke houding zal een christen tegenover de zondigende maatschappij om hem heen hebben? 1 Johannes 2:15-17; 1 Petrus 4:1-4; Openbaring 18:4. Waarbij zal hij liever trachten te leven? Mattheüs 4:4.

OPMERKING: Een christen zal niet langer met een goed geweten alle gewoonten en gebruiken van de samenleving om zich heen kunnen volgen. Waar hij vroeger "met de massa meeliep", zal hij nu zijn levensstijl eens onder de loep gaan nemen. Hij zal zich afvragen: "Wat is Gods wil? Hoe zegt God dat ik moet leven?" Hij zal met Christus gaan zeggen: "Niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede", en hij zal met ijver de bijbel gaan onderzoeken om te weten te komen wat de wil van God is en die gaan volgen.

Vanzelfsprekend moeten Gods kinderen in deze wereld leven (Johannes 17:15). Zelfs bij dat streven naar volledige gehoorzaamheid aan God, nl. niet conform zijn aan de wegen van deze wereld (Romeinen 12:1-2), moeten zij ernaar streven zoveel mogelijk vrede te houden met alle mensen (vers 18). En als een christen niet mee kan gaan vanwege bijbelse leer, dan doet hij dat zonder er onaangenaam en eigengerechtig over te zijn.

Hoewel niet "van de wereld" in de zin die Christus bedoelde, hebben die mannen en vrouwen van God met de heilige Geest en kennis van Zijn waarheid toch de verantwoordelijkheid een helder licht te zijn in de wereld (Mattheüs 5:14-16). Verre van alleen maar passief te schijnen als een lamp van 25 watt of hun licht te verbergen "onder een korenmaat", moeten Gods kinderen juist de "vruchten" of kenmerken van Gods inwonende heilige Geest ten toon spreiden. Zij kunnen actief bijdragen door vriendelijkheid en door hun naaste en degenen, waarmee zij dagelijks in contact komen, de helpende hand te bieden. Mensen die nog niet door God zijn geroepen, zullen bemoedigd worden als zij iets van de geest en het karakter van God in actie zien door het levende voorbeeld van individuele christenen.

12. Welke stappen heeft een christen reeds gedaan om door God als een van Zijn kinderen te worden erkend? Handelingen 2:38. Wat heeft God hem voor zijn gehoorzaamheid als een vrije en onverdiende gave geschonken? Zelfde vers en Handelingen 5:32.

OPMERKING: Een christen is een door God overwonnene. Zijn natuurlijk gezinde en vijandige houding tegenover God (Romeinen 8:7-8) is nu gebroken. Hij is gaan beseffen dat hij tegen God had gezondigd door Zijn heilige, rechtvaardige wet te overtreden (1 Johannes 3:4). Daarom heeft hij God aangeroepen en Hem gevraagd om vergeving van die zonden en ontheffing van de doodstraf die op elke zonde staat (Romeinen 6:23) door het zoenoffer van Christus. Daarna onderwierp hij zich aan het voorschrift van de doop die voor God een teken is van zijn diepe ernst.

En zoals hij van God verwachtte dat Hij Zijn belofte om hem geestelijk te verwekken door de heilige Geest gestand zou doen na zijn berouw, doop en het opleggen der handen, werd hij inderdaad vervuld met de Geest van de Vader en werd hij een geestelijk verwekt kind van God. Dat was het moment waarop hij een echte christen werd (Romeinen 8:9-10).

13. Hoe noemt God de persoon die beweert Christus te kennen, maar die weigert Zijn weg te bewandelen — Zijn geboden niet wil houden? 1 Johannes 2:4. Wat zal degene die zegt een christen te zijn eigenlijk doen? Vers 3, 5-6. Komt dit overeen met Salomo's oproep tot wat de verantwoordelijkheid van ieder mens voor God is? Prediker 12:13.

OPMERKING: Een christen heeft oprecht berouw van zijn zonden en streeft er met behulp van de heilige Geest naar te leven volgens de leer van zijn Heiland. Hij zoekt Gods wil zoals die in de bijbel wordt geopenbaard in ieder aspect van zijn leven te vervullen, en hij ontvangt het geluk en de zegeningen die verbonden zijn aan gehoorzaamheid aan God.

De tien geboden

De Jezus Christus van uw bijbel verkondigde altijd het evangelie van de regering (of het koninkrijk) van God. Hij predikte: "... bekeert u, en gelooft het Evangelie" (Markus 1:15). Steeds weer leert de bijbel bekering van zonde, hetgeen overtreding van Gods grote geestelijke wet is (1 Johannes 3:4) die wordt opgesomd in tien universele principes — de tien geboden.

Zoals we reeds hebben gezien in onze studie van de bijbel, is berouw en bekering de eerste stap tot behoud. Alvorens God ons onze zonden vergeeft, moeten wij berouw hebben over en ons bekeren (afkeren) van het overtreden van Zijn wet.

Salomo kwam tot de slotsom: "... Vrees God, en houd Zijn geboden, want dit betaamt alle mensen" (Prediker 12:13). De moderne mens is gefrustreerd en onvervuld omdat hij het levende, vitale contact met God mist dat alleen mogelijk is door gehoorzaamheid aan Zijn geboden.

Laten we eens een aantal essentiële punten m.b.t. de tien geboden bekijken en zien hoe ze van toepassing zijn op de christelijke levenswijze.

1. Staan alle tien geboden van God netjes voor ons op een rij in de bijbel? Exodus 20:1-17; Deuteronomium 5:6-21.

2. Aangezien geen van deze twee opsommingen van de decaloog genummerd is in de tekst, hoe kunnen we dan weten dat er tien zijn? Exodus 34:28; Deuteronomium 4:13; 10:4.

OPMERKING: Het is interessant te vermelden dat het tweede gebod uit enige vroege niet-bijbelse optekeningen wordt weggelaten en het tiende gebod eigenmachtig in tweeën wordt gedeeld om weer tot tien te komen.

Het is echter niet logisch het gebod tegen begeerte in tweeën te delen, nl. het niet begeren van 1) het huis van uw naaste en 2) de vrouw van uw naaste. Het laatste gedeelte van het 10e gebod is heel duidelijk een samenvatting van beide aspecten, want er staat: "... noch iets, dat van uw naaste is" (Exodus 20:17). Het blijkt wel dat Paulus dit gebod goed begreep uit zijn simpele verklaring: "Gij zult niet begeren" (Romeinen 7:7). (Als u nog niet in het bezit bent van ons boekje De tien geboden, vraagt u dit dan alsnog aan om alle tien de punten grondig te bestuderen.)

3. Vond de aartsvader Abraham — de vader der gelovigen (Romeinen 4:16) — het belangrijk Gods geboden te onderhouden? Genesis 26:5. Welke houding had de profeet David tegenover gehoorzaamheid aan Gods wet? Lees heel Psalm 119 maar eens door.

OPMERKING: Zowel Abraham als David hielden de geboden. Zij hadden ontzag voor Gods wet. Dat is een van de redenen waarom zij beiden zeer verantwoordelijke posities zullen innemen in de komende regering van God op aarde.

David schreef: "Hoe lief heb ik uw wet! Zij is mijn betrachting de ganse dag" (Psalm 119:97). Het was Davids dagelijkse gewoonte Gods wet te overdenken en te bestuderen. Zij was een lamp voor zijn voet en een licht op zijn pad (vers 105). Zijn gehoorzaamheid aan Gods geboden maakte hem wijzer dan zijn vijanden (vers 98). Door heel deze Psalm heen drukte David uit hoe lief hij Gods wet had en dat hij ze in zijn leven als leidraad gebruikte.

4. Hield Jezus Christus zelf zich aan de tien geboden? Johannes 15:10. Onderwees Hij anderen ze te gehoorzamen? Mattheüs 19:17-19.

OPMERKING: Deze verzen in Mattheüs 19 laten duidelijk zien dat Jezus specifiek de tien geboden bedoelde. Hij wist dat Gods wet van tien punten vrede, vervulling en vreugde zou brengen aan ieder individu of volk dat zou verkiezen eraan te gehoorzamen.

5. Toont de bijbel aan dat de Kerk die Jezus zelf oprichtte ook nu nog gehoorzaamheid aan en letterlijke naleving van de tien geboden en andere inzettingen van Christus zou leren? Openbaring 12:7; 14:12. (In hoofdstuk 12 van Openbaring wordt Gods Kerk verpersoonlijkt door een vrouw.)

OPMERKING: De Worldwide Church of God (Wereldwijde Kerk van God) houdt Gods wet hoog. Zij erkent dat God een wet in werking stelde die, naarmate men eraan gehoorzaamt, de mens enkel goeds brengt — overvloedig welzijn en een vervuld leven. Gods Kerk zegt met David: "Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht op mijn pad" (Psalm 119:105). Zij ziet in dat Gods wet een van Zijn grootste gaven aan de mensheid is.

6. Is de wet van God heilig, rechtvaardig en goed? Romeinen 7:12. Geeft het houden van de tien geboden gemoedsrust? Psalm 119:165.

OPMERKING: Geen mens die steeds Gods wet overtreedt, kan ooit echte vrede van binnen hebben. Hij is beangst en gefrustreerd, en heeft vaak een schuldig geweten. Maar de persoon die zich aan Gods wetten houdt, heeft een rein geweten. Hij leeft in vrede met God, met zichzelf en met zijn medemens. Hij heeft "de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat" (Filippenzen 4:7).

Gods wet is de weg tot vrede, geluk en vreugde. Zij is Gods grootste gift aan de mensheid — gegeven om de mens gelukkig te maken, hem een vervuld en overvloedig leven te geven, zijn geluk te beschermen en hem naar eeuwig leven te leiden. Al het slechte in de wereld van vandaag is het gevolg van ongehoorzaamheid aan de wetten van de Schepper.

7. Op welke manier gaf Jezus nog meer inhoud aan het naleven van de tien geboden? Mattheüs 5:21-22, 27-28. Begreep Johannes dit principe? 1 Johannes 3:15. Begreep Paulus de geestelijke aspecten van Gods wet? Romeinen 7:14.

OPMERKING: In tegenstelling tot wat sommigen geloven, kwam Jezus niet om de tien geboden af te schaffen, maar om door voorbeeld te onderwijzen en te laten zien hoe men naar de geestelijk bedoeling van de wet moet leven.

In het Oude Testament vereiste God slechts een fysieke, mechanische en zichtbare gehoorzaamheid van Zijn gemeente. M.a.w. gehoorzaamheid alleen naar de letter. Dit was, zoals we weten, omdat de oudtestamentische Kerk van God — het volk Israël — niet de gelegenheid had de heilige Geest te ontvangen als hulp bij het gehoorzamen aan zowel de geestelijke bedoeling van de tien geboden als aan de letterlijke. Maar in nieuwtestamentische tijden heeft God wel Zijn heilige Geest beschikbaar gesteld. Hij verlangt dat Zijn door de Geest verwekte kinderen Hem volgen naar de geest, de volheid, van Zijn wet.

Om er zeker van te zijn dat Zijn volgelingen in alle eeuwen deze nieuwe, "groot" gemaakte (Jesaja 42:21 zonder de cursief gedrukte woorden) stijl van wetsnaleving zouden begrijpen, lichtte Jezus de geboden tegen moord en overspel eruit als levendige voorbeelden. Hij leerde dat we nu niet slechts de fysieke daden van moord en overspel moeten nalaten, maar ook haat en overspel in onze gedachten moeten schuwen.

Haat tegen een ander mens is de geest van moord. Seksuele begeerte is de geest van overspel. Christus breidde de invloed van Gods geboden uit tot onze binnenste gedachten en gezindheid. Laten we eens zien hoe de bijbel aantoont dat deze schijnbaar onmogelijke taak toch uitgevoerd kan worden, zij het dan niet op volmaakte wijze vanwege ons mens zijn.

8. Hoe vatte Jezus Gods grote wet van tien geboden samen? Mattheüs 22:36-40. Wat is het fundamentele kenmerk van Gods eigen aard en karakter? 1 Johannes 4:16.

OPMERKING: De tien geboden geven uitdrukking aan de liefde van God omdat ze Gods eigen karakter dat samengevat wordt door het woord liefde, weerspiegelen. Deze liefde is niet, zoals we in vorige lessen gezien hebben, weer een andere vorm van menselijke liefde, het is de goddelijke liefde die rechtstreeks van God komt door de heilige Geest (Galaten 5:22).

Aangezien God liefde is, liet Jezus zien dat de hele geestelijke bedoeling van Gods wet liefde is. De eerste vier geboden laten ons zien hoe we God moeten liefhebben en de laatste zes tonen ons hoe we onze naaste, alle medemensen, moeten liefhebben.

9. Als wij Gods Geest bezitten en er gebruik van maken, zal de liefde van God die Zijn Geest ons schenkt, ons dan in staat stellen Gods wetten te vervullen? Romeinen 5:5; 13:10.

OPMERKING: De goddelijke liefde die de mens door de heilige Geest geschonken wordt, komt tot uitdrukking binnen het kader van Gods wet — de tien geboden. Het manifesteert zich in de eerste plaats in verering en aanbidding van God, en in letterlijke gehoorzaamheid aan Hem; en ten tweede in onbaatzuchtige bezorgdheid, medeleven, vriendelijkheid en gedienstigheid voor andere mensen.

De liefde van God stelt ons in staat de geest van de wet te vervullen. Zij was ook het ingrediënt dat Jezus Christus gebruikte om zelf de wet intensiever, uitgebreider te vervullen. De apostel Paulus schreef: "... wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij, worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet" (Romeinen 13:8-10, N. Vert.). (Meer over hoe God ons helpt Zijn wetten te houden, zal later in deze les behandeld worden.)

10. Zou er ook enige waarheid schuilen in het alom verbreide geloof dat liefde op zulk een wijze de wet vervult dat het onderhouden ervan niet meer nodig is? 1 Johannes 5:2-3; Johannes 14:15; 15:9-10; 2 Johannes 5-6.

OPMERKING: De apostel Johannes legde heel veel nadruk op liefde, maar nooit heeft hij of enige andere geïnspireerde schrijver van de bijbel gezegd dat liefde de wet afschaft, vervangt of buiten werking stelt. Johannes, een goede vriend en discipel van Jezus, maakte het duidelijk dat iemand die waarlijk de liefde Gods heeft, de geboden van God gehoorzaamt.

11. Is het mogelijk eigen behoud te verdienen door gehoorzaamheid aan God? Romeinen 6:23. Kan iemand echter als wetsovertreder Gods Koninkrijk binnenkomen? Mattheüs 7:21; 19:17-19.

OPMERKING: Een woord van nadere aanduiding is hier noodzakelijk. Wij zeggen niet dat men eigen behoud kan verdienen door de tien geboden of enige andere wet van God te houden. Eeuwig leven is zonder meer een gift van God! Geen enkele man of vrouw zou het ooit in tienduizend levens van geboden-houden kúnnen verdienen.

Maar het is ook niet mogelijk het eeuwige leven in te gaan als wetsovertreder (Romeinen 6:23)! Jezus Christus verklaarde duidelijk en met klem dat wij als christenen met al onze inzet en Zijn geestelijke hulp moeten trachten de tien geboden te houden, terwijl we op Zijn genade vertrouwen, nl. dat Hij Zijn zoenoffer voor ons laat gelden wanneer wij te kort schieten en daar berouw over hebben (1 Johannes 1:7-9).

"Gedenkt de sabbatdag"

De meerderheid der kerken meent dat de zondag de sabbat op de zevende dag heeft vervangen. Op de een of andere wijze hebben ze aangenomen dat het vierde gebod niet meer van kracht is in wat zij de nieuwtestamentische bedeling noemen. Dan zijn er nog de mensen die denken dat het helemaal niet noodzakelijk is een specifieke dag als sabbat te houden. Voor hen is iedere dag een geestelijke sabbat.

Laten we regelrecht in het Woord van God kijken voor de waarheid over dit sleutelgebod.

1. Wanneer, hoe en door wie werd de sabbat in gesteld? Genesis 2:1-3; Markus 2:28.

OPMERKING: Christus is "Heer" van de sabbat omdat Hij hem heeft gemaakt! (U herinnert zich nog wel uit uw vorige lessen dat Christus de Heer van het Oude Testament en de Schepper aller dingen is.)

Christus schiep de sabbat door te rusten op de zevende dag van de scheppingsweek. Hij legde Zijn goddelijke gunst op elke zeven dagen na die eerste sabbat terugkerende tijdsperiode van 24 uur en zette die apart voor een bepaald gebruik en doel.

2. Voor wie, zei Jezus, werd de sabbat vooral gemaakt? Markus 2:27.

OPMERKING: "De sabbat is gemaakt om de mens", verklaarde Jezus. Hij werd veel minder dan een dag na de mens zelf geschapen. De sabbat werd bij de schepping voor het welzijn van heel de mensheid apart gezet. (Aangezien Adam de eerste mens was, vertegenwoordigde hij het gehele mensdom dat uit hem is voortgekomen.

