Wat is ware bekering?

Ambassador College Bijbelcursus Les 9
1978

Wat is eigenlijk berouw hebben en tot bekering komen? Is het "je hart aan de Heer geven"? Is echt berouw alleen maar iets emotioneels? En is het werkelijk noodzakelijk voor ons behoud? Het antwoord op deze kritieke vragen is in uw Bijbel te vinden.

Te beginnen met Adam en Eva in de hof van Eden, heeft ieder mens een levensweg bewandeld die tegengesteld is aan Gods levenswijze. Wij allen hebben ons deel bijgedragen aan de zonden van deze wereld (Romeinen 5:12).

Allemaal hebben wij naar "de begeerten van ons vlees" gehandeld — de buitensporige verlangens en begeerten van onze gedachten en ons lichaam bevredigd — omdat we allen gewandeld hebben overeenkomstig — de loop van deze wereld, zoals die wordt geregeld door "de overste van de macht der lucht" (Efeziërs 2:2-3).

Aangezien de gehele mensheid heeft gezondigd, heeft ook heel die mensheid de straf voor de zonde verdiend, n.l. de eeuwige dood — het voor altijd ophouden van leven. Paulus schreef daarover: "Wat vrucht dan had gij toen van die dingen, waarover gij u nu schaamt? Want het einde daarvan is de dood ... Want de bezoldiging der zonde is de [eeuwige] dood ..." (Romeinen 6:21, 23).

Alle mensen die geen berouw van hun zonden hebben, zitten geestelijk gesproken in de dodencel en wachten op de voltrekking van een verdiende doodstraf. Deze eeuwige straf werd verdiend door eenvoudig dat te doen wat van nature in ons opkomt — zonde!

Goddelijke gratie

God heeft echter in Zijn grote barmhartigheid voor een uitweg gezorgd, waardoor wij die zwaarste straf niet behoeven te ondergaan: "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe" (Johannes 3:16).

Een liefhebbend God zou graag willen dat alle mensen zich voor de verzoening van hun persoonlijke zonden op het offer van Zijn Zoon, Jezus Christus, zouden beroepen. "God echter bewijst Zijn liefde jegens ons, doordat Christus toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is. Veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn. Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft" (Romeinen 5:8-10, N. Vert.).

Slechts één weg tot verzoening door het offer van Christus staat voor ons open — er is slechts één weg om als een verheerlijkt lid van de Godsfamilie de eeuwigheid in te gaan. Het heeft te maken met berouw en bekering!

In Handelingen 2:38 wordt het gehele proces van behoud in één enkel vers samengevat. De eerste woorden van Petrus luiden: "Bekeert u"!

Berouw en bekering zijn de eerste essentiële stappen naar behoud. Jezus verklaarde: "Indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen desgelijks vergaan" (Lukas 13:3, 5).

Wat is nu echter echt berouw en ware bekering in Gods ogen — zoals geopenbaard in Zijn geïnspireerde Woord? Wat houdt het in — wat moeten wij doen?

Een verandering van richting

"Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden ...", zei Petrus (Handelingen 3:19, N. Vert.).

God zegt ons dat wij iets moeten doen voordat Hij het offer van Christus voor onze zonden laat gelden. Wij moeten laten zien dat we niet langer op de weg willen blijven die uitloopt op de eeuwige dood. Dat doen we door onze levenswijze te veranderen. Die verandering van richting wordt in bijbelse terminologie "bekering" genoemd.

Waar moeten we ons echter precies van bekeren? Van zonde.

Handelwijze en daden die tegen Gods wet ingaan, worden heel simpel omschreven als zonde. Zonde is schennis of overtreding van één van Gods grote geestelijke wetten. In de Leidse Vertaling komt de definitie van zonde het duidelijkst over: "Ieder die zonde bedrijft overtreedt ook de wet; want de zonde is de wetsovertreding" (1 Johannes 3:4).

Zonde is echter niet altijd een verkeerde daad. Soms zondigen we door niet te doen wat goed of juist is. "Wie dan weet goed te doen, en [het] niet doet, [voor] die is het zonde" (Jakobus 4:17).

Zich bekeren van zonde betekent dus gewoon van richting veranderen. Wij keren ons van de weg van zelfbevrediging en "nemen" naar de weg van "geven". We houden ermee op slaaf te zijn van de buitensporige begeerten van ons eigen vlees en beginnen anderen te dienen. We wenden ons van zelfzuchtigheid tot onzelfzuchtigheid.

Wanneer we onze bereidheid om te veranderen tonen en God vragen ons vergeving te schenken voor onze vroegere levenswandel, laat hij het offer van Christus ook voor ons gelden. Wij worden dan bevrijd van de zware schuldenlast en de straf daarvoor. Ons wordt vergeving geschonken en ons geweten wordt verlicht. De straf voor de zonde — de eeuwige dood — hangt ons niet meer boven het hoofd.

Paulus legt het als volgt uit: "Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf Gode onstraffelijk [smetteloos] opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?" (Hebreeën 9:14.)

Zo eenvoudig is dat!

Laten we nu eens een onderzoek instellen naar de hoogstbelangrijke bijzonderheden.

LES 9

De "natuurlijke" staat van de mens

Voor ons houdt berouw en bekering een verandering in. Maar waarom? En hoe? Om deze vragen echt goed te kunnen beantwoorden, dienen we eerst te begrijpen wat de natuurlijke staat is van ieder individu vóór zijn berouw en bekering.

1. God inspireerde de profeet Jeremia om de aan het menselijk denken ten grondslag liggende drijfveren te beschrijven. Hoe kenschetst onze Schepper de natuurlijke gezindheid of het hart van de mens? Jeremia 17:9. Is het natuurlijke, onbekeerde innerlijk van elke mens onderhevig aan ijdelheid en zonde? Romeinen 8:7-8, 20.

2. Wat zijn de natuurlijke neigingen van "het vlees", van de fysiek ingestelde en onbekeerde menselijke geest? Galaten 5:19-21; Romeinen 1:28-32; Jakobus 4:1-3. Waar komen deze zondige neigingen eigenlijk vandaan — wie is de "vader" van zonde? Johannes 8:38-44; 1 Johannes 3:8; Efeziërs 2:2-3.

OPMERKING: Hoe ongelooflijk het ook klinkt, de natuurlijke staat van de mens — dat wat wij gewoonlijk "de menselijke aard of natuur" noemen — heeft het mensdom gekregen van die gevallen superaartsengel, Satan de duivel.

Satan wordt geopenbaard als "de god van deze wereld" (2 Corinthiërs 4:4), die alle volken heeft misleid (Openbaring 12:9). En verder als "... de overste van de macht der lucht ... de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid" (Efeziërs 2:2).

