Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Genesis 24         Genesis 26 >>

Mattheüs 25

25:1  Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, den bruidegom tegemoet. Literatuur:

25:2  En vijf van haar waren wijzen, en vijf waren dwazen. Literatuur:

25:3  Die dwaas waren, haar lampen nemende, namen geen olie met zich. Literatuur:

25:4  Maar de wijzen namen olie in haar vaten, met haar lampen. Literatuur:

25:5  Als nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in slaap. Literatuur:

25:6  En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet! Literatuur:

25:7  Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen. Literatuur:

25:8  En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit. Literatuur:

25:9  Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelven. Literatuur:

25:10  Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. Literatuur:

25:11  Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open! Literatuur:

25:12  En hij, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet. Literatuur:

25:13  Zo waakt dan; want gij weet den dag niet, noch de ure, in dewelke de Zoon des mensen komen zal. Literatuur:

25:14  Want het is gelijk een mens, die buiten ''s lands reizende, zijn dienstknechten riep, en gaf hun zijn goederen over. Literatuur:

25:15  En den ene gaf hij vijf talenten, en den ander twee, en den derden een, een iegelijk naar zijn vermogen, en verreisde terstond. Literatuur:

25:16  Die nu de vijf talenten ontvangen had, ging heen, en handelde daarmede, en won andere vijf talenten. Literatuur:

25:17  Desgelijks ook die de twee ontvangen had, die won ook andere twee. Literatuur:

25:18  Maar die het ene ontvangen had, ging heen en groef in de aarde, en verborg het geld zijns heren. Literatuur:

25:19  En na een langen tijd kwam de heer van dezelve dienstknechten, en hield rekening met hen. Literatuur:

25:20  En die de vijf talenten ontvangen had, kwam, en bracht tot hem andere vijf talenten, zeggende: Heer, vijf talenten hebt gij mij gegeven; zie, andere vijf talenten heb ik boven dezelve gewonnen. Literatuur:

25:21  En zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht! over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heeren. Literatuur:

25:22  En die de twee talenten ontvangen had, kwam ook tot hem, en zeide: Heer, twee talenten hebt gij mij gegeven; zie, twee andere talenten heb ik boven dezelve gewonnen. Literatuur:

25:23  Zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heeren. Literatuur:

25:24  Maar die het ene talent ontvangen had, kwam ook en zeide: Heer! ik kende u, dat gij een hard mens zijt, maaiende, waar gij niet gezaaid hebt, en vergaderende van daar, waar gij niet gestrooid hebt; Literatuur:

25:25  En bevreesd zijnde, ben ik heengegaan, en heb uw talent verborgen in de aarde; zie, gij hebt het uwe. Literatuur:

25:26  Maar zijn heer, antwoordende, zeide tot hem: Gij boze en luie dienstknecht! gij wist, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb, en van daar vergader, waar ik niet gestrooid heb. Literatuur:

25:27  Zo moest gij dan mijn geld den wisselaren gedaan hebben, en ik, komende, zou het mijne wedergenomen hebben met woeker. Literatuur:

25:28  Neemt dan van hem het talent weg, en geeft het dengene, die de tien talenten heeft. Literatuur:

25:29  Want een iegelijk die heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van dengene, die niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft. Literatuur:

25:30  En werpt den onnutten dienstknecht uit in de buitenste duisternis; daar zal wening zijn en knersing der tanden. Literatuur:

25:31  En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op den troon Zijner heerlijkheid. Literatuur:

25:32  En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt. Literatuur:

25:33  En Hij zal de schapen tot Zijn rechter hand zetten, maar de bokken tot Zijn linker hand. Literatuur:

25:34  Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechter hand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beerft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld. Literatuur:

25:35  Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd. Literatuur:

25:36  Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen. Literatuur:

25:37  Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heere! wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven? Literatuur:

25:38  En wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt en gekleed? Literatuur:

25:39  En wanneer hebben wij U krank gezien, of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen? Literatuur:

25:40  En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan. Literatuur:

25:41  Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker hand zijn: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is. Literatuur:

25:42  Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij niet te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; Literatuur:

25:43  Ik was een vreemdeling; en gij hebt Mij niet geherbergd; naakt, en gij hebt Mij niet gekleed; krank, en in de gevangenis, en gij hebt Mij niet bezocht. Literatuur:

25:44  Dan zullen ook dezen Hem antwoorden, zeggende: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of een vreemdeling, of naakt, of krank, of in de gevangenis, en hebben U niet gediend? Literatuur:

25:45  Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze minsten niet gedaan hebt, zo hebt gij het Mij ook niet gedaan. Literatuur:

25:46  En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven. Literatuur:

<< Genesis 24         Genesis 26 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)