Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Genesis 6         Genesis 8 >>

Johannes 7

7:1  En na dezen wandelde Jezus in Galilea; want Hij wilde in Judea niet wandelen, omdat de Joden Hem zochten te doden. Literatuur:


Boekjes
Het gereedmaken van de bruid  

Preken
Ziet U God?  (2)

7:2  En het feest der Joden, namelijk de loof huttenzetting, was nabij. Literatuur:

7:3  Zo zeiden dan Zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier, en ga heen in Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken mogen aanschouwen, die Gij doet. Literatuur:

7:4  Want niemand doet iets in het verborgen, en zoekt zelf, dat men openlijk van hem spreke. Indien Gij deze dingen doet, zo openbaar Uzelven aan de wereld. Literatuur:

7:5  Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem. Literatuur:


Boekjes
Het gereedmaken van de bruid  

Preken
Ziet U God?  

7:6  Jezus dan zeide tot hen: Mijn tijd is nog niet hier, maar uw tijd is altijd bereid. Literatuur:

7:7  De wereld kan ulieden niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van dezelve getuig, dat haar werken boos zijn. Literatuur:

7:8  Gaat gijlieden op tot dit feest; Ik ga nog niet op tot dit feest; want Mijn tijd is nog niet vervuld. Literatuur:

7:9  En als Hij deze dingen tot hen gezegd had, bleef Hij in Galilea. Literatuur:

7:10  Maar als Zijn broeders opgegaan waren, toen ging Hij ook Zelf op tot het feest, niet openlijk, maar als in het verborgen. Literatuur:

7:11  De Joden dan zochten Hem in het feest, en zeiden: Waar is Hij? Literatuur:

7:12  En er was veel gemurmels van Hem onder de scharen. Sommigen zeiden: Hij is goed; en anderen zeiden: Neen, maar Hij verleidt de schare. Literatuur:


Boekjes
Het gereedmaken van de bruid  

Preken
Ziet U God?  

7:13  Nochtans sprak niemand vrijmoediglijk van Hem, om de vrees der Joden. Literatuur:

7:14  Doch als het nu in het midden van het feest was, zo ging Jezus op in den tempel, en leerde. Literatuur:

7:15  En de Joden verwonderden zich, zeggende: Hoe weet Deze de Schriften, daar Hij ze niet geleerd heeft? Literatuur:

7:16  Jezus antwoordde hun, en zeide: Mijn leer is Mijne niet, maar Desgenen, Die Mij gezonden heeft. Literatuur:

7:17  Zo iemand wil Deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen, of zij uit God is, dan of Ik van Mijzelven spreek. Literatuur:

7:18  Die van zichzelven spreekt, zoekt zijn eigen eer; maar Die de eer zoekt Desgenen, Die Hem gezonden heeft, Die is waarachtig, en geen ongerechtigheid is in Hem. Literatuur:

7:19  Heeft Mozes u niet de wet gegeven? En niemand van u doet de wet. Wat zoekt gij Mij te doden? Literatuur:

7:20  De schare antwoordde en zeide: Gij hebt den duivel; wie zoekt U te doden? Literatuur:


Boekjes
Het gereedmaken van de bruid  

Artikelen
Het tweede gebod  

Preken
Ziet U God?  

7:21  Jezus antwoordde en zeide tot hen: Een werk heb Ik gedaan, en gij verwondert u allen. Literatuur:

7:22  Daarom heeft Mozes ulieden de besnijdenis gegeven (niet dat zij uit Mozes is, maar uit de vaderen), en gij besnijdt een mens op den sabbat. Literatuur:

7:23  Indien een mens de besnijdenis ontvangt op den sabbat, opdat de wet van Mozes niet gebroken worde; zijt gij toornig op Mij, dat Ik een gehelen mens gezond gemaakt heb op den sabbat? Literatuur:

7:24  Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel. Literatuur:

7:25  Sommigen dan uit die van Jeruzalem zeiden: Is Deze niet, Dien zij zoeken te doden? Literatuur:

7:26  En ziet, Hij spreekt vrijmoediglijk, en zij zeggen Hem niets. Zouden nu wel de oversten waarlijk weten, dat Deze waarlijk is de Christus? Literatuur:

7:27  Doch van Dezen weten wij, van waar Hij is; maar de Christus, wanneer Hij komen zal, zo zal niemand weten, van waar Hij is. Literatuur:

7:28  Jezus dan riep in den tempel, lerende en zeggende: En gij kent Mij, en gij weet, van waar Ik ben; en Ik ben van Mijzelven niet gekomen, maar Hij is waarachtig, Die Mij gezonden heeft, Welken gijlieden niet kent. Literatuur:

7:29  Maar Ik ken Hem; want Ik ben van Hem, en Hij heeft Mij gezonden. Literatuur:

7:30  Zij zochten Hem dan te grijpen; maar niemand sloeg de hand aan Hem; want Zijn ure was nog niet gekomen. Literatuur:

7:31  En velen uit de schare geloofden in Hem, en zeiden: Wanneer de Christus zal gekomen zijn, zal Hij ook meer tekenen doen dan die, welke Deze gedaan heeft? Literatuur:

7:32  De Farizeen hoorden, dat de schare dit van Hem murmelde; en de Farizeen en de overpriesters zonden dienaren, opdat zij Hem grijpen zouden. Literatuur:

7:33  Jezus dan zeide tot hen: Nog een kleinen tijd ben Ik bij u, en Ik ga heen tot Dengene, Die Mij gezonden heeft. Literatuur:

7:34  Gij zult Mij zoeken, en gij zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen. Literatuur:

7:35  De Joden dan zeiden tot elkander: Waar zal Deze heengaan, dat wij Hem niet zullen vinden? Zal Hij tot de verstrooide Grieken gaan, en de Grieken leren? Literatuur:

7:36  Wat is dit voor een rede, die Hij gezegd heeft: Gij zult Mij zoeken, en zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen? Literatuur:

7:37  En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Literatuur:

7:38  Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien. Literatuur:

7:39  (En dit zeide Hij van den Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was.) Literatuur:

7:40  Velen dan uit de schare, deze rede horende, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet. Literatuur:


Preken
Ziet U God?  

7:41  Anderen zeiden: Deze is de Christus. En anderen zeiden: Zal dan de Christus uit Galilea komen? Literatuur:


Preken
Ziet U God?  

7:42  Zegt de Schrift niet, dat de Christus komen zal uit den zade Davids, en van het vlek Bethlehem, waar David was? Literatuur:


Preken
Ziet U God?  

7:43  Er werd dan tweedracht onder de schare, om Zijnentwil. Literatuur:


Preken
Ziet U God?  

7:44  En sommigen van hen wilden Hem grijpen; maar niemand sloeg de handen aan Hem. Literatuur:


Preken
Ziet U God?  

7:45  De dienaars dan kwamen tot de overpriesters en Farizeen; en die zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet gebracht?

7:46  De dienaars antwoordden: Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens.

7:47  De Farizeen dan antwoordden hun: Zijt ook gijlieden verleid?

7:48  Heeft iemand uit de oversten in Hem geloofd, of uit de Farizeen?

7:49  Maar deze schare, die de wet niet weet, is vervloekt.

7:50  Nicodemus zeide tot hen, welke des nachts tot Hem gekomen was, zijnde een uit hen:

7:51  Oordeelt ook onze wet den mens, tenzij dat zij eerst van hem gehoord heeft, en verstaat, wat hij doet?

7:52  Zij antwoordden en zeiden tot hem: Zijt gij ook uit Galilea? Onderzoek en zie, dat uit Galilea geen profeet opgestaan is.

7:53  En een iegelijk ging heen naar zijn huis.

<< Genesis 6         Genesis 8 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)