Behoort u te worden gedoopt?

Ambassador College Bijbelcursus Les 10
1978

De apostel Petrus antwoordde de verzamelde menigte in Jeruzalem: "Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt ..." Is Handelingen 2:38 echter nog wel relevant in dit ruimtetijdperk? Verlangt God nog steeds de doop voor iemand die een christen wil worden?

De aloude ceremonie van de waterdoop schijnt voor menigeen in de westerse wereld tot het verleden te behoren. Er zijn tegenwoordig vele kerkgroeperingen die zich niet meer houden aan de bijbelse doopceremonie, n.l. onderdompeling in water. Heel wat mensen wijzen deze doop af als een ouderwets gebruik dat in de middeleeuwen thuishoort.

Moeten wij de meerderheid volgen in hun verwerping van een zich letterlijk houden aan deze bijbelse vorm van dopen? Hoe kunt u weten of zo'n gewoonte slechts een overblijfsel is van ouderwetse, anachronistische, menselijke ideeën, of juist datgene wat de Schepper van hemel en aarde ook in onze tijd van Zijn volgelingen verwacht?

Is de doop een vereiste stap?

Het meest directe en essentiële bijbelgedeelte over de waterdoop vinden we in Handelingen 2:36-42. In zijn geïnspireerde toespraak op die gedenkwaardige Pinksterdag klaagde de apostel Petrus zijn toehoorders aan voor hun aandeel in de moord op de Messias.

Velen waren diep getroffen en voelden zich schuldig. Spontaan reageerden zij met: "Wat zullen wij doen, mannen broeders?" (Vers 37.)

Dat is een heel goede vraag.

Wat moet je doen als je zelf inziet, evenals die groep mensen toen, dat je in opstand bent geweest tegen de wetten en bedoelingen van je Schepper?

Het geïnspireerde antwoord op deze vraag is: "En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave van de heilige Geest ontvangen" (vers 38).

In de vorige les is ons de noodzakelijkheid van berouw en bekering duidelijk uitgelegd. De volgende stap, zoals in Handelingen 2:38 aangegeven, is de waterdoop.

De doop is, zoals uit deze les zal blijken, een vereiste stap in Gods plan van behoud voor u als individu.

In deze buitengewoon belangrijke les zullen we precies nagaan wat God gebiedt inzake de waterdoop. We beginnen met de symbolische betekenis van de doop. Daarna zullen we typen ervan in het Oude Testament nagaan, die de nieuwtestamentische doop voorafschaduwden; vervolgens wat Johannes de Doper deed, het voorbeeld van Jezus zelf en verder tot aan het gebruik bij de apostelen in de kerk van de eerste eeuw.

Deze les zal vragen stellen en beantwoorden als: Wat is de doop? Wat zijn de bijbelse achtergronden ervan? Waarvoor is de doop? Welke betekenis heeft de doop voor de mens van de twintigste eeuw? Waarom is de doop een essentiële stap voor iemand die in Gods Koninkrijk wil komen?

LES 10

De diepzinnig symbolische betekenis van de doop

Het onderwerp van de doop is omgeven door heel veel symboliek. Wij dienen die symboliek goed te doorgronden om precies te weten waarom God de doop voorschrijft aan hen die ware volgelingen van Christus en door de Geest verwekte kinderen van God willen worden.

1. Hoe veroordeelde Jezus Christus de zonde in het vlees? Romeinen 8:3-4; Hebreeën 4:15. Waarom moest Hij gedood worden? 1 Corinthiërs 15:3. Wat gebeurde er met Zijn dode lichaam? Vers 4; Romeinen 8:11.

OPMERKING: Christus veroordeelde de zonde door zonder zonde te leven in de kracht van de heilige Geest. Hij stierf voor onze zonden — door Zijn dood onderging Hij de straf op de zonde die wij hebben opgelopen — en werd begraven. Na drie dagen werd Hij opgewekt, d.i. levend gemaakt door Gods Geest. Zijn opstanding toont aan dat Hij zegevierde over zonde en dood.

2. Geeft de doop symbolisch iemands dood, begrafenis en opstanding uit een graf weer? Colossenzen 2:12-13; Romeinen 6:2-6. Lees ook de volgende verzen van Romeinen 6 tot en met vers 13.

OPMERKING: Evenals Christus stierf voor onze zonden en begraven werd, is onze doop — het ondergedompeld worden in een "watergraf" — het symbool van de dood en begrafenis van ons oude zondige leven. En evenals Christus in nieuwheid van leven werd opgewekt, zo is ook ons opkomen uit het doopwater symbolisch voor onze opstanding uit ons "graf" om een nieuw leven te beginnen, vrij van de zondeschuld uit het verleden en de doodstraf die we verdiend hadden met onze zonden.

De doop verzinnebeeldt dus de dood, begrafenis en opstanding van Christus en eveneens de dood en begrafenis van de zondaar en zijn opstanding tot een nieuw christelijk leven.

Laten we op het bovenstaande nog iets nader ingaan.

Het onder water gaan stelt duidelijk de dood voor van Christus en van onze oude mens. Evenzo schildert de onderdompeling in het water de begrafenis van Christus en van ons oude zondige leven. Het opkomen uit het water beeldt de opstanding uit van Christus en van hen die nu voortaan wandelen in "nieuwheid des levens" — in gehoorzaamheid aan Gods wetten. Wij beschouwen onszelf nu als dood wat de zonde betreft, maar levend door God en Zijn Zoon Jezus Christus (Romeinen 6:11).

Na de doop en het "opleggen der handen" (wat we later zullen toelichten) begint Christus in ons te leven door middel van Gods Geest (Romeinen 8:9-10).

De heilige Geest stelt ons, naarmate wij ons van die tijd af aan God toevertrouwen, in staat de invloed van de duivel die ons tot zondigen wil brengen, te weerstaan en met Gods geestelijke wetten verder te leven (vers 13).

Paulus zei: "Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft overgegeven" (Galaten 2:20, N. Vert.).

De waterdoop is heel eenvoudig een voorschrift van Christus waardoor wij symbolisch ons geloof te kennen geven in Hem als onze persoonlijke Heiland — ons geloof in en onze aanvaarding van Zijn dood, begrafenis en opstanding. De doop is ook een uiterlijk teken van ons oprecht berouw en onze volkomen bekering van ons oude zondige leven — onze begrafenis van dat zondige leven. Bovendien schildert de doop onze "opstanding" tot een nieuw leven van geestelijke gehoorzaamheid aan God.

De doop geeft duidelijk aan dat ons zelfzuchtige, ijdele en zondige eigen ik moet sterven. Hij laat zien dat we ons bewust zijn van onze eigen zonden, ijdelheid en hopeloosheid. Hij is een uiterlijke erkenning van ons besef dat het oude ik moet sterven ten einde weer te kunnen opstaan tot leven — dit keer tot echt leven — volgens Gods wetten en geboden door Zijn heilige Geest.