3. Hoe wilde Christus dat de sabbat de behoeften van de mens zou vervullen? Exodus 20:8-11; Deuteronomium 5:12-15.

OPMERKING: Let erop dat God de 7e dag van de week heilig maakte — en Hij gebiedt ons dat zo te houden. De sabbat is dus heilige tijd, én hij werd gemaakt om een zegen te zijn voor heel de mensheid.

Het woord "sabbat" betekent rust in het oorspronkelijke Hebreeuws. Gewoon lichamelijke en mentale rust alsmede verfrissing na een zware werkweek is een voor de hand liggende reden voor de sabbat. Een mens heeft behoefte aan periodieke rust en afstand van de problemen die schijnen samen te gaan met het dagelijkse leven. De mens moet zich kunnen terugtrekken uit de normale routine, vrije tijd hebben om uit te rusten en na te denken, zodat hij fysiek weer nieuwe krachten opdoet.

Maar de eigenlijke bedoeling van de sabbat stijgt ver uit boven de fysieke, mentale en wellicht ook emotionele verademing. De sabbat op de 7e dag is namelijk in eerste instantie onlosmakelijk verbonden met Gods transcendente plan bij het scheppen van de mens.

De mens van nu heeft deze tijdsperiode dringend nodig voor geestelijke gemeenschap met God. Tijd om meer over God na te denken, tot Hem te bidden (zowel privé als samen met anderen), te peinzen over onze plaats in het heelal ten einde een beter inzicht te krijgen in het doel van ons bestaan.

4. Werd het houden van de sabbatdag een speciaal teken van identificatie tussen God en Zijn volk Israël? Exodus 31:13-17.

OPMERKING: Een kort overzicht van een deel van Israëls geschiedenis is hier op zijn plaats. U weet dat de Israëlieten enige honderden jaren als slaven in Egypte hadden doorgebracht. In Egypte was het hun verboden de ware God te dienen. Zij werden gedwongen zeven dagen in de week te werken. Als gevolg daarvan vergaten zij Gods wetten en de kennis van de ware sabbatdag die zij van hun voorouders Jakob (Israël), Izak en Abraham hadden overgedragen gekregen.

Nadat God hen op wonderbaarlijke wijze uit de handen van hun wrede opzichters had bevrijd, openbaarde Hij hun de juiste zevende dag door op de 6e dag van de week (vrijdag) een dubbele portie manna te geven en het op de 7e dag (zaterdag) in te houden. God gebood hen op die dag te rusten (Exodus 16:22-26). (U weet ook dat het mannawonder bleef doorgaan gedurende al de 40 jaren van hun zwerven door de woestijn — vers 35.) Na de bekendmaking van de ware sabbatdag, legde God op de berg Sinaï het sabbatgebod vast door het op te nemen als een van de tien geboden die Hij op twee tafels van steen schreef.

Met de bedoeling dat de Israëlieten vooral de eeuwige God als de Schepper, Onderhouder en Opperheerser over heel Zijn schepping zouden gedenken, koos Hij de sabbatviering als het ene speciale teken waardoor zij zich steeds zouden herinneren wie Hij is en wie zij waren.

Vele andere volken hadden ook wetten die vergelijkbaar waren met sommige wetten van God. Sommige hadden tamelijk strenge morele wetten, meestal tegen misdaad (o.a. moord en diefstal), maar geen enkel volk had een wet die eiste dat men de sabbatdag van de Schepper moest houden. Om die reden was het de ene wet van God waardoor Israël zich onderscheidde.

God maakte het sabbatgebod dus dubbel van kracht door een apart verbond met Zijn volk Israël te sluiten. (De sabbat was reeds een van de tien geboden die iets eerder aan Mozes werden gegeven.) Het werd een eeuwig verbond (Exodus 31:16) en het moest het volk van God identificeren.

Zo is ook nu het onderhouden van de sabbat op de 7e dag een van de tekenen die bijdragen tot identificatie van degenen die de ware Kerk van God op aarde vormen.

5. Laat de bijbel duidelijk zien dat een echte christen iemand is die een geestelijke Israëliet is geworden — door Jezus Christus iemand van Abrahams zaad? Galaten 3:28-29; Romeinen 4:16; 9:4.

OPMERKING: God sloot het speciale sabbatverbond met Abrahams fysieke zaad. Zij moesten door al hun generaties heen daaraan gehoorzamen. Nu zijn alle door Gods Geest verwekte christenen Abrahams geestelijke zaad geworden door het geloof in Christus en staan daarom onder dezelfde verplichting de sabbatdag te houden.

6. Hield Jezus de sabbat? Lukas 4:16, 31.

OPMERKING: Jezus bezocht regelmatig op de sabbat "naar Zijn gewoonte" de diensten in de synagoge van Zijn woonplaats. Hij kwam daar met anderen bijeen ter vervulling van Zijn eigen gebod om elke sabbatdag een heilige samenkomst te houden (Leviticus 23:3). Dit is de dag die Hij vanzelfsprekend zou vieren aangezien Hij degene is die oorspronkelijk de sabbat instelde en gebood deze heilig te houden.

7. Bestaat er bijbels bewijs dat de jonge nieuwtestamentische Kerk ook de sabbat hield? Handelingen 13:13-15, 42-44; 14:1; 17:1-2; 18:1-11.

8. Was het de gewoonte van Paulus (Handelingen 17:2) net als van Christus (Lukas 4:16) de sabbat te houden omdat hij daar zin in had of omdat Christus in hem woonde? Galaten 2:20. Blijft de wil van Christus voor eeuwig dezelfde? Hebreeën 13:8.

OPMERKING: Het is zonneklaar dat Paulus de sabbat hield. En als Christus Zijn leven in ons leeft door de heilige Geest zoals in Paulus, dan zullen ook wij dezelfde dag houden als Jezus en Paulus.

9. Waarvoor worden alle christenen in Hebreeën 3:8-13 gewaarschuwd? Was opstandigheid en vooral sabbatschennis de reden dat God de Israëlieten niet toestond in Zijn "rust" in te gaan? Ezechiël 20:12-13, 15-16.

OPMERKING: Omdat Israël opstandig was geworden en Gods sabbatten had geschonden, stond Hij die generatie niet toe het Beloofde Land — symbolisch voor het Koninkrijk Gods — binnen te gaan. Die Israëlieten onder Mozes waren op weg naar het Beloofde Land, precies als Gods verwekte kinderen nu streven naar het doel van Gods Koninkrijk. Daar heeft de schrijver het over in Hebreeën 3 en 4. Laten we dit verder vervolgen.

Het woord "rust" in Hebreeën 3:11 komt van het Griekse katapausis en wordt omschreven als rust of rustplaats. Zoals het in dit vers wordt gebruikt, duidde het voor de Israëlieten op de rust in het Beloofde Land na het harde leven in de woestijn. Dit is een zinnebeeld van de geestelijke rust voor de christen die door geboorte in het Koninkrijk Gods onsterfelijk wordt gemaakt.

10. Was het voornamelijk door hun ongeloof dat de Israëlieten ongehoorzaam waren en daardoor Gods rust voor hen — het land Palestina — niet konden binnengaan? Hebreeën 3:19; 4:1-2.

OPMERKING: Omdat het volk Israël God niet geloofde en dus geen vertrouwen in Hem had, heeft het zijn hart verhard. Het bleef Gods sabbatten schenden, ook al had Hij die juist de toetssteen gemaakt ("opdat Ik het op de proef stelle, of het al dan niet wandelt naar mijn wet" — Exodus 16:4, N. Vert.); daarom zei God van die generatie: "... dat zij in Zijn rust niet zouden ingaan".

Niemand van die generatie, behalve Jozua en Kaleb, is het Beloofde Land binnengekomen. Maar de kinderen die gedurende de 40 jaar van omzwerven werden geboren, gingen met Jozua mee. God had dit land oorspronkelijk aan Abraham beloofd voor zijn nakomelingen en niettegenstaande Israëls zonden, was God gebonden aan Zijn belofte.

Voordat de tweede generatie Israëlieten de Jordaan overstak naar Palestina, zei Jozua tot de mannen van drie stammen: "... De Here, uw God, geeft u rust, en Hij geeft u dit land" (Jozua 1:13).

11. Als nieuwtestamentische christenen geloof hebben en God gehoorzamen, mogen zij dan hun rust — eeuwige rust in Gods Koninkrijk — ingaan? Hebreeën 4:3, eerste negen woorden.

OPMERKING: De vergelijking is erg duidelijk: echt geloof in God staat gelijk met actieve gehoorzaamheid. Als iemand echt Gods Woord gelooft, zal hij het ook opvolgen.

12. Zullen echte gelovigen Gods wekelijkse sabbatdag houden als een symbool van hun toekomstige rust in Gods Koninkrijk? Hebreeën 4:9.

OPMERKING: De weergave van het woord "rust" in de Statenvertaling verdoezelt de hoogst belangrijke betekenis van dit vers. Overal elders in de hoofdstukken 3 en 4 van Hebreeën komt het Nederlandse woord "rust" van het Griekse katapausis, maar in vers 9 van hoofdstuk 4 komt "rust" van het Griekse sabbatismos, hetgeen het houden van de sabbat betekent.

Vanwege de toekomstige "rust" (katapausis) ? het Koninkrijk Gods — waarin geestelijk Israël zal binnengaan, blijft er voor hen dus een sabbatismos — een houden van de sabbatdag. Dit houdt in dat christenen de toekomstige "rust" van Gods Koninkrijk zullen ingaan zoals ze nu de wekelijkse sabbat houden die daarnaar uitziet.

De Nieuwe Vertaling geeft Hebreeën 4:9 juist weer in het Nederlands: "Er blijft dus een sabbatsrust voor het volk van God".

13. Welke aansporing wordt een christen verder nog gegeven i.v.m. het ingaan van Gods eeuwige rust? Hebreeën 4:10-11. Tot wie kunnen wij gaan om de noodzakelijke hulp — het geloof — om God te kunnen gehoorzamen? Vers 14-16.

OPMERKING: Zie hoe de Nieuwe Vertaling vers 10-11 weergeeft: "Want wie tot zijn rust [het Koninkrijk Gods] is ingegaan, is ook zelf tot rust gekomen van zijn werken, evenals God van de zijne [op de zevende dag na de zes werkdagen van de schepping]. Laten wij er dus ernst mede maken om tot die rust in te gaan, opdat niemand ten val kome door dit voorbeeld van ongehoorzaamheid [van de Israëlieten] te volgen."

Gods sabbat op de zevende dag mag men niet licht opnemen, want de sabbat is zowel een gedenkdag als een voorafschaduwing. Het is een gedenkdag van de schepping en een voorafschaduwing van de komende eeuwige rust die de door de Geest verwekte christenen zullen ingaan bij hun geboorte in Gods eeuwige familie.

14. Gebood God heel het volk Israël op de sabbat samen te komen? Leviticus 23:3; Numeri 28:25. Waartoe worden nieuwtestamentische christenen opgeroepen wat het bijeenkomen betreft? Hebreeën 10:25-26.

OPMERKING: Het zal u misschien interesseren te weten dat Gods Kerk, precies zoals de eerste nieuwtestamentische christenen op de sabbatdag bijeenkwamen, ook in dit tijdperk over heel de wereld sabbatdiensten heeft. Ook in Nederland en België bestaan Gemeenten. Elke sabbat komen Gods kinderen samen om geestelijk onderwijs en inspiratie uit het Woord van God te ontvangen, gegeven door de voorgangers van Zijn Kerk (Efeziërs 4:11-13). Als u graag meer informatie over deze sabbatdiensten zou willen hebben, zie dan pagina 30.

(De Wereldwijde Kerk van God geeft een boekje uit dat uitgebreid ingaat op de sabbat. De titel is: Welke dag is de christelijke sabbat? Als u het nog niet bezit, vraag het dan gerust aan.)

De zeven jaarlijkse sabbatten

God heeft een groot basisplan door middel waarvan Hij Zijn ontzagwekkende bedoeling met de mensheid wil verwezenlijken. In dit weinig bekende plan voor de mens speelt Zijn Zoon, Jezus Christus, de centrale rol. Het plan wordt in hoofdlijnen aangegeven door de zeven jaarlijkse sabbatten of hoogtijdagen die christenen geacht worden te vieren, en wel voor een heel belangrijk doel.

Precies zoals de wekelijkse sabbat voor de christen het doel van eeuwige rust als een verheerlijkt, geestelijk familielid van God uitbeeldt, geven deze jaarlijkse feestdagen stap voor stap een overzicht van de uitwerking van Gods plan voor de mens. Elk feest schildert niet alleen in alle levendigheid een grote gebeurtenis in Gods plan af, maar de jaarlijkse viering van die dagen geeft Gods kinderen een steeds dieper inzicht in dat plan en herinnert hen telkens aan hun rol daarin.

Pas tijdens het leven van Mozes begon God de details van Zijn plan voor de mensheid te onthullen. God maakte deze feesttijden op formele wijze door Mozes aan Zijn volk Israël — Zijn Gemeente in de woestijn — bekend (Handelingen 7:38).

Aangezien de mens sinds zijn bestaan het dichtst staat bij de grond waarop hij zijn voedsel verbouwt, heeft God gebruik gemaakt van de jaarlijkse landbouwoogsten in Palestina als symbolische typen van Zijn geestelijke oogsten van mensen. Aangezien in de huidige tijd een groot deel van de wereldbevolking niets meer met landbouw te maken heeft en ver van landbouwgebieden verwijderd woont, is het soms moeilijk op spontane wijze de geestelijke overeenkomsten en begrippen die uit deze feesttijden naar voren komen, aan te voelen.

Uit de onderwijzing van Christus en de apostelen kunnen we leren dat God met Zijn voorjaarsfeesten ieder jaar opnieuw aan Zijn Kerk het feit wil uitbeelden dat allen die Hij sinds de komst van Christus heeft geroepen Zijn door de heilige Geest verwekte kinderen te worden, slechts de "eerstelingen" zijn — slechts het betrekkelijk kleine begin van Zijn grote geestelijke oogst van mensen voor Zijn onsterfelijke familie. Later zal God, zoals dat wordt uitgebeeld door de feesten in het herfstoogstseizoen, de rest van de mensheid tot behoud roepen.

In het 23e hoofdstuk van Leviticus kunnen we een opsomming van deze hoogtijden vinden. De eerste drie feesttijden, te beginnen met het Pascha, zijn herdenkingen van het eerste deel van Gods plan. Ze beelden de eerstelingen van Gods geestelijke oogst uit. De laatste vier feesten zien op de toekomst wanneer God de grote geestelijke najaarsoogst van miljarden mensen zal binnenhalen.

Alvorens we beginnen met de inleidende studie van Gods jaarlijkse feesten en wat deze voor de hedendaagse mens betekenen, willen we eerst een paar historische feiten naar voren brengen.

De Encyclopaedia Britannica bevestigt het feit dat de jonge nieuwtestamentische Kerk van God de bijbelse feesten op een nieuwe en andere wijze vierde. "De heiliging van bijzondere dagen [gangbare godsdienstige feesten zoals Pasen en Kerstmis] kwam niet op bij de eerste christenen die de joodse hoogtijden [van Leviticus 23] bleven onderhouden, zij het in een nieuwe zin, als herdenkingen van gebeurtenissen die deze hoogtijden voorafschaduwden" (deel 7, blz. 859, 14e editie, nadruk van ons).

De meeste bijbelcommentatoren en theologen zullen ermee instemmen dat de vele terloopse verwijzingen naar deze jaarlijkse gebeurtenissen in het Nieuwe Testament aanduiden dat ten tijde en in de omgeving van de jonge Kerk het onderhouden ervan bekend, aanvaard en zelfs als vanzelfsprekend was. Nog belangrijker: Christus en de Gemeente Gods hielden de jaarlijkse feesten en de sabbatten ervan als een gewoonte. "In de jonge christelijke Kerk werd de gepastheid de feesttijden samen met de hele joodse gemeenschap te vieren nooit in twijfel getrokken en behoefde daarom geen extra vermelding" (The New International Dictionary of New Testament Theology, deel 1, blz. 628).

Uit bijbelbestudering blijkt echter dat Gods jaarlijkse hoogtijdagen wel een nieuwe betekenis kregen in de apostolische Kerk en dat ze veranderd werden in christelijke feesten. Jezus zelf speelde hierin een grote rol door Zijn leer en voorbeeld.

1. Wie was volgens de bijbel de oorsprong van deze jaarlijkse hoogtijden en sabbatten? Leviticus 23:1-2.

OPMERKING: Ziet u dat dit niet de hoogtijden zijn van de joden of van Mozes zoals sommigen denken? Het zijn Gods feesten. Hij stelde ze in en gaf ze aan Zijn volk om ze jaarlijks te onderhouden.

2. Heeft God speciaal gezegd dat Zijn jaarlijkse feesten gevierd moesten worden naast de wekelijkse sabbat? Leviticus 23:37-38.

3. Wat is het eerste feest dat elk jaar gevierd moet worden? Leviticus 23:5. Wanneer heeft God het allereerste Pascha ingesteld? Exodus 12:1-14.

