Wat is de mens precies?

Ambassador College Bijbelcursus Les 5
1972

Is de mens een onsterfelijke ziel in een stoffelijk lichaam? Is de dood de scheiding tussen lichaam en ziel? Wat gebeurt er in werkelijkheid met iemand bij zijn dood? Over deze vragen heeft het mensdom zich al duizenden jaren het hoofd gebroken. Bestudeer de verbazingwekkende ANTWOORDEN in deze onthullende les!

DE DOOD is een realiteit!

Hoewel veel mensen het liever van zich afzetten om aan de gedachte te ontkomen, is de dood reëel. Hij is het onvermijdelijke gevolg van het feit dat men leeft!

Kerkse mensen stellen zich de dood vaak voor als de onontkoombare laatste sprong in het onbekende — in het "hiernamaals" met zijn hemel, hel en vagevuur.

Wat zijn leven en DOOD feitelijk? Wordt het niet eens tijd dat we eindelijk te weten komen wat de mens in werkelijkheid IS en welke vooruitzichten er eventueel op een leven na de dood bestaan?

Heeft u een onsterfelijke ziel?

De filosofen uit de Oudheid leerden dat de mens in wezen een onsterfelijke geestelijke "ziel" is, ondergebracht in een tijdelijk vleselijk lichaam — dat de wérkelijke mens niet het lichaam is, maar een onzichtbare, onstoffelijke "onsterfelijke ziel" die denkt, hoort, ziet en eeuwig bewust zal blijven voortbestaan.

Volgens hun speculaties verlaat de ziel op het tijdstip van overlijden het lichaam en reist naar een ondefinieerbaar rijk, mogelijk een paradijs of een plaats van bestraffing. Het lichaam, zo stelden zij terecht vast, gaat naar het graf.

Maar op welk gezag berustten deze overtuigingen? Komen zij uit bijbelse Openbaring voort? Waar kwamen ze eigenlijk vandaan? Hoe kwámen de zich christelijk noemende kerken aan hun huidige leer over de onsterfelijkheid van de ziel?

Let eens op deze openhartige mededeling uit de Jewish Encyclopedia: "Het geloof dat de ziel na de ontbinding van het lichaam" — na de dood — "zijn bestaan voortzet, is veeleer een zaak van filosofische of theologische speculatie dan een zaak van eenvoudig geloof, en het wordt dienovereenkomstig dan ook nergens in de heilige Schrift onderwezen" (uit het artikel "Immortality of the Soul", nadruk van ons door de gehele les).

Overgeërfd van de vóórchristelijke wereld

Dit zelfde artikel vervolgt: "Het geloof in de onsterfelijkheid van de ziel kwam tot de joden door het contact met het Griekse denken en hoofdzakelijk door de filosofie van Plato, de voornaamste vertolker ervan, die ertoe kwam door Orphische en Eleusinische mysteriën waarin Babylonische en Egyptische opvattingen op een zonderlinge manier vermengd waren".

De leer van de onsterfelijkheid der ziel was volgens deze gezaghebbende encyclopedie afkomstig van Griekse filosofen uit vóórchristelijke tijden, die het van het heidense Egypte en Babylon overgenomen hadden!

Let eens op wat Herodotus, de beroemde Griekse historicus uit de vijfde eeuw vóór Christus, toegaf: "De Egyptenaren waren ook de eersten die beweerden dat de ziel van de mens onsterfelijk is ... Deze opvatting hebben sommige Grieken op verschillende tijdstippen tot de hunne gemaakt" (Historiai, boek "Euterpe", hoofdstuk 123).

Het was de Griekse Socrates die naar Egypte reisde en de Egyptenaren over deze leer raadpleegde. Na zijn terugkeer in Griekenland bracht hij Plato, zijn beroemdste leerling, dit begrip bij. Vergelijk de huidige leer van de kerken eens met wat Plato in zijn dialoog Phaedo schreef:

"De ziel, die de onafscheidelijke eigenschap van leven bezit, zal nooit de tegenpool van leven, de dood, erkennen. Zodoende wordt de ziel aangetoond onsterfelijk te zijn en daar hij onsterfelijk is, ook onvernietigbaar ... Geloven we dat er zoiets als de dood bestaat? Jazeker. En is dit dan niet de scheiding van lichaam en ziel? En dood zijn is het bereiken van deze scheiding, wanneer de ziel op zichzelf, los van het lichaam komt te staan en het lichaam zich van de ziel afgescheiden heeft. Dat is de dood ... De dood is slechts de scheiding van lichaam en ziel."

Heeft dat niet een heleboel weg van doodgewoon kerkelijk dogma?

U heeft waarschijnlijk geleerd dat deze zelfde leer door en door christelijk was. U veronderstelde ongetwijfeld dat het regelrecht uit de Bijbel afkomstig was — maar dat is helemaal niet het geval, zoals u zelf kunt zien.

Na Plato kwam Aristoteles die de theorie voortgang deed vinden. Daarna maakte de poëet Vergilius (70-19 v.Chr.) het door de gehele Romeinse wereld populair.

Het etiket "christelijk" kwam later

De invoering van dit algemeen verbreide bijgeloof in de kerken was een geleidelijk proces dat eeuwen in beslag nam. De eerste "kerkvaders" waren verdeeld over dit onderwerp. Nog in 160 n.Chr. schreef de "christen"-filosoof Justinus:

"Onze Jezus Christus daarentegen is, na gekruisigd en gestorven te zijn, opgestaan en heeft door zijn hemelvaart de koninklijke waardigheid ontvangen en op grond van hetgeen in zijnen naam door de apostelen over de geheele wereld is gepredikt, heerscht daar vreugde bij allen, die de door Hem beloofde onverderfelijkheid verwachten" (Oud-Christelijke Geschriften, deel V, ed. H.U. Meyboom, Leiden 1908, De Apologeten, Eerste Apologie van Justinus, hoofdstuk 42, blz. 145). Velen van de eerste katholieken wisten inderdaad wel dat zij geen onsterfelijkheid in zichzelf bezaten. Het was iets dat zij nog verwachtten te ontvangen.