De doop laat tenslotte onze volledige overgave aan God zien. Hij symboliseert de totale begrafenis van de oude zondige mens en het begin van een nieuw leven, onderworpen aan de wil en het gezag van God.

De zondvloed zinnebeeld van de doop

Het Oude Testament bevat veelbetekenende voorbeelden die een voorafschaduwing zijn van de nieuwtestamentische waterdoop. Deze zijn hoogstbelangrijk voor ons om inzicht te krijgen in de leer van Christus en de apostelen hierover. We zullen met Noach en de zondvloed beginnen.

1. Zondigden de mensen zwaar tegen God, nadat zij zich op aarde vermenigvuldigd hadden? Genesis 6:5, 11-12. Hoe verdorven waren de mensen in Gods ogen? Zelfde verzen.

2. Wat zei God te zullen doen met de aardbewoners als gevolg van hun onverbeterlijke goddeloosheid? Genesis 6:7. Op welke wijze? Vers 17.

OPMERKING: De mensen waren zo diep gezonken in hun verdorvenheid, dat God geen andere keus had dan het gehele mensdom uit zijn lijden te helpen — op één man en zijn gezin na.

3. Wie vond in die wereld van overal heersende zonde, genade in Gods ogen? Genesis 6:8. Waarom begunstigde God Noach? Vers 9. Zie ook 2 Petrus 2:5 vergeleken met Psalm 119:172.

OPMERKING: Noach "wandelde met God" — Hij gehoorzaamde Gods stem en predikte gehoorzaamheid aan Gods wil, maar niemand wilde luisteren.

4. God droeg Noach op een enorm schip te bouwen, waarmee hij en zijn gezin zouden kunnen ontkomen aan de grote overstroming die Hij over de opstandige mensheid wilde brengen (Genesis 6:14-17). Hoe gaf Noach blijk van zijn geloof en vertrouwen in Gods belofte van behoud voor de zondvloed die een straf was voor de zonden van de wereld? Genesis 6:22; Hebreeën 11:7.

OPMERKING: Het vergde vele lange en moeizame jaren voordat de ark gereed was. (Vergelijk Genesis 5:32 met Genesis 7:11.) De mensen op aarde vóór de zondvloed hadden op z'n minst een eeuw de tijd zich te bekeren van hun zonden alvorens God deze wereldwijde overstroming zond.

5. Is Noachs ontkomen aan de geweldige overstroming — een "watergraf" voor de zondige wereld — een zinnebeeld van onze verlossing van de zondestraf door de symbolische betekenis van de waterdoop? 1 Petrus 3:20-21.

OPMERKING: God zorgde ervoor dat Noach en zijn naaste verwanten konden ontsnappen aan de oude wereld en aan de straf die zij verdiend had voor haar ongehoorzaamheid aan Gods wetten. Noach geloofde God toen hij gewaarschuwd werd voor de zondvloed en hij gehoorzaamde God door het bouwen van de ark. Hij toonde zijn geloof door zijn gehoorzaamheid (zie Jakobus 2:17-26). Dit is het actieve en levende geloof dat God ook nu nog van ons verwacht.

Noach werd uit het water, waarin de zondige wereld ten onder ging, opgeheven en lichamelijk gered. Nu kunnen wij geestelijk gered worden van de eeuwige zondestraf — als we waarlijk geloven dat Christus stierf voor onze zonden en als we ze symbolisch begraven in het doopwater.

Israël "gedoopt" in de zee

Nog een interessant oudtestamentisch type dat wijst op de nieuwtestamentische doop, was Israëls ontsnapping aan Farao en de slavernij in Egypte.

Zolang de Israëlieten in Egypte waren, waren zij Farao's slaven — hulpeloos en machteloos onder hun opzichters — precies als een zondaar de slaaf is van zonde (Romeinen 6:16).

Egypte was een symbool van zonde (Openbaring 11:8). Farao en zijn leger kunnen vergeleken worden met Satan en zijn demonen die ons tot slavernij aan de zonde brengen. God gebood Israël Egypte — de zonde — te verlaten en Israël gehoorzaamde.

De Israëlieten begonnen hun uittocht uit Egypte onder Mozes nadat ze hun deurposten met het bloed van het Paschalam hadden bestreken (Exodus 12:1-13, 30-37). Hun vertrek uit Egypte is een type van ons vertrek — onze bekering — uit geestelijke zonde. Het bloed van het lam, dat hen beschermde voor de doodsengel, is symbolisch het bloed van Christus, ons "Pascha", (1 Corinthiërs 5:7) dat vergoten werd ter verzoening van onze zonden. Zo redt het bloed van Christus ons van de eeuwige doodstraf.

1. Aan wie gaf God de opdracht Israël te verlossen uit de ketenen van de Egyptische slavernij? Exodus 3:10-12; Handelingen 7:35.

2. Kan Mozes beschouwd worden als een type of voorafschaduwing van Christus? Handelingen 7:37; 3:20-22. Waarvan moest Jezus Christus ons verlossen? Romeinen 3:24-25.

OPMERKING: Mozes die door God was gezonden om Israël te verlossen uit de fysieke slavernij, was een voorafschaduwing van Christus die door God werd gezonden om berouwvolle gelovigen te verlossen uit de geestelijke dienstbaarheid aan de zonde.

3. Hoe reageerden de Israëlieten op de oproep Egypte te verlaten? Numeri 33:3.

OPMERKING: De Israëlieten trokken weg in grote opgetogenheid over hun verlossing uit de Egyptische slavernij (zonde).

4. Wat voerden Farao en zijn leger in hun schild terwijl de Israëlieten jubelden over hun pas verworven vrijheid? Exodus 14:8-9.

OPMERKING: Alleen Christus en Zijn bloed aannemen voor de verzoening van onze zonden maakt ons niet voor altijd vrij van zonde. De Israëlieten dachten dat ze van de Egyptische slavernij verlost waren — tot Farao achter hen aan kwam!

5. Wat zei Mozes toen de Israëlieten bang werden voor Farao's naderend leger? Exodus 14:13-14.

6. Zei God dat ze bij de pakken moesten gaan neerzitten en alle hoop om aan de Egyptenaren te ontkomen opgeven? Of moesten ze voorwaarts gaan in gehoorzaamheid en vertrouwen op Hem en Zijn vermogen hen te verlossen? Vers 15-16.

OPMERKING: Evenzo wil God dat christenen van de twintigste eeuw in gehoorzaamheid en vertrouwen op Hem en Zijn macht — de heilige Geest — voorwaarts gaan.