OPMERKING: Met het Pascha begint Gods grote heilsplan voor de mensheid. Het voorafschaduwde het grote offer — de kruisiging en dood — van Jezus Christus ("ons Pascha" — 1 Corinthiërs 5:7; 1 Petrus 1:19) voor de zonden van de mensheid. Na Zijn dood werd het Pascha een herdenking van dat offer.

4. Welke nieuwe manier van Paschaviering stelde Jezus in kort voor Zijn dood, terwijl Hij het Pascha met Zijn discipelen hield? Lukas 22:8, 15-20.

OPMERKING: Bij het instellen van de nieuwe symbolen, de wijn en het brood die Zijn vergoten bloed voor de vergeving van onze zonden en Zijn gebroken lichaam voor onze lichamelijke genezing (1 Petrus 2:24) voorstellen, gaf Jezus een gebod: "Doet dat tot Mijn gedachtenis" (Lukas 22:19). Het Pascha is een herdenking van Christus' offer dat Hij voor onze zonden heeft gebracht. Hij wil dat christenen daar ieder jaar van hun leven aan denken.

5. Welke geheel nieuwe ceremonie voegde Jezus aan dit nieuwtestamentische Pascha toe? Johannes 13:1-17, vooral vers 14-15.

OPMERKING: Tijdens Zijn laatste Pascha gaf Jezus een zeer betekenisvol voorbeeld ter navolging aan Zijn discipelen. Deze voetwassingsceremonie had absoluut niets te maken met de oudtestamentische Paschaviering. Het werd toen voor het eerst door Jezus Christus zelf ingesteld. Hij benutte deze laatste gelegenheid om iets in te stellen dat Zijn volgelingen van toen af aan door alle eeuwen heen jaarlijks moesten onderhouden.

Het wassen van de voeten drukt een houding van nederigheid en dienstbaarheid aan anderen uit — een houding die Christus steeds toonde en die Hij graag in elke christen wil zien (vers 16-17).

6. Welke viering volgde onmiddellijk na het Pascha? Leviticus 23:6-8; Exodus 12:15-20.

7. Waren de eerste en zevende dag van het Feest der Ongezuurde Broden heilige dagen waarop een samenkomst gehouden moest worden, zoals op een wekelijkse sabbatdag? Exodus 12:16; Leviticus 23:3, 7-8.

8. Vierden de nieuwtestamentische christenen dit feest ooit? 1 Corinthiërs 5:7-8. Welke voor de hand liggende betekenis heeft het Feest der Ongezuurde Broden? Vers 1-2, 6-7.

OPMERKING: Een bestudering van dit gedeelte in 1 Corinthiërs 5 laat zien dat het Feest der Ongezuurde Broden dat door de christenen te Corinthe werd gehouden, het verwijderen van zonde uitbeeldt. Zuurdesem is dus een bijbels symbool van zonde (vers 8), want zonde kan, evenals zuurdesem brood laat rijzen, iemands ijdelheid laten opzwellen, zodat hij opgeblazen is in Gods ogen (vers 2 en 6), maar het kan zich bovendien verspreiden door een groep mensen.

Paulus waarschuwde de Gemeente van God te Corinthe dat zij de persoon die zo openlijk zondigde (vers 1) buiten hun gemeenschap moesten sluiten. Paulus drong aan op een beslist handelen, want "weet gij niet dat een weinig zuurdesem het gehele deeg zuur maakt?" (Vers 6.) Het onverminderd en openlijk laten voortbestaan van zonde in de Gemeente zou na verloop van tijd anderen geleidelijk beïnvloeden het niet meer zo nauw te nemen en terug te vallen in vroegere zonden. Door het slechte voorbeeld van maar één persoon zou zonde zich even zeker in het leven van andere christenen verspreiden als een beetje gist in brooddeeg uiteindelijk het hele brood laat rijzen en opblaast.

We hebben gezien dat het Pascha ons eraan herinnert dat Jezus een geweldige prijs betaalde voor de zonden die wij begaan hebben. Hij offerde iets van veel meer waarde dan enig ding dat wij zouden kunnen offeren — Zijn volmaakt zondeloos leven.

De Dagen der Ongezuurde Broden die direct op het Pascha volgen, herinneren ons er vervolgens aan dat we alle zonden uit ons leven moeten trachten te verwijderen. Dit feest beeldt uit het wegdoen van het zuurdesem der zonde uit ons leven en opnieuw besluiten voortaan in lijn met Gods wetten te leven. Op deze wijze moeten wij ieder jaar ons leven opnieuw toewijden aan voortdurende geestelijke groei: het overwinnen van resterend zuurdesem in ons leven — de zonden waarin alle christenen van tijd tot tijd terugvallen.

9. Wat is het volgende jaarlijkse feest dat God instelde? Leviticus 23:9-16. Was dit weer een heilige rustdag waarop men bij elkaar moest komen? Vers 21.

10. Welke nieuwe naam werd er in het Nieuwe Testament aan dit oudtestamentische feest der eerstelingen gegeven? Handelingen 2:1.

OPMERKING: Pinksteren betekent in het Grieks "de 50e dag". Dit is de enige jaarlijkse sabbat waarvan de datum moet worden vastgesteld door berekening. De eerste nieuwtestamentische Pinksterdag viel op de 50e dag na de opstanding van Christus.

11. Welke hoogst belangrijke betekenis heeft het Pinksterfeest (of de "eerstelingen") voor nieuwtestamentische christenen? Handelingen 1:4-5; 2:38. Zijn door de Geest Gods verwekte christenen de "eerstelingen" van Gods grote plan? Jakobus 1:18; Romeinen 8:23.

OPMERKING: Het nieuwtestamentische Pinksterfeest is nu een herdenking van de eerste uitstorting van Gods heilige Geest om daarmee voor het eerst berouwvolle gelovigen te verwekken. Deze eerste Pinksterdag was daarom de geboorte van de nieuwtestamentische Kerk. Het was de eerste keer dat God de heilige Geest op deze manier aan de mensheid beschikbaar stelde.

Op deze eerste Pinksterdag begon het binnenhalen van de eersten van de eerstelingen van Gods eerste kleine geestelijke voorjaarsoogst. Deze pas bekeerde christenen werden verwekt door de kracht die hen moest helpen te overwinnen en geestelijk te groeien ter voorbereiding op de geboorte in Gods gezin bij de wederkomst van Christus.

God weet dat onze menselijke wilskracht en vermogens bij lange na niet toereikend zijn om onze eigen zwakheden de baas te worden en ons leven met succes grondig van zuurdesem te zuiveren. Wij hebben de bovennatuurlijke kracht van Zijn heilige Geest nodig. Dit is de derde logische stap in Gods plan die ten doel heeft een ieder van ons hulp te bieden bij het bereiken van ons levensdoel.

12. Wat is de volgende hoogtijdag of jaarlijkse sabbat van de zeven die in Leviticus beschreven staan? Leviticus 23:23-24.

OPMERKING: Het Bazuinenfeest voorafschaduwt in hoofdzaak de zegevierende wederkomst van de almachtige Christus die komt om het Koninkrijk Gods op aarde te vestigen (Openbaring 11:15). U zult zich herinneren dat de eerste opstanding plaatsvindt bij de wederkomst van Jezus Christus, die wordt aangekondigd door het schallen van een bazuin (1 Thessalonicenzen 4:16-17; 1 Corinthiërs 15:52).

13. Omvat de algehele betekenis van het Bazuinenfeest nog meer dan de wederkomst van Christus? Openbaring 8:1-2, 6; 10:7.

OPMERKING: Let wel dat er in het Oude Testament meerdere doeleinden voor het blazen op de bazuin waren. Toen de Israëlieten door de woestijn trokken, raakten zij gewend aan dit bazuingeschal voor verschillende dingen: het samenroepen van vergaderingen, het teken van opbreken of halthouden, oproepen van de oversten, of als een waarschuwing. In dezelfde zin als het hoornblazen bij het leger, herkenden de Israëlieten de betekenis van de verschillende toonaarden.

Er loopt een parallel tussen de bazuinen die in het oude Israël waarschuwingsstoten lieten horen en de functie van Gods Werk nu (Jesaja 58:1). Er bestaat ook verband tussen het bazuinblazen van de engel ten teken van de aanstaande wederkomst van Jezus Christus en de voortdurende waarschuwing en getuigenis uitgaande van Gods Werk dat in deze tijd de weg bereidt voor de wederkomst van Christus. Het opeenvolgende bazuingeschal door de engelen met de op wereldschaal begeleidende ontzettende gebeurtenissen vlak voor Christus' wederkomst, zal als laatste waarschuwing dienen voor een onachtzame en door zonde geteisterde wereld.

14. Welke jaarlijkse sabbat volgt slechts negen dagen na het Bazuinenfeest? Leviticus 23:26-32; 16:2-34, vooral vers 29-31.

OPMERKING: De rituelen voor de Grote Verzoendag opgelegd aan de Levieten in het Oude Testament, staan uitgebreid beschreven in Leviticus 16. We volstaan hier met te zeggen dat de levende bok waarop alle zonden van de Israëlieten werden beleden en die naar de woestijn werd gebracht, een uitbeelding is van de gebonden duivel op wie de hele zondeschuld der mensheid gelegd zal worden nadat Jezus Christus wederkomt.

Satan die "de god dezer wereld" wordt genoemd in 2 Corinthiërs 4:4 en wordt beschreven als "de overste van de macht der lucht ... de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid" (Efeziërs 2:2), de vader der zonde (Johannes 8:42-44), zal op last van Christus weerhouden worden de mensenmassa's nog verder te misleiden en tot zonde te brengen. Hij zal niet langer zijn gezindheid van ijdelheid en begeerte in de geest van de mens kunnen uitzenden.

Bij het ketenen van de duivel (Openbaring 20:1-3) zal de symboliek van Leviticus 16 werkelijkheid worden. De geest van iedere mens die eerst door Satan en zijn demonenbenden dichtgesnoerd was, zal nu eindelijk geopend worden door de Geest van God en heel het mensdom zal graag vergeving van zonden door Christus aanvaarden en ontvangen. Het zal voor het eerst Gods grote plan van behoud kunnen begrijpen. Dan, pas dan zal de mensheid met Christus en de Vader worden verzoend zoals gesymboliseerd door de Grote Verzoendag.

15. Hoe moeten wij de Grote Verzoendag vieren? Leviticus 23:32.

OPMERKING: De Verzoendag is wellicht de meest ongewone hoogtijdag wat betreft hetgeen God van ons verwacht op die dag. Het is namelijk de enige dag in het jaar waarop God ons gelast te vasten — ons te "verootmoedigen". (Bijbels bewijs dat "verootmoedigen" vasten betekent, vindt u in Psalm 35:13; 69:10; Jesaja 58:3 en Ezra 8:21.)

Wat is vasten eigenlijk? Wat is de bedoeling ervan? Het doel van vasten is nederig te worden — jezelf te zien zoals je werkelijk bent. En God te zien zoals Hij is. Vasten op de Verzoendag betekent 24 uur lang, van zonsondergang tot zonsondergang (of van avond tot avond — Leviticus 23:32) jezelf voedsel en drinken te ontzeggen. Vasten is géén boetedoening — geen hongerstaking om God iets af te dwingen. Een christen moet vasten om zijn of haar vleselijk gezinde denken en wil te verootmoedigen en dichter bij God en Zijn rechtvaardigheid te komen (Jesaja 58:6-11).

Daarom is vasten op de Grote Verzoendag een doeltreffende herinnering aan de hoedanigheid van geest noodzakelijk voor behoud, n.l. een gezindheid van ootmoed, berouw tot God, een ernstig zoeken naar Gods wil — een instelling waartoe deze wereld gebracht zal zijn na al de catastrofale gebeurtenissen vlak voor de wederkomst van Christus.

16. Welk belangrijk zevendaags feest met integrale jaarlijkse sabbatdag volgt er op de Verzoendag? Leviticus 23:33-35; Deuteronomium 16:13.

OPMERKING: Het Loofhuttenfeest werd ook het "feest der inzameling" (Exodus 23:16; 34:22) genoemd omdat dit zevendaagse feest precies na de najaarsoogsttijd viel. Het hele volk vierde dit feest nadat de laatste en grootste oogst binnen was (Leviticus 23:39).

17. Hield Jezus het Loofhuttenfeest? Johannes 7:2, 8-11, 14. Wist iedereen dat Jezus Gods hoogtijdagen altijd hield en daarom zeker in Jeruzalem zou zijn om ze te vieren? Vers 11.

OPMERKING: Vanwege steeds toenemende vervolging was Jezus zo wijs niet openlijk in Judea rond te trekken (vers 1). Maar vers 1-10 laat zien dat Hij toch Zijn leven waagde om het Loofhuttenfeest te kunnen houden. Hoewel Hij er heimelijk heenging, leerde Hij halverwege het feest openlijk in de tempel (vers 14).

18. Wat is het door God ingestelde "thema" voor de jaarlijkse viering van het Loofhuttenfeest? Deuteronomium 16:14-15. Is het Gods bedoeling dat iedereen, ongeacht welke leeftijd en maatschappelijke positie, op dit feest vrolijk is? Vers 14.

19. Wil God dat een man zijn vrouw en kinderen meeneemt om van het Loofhuttenfeest te genieten? Deuteronomium 16:14; 12:5, 7, 12. Moesten ze in "loofhutten" — tijdelijke verblijven (nu vergelijkbaar met motel, hotel, vakantiehuisje, e.d.) wonen op de plaats die voor het houden van dit feest was aangewezen? Leviticus 23:40-42; Deuteronomium 16:15.

OPMERKING: Het Loofhuttenfeest heeft voor de christen van nu grote betekenis. Eenvoudig gezegd schildert dit feest ons de ideale wereld van morgen onder de rechtvaardige regering van Jezus Christus — 1000 jaar van vrede, voorspoed en vreugde voor de miljarden mensen die in deze utopische eeuw zullen leven. Tijdens dit millennium zal de inzameling in het Koninkrijk Gods beginnen van de grote "najaarsoogst" van mensenlevens die zijn wedergeboren als goddelijke leden van Gods gezin.

Stelt u zich dat eens voor! Satan zal onmiddellijk bij Christus' wederkomst afgezet worden. Daarop volgen dan duizend jaren van vrede en voorspoed. Degenen die tot de "eerstelingen" van Gods geestelijke oogst behoren — eerstgeborenen in Gods familie en medeërfgenamen van Jezus Christus — zullen met Hem deze aarde regeren. Zij zullen het voorrecht hebben alle dan levenden de kennis van behoud bij te brengen.

In het duizendjarig rijk zullen nieuwe generaties geboren worden en weldra zullen er weer miljarden mensen zijn. Waarschijnlijk kan men deze mensen "tweedelingen" noemen, want een ieder zal een leven van overwinnen moeten leiden, zoals christenen nu.

Steeds weer zegt God ons dat het Loofhuttenfeest een periode is van buitengewoon grote vreugde. Voor de Israëlieten was het een tijd van vreugde omdat de overvloedige wintervoorraad vlak voor het feest binnen was. In het millennium zullen de vreugde en voorspoed die door het Loofhuttenfeest worden uitgebeeld, universeel worden onder de opheldering brengende regering van Jezus Christus. Het opvolgen van de geestelijke principes van Gods wetten en Gods geopenbaarde levenswijze zal de wereld van morgen tot een fantastisch gelukkige wereld maken.

Gods grote herfstfeest geeft Zijn geestelijk verwekte kinderen van nu de vrijheid over Zijn plan en de vervulling ervan na te denken. Het Loofhuttenfeest is bedoeld hen van de wereld af te scheiden en te bevrijden. Terwijl zij een week lang in tijdelijke verblijven wonen, weg van hun dagelijkse omgeving, weg van hun werk, hun gewone gedachtegang en veelal negatieve invloeden, beelden zij met het vieren van deze zeven dagen de universele vrijheid en vrede uit van het duizendjarig rijk.

Het Loofhuttenfeest zoals dat nu wordt gevierd, is in feite een klein maar heerlijk voorproefje van de vreugdevolle wereld van morgen, wanneer de Geest van God iedere mens zal leiden. Het zijn dagen van geconcentreerd onderwijs door Gods dienaren — dagen van voortdurende onvervalste christelijke gemeenschap. Christenen op het feest laten nu al zien door de manier waarop ze harmonieus bijeen zijn, hoe deze hele zieke en ongelukkige wereld eruit kán zien en eruit zál zien!

Leden van de Worldwide Church of God zien er steeds weer met enthousiasme naar uit in het herfstseizoen het Loofhuttenfeest te vieren op een van de vele feestplaatsen over heel de wereld. Uitstekende conventiecentra worden door de Kerk afgehuurd in Noord- en Zuid-Amerika, Azië, Afrika, Australië en Europa om de gemeenteleden in staat te stellen gedurende dit zevendaagse feest bijeen te komen voor de diensten. Behalve de diensten worden er door de Kerk ook verschillende ontspannende en plezierige activiteiten georganiseerd voor jong en oud, alsmede speciale attracties die uniek zijn voor iedere feestplaats. De echte onderlinge gemeenschap, het geestelijke voedsel en gewoon het plezier dat men heeft, doet alweer naar het volgende feest verlangen!