Origenes, oudkerkelijk katholiek schrijver en leraar te Alexandrië, verenigde de speculaties van Plato met bepaalde gedeelten van de Bijbel en noemde zijn filosofie neoplatonisme. Hier volgt wat Origenes omstreeks 200 n.Chr. schreef:

"Nu zijn hemelsche krachten onverderfelijk en onsterfelijk. Onverderfelijk en onsterfelijk zal (dus) ook de zelfstandigheid der menschelijke ziel zijn"! (id., deel XXXI (1921), Origenes I. IV 4, 9 blz. 351.) Hij vereenzelvigde zich met "de Platonicus, die in de onsterfelijkheid der ziel gelooft" (id., deel XXXIV (1924), Verweerschrift tegen Celsus, boek 1, 13; blz. 25).

Een andere invloedrijke leraar aan het eind van de tweede eeuw was Tertullianus van Fenicisch Noord-Afrika. Hij schreef: "Sommige (dingen) namelijk zijn ook van nature bekend, zooals de onsterfelijkheid der ziel bij velen ... Ik zal derhalve ook de uitspraak aanwenden van den eenen of anderen Plato, die verklaart: "ELKE ZIEL IS ONSTERFELIJK" (id., deel XLV (1930), Tertullianus, hoofdstuk 3; blz. 137).

En zo droegen de persoonlijke ideeën van deze invloedrijke mannen ertoe bij de denkwijze van de hele "christelijke" wereld vorm te geven.

Maar enkele katholieke schrijvers en leraren veroordeelden nog in de tijd van Constantijn de Grote de wijziging van Christus' leer in die van Plato. Hier volgt het protest van Arnobius tegen degenen die werden "meegesleept door een bijzonder hoge dunk van zichzelf dat de ziel onsterfelijk zou zijn ... Wilt gij uw gewoonlijke arrogantie wel eens laten varen, o mens, die beweert dat God uw Vader is, en volhoudt dat gij onsterfelijk zijt zoals Hij?" (Ante-Nicene Fathers, writings of the Fathers down to A.D. 325, ed. Roberts & Donaldson, Edinburgh edition, uitg. Wm. Eerdmans Publ. Co., Grand Rapids, Mich., (1950), deel VI, blz. 440).

Na de tijd van Constantijn de Grote — die het Romeinse Rijk dwong één algemeen geloof aan te nemen — "heiligde" Augustinus, een andere schrijver van Noordafrikaanse afkomst, de leer van de onsterfelijkheid van de ziel in zijn werk De Stad Gods.

Thomas van Aquino (1225-1274), Italiaans hoogleraar en theoloog, verbond de leer van de onsterfelijkheid van de ziel onverbrekelijk met de zich christelijk noemende wereld. Vijftig jaar later schreef Dante Alighieri het geweldig beroemde dichtwerk, de Divina Commedia, waarin hij voor het gewone volk zijn voorstelling van hel, vagevuur en paradijs beschreef — en waaraan sindsdien alom geloof gehecht werd.

Deze leer werd in de middeleeuwse wereld kerkelijk dogma en degenen die dit idee verwierpen werden als kétters gebrandmerkt!

Tenslotte onder dwang opgelegd

Vlak vóór de Reformatie vaardigde het Lateraanse Concilie van 1512-1517 het volgende decreet uit:

"Aangezien sommigen gewaagd hebben betreffende de aard van de redelijke ziel te beweren dat hij sterfelijk is, veroordelen en verdoemen wij, met de goedkeuring van het heilig concilie, allen die beweren dat de intelligente ziel sterfelijk is, ziende dat de ziel overeenkomstig de canon van paus Clemens V ... onsterfelijk is ... en wij verordenen dat allen die dergelijke onjuiste beweringen aanhangen, gemeden en als ketters gestraft worden. "

Dat betekende dat ieder die de waarheid onderwees, voor bestraffing aan de wereldlijke overheid moest worden uitgeleverd. En de bestraffing was meestal streng!

De oorspronkelijke protestantse opvatting

Tijdens de Reformatie probeerden sommigen van de eerste protestanten de leer van de onsterfelijkheid der ziel af te werpen. Maarten Luther verklaarde dat de Bijbel geen onsterfelijkheid van de ziel onderwees.

Hoe verschillend waren Luthers eerste leerstellingen van de huidige protestantse leer! Hier volgen Luthers eigen woorden die hij ca. 1522 uitte:

"Het is naar mijn mening waarschijnlijk dat de doden, op slechts heel weinig uitzonderingen na, tot aan de dag des oordeels in een toestand van volkomen bewusteloosheid slapen ... Met welk gezag kan men zeggen dat de zielen van de doden niet zouden slapen .. . op dezelfde wijze zoals de levenden de periode tussen de tijd dat zij 's avonds naar bed gaan en 's morgens opstaan in diepe slaap doorbrengen?" (The Life of Luther, uitspraken en verHandelingen van Luther, verzameld en bewerkt door Jules Michelet, editie Bohn, blz. 133).

De oorspronkelijke uitspraken van Luther hebben nooit nagelaten de protestantse theologen die sindsdien de leerstellingen van het oude Egypte en Griekenland weer hebben aangenomen, nog steeds in verlegenheid te brengen.

William Tyndale, de drukker van het eerste Nieuwe Testament in het Engels en ook een hervormer, schreef: "Door de overledenen in de hemel, de hel of het vagevuur te stoppen, vernietigt men de bewijsgronden waarmee Christus en Paulus de opstanding bewijzen ... Het ware geloof stelt de opstanding; de heidense filosofen, die dit loochenen, stelden dat zielen altijd blijven leven ... Indien de ziel in de hemel is, waar dient de opstanding dan voor?"

Dat is een heel goede vraag!

De hervormers merkten dat de mensen niet bereid waren dat wat ze altijd geloofd hadden, te wijzigen. Allengs gaven de hervormers zelf toe aan de populaire traditie — een traditie die zijn grondslag heeft in heidense filosofieën en speculaties! En zodoende geloven de meeste kerkgangers tegenwoordig in de onsterfelijkheid van de ziel omdat zij eenvoudigweg in blind vertrouwen de speculaties hebben aangenomen, die van de heidense filosofen uit de Oudheid afkomstig zijn!

De apostel Paulus schreef juist over dit soort speculatie: "Wees op uw hoede, zorg dat ge u niet laat meeslepen door waardeloze, bedrieglijke theorieën, puur menselijke bedenksels, die de zogenaamde elementen van het heelal verheerlijken, maar Christus bestrijden" (Colossenzen 2:8, Willibrord-vertaling).