7. Welke hulp van buitenaf kregen de Israëlieten van God ter bescherming tegen Farao en zijn leger? Exodus 14:19-20.

OPMERKING: De engel des Heren in de wolk ging de Israëlieten voor om de weg te wijzen, maar nu kwam hij ter bescherming achter hen; tussen hen en de vijand in.

Ook nu hebben wij hulp van buitenaf nodig en wel heel dringend. Wij hebben God en Zijn heilige Geest nodig om niet opnieuw in de greep van de zonde te vallen nu al onze vorige zonden zijn vergeven en bedekt door het bloed van Christus.

8. Waren de kinderen Israëls bang toen God een weg door de Rode Zee drooglegde (Exodus 14:21-22), zodat ze erdoorheen konden trekken? Psalm 78:53. Vertrouwden zij erop dat God de muren van water niet op hen zou laten neerstorten? Hebreeën 11:29.

9. Wat gebeurde er met de Egyptenaren die hen achtervolgden? Exodus 14:26-28.

OPMERKING: We zien hier Farao en zijn leger als vertegenwoordigers van de zonden van Egypte waarin Israël had geleefd, begraven in een watergraf. Hoe schitterend typeert dit het symbolisme van de christelijke doop. "Dit weten wij immers, dat onze oude mens [ons oude zondige ik] medegekruisigd [gedood en begraven door de doop, vers 3-5] is, opdat aan het lichaam der zonde [symbolisch] zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonden zouden zijn" (Romeinen 6:6, N. Vert.).

10. Wordt er daarom ook duidelijk verwezen naar Israëls verlossing uit Egypte (zonde) door het water van de Rode Zee als een type van de doop? 1 Corinthiërs 10:1-2.

OPMERKING: God verlangde heel vaak van oudtestamentische profeten, waaronder ook Mozes, de dingen uit te beelden die Hij op een later tijdstip teweeg zou brengen (zie Ezechiël 4:1-17; 5:1-4). Evenzo verlangt God van degenen die nu oprecht hun begane zonden kwijtgescholden en bedekt willen hebben onder het bloed van Christus, dat ze de lichamelijke maar toch diep symbolische handeling van de doop ondergaan. Het groeft de betekenis van de doop in ons en is ook een uiterlijk teken van ons oprecht berouw en geloof in het offer van Christus voor onze zonden.

Aldus typeert het trekken van de Israëlieten door de Rode Zee en het verdrinken van Farao en zijn leger in een watergraf (symbolisch voor de vernietiging van onze oude mens of het voorgaande leven in zonde) onmiskenbaar de nieuwtestamentische waterdoop.

Doop van Johannes

Vlak voor Christus' komst, en de daarop volgende komst van de heilige Geest, droeg God Johannes de Doper op de "doop der bekering" te prediken. Laten we eens zien wat dit was.

1. Was Johannes Gods profeet? Lukas 1:63, 76. Was er ooit een groter profeet? Mattheüs 11:9-11.

2. Wie moest Johannes aankondigen en voor wie de weg bereiden? Lukas 1:76; Mattheüs 3:1-3.

3. Was Johannes ook gezonden om te dopen met water? Johannes 1:26, 31, 33.

OPMERKING: Vergeet niet dat de doop de begrafenis symboliseert van de oude natuurlijke en zondige mens. Het is het uiterlijke teken van een innerlijke ommekeer.

4. Door wie was Johannes gezonden en van wie kreeg hij gezag om te dopen? Lukas 3:2-3; Mattheüs 21:23-27.

OPMERKING: De overpriesters en ouderlingen wilden niet het feit erkennen dat Johannes een door God gezonden profeet was, enkel omdat ze, als ze dat wel hadden gedaan, ook hadden moeten erkennen dat het gezag van Christus van God kwam, want Johannes had eerder de grootheid van Christus bevestigd (Mattheüs 3:13-15).

5. Hoe luidde precies de boodschap die Johannes bracht? Markus 1:4-5; Mattheüs 3:11. Welke bedoeling had zijn boodschap? Lukas 1:77.

OPMERKING: De boodschap van Johannes was de "doop der bekering". Daarin lag precies opgesloten wat het was. Johannes doopte degenen die waarlijk berouw hadden van hun zonden. Zij ontvingen vergeving van God, maar nog niet de heilige Geest, de kracht waarmee ze de zondige natuur van Satan de baas konden worden en God gehoorzamen, want de heilige Geest kwam pas ná de opstanding en hemelvaart van Christus (Johannes 7:38-39).

In Lukas 1:77 staat duidelijk dat Johannes de Doper gezonden was "om zijn volk kennis der zaligheid te geven, in vergeving hunner zonden". Johannes predikte enkel bekering van zonden. Zijn boodschap moest het volk voorbereiden op Christus, zodat ze Hem zouden aannemen en gehoorzamen als Hij er was. Dit was de weg bereiden voor Zijn komst.

Een nieuwtestamentisch gebod

Nu deze grondslag van begrip is gelegd, zullen we eens nader bekijken wat Jezus Christus ons in deze tijd gebiedt met betrekking tot de waterdoop.

1. Heeft Jezus ons in alles een voorbeeld gegeven om ons te laten zien dat wij moeten wandelen — leven — als Hij? 1 Petrus 2:21; 1 Johannes 2:6. Werd Hij gedoopt? Mattheüs 3:13-16.

OPMERKING: Hoewel Jezus geen zonden te berouwen had, werd Hij toch gedoopt en gaf ons daarmee een voorbeeld ter navolging.

2. Na Zijn opstanding droeg Jezus Zijn twaalf apostelen (die het fundament vormden van Zijn ene en enige Kerk van die tijd af tot nu toe) op wat zij de wereld moesten verkondigen. Gebood Hij hen onmiskenbaar berouwvolle gelovigen te dopen? Mattheüs 28:19-20; Markus 16:15-16. Wat moesten de bekeerlingen precies geloven? Markus 1:14-15; Handelingen 8:12.

OPMERKING: Het ware evangelie of goede nieuws dat Christus Zijn Kerk opdroeg te prediken, is niet uitsluitend een boodschap over Zijn persoon als Verlosser. Het gaat om de boodschap die Hij bracht en predikte, n.l. het goede nieuws van het komende Koninkrijk of bestuur van God.

We moeten allen het ware evangelie horen en geloven alvorens gedoopt te worden. Het evangelie van Christus houdt niet alleen in dat we in Hem geloven als onze persoonlijke Heiland, maar ook als onze komende Koning. Mensen die het ware evangelie geloven, die Christus aannemen en geloven dat Hij hun Verlosser is, die berouw hebben van hun zonden en worden gedoopt, die een leven van overwinning leiden, dat zijn degenen die behouden zullen worden — wedergeboren bij de opstanding om het Koninkrijk Gods te beërven.