20. Doch is het zevendaagse Loofhuttenfeest het einde van Gods plan voor de mensheid? Is het niet Gods wil dat allen die ooit geleefd hebben behouden worden en tot erkenning van de waarheid komen? 2 Petrus 3:9; 1 Timotheüs 2:4.

OPMERKING: Tot hier toe hebben we gezien dat degenen die door de eeuwen heen bevoorrecht waren door God geroepen te worden, vooral vanaf de eerste komst van Christus tot aan het einde van het millennium, in Gods wonderbaarlijke plan passen. Maar hoe staat het met de miljarden mensen vanaf Adam tot nu (waaronder waarschijnlijk ook de meesten van uw dierbaren) die niet door God geroepen werden?

Miljarden mensen hebben zelfs nooit van Christus gehoord, laat staan van Gods grote heilsplan. Hoe moet het met de miljoenen mensen onder het atheïstische communisme? Zijn zij gedoemd tot de eeuwige dood zonder ooit de kans te hebben gehad de waarheid te ervaren? Zou dit fair zijn van een liefhebbend God?

Kunt u zich een barmhartige en rechtvaardige God voorstellen die onschuldige kindjes, waarvan sommigen maar zo kort geleefd hebben dat ze nog niet konden lopen of praten, veroordeelt tot een dood voor alle eeuwigheid zonder de kennis van Gods levenswijze die gelukkig maakt?

Hoe kunnen zij dan over behoud horen? Het antwoord wordt duidelijk uit de laatste stap in Gods grote plan.

God heeft in Zijn rechtvaardigheid voor een ieder die ooit heeft geleefd — mannen, vrouwen en kinderen — voorzien in dezelfde gelegenheid tot behoud als die welke u krijgt. Precies zoals de week niet compleet is zonder de sabbatdag, zo is Gods plan niet volledig zonder Gods zevende jaarlijkse hoogtijdag.

Zeven is in de bijbel het getal der volheid en volmaaktheid. Zonder de kennis van deze zevende jaarlijkse sabbat kunt u de volmaaktheid van Gods plan niet begrijpen, nl. dat Gods genade voor de mensheid zich verder uitstrekt dan tot het duizendjarig rijk!

Ten einde deze laatste fase, het sluitstuk van Gods plan te begrijpen, moeten we de laatste van Gods jaarlijkse hoogtijdagen die het laatste oordeel symboliseert, goed doorgronden.

21. Werd er een "achtste dag" geheiligd vlak na de zeven dagen van het Loofhuttenfeest? Leviticus 23:32-36. Is dit het laatste feest — de laatste jaarlijkse sabbat van rust? Vers 39.

OPMERKING: De laatste jaarlijkse hoge sabbat wordt direct na het Loofhuttenfeest gevierd. Omdat die dag aansluit op het Loofhuttenfeest, werd hij vanzelf met dit feest verbonden en werd de "achtste dag" genoemd. In het Nieuwe Testament wordt ernaar verwezen als de "laatste dag, zijnde de grote dag van het feest" (Johannes 7:37).

22. Openbaring 20 bevat de sleutel tot de betekenis van de "laatste grote dag". Zoals we reeds weten, handelt vers 4-6 in hoofdzaak over de herrezen heiligen die 1000 jaar lang met Christus op aarde zullen heersen. Maar wat staat er precies in de eerste zin van vers 5?

OPMERKING: Dit zijn niet "de doden in Christus", maar gewoon de doden, de miljarden die niet van Christus zijn, die nooit zijn verwekt en bekeerd, die misschien nooit de naam van Jezus Christus hebben horen noemen.

Let wel dat het eerste gedeelte van vers 5 eigenlijk een ingelaste zin is. Het moet als volgt gelezen worden: ,,(Maar de overigen der doden werden niet weder levend, totdat de duizend jaren geëindigd waren.) Deze is de eerste opstanding."

De zin: "Deze is de eerste opstanding" gaat over de opstanding van de rechtvaardige doden in Christus vlak vóór de 1000 jaar. "Maar", zo maakt Johannes duidelijk, "de overigen der doden", zij die nooit een kans hadden om Gods waarheid te verstaan, zouden niet worden opgewekt "totdat de duizend jaren geëindigd waren". Deze opstanding, na de 1000 jaar, is in tijdsorde de tweede opstanding.

23. Wat schrijft Johannes verder nog over de tweede opstanding? Openbaring 20:11-13. Hoe worden deze mensen geoordeeld? Vers 12.

OPMERKING: Het Griekse woord voor "boeken" in Openbaring 20:12 is biblia en juist van dat woord is ons woord "bijbel" afkomstig. U kunt dit naslaan in een etymologisch woordenboek. De boeken die geopend worden, zijn de boeken van de bijbel. Ze zullen begrijpelijk gemaakt worden voor het verstand van miljarden mensen die nog nooit van Christus hebben gehoord of de ware boodschap van Gods Woord hebben verstaan — mensen die nooit eerder deel hadden aan Gods heilsplan. Dit is de uitstorting van de geest van begrip — van "levend water" — waarover Christus sprak op die laatste grote dag van het Loofhuttenfeest (Johannes 7:37-39).

24. Hoe duidde Jezus deze bijzondere "dag" of periode van oordeel voor mensen die de heerlijke heilsboodschap nog moeten horen, aan? Mattheüs 10:15; 11:20-24; 12:41-42.

25. Waar wordt in de bijbel deze opstanding ten oordeel nog meer beschreven? Ezechiël 37:1-14. Worden deze doden duidelijk tot fysiek menselijk leven opgewekt? Met opnieuw een vergankelijk menselijk lichaam van vlees en beenderen dat voor zijn bestaan afhankelijk is van lucht? Vers 5-10.

26. Hoe luidt Gods belofte aan deze herrezen mensen? Vers 13-14. Is dit niet duidelijk dezelfde uitstorting van Gods heilige Geest waarover Christus sprak in Zijn raadselachtige prediking op de laatste grote dag van het Loofhuttenfeest? Johannes 7:37-39.

OPMERKING: Zoals u gezien heeft in hoofdstuk 10, 11 en 12 van Mattheüs, noemde Christus de mensen van Sodom en Gomorra eerst. Daarna in volgorde: Tyrus en Sidon, opnieuw Sodom, Ninevé in Jona's tijd en tenslotte de koningin van het zuiden (Scheba). Al deze voorbeelden (mensen die in verschillende generaties leefden) worden vergeleken met de burgers van de steden en dorpen van Jezus' generatie (waarvan de overgrote meerderheid Christus' boodschap niet begreep of geloofde).

Jezus zegt ons dat zij allemaal zullen worden opgewekt samen met de generatie die tijdens Zijn leven op aarde woonde!

Jezus gaf genoeg representatieve voorbeelden van mensen die in de verschillende generaties en tijden van de geschiedenis leefden om het feit te bevestigen dat de meeste mensen op één bepaald tijdstip allemaal tegelijk op aarde tot leven zullen komen. Dat zullen mannen en vrouwen van vóór de zondvloed zijn, alle twaalf stammen van Israël, degenen die in de middeleeuwen leefden, enz., en ook iedere nu levende mens die nog niet de gelegenheid heeft gehad tot Christus te komen eenvoudig omdat God hem of haar tijdens dit leven niet tot behoud roept. (Zie Johannes 6:44, 65.)

Deze groep omvat alle mensen van alle tijden overal op aarde, behalve vanzelfsprekend degenen die in de eerste opstanding zullen zijn — of de naar verhouding weinig onverbeterlijke goddelozen die in de derde opstanding zullen worden opgewekt voor de poel des vuurs (Openbaring 20:14-15). Deze laatsten begrepen Gods waarheid wel en hadden de gelegenheid eeuwig leven te ontvangen, maar ze verwierpen het.

Als velen van die mensen uit de oudheid van wie in het evangelie van Mattheüs sprake is, zich hadden bekeerd, zoals Christus zelf zei, als Hij persoonlijk in hun tijd tot hen was gekomen, dan zullen ze zich zeker bekeren wanneer ze opgewekt worden nadat Hij reeds 1000 jaar heeft geregeerd op een aarde waar vrede, voorspoed en welzijn heerst.

Deze omvangrijke opstanding tot sterfelijk leven opent voor hen een periode van beoordeling — niet van veroordeling. (Veroordeling is slechts het eindresultaat van het beoordelingsproces.) Er moet een beslissing genomen worden op basis van hoe iedere persoon reageert op het Woord van God. (Ditzelfde "oordeel" is er nu voor de christenen die in deze tijd verwekt zijn door Gods heilige Geest — 1 Petrus 4:17.) En aangezien ieder individu zijn volle en enige kans op behoud krijgt, zal feitelijk een ieder zijn eigen vonnis vellen door de keuze die hij of zij tijdens deze oordeelsperiode doet.

Als u echter nu in deze eeuw een christen wordt en trouw blijft tot de dood, dan zult u het voorrecht genieten deel te hebben aan een "betere opstanding" (Hebreeën 11:35) bij de tweede komst van Christus. Beter, omdat u de gelegenheid heeft een grotere beloning te ontvangen dan degenen die gedurende de laatste oordeelsperiode een christelijk leven zullen leiden, en zelfs dan degenen die in het millennium zullen hebben geleefd! (Meer over uw potentiële beloning later in deze les.)

We hebben gezien dat al Gods jaarlijkse sabbatten/hoogtijdagen te maken hebben met de jaarlijkse oogstseizoenen in Palestina. God is echter geïnteresseerd in de geestelijke oogst. De Israëlieten van het Oude Testament werden door deze cyclus van oogstfeesten herinnerd aan hun afhankelijkheid van en verhouding tot de almachtige God. Nu kunnen Gods trouwe nieuwtestamentische christenen de levensreddende kennis ontvangen van Gods grote plan voor Zijn geestelijke oogst door middel van het vieren van deze zelfde dagen!

Kennis die we niet willen vergeten, moeten we regelmatig opfrissen. Naarmate verwekte christenen elke jaarlijkse hoogtijdag in het desbetreffende seizoen vieren, worden zij herinnerd aan Gods heilsplan voor heel de mensheid en aan hun persoonlijk aandeel daarin. Gods jaarlijkse heilige dagen geven ons in zekere zin de gelegenheid het doel waarvoor wij werden geboren, uit te beelden.

Door de jaren heen heeft Gods Kerk meer begrip gekregen van de geestelijke betekenis van deze jaarlijkse heilige dagen. In tegenstelling tot de feestdagen van de wereld waaruit in feite geen enkel doel of plan voor het bestaan van de mens blijkt, onthullen Gods jaarlijkse hoogtijdagen de volle omvang en betekenis van Zijn fantastische doel met de mensheid.

In deze inleidende studie hebben we gezien dat Gods jaarlijkse sabbatten en bijbehorende feesten ons niet slechts Zijn heilsplan openbaren, maar ons ook rechtstreeks wijzen op onze Heiland, Jezus Christus. Hij is "ons Pascha" (1 Corinthiërs 5:7). Door Christus "aan te doen", kunnen wij zonde uit ons leven bannen, uitgebeeld door de Dagen der Ongezuurde Broden.

Christus is de Eerstgeborene van de eerstelingen; en na Zijn opstanding zond Hij op de Pinksterdag Gods heilige Geest. Deze Geest werd gezonden om degenen die door de Vader geroepen zouden worden, geestelijk te verwekken, zodat ze in staat zouden zijn naar Zijn wet te leven, met succes de zonde in hun leven te overwinnen en geestelijk te groeien.

Christus is ook degene die zal ingrijpen in het wereldgebeuren, uitgebeeld door het Bazuinenfeest. Hij zal Koning der koningen en Heer der heren worden wanneer Hij de despotische heerschappij van de mens en Satan, de aartsverleider, omverwerpt. Dit wordt uitgebeeld door de Grote Verzoendag. Wanneer de invloed van de duivel en zijn trawanten weg is, zal heel de mensheid de gelegenheid krijgen door Christus verzoend te worden met God door de doop en het ontvangen van de heilige Geest.

Christus komt weder om Zijn regering in het duizendjarig rijk te formeren en deze aarde tot een waar utopia te maken — uitgebeeld door het Loofhuttenfeest. Miljarden mensen zullen tijdens deze gouden eeuw in het gezin van God geboren worden. Zijn kinderen die door de bijbel "de heiligen" genoemd worden, zijn nu bezig de weg voor te bereiden en ze zijn de vertegenwoordigers van dat Koninkrijk door Jezus' voetstappen te volgen.

Tenslotte zal Christus als laatste grote stap in Zijn plan — de Laatste Grote Dag die de laatste oordeelsperiode uitbeeldt — behoud toegankelijk maken voor iedereen die ooit heeft geleefd maar nooit de waarheid heeft gehoord of begrepen. Dit zal dan het sluitstuk zijn van Zijn persoonlijke offer als Redder der mensheid.

Gods Kerk van nu heeft de kostbare waarheid over Zijn grote plan en doel hier op aarde voor u bewaard. Over heel de wereld houdt Gods Kerk, die bestaat uit bekeerde en door Gods Geest verwekte kinderen van God, ieder jaar trouw al Gods feesten.

(Voor een uitgebreide behandeling van deze jaarlijkse hoogtijdagen kunt u ons schrijven om ons gratis boekje Heidense feestdagen — of Gods heilige dagen?)

Tiend betalen en geven in een nieuw licht

We hebben gezien dat de wekelijkse sabbat en de jaarlijkse hoogtijdagen, evenals vele andere oudtestamentische wetten nu door christenen met een nieuwe en andere benadering worden onderhouden (Mattheüs 5:21-22, 27-28). We zullen nu zien dat Gods tiendwet in onze tijd ook een nieuwe betekenis heeft. Zie wat de apostel Paulus in 2 Corinthiërs 3:6 schreef: "(God) die ons ook bekwaam gemaakt heeft om dienaren te zijn van een nieuw verbond" (N. Vert.).

Christen zijn is een levenswijze. Het heeft alles te maken met hoe wij dagelijks leven — onze dagelijkse omgang met anderen, ons zaken doen en zelfs de wijze waarop we met geld omgaan.

Vergeet niet dat God de Schepper, Eigenaar en Bezitter is van alles wat we om ons heen zien. God heeft daarom een eerste recht op alles wat er uit de aarde voortkomt. Het is zoals David schreef: "Des Heren is de aarde en haar volheid, de wereld en die daarop wonen" (Psalm 24:1, N. Vert.). Al het goud en zilver is van God (Haggai 2:8). God heeft alles geschapen en uit hoofde van die schepping is Hij de eigenaar van alles — de mens inbegrepen. Er bestaat eigenlijk geen enkele manier waarop wij God kunnen "schadeloosstellen" voor wat Hij voor ons als Schepper heeft gedaan.

Waarom dan een tiende deel van ons inkomen aan God geven?

Tiendbetaling maakt deel uit van Gods "geef "-levenswijze. God wil dat wij leren geven en delen tot welzijn van anderen en van onszelf!

God gebruikt de tiend die Hij voor zichzelf opeist, om daarmee Zijn evangelie van vrede, blijdschap, voorspoed en eeuwig leven aan de wereld te verkondigen. Door gebrek aan deze kennis ligt de wereld onder een vloek.

Gods wet betreffende wat wij produceren en verdienen, kan vergeleken worden met een contract. Hij wil ons aan het verstand brengen dat wij met Hem samenwerken als compagnons. God laat ons op Zijn aarde leven en werken om het land te bebouwen en voedsel voor onszelf voort te brengen. Wij mogen Zijn bossen omhakken om voor onszelf huizen te bouwen en Hij laat ons al Zijn grondstoffen gebruiken om er duizenden produkten voor ons eigen gebruik van te fabriceren.

God is echter een heel royale compagnon. In principe reserveert Hij slechts 10 procent voor Zijn Werk op aarde.

In de hof van Eden hield God maar één boom voor zichzelf. Die bleef van Hem. Hij heeft die ene boom nooit aan Adam en Eva voor hun gebruik gegeven. Zij hadden het recht niet van de vruchten ervan te eten. Toen zij uit begeerte om alles te bezitten de vrucht van die verboden boom plukten en opaten, zondigden zij — zij stalen van God.

En nu zou dezelfde Satan die Eva verleidde, u met alle genoegen laten geloven dat uw gehele inkomen of alle produkten van uw land van u zijn. Gelooft u dat echter niet! Laten we eens zien wat de bijbel over tiendbetaling te zeggen heeft.

1. Hoe vereerde Abraham de Schepper, Eigenaar en Opperheer van alle dingen? Genesis 14:17-20; Hebreeën 7:1-4. In welke mate zegende God Abrahams gehoorzaamheid? Genesis 13:2.

OPMERKING: Abraham was een tiendbetaler. Hij gaf een tiende deel van de oorlogsbuit aan God. Uit het verband van deze verzen in Genesis blijkt dat God het Hem toekomende ontving voordat de goederen aan anderen werden doorgegeven. Abraham gaf hiermee te kennen dat God de oorsprong van al zijn zegeningen was.

Abraham werd een buitengewoon rijk man omdat hij door God zo fantastisch werd gezegend. De bijbel toont aan dat hij God tot het eind van zijn leven gehoorzaam bleef (Genesis 26:5).