Zoals we weldra zullen zien, is de Bijbel NIET de oorsprong van het algemene geloof in de onsterfelijkheid van de ziel. De Bijbel leert duidelijk dat de mens sterfelijk is — fysiek, vleselijk — afkomstig uit het stof. En wanneer hij sterft, keert hij tot het stof terug. Laten wij eens zien wat in de Bijbel staat!

LES 5

Heeft de wetenschap het antwoord?

Is de mens een onsterfelijke ziel in een stoffelijk lichaam? Wat zegt de wetenschap hierover?

Absoluut niets om die opvatting te ondersteunen!

De wetenschap heeft gewoonweg geen bewijsmateriaal voor het bestaan van een onsterfelijke ziel. De wetenschap heeft alleen met fysieke,materiële substanties en gedragingen te maken — fysieke materie en energie. De moderne wetenschap is beperkt tot de STOFFELIJKE wereld die gewogen en gemeten kan worden — tot datgene wat door de vijf zintuigen kan worden waargenomen.

Het geestelijke ligt volkomen buiten het gebied der fysieke wetenschap en is daarom niet aan de "wetenschappelijke methode" onderworpen. De wetenschap is niet in staat enig ander leven dan fysiek leven waar te nemen en kan dit derhalve niet onthullen. En zodoende is alles wat de mens te weten kan komen (afgezien van goddelijke openbaring) stoffelijk. Maar wat de wetenschap geleerd heeft, kan niettegenstaande dat toch van ontzaglijke hulp zijn om te begrijpen hoe de mens is samengesteld.

De wetenschap heeft ontdekt dat alle levende materie, in haar eenvoudigste vorm, uit protoplasma bestaat — een substantie die de "levende stof" van de cellen van zowel planten en dieren als van de mens vormt.

Er is eveneens met zekerheid bekend dat personen die op de operatietafel stierven en dan vlug door directe hartmassage of op een andere wijze weer tot leven gebracht werden, zich absoluut niets van de tussenliggende tijd konden herinneren! Zij "gingen" nergens heen! Zij waren alleen maar bewusteloos. Zij werden gewoon weer wakker op de operatietafel alsof zij vast geslapen hadden. Maar aangezien beschadiging van de hersenen heel snel intreedt als er te veel tijd verloopt, raakt die persoon iets van zijn gedachten, verstand en herinneringsvermogen kwijt.

Deze feiten tonen zeer beslist aan dat een "onsterfelijke ziel", áls er een bestaat, los van het lichaam, helemaal niet kan denken, zich iets kan herinneren of verstandig kan redeneren!

De wetenschap zegt ons daarom dat zij geen bewijs van een "onsterfelijke ziel" in de mens heeft.

Waar kunnen we dan, hoe dan ook, betrouwbaar bewijsmateriaal vinden?

Wat IS de mens?

De Bijbel is de GRONDSLAG van kennis. De Schepper heeft hierin kennis geopenbaard waar de mens onmogelijk zelf achter kan komen — met inbegrip van zowel de kennis en het begrip van wat de mens is, als van wat hij zijn zal.

Laten we niet zomaar iets aannemen. Laten we in de Bijbel kijken om te zien wat de mens in werkelijkheid is.

1. Waaruit zei Jezus Christus dat de mens gemaakt is? Johannes 3:6, eerste gedeelte. En is dat wat "uit de Geest geboren" is van een geheel andere samenstelling? Zelfde vers.

OPMERKING: De mens bestaat uit vlees — uit protoplasma. Jezus zei onomwonden dat wanneer iemand uit vlees wordt geboren (en daarom uit vlees is samengesteld) hij niet tegelijkertijd uit geest geboren (samengesteld) kan zijn. Hij is óf het een óf het ander! Alleen dit vers is dus al een sterk bewijs dat de mens geen onsterfelijke, geestelijke "ziel" in een lichaam van sterfelijk vlees is. Maar laten we verder gaan.

2. Was de apostel Paulus een onsterfelijke ziel bekleed met een vleselijk lichaam — of sprak hij over zichzelf en zijn vlees als over twee begrippen die synoniem waren? Romeinen 7:18.

OPMERKING: Paulus maakte in dit vers geen onderscheid tussen zichzelf en zijn vlees. Hij gaf er duidelijk blijk van dat deze één en hetzelfde waren. (Later zullen we nog op enkele andere uitspraken van Paulus terugkomen.) Hoewel deze verzen niet afdoende bewijzen dat de mens geen onsterfelijke ziel heeft, zouden ze toch zeker iemand ontvankelijk moeten maken voor de mogelijkheid dat iets dergelijks niet bestaat!

Ten einde aan de weet te komen of de mens een onsterfelijke ziel heeft, dienen we terug te gaan naar de Schepping — het tijdstip waarop de eerste mens gevormd werd — om te zien wat er toen precies gebeurde.

De Schepping van de mens

God schiep de eerste mens. En Hij deelt ons mede uit welk materiaal Hij hem maakte, zodat er geen twijfel kan bestaan over wat wij werkelijk zijn. Hier volgt dat verslag zoals het in de Bijbel staat:

1. Uit welk materiaal vormde God de mens? Genesis 2:7. Let erop dat het de mens was — niet slechts het lichaam — die gevormd werd.

2. Was het de gehele mens ? "gij" — die uit stof werd samengesteld? Genesis 3:19.

OPMERKING: Het is duidelijk dat Adam gewoon uit stof, en uit niets anders, werd samengesteld!

3. Wat zou er uiteindelijk met de mens gebeuren? Genesis 3:19, laatste gedeelte.

4. Wat deed God nadat Hij de mens gevormd en hem iedere cel in zijn lichaam gegeven had om hem leven te schenken? Genesis 2:7.

OPMERKING: God blies lucht — "de adem des levens" die zuurstof bevatte — door de neusgaten in de longen van de mens en de mens begon te leven! Het vers zegt niet dat God een onsterfelijke ziel in de mens blies.

5. Is de "adem des geestes des levens" dezelfde die door de neusgaten van dieren gaat? Genesis 7:21-22. Wordt derhalve de levensadem afgesneden wanneer een mens of een dier verdrinkt? Vers 23. De bron van leven in de mens en alle dieren is dus dezelfde, nietwaar?

OPMERKING: Als de "adem des geestes des levens" zelfs maar in de verste verte zou betekenen dat de mens een onsterfelijke ziel bezit, dan bezitten dieren, vogels en zelfs insekten — muggen, vlooien, enz. — er ook een!

Wat voor een "ziel"?