3. Hoe luidde het antwoord van Petrus aan de gelovigen op de Pinksterdag? Handelingen 2:38.

4. Zien we dat berouwvolle gelovigen altijd gedoopt werden? Handelingen 2:41; 8:5, 12.

5. Ongeveer tien jaar nadat Petrus zijn eerste geïnspireerde toespraak tot het joodse volk in Jeruzalem had gehouden, zond God hem naar de niet-joodse wereld om ook daar het evangelie te prediken. Hij werd gezonden naar het huis van Cornelius, een zeer vrome Italiaan (Handelingen 10), waar Petrus het volle evangelie aan Cornelius en zijn familie bracht (vs. 33-43).

Wat ontvingen Cornelius en zijn familie terwijl ze nog zaten te luisteren naar Petrus' boodschap — nog vóór gedoopt te zijn? Vers 44-45. Was dit een speciaal teken van God aan de apostelen? Handelingen 11:17-18.

OPMERKING: God maakte hier een uitzondering. Normaliter moeten gelovigen eerst gedoopt worden voordat zij de heilige Geest kunnen ontvangen (Handelingen 2:38). Aangezien Cornelius en zijn familie de eerste door God geroepen en bekeerde heidenen waren, gaf God hen de heilige Geest vóór de doop, als speciaal teken voor Petrus en de andere apostelen dat Hij inderdaad de weg van behoud ook opende voor de niet-joden.

6. Wat beval Petrus toen dat onmiddellijk met Cornelius en zijn familie gedaan zou worden? Handelingen 10:47-48.

OPMERKING: Petrus liet Cornelius en andere berouwvolle gelovigen van zijn familie volgens de opdracht van Christus (Mattheüs 28:19-20) dopen.

Kennelijk was de doop van zeer veel gewicht voor God, anders had Hij geen onvoorwaardelijk gebod gegeven dat moet worden opgevolgd door ieder die een echte christen wil worden.

De juiste methode

De godsdienstige wereld van tegenwoordig is in grote verwarring over de wijze van dopen. Sommigen dopen door besprenkeling, anderen door het gieten van water over het hoofd van de pas bekeerde en weer anderen dopen helemaal niet.

Wat is nu de juiste doopwijze — of zijn alle methoden goed?

Het is interessant te zien dat het woord "besprenging" slechts een paar keer voorkomt in het Nieuwe Testament en steeds in verband met het bloed van Christus, maar nooit met betrekking tot de doop. Vormen van het woord "gieten" worden ook enige malen gebruikt, maar niet één keer als vorm van dopen.

Luister eens naar wat de New Catholic Encyclopedia te zeggen heeft over de doop: "Het is onmiskenbaar dat de doop in de jonge kerk door onderdompeling plaatsvond. Dit ligt besloten in de terminologie en het verband ... Dat de doop door onderdompeling geschiedde, wordt aangetoond doordat Paulus het voorstelt als een "begraven worden met Christus" [Romeinen 6:3-4; Colossenzen 2:12]" (blz. 56, 58). De oudere uitgave van de Catholic Encyclopedia vermeldt dat "de alleroudste vorm die meestal gebruikt werd, ontegenzeggelijk onderdompeling was — in de Latijnse Kerk schijnt onderdompeling algemeen geweest te zijn tot in de twaalfde eeuw" (artikel: "Doop").

In het jaar 1155 schreef Thomas Aquinas: "De doop kan niet alleen bediend worden door onderdompeling, maar ook door begieten of besprenkelen met water. De veiliger manier is echter te dopen door onderdompeling, want dat is het meest gebruikelijk" (aangehaald door Wall, History of Infant Baptism, deel II, blz. 391-393).

Ook Brenner schreef na een grondig onderzoek van de doopbediening door de eeuwen heen: "Dertienhonderd jaar lang was de doop algemeen en formeel een onderdompeling van de persoon in het water en alleen in uitzonderingsgevallen een besprenkeling of begieting met water; de laatste twee methoden waren bovendien betwistbaar — nee, zelfs verboden" (Brenner, Catholic History, blz. 306).

Begieten en besprenkelen begonnen echter algemeen te worden in de 14e eeuw en kregen geleidelijk de overhand in de westerse Kerk. Duidelijk is dat het latere, door mensen ingevoerde nieuwigheden waren die normaal gebruik werden in de katholieke Kerk.

Het Nieuwe Testament werd oorspronkelijk in het Grieks geschreven. Het woord "dopen" is een vertaling van het Griekse woord baptizo. De betekenis van dit woord is "onderdompelen". Het betekent indompelen of indoen, niet besprenkelen of begieten. Het Griekse woord voor besprenkelen is rantizo en begieten is cheo. De heilige Geest inspireerde alleen het gebruik van het woord baptizo, wat onderdompelen betekent.

Daarom is besprenkelen of begieten geen dopen. Onderdompeling — het geheel onder water gaan — is dat wel. De doop symboliseert de begrafenis van de oude, natuurlijke en zondige mens. Alleen een volledige onderdompeling kan op de juiste wijze dood en begrafenis weergeven; besprenkeling of begieting kan men met de beste wil van de wereld geen symbolen van een begrafenis noemen.

Laten we eens zien wat de Bijbel zelf leert over de juiste wijze van dopen.

1. Waarom doopte Johannes in Aenon bij Jeruzalem? Johannes 3:23.

OPMERKING: Johannes zou maar een kopje vol water nodig gehad hebben om te besprenkelen, of een kan vol om te begieten, maar voor dopen is "veel water" nodig.

2. Hoe levert de doop van Christus het bewijs dat Hij werd ondergedompeld? Mattheüs 3:16.

OPMERKING: Jezus moet wel onder water geweest zijn, want Hij steeg op uit het water. Het is belachelijk te denken dat Hij zou "opstijgen" uit een besprenkeling of begieting.

3. Gingen beiden het water in toen Filippus de kamerling doopte? Handelingen 8:38.

OPMERKING: Er zou geen enkele noodzaak geweest zijn voor Filippus om in het water af te dalen als hij niet de kamerling in de rivier had moeten onderdompelen. Was besprenkelen of begieten de juiste wijze van dopen geweest, dan had Filippus zich enkel voorover hoeven te buigen en zijn handen vol water te scheppen.

Het bovenstaande bijbelse bewijsmateriaal toont overduidelijk aan dat onderdompeling de enige doopmethode was in de door de heilige Geest geïnspireerde jonge Kerk van God.

Verschillende soorten van doop

De waterdoop is een uiterlijk teken van innerlijke bekering. Het laat God zien dat iemand bereid is zijn of haar oude levensstijl voor goed op te geven en een nieuwe levenswandel te beginnen. De betekenis ervan is uitsluitend symbolisch in die zin dat de waterdoop zelf geen mystieke of magische invloed uitoefent op de persoon die wordt ondergedompeld. Het enige fysieke gevolg is dat de persoon nat wordt. Ook ontvangt de persoon niet de heilige Geest door de doop.