Satan werkt in de mens door zijn eigen fundamentele instelling als het ware door middel van radiogolven in de geest van de mens te brengen. Hij is om zo te zeggen "in de ether" in de gehele dampkring rond de aarde. De geest in elke mens (Job 32:8; 1 Corinthiërs 2:11), die wij in les 5 behandeld hebben, is op Satans "golflengte" afgestemd. De duivel zendt niet uit in woorden van de een of andere taal; hij zendt niet uit in geluiden. Hij zendt gevoelens uit van ijdelheid, zelfzucht, hebzucht, begeerte, wellust, jaloersheid, kritiek, nijd, wrok, haat, bitterheid en opstandigheid, die onze geest opvangt, misschien te vergelijken met een radio en elektromagnetische signalen.

Deze gevoelens van Satan in de menselijke geest vormen in feite wat wij "de menselijke natuur" noemen. In wezen is het Satans aard die hij op onze geest overbrengt.

Weinig mensen beseffen dat de menselijke natuur een geestelijke en een fysieke kant heeft. Aan de geestelijke kant is zij ijdel. IJdelheid doet niets liever dan het eigen ik ophemelen. Zij is egocentrisch, zelfzuchtig en hebzuchtig. Men is "van nature" zo gemakkelijk geneigd tegen gezag in opstand te komen.

Zelfs een kind begint zich al heel jong tegen het gezag van zijn ouders te verzetten en naarmate het opgroeit wordt deze neiging, vijandig tegenover gezag te staan, steeds groter.

Aan de fysieke kant hebben we "natuurlijke" sterke neigingen en drijfveren in ons lichaam, die om bevrediging vragen, ongeacht wat voor schade het toebrengt aan anderen of aan de persoon zelf. Vanzelfsprekend zijn er bepaalde fysieke verlangens die niet verkeerd zijn en die God in ons geschapen heeft, maar wanneer begeerte en misbruik in het spel komen, dan worden deze verlangens zonde.

3. Zijn daarom de uitingen van Satans aard niet misdadig in Gods ogen? 1 Johannes 3:4.

OPMERKING: Laten we nog eens bekijken hoe de door de mens verkregen natuur tot uiting komt.

De "natuurlijke" mens, onder invloed van Satans golflengte, heeft boven alles zichzelf lief. Hij is buitengewoon zelfzuchtig. Naast zichzelf heeft hij datgene lief dat zijn eigendom is of op de een of andere manier met hem verbonden is — personen, begrippen, materieel bezit. Deze maken alle deel uit van een groter "zelf" — een eigen stukje machtsgebied.

Dit kan zelfs ook de verenigings- of werkgroep waarvan de persoon deel uitmaakt insluiten; daarna breidt het zich uit tot zijn streek, provincie of land, en tenslotte tot heel de menselijke samenleving met haar geloofsovertuigingen, gewoonten en ideologieën. Dit is het "ik" dat de mensheid liefheeft boven God en boven iedere andere vermeende tegenstander of "buitenstaander".

Maar zijn er dan geen mensen die anderen echt liefhebben — die zichzelf uitsloven om te allen tijde dienstbaar te zijn? Zeker, tot op zekere hoogte hebben sommigen geleerd dat het beter is te geven dan te ontvangen. Misschien hebben ze de filosofie van de duivel niet zo intensief gevolgd als anderen die uitsluitend voor zichzelf, voor nummer één, leven. Misschien is een klein aantal leerstellingen uit de Bijbel bij hen "blijven hangen". Of u het echter geloven wilt of niet, zelfs voor het oog onbaatzuchtige daden hebben meestal een verborgen zelfzuchtig motief. Degenen die God tenslotte zal veranderen van sterfelijke mensen in onsterfelijke wezens zoals God — zij die geboren zullen worden als Gods eigen kinderen — zijn de mensen die zich bekeren van deze natuurlijke gezindheid en van hun vroegere zondige handelwijze als gevolg daarvan, en die van dat moment af ernaar streven die gezindheid de baas te worden.

4. Wat moeten we daarom volgens Jezus worden, als we in het Koninkrijk Gods willen komen? Mattheüs 18:2-4.

OPMERKING: De meeste kleintjes vertonen dezelfde neigingen van de menselijke natuur als grotere kinderen, tieners en volwassenen. Wij hebben de allerkleinsten in gedachten als "lief" en "onschuldig", zonder de pretenties en het zelfzuchtige van hun oudere soortgenootjes.

Ergens is echter de gezindheid van Satan ons denken binnengekomen. Geleidelijk aan begon er in min of meerdere mate een vijandige en opstandige houding tegenover gezag te groeien. We begonnen boos te worden als ons werd gezegd wat we moesten doen. We raakten onderworpen aan grillen die voortkwamen uit de verlangens van ons vlees. Onze hele gedachtengang ging zich meer bezighouden met ik, mij en mijn. Als gevolg van Satans "uitzendingen" hebben we allemaal deze verkeerde gezindheid in onszelf versterkt en gevoed.

Daarom werd Paulus door God geïnspireerd om te schrijven: "Er is niemand rechtvaardig, ook niet één ..." (Romeinen 3:9-18, 23; zie ook Prediker 7:20).

Sta nu eens even stil bij wat voor verschil er bestaat tussen de natuurlijke gezindheid van een mens en die van God. Gods gedachten worden niet geheel in beslag genomen door zichzelf. Hij is volkomen onbaatzuchtig van karakter. Hij houdt van alle mensen. Veel liever dan van ons nemen, wil Hij zegeningen uitdelen die voortkomen uit Zijn grote liefde en bezorgdheid voor ons. Hij is niet vijandig, uitdagend, opstandig, haatdragend en zelfzuchtig.

God wil dat uiteindelijk een ieder van ons wordt als Hij. Daarom wil Hij dat wij ons afkeren van de slechte invloed die de duivel heeft op ons denken en doen, zolang wij nog van vlees en bloed zijn, en dat wij ernaar streven die te overwinnen. Dat is het essentiële punt waar het eigenlijk om draait bij berouw en bekering!

Het begon allemaal in Eden

Toen God Adam en Eva schiep, waren zij lichamelijk volmaakt. Zij werden geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God (Genesis 1:26-27). Alles aan hen was "zeer goed" (vers 31).

Zij waren niet samengesteld uit geest, maar uit vlees, gemaakt van het stof der aarde (Genesis 2:7; 3:19). Zij hadden een natuurlijke bezorgdheid voor zichzelf. God gaf deze bezorgdheid aan de mens met een goede en prachtige bedoeling. Wij hebben daardoor een natuurlijke, evenwichtige interesse voor ons eigen welzijn, ons leven, ons fysieke lichaam.