2. Was Melchizedek een priester van God? Genesis 14:18; Hebreeën 7:1-3.

OPMERKING: Tiendbetaling wordt in de bijbel geopenbaard als Gods financieringssysteem voor Zijn aardse arbeiders. Vóór het levitische priesterschap en de mozaïsche bedeling was er de bediening van Melchizedek. Melchizedek was Gods vertegenwoordiger op aarde en Hij ontving in die tijd de tienden van Gods trouwe dienstknechten.

Van Melchizedek staat er: "... noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende ... blijft hij een priester in eeuwigheid (Hebreeën 7:3). Waarschijnlijk was Hij zelfs Hogepriester vanaf Adams tijd! En de patriarchen financierden het Werk van God op aarde door middel van het tiendsysteem.

3. Wat beloofde Jakob aan God dat hij met al zijn inkomsten zou doen? Genesis 28:20-22. Werd hij gezegend? Genesis 30:43.

OPMERKING: Jakob beloofde God vanaf die tijd een tiende deel van zijn inkomsten te geven. Gedurende heel zijn leven zegende God hem zeer vanwege zijn trouw; er was nauwelijks genoeg ruimte in het land voor al zijn vee. Blijkbaar bleef Jakob zijn leven lang tiend betalen en vergat hij nooit Degene die hem voorspoed had bezorgd.

4. Vóór Mozes werd de tiend rechtstreeks aan Melchizedek betaald, maar wie moest er na Israëls bevrijding uit Egypte op Gods bevel toen de tiend innen? Numeri 18:21, 24. Aan wie moesten de Levieten zelf een tiend van hun inkomen (van de tienden die zij van het volk ontvingen) betalen? Vers 26-28.

OPMERKING: God had Aärons familie als hoogste gezag over de Levieten aangesteld (vers 2-3, 6). Daarom ontvingen de priesters een tiend van het inkomen van alle andere Levieten.

5. Voor welk ander doel werd deze tiend toentertijd gebruikt? Numeri 18:21.

OPMERKING: Melchizedek, het lid van de Godheid die Jezus Christus is geworden (vraag ons gratis artikel aan waaruit de ware identiteit van Melchizedek blijkt) koos de Levieten als Zijn dienaren. Gods bediening tijdens het levitische priesterschap was een zuiver fysieke, rituele bediening om een fysiek volk hun ongehoorzaamheid aan Zijn wetten indachtig te maken (Jeremia 7:22-24).

Daarom bracht Christus (Melchizedek) verandering in de tiendwet — Hij gaf de tiend die Hij persoonlijk altijd had ontvangen aan de Levieten voor hun werk en levensonderhoud. Christus droeg hiermede het innen van de tiend over aan het levitische priesterschap.

Er was toentertijd echter geen wereldwijde evangelisatie. Gods plan voor die bedeling was dat de Levieten het volk naar de letter der wet zouden onderwijzen en de fysieke rituelen en offeranden zouden uitvoeren. En het volk werd bevolen hun tienden aan hen te geven.

Hebreeën 7 laat duidelijk zien dat tiend betalen reeds lang een financieel principe was tegen de tijd dat God formeel door Mozes Israëls civiele wet instelde en tiendbetaling een wet maakte.

De schrijver van Hebreeën maakt duidelijk dat tiendbetaling niet levitisch (van de afstammelingen van Levi) of ceremonieel is (zie vers 5, 8-10). Het ontstond niet met de bediening van de Levieten en daarom is het nu ook niet ten einde omdat er geen levitisch priesterschap meer in de wereld bestaat. Integendeel, volgens vers 11-17 van Hebreeën 7 heeft God het priesterschap weer veranderd in het geestelijke priesterschap van Melchizedek. Het levitische priesterschap werd opgevolgd door het priesterschap van Jezus Christus — en daarmee werd het priesterschap van Melchizedek hersteld. Er kwam dus ook verandering in wie nu de tiend moet innen (vers 12). Christus heeft Zijn nieuwtestamentische dienaren gemachtigd de tienden aan te nemen om daarmee het geestelijke Werk van God te doen.

Het nieuwtestamentische tijdperk werd ingeluid toen Melchizedek (Christus), die nu voortdurend als onze Hogepriester fungeert (Hebreeën 7:3; 4:14-16), een sterfelijk mens werd, zodat Hij kon worden geofferd voor de zonden van heel het mensdom en de heilige Geest kon worden beschikbaar gesteld aan degenen die God roept.

Christus kwam op aarde om een nieuwe, een geestelijke bediening in te stellen. Het is een bediening van behoud, van profetie, van waarschuwing, en ook van goed nieuws.

Christus' opdracht aan al Zijn ware dienaren is: "Gaat dan henen, onderwijst al de volken ... lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb ..." (Mattheüs 28:19-20). En met het oog op onze tijd zei Hij: "En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis aan alle volken; en dan zal het einde [van het tijdperk] komen" (Mattheüs 24:14).

Jezus Christus kwam om zich te kwalificeren als Heerser van deze wereld; en Hij kwam om boodschappers op te leiden die een ongelovige en ingeslapen wereld zouden aanzeggen dat Hij spoedig zal wederkomen om Gods regering op aarde in te stellen. Persoonlijk koos Christus Zijn eerste twaalf apostelen of dienaren uit om het werk dat Hij was begonnen, voort te zetten. Nu moeten de ware dienaren van Jezus Christus een zelfs nog groter werk uitvoeren voor deze eindtijd!

Maar welke kerk voert Christus' opdracht eigenlijk uit vandaag? Weet u dat? Jezus heeft gezegd dat Hij Zijn Kerk zou bouwen (Mattheüs 16:18). Dat heeft Hij ook gedaan! Heeft u haar gevonden?

Jezus Christus vestigde één Kerk, niet honderden verschillende en van elkaar afwijkende kerkgroeperingen. Eén Kerk die het werk dat Hij begon moest voortzetten. Deze Kerk bestond eerst uit Zijn apostelen en discipelen die Hij op de Pinksterdag (Handelingen 2) met Zijn heilige Geest bekrachtigde. En Christus' ware Kerk of Gemeente is door alle eeuwen heen tot heden toe blijven bestaan!

Ook in onze tijd zijn er overal op aarde ware dienaren van God. Naarmate het einde van dit tijdperk nadert, zullen zij de opdracht van Christus met kracht uitvoeren. Zij maken het goede nieuws van het spoedig komende Koninkrijk Gods bekend. Zonder aanzien des persoons prediken zij de wetten van dat Koninkrijk en verduidelijken de honderden profetieën die direct op deze eindtijd slaan.

In deze kritieke, chaotische dagen voor het eind van een tijdperk is de taak van Gods dienaren een wereldwijde zaak geworden en miljoenen mensen worden bereikt. Het is een gigantische onderneming en daarvoor is niet alleen financiering nodig van salarissen van dienaren en andere medewerkers, maar ook het investeren in de vele faciliteiten die nodig zijn voor de verkondiging van Jezus' wereldschokkende evangelie van het Koninkrijk Gods "aan alle volken".

En deze zeer doeltreffende faciliteiten — radio- en televisie-uitzendingen en drukkerijen door middel waarvan veel grotere massa's mensen worden bereikt dan ooit in eerdere tijden mogelijk was — benodigen heel wat geld.

God heeft in deze tijd voorzien in de financiering van Zijn krachtige geestelijke bediening en wel door middel van hetzelfde systeem dat Hij al duizenden jaren heeft gebruikt, n.l. het tiendsysteem.

6. Laat de bijbel zien dat zowel hele volken als individuelen letterlijk kunnen "stelen" van God? Maleachi 3:7-12.

OPMERKING: Kan iemand het zich wel veroorloven God te beroven? Stelen van God is een ernstige zaak! Het zou al te dwaas zijn dit zomaar met een achteloos gebaar van zich af te schuiven, alsof God het niet zou merken.

Hoewel tiend betalen het geven is van een tiende deel van het inkomen, kunt u úw tiend in deze zin toch niet "geven", want hij is niet van u; hij behoort aan God. Hij heeft er een bordje met "verboden toegang" opgezet. De eerste tiend heeft Hij voor zichzelf gereserveerd. Pas als wij erkennen dat God het eerste recht heeft op dat eerste tiende deel van ons inkomen, wordt het andere negen tiende deel ons rechtmatig eigendom.

7. Waaronder komt iemand die deze fundamentele financiële wet van God overtreedt? Maleachi 3:9.

OPMERKING: Vermoedt iemand die in Europa, Amerika of Australië woont dat deze westerse naties ondanks hun betrekkelijke welvaart, in feite onder de een of andere verschrikkelijke vloek staan? Het is bijna een tegenstrijdigheid van woorden — zegen en vloek tegelijk — maar berichten over de laatste financiële debâcles zijn in de westerse wereld steeds voorpaginanieuws.

8. Wat is Gods eenvoudige oplossing voor onze financiële problemen? Maleachi 3:10. Daagt Hij ons uit Hem te "beproeven" — Hem op de proef te stellen of Hij ons werkelijk zal zegenen? Zelfde vers.

OPMERKING: God biedt ons geen ingewikkelde of moeilijk te begrijpen oplossingen voor onze financiële problemen en vervloekingen. De simpele vergelijking is: geef God wat van Hem is en Hij zal ons belonen met zegeningen.

God heeft duizenden manieren om dat wat u verdient te vermeerderen. Als u ijverig bent en Hem trouw Zijn deel geeft, dan werkt Hij met u mee, zegent uw inspanning, zorgt ervoor dat uw compagnonschap met Hem werkt en meer opbrengt.

Zij die God trouw Zijn tiend geven, zullen bemerken dat de 90% die overblijft verder blijkt te gaan dan de 100% voordien. Duizenden leden van de Worldwide Church of God, en medewerkers in dit grote Werk van God, hebben te kennen gegeven dat er een ongeschreven wet schijnt te bestaan die niet in een begroting is ingecalculeerd — een wet die het geld altijd verder doet reiken als men het trouw vertiendt. (Lees in dit verband eens de volgende schriftgedeelten: 1 Koningen 17:8-23; 2 Koningen 4:17, 42-44; Mattheüs 14:17-21; 15:34-38; Hebreeën 13:8.) Bovendien wordt men zich door het geven van de tiend die God voor zichzelf heeft gereserveerd, meer bewust van geld; men maakt met meer zorg zijn budget en plannen, en verspilt minder van het inkomen.

9. Hoe moet onze houding zijn als wij God de tiend die Hem toebehoort, en zelfs af en toe een offer naarmate dit mogelijk is, geven? 2 Corinthiërs 9:6-7.

OPMERKING: Gods levenswijze van geven is gebaseerd op een vrijgevige houding. God zelf is vrijgevig. Hij hoopt dat Zijn kinderen een zelfde vrijgevigheid aan de dag leggen van de middelen die hun ter beschikking staan. De apostel Paulus liet hierover geen twijfel bestaan: "(Bedenkt) dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten. Een ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief" (2 Corinthiërs 9:6-7, N. Vert.).

Het principe van geven komt ook elders in de bijbel naar voren. Jezus wees erop dat een vrijgevige geest automatisch een boemerang-effect teweegbrengt. "Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde, en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat, waarmede gij meet, zal u wedergemeten worden" (Lukas 6:38).

Salomo herhaalt dezelfde grondstelling in zijn geschriften: "Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen" (Prediker 11:1). Gods zegen zal op Gods tijd en wijze komen. Zie ook: "Er zijn er, die uitstrooien en toch nog meer verkrijgen; terwijl anderen meer inhouden dan recht is en toch gebrek lijden. De zegenende ziel wordt overvloedig verkwikt, wie laaft, wordt ook zelf gelaafd" (Spreuken 11:24-25, N. Vert.).

Al deze verzen herhalen steeds met andere woorden het beproefde principe door vele schrijvers in heel de bijbel bevestigd: "Wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien" (Galaten 6:7).

10. Op welke wijze ondersteunde Jezus het tiendprincipe? Mattheüs 23:23. Let op het tweede gedeelte van het vers.

OPMERKING: Is dat niet tamelijk duidelijk? Jezus zei dat geestelijke hoedanigheden, zoals oordeel, barmhartigheid en geloof van meer waarde zijn dan het nauwgezette tiend betalen van ieder plantje dat in uw tuin groeit — vooral als die nauwgezetheid leidt tot eigengerechtigheid. Maar Christus zei ook dat het andere niet nagelaten moet worden, nl. het betalen van uw volle tiend zoals God dat verlangt.

11. Is tiend betalen eigenlijk een verering van God alsook een uitdrukking van geloof in God? Hebreeën 11:6.

OPMERKING: Tiend betalen staat in nauwe betrekking tot gebed. Gebed tot God is het aanbieden van onze diepste gevoelens en dankbaarheid. Tiend betalen en het geven van onze materiële goederen liggen in precies dezelfde categorie. Het is een daad van Godsverering — een demonstratie van liefde, dankbaarheid, respect, eerbewijs en achting voor de Schepper — een teken van onderwerping aan de wil van God en een erkenning van Zijn heerschappij.

Tiend betalen is evenals gebed een daad van geloof in God. Als zodanig is het de kern van wat christelijkheid en bekering inhoudt. Tiend betalen is een heel persoonlijke daad van aanbidding wanneer het uit geloof geschiedt. Het is een erkenning van Gods bestaan, dat Hij er werkelijk is en dat Hij in staat is naar Zijn rijkdom in al onze behoeften te voorzien, in heerlijkheid door Jezus Christus (Filippenzen 4:19).

Er is eenvoudig niemand die God hoe dan ook kan afhouden van iemand te zegenen die in geloof de stap doet en tiend betaalt aan zijn Schepper. De ervaring leert dat er een automatische zegen rust op gehoorzaamheid aan onze grote en eeuwige God als die gehoorzaamheid gepaard gaat met geloof.

Vergeet niet dat u tiend betaalt aan God, niet aan enig mens! U heeft, als u God Zijn tiend geeft, erkend dat Hij een eerste recht heeft op uw inkomen. U erkent dat Hij bestaat en dat Hij "een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken". Tiend betalen is inderdaad een geloofsdaad, een geestelijke daad, precies als gebed, en zonder geloof is het onmogelijk God welgevallig te zijn.

Maar veronderstel dat iemand zegt: "Ik heb geen vertrouwen in de wijze waarop de tiend wordt besteed". Mag hij dan weigeren zijn tiend te geven of zelf bepalen door wie of voor welk doel zijn tiend wordt gebruikt? Wij dienen dit goed te begrijpen.

Het is de verantwoordelijkheid van de persoon zelf Gods tiend te geven aan degenen van wie hij bewezen heeft dat zij Gods Werk doen. Beslissen hoe de tiend, nadat deze gegeven is, wordt gebruikt of uitgegeven, is niet zijn verantwoordelijkheid, maar die van God. Het is Gods tiend en het is Hij die aangeeft hoe Zijn dienaren het geld moeten gebruiken.

12. Dienen christenen "medearbeiders" voor de waarheid te zijn? 3 Johannes 8. Zijn zij medearbeiders bij het verspreiden van het evangelie? Filippenzen 4:3; 1 Corinthiërs 3:9; 2 Corinthiërs 6:1.

OPMERKING: De verbazingwekkende groei aan invloed en doeltreffendheid van de Worldwide Church of God door de loop der jaren is alleen te danken aan de samenwerking van duizenden mensen die door Jezus Christus geroepen werden Zijn Werk financieel te steunen d.m.v. hun tienden en offers. In de beginjaren van Gods Kerk kon slechts een handjevol mensen met het evangelie worden bereikt, maar naarmate het aantal toegewijde leden en medewerkers die vrijwillig tienden en offers stuurden, steeg, nam ook de omvang en kracht van Gods Werk toe.

Geld is waardevo1. Het kan op zelfzuchtige wijze worden besteed of het kan invloed en grotere doeltreffendheid aan de Kerk van God geven, zodat zij Zijn opdracht kan vervullen. Door de samenwerking van velen die God heeft geroepen om te delen in de heerlijke gelegenheid "medearbeiders" te zijn, is het mogelijk dat de wereld van nu het ware evangelie van Christus kan horen en lezen. Ook de druk- en verzendkosten van deze cursus voor bijbelstudie werden mogelijk gemaakt door de tienden en offers die aan Gods Werk gegeven werden.

Gods "tiend" is die 10% die Hij voor zichzelf heeft gereserveerd, maar die in feite geheel wordt gespendeerd ten bate van de mens, nl. om de kennis van de zegeningen van Gods bestuur aan de mensheid te brengen.

Gods wijze is Zijn waarheid gratis te geven aan iedereen die erom vraagt. Door Zijn medearbeiders te laten deelnemen aan deze geweldige opdracht, delen zij in de zegen die voortvloeit uit het brengen van anderen in het gezin van God.

Het is waarlijk "zaliger te geven dan te ontvangen" (Handelingen 20:35). Door God te eren met ons geld en goed, zal er voor onze eigen stoffelijke behoeften gezorgd worden, want God belooft: "Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden" (Mattheüs 6:33).

