Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Genesis 3         Genesis 5 >>

2 TimotheĆ¼s 4

4:1  Ik betuig dan voor God en den Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk: Literatuur:

4:2  Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer. Literatuur:

4:3  Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden; Literatuur:

4:4  En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen. Literatuur:

4:5  Maar gij, wees wakker in alles, lijd verdrukkingen; doe het werk van een evangelist, maak, dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij. Literatuur:

4:6  Want ik word nu tot een drankoffer geofferd, en de tijd mijner ontbinding is aanstaande. Literatuur:

4:7  Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geeindigd, ik heb het geloof behouden; Literatuur:


Bijbelstudies
Christen zijn is een levenswijze  (2)

4:8  Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben. Literatuur:

4:9  Benaarstig u haastelijk tot mij te komen. Literatuur:

4:10  Want Demas heeft mij verlaten, hebbende de tegenwoordige wereld liefgekregen, en is naar Thessalonica gereisd; Krescens naar Galatie, Titus naar Dalmatie. Literatuur:

4:11  Lukas is alleen met mij. Neem Markus mede, en breng hem met u; want hij is mij zeer nut tot den dienst. Literatuur:

4:12  Maar Tychikus heb ik naar Efeze gezonden.

4:13  Breng den reismantel mede, dien ik te Troas bij Karpus gelaten heb, als gij komt, en de boeken, inzonderheid de perkamenten.

4:14  Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaads betoond; de Heere vergelde hem naar zijn werken.

4:15  Van welken wacht gij u ook, want hij heeft onze woorden zeer tegengestaan.

4:16  In mijn eerste verantwoording is niemand bij mij geweest, maar zij hebben mij allen verlaten. Het worde hun niet toegerekend.

4:17  Maar de Heere heeft mij bijgestaan, en heeft mij bekrachtigd; opdat men door mij ten volle zou verzekerd zijn van de prediking, en alle heidenen dezelve zouden horen. En ik ben uit den muil des leeuws verlost.

4:18  En de Heere zal mij verlossen van alle boos werk, en bewaren tot Zijn hemels Koninkrijk; Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

4:19  Groet Priska en Aquila, en het huis van Onesiforus.

4:20  Erastus is te Korinthe gebleven; en Trofimus heb ik te Milete krank gelaten.

4:21  Benaarstig u, om voor den winter te komen. U groet Eubulus, en Pudens, en Linus, en Klaudia, en al de broeders.

4:22  De Heere Jezus Christus zij met uw geest. De genade zij met ulieden. Amen.<De tweede brief aan Timotheus, aangesteld als eerste opziener van de Gemeente van Efeze, werd uit Rome geschreven, toen Paulus voor de tweede keer voorgeleid werd voor Nero.>

<< Genesis 3         Genesis 5 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)