Onthoud dit goed: God zegt nergens dat het verkeerd of zondig is op de goede en juiste manier zichzelf lief te hebben: "Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het ..." (Efeziërs 5:29).

Ons wordt evenwel voorgehouden dat we anderen moeten liefhebben áls onszelf (Mattheüs 19:19; 22:39; Markus 12:33; Efeziërs 5:28). Alleen wanneer we onszelf liefhebben boven wat noodzakelijk is voor ons welzijn en ten koste van anderen, wordt het zonde.

Toen Adam en Eva geschapen werden, was hun gezindheid "neutraal" ten opzichte van God. Zij stonden niet vijandig tegenover God, maar er was ook geen ingebouwde, "voorgeprogrammeerde" neiging om het juiste te doen en Hem te gehoorzamen. Zij waren direct na hun schepping volkomen nederig en ontvankelijk, als kleine kinderen (Mattheüs 18:3-4). Toen verscheen de duivel echter. Door heel listig gebruik te maken van Eva's natuurlijke bezorgdheid voor zichzelf, verleidde hij eerst haar en daarna Adam (door zijn vrouw — Genesis 3:6, 17).

De duivel sprak het verlangen in Adam en Eva aan om veel kennis te verkrijgen. Zij luisterden daarnaar en eigenden zich het recht toe zelf te beslissen wat goed en wat verkeerd is. Hierdoor kwamen zij in opstand tegen Gods gezag; zij werden ongehoorzaam aan Zijn wet, aan het verbod dat Hij hun had gegeven en ze zondigden. Door zo te handelen, verkozen en kregen zij de natuur of gezindheid van Satan.

Zo is de zonde "de wereld ingekomen", door één mens, Adam (Romeinen 5:12), en de doodstraf is op alle mensen overgegaan; niet vanwege Adams zonde, niet door overerving, maar omdat "allen [evenzo] gezondigd hebben" (zelfde vers).

Wij hadden allen als klein kind een nederige en ontvankelijke natuur, zoals Adam en Eva; maar naarmate we opgroeiden, lieten we onbewust ons denken door Satan in de verkeerde richting sturen. Wij hebben daarom zelf ook gezondigd (eerst tegen onze ouders en daarna tegen God). Wij zijn vijandig geworden, en behalve het simpele feit dat we van vlees zijn — ook vleselijk van gezindheid.

Een rechtsomkeert

De oorspronkelijke Hebreeuwse en Griekse woorden die vertaald zijn als "berouw" en "bekering", houden een ommekeer, een verandering van richting in. Ware bekering, onafscheidelijk verbonden met berouw, is inderdaad letterlijk een verandering van richting, een volledig rechtsomkeert van ongehoorzaamheid aan God naar gehoorzaamheid, liefde en samenwerking met Hem.

Echt berouw en ware bekering is het zich ten volle bewust worden van onze eigen rebellie tegen onze Schepper, tegen Zijn weg en Zijn rechtvaardige wet. Het betekent dat we onszelf gaan verafschuwen om onze eigenzinnige opstandigheid en ons zondig verleden. Wij moeten diep geschokt zijn en nu tenslotte bereid zijn om met Gods hulp onze oude natuur te begraven, op te houden met zondigen, niet meer opstandig te zijn en ons van harte aan God te onderwerpen.

De periode van berouw en bekering is het kritieke ogenblik in uw leven. Het is het keerpunt in uw hele bestaan!

Wanneer we tenslotte tot echte bekering komen, is het ons ernst. Wij zijn dan in iedere fase van ons leven bereid te zeggen: "Ja Heer ... uw wil geschiedde". Bij ware bekering zijn we zo beu van onze eigen zelfzuchtige levenswijze en hebben we zo'n berouw van onze zonden, dat we bereid zijn voorgoed te veranderen. Nu zijn we gereed ons om te keren en de andere kant op te gaan — Gods weg.

Deze les te leren, van eigen hulpeloosheid, ellende en ontoereikendheid door het afgescheiden zijn van God, is een hoogstbelangrijke stap in de richting van het werkelijke doel van ons leven. Als we dat eenmaal inzien, kan onze Schepper beginnen aan het scheppingsproces van geestelijk karakter in ons, door Zijn heilige Geest, Zijn natuur, in ons te plaatsen; hierdoor ontvangen wij dan de geestelijke kracht om de door Satan geïnspireerde zuiging en verlokking van geest en lichaam te overwinnen en de baas te blijven.

U en ik werden onvoltooid geboren; wat u dringend nodig heeft is persoonlijk contact met God door Zijn Geest. U dient dit feit eerlijk onder de ogen te zien en ernaar te streven de heilige Geest te ontvangen, terwijl u God om leiding en hulp vraagt. (Het onderwerp van de heilige Geest — wat het inhoudt, hoe u die kunt ontvangen en wat deze voor u doet — zal uitgebreid behandeld worden in les 11.)

Echt berouw en ware bekering komen uit het hart

1. Moet echt berouw en ware bekering een diep aangrijpende ervaring zijn? Joël 2:12-13.

OPMERKING: God neemt geen mensen aan van wie de "bekering" slechts uiterlijk is of bij wie geen werkelijke verandering van gezindheid en handelen optreedt. Lees het nog eens: "... Bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en dat met vasten en met geween, en met rouwklage. En scheurt uw hart en niet uw klederen [uiterlijk vertoon] ..." Ware bekering vereist een volledige betrokkenheid, verstandelijk en emotioneel.

2. Wordt door een oprecht berouwvolle houding de weg vrijgemaakt tot een diepgaande relatie met God die redding brengt? Psalm 34:19.

3. Is geestelijke bekering duidelijk een bekering tot God? Handelingen 20:21.

OPMERKING: Zonde is tegen God. Hij is de Wetgever wiens volmaakte wet wij overtreden hebben. Berouw hebben betekent zo terneergeslagen en diep bedroefd zijn bij de gedachte opstandig te zijn geweest tegen de levende, heilige God — zo met afschuw vervuld over onze bedrieglijkheid, ijdelheid en zelfzucht — dat we ons in diep berouw tot God wenden om genade, vergeving en de hulp die we zo dringend nodig hebben om te overwinnen.

4. Wat zei Job toen hij uiteindelijk ontdaan was van zijn bolster van eigengerechtigheid? Job 42:5-6.

OPMERKING: "Nu ziet U mijn oog", zei Job. Voor het eerst nadat Jobs ego totaal was verpletterd, maakte hij zich los van zijn bekrompen, egocentrische denkwijze en kwam hij werkelijk tot het inzicht dat God het middelpunt van het heelal is (hoofdstuk 36 t/m 41). "Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as."

Sommige mensen hebben het idee dat berouw slechts een kwestie is van dankbaarheid voor hun eigen voortreffelijkheid, die maakt dat zij waarheid kunnen zien en die aannemen. Dat is geen berouw en bekering. Dat is eigengerechtigheid — zonde — nog iets om zich van te bekeren.