Verwonderlijk genoeg worden er verschillende soorten van doop of onderdompeling genoemd in de Bijbel. Laten we eens zien welke dat zijn.

1. Sprak Johannes de Doper over andere soorten van doop voor een christen? Mattheüs 3:11.

OPMERKING: Johannes had juist de huichelachtige godsdienstijveraars gewaarschuwd dat ze vruchten moesten voortbrengen die aan de bekering beantwoordden (vers 5-8). Kijk nog eens precies naar wat hij zei: "Ik doop [baptizo] u wel met water tot bekering, maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die [Jezus] zal u met de heilige Geest en met vuur dopen [baptizo]" (vers 11). Hier doelde Johannes op twee andere onderdompelingen — geen van beide in water.

Laten we eerst de doop met de heilige Geest eens nader bezien:

2. Beloofde Jezus Zijn discipelen dat ze gedoopt zouden worden met de heilige Geest? Handelingen 1:4-5. Wanneer kwam de heilige Geest uiteindelijk? Handelingen 2:1-4.

OPMERKING: Op de Pinksterdag, vijftig dagen na Christus' opstanding werden de belofte van Jezus en de profetie van Johannes de Doper vervuld. God begon toen Zijn geestelijke Kerk op aarde door de heilige Geest op Zijn discipelen uit te storten.

3. Is Gods Kerk eigenlijk het lichaam van Christus? 1 Corinthiërs 12:12, 14, 27; Colossenzen 1:18.

4. Hoe kunnen we lid worden van dat lichaam, van de ware Kerk? Kunnen we ons erbij aansluiten? Of moeten we erin geplaatst worden door Gods Geest? 1 Corinthiërs 12:13.

OPMERKING: Let wel dat in deze tekst niet staat dat wij gedoopt zijn in de heilige Geest, maar door die Geest. Het ontvangen van de heilige Geest in ons verstand als een geestelijke verwekking plaatst ons in feite in het geestelijke lichaam van Christus, Zijn Kerk.

Alleen de lichamelijke doop plaatst u dus niet in de door Gods Geest geleide Kerk. U moet erin geplaatst worden door de Geest van God.

In Romeinen 8:9 zegt Paulus ook dat de Geest Gods in ons moet wonen, anders behoren we Hem niet toe. Wij worden dus van Christus wanneer Zijn Geest in ons komt.

Alle leden van Christus' lichaam (1 Corinthiërs 12:27) — Zijn Kerk — zijn met elkaar verbonden door de gemeenschappelijke band van Gods heilige Geest die in hen woont. Wanneer we dus van Christus worden door het ontvangen van Zijn Geest, worden we ook in Zijn lichaam — de Gemeente Gods — geplaatst door de heilige Geest.

De Bijbel laat duidelijk zien dat het ontvangen van de heilige Geest ons in Gods Kerk of Gemeente "indoopt" of plaatst. Deze indompeling in de Kerk door de heilige Geest wordt in de Heilige Schrift de doop met de heilige Geest genoemd.

5. Nog een doop in de Bijbel die direct verband houdt met de doop met de heilige Geest, wordt genoemd in Mattheüs 28:19. Wat staat hier precies?

OPMERKING: Waar het om gaat in vers 19 is het gedeelte "in de naam van". In het Grieks is het eis to onoma, een uitdrukking die nergens anders in het Nieuwe Testament wordt gebezigd. Eigentijdse literatuur in het Grieks van die periode waarin deze uitdrukking voorkomt, geeft de volle betekenis: "De uitdrukking ... komt veelvuldig voor in de papyri met betrekking tot betalingen gedaan 'op rekening van iemand' ... Het gebruik is van belang in verband met Mattheüs 28:19, waar de betekenis schijnt te zijn: 'dopen in het bezit van de Vader, enz.' " (J. Moulton en G. Milligan, The Vocabulary of the Greek Testament, blz. 451).

Wij hebben in les 8 gezien dat het ontvangen van de heilige Geest na de doop ons verwekt als letterlijke "kinderen Gods" (Romeinen 8:14; 1 Johannes 3:1), om tenslotte Zijn wedergeboren kinderen te worden bij de opstanding.

Mattheüs 28:19 betekent eenvoudig dat wanneer wij de Geest van God ontvangen, we automatisch door deze wonderbaarlijke verwekking ongeboren kinderen in de heilige Godsfamilie worden. Dit wordt onze doop of onderdompeling in zowel de familie als de kracht van God of in het kindschap en de broederschap (met Christus) en de daaraan verbonden zegeningen. Dit komt nog bij onze onderdompeling in het geestelijke lichaam van Christus, want beide vinden tegelijkertijd plaats.

Op dit moment bestaat de letterlijke, geestelijke familie God alleen uit God de Vader en Jezus Christus de zoon. De heilige Geest is de goddelijke natuur en kracht van de familie God, niet een derde persoon zoals wel verondersteld wordt. (Veel meer over de heilige Geest zal behandeld worden in de volgende les.)

6. Maar wat is de "doop met vuur"? Moet een christen daarnaar streven? Sla Mattheüs 3 nog eens op. Wat profeteerde Johannes de Doper precies over de doop met vuur? Mattheüs 3:11.

OPMERKING: De gehele bevolking liep massaal uit om Johannes te zien — voornamelijk uit nieuwsgierigheid. Johannes richtte zich echter speciaal tot de verstokte, huichelachtige godsdienstijveraars én tot degenen die zich wilden bekeren. Let wel dat sommigen van de mensen tot wie Johannes sprak — bekeerlingen — later gedoopt zouden worden met de heilige Geest.

Andere aanwezigen, waaronder vele hypocriete en verstokte Farizeeën en Sadduceeën, zouden echter met vuur gedoopt worden — ondergedompeld in het gehennavuur — als ze zich niet bekeerden. Zij zouden tot kaf worden verbrand (vers 12). Dit vuur is, zoals we in een eerdere les gezien hebben, het uiteindelijke lot van alle onverbeterlijke goddelozen (Openbaring 21:8; Maleachi 4:1-3).

Nog een ander belangrijk punt is dat de doop met vuur niet, zoals sommigen zeggen, in verband staat met de "verdeelde tongen als van vuur [vlammen]" die zich op elk van de discipelen zetten (Handelingen 2:3). Dit was een speciaal teken van de eerste uitstorting en ontvangst van de heilige Geest, dat alléén bij het allereerste begin van de nieuwtestamentische Kerk werd gegeven. Het spreken in andere (begrijpelijke) talen was een ander teken en dit diende om verstaanbaar te zijn voor de vele mensen uit verschillende landen die samengekomen waren om de Pinksterdag te vieren (vers 1, 5-12).

