Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Hebreeën 2         Hebreeën 4 >>

Hebreeën 3

3:1  Hierom, heilige broeders, die der hemelse roeping deelachtig zijt, aanmerkt den Apostel en Hogepriester onzer belijdenis, Christus Jezus; Literatuur:

3:2  Die getrouw is Dengene, Die Hem gesteld heeft, gelijk ook Mozes in geheel zijn huis was. Literatuur:

3:3  Want Deze is zoveel meerder heerlijkheid waardig geacht dan Mozes, als degene, die het huis gebouwd heeft, meerder eer heeft, dan het huis. Literatuur:

3:4  Want een ieder huis wordt van iemand gebouwd; maar Die dit alles gebouwd heeft, is God.

3:5  En Mozes is wel getrouw geweest in geheel zijn huis, als een dienaar, tot getuiging der dingen, die daarna gesproken zouden worden;

3:6  Maar Christus, als de Zoon over Zijn eigen huis; Wiens huis wij zijn, indien wij maar de vrijmoedigheid en den roem der hoop tot het einde toe vast behouden. Literatuur:

3:7  Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij Zijn stem hoort,

3:8  Zo verhardt uw harten niet, gelijk het geschied is in de verbittering, ten dage der verzoeking, in de woestijn; Literatuur:

3:9  Alwaar Mij uw vaders verzocht hebben; zij hebben Mij beproefd, en hebben Mijn werken gezien, veertig jaren lang. Literatuur:

3:10  Daarom was Ik vertoornd over dat geslacht, en sprak: Altijd dwalen zij met het hart, en zij hebben Mijn wegen niet gekend. Literatuur:

3:11  Zo heb Ik dan gezworen in Mijn toorn; Indien zij in Mijn rust zullen ingaan! Literatuur:

3:12  Ziet toe, broeders, dat niet te eniger tijd in iemand van u zij een boos, ongelovig hart, om af te wijken van den levenden God; Literatuur:

3:13  Maar vermaant elkander te allen dage, zolang als het heden genaamd wordt, opdat niet iemand uit u verhard worde door de verleiding der zonde. Literatuur:

3:14  Want wij zijn Christus deelachtig geworden, zo wij anders het beginsel van dezen vasten grond tot het einde toe vast behouden; Literatuur:

3:15  Terwijl er gezegd wordt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet, gelijk in de verbittering geschied is. Literatuur:

3:16  Want sommigen, als zij die gehoord hadden, hebben Hem verbitterd, doch niet allen, die uit Egypte door Mozes uitgegaan zijn. Literatuur:

3:17  Over welke nu is Hij vertoornd geweest veertig jaren? Was het niet over degenen, die gezondigd hadden, welker lichamen gevallen zijn in de woestijn? Literatuur:

3:18  En welken heeft Hij gezworen, dat zij in Zijn rust niet zouden ingaan, anders dan dengenen, die ongehoorzaam geweest waren? Literatuur:

3:19  En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof. Literatuur:

<< Hebreeën 2         Hebreeën 4 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)