Een ieder van ons moet uiteindelijk God gaan zien zoals Job. Probeer uzelf door Gods ogen te zien en plaats Hem voorop in uw gedachten. Als u dat doet, zult u God gaan liefhebben zoals Jezus ons opdraagt (Mattheüs 22:37).

Hier aangekomen, zult u misschien vragen: "Ik zie de noodzaak van berouw en bekering, maar hoe moet ik te werk gaan?"

Allereerst dient u goed te begrijpen dat u niet zomaar zelf een diep gevoel van afschuw over uw zonden en uw zondige natuur kunt oproepen. Hoe is het voor een mens dan mogelijk tot dat soort van berouw te komen? Hoe kan iemand zelfs maar een begin maken met een verandering van egocentrische liefde naar goddelijke liefde? Het antwoord is dat het van God moet komen!

5. Leidt Gods goedheid en genade een mens tot bekering? Romeinen 2:4. Is Hij bovendien geduldig en verdraagzaam als Hij iemand tot bekering leidt? Zelfde vers.

6. Is het God die ons tot inkeer brengt? 2 Timotheüs 2:25. Zie ook Handelingen 11:18.

7. Heeft Jezus duidelijk gezegd dat niemand tot Hem kan komen, tenzij de Vader hem trekt? Johannes 6:44, 65.

OPMERKING: Hoe weet iemand, gezien de bovenstaande teksten, of de Vader hem "trekt" of roept? Als u tot dusver heeft begrepen wat u heeft bestudeerd en als u daarbij nog graag tot God wilt komen, dan wordt u geroepen!

Onvoorwaardelijke overgave aan God

Nu, in deze tijd, voordat Christus de mensheid Zijn wetten en liefdevolle heerschappij oplegt en heel de wereld dwingt tot overgave aan Hem, roept Hij individuele mensen op zich vrijwillig aan Zijn gezag te onderwerpen; immers zich bekeren betekent ook zich onvoorwaardelijk onderwerpen aan Gods wil.

Toen de geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog Duitsland, Italië en Japan opriepen te capituleren, eisten zij onvoorwaardelijke overgave, hetgeen inhield dat de verslagen asmogendheden zich geheel en zonder enige voorwaarden aan de overwinnaars overgaven.

Dat is wat Christus van ons verlangt. Geallieerde legers, die destijds de veroverde gebieden bezetten, legden als bezettende machthebbers hun wil op. Evenzo komt, wanneer wij ons eenmaal geheel aan Christus hebben overgegeven — bekeerd zijn — en gedoopt worden, Gods Geest in ons. Deze begint dan onze gedachtengang en levenswijze te beïnvloeden.

Niettegenstaande dat komt de heilige Geest niet in ons met het doel onze wil of eigen vrije keuzemogelijkheid weg te nemen. Gods Geest dwingt ons nergens toe, maar leidt ons slechts in de richting van Gods waarheid en geeft ons extra kracht die leiding te volgen en Gods wil te doen. Hierover meer in les 11.

1. Betekent overgave aan God ook dat we Hem voor en boven al het andere stellen? Mattheüs 10:36-38. Houdt dit ook ons eigen leven in? Lukas 14:26.

OPMERKING: "Haten" in Lukas 14:26 betekent minder liefhebben, in vergelijking, zoals de paralleltekst in Mattheüs 10:36-38 aantoont.

2. Het klinkt wel paradoxaal, maar heeft Jezus niet gezegd dat wie zich zou afkeren van zijn oude zelfzuchtige levenswijze en zijn leven aan Hem zou geven of "verliezen", dat hij zou leven? Mattheüs 16:24-25.

OPMERKING: Jezus heeft het hier eigenlijk over het geven van iemands leven in volkomen gehoorzaamheid en dienstbaarheid aan God — hetgeen kan inhouden het opgeven van ons eigen leven zo dit ooit van ons verlangd zou worden — in ruil voor het eeuwige leven.

Bekering — overgave aan God — is echter geen zaak van "opgeven" van alles wat goed is. Zich bekeren is positief. Niet alleen ontkomt u aan de straf voor zonde door u te bekeren, het is tevens de weg naar ontelbare positieve voordelen in dit leven!

Bekering betekent beslist niet dat we het gebruik van of de waardering voor materiële dingen moeten opgeven. Waar God belang in stelt is de instelling die we hebben t.o.v. het materiële — of we eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid zoeken (Mattheüs 6:33).

God wil graag dat het ons goed gaat en dat wij gezond zijn (3 Johannes 2). Hij wil alleen dat wij de dingen opgeven die slecht voor ons zijn — die ons geestelijk en lichamelijk schaden. Berouw en bekering openen voor ons de mogelijkheid om van Gods materiële schepping op intelligente wijze te genieten, onder leiding van Zijn wetten en Zijn Geest.

3. Mogen we overgave aan Christus als iets lichtvaardigs opnemen? Of moeten we eerst "de kosten berekenen" — diep beseffen wat overgave aan God eigenlijk met zich meebrengt? Lukas 14:28-30.

We moeten ons tot Gods wet keren

1. Hoe kunnen wij van zonde gereinigd worden en aanvaardbaar voor God? Is het het offer van Christus en Zijn vergoten bloed dat onze zonden bedekt — uitwist — en ons verzoent met God? Romeinen 5:8-10. Wat moeten we doen om onder dit bloed te komen? Handelingen 3:18-19.

2. Worden zij die voor hun zonden vergeving hebben ontvangen symbolisch afgebeeld als mensen die hun klederen wit gemaakt hebben in het bloed van Christus? Openbaring 7:13-14.

3. Is witte, schone kleding symbolisch voor de rechtvaardigheid — gerechtigheid — die God verlangt van degenen die in Zijn Koninkrijk willen komen? Openbaring 19:8-9. Wat gaat er gebeuren met mensen van wie de kleding vuil blijft, vol zonden, en die niet Gods rechtvaardigheid hebben "aangedaan"? Mattheüs 22:11-13.

4. Hoe luidt Davids geïnspireerde definitie van rechtvaardigheid — is dat niet duidelijk het naleven van Gods geboden? Psalm 119:172.

5. Is het niet Gods wet waartoe de "goddelozen" — allen die gezondigd hebben — zich moeten bekeren? Ezechiël 18:21-22.

6. Wie zijn volgens Paulus rechtvaardig voor God — de hoorders of de daders van Gods wet? Romeinen 2:13. Heeft Paulus duidelijk gemaakt dat wij, hoewel wij de onverdiende vergeving van onze zonden ontvangen door Gods genade, door middel van geloof in het offer van Christus, als christenen niettemin aan God verplicht zijn de geboden te houden? Lees Romeinen 3:31 en geheel hoofdstuk 6.

