Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Genesis 1         Genesis 3 >>

Jona 2

2:1  En Jona bad tot den HEERE, zijn God, uit het ingewand van den vis.

2:2  En hij zeide: Ik riep uit mijn benauwdheid tot den HEERE, en Hij antwoordde mij; uit den buik des grafs schreide ik, en Gij hoordet mijn stem. Literatuur:

2:3  Want Gij hadt mij geworpen in de diepte, in het hart der zeeen, en de stroom omving mij; al Uw baren en Uw golven gingen over mij henen.

2:4  En ik zeide: Ik ben uitgestoten van voor Uw ogen; nochtans zal ik den tempel Uwer heiligheid weder aanschouwen.

2:5  De wateren hadden mij omgeven tot de ziel toe, de afgrond omving mij; het wier was aan mijn hoofd gebonden.

2:6  Ik was nedergedaald tot de gronden der bergen; de grendelen der aarde waren om mij henen in eeuwigheid; maar Gij hebt mijn leven uit het verderf opgevoerd, o HEERE, mijn God!

2:7  Als mijn ziel in mij overstelpt was, dacht ik aan den HEERE, en mijn gebed kwam tot U, in den tempel Uwer heiligheid.

2:8  Die de valse ijdelheden onderhouden, verlaten hunlieder weldadigheid.

2:9  Maar ik zal U offeren met de stem der dankzegging; wat ik beloofd heb, zal ik betalen. Het heil is des HEEREN.

2:10  De HEERE nu sprak tot den vis; en hij spuwde Jona uit op het droge.

<< Genesis 1         Genesis 3 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)