Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Colossenzen 4         1 Thessalonicenzen 2 >>

1 Thessalonicenzen 1

1:1  Paulus, en Silvanus, en Timotheus, aan de Gemeente der Thessalonicensen, welke is in God den Vader, en den Heere Jezus Christus: genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus. Literatuur:

1:2  Wij danken God altijd over u allen, uwer gedachtig zijnde in onze gebeden;

1:3  Zonder ophouden gedenkende het werk uws geloofs, en den arbeid der liefde, en de verdraagzaamheid der hoop op onzen Heere Jezus Christus, voor onzen God en Vader;

1:4  Wetende, geliefde broeders, uw verkiezing van God;

1:5  Want ons Evangelie is onder u niet alleen in woorden geweest, maar ook in kracht, en in den Heiligen Geest, en in vele verzekerdheid; gelijk gij weet, hoedanigen wij onder u geweest zijn om uwentwil.

1:6  En gij zijt onze navolgers geworden, en des Heeren, het Woord aangenomen hebbende in vele verdrukking, met blijdschap des Heiligen Geestes; Literatuur:

1:7  Alzo dat gij voorbeelden geworden zijt al den gelovigen in Macedonie en Achaje.

1:8  Want van u is het Woord des Heeren luidbaar geworden niet alleen in Macedonie en Achaje; maar ook in alle plaatsen is uw geloof, dat gij op God hebt, uitgegaan, zodat wij niet van node hebben, iets daarvan te spreken. Literatuur:

1:9  Want zijzelven verkondigen van ons, hoedanigen ingang wij tot u hebben, en hoe gij tot God bekeerd zijt van de afgoden, om den levenden en waarachtigen God te dienen; Literatuur:

1:10  En Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Denwelken Hij uit de doden verwekt heeft, namelijk Jezus, Die ons verlost van den toekomenden toorn.

<< Colossenzen 4         1 Thessalonicenzen 2 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)