7. Is dit niet precies wat Jezus zei tot de rijke jongeling? Mattheüs 19:16-17. Noemde Jezus genoeg geboden op om duidelijk te laten blijken dat Hij over de tien geboden sprak? Vers 18-19.

OPMERKING: Omdat we niet onszelf kunnen redden en Gods wet niet volmaakt kunnen houden, is de algemeen heersende leer nu dat Jezus het allemaal voor ons heeft gedaan — dat we niets anders hoeven te doen dan Hem als onze Heiland aannemen en geloven dat Hij alles voor ons heeft volbracht. Zo zijn miljoenen mensen gaan geloven dat God ons de rechtvaardigheid van Christus toerekent en ons als rechtvaardig beschouwt vanwege Zijn rechtvaardigheid — en dat terwijl wij doorgaan met zondigen.

Niets is verder van de waarheid.

Jezus leidde geen goed leven voor ons — in onze plaats. Wij zijn niet vrijgesteld van het houden van Gods geboden, het streven naar een rechtvaardig leven, het overwinnen en groeien in geestelijk karakter.

8. Is de wet van God goed? Romeinen 7:12. Is zij rechtvaardig en heilig? Zelfde vers.

OPMERKING: De wet is de weg naar vrede, geluk en vreugde. Zij is Gods grootste geschenk aan de mensheid — gegeven om de mens gelukkig te maken, hem te leiden tot een leven van vervulling en overvloed, zijn geluk te beschermen en hem te brengen tot eeuwig leven. De slechte resultaten worden niet veroorzaakt door de wet, maar door overtreding ervan.

9. Hoe vatte Jezus Gods wet samen? Mattheüs 22:36-40. In hoe weinig woorden kan Gods wet en het naleven ervan worden opgesomd? Johannes 14:15; 15:9-10; 2 Johannes 5-6; Romeinen 13:8-10.

OPMERKING: De geestelijke bedoeling en het doel van heel de wet is liefde. Jezus liet ons zien dat Gods wet uit twee fundamentele aspecten bestaat: ten eerste ons duidelijk te maken hoe we God moeten liefhebben, hetgeen in de eerste vier geboden wordt omschreven en ten tweede hoe wij onze naaste, onze medemens, moeten liefhebben. Dit kunnen wij leren uit de laatste zes van de tien geboden.

10. Is Gods wet als een spiegel die onze zonden weerspiegelt? Jakobus 1:22-25; Romeinen 7:7. Heeft het naleven van de wet zegeningen tot gevolg? Jakobus 1:25 laatste gedeelte.

OPMERKING: Gods wet is een geestelijke spiegel die een mens kan gebruiken ten einde het geestelijke vuil, de zonden, in zijn hart en geest duidelijk te zien. De spiegel is niet verantwoordelijk voor de aanwezigheid van het vuil of voor het kwaad dat het vuil misschien heeft veroorzaakt. De functie van de spiegel — de wet — is het vuil te laten zien, zodat u er iets aan kunt doen (berouw hebben en gereinigd worden door het bloed van Christus), om dan echt vrij te worden van angsten, ellende, allerlei straffen, en bovendien vrij van slavernij aan de levenswijze van de duivel.

11. Heeft God ook materiële zegeningen beloofd aan degenen die Zijn wet onderhouden? Deuteronomium 28:1-14; Leviticus 26:1-13.

OPMERKING: We kunnen niet per se van God verwachten dat Hij ons rijk maakt, maar wel dat Hij zorgt voor al onze behoeften — en misschien nog wat luxe naardat wij ermee kunnen omgaan en naarmate we ernaar streven Hem welgevallig te zijn.

12. Welke grote voordelen verkrijgen we nog meer door gehoorzaamheid aan Gods wetten? Psalm 19:8-12; 119:165.

Bevel tot bekering voor ieder mens

1. Hoe luidde 600 jaar voor Christus Gods waarschuwing aan het volk Israël, door de mond van Zijn profeet Ezechiël? Ezechiël 33:7-9. Van wiens weg moest het volk zich in berouw afkeren? Vers 9 en 11; Spreuken 14:12; 28:26.

OPMERKING: De Israëlieten deden toen wat recht was in hun eigen ogen, omdat ze daartoe werden aangezet door hun natuurlijke, ongehoorzame gezindheid (Jeremia 17:9; Romeinen 8:7-8). Zij hadden niet Gods Geest in zich waardoor zij Satan hadden kunnen weerstaan en God gehoorzamen. Reden daarvan was dat de heilige Geest in oudtestamentische tijden nog niet algemeen ter beschikking stond.

Het vreselijk voorbeeld van de Israëlieten van destijds is voor ons, die de heilige Geest wél kunnen ontvangen, een les. Door het bezit van de heilige Geest kunnen we de vruchten van de Geest voortbrengen, die opgenoemd worden in Galaten 5:22; maar zonder die Geest brengen we net als zij vruchten voort, die de "werken van het vlees" genoemd worden. Sommige van die werken staan opgesomd in Galaten 5:19-21. Het zijn allemaal overtredingen van Gods heilige, rechtvaardige, geestelijke wet.

De mensheid is nog steeds bezig deze werken of de gevolgen ervan door schade en schande te leren, omdat men doet wat van nature opkomt.

2. Gebruikte God, slechts enkele tientallen jaren later, Zacharia om deze oproep tot bekering te herhalen? Zacharia 1:2-4.

3. Welke boodschap droeg God de profeet Johannes op in Judea te verkondigen? Mattheüs 3:1-8. Let speciaal op vers 2 en 8. Zie ook Handelingen 19:4.

4. Hoe luidde Jezus' boodschap vanaf het begin van Zijn prediking? Markus 1:14-15. Gaf Hijzelf al Zijn toehoorders het bevel zich te bekeren? Mattheüs 4:17; Lukas 13:1-5.

5. Zei Christus dat bekering onder alle volken gepredikt zou worden? Lukas 24:47.

6. Welke geïnspireerde boodschap bracht Petrus, toen de heilige Geest op de gedenkwaardige Pinksterdag naar Jezus' belofte (Lukas 24:49; Handelingen 1:4-5) was gekomen, aan de verzamelde menigte in Jeruzalem? Handelingen 2:37-38; 3:19.

OPMERKING: Dezelfde oproep tot bekering maakt een belangrijk deel uit van de boodschap die Gods Kerk in dit tijdperk brengt. Wat Petrus zijn toehoorders gebood te doen is wat God ons in deze tijd gebiedt te doen!

7. Geeft de Bijbel te verstaan dat er geen uitzonderingen zijn — dat allen zonden hebben waarvan ze zich moeten bekeren? 1 Johannes 1:8-10; 5:19; Romeinen 3:23; 5:12; 1 Koningen 8:46; Prediker 7:20.

