Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Spreuken 18         Spreuken 20 >>

Spreuken 19

19:1  De arme, in zijn oprechtheid wandelende, is beter dan de verkeerde van lippen, en die een zot is.

19:2  Ook is de ziel zonder wetenschap niet goed; en die met de voeten haastig is, zondigt.

19:3  De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.

19:4  Het goed brengt veel vrienden toe; maar de arme wordt van zijn vriend gescheiden.

19:5  Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugenen blaast, zal niet ontkomen.

19:6  Velen smeken het aangezicht des prinsen; en een ieder is een vriend desgenen, die giften geeft.

19:7  Al de broeders des armen haten hem; hoeveel te meer gaan zijn vrienden verre van hem! Hij loopt hen na met woorden, die niets zijn.

19:8  Die verstand bekomt, heeft zijn ziel lief; hij neemt de verstandigheid waar, om het goede te vinden.

19:9  Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugenen blaast, zal vergaan.

19:10  De weelde staat een zot niet wel; hoeveel te min een knecht te heersen over vorsten! Literatuur:

19:11  Het verstand des mensen vertraagt zijn toorn; en zijn sieraad is de overtreding voorbij te gaan.

19:12  Des konings gramschap is als het brullen eens jongen leeuws; maar zijn welgevallen is als dauw op het kruid.

19:13  Een zotte zoon is zijn vader grote ellende; en de kijvingen ener vrouw als een gestadig druipen.

19:14  Huis en goed is een erve van de vaderen; maar een verstandige vrouw is van den HEERE.

19:15  Luiheid doet in diepen slaap vallen; en een bedriegelijke ziel zal hongeren.

19:16  Die het gebod bewaart, bewaart zijn ziel; die zijn wegen veracht, zal sterven.

19:17  Die zich des armen ontfermt, leent den HEERE, en Hij zal hem zijn weldaad vergelden.

19:18  Tuchtig uw zoon, als er nog hoop is; maar verhef uw ziel niet, om hem te doden.

19:19  Die groot is van grimmigheid, zal straf dragen; want zo gij hem uitredt, zo zult gij nog moeten voortvaren.

19:20  Hoor raad, en ontvang tucht, opdat gij in uw laatste wijs zijt.

19:21  In het hart des mans zijn veel gedachten; maar de raad des HEEREN, die zal bestaan. Literatuur:

19:22  De wens des mensen is zijn weldadigheid; maar de arme is beter dan een leugenachtig man.

19:23  De vreze des HEEREN is ten leven; want men zal verzadigd zijnde vernachten; met het kwaad zal men niet bezocht worden. Literatuur:

19:24  Een luiaard verbergt de hand in den boezem, en hij zal ze niet weder aan zijn mond brengen.

19:25  Sla den spotter, zo zal de slechte kloekzinnig worden; en bestraf den verstandige, hij zal wetenschap begrijpen.

19:26  Wie den vader verwoest, of de moeder verjaagt, is een zoon, die beschaamd maakt, en schande aandoet.

19:27  Laat af, mijn zoon, horende de tucht, af te dwalen van de redenen der wetenschap.

19:28  Een Belialsgetuige bespot het recht; en de mond der goddelozen slokt de ongerechtigheid in.

19:29  Gerichten zijn voor de spotters bereid, en slagen voor den rug der zotten.

<< Spreuken 18         Spreuken 20 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)