Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Spreuken 6         Spreuken 8 >>

Spreuken 7

7:1  Mijn zoon, bewaar mijn redenen, en leg mijn geboden bij u weg.

7:2  Bewaar mijn geboden, en leef, en mijn wet als den appel uwer ogen.

7:3  Bind ze aan uw vingeren, schrijf ze op de tafels uws harten.

7:4  Zeg tot de wijsheid: Gij zijt mijn zuster; en heet het verstand uw bloedvriend;

7:5  Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit. Literatuur:

7:6  Want door het venster van mijn huis, door mijn tralie keek ik uit; Literatuur:

7:7  En ik zag onder de slechten; ik merkte onder de jonge gezellen een verstandelozen jongeling; Literatuur:

7:8  Voorbijgaande op de straat, nevens haar hoek, en hij trad op den weg van haar huis. Literatuur:

7:9  In de schemering, in den avond des daags, in den zwarten nacht en de donkerheid; Literatuur:

7:10  En ziet, een vrouw ontmoette hem in hoerenversiersel, en met het hart op haar hoede; Literatuur:

7:11  Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet; Literatuur:

7:12  Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;

7:13  En zij greep hem aan, en kuste hem; zij sterkte haar aangezicht, en zeide tot hem:

7:14  Dankoffers zijn bij mij, ik heb heden mijn geloften betaald;

7:15  Daarom ben ik uitgegaan u tegemoet, om uw aangezicht naarstiglijk te zoeken, en ik heb u gevonden.

7:16  Ik heb mijn bedstede met tapijtsieraad toegemaakt, met uitgehouwen werken, met fijn linnen van Egypte;

7:17  Ik heb mijn leger met mirre, aloe en kaneel welriekende gemaakt;

7:18  Kom, laat ons dronken worden van minnen tot den morgen toe; laat ons ons vrolijk maken in grote liefde.

7:19  Want de man is niet in zijn huis, hij is een verren weg getogen;

7:20  Hij heeft een bundel gelds in zijn hand genomen; ten bestemden dage zal hij naar zijn huis komen.

7:21  Zij bewoog hem door de veelheid van haar onderricht, zij dreef hem aan door het gevlei harer lippen.

7:22  Hij ging haar straks achterna, gelijk een os ter slachting gaat, en gelijk een dwaas tot de tuchtiging der boeien.

7:23  Totdat hem de pijl zijn lever doorsneed; gelijk een vogel zich haast naar den strik, en niet weet, dat dezelve tegen zijn leven is.

7:24  Nu dan, kinderen, hoort naar mij, en luistert naar de redenen mijns monds.

7:25  Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

7:26  Want zij heeft veel gewonden nedergeveld, en al haar gedoden zijn machtig vele.

7:27  Haar huis zijn wegen des grafs, dalende naar de binnenkameren des doods.

<< Spreuken 6         Spreuken 8 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)