Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Genesis 6         Genesis 8 >>

Prediker 7

7:1  Beter is een goede naam, dan goede olie, en de dag des doods, dan de dag, dat iemand geboren wordt.

7:2  Het is beter te gaan in het klaaghuis, dan te gaan in het huis des maaltijds; want in hetzelve is het einde aller mensen, en de levende legt het in zijn hart. Literatuur:

7:3  Het treuren is beter dan het lachen; want door de droefheid des aangezichts wordt het hart gebeterd. Literatuur:

7:4  Het hart der wijzen is in het klaaghuis; maar het hart der zotten in het huis der vreugde. Literatuur:

7:5  Het is beter te horen het bestraffen des wijzen, dan dat iemand hore het gezang der dwazen.

7:6  Want gelijk het geluid der doornen onder een pot is, alzo is het lachen eens zots. Dit is ook ijdelheid.

7:7  Voorwaar, de onderdrukking zou wel een wijze dol maken; en het geschenk verderft het hart.

7:8  Het einde van een ding is beter dan zijn begin; de lankmoedige is beter dan de hoogmoedige. Literatuur:

7:9  Zijt niet haastig in uw geest om te toornen; want de toorn rust in den boezem der dwazen.

7:10  Zeg niet: Wat is er, dat de vorige dagen beter geweest zijn, dan deze? Want gij zoudt naar zulks niet uit wijsheid vragen.

7:11  De wijsheid is goed met een erfdeel; en degenen, die de zon aanschouwen, hebben voordeel daarvan.

7:12  Want de wijsheid is tot een schaduw, en het geld is tot een schaduw; maar de uitnemendheid der wetenschap is, dat de wijsheid haar bezitters het leven geeft.

7:13  Aanmerk het werk Gods; want wie kan recht maken, dat Hij krom gemaakt heeft? Literatuur:

7:14  Geniet het goede ten dage des voorspoeds, maar ten dage des tegenspoeds, zie toe; want God maakt ook den een tegenover den ander, ter oorzake dat de mens niet zou vinden iets, dat na hem zal zijn.

7:15  Dit alles heb ik gezien in de dagen mijner ijdelheid; er is een rechtvaardige, die in zijn gerechtigheid omkomt; daarentegen is er een goddeloze, die in zijn boosheid zijn dagen verlengt.

7:16  Wees niet al te rechtvaardig, noch houd uzelven al te wijs; waarom zoudt gij verwoesting over u brengen?

7:17  Wees niet al te goddeloos, noch wees al te dwaas; waarom zoudt gij sterven buiten uw tijd?

7:18  Het is goed, dat gij daaraan vasthoudt, en trek ook uw hand van dit niet af; want die God vreest, dien ontgaat dat al.

7:19  De wijsheid versterkt den wijze meer dan tien heerschappers, die in een stad zijn.

7:20  Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt. Literatuur:

7:21  Geef ook uw hart niet tot alle woorden, die men spreekt, opdat gij niet hoort, dat uw knecht u vloekt.

7:22  Want uw hart heeft ook veelmalen bekend, dat gij ook anderen gevloekt hebt.

7:23  Dit alles heb ik met wijsheid verzocht; ik zeide: Ik zal wijsheid bekomen, maar zij was nog verre van mij.

7:24  Hetgeen verre af is, en zeer diep, wie zal dat vinden?

7:25  Ik keerde mij om, en mijn hart, om te weten, en om na te sporen, en te zoeken wijsheid en een sluitrede; en om te weten de goddeloosheid der zotheid, en de dwaasheid der onzinnigheden.

7:26  En ik vond een bitterder ding, dan de dood: een vrouw, welker hart netten en garen, en haar handen banden zijn; wie goed is voor Gods aangezicht, zal van haar ontkomen; daarentegen de zondaar zal van haar gevangen worden.

7:27  Ziet, dit heb ik gevonden, zegt de prediker, het ene bij het andere, om de sluitrede te vinden;

7:28  Dewelke mijn ziel nog zoekt, maar ik heb haar niet gevonden: een man uit duizend heb ik gevonden; maar een vrouw onder die allen heb ik niet gevonden.

7:29  Alleenlijk ziet, dit heb ik gevonden, dat God den mens recht gemaakt heeft, maar zij hebben veel vonden gezocht. Literatuur:

<< Genesis 6         Genesis 8 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)