1. Wat werd Adam toen God de adem des levens in zijn neusgaten had geblazen? Genesis 2:7, laatste gedeelte.

OPMERKING: De mens hééft geen ziel — de mens IS een "ziel"! Het oorspronkelijke Hebreeuwse woord voor "ziel" is nefesj. De Algemene Bijbelse Encyclopedie van M.S. en J. Miller definieert het als "adem", "levend wezen", "ook op dieren betrekking hebbend". In Genesis 1:21, 24; 2:19; 9:10, 12, 15, 16 en Leviticus 11:10, 46 wordt hetzelfde woord nefesj met "levende ziel" vertaald wanneer het op dieren slaat.

De mens is dus een levend wezen, een levende ZIEL. En dieren zijn ook levende wezens of levende zielen! Let op! Hetzelfde woord nefesj wordt in Leviticus 19:28; 21:1, 11; 22:4; Numeri 5:2; 6:11 en 9:6, 7 en 10 als een "dood lichaam" of een "dode" vertaald. De "ziel" is dus slechts het dierlijke leven dat onderworpen is aan dood en ontbinding. De ziel is niet onsterfelijk!

De ziel is uit het "stof der aarde" samengesteld — zij is stoffelijk, niet geestelijk. Zij bestaat uit materie. Wanneer de mens ademt, dan is hij een levende ziel. Wanneer de mens ophoudt te ademen, dan wordt hij een levenloze of dode ziel. Dat staat in uw Bijbel. Bent u bereid te geloven wat de Bijbel duidelijk zegt?

2. Kan de "ziel" sterven? Ezechiël 18:4, 20. Als de ziel onsterfelijk — eeuwig — zou zijn, zou zij dan kunnen sterven? Wordt er onomwonden van de mens gezegd dat hij "sterfelijk" is? 2 Kronieken 14:11.

OPMERKING: Aangezien de mens een ziel is en de ziel sterfelijk is, moet de mens sterfelijk, onderworpen aan de dood zijn. Dat is de reden waarom de Bijbel menselijke wezens "sterfelijke mensen" noemt.

3. Was Adam aan de dood onderworpen? Genesis 2:17, laatste gedeelte. Zou alleen het lichaam sterven, of de gehele bewuste mens — Adam — "gij"?

4. Welk zelfde lot treft zowel mens als dier? Prediker 3:19. Komt dat omdat zij beide dezelfde tijdelijke levensbron bezitten — de adem? Zelfde vers.

5. Gaan alle mensen en dieren op gelijke wijze naar dezelfde plaats als ze dood zijn? Prediker 3:20.

OPMERKING: Wanneer een dier sterft dan is het dood. Wanneer een mens sterft dan is hij ook helemaal dood. En alle mensen en dieren keren weder tot het stof, waaruit zij voortkwamen.

6. Welke vraag wordt hierna in Prediker 3:21 gesteld?

OPMERKING: Verre van te bewijzen dat een ziel onsterfelijk is, steekt Salomo met zijn vraag eigenlijk de draak met de leer van de "onsterfelijke ziel" die zelfs in zijn tijd al bestond en door de heidenen geloofd werd. Om die reden stelde hij een vraag die geen enkele heiden kan beantwoorden.

7. Waarheen keert volgens de Bijbel de geest — de adem — terug? Prediker 12:7.

OPMERKING: Dit woord "geest" komt van het Hebreeuwse woord roeach en wordt in onze Nederlandse bijbels vele malen als "adem" vertaald. Drie voorbeelden zijn Job 9:18; Psalm 104:29 en Klaagliederen 4:20. Hetzelfde Hebreeuwse woord wordt ook ettelijke keren als "wind" weergegeven. Het is eenvoudig de "levensgeest" of "adem" die zowel mens als dier in leven houdt. Wanneer zij sterven, verlaat die adem hen — zij blazen beide de laatste adem uit.

Zolang een mens nog in leven is, spreekt de Bijbel over zijn geest [levensgeest — adem] als zijnde in de hand van God — "In Wiens hand de ziel [nefesj ? stoffelijk fysiek leven] is van al wat leeft, en de geest [roeach] van alle vlees des mensen" (Job 12:10). Wanneer iemand sterft, geeft hij dus in figuurlijke zin zijn levensgeest of adem aan God.

Waaruit bestaat het LEVEN van de mens?

De mens IS een levend, ademend, sterfelijk wezen — een nefesj of levende ziel in wiens neusgaten lucht is. Wat gebeurt er met de lucht die door de longen wordt ingeademd?

Wanneer u ademhaalt, gaat de lucht door uw luchtpijp naar de longen en komt in kleine buizen en blaasjes, de alvéoli, terecht. Daar wordt zuurstof uit de lucht opgenomen en komt in de bloedstroom. Wanneer het bloed van de longen door de aderen naar het hart terugstroomt en vandaar door het gehele lichaam wordt gepompt, wordt de zuurstof door de rode bloedlichaampjes door heel het lichaam naar de individuele cellen gevoerd. Elk van uw 60 miljard cellen gebruikt zuurstof om uw voedsel te "verbranden" en om de energie op te wekken die nodig is om uw organen en spieren kracht te geven en uw lichaamswarmte op peil te houden. Het is duidelijk dat het leven van de mens afhankelijk is van het bloed en dat het bloed de adem des levens nodig heeft om het lichaam actief en in leven te houden.

1. Wordt volgens de Bijbel het leven van mensen en dieren aangetroffen in de bloedstroom — of in een onsterfelijke ziel? Leviticus 17:11, 14. Bevestigt Deuteronomium 12:23 dit?

OPMERKING: In deze verzen wordt het Hebreeuwse woord nefesj met "ziel" vertaald. Nefesj (of leven) kan dus zowel slaan op de vleselijke mens als op het leven van die mens dat van diens bloed afhankelijk is.

2. Gaf Christus Zijn "ziel" als een schuldoffer voor de zonde? Jesaja 53:10. Hoe volbracht Hij dit? Vers 12.

OPMERKING: Christus gaf Zijn lichaam vrijwillig over om gekruisigd te worden en Hij stortte Zijn levensbloed, Zijn "ziel" uit!

Het is heel duidelijk dat wanneer een mens ophoudt de adem des levens in te ademen, zijn hart dan ophoudt te kloppen en zijn levensbloed ophoudt te circuleren, en dat hij sterft. Maar wat gebeurt er dan?

Is er leven na de dood?

