Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Psalmen 128         Psalmen 130 >>

Psalmen 129

129:1  Een lied Hammaaloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zegge nu Israel;

129:2  Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overmocht.

129:3  Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.

129:4  De HEERE, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.

129:5  Laat hen beschaamd en achterwaarts gedreven worden, allen, die Sion haten.

129:6  Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;

129:7  Waarmede de maaier zijn hand niet vult, noch de garvenbinder zijn arm;

129:8  En die voorbijgaan, niet zeggen: De zegen des HEEREN zij bij u! Wij zegenen ulieden in den Naam des HEEREN.

<< Psalmen 128         Psalmen 130 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)