Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Genesis 21         Genesis 23 >>

Lukas 22

22:1  En het feest der ongehevelde broden, genaamd pascha, was nabij. Literatuur:


Preken
Pascha (Deel 10)  (2)

22:2  En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem ombrengen zouden; want zij vreesden het volk.

22:3  En de satan voer in Judas, die toegenaamd was Iskariot, zijnde uit het getal der twaalven.

22:4  En hij ging heen en sprak met de overpriesters en de hoofdmannen, hoe hij Hem hun zou overleveren.

22:5  En zij waren verblijd, en zijn het eens geworden, dat zij hem geld geven zouden.

22:6  En hij beloofde het, en zocht gelegenheid, om Hem hun over te leveren, zonder oproer.

22:7  En de dag der ongehevelde broden kwam, op denwelken het pascha moest geslacht worden. Literatuur:


Artikelen
Aftellen naar Pinksteren 2001  

Preken
Pascha (Deel 10)  (4)

22:8  En Hij zond Petrus en Johannes uit, zeggende: Gaat heen, en bereidt ons het pascha, opdat wij het eten mogen. Literatuur:

22:9  En zij zeiden tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij het bereiden? Literatuur:


Preken
Pascha (Deel 3)  

22:10  En Hij zeide tot hen: Ziet, als gij in de stad zult gekomen zijn, zo zal u een mens ontmoeten, dragende een kruik waters; volgt hem in het huis, daar hij ingaat. Literatuur:


Preken
Pascha (Deel 3)  

22:11  En gij zult zeggen tot den huisvader van dat huis: De Meester zegt u: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal? Literatuur:


Preken
Pascha (Deel 3)  

22:12  En hij zal u een grote toegeruste opperzaal wijzen, bereidt het aldaar.

22:13  En zij, heengaande, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha. Literatuur:

22:14  En als de ure gekomen was, zat Hij aan, en de twaalf apostelen met Hem. Literatuur:

22:15  En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde; Literatuur:

22:16  Want Ik zeg u, dat Ik niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods. Literatuur:

22:17  En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: Neemt dezen, en deelt hem onder ulieden. Literatuur:

22:18  Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijnstoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn. Literatuur:

22:19  En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Literatuur:

22:20  Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt. Literatuur:

22:21  Doch ziet, de hand desgenen, die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel.

22:22  En de Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk besloten is; doch wee dien mens, door welken Hij verraden wordt!

22:23  En zij begonnen onder elkander te vragen, wie van hen het toch mocht zijn, die dat doen zou.

22:24  En er werd ook twisting onder hen, wie van hen scheen de meeste te zijn. Literatuur:

22:25  En Hij zeide tot hen: De koningen der volken heersen over hen; en die macht over hen hebben, worden weldadige heren genaamd. Literatuur:

22:26  Doch gij niet alzo; maar de meeste onder u, die zij gelijk de minste, en die voorganger is, als een die dient. Literatuur:

22:27  Want wie is meerder, die aanzit, of die dient? Is het niet die aanzit? Maar Ik ben in het midden van u, als een die dient. Literatuur:

22:28  En gij zijt degenen, die met Mij steeds gebleven zijt in Mijn verzoekingen. Literatuur:

22:29  En Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft; Literatuur:

22:30  Opdat gij eet en drinkt aan Mijn tafel in Mijn Koninkrijk, en zit op tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels. Literatuur:

22:31  En de Heere zeide: Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe; Literatuur:

22:32  Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders. Literatuur:

22:33  En hij zeide tot Hem: Heere, ik ben bereid, met U ook in de gevangenis en in den dood te gaan. Literatuur:

22:34  Maar Hij zeide: Ik zeg u, Petrus, de haan zal heden niet kraaien, eer gij driemaal zult verloochend hebben, dat gij Mij kent. Literatuur:

22:35  En Hij zeide tot hen: Als Ik u uitzond, zonder buidel, en male, en schoenen, heeft u ook iets ontbroken? En zij zeiden: Niets. Literatuur:

22:36  Hij zeide dan tot hen: Maar nu, wie een buidel heeft, die neme hem, desgelijks ook een male; en die geen heeft, die verkope zijn kleed, en kope een zwaard. Literatuur:

22:37  Want Ik zeg u, dat nog dit, hetwelk geschreven is, in Mij moet volbracht worden, namelijk: En Hij is met de misdadigen gerekend. Want ook die dingen, die van Mij geschreven zijn, hebben een einde. Literatuur:

22:38  En zij zeiden: Heere! zie hier twee zwaarden. En Hij zeide tot hen: Het is genoeg. Literatuur:

22:39  En uitgaande, vertrok Hij, gelijk Hij gewoon was, naar den Olijfberg; en Hem volgden ook Zijn discipelen. Literatuur:

22:40  En als Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt. Literatuur:

22:41  En Hij scheidde Zich van hen af, omtrent een steenworp; en knielde neder en bad, Literatuur:

22:42  Zeggende: Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen, doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede. Literatuur:

22:43  En van Hem werd gezien een engel uit den hemel, die Hem versterkte. Literatuur:

22:44  En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen. Literatuur:

22:45  En als Hij van het gebed opgestaan was, kwam Hij tot Zijn discipelen, en vond hen slapende van droefheid. Literatuur:

22:46  En Hij zeide tot hen: Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt. Literatuur:

22:47  En als Hij nog sprak, ziet daar een schare; en een van de twaalven, die genaamd was Judas, ging hun voor, en kwam bij Jezus, om Hem te kussen. Literatuur:

22:48  En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij den Zoon des mensen met een kus? Literatuur:

22:49  En die bij Hem waren, ziende, wat er geschieden zou, zeiden tot Hem: Heere, zullen wij met het zwaard slaan? Literatuur:

22:50  En een uit hen sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn rechteroor af. Literatuur:

22:51  En Jezus, antwoordende, zeide: Laat hen tot hiertoe geworden; en raakte zijn oor aan, en heelde hem. Literatuur:

22:52  En Jezus zeide tot de overpriesters, en de hoofdmannen des tempels, en ouderlingen, die tegen Hem gekomen waren: Zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken als tegen een moordenaar? Literatuur:

22:53  Als Ik dagelijks met u was in den tempel, zo hebt gij de handen tegen Mij niet uitgestoken; maar dit is uw ure, en de macht der duisternis. Literatuur:

22:54  En zij grepen Hem en leidden Hem weg, en brachten Hem in het huis des hogepriesters. En Petrus volgde van verre. Literatuur:

22:55  En als zij vuur ontstoken hadden in het midden van de zaal, en zij te zamen nederzaten, zat Petrus in het midden van hen. Literatuur:

22:56  En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem. Literatuur:

22:57  Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet. Literatuur:

22:58  En kort daarna een ander, hem ziende, zeide: Ook gij zijt van die. Maar Petrus zeide: Mens, ik ben niet. Literatuur:

22:59  En als het omtrent een uur geleden was, bevestigde dat een ander, zeggende: In der waarheid, ook deze was met Hem; want hij is ook een Galileer. Literatuur:

22:60  Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt. En terstond, als hij nog sprak, kraaide de haan. Literatuur:

22:61  En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. Literatuur:

22:62  En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk. Literatuur:

22:63  En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen Hem. Literatuur:

22:64  En als zij Hem overdekt hadden, sloegen zij Hem op het aangezicht, en vraagden Hem, zeggende: Profeteer, wie het is, die U geslagen heeft? Literatuur:

22:65  En vele andere dingen zeiden zij tegen Hem, lasterende. Literatuur:

22:66  En als het dag geworden was, vergaderden de ouderlingen des volks, en de overpriesters en Schriftgeleerden, en brachten Hem in hun raad,

22:67  Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven; Literatuur:

22:68  En indien Ik ook vraag, gij zult Mij niet antwoorden, of loslaten; Literatuur:

22:69  Van nu aan zal de Zoon des mensen gezeten zijn aan de rechter hand der kracht Gods. Literatuur:

22:70  En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon Gods? En Hij zeide tot hen: Gij zegt, dat Ik het ben. Literatuur:

22:71  En zij zeiden: Wat hebben wij nog getuigenis van node? Want wij zelven hebben het uit Zijn mond gehoord. Literatuur:

<< Genesis 21         Genesis 23 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)