Christus gaf Zijn discipelen (en ook ons als wij Zijn wegen willen gaan) een waardevol geestelijk principe. Hij zei: "Maar vergadert u schatten in de hemel ... Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn" (Mattheüs 6:20-21). Als u een tiende van uw inkomen in het Werk van God investeert, zult u zien dat uw interesse in de dingen van God groeit. En naarmate uw betrokkenheid bij het grote Werk van deze Kerk toeneemt en u deze voedt door gebed en bijbelstudie om Gods wil voor uw leven te leren kennen, zult u overwinningen boeken en groeien in het karakter van Jezus Christus zelf: "Want het is God, die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen" (Filippenzen 2:13).

Waarom niet uw investering een eeuwige investering gemaakt? Maak God uw financiële compagnon. Raak betrokken bij en geef Gods tiend aan het Werk dat Hij doet; het Werk dat alle volken waarschuwt voor de ophanden zijnde wereldproblemen. Het Werk dat de boodschap van het goede nieuws van de wereld van morgen verkondigt — een wereld die uiteindelijk zal leven onder de liefhebbende leiding van onze Schepper God.

Waarom God niet uitgedaagd?

De strijd van de christen

Het Woord van God zegt ons dat allen die de christelijke levenswijze willen volgen, geconfronteerd worden met drie doodsvijanden. Deze vijanden willen ons afhouden van het weerstand bieden tegen zonde en het ontwikkelen van Christus' karakter. Ze willen ons afhouden van geloof in God, van vertrouwen op God, van leven met God. Zij kunnen tussen ons en God komen — ons van Hem scheiden. Zij willen een wig in ons denken drijven die steeds groter wordt en ons totaal afsnijdt van de leiding en kracht van Gods heilige Geest.

God zegt dat we deze doodsvijanden moeten verslaan en Hij zegt ons ook hoe we dat moeten doen.

1. Laat Paulus zien dat er moeite gedaan moet worden om te leven als christen; dat eeuwig leven het waard is om voor te vechten zodat het ons niet ontglipt? 1 Timotheüs 6:12; 1 Timotheüs 1:18-19. Van wie was Timotheüs een soldaat? 2 Timotheüs 2:3-4.

2. Volgde Paulus zelf trouw Gods levenswijze en wist hij kort voor zijn dood dat hij de christelijke strijd had gewonnen? 2 Timotheüs 4:6-8.

3. Is de strijd van de christen tegen vleselijke legers? Of is het een geestelijke veldtocht? 2 Corinthiërs 10:3-4. Wat is het precies waartegen een christen moet vechten? Vers 5.

OPMERKING: De eerste vijand in de dagelijkse strijd van de christen is zijn eigen "menselijke natuur" met haar buitensporige begeerten (Galaten 5:19-21). Deze natuur in ons rationaliseert op heel knappe wijze en produceert soms bedrieglijke en verlagende opwellingen zoals ijdelheid, wellust, hebzucht, enz. Wij worden verlokt te zondigen, Gods geestelijke wet te overtreden, zodat we van Hem worden afgesneden. Ons natuurlijk verstand kan ons geestelijk te gronde richten als we de verkeerde impulsen niet weerstaan.

4. Wie is de tweede doodsvijand van alle christenen? Is het de wereld om ons heen? Galaten 1:4. Hoe moet een christen zich opstellen t.o.v. het maatschappelijke leven van de wereld met haar schitter en schijn, haar streven naar status en haar verleidelijke aantrekkingskracht? 1 Johannes 2:15-17.

OPMERKING: Johannes heeft het over het wereldse systeem waar we in leven — deze "kosmos". Van het oorspronkelijke Griekse woord kosmos dat in 1 Johannes 2:15 vertaald werd met "wereld", zijn onze woorden kosmografie, kosmopoliet, e.d. afkomstig.

Johannes verwees naar onze maatschappij waarin zó veel is gebaseerd op en gemotiveerd door de ijdelheid, begeerte en hebzucht van de menselijke natuur. Want de meeste mensen zijn misleid (Openbaring 12:9) en begrijpen niet hoe het mogelijk is dat er zó veel van de wereldse levenswijze niet deugt in Gods ogen.

Desondanks is het een feit dat de christen onophoudelijk wordt gebombardeerd met de verzoekingen van de wereldse levenswijze en dat deze hem van Christus' weg kunnen aftrekken.

5. Moet een christen ernaar streven het boze dat in de wereld is te vermijden? 2 Corinthiërs 6:14-18; Openbaring 18:4. Betekent dit dat iemand die God wil liefhebben en de christelijke levensweg wil bewandelen maar moet weggaan uit dichtbevolkte gebieden? Johannes 17:15-18. Let vooral op het eerste gedeelte van vers 15.

OPMERKING: Het gebed van Christus in Johannes 17 toont dat God niet van christenen verwacht dat zij naar de bergen en woestijnen verhuizen om aan de verlokkingen van de wereld te ontkomen. Wel moeten zij ernaar streven zich op het geestelijke vlak af te scheiden en ver te blijven van de wegen die in de bijbel als zonde worden aangemerkt.

Van kind af aan hebben we ons gericht naar de gewoonten en gebruiken die ons werden geleerd en voorgehouden door anderen. We hebben de meeste gebruiken en normen van de maatschappij om ons heen zomaar zonder vragen geaccepteerd. Maar naarmate wij Gods levenswijze leren kennen, dienen wij ons bewust op het nieuwe leven in Christus toe te leggen. "En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld," zei Paulus, "maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene" (Romeinen 12:2, N. Vert.).

We zullen niet het karakter van Christus ontwikkelen en geestelijk groeien als we ons niet afwenden van conformiteit met die wereldse levenswijzen die indruisen tegen Gods wil. De vele valstrikken in de wereld zouden vergeleken kunnen worden met een renbaan vol hindernissen die een goede soldaat bij zijn training uitdagen en sterk maken. Christenen moeten leren die horden te nemen.

6. Hebben de mensen veel op met iemand die tracht volgens Gods wet te leven? 1 Petrus 4:3-4; Johannes 15:18-20; 16:33. Hoe dient een christen te reageren op mensen die misschien afwijzend staan t.o.v. zijn leven in Christus? Mattheüs 5:43-47; Romeinen 12:20-21.

OPMERKING: God wil niet dat wij de mensen in de wereld haten, al zullen sommigen ons misschien willen vervolgen en bespotten omdat we Gods weg gaan. Aangezien ook zij potentiële kinderen van God zijn, wordt ons gezegd dat we ze moeten liefhebben. De een of andere dag zullen sommigen van hen, misschien door ons christelijk voorbeeld van oprechte bezorgdheid, behulpzaamheid en medeleven met de mensen in het algemeen, zich tot God keren en tot bekering komen (Mattheüs 5:14-16). Hoe het ook zij, uiteindelijk zál God hun geest voor Zijn heerlijke waarheid openen, zodat zij eveneens christenen kunnen worden zoals wordt uitgebeeld door de laatste stap in Gods grote plan.

7. Wat of wie is de derde grote vijand van elke christen? 1 Petrus 5:8-9; Jakobus 4:7. Is Satan de duivel in laatste instantie niet verantwoordelijk voor het ingeven van de buitensporige karaktereigenschappen der menselijke natuur, en wat dat aangaat voor al het kwaad in deze wereld? 2 Corinthiërs 4:4; Efeziërs 2:2. Heeft hij inderdaad de gehele wereld misleid? Openbaring 12:9.

OPMERKING: Satan de duivel, vroeger de grote aartsengel Lucifer die oorspronkelijk volkomen in al zijn wegen (Ezechiël 28:15) werd geschapen, kreeg zijn satanische aard door zijn eigen geredeneer en keuze. Zoals we in les 9 hebben kunnen zien, kreeg de mens op zijn beurt Satans natuur van kind af aan en we noemen het de menselijke natuur. Paulus beschrijft deze natuurlijke gezindheid als volgt: "Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet" (Romeinen 8:7, N. Vert.).

Wanneer echter de heilige Geest van God eenmaal is toegevoegd aan de geest van de mens, dan heeft hij de kracht om de gemoedstoestanden van zelfzucht, wellust, hebzucht, ijdelheid, jaloezie, wrok, wedijver, strijd, bitterheid en haat die door Satan naar de geest worden uitgezonden, te weerstaan.

Niemand wordt gedwongen op deze impulsen van Satan in te gaan en eraan te gehoorzamen. De duivel heeft niet de macht iemand te dwingen verkeerd te denken of te doen, maar de argelozen doen het automatisch zonder zich te realiseren wat er in hun geest gebeurt. De meeste mensen leven maar zo'n beetje voort; ze geven toe aan emoties en impulsen die dan vaak tot uiting komen in hun vleselijk handelen en ijdel streven.

Zo is Satan, de "god dezer eeuw", de "overste van de macht der lucht", in feite bezig in heel de wereld de argeloze mensen te bewerken. Daarom heet het ook "deze tegenwoordige boze wereld" en is deze wereld nu zo grondig misleid.

8. Zal de duivel, nadat u bent verwekt door Gods heilige Geest, waardoor u een christen bent geworden, opnieuw proberen u te verlokken — uw denken te misleiden — en u van Christus en Zijn wegen af te trekken? 2 Corinthiërs 11:2-4. Waren er in Paulus' dagen enige mensen die weer ten prooi vielen aan de ingevingen van de duivel? Vers 13-15; Galaten 1:6-8; 3:1.

OPMERKING: Bekering schakelt niet Satans golflengte uit. Hij blijft de gezindheid van zijn aard uitzenden. Toen Jezus sprak van overwinnen, bedoelde Hij het overwinnen van deze wegen die Satan ingeeft en die lijnrecht ingaan tegen Gods levenswijze.

Het schijnt dat maar weinig mensen, zelfs onder bekeerde christenen, ten volle de uiterste noodzaak beseffen om voortdurend op hun hoede te zijn voor Satans pogingen hen te bewegen zich af te keren van Gods gezag en terug te gaan tot zijn weg. Zij die zijn weg verlaten hebben, strijden tegen zijn subtiele aandrang en streven ernaar trouw te blijven aan Gods weg — de weg van Gods gezag over hen. Zij zijn het voorwerp van Satans haat. Hij is er vooral op uit hen te vernietigen. Zonder Gods bescherming en in bedwang houdende kracht over Satan die Hij ons heeft beloofd als wij dicht bij Hem blijven, zou niemand het ooit kunnen volhouden.

Voordat Jezus Christus de bevoegdheid kon verwerven het bestuur van God te herstellen en over alle volken te regeren, moest hij eerst weerstand bieden aan Satans zwaarste verzoekingen. Die suprème strijd staat opgetekend in Mattheüs 4. Daar ziet u hoe de duivel poogde Jezus Christus te misleiden en te brengen tot zondigen tegen God.

9. Hoe sprak de duivel zowel tot de menselijke ijdelheid als tot het hongergevoel toen Jezus een ontzettende honger had? Mattheüs 4:1-4. En tot de menselijke begeerte naar prestige, eer en macht? Vers 5-9. Wat waren de prompte reacties van Jezus? Vers 4, 7, 10. Hoe was de afloop van deze titanische geestelijke slag? Vers 11.

OPMERKING: Christus overwon de duivel. Jezus weerstond Satan, versloeg hem en toonde zich heer en meester over hem. Toen Hij de duivel een bevel gaf, moest deze gehoorzamen. Hij sloop weg, wel wetend dat hij was verslagen in dit suprème geestelijke duel aller tijden.

Christus zegevierde over de listen van de duivel door het Woord van God. Hij antwoordde op Satans verzoekingen door iedere keer het toepasselijke Schriftwoord te citeren. Hij kende het Woord Gods door en door. Hij kende ook Gods wil. Daarom had de duivel geen schijn van kans Hem te verleiden!

10. Moet ook nu de christen de duivel weerstaan met de waarheid die God hem heeft geopenbaard? 1 Petrus 5:9. Wat moet de duivel doen als er standvastig weerstand wordt geboden? Jakobus 4:7

11. Welke instructies over het vechten tegen de impulsen en gezindheid van de duivel geeft God door Paulus? Efeziërs 6:10-12. Wat moet de christen aandoen om deze geestelijke strijd aan te gaan? Vers 11, 13. Waaruit bestaat Gods geestelijke wapenrusting? Vers 14-20.

OPMERKING: "Waarheid" doelt op het geïnspireerde Woord van God (Johannes 17:17), het eerste stuk van de geestelijke wapenrusting. Het "borstwapen of pantser der gerechtigheid" is gehoorzaamheid aan Gods geboden (Psalm 119:172); het "evangelie" is de boodschap van het komende Koninkrijk Gods wanneer Christus op aarde zal regeren en er vrede zal brengen.

Het "schild des geloofs" wijst op het geloof van Jezus Christus dat in ons kan wonen (Galaten 2:20; Filippenzen 3:9) — niet alleen ons eigen menselijke, fysieke geloof. Dit geloof is Gods gave, geschonken door de heilige Geest (Galaten 5:22). En dit geloof — Christus' geloof in ons — stelt ons in staat zonde te overmeesteren en te verslaan.

De "helm der zaligheid" is de kennis van wat behoud is, wat dat inhoudt, waarover dat gaat — het hele levensdoel. Met andere woorden, het is de kennis van het ware doel en de potentiële bestemming van de mens, n.l. het worden van een goddelijk familielid van God.

Het "zwaard des Geestes" wijst op het geschreven Woord van God, hetgeen het enige verdedigingswapen van de christen is in de strijd tegen de duivel en zijn listen (Hebreeën 4:12). Het snijdt de tactiek en strategie van de vijand aan flarden en laat ons zien wat de vijand van plan is.

Het laatste dat Paulus opnoemt voor de strijd tegen Satan en zijn listen, is "gebed". De christen moet dicht bij God blijven door aanhoudend gebed (1 Thessalonicenzen 5:17) en voor al Gods kinderen, de voorgangers in Gods Kerk en zichzelf bidden.

Dit is de manier om Satan te verslaan — te overwinnen — en hem te dwingen tot wegvluchten. Dit is de volmaakte strategie voor het verslaan van de menselijke natuur en de verlokking van deze wereld, aangezien deze twee voornamelijk door de duivel worden gemotiveerd. Als een christen deze formule met alle ijver toepast, dan is succes bij het overwinnen van alle drie de doodsvijanden verzekerd.

Waarom overwinnen zo belangrijk is

De bijbel heeft heel wat te zeggen over "overwinnen". Laten we eens nagaan waarom dit juist zo belangrijk is in de levenswijze van een christen en welk verband dit overwinnen houdt met het "beroep" van de wedergeboren christen in het Koninkrijk Gods.

1. Werd Jezus Christus volmaakt? Hebreeën 2:9-10. Let vooral op het laatste gedeelte van vers 10. Wat verwacht Christus van degenen die zouden zeggen Zijn volgelingen te zijn? Mattheüs 5:48. Op wie moeten zij gaan lijken? Efeziërs 4:13.

OPMERKING: Zoals we in de vorige les gezien hebben, sprak Jezus over volmaakt worden. Maar over wat voor "volmaaktheid" had Hij het?

In het Grieks is het woord voor "volmaakt" teleios, wat ook "compleet" betekent. M.a.w. Jezus bedoelt dat Zijn volgelingen moeten opgroeien en geestelijk volwassen worden.

Vanzelfsprekend kunnen we pas absoluut volmaakt worden na de opstanding wanneer God het proces afmaakt door ons een nieuw geestelijk lichaam te geven met een volmaakte, zondeloze natuur zoals God heeft. Intussen wil God dat wij streven naar de vervolmaking van Zijn geestelijk karakter in ons door aan Zijn geboden te gehoorzamen en zonde te overwinnen en uit ons leven te bannen.

2. Ofschoon Christus Gods eigen zoon was en onbeperkt de heilige Geest bezat (Johannes 3:34), moest Hij daarom toch gehoorzaamheid leren? Hebreeën 5:8-9. Heeft Christus overwonnen? Johannes 16:33. Weerstond Hij verzoeking? Hebreeën 4:15.

OPMERKING: Jezus Christus werd volmaakt door de beproevingen in zijn ervaringen als mens. Hij overwon de verzoekingen van de duivel, Zijn eigen vlees en de wereld om Hem heen. Ondanks tegenstand en verleiding hield Hij Gods geboden op volmaakte wijze. Daarom kon Hij de Redder der wereld worden en het hoogste voorbeeld van geestelijke volwassenheid dat een christen moet nastreven.

De bijbel laat zien dat het streven naar volmaaktheid van geestelijk karakter in het hele leven van een christen een steeds doorgaand proces van overwinnen is. Het is zonde wegdoen uit ons leven en leren de slechte neigingen van onze natuur te be- en overheersen.

3. Van hoeveel belang is overwinnen eigenlijk voor het komen in Gods Koninkrijk en het ontvangen van een beloning? Openbaring 2:7, 11, 17, 26-27; 3:5, 12, 21; 21:7.

OPMERKING: Door de zondige zuigkracht van het vlees, de wereld en de duivel te overwinnen, wordt ons geestelijk karakter vervolmaakt; we ontwikkelen een karakter als dat van God. En hoe meer we overwinnen, des te groter de verantwoordelijkheid die we op ons kunnen nemen in Christus' regering op aarde. Ons loon zal dus groter zijn.