Gedoopt op gezag van Christus

Moet iemand "in de naam van Jezus Christus" gedoopt worden? Wat betekent dit eigenlijk? Laten we eens zien wat de bijbelse verklaring hiervan is.

1. Doopte Jezus meer discipelen dan Johannes? Johannes 3:22; 4:1. Verrichtte Hij de doophandeling zelf? Johannes 4:2. Wie deden het dan? Zelfde vers.

OPMERKING: Jezus verrichtte niet daadwerkelijk de doophandeling bij deze mensen. Hij liet het Zijn discipelen voor Hem doen.

2. Doopten de apostelen berouwvolle gelovigen in de naam van Christus? Handelingen 2:37-38, 41.

OPMERKING: De geïnspireerde Griekse uitdrukking voor "in de naam van" betekent eigenlijk "op gezag van". Als u iets in de naam van iemand anders doet, doet u het op het gezag van die persoon, met zijn uitdrukkelijke toestemming.

Jezus' discipelen doopten in Jezus' naam — in Zijn plaats, voor Hem, op Zijn gezag — en dat werd beschouwd alsof Jezus zelf het gedaan had.

3. Hebben Gods dienaren van nu de opdracht alles in de naam van Christus te doen? Colossenzen 3:17.

OPMERKING: De doop wordt, als deze wordt bediend door een dienaar van Gods Kerk, altijd verricht "in de naam van Jezus Christus", m.a.w. op Zijn goddelijk gezag.

De handoplegging

1. Waarom legden Petrus en Johannes hun handen op de bekeerlingen in Samaria na hun doop in water? Handelingen 8:14-17. Zie ook vers 18-23.

OPMERKING: Merkwaardig is dat hoewel de mensen al gedoopt waren in water, zij nog niet de heilige Geest ontvangen hadden. Dit toont aan dat de heilige Geest niet onmiddellijk bij of na de waterdoop wordt gegeven, maar toch geeft Handelingen 2:38 aan dat de doop wel voorafgaat aan het ontvangen van de heilige Geest.

Het "opleggen der handen" (Hebreeën 6:2) is de sleutel die dit schijnbare raadsel ontsluit. De heilige Geest wordt een persoon gegeven door gebed en het opleggen der handen door Gods dienaren ná de bediening van de doop. Let op de volgorde: eerst berouw, dan de waterdoop, daarna het opleggen der handen en tenslotte het ontvangen van de heilige Geest als gevolg van het opleggen der handen.

En zoals we zojuist gezien hebben, dompelt of doopt het ontvangen van Gods Geest de persoon in de Kerk (het geestelijke lichaam van Christus) en in de heilige Familie van God.

Behoud zonder doop?

Gezien het feit dat God de waterdoop verordend heeft om behouden te worden, hoe staat het met de misdadiger aan het kruis? Werd hij behouden zonder gedoopt te zijn? En hoe moet het gaan met degenen die onmogelijk gedoopt kunnen worden?

1. Kan de doop op zich ons behouden? Romeinen 5:10.

OPMERKING: De doop in water redt ons niet al is hij een door God ingestelde stap in Zijn heilsplan. Zoals gezegd is de doop slechts een symbool van datgene waardoor ons onze zonden worden kwijtgescholden, n.l. de dood van Christus. De doop is tevens een afbeelding van Zijn opstanding waardoor wij uiteindelijk behouden worden.

2. Wat vroeg de misdadiger aan Christus? Lukas 23:42. Hoe luidde Jezus' antwoord? Vers 43.

OPMERKING: Sommigen maken uit dit vers op dat Jezus de misdadiger beloofde dat hij diezelfde dag met Hem in het paradijs zou zijn. Niets is verder van de waarheid.

Bekijk dit eens in zijn verband. De boosdoener had gevraagd: "Heer! gedenk mij wanneer Gij in Uw Koninkrijk komt" (vers 42). Het is gewoon een feit, zoals we uit eerdere bijbelstudie weten, dat Jezus nog niet in Zijn Koninkrijk is.

Grammaticaal is Lukas 23:43 dubbelzinnig. Vroege Griekse manuscripten bevatten geen leestekens. De juiste zinsnede had aangetoond kunnen worden door het Griekse woord voor "dat" (hoti) te gebruiken, maar Lukas laste het betrekkelijke voornaamwoord niet in en het woord "heden" kan zowel bij het eerste deel van de zin ("Voorwaar, zeg Ik u heden") als bij het laatste ("Heden zult gij met mij in het Paradijs zijn") genomen worden. Zowel het een als het ander is grammaticaal mogelijk.

Vele vroege vertalers en commentatoren zijn vaag over hun opvatting van de Griekse tekst. Sommige werken (zoals de Vulgaat) zijn even dubbelzinnig als het origineel. Een aantal vroege vertalingen en commentaren plaatsen het "heden" bij het laatste deel. Anderzijds is er ook vroege steun voor de andere weergave. In de Syrische vertaling (vaak gedateerd ca. 200 n.Chr.) staat duidelijk: "Ik zeg u heden". Sommige manuscripten van de Koptische vertaling hebben deze versie ook, evenals de Griekse patristische schrijvers Hesychius en Theophilus. Een vroeg apocrief werk, de Handelingen van Pilatus, verbindt eveneens "heden" met "Ik zeg u".

Hoewel beide lezingen grammaticaal mogelijk zijn en vele vertalers en exegeten "heden" eerder vertolken als de tijd van komen in het paradijs dan de tijd van Jezus' woorden, geven toch vele andere bijbelteksten zonder omwegen te kennen dat de misdadiger die dag niet met Jezus in het paradijs zou zijn. Want waar ging Jezus die dag heen? Naar het graf! (1 Corinthiërs 15:3-4; Markus 15:44-46.) Men kan dit bezwaarlijk het paradijs noemen. Het andere alternatief is dus het enige dat past in het raam van de Bijbel.

Het lag voor de hand dat de misdadiger niet gedoopt kon worden. Aangezien de doop ons niet redt of eeuwig leven geeft, verloor hij niet zijn kans op behoud door omstandigheden buiten zijn macht. God maakt in zulke bijzondere gevallen een uitzondering.

Doch voor allen die daartoe in staat zijn, heeft God wel degelijk de waterdoop verordend. Als iemand opzettelijk dit bijbelse gebod negeert, verwerpt, trotseert of afwijst, zou dat als ongehoorzaamheid aan God gelden. Tenzij men hiervan berouw heeft, is verlies van behoud ongetwijfeld het gevolg.

