Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Psalmen 143         Psalmen 145 >>

Psalmen 144

144:1  Een psalm van David. Gezegend zij de HEERE, mijn Rotssteen, Die mijn handen onderwijst ten strijde, mijn vingeren ten oorlog;

144:2  Mijn Goedertierenheid en mijn Burg, mijn Hoog Vertrek en mijn Bevrijder voor mij, mijn Schild, en op Wien ik mij betrouwe; Die mijn volk aan mij onderwerpt!

144:3  O HEERE! wat is de mens, dat Gij hem kent, het kind des mensen, dat Gij het acht?

144:4  De mens is der ijdelheid gelijk; zijn dagen zijn als een voorbijgaande schaduw.

144:5  Neig Uw hemelen, HEERE! en daal neder; raak de bergen aan, dat zij roken.

144:6  Bliksem bliksem, en verstrooi hen; zend Uw pijlen uit, en verdoe hen.

144:7  Steek Uw handen van de hoogte uit; ontzet mij, en ruk mij uit de grote wateren, uit de hand der vreemden;

144:8  Welker mond leugen spreekt, en hun rechterhand is een rechterhand der valsheid.

144:9  O God! ik zal U een nieuw lied zingen; met de luit en het tiensnarig instrument zal ik U psalmzingen.

144:10  Gij, Die den koningen overwinning geeft, Die Zijn knecht David ontzet van het boze zwaard;

144:11  Ontzet mij en red mij van de hand der vreemden, welker mond leugen spreekt, en hun rechterhand is een rechterhand der valsheid;

144:12  Opdat onze zonen zijn als planten, welke groot geworden zijn in hun jeugd; onze dochters als hoekstenen, uitgehouwen naar de gelijkenis van een paleis.

144:13  Dat onze winkelen vol zijnde, den enen voorraad na den anderen uitgeven; dat onze kudden bij duizenden werpen, ja, bij tienduizenden op onze hoeven vermenigvuldigen.

144:14  Dat onze ossen wel geladen zijn; dat geen inbreuk, noch uitval, noch gekrijs zij op onze straten.

144:15  Welgelukzalig is het volk, dien het alzo gaat; welgelukzalig, is het volk, wiens God de HEERE is.

<< Psalmen 143         Psalmen 145 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)