OPMERKING: Er zijn velen die denken dat ze "beste brave mensen" zijn, die zelf nooit iets echt verkeerds in hun leven hebben gedaan waarvan ze zich zouden moeten bekeren; toch zegt uw Bijbel dat allen hebben gezondigd.

8. Gebiedt God uitdrukkelijk de gehele mensheid zich te bekeren? Handelingen 17:30.

9. Als iemand echter verkiest in zijn houding van geen berouw te volharden, wat hoopt hij dan voor zichzelf op? Romeinen 2:5. Hoe luidt de ernstige waarschuwing van Jezus aan degenen die zich niet willen bekeren? Lukas 13:3, 5. Wat zal hun uiteindelijk lot zijn als ze zich niet bekeren? Romeinen 6:23; Openbaring 20:15.

Pas op voor valse bekering

Maak niet de fout berouw en bekering over het hoofd te zien en het niet te beschouwen als een noodzakelijke stap op weg naar behoud. Denk niet dat u met God in het reine kunt komen volgens een menselijke methode, die ten onrechte bekering wordt genoemd.

Bij berouw en bekering gaat het niet alleen om gevoelens, het is niet alleen maar een oproepen van emoties. Het is zowel een zaak van het hart en de geest als van emoties. Het is het komen tot een diep-gevoeld besef dat u tegen Gods geestelijke wetten gedacht, gesproken en gehandeld heeft en dat u daarin verandering moet brengen.

1. Is het mogelijk dat mensen die Christus vereren en Hem als Heer erkennen, toch niet in Zijn Koninkrijk komen? Mattheüs 7:21. Hoe kan iemand Hem verder nog vereren en toch niet uit God geboren worden bij de wederkomst van Christus? Mattheüs 15:7-9. Wie zullen dan eigenlijk wèl in Gods Koninkrijk komen? Mattheüs 7:21, laatste gedeelte.

OPMERKING: Luister naar wat Jezus nog meer zei over mensen die Hem willen vereren zonder Gods geboden te gehoorzamen: "Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn. Gij verwaarloost het gebod Gods en houdt u aan de overleveringen der mensen ... Het gebod Gods stelt gij wel fraai buiten werking om uw overleveringen in stand te houden" (Markus 7:7-9, N. Vert.).

De mens zou wel tot bijna alles bereid zijn om niet onderworpen te worden aan God. Zijn natuurlijke gezindheid (Jeremia 17:9; Romeinen 8:7-8) komt in opstand bij de gedachte aan onderwerping aan Gods wet. Daarom heeft de mens Gods geboden vervangen door eigen wetten en tradities, met de gedachte dat er toch nog wel behoud te verkrijgen is, door slechts in Christus als Heiland te geloven.

De menselijke natuur wil wel goed zijn, maar niet noodzakelijkerwijs goed doen. Daarom zeggen de mensen vaak: "Nou kijk, ik zie het als volgt" — daarbij hun eigen opvatting van rechtvaardigheid boven die van de Bijbel plaatsend. Als het hun goeddunkt, wordt het hun wet. Dit is niets anders dan eigengerechtigheid. Wij weten al waar doen wat recht schijnt in onze ogen (Spreuken 14:12; 16:25) heen leidt, tenzij we ons bekeren van deze denkwijze.

Ter verduidelijking, geen enkele menselijke inspanning kan vergeving van zonde teweeg brengen. Zelfs de omvangrijke offerwetten van het Oude Testament konden geen vergeving en een rein geweten tot stand brengen. Zij waren slechts een voorafschaduwing van het hoogste offer voor zonde — Jezus Christus — die veel later zou komen (Hebreeën 9:9-14; 10:4-10).

Er is eenvoudig geen enkele manier waarop wij onze zonden kunnen vereffenen. Rozekransen, aflaten, boetedoening, vasten of op andere wijze het lichaam kastijden, dit alles kan de schuld door zonde evenmin uitwissen. U kunt uzelf niet straffen voor zonde en zo Gods straf ontlopen. Alleen het offer van Christus kan die uiteindelijke straf te niet doen. En de enige manier waarop dat offer dienst kan doen om uw zonden uit te wissen, is door het aan te nemen en uw vroegere leven van ongehoorzaamheid vaarwel te zeggen — door bekering!

2. Wat staat er precies in Jesaja 64:6 over "onze gerechtigheden"? Wat zei Jezus over degenen die "bij zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren"? Lukas 18:9-14.

3. Hoe beschreef Paulus de mensheid in het algemeen van onze tijd? 2 Timotheüs 3:1-5. Let vooral op vers 5.

OPMERKING: Veel mensen belijden godsdienstig te zijn — ze gaan naar de kerk — ze hebben een vorm van godsvrucht, maar, zoals deze verzen duidelijk aantonen, doen en denken ze precies die dingen die deze huidige wereld zo slecht hebben gemaakt. Dit is niet de bekering die God verlangt.

God eist een volledige verandering van de richting waarin een ieder van ons ging. Met andere woorden: een totale afkeer van de wegen die het menselijk geweten goed toeschenen en een zich volledig keren tot de weg van God, zoals die in de Bijbel geopenbaard wordt.

4. Wat heeft God nog meer te zeggen over deze huidige boze wereld, waaraan we allen hebben meegewerkt? 1 Johannes 2:15-17; Romeinen 12:2.

OPMERKING: Dit is nu precies het beginpunt van de weg naar behoud. God gebiedt ons uit deze wereld te komen en haar verkeerde wegen te verlaten; niet meer mee te lopen op wegen die tegen Gods wil ingaan. Wij moeten worden als Christus door de heilige Geest onze gezindheid te laten vernieuwen.

5. Wat is het eindresultaat van de wereldse vorm van berouw of bekering? 2 Corinthiërs 7:10, laatste gedeelte. Welke vorm van berouw is voor God wèl aanvaardbaar en waartoe leidt dit berouw? Vers 9 en eerste deel van vers 10.

OPMERKING: Over het algemeen wordt aangenomen dat een tijdelijk gevoel van spijt over gemaakte fouten — zonder een werkelijke verandering en een beginnen met het ontwikkelen van goddelijk karakter — de enige vereiste is om behouden te worden.

God zegt dat zo'n bekering totaal onaanvaardbaar is en slechts tot de dood leidt.

Berouw en bekering zijn heel wat meer dan enkel een ervaring. Echte bekering — goddelijk berouw — houdt in zowel een volledig rechtsomkeert in ons denken en leven, als het trouwe onderdanen worden van een totaal ander wezen.