Wij hoeven ons geen zorgen te maken over de misdadiger aan het kruis of iemand anders die zich niet kán laten dopen. We dienen ons daarentegen zeer ernstig te bekommeren over onze gehoorzaamheid aan Gods duidelijke gebod, als we er wel toe in staat zijn.

Hoe lang moet u wachten?

Veel mensen stellen de doop uit. Ze vinden dat ze te weifelend, te oud, te zwak of geestelijk nog niet klaar zijn. Er zijn er zelfs die denken dat ze eerst volmaaktheid moeten bereiken alvorens gedoopt te worden. Hoe kan iemand echter volmaakt zijn voordat hij Gods heilige Geest heeft om hem te helpen volmaakt te worden?

Ook zijn er mensen die aarzelen om de doop te vragen omdat ze denken dat ze niet genoeg weten. Deze vrees is meestal ongegrond.

Oprecht, diep berouw en geloof zijn de enige voorwaarden voor de doop die de Bijbel geeft. Het is niet nodig alle bijbelboeken op volgorde te kennen, de achtergrond te weten van de kleine profeten en een volledig inzicht te hebben van de politieke situatie in de steden waar Paulus kwam.

Het ligt voor de hand dat de 3000 mensen die in Handelingen 2 op die Pinksterdag gedoopt werden, niet allen bijbelkenners waren. Voor het merendeel hadden ze ongetwijfeld slechts een basiskennis — de melk van het Woord — en misschien zelfs dat nog niet. Zij namen het Woord van God echter ter harte (Handelingen 2:41); zij twijfelden niet; zij hadden een oprecht en diep berouw (vers 37).

Het is eenvoudig onmogelijk alles te weten wanneer men gedoopt wordt. Het is namelijk een zaak van levenslang groeien in genade en kennis van Jezus Christus nádat men gedoopt is. (Iemand die in deze cursus tot deze les van bijbelstudie is gekomen, bezit al véél kennis!)

Het is een feit dat geen van deze excuses voor God geldt. Als iemand weet dat God de doop heeft verordend, weet dat hij gedoopt dient te worden en zijn geweten hem daarvan overtuigt, dan moet hij zo spoedig mogelijk gedoopt worden.

Hier volgen enige voorbeelden uit de Bijbel:

1. Toen de Ethiopische kamerling begreep dat Christus zijn Verlosser was, aarzelde hij toen nog om gedoopt te worden? Stelde hij het uit? Handelingen 8:35-38.

2. Toen Paulus voor het eerst tot bekering kwam en hoorde dat Christus — die hij vervolgde — de Zoon van God is, talmde hij toen nog zich te laten dopen? Handelingen 9:1-18, vooral vers 18.

OPMERKING: Geen van beide mannen stelde de doop uit. Zij zagen wat zij moesten doen. Ze wisten dat ze Christus dringend nodig hadden als hun Heiland om hen van hun zonden te verlossen door Zijn vergoten bloed. Ze voelden zich vuil en verachtelijk voor God, zolang ze nog in hun zonden voor Hem stonden. Ze wisten dat ze slaven van de zonde waren en dat Gods heilige Geest niet in hen woonde.

Daarom werden ze zo spoedig mogelijk gedoopt. Ouderdom maakt voor God geen verschil. De omstandigheden ook niet. Er is eenvoudig geen aannemelijk excuus om niet gedoopt te worden, als iemand het levensbelang en de urgentie van deze geestelijke waarheid begrijpt en lichamelijk in staat is dit gebod op te volgen.

Hoe oud moet u zijn?

Er moet gedoopt worden als gevolg van een volledige bekering tot God en een vast geloof in het bloed van Jezus Christus. Alleen een volwassene, iemand die waarlijk de kosten kan berekenen (Lukas 14:28-30), dient de doop te overwegen. Algemeen gesproken mogen alleen rijpe volwassenen gedoopt worden.

Zelfs oudere kinderen hebben nog niet die volle rijpheid en evenwichtigheid van oordeel bereikt om de zelfdiscipline op te brengen voor echt berouw en geloof. Pas bij of na het volwassen worden is de gemiddelde persoon voldoende gerijpt om de werkelijke betekenis van de doop te bevatten. Pas dan schijnen velen in staat te zijn een zinvolle binding met Christus aan te gaan.

Iemand die nog niet rijp van geest is, kan een emotioneel gevoel van tijdelijke wroeging ervaren. Dit kan ten onrechte als bekering uitgelegd worden, terwijl het slechts tijdelijk is en spoedig vergeten. Het is zoiets als kalverliefde. Hoeveel tieners tussen de 13 en 18 zijn er niet die er meer dan eens heilig van overtuigd waren "de grote liefde" gevonden te hebben en die zich dat niet uit het hoofd laten praten? Gewoonlijk ontgroeien ze dit stadium, maar in zeldzame gevallen kunnen ze wel weten wat ze willen, hoewel dit een zeldzame uitzondering is en niet de regel. Zo is het ook met berouw en geloof.

De ervaring leert dat velen die voortijdig gedoopt zijn, hun nieuwe levenswijze op een later tijdstip opgeven. Natuurlijk is dit niet altijd zo. Er is een aantal fijne jonge mensen gedoopt dat opmerkelijk trouw gebleven is aan de roeping als christen.

Sommigen komen met het argument dat de kleine en grotere kinderen van Cornelius' gezin gedoopt werden (Handelingen 10). Dit is willen discussiëren over een onbekend gegeven. De Bijbel geeft nergens te kennen of er in het gezin van Cornelius onvolwassen kinderen waren.

Degenen die van Cornelius' huis gedoopt werden, moeten rijp genoeg geweest zijn om de voorwaarden voor behoud te begrijpen en in staat te zijn berouw te hebben en te geloven. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat er jonge kinderen van het gezin gedoopt zouden zijn. Hetzelfde geldt voor het dopen van het gezin van de gevangenbewaarder te Philippi (Handelingen 16:31-33).

Jezus gaf ons het voorbeeld van wat we moeten doen met zuigelingen en kleine kinderen. Dit had niets met de doop te maken. Nergens staat iets dat er op wijst dat Jezus ooit de kinderdoop zou hebben geboden. Ook is er geen enkel bijbels verslag dat er in de jonge nieuwtestamentische Gemeente ooit kinderen gedoopt werden. In heel de Bijbel komt geen voorbeeld of gebod voor dat de hedendaagse kinderdoop wettigt.

De Bijbel laat zien dat Jezus enkel Zijn handen op de kleine kinderen legde en hen zegende (Mattheüs 19:13; Markus 10:13-16). De dienaren in Gods Kerk van nu volgen Zijn voorbeeld hierin door over de kleine kinderen van haar leden een zegenbede uit te spreken.