1. Wanneer iemand sterft — levenloos wordt — heeft hij dan nog steeds een bewust bestaan vanwege een onsterfelijke ziel in hem? Prediker 9:5; Psalm 146:4.

OPMERKING: Aangezien de Bijbel duidelijk verklaart dat de doden zich van niets bewust zijn, kunnen we de logische gevolgtrekking maken dat de mens niet geboren is met een onsterfelijke ziel die zich na de dood bewust is van de dingen die rondom gebeuren!

2. Zijn de doden in staat God te prijzen? Psalm 115:17. Maar als christenen een onsterfelijke ziel hadden, dan zouden ze toch zeker na hun dood God prijzen uit dankbaarheid bij Hem in het paradijs te zijn? Hier hebben we dus weer een concreet bewijs dat menselijke wezens geen onsterfelijke ziel hebben.

3. Is er enige herinnering aan God in de dood? Psalm 6:6.

OPMERKING: Dood is het tegenovergestelde van leven. Dood is het OPHOUDEN van leven! Daarom kunnen dode mensen zich niets herinneren. Duidelijk genoeg!

4. Is de "ziel" volgens Mattheüs 10:28 iets dat verdorven, d.w.z. vernietigd, kan worden? Liet Jezus dan niet duidelijk zien dat de ziel niet onsterfelijk is? Laten we goed begrijpen waar Jezus het over had.

OPMERKING: Hoewel sommige mensen deze tekst gebruiken ter ondersteuning van hun geloof in de onsterfelijkheid van de ziel, staat er duidelijk dat de ziel iets is dat in de hel verdorven kan worden! "Verderven" in de bijbelse zin betekent volgens Van Dale: te gronde richten of gaan. Wat deze "ziel" dan ook is, onsterfelijk kan zij dus NIET zijn!

Het Griekse woord dat hier als "ziel" vertaald werd, is psyche. Het verwijst naar hetzelfde als het Hebreeuwse woord nefesj. Het betekent eenvoudig leven, bestaan.

In Mattheüs 10:28 gebruikte Christus dit woord kennelijk om er "leven" mee aan te duiden dat de mens niet kan vernietigen, maar God wel. Wat voor soort van leven zou dit kunnen zijn? Kennelijk leven dat God door een opstanding VERNIEUWT!

De mens kan geen leven "verderven" dat God hersteld en hernieuwd heeft. Maar GOD kan het wel vernietigen, en wel permanent, door de persoon die opgewekt is in de "poel des vuurs" te werpen en hem nooit meer op te wekken!

Lukas maakt deze tekst duidelijker: "Maar Ik zal u tonen, Wien gij vrezen zult: vreest Dien, Die, NADAT Hij gedood heeft, ook macht heeft in de hel te werpen ..." (Lukas 12:5). God heeft niet alleen de macht ons huidige fysieke leven te nemen, maar Hij heeft ook de macht ons op te wekken en — indien we ongehoorzaam en onverbeterlijk bleken te zijn — ons in de poel van vuur te werpen van waaruit GEEN toekomstige opstanding bestaat! (Openbaring 20:14-15; 21:8.)

Ofschoon mensen hun fysieke lichaam wel kunnen doden, weten ware christenen toch dat mensen hun de hoop op eeuwig leven niet kunnen afnemen.

Is de mens slechts een dier?

Aangezien de mens geen onsterfelijke ziel heeft, betekent dit dan dat hij slechts een dier is dat vandaag leeft en morgen dood is? Helemaal niet!

Wat is het dat de mens van de dieren onderscheidt? Laten we de verbazingwekkende waarheid hierover goed begrijpen!

1. Werden de dieren naar Gods beeld geschapen — of werden ze elk naar hun aard geschapen? Genesis 1:21, 24, 25. Maar werd de mens naar het "beeld" en de "gelijkenis" van GOD gemaakt? Genesis 1:26-27. Moest de mens heerschappij voeren over alle andere schepselen? Vers 26.

OPMERKING: De Hebreeuwse woorden van Genesis 1:26-27 onthullen Gods grote plan en uiteindelijke doel voor de mensheid! Toen God Adam uit het stof der aarde vormde, werd hij naar het "beeld" — de uitwendige vorm en gedaante — van God zelf gemaakt. God vormde geen enkel ander schepsel als een exact kleimodel van Zichzelf. Deze unieke vorm en gedaante werd alleen aan de mens gegeven!

Let nog eens op wat God zei: "Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld ..." Het Hebreeuws duidt hier meer aan dan slechts de uitwendige vorm en gedaante van God, Zijn gelijkenis — véél meer. "Beeld" heeft betrekking op verstand en karakter! Het lag in Gods bedoeling dat de mens — aan wie Hij een verstand schonk dat kon denken en redeneren — eenzelfde geest en karakter zou ontwikkelen als die van GOD!

Elk dier werd geschapen met een brein dat geschikt was voor zijn diersoort. Maar dieren bezitten niet het potentieel van VERSTAND en KARAKTER dat God alleen de mens gaf. Geen dier kreeg ooit de gave van denkvermogen toebedeeld!

Deze heel SPECIALE EIGENSCHAP VAN DENKVERMOgen EN KARAKTER is wat de mens van dieren onderscheidt!

Dieren kunnen niet iets beredeneren, ze hebben geen bewust denkvermogen. Dieren volgen instinctieve gedragspatronen in hun manier van voeden, nestbouw, migratie en reproduktie. God heeft om zo te zeggen hun brein met bepaalde instinctmatige neigingen "geprogrammeerd". Vandaar dat bevers dammen bouwen en vogels nesten, enz. Deze instincten in bepaalde richtingen zijn erfelijk ? ze zijn niet het gevolg van logische denkprocessen.

Duizenden vogels zwermen bijvoorbeeld op een bepaalde tijd van het jaar naar het zuiden. Zij geven zich er geen rekenschap van waarom ze gaan, zij vragen zichzelf niet af of ze wel zullen gaan, zij maken vooraf geen reisplannen. Op een bepaald teken — als bij het aflopen van een wekker — verlaten ze hun zomerbroedplaatsen in het noorden en vliegen duizenden kilometers zuidwaarts. Ornithologen begrijpen niet helemaal hoe het in z'n werk gaat — zij kunnen de werking van dit instinct bij de vogels alleen maar vaststellen.