De bekering van Mozes

1. Op wie ziet God met welgevallen — op iemand die nederig is en zachtmoedig? Jesaja 66:2; Psalm 25:9.

2. Wat was Mozes voor een man? Numeri 12:3. Wat had God, Mozes kennende, met hem voor toen de Israëlieten ongehoorzaam waren? Exodus 32:9-10.

3. Viel Mozes ten prooi aan ijdelheid (zoals de meesten van ons gedaan zouden hebben) toen God zei: "Zo zal Ik u tot een groot volk maken"? Wat was zijn reactie? Exodus 32:11-13. Was hij eigenlijk verantwoordelijk voor het feit dat God van gedachten veranderde? Vers 14. Trachtte Mozes zichzelf steeds te verheffen boven anderen? Numeri 11:27-29; 16:3-5.

OPMERKING: Zachtmoedigheid is eigenlijk niet synoniem met zwakheid, maar het staat wel lijnrecht tegenover arrogantie. Het is de gezindheid van een bekeerde geest. Mozes was zeer zachtmoedig, maar hij was beslist niet zwak. Mozes was sterk, zowel fysiek als geestelijk.

De bekeerde Mozes was meer bezorgd voor het welzijn van anderen dan voor zichzelf. Boven alles was hij bezorgd voor Gods heilige Naam. Zijn leven was over het algemeen geheel geconcentreerd op God (Numeri 14:11-20 — verzuim niet deze verzen te lezen).

4. Maar was Mozes altijd al zachtmoedig en nederig geweest? Of was hij vroeger vervuld van ijdelheid en zelfverzekerdheid? Exodus 2:11-14. Dacht Mozes eerst dat hij de Israëlieten op eigen kracht kon bevrijden? Handelingen 7:23-25. Wat moest God doen om hem ootmoedig te maken? Vers 26-30.

OPMERKING: Mozes werd opgeleid in alle wijsheid van Egypte en hij behoorde tot Farao's hof. Hij was de geadopteerde zoon van Farao's dochter (Handelingen 7:20-21; Exodus 2:10) en was "machtig in woorden en werken" (Handelingen 7:22).

Toen begon God echter aan Mozes' arrogantie te werken. Hij werd op het toppunt van zijn trots en glorie terneergeslagen. God was het die Mozes dwong tot zijn vlucht in de woestijn om hem daar tot inkeer te brengen. Veertig jaar werd hij opgeleid onder het gezag van een man die blijkbaar de ware God goed kende (Exodus 2:15-21 en heel hoofdstuk 18).

Toen Mozes zachtmoedig en nederig was geworden, toonde God hem dat hij nu toch zou kunnen slagen de Israëlieten te bevrijden, maar hij zou het wel in en met Gods kracht moeten doen — niet door eigen verdienste.

Wij allen moeten op een bepaald punt in ons leven gaan inzien hoe volkomen onbeduidend we zelf zijn, dat we volledig op God moeten vertrouwen, zoals Mozes, Job, Daniël, Paulus en andere in de Bijbel gegeven voorbeelden.

Koning Davids oprechte berouw

Koning David is een uitstekend voorbeeld uit de oudheid van een persoon die diep berouw had van zijn zonden. Eén bepaalde zonde is waarschijnlijk beter bekend dan alle andere. David was begerig naar Bathseba, de vrouw van Uria, één van zijn legerofficieren. Hij beging overspel met haar en deze onwettige daad had tot gevolg dat zij zwanger werd. In een poging zich van verdenking te zuiveren, probeerde David het door een list te laten voorkomen dat Uria de vader was (zie 2 Samuël 11).

Toen dit niet lukte, liet David Uria bij een aanval vooraan in de gelederen plaatsen en het leger opzettelijk terugtrekken, zodat Uria zeker gedood zou worden. Zo werd David een moordenaar in Gods ogen (2 Samuël 12:9). David had heel zwaar gezondigd.

Toen hij eenmaal tot bezinning kwam en de ernst besefte van wat hij had gedaan, had hij berouw over deze zonden en beleed zijn schuld: "Toen zeide David tot Nathan: Ik heb gezondigd tegen de Heer" (vers 13). Davids oprecht berouwvolle houding maakte hem bemind bij God. In Psalm 51 zien we Davids houding, door smart over zijn zonden volledig gebroken. (Verzuim niet deze Psalm te lezen.)

1. Trachtte David zich te rechtvaardigen of zijn zonden goed te praten? Psalm 51:3-6.

2. Wat vroeg David aan God in zijn smeekgebed? Vers 4, 9. Vergelijk dit met Jesaja 1:16-18.

OPMERKING: Hysop, een heesterachtige plant met lancetvormige bladeren waaraan reinigende kracht werd toegeschreven, werd gebruikt bij rituele Handelingen (Leviticus 14:4-7; Exodus 12:22) b.v. het sprenkelen van het offerbloed, waarmee vergeving werd uitgebeeld. In deze zin vroeg David aan God om geestelijke reiniging en vergeving.

3. Gaf David toe dat hij vele zonden had? Vers 11. Gaf hij toe dat zijn hart (gezindheid) ten opzichte van God niet goed was geweest? Vers 12.

4. Walgde David van zijn zonde? Vers 5. Vertrouwde hij zich toe aan Gods genade? Vers 3.

OPMERKING: David vergoelijkte zijn zonde niet. Hij probeerde het niet te rechtvaardigen en hij gaf ook niet iemand anders de schuld.

Integendeel, hij was ontzet over wat hij had gedaan en hij wierp zich neer voor God om Hem te smeken om genade en vergeving. Hij poogde helemaal niet het weg te redeneren. Hij beleed wat hij had gedaan, wat hij was en hij vroeg God hem geheel te reinigen.

Dat moet de basis zijn van onze houding, wanneer wij berouw hebben en ons bekeren van onze zonden.

David was een van de weinige mensen in het Oude Testament aan wie God de heilige Geest gaf (vers 12-13; 1 Samuël 16:13), want de heilige Geest was er nog niet (Johannes 7:38-39) dan alleen in speciale gevallen. David gehoorzaamde God en overwon door de kracht van de heilige Geest, ook al struikelde en viel hij soms. "Want de rechtvaardige zal zevenmaal vallen, en opstaan ..." (Spreuken 24:16).

Daarom zal David — een man naar Gods hart — weldra, bij de wederkomst van Christus, worden opgewekt en geboren in Gods Koninkrijk als een zoon van God en als koning van Israël (Jeremia 30:9).

Een voorbeeld uit onze tijd

Er zijn vele manieren waarop God een mens tot bekering kan brengen. Wij dachten dat het voor onze cursisten wel interessant zou zijn te horen hoe God te werk is gegaan met de heer Herbert W. Armstrong, president en Pastor General van de Worldwide Church of God. Hier volgen enige passages uit zijn Biografie:

"Nadat de plotselinge malaise van 1920 al mijn grootste klanten in een faillissement had gestort, bleef ik het nog twee jaar met inspanning van al mijn krachten volhouden, maar tevergeefs.