Herdoop in het Nieuwe Testament

Bent u reeds gedoopt! Zo ja, werd dit gedaan op de door God voorgeschreven wijze? Had u zich echt bekeerd? Wist u wat berouw is? Werd u diep bedroefd over uw vroegere levenswijze welke, zoals de Bijbel openbaart, tegengesteld was aan die van God?

Kreeg u zo'n afkeer van uw eigen levenswandel dat u het gewoonweg niet meer uithield met uzelf?

Voelde u dit niet alleen als een diepe en heel werkelijke emotie, maar begreep u ook ten volle dat u vanaf die dag moest streven de levende God te gehoorzamen en Zijn wet na te leven? Was u werkelijk in een onvoorwaardelijke overgave van uw rebellie tegen Gods wegen tot Jezus Christus gekomen? Had u echt berouw over uw levenswijze volgens de maatstaven van deze wereld?

Had u inderdaad voor uw doop de kosten berekend? Begreep u ten volle dat u werd begraven en dat een nieuw u uit het water opkwam?

In verband hiermee staat een vraag die veel deelnemers aan deze cursus van belang achten. Veel cursisten hebben al eens eerder gekozen voor wat zij toen zagen als Gods waarheid. Sommigen zijn misschien zelfs gedoopt of hadden de een of andere godsdienstige belevenis. Door deze schriftelijke cursus, het tijdschrift, de boekjes en andere publikaties van de Worldwide Church of God zijn ze heel wat meer te weten gekomen over vele bijbelse onderwerpen, zoals b.v. berouw, doop en de heilige Geest. Vaak rijst nu de verbijsterde vraag: "Wat moet ik doen? Moet ik opnieuw gedoopt worden ?"

In het Nieuwe Testament wordt deze vraag beantwoord. Herinnert u zich het geval van Apollos ten tijde van de jonge Kerk in het begin van de eerste eeuw? (Lees vooral Handelingen 18:24 t/m 19:6). Hij was een enthousiast en begaafd spreker wiens ijver aanvankelijk zijn wijsheid en inzicht overtrof. Hij verkondigde enige dingen die hij had gehoord over Jezus Christus en Johannes de Doper en over de boodschap die zij brachten. Hij overtuigde velen van die boodschap en deze mensen werden als gevolg daarvan gedoopt.

Toen echter de apostel Paulus kwam en de mensen ondervroeg die door Apollos onderwezen waren, bemerkte hij dat er iets wezenlijks in hun leven ontbrak, n.l. de heilige Geest van God. Paulus zag niet alleen dat deze mensen Gods Geest niet hadden ontvangen, maar ook dat ze zelfs niet wisten wat dat was. En, zoals wel te begrijpen valt, is er ook nu een vrij groot aantal cursisten die, voordat ze met deze cursus begonnen, een soortgelijk gebrek aan fundamentele kennis hadden, de kennis die zo uiterst belangrijk is voor het behoud.

Apollos zelf had verder onderricht nodig. Dat kreeg hij van een toegewijd echtpaar in de Kerk van God, Aquila en Priscilla genaamd (Handelingen 18:26). Ook de mensen tot wie Apollos had gepreekt, moesten nader ingelicht worden. Dat deed Paulus, waarna ze allen onmiddellijk werden herdoopt.

Als u in een zelfde situatie verkeert, dient u wellicht te overwegen of u herdoopt moet worden.

Wat uw vroegere godsdienst ook geweest mag zijn, daarover hoeft u zich geen zorgen te maken. Begin opnieuw. Word vernieuwd. Stel niet het ontvangen en in praktijk brengen uit van de kracht van Gods heilige Geest in uw leven. U zult dan kunnen uitzien naar de dag waarop deze zelfde heilige Geest u zal veranderen in een geestelijk wezen, een machtig, verheerlijkt en eeuwig lid van de heilige familie God (Romeinen 8:11-23.)

Waarheen om raad?

Voor diegenen van u die op het punt gekomen zijn dat zij niets liever willen dan hun zonden te laten afwassen door het kostbare bloed van Jezus Christus, die hun oude mens willen kruisigen in het water van de doop en Gods vergeving koste wat het kost willen aannemen, is er goed nieuws!

Er wonen in vele steden rond de wereld dienaren van de Worldwide Church of God, ook in Nederland en België. Zij staan desgewenst klaar uw vragen over geestelijke dingen te beantwoorden, u raad te geven, met u te spreken over de doop en u te helpen waar zij kunnen. Zij zullen geen druk op u uitoefenen, maar u alleen bijstaan als geroepen en verkozen dienaren van Christus.

Vergeet niet dat u een zeer barmhartige en goedertieren hemelse Vader heeft die letterlijk een en al vergevensgezindheid is (Psalm 86:5). Hij verlangt ernaar een ieder die berouw heeft te vergeven.

Gods dienaren weerspiegelen, al zijn ze niet volmaakt, iets van Gods karakter in deze hoogstbelangrijke taak. De voorgangers van Gods Kerk zijn hartelijk, vriendelijk en zorgzaam. Zonden zien zij niet door de vingers, maar ze zullen een zondaar ook niet veroordelen.

Schrijft u ons gerust en vraag of een van onze mensen u thuis een bezoek wil brengen. U kunt ons ook op ons kantoor in Utrecht komen opzoeken. Belt u ons dan eerst op om een afspraak te maken. Het telefoonnummer is (0)30-317117. Zegt u maar dat het naar aanleiding van deze tiende les is.

Misschien zijn er onder u die iets willen weten over een eerdere doop. Anderen die nog nooit gedoopt zijn, is het nu duidelijk geworden dat de doop een absoluut vereiste stap is op weg naar behoud. Waar u ook toe behoort, roept u gerust onze hulp in.

Wij allen in dit wereldwijde Werk van God willen alleen dienen. Wij beschouwen het als een voorrecht onze cursisten deze dienst te kunnen aanbieden, en het is kosteloos, zonder enige verplichting uwerzijds.

Intussen ...

Vergeet niet dat God wil zien dat wij allen toenemen in genade en in kennis (2 Petrus 3:18). Een manier om te groeien is door een nauwkeurige studie van het geïnspireerde Woord van God. "Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods" (Romeinen 10:17).

Benut uw tijd. Trek tijd ervoor uit om de Bijbel te bestuderen zelfs al heeft u het druk en vele verantwoordelijkheden. Herhaal deze les en voorgaande nog eens goed. Bestudeer en denk na over de nuchtere specifieke basisprincipes van de christelijke leefwijze die God in Zijn Woord omschrijft. Zorg ervoor dat u de diepe zin van echt berouw ten volle begrijpt.

Als u onze boekjes Wat is precies de Kerk? en De betekenis van de waterdoop nog niet heeft gelezen, vraagt u ze dan aan.

Deze "historische" lessen worden u in deze vorm als dienstverlening gratis ter beschikking gesteld door de Kerk van de Grote God.

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)