Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Spreuken 26         Spreuken 28 >>

Spreuken 27

27:1  Beroem u niet over den dag van morgen; want gij weet niet, wat de dag zal baren. Literatuur:

27:2  Laat u een vreemde prijzen, en niet uw mond; een onbekende, en niet uw lippen.

27:3  Een steen is zwaar, en het zand gewichtig; maar de toornigheid des dwazen is zwaarder dan die beide.

27:4  Grimmigheid en overloping van toorn is wreedheid; maar wie zal voor nijdigheid bestaan?

27:5  Openbare bestraffing is beter dan verborgene liefde.

27:6  De wonden des liefhebbers zijn getrouw; maar de kussingen des haters zijn af te bidden.

27:7  Een verzadigde ziel vertreedt het honigzeem; maar aan een hongerige ziel is alle bitter zoet.

27:8  Gelijk een vogel is, die uit zijn nest omdoolt, alzo is een man, die omdoolt uit zijn plaats.

27:9  Olie en reukwerk verblijdt het hart; alzo is de zoetigheid van iemands vriend, vanwege den raad der ziel.

27:10  Verlaat uw vriend, noch den vriend uws vaders niet; en ga ten huize uws broeders niet op den dag van uw tegenspoed. Beter is een gebuur die nabij is, dan een broeder, die verre is.

27:11  Zijt wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart; opdat ik mijn smader wat te antwoorden heb.

27:12  De kloekzinnige ziet het kwaad, en verbergt zich; de slechten gaan henen door, en worden gestraft.

27:13  Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed, en pand hem voor een onbekende vrouw.

27:14  Die zijn vriend zegent met luider stem, zich des morgens vroeg opmakende, het zal hem tot een vloek gerekend worden.

27:15  Een gedurige druiping ten dage des slagregens en een kijfachtige huisvrouw zijn even gelijk.

27:16  Elkeen, die haar verbergt, zou den wind verbergen, en de olie zijner rechterhand, die roept.

27:17  Ijzer scherpt men met ijzer; alzo scherpt een man het aangezicht zijns naasten. Literatuur:


Preken
Gebed (Deel 5)  

27:18  Die den vijgeboom bewaart, zal zijn vrucht eten; en die zijn heer waarneemt, zal geeerd worden.

27:19  Gelijk in het water het aangezicht is tegen het aangezicht, alzo is des mensen hart tegen den mens.

27:20  De hel en het verderf worden niet verzadigd; alzo worden de ogen des mensen niet verzadigd.

27:21  De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; alzo is een man naar zijn lof te proeven.

27:22  Al stiet gij den dwaas in een mortier met een stamper, in het midden van het gestoten graan, zijn dwaasheid zou van hem niet afwijken.

27:23  Zijt naarstig, om het aangezicht uwer schapen te kennen; zet uw hart op de kudden.

27:24  Want de schat is niet tot in eeuwigheid; of zal de kroon van geslacht tot geslacht zijn?

27:25  Als het gras zich openbaart, en de grasscheuten gezien worden, laat de kruiden der bergen verzameld worden.

27:26  De lammeren zullen zijn tot uw kleding, en de bokken de prijs des velds.

27:27  Daartoe zult gij genoegzaamheid van geitenmelk hebben tot uw spijze, tot spijze van uw huis, en leeftocht uwer maagden.

<< Spreuken 26         Spreuken 28 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)