Wat ik mij toen helemaal niet realiseerde was dat God bezig was met mij te werken, me nederig te maken, de "afgoden" van zakenambities weg te nemen en me in Zijn Werk te plaatsen voor een zeer speciale missie. Jona probeerde met een schip een opdracht van God te ontvluchten. Jesaja zei dat hij onwaardig was. Jeremia betoogde dat hij te jong was. Paulus moest neergeslagen worden. Toch waren er nog meerdere tegenslagen nodig om mij klein te maken en te bevrijden van een hang naar deze wereld.

Het was verbijsterend en uiterst frustrerend. Het scheen alsof de een of andere mysterieuze en onzichtbare hand zomaar iedere zaak die ik ondernam omverwierp.

Dat was ook precies wat er aan de hand was. De hand van God nam iedere activiteit weg waarop ik mijn zinnen had gezet — het succes in zaken dat ik had aanbeden als een afgod.

Het was waarlijk een strijd voor het leven, een strijd op leven en dood. Tenslotte verloor ik die strijd, zoals ik elke strijd om wereldse zaken de laatste jaren had verloren.

Ik zei tegen God dat ik maar een waardeloos stuk afval was. In uiterste wanhoop leverde ik mezelf over aan Zijn genade. Als Hij mijn leven kon gebruiken, dan gaf ik het Hem; niet in geestelijke zelfmoord, maar als een levende offerande, om te worden gebruikt naar Zijn wil. Het was voor mijzelf niets meer waard.

Jezus Christus had mij gekocht en voor mijn leven betaald met Zijn dood. Eigenlijk behoorde het Hem toe en ik zei Hem dat Hij het kon nemen.

Van toen af behoorde dit verslagen nutteloze leven van mij aan God. Ik kon wel niet zien hoe het Hem van nut kon zijn, maar het stond tot Zijn beschikking als Zijn instrument als Hij dacht dat Hij het kon gebruiken.

Het opengaan van mijn ogen voor de waarheid bracht mij op het keerpunt van mijn leven ... Het betekende de genadeslag voor mijn ijdelheid. Het betekende een totale verandering van levenswijze. Het betekende echte berouwvolle bekering, want nu zag ik dat ik Gods wet had overtreden. Ik was opstandig geweest tegen God. Het betekende dat ik mij moest omkeren en Gods weg opgaan — de weg van Zijn Woord — leven volgens ieder woord in de Bijbel in plaats van volgens de dictaten van de samenleving of de verlangens van het vlees en de ijdelheid.

Deze volkomen overgave aan God — deze bekering ... was de bitterste pil die ik ooit had geslikt, maar het was de enige medicijn in heel mijn leven die een genezing teweegbracht.

Ik begon namelijk te beseffen dat ik bij deze totale nederlaag onbeschrijfelijke vreugde ondervond. Ik kreeg in feite plezier in het bestuderen van de Bijbel en in het ontdekken van nieuwe waarheden die eerder voor mijn bewustzijn verborgen waren geweest. Bovendien vond ik bij mijn overgave aan God onuitsprekelijke blijdschap in het aannemen van Jezus Christus als mijn persoonlijke Heiland en Hogepriester.

Op de een of andere manier werd ik mij bewust van een nieuwe gemeenschap en vriendschap die in mijn leven gekomen waren. Ik voelde een contact en gemeenschap met Christus en met God de Vader.

Als ik de Bijbel las en bestudeerde, praatte God met mij en wat vond ik het heerlijk te luisteren. Ik begon te bidden en ik wist dat ik in het gebed met God sprak. Ik kende God nog wel niet zo goed, maar men leert elkaar beter kennen door voortdurend [dagelijks] contact."

Dit was de ervaring van diepe berouwvolle bekering die de heer Herbert W. Armstrong onderging, zoals beschreven in zijn biografie.

Bent u echt bekeerd?

Bent u in uw leven op het punt aangekomen waarop u niet meer tegen God en Zijn wetten wilt ingaan, waarop u uzelf volledig aan Hem wilt overgeven?

Bent u zover dat u uzelf kunt zien zoals u werkelijk bent, dat u uzelf ziet zoals God u ziet?

Tenzij u uzelf gaat zien als Job zichzelf zag; tenzij u tot God om genade en vergeving heeft geroepen zoals David; tenzij u een begin heeft gemaakt verandering aan te brengen in uw houding, gedachtengang, handel- en levenswijze; tenzij u werkelijk diep bedroefd bent en berouw heeft over uw vroegere leven; tenzij u een volkomen rechtsomkeert heeft gemaakt — tenzij u al deze dingen heeft gedaan, blijkt duidelijk uit wat u in deze les heeft geleerd, dat u nog niet bent begonnen de levenswijze van een echte christen te volgen.

De apostel Paulus zegt ons: "Stelt uzelf op de proef, of gij wel in het geloof zijt, onderzoekt uzelf. Of zijt gij niet zo zeker van uzelf, dat Jezus Christus [door de heilige Geest] in u is [leeft]? Want anders zijt gij verwerpelijk" (2 Corinthiërs 13:5, N. Vert.). Tegen de Farizeeën en Sadduceeën zei Johannes: "Brengt dan vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt" (Mattheüs 3:8, id.).

Hoe kunt u uzelf testen of onderzoeken? Door uw leven, gedachten, woorden en daden te vergelijken met Gods Woord.

Kijk naar de vruchten van uw leven. "Zo zult gij dan deze aan hun vruchten kennen", zei Christus (Mattheüs 7:20). Geeft uw leven blijk van de vruchten van de heilige Geest in u: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing? (Galaten 5:22.)

God ziet op degenen die ootmoedig zijn en verslagen van geest; op hen die beven voor het tweesnijdend zwaard van Zijn Woord. God merkt een berouwvolle gezindheid op, een verslagen geest en een ootmoedig zoeken naar vergeving en genade. Hij komt zeker tegemoet aan een ieder die bereid is zich af te keren van werken en daden die Zijn Woord als zonde bestempelt.

Echte bekering vereist een blijvende koerswijziging. Het is een zich geheel en al richten op een levenswijze die geen terugkeer toelaat. Het is geen voorbijgaande emotie die beleefd wordt bij het ingaan op de uitnodiging van een evangelist, zoals tegenwoordig veel gebeurt. U heeft nu gezien dat het iets is van een veel diepere en grotere betekenis!

Bent ú echt bekeerd?

Deze "historische" lessen worden u in deze vorm als dienstverlening gratis ter beschikking gesteld door de Kerk van de Grote God.

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)