Elk geslacht of soort van vogel bouwt een ander nest, eet ander voedsel en migreert op een andere manier op een ander tijdstip naar een andere bestemming. Maar geen van deze bewegingen werd door de vogels zelf uitgedacht. Zij handelen slechts volgens de vermogens en neigingen die de Almachtige God bij de schepping in het instinct van iedere soort gelegd heeft.

De mens is echter volkomen anders. De mens heeft het waarnemings- en begripsvermogen om iets op verschillende manieren te doen. De mens kan iets beredeneren vanuit feiten en kennis die hij zich herinnert, hij kan gevolgtrekkingen maken, beslissingen nemen en volgens een van tevoren bedacht plan handelen.

Ieder mens kan een ander huis bouwen, ander voedsel eten — een volkomen verschillend leven leiden — dan andere mensen om hem heen. Als iemand zijn levenswijze wil veranderen, dan kán hij dat! De mens is niet gebonden aan instinct. Hij wordt niet beheerst door een bepaalde van tevoren vastgestelde levensgewoonte zoals bij de dieren.

De mens kan kiezen ? hij heeft een vrije wil.

Hij kan zijn eigen manier van doen bepalen en zelfdiscipline beoefenen. De mens kan ideeën voortbrengen en wetenschappelijke kennis naar waarde schatten, omdat hij een INTELLECT heeft dat naar het intellect van God zelf gevormd is! De mens kan plannen maken en zijn plannen ten uitvoer brengen, omdat hij iets van dezelfde scheppende kracht die God bezit, gekregen heeft!

Alleen de mens kan zichzelf de vraag stellen: "Waartoe ben ik geboren? Waar gaat het in het leven om? Wat is de dood? Heeft het menselijke bestaan zin?" In tegenstelling tot de dieren "weet" de mens niet alleen hoe hij bepaalde dingen moet doen, maar hij WEET ook dat hij weet — hij wéét dat hij "kennis" bezit. Hij is zich van dit feit bewust. Hij heeft kennis van zichzelf, hij is zich bewust van zijn eigen bestaan als een uniek wezen.

De eigenschappen van intellect en karakter maken de mens tot Gods UNIEKE fysieke schepping. God heeft de mens enige van Zijn eigen kwaliteiten toebedeeld en Hij verwacht van hem dat hij zich naar het "beeld" van Gods volmaakte intellect en heilige karakter zal ontwikkelen!

Wat maakt het intellect van de mens zo uniek?

Vele dieren bezitten even grote of zelfs grotere hersenen dan de mens, en met een soortgelijke complexiteit van de hersenschors — maar geen ervan bezit het vermogen van intellect, logica, zelfkennis en creatie.

Waardoor krijgt het brein van de mens deze unieke vermogens?

En wat zal God na de dood en het volledig vergaan van het fysieke lichaam en brein gebruiken om een ieder individueel bij de opstanding opnieuw voort te brengen?

1. Aangezien er in de mens geen onsterfelijke ziel huist die hem in staat stelt na de dood gescheiden van zijn lichaam voort te leven (de mens is een STERFELIJKE ziel, weet u nog wel?), spreekt de Bijbel soms over een "geest des mensen, die IN hem is"? 1 Corinthiërs 2:9-14. Let speciaal op vers 11. Wordt hier duidelijk verschil gemaakt tussen deze geest "in" de mens en de heilige Geest van God? Zelfde verzen.

OPMERKING: Deze geest is niet de mens zelf, maar iets dat IN de mens is. Samen met het fysieke brein van de mens vormt deze geest het menselijk VERSTAND. Hij verleent aan de menselijke hersenen de unieke vermogens van intellect en persoonlijkheid — het vermogen rationeel te denken en besluiten te nemen gebaseerd op de vrije wil. Deze geest stelt ons in staat wiskunde, talen of filosofische kennis op te nemen.

Dat is echter alles. De geest IN de mens heeft zelf geen bewustzijn. Het is géén "onsterfelijke ziel". Deze geest maakt niet de "mens" uit.

Vanwege dit geestelijke bestanddeel gebruikt de Bijbel vaak het woord "geest" om er eenvoudigweg het denkvermogen, het intellect of de gezindheid van de mens mee aan te duiden. En blijkbaar zal God uit het patroon dat in deze geest ligt opgesloten (te vergelijken met een bandopname), bij de opstanding elke persoon met precies hetzelfde intellect, dezelfde persoonlijkheid en ongeveer hetzelfde uiterlijk herscheppen dat hij had toen hij stierf.

Hoe komt het dat u deze waarheid nog nooit eerder hebt gehoord? Eenvoudig omdat heel de wereld MISLEID is!

2. Kan het menselijk verstand — dat alleen deze menselijke geest des mensen bezit — de geestelijke dingen van God begrijpen? 1 Corinthiërs 2:11. Wat moet eraan worden toegevoegd voordat een mens geopenbaarde geestelijke kennis kan begrijpen? Zelfde vers.

OPMERKING: Geestelijke dingen kunnen niet met het oog gezien, met het oor gehoord of met de handen gevoeld worden. Het menselijke intellect dat alleen in staat is door middel van deze fysieke zintuigen kennis op te nemen, kan zonder de heilige Geest van God nooit geestelijke gedachten en principes werkelijk begrijpen. De grootste denkers en onderzoekers op filosofisch en wetenschappelijk gebied kunnen met hun natuurlijke intellect de GEESTELIJKE waarheden niet waarlijk opnemen en begrijpen.

Evenals het brein van een dier, zoals dat van een koe bijvoorbeeld, niets van menselijke zaken bevatten of begrijpen kan, staat het ook vast dat het menselijk verstand geen begrip voor geestelijke zaken op het goddelijke niveau heeft, tenzij en totdat het de heilige Geest ontvangen heeft! (De functie en het ontvangen van de heilige Geest zal in een toekomstige les behandeld worden.)

Oorsprong van de "grote leugen"

De waarheid over de "geest des mensen" is zó belangrijk dat Satan deze lang geleden al poogde te verdraaien. Hij verduisterde het verstand der mensen en bracht hen ertoe zijn "grote leugen" reeds in de dagen van Adam en Eva te geloven.

In de hof van Eden werd Eva door Satan misleid. Let op wat hier gebeurde:

1. Wat zei Satan tegen Eva? Genesis 3:4.

OPMERKING: Dit is de oorsprong van de leer van de "onsterfelijkheid van de ziel" die heden ten dage verkondigd wordt! Satan zei tegen Eva dat zij "de dood niet sterven" zou — met andere woorden, dat ze een "onsterfelijke ziel" bezat die eeuwig zou leven. Eva slikte deze leugen voetstoots!