Niemand kan echter in onze plaats overwinnen. We moeten zelf moeite doen, met behulp van Gods heilige Geest, zodat we een zodanig geestelijk denkend en gemotiveerd persoon worden dat God ons in Zijn Koninkrijk kan gebruiken. En precies als bij Christus heeft ons overwinnen te maken met "goede werken".

4. Maakt het principe van Mattheüs 24:46-47 ons duidelijk dat degenen die tot het einde toe overwinnen — degenen die karakter blijven ontwikkelen — bij de wederkomst van Christus (of bij de dood als die eerder komt) Gods Koninkrijk zullen beërven en een beloning zullen ontvangen?

5. Laat 2 Petrus 1:5-9 eveneens zien dat voortdurende groei in de deugden van het christelijke karakter noodzakelijk is zolang iemand leeft? Duidt vers 10 aan dat degenen die niet blijven groeien en overwinnen niet Gods Koninkrijk zullen bereiken?

Met Christus erven

1. Waar is Christus, die tijdens Zijn leven als mens overwon en door een opstanding werd wedergeboren, op dit moment gezeten? Openbaring 3:21. Zijn alle engelen, machten en krachten Hem, onder Zijn Vader, onderworpen? 1 Petrus 3:22; Efeziërs 1:20-22; 1 Corinthiërs 15:27.

2. Wat zal Christus' officiële titel zijn wanneer Hij op aarde wederkomt om de volkeren te regeren? Openbaring 19:16. Zal er ooit een eind komen aan de omvang van Zijn fantastische regering? Jesaja 9:6.

3. Hoe groot is het gezag dat Christus reeds heeft geërfd? Hebreeën 1:1-2; Mattheüs 28:18.

OPMERKING: In de Petrus Canisius-vertaling wordt het oorspronkelijke Grieks van Hebreeën 1:2 als volgt weergegeven: "Heeft Hij aan het einde dezer dagen tot ons gesproken door de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van al zijn bezit ..."

4. Is Christus de enige erfgenaam en heerser van deze aarde en het onmetelijke heelal? Of zullen er medeheersers, "medeërfgenamen", zijn die Zijn grote erfenis en verantwoordelijkheid met Hem delen? Romeinen 8:16-17; Openbaring 21:7.

OPMERKING: Als wij echte christenen zijn geworden, zijn wij nu door de Geest verwekte kinderen van God. Wij zijn erfgenamen, medeërfgenamen van Christus om alles te erven en te besturen wat God heeft geschapen!

U kunt dit lezen in Hebreeën 2:6 waar de apostel Paulus Psalm 8:4-6 citeert: "Wat is de mens, dat Gij [God] zijner gedenkt?" Ja, waarom zou de grote God zich met ons stervelingen bemoeien? Waartoe werden wij geboren?

Het antwoord luidt: "Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij [zal zijn] ..." (Hebreeën 2:8).

Heeft u dat gezien? Absoluut niets dat God heeft geschapen is uitgesloten. Wij werden geboren om te regeren! De geweldige bestemming van de mens is medebestuurder te zijn van Christus, eerst op aarde en dan in het onmetelijke heelal. Doch pas als we daartoe bekwaam zijn en wedergeboren als leden van Gods gezin.

Tot op heden heeft alleen Jezus Christus, de "eerstgeborene onder vele broederen" (Romeinen 8:29), deze macht ontvangen. Want "nu zien wij nog niet, dat hem [de mens] alle dingen onderworpen zijn. Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond ..." (Hebreeën 2:8-9). Alleen Hij heeft de heerlijkheid en eer ontvangen die ook ons ten deel zal vallen wanneer wij uit God geboren worden bij de opstanding der doden.

Kan uw verstand de volle omvang van deze vaste beloften van God ook maar enigermate bevatten?

5. In welke bevoegdheid dient Christus echte christenen nu? Hebreeën 4:14-16.

OPMERKING: Als Hogepriester van alle verwekte kinderen Gods is Christus in tijd van nood altijd beschikbaar hen te helpen. Hij stelt groot belang in hun geestelijke ontwikkeling en Hij helpt hen zich voor te bereiden, zodat zij uiteindelijk "alle dingen" met Hem kunnen erven.

Waarom U zou willen regeren

Velen staan verbaasd als ze horen dat de bijbel het zo vaak over regeren in het Koninkrijk Gods heeft. Sommigen hebben hun twijfels of ze ooit bekwaam genoeg kunnen worden om over anderen te regeren. Misschien heeft zelfs u gedacht: "Ik wil helemaal niet regeren. Ik wil alleen maar God dienen en als christen leven."

De geschiedenis is van het begin tot nu toe boordevol getuigenissen van heersers, politici en bureaucraten die hun macht hebben misbruikt en die hun eigen belang dienden onder het mom van "weldoeners of dienaren van het volk" te zijn (Lukas 22:25-26). Geen wonder dus dat veel mensen niet veel voelen voor het nastreven van dergelijk gezag.

Jezus Christus, die zich kwalificeerde voor de positie van hoogste machthebber onder de Vader in het komende Koninkrijk Gods, zei dat Hij gekomen was om een dienaar te zijn (Lukas 22:27). Wat een paradox! Laten we eens nagaan hoe en waarom het dienen van God in feite heerschappij met zich meebrengt.

1. Hoe brengt een waarlijk bekeerde christen zijn godsdienst tot uiting? Mattheüs 25:34-36.

OPMERKING: Wij dienen God wanneer we onze naaste helpen en dienen. Christus zei: "... voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan" (vers 40).

Deze onrustige wereld is vol behoeftige, zieke en eenzame mensen. Ettelijke miljoenen mensen in deze wereld zouden baat hebben bij elementaire aanwijzingen hoe zij verbetering kunnen brengen in de kwaliteit van hun fysieke leven, waaronder hun dagelijkse zindelijkheid en hygiëne. Maar bovenal dienen zij Gods waarheid, Zijn bedoeling en plan met de mensheid te leren kennen en hoe zij zich van een plaats in Gods gezin kunnen verzekeren. Deze hele wereld heeft schreeuwend behoefte aan begrip van het Woord Gods.

Christus kwam om te dienen, niet om zich te laten dienen (Mattheüs 20:28). De voetwassingsceremonie die Hij kort voor Zijn kruisiging instelde, is een symbool van die dienstbaarheid. Wij moeten Christus' voorbeeld willen navolgen (1 Petrus 2:21; Johannes 13:17).

Een oprecht bekeerde christen wil beslist helpen deze wereld te veranderen en anderen te laten delen in de zegeningen van Gods levenswijze. Dit is het in feite waar de wederkomst van Christus en de vestiging van Zijn Koninkrijk (regering) op neerkomt. Alle verwekte christenen zijn nu eigenlijk in opleiding voor een belangrijke taak in die regering van de ideale wereld van morgen onder de leiding en het gezag van Christus.

Het christelijke leven is dus een leven van overwinning, groei, voorbereiding en ontwikkeling voor zowel dienst door leiderschap in het duizendjarig rijk als dienst aan anderen hier en nu.

2. Wat zullen de heiligen tijdens het 1000-jarig rijk in het Koninkrijk Gods doen? Lees Openbaring 3:21, 2:26 en 20:4-6 nog eens.

OPMERKING: We lezen daar van "tronen", "oordeel" en "heersen". Deze teksten duiden aan dat christenen posities van leiderschap zullen ontvangen in het Koninkrijk Gods. Allen die bekeerd zijn en nu leren overwinnen, zullen uiteindelijk "koningen en priesters" of leiders en leraars van allerlei aard zijn in het Koninkrijk Gods (Openbaring 5:10). Dat is het doel waarvoor wij geschapen werden. Onze uiteindelijke bestemming, als wij aan Gods roepen gehoor geven, is heerschappij, onder Christus, over de wereld en uiteindelijk over het gehele universum. Ja, wij werden geboren om te heersen.

3. Volgens welk principe kan iemand met normale capaciteiten en bescheiden kansen in dit leven ooit bevoegd worden voor het op zich nemen van een veel grotere verantwoordelijkheid in het Koninkrijk Gods? Lukas 16:10.

OPMERKING: Wij leren regeren door trouw, gewetensvol te zijn in alles wat we doen. Wij moeten in ons dagelijks leven de principes en wetten in praktijk brengen die Gods Woord ons heeft geleerd. Ook de persoon die van zichzelf denkt maar weinig capaciteit en natuurlijk talent te hebben, kan zich voor regeren in Gods Koninkrijk bekwamen. Wij bekwamen ons voor het regeren van morgen door nu te leren onze eigen zaken en verantwoordelijkheden, hoe gering die ook mogen zijn, goed te besturen.

Bij God is geen aanzien des persoons of van de seksen (Romeinen 2:11; Galaten 3:28). Van welke sekse wij zijn, heeft geen invloed op onze beloning in Gods Koninkrijk. Ons toekomstig loon zal uitsluitend worden bepaald door wat wij in dit leven "gedaan" hebben. Let wel: door Gods genade verkrijgen wij entree in Zijn Koninkrijk en onsterfelijkheid als Gods gift, maar door onze werken zullen wij een positie van verantwoordelijkheid ontvangen — een gelegenheid tot grotere dienstbaarheid om nog meer goeds te doen wanneer wij eenmaal in Gods regerende familie zijn geboren.

Als onze Heiland en oudere broeder — "de eerstgeborene onder vele broederen" — heeft Jezus Christus zich reeds gekwalificeerd voor het hoogste ambt onder God de Vader in de komende wereld van morgen. Niemand anders kan ooit de bestuursfunctie innemen die de Vader Hem heeft beloofd. Laten we eens zien welke andere posities er nog in de bijbel genoemd worden.

4. Aan wie heeft God het bestuur over het verenigd volk van Israël beloofd? Ezechiël 37:21-22, 24. Welke bestuursfuncties heeft Jezus beloofd te geven aan elk van zijn twaalf apostelen onder David? Mattheüs 19:27-28. Heeft God nog gedoeld op anderen die in Zijn Koninkrijk zullen zijn? Hebreeën 11:4-40.

OPMERKING: Andere overwinnaars zijn ons voorgegaan en zullen in Gods Koninkrijk zijn. Zij zijn reeds bekwaam verantwoordelijkheid in Gods heerschappij voerende familie op zich te nemen, ook al heeft God ons niet specifiek geopenbaard in de bijbel welke functies dat zijn. Iedere individuele persoon zal echter een geweldige opdracht krijgen, want er moet een volslagen nieuwe samenleving worden opgebouwd op aarde tijdens het duizendjarig rijk (om maar niet te spreken van het heelal daarna) — en ditmaal volgens Gods specificaties. Er zullen vele verschillende, belangrijke taken te verdelen zijn voor de herschepping van de maatschappij in de wereld zoals God die wil hebben.

5. Zal er werkelijk genoeg gelegenheid zijn tot dienstbaarheid voor al degenen die door de eeuwen heen overwinnaars waren? Johannes 14:1-3.

OPMERKING: Door te spreken over de tempel ("het huis Mijns Vaders") waarin vele "woningen" ("verblijfplaatsen" of "vertrekken" in andere vertalingen) zijn, geeft Jezus een beeld van het feit dat er in de regering van het Koninkrijk Gods op aarde, met Jeruzalem als wereldhoofdstad van het 1000-jarig rijk, posities of functies zullen zijn voor vele medewerkers. "... zo kom Ik weder [op aarde] en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben [in het hoofdkwartier, de tempel van God op aarde]" (Johannes 14:3). Christus verzekert ons dat Hij en de Vader iedereen die in Gods heerschappij voerende familie geboren is, voldoende gelegenheid kunnen bieden om een interessante en verantwoordelijke functie te vervullen.

U kúnt overwinnen

De pas door Gods Geest verwekte christen is begonnen aan een interessante nieuwe levenswijze. Maar evenals in het geval van Abraham, Izak, Jakob, David en Paulus weet God dat een christen af en toe geestelijk zal struikelen — hij kan en zál nog zondigen (1 Johannes 1:8-9). Doch onze barmhartige God heeft beloofd ons te vergeven als wij berouw hebben en Hij zal ons sterken, zodat we kunnen doorgaan met overwinnen en eeuwig leven in Zijn heerlijk Koninkrijk mogen ontvangen.

God roept de mens niet tot de ware christelijke levenswijze om verliezer te zijn. Hij wil niet dat iemand zijn kans op de beloningen en vreugden van eeuwig leven in Zijn familie mist (2 Petrus 3:9; 1 Timotheüs 2:4).

Maar God doet niet alles voor ons. Wij moeten ons deel volbrengen.

Hoe kunnen wij blijven overwinnen, vooruitkomen naar het eeuwige doel, streven naar de volmaaktheid van het karakter van Jezus Christus, en de geboorte in Gods familie? Door het geloof van Christus (Romeinen 3:22; Galaten 2:16). Paulus zei: "Ik vermag alle dingen door Christus, die mij kracht geeft" (Filippenzen 4:13).

Dat kunnen wij ook!

In Christus kunnen wij God welgevallig zijn, Zijn wet onderhouden, en overwinnen. Dit moeten we onszelf goed inprenten.

1. Heeft Paulus, een apostel van God die door de heilige Geest werd geïnspireerd, in feite gezegd dat een christen zijn eigen behoud moet bewerken? Filippenzen 2:12. Zie ook 2 Petrus 1:10.

OPMERKING: Een christen moet dus direct na de aanvankelijke bekering iets beginnen te doen, en niet alleen dan, maar ook zijn hele verdere natuurlijke leven lang. Het leven als christen betekent "werken"; het betekent iets doen. Christelijk leven houdt in moeite doen om te overwinnen. Christus zei: "Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook" (Johannes 5:17). Gods levenswijze is er een van produktiviteit, van groei en van interessante uitdagingen.

2. Kunnen we dan toch ons behoud met onze eigen werken verdienen? Romeinen 6:23; Filippenzen 2:13.

OPMERKING: Zoals eerder gezegd, is eeuwig leven de gift van God. U kunt uw behoud niet door uw werken verdienen. Toch moet een christen zijn deel bijdragen.

De bijbel laat zien dat wij ons moeten ontdoen van gewoonten en zonden waaraan wij verslaafd zijn. Wij moeten het godloze, onchristelijke levenspatroon dat uiteindelijk onze ondergang zou worden, tegengaan (Romeinen 6:23). Maar hoe? Alleen uit eigen menselijk vermogen en door onze eigen wilskracht? Nee, geen enkel mens is ooit in staat de invloeden van de wereld, het vlees en de duivel uit louter eigen kracht de baas te worden.

Benjamin Franklin, een van de vijf voornaamste stichters van de Verenigde Staten, had zich eens ten doel gesteld morele volmaaktheid te bereiken. Hier volgt een aanhaling uit de Autobiografie van Benjamin Franklin:

"Het was ongeveer op dit tijdstip dat ik op het idee kwam aan het stoutmoedige en moeilijke project van morele perfectie te beginnen. Ik wenste ieder ogenblik zonder enige fout te leven; ik zou alles overwinnen waartoe natuurlijke neiging, gewoonte of andere mensen me zouden kunnen verleiden. Aangezien ik wist, of dacht te weten, wat juist en onjuist was, zag ik niet in waarom ik niet altijd het ene zou doen en het andere vermijden."

Maar al spoedig bemerkte Dr. Franklin dat de taak geen gemakkelijke was. Vervolgend met zijn autobiografische bekentenis: "Maar weldra zag ik dat ik een veel moeilijker taak op me had genomen dan ik me had voorgesteld. Terwijl mijn hele aandacht was bepaald bij het waken tegen de ene fout, werd ik vaak overrompeld door een andere; bij onoplettendheid overwon vaak de macht der gewoonte en de neiging tot iets was soms te sterk voor het verstand. Ik kwam uiteindelijk tot de slotsom dat de zuiver speculatieve overtuiging dat volmaakte deugdzaamheid in ons belang is, niet voldoende was ons voor struikelen te behoeden; dat we met verkeerde gewoonten moeten breken en dat we goede gewoonten moeten aanleren en opbouwen voordat we ons ook maar enigszins kunnen verlaten op een standvastige, gelijkmatige rechtschapenheid" (cursivering van ons).

3. Welke soortgelijke frustraties ondervond Paulus door de uitingen van zijn menselijke natuur? Romeinen 7:7-25. Let vooral op de verzen 15, 19 en 23.

OPMERKING: Paulus ondervond dat wanneer hij zijn menselijke natuur probeerde te weerstaan, hij slechte gewoonten en zonden niet zo gemakkelijk van zich af kon schudden. Wanneer hij zich ertoe zette zijn persoonlijke zonden uit te roeien, leken ze wel meer geprononceerd te worden. Paulus, de apostel die door God geïnspireerd en gebruikt werd minstens dertien boeken van het Nieuwe Testament te schrijven, riep uit: "Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?" (vers 24.)

Paulus heeft de overwinning behaald. Hij schreef kort voor zijn dood het volgende aan zijn jonge beschermeling: "... het tijdstip van mijn verscheiden staat voor de deur. Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb mijn loop ten einde gebracht, ik heb het geloof behouden; voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij, maar ook allen, die zijn verschijning hebben liefgehad" (2 Timotheüs 4:6-8, N. Vert.).

