Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Numeri 21         Numeri 23 >>

Psalmen 139

139:1  Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij. Literatuur:

139:2  Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten. Literatuur:

139:3  Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend. Literatuur:

139:4  Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, Heere! Gij weet het alles. Literatuur:

139:5  Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij. Literatuur:

139:6  De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij. Literatuur:

139:7  Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht? Literatuur:

139:8  Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar. Literatuur:

139:9  Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee; Literatuur:

139:10  Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij houden. Literatuur:

139:11  Indien ik zeide: De duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij. Literatuur:

139:12  Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht. Literatuur:

139:13  Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt. Literatuur:

139:14  Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken! ook weet het mijn ziel zeer wel. Literatuur:

139:15  Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben, in de nederste delen der aarde. Literatuur:

139:16  Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was. Literatuur:

139:17  Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen! Literatuur:

139:18  Zoude ik ze tellen? Harer is meer, dan des zands; word ik wakker, zo ben ik nog bij U. Literatuur:

139:19  O God! dat Gij den goddeloze ombracht! en gij, mannen des bloeds, wijkt van mij! Literatuur:

139:20  Die van U schandelijk spreken, en Uw vijanden ijdellijk verheffen. Literatuur:

139:21  Zou ik niet haten, HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan? Literatuur:

139:22  Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij. Literatuur:

139:23  Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten. Literatuur:

139:24  En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op den eeuwigen weg. Literatuur:

<< Numeri 21         Numeri 23 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)