2. Heeft Satan de GEHELE wereld verleid? Openbaring 12:9.

OPMERKING: De duivel heeft de gehele wereld op bijna alle punten van Gods Waarheid misleid! En vrijwel heel de wereld gelooft nu in de een of andere variatie van deze oude leugen. Miljoenen mensen zijn bedrogen en geloven in reïncarnatie als gevolg van de valse leer van een eeuwig levende ziel.

Satan heeft de wereld met een VALSE leer misleid — een leer die de waarheid over de "geest des mensen" verdraait. Met zijn sluw uitgedachte namaaksel heeft Satan de waarheid over de "geest des mensen" en de noodzaak van een opstanding der doden weggevaagd uit de gedachten van miljoenen mensen!

Alleen GOD is onsterfelijk!

We hebben duidelijk gezien dat de Bijbel geen onsterfelijkheid van de ziel leert. Maar wat leert de Bijbel dan wél over onsterfelijkheid? Laten we eens zien hoe de Bijbel de woorden "onsterfelijk" of "onverderfelijk" en "onsterfelijkheid" of "onverderfelijkheid" gebruikt.

1. Wie bezit er volgens 1 Timotheüs 6:15-16 onsterfelijkheid inherent in zichzelf — God of de mens?

2. Sla nu 1 Corinthiërs 15:53 en 54 eens op. Staat er in deze twee verzen dat de mens al onsterfelijk is? Wat moet de mens aandoen? Vers 53. Wanneer zal de mens met onsterfelijkheid "bekleed" worden? Vers 52. Gebeurt dit ten tijde van de opstanding? 1 Thessalonicenzen 4:16.

3. Wie heeft de mensheid bekend gemaakt met de manier waarop men eeuwig leven en onverderfelijkheid kan ontvangen? 2 Timotheüs 1:10. Laat dit vers niet duidelijk zien dat onverderfelijkheid of onsterfelijkheid iets is dat de mens nu nog niet bezit? Is het Evangelie dus ook het goede nieuws met betrekking tot hoe wij onsterfelijk kunnen worden? Zelfde vers.

4. Is onsterfelijkheid iets waarnaar gezocht moet worden? Romeinen 2:7. Is het eeuwige leven een genadegift die geschonken wordt aan hen die zoeken naar onsterfelijkheid? Zelfde vers en Romeinen 6:23.

5. Was David na zijn dood nog steeds in leven als een onsterfelijke ziel? Handelingen 2:29, 34. Zal David, de koning van Israël, opgewekt worden uit de doden? Jeremia 30:9.

Waarom een opstanding nodig is

Als de mens een onsterfelijke ziel in een stoffelijk lichaam was — en als de dood van het lichaam de ziel zou losmaken — dan zou een opstanding tot onsterfelijk leven overbodig zijn. Na de dood zou de mens gewoon doorleven. Maar alleen het feit dat de Bijbel de opstanding der doden leert, is eens te meer een bewijs dat de mens geen onsterfelijke ziel bezit!

1. Indien Christus niet uit de doden was opgewekt, zou het geloof in een toekomstig leven door een opstanding dan geheel tevergeefs zijn? 1 Corinthiërs 15:14-17. Indien er geen opstanding zal plaatsvinden, zijn degenen die in Christus ontslapen zijn dan voor eeuwig verloren? Vers 18.

2. Heeft Christus evenwel de waarschuwing gegeven dat hij die zich niet wil bekeren, zál vergaan? Johannes 3:16 en Lukas 13:3, 5. Als de mens een onsterfelijke ziel was, zou hij dan wel kunnen "vergaan"? (Kijk maar eens in een woordenboek. Het woord "vergaan" of "verderven" betekent ten onder gaan, VERNIETIGD worden.)

3. Wie zullen de stem van de Zoon Gods hóren bij de opstanding? Johannes 5:25. Zullen zij dan "opstaan"? 1 Thessalonicenzen 4:16.

OPMERKING: Doden kunnen niet "horen" tenzij zij eerst weer tot LEVEN gebracht zijn! Door de gehele Bijbel heen worden de doden beschreven als slapend in hun graf en wachtend op de dag der opstanding. Let op de woorden van Jezus toen Hij de dood van Lazarus, de broer van Maria en Martha, beschreef:

"Lazarus, onze vriend, is ingeslapen, maar Ik ga daarheen om hem uit de slaap te wekken. De discipelen zeiden dan tot Hem: Heer, als hij slaapt, zal hij herstellen. Doch Jezus had het bedoeld van zijn dood; zij echter meenden, dat Hij het van de rust van de slaap bedoelde. Toen zeide Jezus ronduit tot hen: Lazarus is gestorven" (Johannes 11:11-14, N. Vert.).

De dood wordt voorgesteld als een slaap. Evenals de slaap is de dood een toestand waarin men buiten bewustzijn is en waaruit men "opgewekt" zal worden! Let op het duidelijke schriftuurlijke bewijs daarvan:

"En velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken" (Daniël 12:2). "En de graven werden geopend, en vele lichamen der heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt" (Mattheüs 27:52). "Wanneer uw dagen zullen vervuld zijn," zei God tegen David, "en gij met uw vaderen zult ontslapen zijn ..." (2 Samuël 7:12).

Tientallen keren wordt de dood in de Bijbel als een slaap beschreven wanneer het gaat over de koningen van Israël en Juda! "David ontsliep met zijn vaderen ..." (1 Koningen 2:10). Let erop dat er niet staat: "het lichaam ontsliep, terwijl de ziel bij bewustzijn bleef". Er staat onomwonden: "David ontsliep". De bewuste persoon, David, "ontsliep" in de dood!

In de volgende verzen wordt dezelfde uitdrukking gebezigd om de dood te beschrijven. Sla elk ervan op en overtuig uzelf ervan dat de dood met een slaap vergeleken wordt: 1 Koningen 11:21, 43; 14:20, 31; 15:8, 24; 16:6, 28; 22:40, 51; 2 Koningen 8:24; 10:35; 13:9, 13; 14:16, 22, 29; 15:7, 22, 38; 16:20; 20:21; 21:18; 24:6; 2 Kronieken 9:31; 12:16; 14:1; 16:13; 21:1; 26:2; 27:9; 28:27; 32:33 en 33:20.