Zie nu hoe Paulus tot die overwinning kwam.

4. Wat of wie is de sleutel tot overwinning in het christelijke leven? Filippenzen 4:13; Johannes 15:5; 1 Johannes 4:4; Romeinen 8:37.

OPMERKING: Jezus Christus die eens Satan heeft verslagen (Mattheüs 4) en zich kwalificeerde Koning der koningen en Heer der heren te worden, zal Satan en de invloeden van deze wereld opnieuw verslaan door de inwoning van de heilige Geest. Hij zei tegen Zijn discipelen dat ze goede moed moesten houden, want dat Hij de wereld had overwonnen (Johannes 16:33). Johannes getuigt verder dat Degene die door Gods Geest in iedere echte christen woont, machtiger is dan Satan (1 Johannes 4:4).

5. Maar heeft Jezus niet gezegd dat Hij, van Zichzelf, absoluut niets kon doen? Johannes 5:30.

OPMERKING: Stelt u zich eens voor: zelfs Gods eigen Zoon zei dat Hij niets (geen geestelijke werken) kon doen uit eigen menselijke kracht. Als Christus — toen in het vlees — niet in Zichzelf geloofde, zouden u en ik dan wél iets tot stand kunnen brengen door op eigen kracht te vertrouwen?

Slechts weinig mensen beseffen dat de gehoorzaamheid van Christus en zelfs de wonderen die Hij deed, niet voortkwamen uit enige bovennatuurlijke kracht van Hemzelf. Al Zijn geestelijke werken werden letterlijk door geloof in Gods macht verricht en Hij gaf ons daarmee een geweldig voorbeeld.

6. Wat was de bron van Christus' dynamische geloof? Johannes 14:10-11.

OPMERKING: De Vader die in Jezus was door Zijn heilige Geest maakte Zijn gehoorzaamheid aan Gods wet mogelijk. Christus had het geloof van God zelf.

7. Dient een christen uit geloof te leven? Hebreeën 10:38; Romeinen 1:17. Maar is geloof hebben in Gods macht het enige wat nu van ons wordt verlangd? Romeinen 3:31. Is geloof zonder gehoorzaamheid een dood geloof'? Jakobus 2:20-22.

OPMERKING: De bijbel getuigt heel duidelijk dat iedere individuele christen zijn deel moet bijdragen aan het proces van behoud. Niettemin is aan veel belijdende christenen geleerd dat Jezus voor ons een goed leven leidde, dat Hij Gods wet in onze plaats gehoorzaamde. Maar wij hebben nu gezien dat een christen niet is vrijgesteld van overwinnen, groeien in geestelijk karakter en volharden ondanks alle tegenstand of verzoeking het op te geven. Deze schriftgedeelten maken het glashelder dat geloof ons niet vrijstelt van het verrichten van deze geestelijke werken.

Dit is een groot mysterie voor hen die het niet begrijpen. Aangezien we deze geestelijke werken moeten doen om behouden te worden en we er uit eigen kracht toch in 't geheel niet toe in staat zijn, is het voor de hand liggend tot de gevolgtrekking te komen dat God ofwel Jezus zond om ze voor ons te doen en ons er zo van vrij te stellen, of als dat niet het geval is, dat we dan ontmoedigd raken en in de verleiding komen het op te geven.

De ware oplossing is de sleutel tot behoud. Het is geloof. Geloof in Gods macht — hetzelfde levende geloof dat Jezus had.

8. Door wiens geloof is de rechtvaardigheid van een christen — zijn gehoorzaamheid aan Gods geestelijke wet — mogelijk geworden? Filippenzen 3:9; Romeinen 3:22; Openbaring 14:12.

OPMERKING: Door Gods Geest verwekte christenen hebben het "geloof van Jezus" zelf. Het is niet alleen ons geloof in Hem, maar het is Zijn geloof — dat geestelijke geloof, waarmee Hij Gods wetten gehoorzaamde — dat in ons wordt geplaatst en in ons werkt.

9. Noemt de bijbel Jezus de overste leidsman en voleinder van ons geloof? Hebreeën 12:2-4.

OPMERKING: Een wat betere vertaling van de woorden leidsman en voleinder zou zijn "pionier" en "perfectionist". Als onze pionier bereidde Jezus de weg en gaf ons het hoogste voorbeeld van levend geloof. Maar Jezus perfectioneert ook Zijn geloof in ons. En dat doet Hij als volgt:

10. Heeft de apostel Paulus duidelijk verklaard dat Christus in hem leefde? Galaten 2:20. Hoe leefde Christus in hem? Filippenzen 2:5; Romeinen 8:9-10. Leefde Paulus dus door het geloof van Christus dat in hem woonde? Galaten 2:20 nog eens.

OPMERKING: Paulus leefde niet door zijn eigen geloof. Door middel van de heilige Geest woonde de gezindheid van Jezus Christus in hem, en die Geest van God plantte in Paulus' geest hetzelfde geloof dat ook in uw geest kan zijn. Dit geloof — het geloof van Jezus Christus — zal u in staat stellen een leven van overwinning te leiden, zoals ook de apostel Paulus dat heeft gedaan.

11. Is dat geloof van Jezus Christus, waardoor wij eeuwig behoud ontvangen, een gave van God? Efeziërs 2:8-9. Is dit geloof een van de vruchten van de heilige Geest? Galaten 5:22. Stelt het u in staat "goede werken" te doen? Efeziërs 2:10.

OPMERKING: Het geloof dat behoud brengt, is het geloof van Christus, niet uw eigen geloof. En de Christus die in ons kan leven door Gods Geest wil u en mij Zijn sterke geloof schenken, zodat wij kunnen gehoorzamen en overwinnen.

12. Wat moet u doen om dat geloof van Jezus Christus te verkrijgen? Handelingen 2:38. Moet u bereid zijn God te gehoorzamen? Handelingen 5:32. En moet u eerst geloof in Christus tonen voordat Hij u Zijn geloof geeft? Handelingen 20:21; Romeinen 1:17.

OPMERKING: God geeft Zijn heilige Geest en de vrucht geloof van Christus alleen aan degenen die aan deze voorwaarden voldoen.

Bekering is tot God en houdt in dat wij besloten hebben onze levenswandel te veranderen, nl. het zondigen tegen God te staken en oprecht te willen gaan leven volgens al Zijn geboden. Wij hebben dan niet alleen een grote afschuw van onze oude zondige levenswijze, maar ook van de natuurlijke neigingen van ons vleselijk gezind verstand dat door de duivel wordt beïnvloed (Romeinen 8:7; Efeziërs 2:2).

Daarop moeten we ons eigen geloof tonen in het offerbloed van Jezus Christus dat vergoten werd om de doodstraf te voldoen die wij voor onze begane zonden hebben verdiend. Op ons geloof in de oorzaak van Zijn dood — onze aanvaarding van Hem als persoonlijke Verlosser van onze zonden — en daarna onze doop door onderdompeling, is God door Zijn Woord verplicht ons Zijn heilige Geest te geven.

Ja, ons eigen geloof in het offer van Christus voor onze zonden is nodig, maar dat geloof redt ons niet. Pas wanneer de heilige Geest in ons komt om ons geestelijk te verwekken en we het geloof van Christus ingeplant krijgen, ontvangen wij geloof dat tot behoud leidt. En dit alles komt tot ons als een gave van God. We zouden het nooit kunnen "verdienen".

13. Wanneer we eenmaal Gods heilige Geest ontvangen hebben, moet de vrucht van geloof dan groeien? 2 Thessalonicenzen 1:3.

OPMERKING: Geloof wordt ons met het ontvangen van Gods Geest niet ineens en volledig ingeplant. Geloof moet groeien. Het moet gevoed worden om tot ontwikkeling te komen. Daartoe is oefening nodig. Dit geloof moet groeien door beproeving en door onze werken. Het moet levend geloof zijn.

14. Laten we het voorbeeld van Abraham, de "vader" der gelovigen (Romeinen 4:16) en degene die door God werd betiteld als Zijn vriend, nog eens nader bezien. Hoe maakte God Abrahams geloof zo volmaakt? Jakobus 2:21-24. Let vooral op vers 22.

OPMERKING: Abraham was een goede vriend van God en als gevolg daarvan ontving hij de hulp waarmee hij een voortreffelijk geloofsgetuigenis heeft afgelegd. Als wij de heilige Geest door ons heen laten vloeien, dan kunnen ook wij goede vrienden van God zijn zoals Abraham en ons geloof vervolmaken zoals hij.

Goede vrienden besteden veel tijd in gesprek met elkaar. Ze praten over het leven, hun doel en problemen daarin, en ze zijn bereid naar elkaar te luisteren. Als u een goede vriend van God bent, zult u Hem van alles willen vertellen. U luistert ook naar Hem als Hij tot u spreekt. Dikwijls. En u zult vaak over Zijn woorden nadenken. Zie eens wat Christus over deze wederzijdse conversatie te zeggen heeft.

15. Hoe onderwees Jezus Zijn volgelingen met de Vader te converseren? Lukas 11:1. Wat is het algemeen te volgen patroon wanneer we bidden? Vers 2-4; Mattheüs 6:9-15. Mogen we doelloos woorden herhalen of een uit het hoofd geleerd gebed opzeggen? Mattheüs 6:7-8. Dienen we ergens privé, waar we alleen met God zijn, te bidden? Vers 5-6.

16. Moeten we niet alleen bidden voor onze eigen behoeften, maar ook voor die van Gods Werk, Zijn dienaren en de geestelijk verwekte kinderen van Gods Kerk (de heiligen)? Efeziërs 6:18-19. Wie gaf een voortreffelijk voorbeeld van dergelijk gebed? Colossenzen 4:12-13.

OPMERKING: Wanneer u tot God bidt, spreekt u eigenlijk tot Hem. U komt bij Hem, neemt van Zijn tijd en maakt Hem bekend wat u over bepaalde dingen denkt, hoe u met bepaalde problemen zit die opgekomen zijn en u vraagt Hem om leiding, raad en hulp bij het oplossen van de problemen.

Wanneer u bidt voor de noden van anderen en voor die van Gods Werk, dan hoort God! Hij stelt zowel groot belang in het welzijn van al Zijn kinderen en in de crises en beproevingen die Zijn Werk soms ondergaat, als ook in uw persoonlijk welzijn.

God is niet ver weg of verheven boven Zijn geestelijke kinderen. Hij wil graag dat we dikwijls naar Hem toekomen en met Hem praten in gebed, met Hem spreken over de noodzakelijke hulp om een christelijk leven te kunnen leiden.

Hij wil ook dat we naar Hem luisteren wanneer Hij tot ons spreekt. Hoe doet Hij dat? Door middel van Zijn geïnspireerde Woord. Wanneer u de bijbel leest en bestudeert, spreekt God feitelijk met u. Het zijn Zijn woorden tot u. Zie de raadselachtige analogie waarmee Jezus dit punt belichtte.

17. Is Jezus Christus de verpersoonlijking van het Woord Gods? Johannes 1:1, 14. Zegt Hij ons daarom dat wij "Zijn vlees" moeten eten? Johannes 6:50, 53, 57. Waar had Hij het over? Vers 63.

OPMERKING: Hoe kan iemand nu het vlees van Christus "eten"? Hij bedoelde beslist niet dat Zijn discipelen kannibalen moesten worden! Hij sprak figuurlijk en doelde in feite op Zijn woorden, zoals Hij in Johannes 6:63 ook zei: "De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven".

Wanneer u uw bijbelstudie doet, "eet" u het vlees van Christus. M.a.w.: u verslindt Zijn woorden die leven gevend zijn. Ze zijn geestelijk, ze schenken leven, ze wijzen u de weg naar Gods familie.

Laat Christus en de Vader vanuit de bijbel tot u spreken. Dit moet u leren. Neem de gezindheid van Christus (Filippenzen 2:5) in u op en laat het Woord van God u leiden op uw levenspad.

Gods weg is zo duidelijk en eenvoudig wanneer we die begrijpen. Wij kúnnen, alles wel beschouwd, doelbewust voortgaan en de hoge roeping van God in Jezus Christus waar maken. We kúnnen streven naar de volmaaktheid van Gods karakter door het geloof van Christus. En dit alles kan bereikt worden als gevolg van de heilige Geest in ons en naarmate wij daarvan gebruik maken.

Wij moeten Gods wetten gehoorzamen en als christen leven alsof wij het helemaal door eigen inspanning moeten doen, maar omdat "de geest gewillig is, doch het vlees zwak", vult God het ontbrekende aan. Evenals Paulus die zich bewust was van zijn menselijke tekortkomingen, kunnen wij God de hulp vragen die nodig is om zijn doel in ons te bereiken — "want als ik zwak ben, dan ben ik machtig" in Hem (2 Corinthiërs 12:10).

Door Christus kunt ook u elke zonde overwinnen; elk obstakel is overkomelijk, elke vijand te verslaan en elke hinderpaal die op uw weg naar Gods familie staat, is uit de weg te ruimen.

Denk aan de apostel Paulus die in iedere situatie op Christus vertrouwde. Hij was heel zeker van zijn zaak. Paulus wandelde, sprak en leefde met Christus en de Vader door de heilige Geest in hem. Hij bezat het geloof en de zekerheid van Jezus Christus zelf.

U kunt dat ook bezitten!

Het antwoord is aan u

U werd geboren met de mogelijkheid een familielid te worden van de het heelal besturende familie van God — deel te hebben aan bestuur, onderwijs en leiding in de wereld van het duizendjarig rijk en de laatste oordeelsperiode — en daarna in eeuwigheid mee te helpen met het besturen van héél Gods schepping!

Dit is de ontzagwekkende bestemming die God de mensheid aanbiedt.

Bent u al aan het proces van behoud voor dit wonderheerlijke doel begonnen? Analyseer uw eigen leven en karakter eens. Bent u begonnen God te gehoorzamen? Bent u bezig geestelijk te groeien? Ontwikkelt — verbetert — u uw zelfbeheersing, zodat u verkeerde verlangens, zelfzuchtige motieven en ijdelheid kunt bedwingen? Vervangt u slechte gewoonten en instellingen door goede gedachten en daden?

Als u plotseling de een of andere echt grote verantwoordelijkheid in handen gegeven zou worden — misschien het burgemeesterschap van een middelgrote stad — misschien directeur van een grote onderneming met vele filialen — zou u dan in staat zijn die taak op u te nemen en ten uitvoer te brengen naar Gods maatstaven?

Welnu, u kunt op dit punt uzelf beproeven: als u op dit ogenblik de geringe vermogens waarover u beschikt, zoals uw humeur, uw stem, uw driften en emoties, of uw huidige, misschien kleine inkomen, op de juiste wijze weet te besturen, dan zal u waarschijnlijk ook de leiding van een wat grotere verantwoordelijkheid toevertrouwd kunnen worden.

Maar als u nog helemaal niet bent toegekomen aan het in toom houden en in goede banen leiden van deze kleine u toevertrouwde krachten, hoe zou God u dan de veel grotere verantwoordelijkheden in het Koninkrijk Gods in handen kunnen geven? Als u niet leert getrouw te zijn in het beheer van uw huidige inkomen, wie zal u dan de ware rijkdom en de grote krachten van God toevertrouwen?

Vraag God om het begrip en de wijsheid voor het juiste gebruik en beheer van de betrekkelijk geringe krachten, vermogens en verantwoordelijkheden die u nu heeft, zodat u een getrouwe en produktieve dienstknecht van God kunt zijn.

Streef ernaar getrouw te zijn met wat God u reeds heeft gegeven, zodat Christus op een dag tot u kan zeggen: "Wél gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen ..." (Mattheüs 25:21, N. Vert.).

Dit leven is het proefterrein. We leren regeren door onze verantwoordelijkheden getrouw na te komen en door te leren onszelf te beheersen terwijl we de christelijke levenswijze volgen.

Voorbereiding voor regeren in Gods Koninkrijk begint met zich nu aan Zijn bestuur te onderwerpen. God zal niet iemand behouden die Hij niet kan regeren. Maak Gods wetten een deel van uzelf. Bestudeer ze, houd ze in gedachten en volg ze op. Overwin uw menselijke natuur, de verlokkingen van de wereld en de slinkse streken van Satan de duivel met behulp van Gods heilige Geest.

Zoek God door dichter bij Hem te komen in gebed en bijbelstudie. Verander! Groei geestelijk. Ontwikkel steeds meer het karakter van God, totdat de dood of het moment van Christus' wederkomst daar is en God ons zwakke, ontoereikende lichaam zal veranderen in een krachtig, verheerlijkt, geestelijk lichaam zonder zonde (Filippenzen 3:20-21). Dan zult u gereed zijn met Christus te regeren.

Onze ontzagwekkende bestemming is als lid van Gods familie mee te helpen bij het bestuur van de aarde en het heelal daarbuiten!

Het is een adembenemende, opwindende en ongelooflijke roeping! Bent u begonnen uzelf daarvoor te bekwamen?

Het antwoord is aan u.

Deze "historische" lessen worden u in deze vorm als dienstverlening gratis ter beschikking gesteld door de Kerk van de Grote God.

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)