Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Psalmen 150         Spreuken 2 >>

Spreuken 1

1:1  De spreuken van Salomo, den zoon van David, den koning van Israel,

1:2  Om wijsheid en tucht te weten; om te verstaan redenen des verstands; Literatuur:

1:3  Om aan te nemen onderwijs van goed verstand, gerechtigheid, en recht, en billijkheden; Literatuur:

1:4  Om den slechten kloekzinnigheid te geven, den jongeling wetenschap en bedachtzaamheid. Literatuur:

1:5  Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen; Literatuur:

1:6  Om te verstaan een spreuk en de uitlegging, de woorden der wijzen en hun raadselen. Literatuur:

1:7  De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht. Literatuur:

1:8  Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet; Literatuur:

1:9  Want zij zullen uw hoofd een aangenaam toevoegsel zijn, en ketenen aan uw hals. Literatuur:

1:10  Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet; Literatuur:

1:11  Indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, ons versteken tegen den onschuldige, zonder oorzaak; Literatuur:

1:12  Laat ons hen levend verslinden, als het graf; ja, geheel en al, gelijk die in den kuil nederdalen; Literatuur:

1:13  Alle kostelijk goed zullen wij vinden, onze huizen zullen wij met roof vullen. Literatuur:

1:14  Gij zult uw lot midden onder ons werpen; wij zullen allen een buidel hebben. Literatuur:

1:15  Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad. Literatuur:

1:16  Want hun voeten lopen ten boze; en zij haasten zich om bloed te storten. Literatuur:

1:17  Zekerlijk, het net wordt tevergeefs gespreid voor de ogen van allerlei gevogelte; Literatuur:

1:18  En deze loeren op hun eigen bloed, en versteken zich tegen hun zielen. Literatuur:

1:19  Zo zijn de paden van een iegelijk, die gierigheid pleegt; zij zal de ziel van haar meester vangen. Literatuur:

1:20  De opperste Wijsheid roept overluid daarbuiten; Zij verheft Haar stem op de straten. Literatuur:

1:21  Zij roept in het voorste der woelingen; aan de deuren der poorten spreekt Zij Haar redenen in de stad; Literatuur:

1:22  Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten? Literatuur:

1:23  Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken. Literatuur:

1:24  Dewijl Ik geroepen heb, en gijlieden geweigerd hebt; Mijn hand uitgestrekt heb, en er niemand was, die opmerkte; Literatuur:

1:25  En gij al Mijn raad verworpen, en Mijn bestraffing niet gewild hebt; Literatuur:

1:26  Zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt. Literatuur:

1:27  Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt; Literatuur:

1:28  Dan zullen zij tot Mij roepen, maar Ik zal niet antwoorden; zij zullen Mij vroeg zoeken, maar zullen Mij niet vinden; Literatuur:

1:29  Daarom, dat zij de wetenschap gehaat hebben, en de vreze des HEEREN niet hebben verkoren. Literatuur:

1:30  Zij hebben in Mijn raad niet bewilligd; al Mijn bestraffingen hebben zij versmaad; Literatuur:

1:31  Zo zullen zij eten van de vrucht van hun weg, en zich verzadigen met hun raadslagen. Literatuur:

1:32  Want de afkering der slechten zal hen doden, en de voorspoed der zotten zal hen verderven. Literatuur:

1:33  Maar die naar Mij hoort, zal zeker wonen, en hij zal gerust zijn van de vreze des kwaads. Literatuur:

<< Psalmen 150         Spreuken 2 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)