Dit is beslist wel afdoende bewijs dat de doden geen bewustzijn hebben — dat zij geen "onsterfelijke ziel" bezitten die bij bewustzijn is!

De mens zal geest WORDEN

1. Job stelde eens de vraag: "Als een man gestorven is, zal hij weer leven?" Wat was Jobs antwoord op zijn eigen vraag? Job 14:14. Over welke verandering sprak Job en wanneer zal die plaatsvinden? 1 Corinthiërs 15:51-53.

2. Hoe zullen Job, David en allen in de opstanding eruitzien? Zullen ze in feite Gods "beeld" aangenomen hebben, er volledig mee doortrokken zijn? Psalm 17:15, laatste gedeelte. Is God een geest? Johannes 4:24. Zullen zij dan ook uit geest bestaan? 1 Corinthiërs 15:42-49. Vergelijk dit eens met 1 Johannes 3:2.

3. Waarom mochten Adam en Eva niet van de vrucht van de "boom des [eeuwigen] levens" eten nadat zij gezondigd hadden? Genesis 3:22-24, vooral het laatste gedeelte van vers 22.

OPMERKING: Adam en Eva hadden uiteindelijk eeuwig leven kunnen verkrijgen en geestelijke wezens kunnen worden door van de vrucht van de "boom des levens" te eten. Dit toont aan dat zij nog geen inherente onsterfelijkheid bezaten!

De "boom des levens" symboliseerde de heilige Geest — de weg naar eeuwig leven. Adam werd niet volmaakt geschapen. Hij werd geschapen met een behoefte aan de heilige Geest van God om voor eeuwig te kunnen leven. Als Adam van de vrucht van die boom had gegeten in plaats van van de vrucht van de verboden boom, dan zou hij de heilige Geest (het leven van God zelf) ontvangen hebben en niet gestorven zijn!

Adam moest echter kiezen of hij de genadegift van de heilige Geest al dan niet wilde aannemen. Hij verkoos (1 Timotheüs 2:14, eerste gedeelte) door ongehoorzaamheid aan God, de heilige Geest niet te ontvangen en hem werd bijgevolg de toegang tot de boom des levens ontzegd! Ook dit is weer een bewijs dat niemand eeuwig leven inherent in zichzelf heeft.

Wanneer verwachtte Paulus met Christus te zijn?

Sommige mensen die geloven dat een christen een onsterfelijke ziel heeft, voeren Filippensen 1:23-24 als bewijs aan. Doen deze verzen alle duidelijke teksten die we bestudeerd hebben teniet? Laten we eens zien wat Paulus bedoelde.

1. Leefde bij Paulus het verlangen om met Christus te zijn? Filippenzen 1:23.

OPMERKING: Alle christenen zouden hetzelfde verlangen moeten hebben. Maar vermeldt dit vers wanneer Paulus met Christus zou zijn? Nee! Sommige mensen willen echter bepaalde gedachten in dit vers leggen! Laten we eens zien wannéér Paulus met Christus dacht te zijn.

2. Verwachtte Paulus iets van Christus te ontvangen wanneer hij Hem zou ontmoeten? 2 Timotheüs 4:6?8. En wanneer zou dat zijn — zou het op het tijdstip zijn dat Jezus wederkomt en alle heiligen opgewekt worden? Vers 8. Let op de woorden "in die dag".

3. Zal Christus, wanneer Hij terugkomt Zijn loon meebrengen? Jesaja 40:10; Openbaring 22:12. Wanneer zullen alle (zowel de dode als de levende) christenen "de Heer tegemoet" gaan? 1 Thessalonicenzen 4:16?17.

OPMERKING: Zij die gestorven zijn en in hun graf liggen zijn zich van niets bewust; zij weten niet hoeveel tijd er voorbij gegaan is. Op het moment dat zij weer bewustzijn hebben, is het tijdstip van de opstanding gekomen!

Wanneer?

Ten tijde van Christus' wederkomst! (2 Corinthiërs 5:10.) Op dat tijdstip verwachtte Paulus loon naar werken te ontvangen en met Christus te zijn. Wij zullen bij de wederkomst van Christus geoordeeld worden (2 Timotheüs 4:1) — bij de opstanding der doden — de ontzagwekkende gebeurtenis waar iedere echte christen met verlangen naar uitziet!

"Lichaam, geest en ziel"

Er zijn ook mensen die beweren dat de mens een "lichaam, geest en ziel" is. Maar welke van de twee — de ziel of de geest — nu onsterfelijk is, schijnen zelfs zij nooit geheel zeker te weten! Laten we deze uitdrukking eens bekijken.

1. Wat openbaart de Bijbel over "lichaam, geest en ziel"? 1 Thessalonicenzen 5:23. Levert dit vers het bewijs voor de "onsterfelijkheid van de ziel"? Natuurlijk niet! Het is niet in strijd met alle duidelijke verzen die we al bestudeerd hebben (Johannes 10:35).

OPMERKING: Hier verwees Paulus naar het VERSTAND in de mens toen hij het woord "geest" bezigde, naar het FYSIEKE LEVEN toen hij het woord "ziel" schreef en naar het VLEES toen hij het woord "lichaam" gebruikte.

Wat kan men ertegen hebben als men zijn gehele verstand, zijn leven en zijn lichaam onberispelijk bewaart — behoedt voor de straf op de zonde — in afwachting van de komst van Christus? (Zie ook 2 Corinthiërs 7:1.) Niets toch! Dat is iets waar we allemaal vurig naar dienen te verlangen!

Wat is de Bijbel toch duidelijk! De mens is STERFELIJK, vergankelijk vlees — organische materie met een tijdelijk leven. Er is geen eeuwig leven inherent in hem — hij heeft geen "onsterfelijke ziel"! Hij is een fysiek, vleselijk schepsel, bestemd om te sterven en tot stof weder te keren en stof te blíjven — ware het niet dat de Almachtige tussenbeide komt.

Maar God heeft Zijn Zoon gezonden om het ons mogelijk te maken de GIFT van onsterfelijkheid en eeuwig leven te ontvangen bij de opstanding uit de doden! Zult u die fantastische gift in ontvangst kunnen nemen?

In een der eerstvolgende lessen zullen wij de beloften en de grote beloning behandelen die God de gehele mensheid aanbiedt.

Deze "historische" lessen worden u in deze vorm als dienstverlening gratis ter beschikking gesteld door de Kerk van de Grote God.

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)