Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Numeri 1         Numeri 3 >>

Psalmen 119

119:1  Aleph. Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des HEEREN gaan. Literatuur:

119:2  Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;

119:3  Ook geen onrecht werken, maar wandelen in Zijn wegen.

119:4  HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.

119:5  Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!

119:6  Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.

119:7  Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.

119:8  Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.

119:9  Beth. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord. Literatuur:

119:10  Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen. Literatuur:

119:11  Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

119:12  HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.

119:13  Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.

119:14  Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom. Literatuur:

119:15  Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.

119:16  Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten. Literatuur:

119:17  Gimel. Doe wel bij Uw knecht, dat ik leve en Uw woord beware. Literatuur:

119:18  Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet. Literatuur:

119:19  Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet.

119:20  Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.

119:21  Gij scheldt de vervloekte hovaardigen, die van Uw geboden afdwalen.

119:22  Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.

119:23  Als zelfs de vorsten zittende tegen mij gesproken hebben, heeft Uw knecht Uw inzettingen betracht.

119:24  Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden. Literatuur:

119:25  Daleth. Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend naar Uw woord.

119:26  Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.

119:27  Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.

119:28  Mijn ziel druipt weg van treurigheid; richt mij op naar Uw woord.

119:29  Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet.

119:30  Ik heb verkoren den weg der waarheid, Uw rechten heb ik mij voorgesteld.

119:31  Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o HEERE! beschaam mij niet.

119:32  Ik zal den weg Uwer geboden lopen, als Gij mijn hart verwijd zult hebben.

119:33  He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe. Literatuur:

119:34  Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte. Literatuur:

119:35  Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust. Literatuur:

119:36  Neig mijn hart tot Uw getuigenissen, en niet tot gierigheid. Literatuur:

119:37  Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen. Literatuur:

119:38  Bevestig Uw toezegging aan Uw knecht, die Uw vreze toegedaan is. Literatuur:

119:39  Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed. Literatuur:

119:40  Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid. Literatuur:

119:41  Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;

119:42  Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.

119:43  En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.

119:44  Zo zal ik Uw wet steeds onderhouden, eeuwiglijk en altoos.

119:45  En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb. Literatuur:

119:46  Ook zal ik voor koningen spreken van Uw getuigenissen, en mij niet schamen.

119:47  En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb. Literatuur:

119:48  En ik zal mijn handen opheffen naar Uw geboden, die ik liefheb, en ik zal Uw inzettingen betrachten.

119:49  Zain. Gedenk des woords, tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen. Literatuur:

119:50  Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.

119:51  De hovaardigen hebben mij boven mate zeer bespot; nochtans ben ik van Uw wet niet geweken.

119:52  Ik heb gedacht, o HEERE! aan Uw oordelen van ouds aan, en heb mij getroost.

119:53  Grote beroering heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten. Literatuur:

119:54  Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.

119:55  HEERE! des nachts ben ik Uws Naams gedachtig geweest, en heb Uw wet bewaard.

119:56  Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.

119:57  Cheth. De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd, dat ik Uw woorden zal bewaren.

119:58  Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.

119:59  Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.

119:60  Ik heb gehaast, en niet vertraagd Uw geboden te onderhouden.

119:61  De goddeloze hopen hebben mij beroofd; nochtans heb ik Uw wet niet vergeten.

119:62  Te middernacht sta ik op, om U te loven voor de rechten Uwer gerechtigheid.

119:63  Ik ben een gezel van allen, die U vrezen, en van hen, die Uw bevelen onderhouden.

119:64  HEERE! de aarde is vol van Uw goedertierenheid; leer mij Uw inzettingen.

119:65  Teth. Gij hebt bij Uw knecht goed gedaan, HEERE, naar Uw woord. Literatuur:

119:66  Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd. Literatuur:

119:67  Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord. Literatuur:

119:68  Gij zijt goed en goeddoende; leer mij Uw inzettingen. Literatuur:

119:69  De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte. Literatuur:

119:70  Hun hart is vet als smeer; maar ik heb vermaak in Uw wet. Literatuur:

119:71  Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde. Literatuur:

119:72  De wet Uws monds is mij beter, dan duizenden van goud of zilver. Literatuur:

119:73  Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.

119:74  Die U vrezen, zullen mij aanzien, en zich verblijden, omdat ik op Uw woord gehoopt heb.

119:75  Ik weet, HEERE! dat Uw gerichten de gerechtigheid zijn, en dat Gij mij uit getrouwheid verdrukt hebt.

119:76  Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.

119:77  Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.

119:78  Laat de hovaardigen beschaamd worden, omdat zij mij met leugen nedergestoten hebben; doch ik betracht Uw geboden.

119:79  Laat hen tot mij keren, die U vrezen, en die Uw getuigenissen kennen.

119:80  Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.

119:81  Caph. Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt.

119:82  Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten?

119:83  Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten.

119:84  Hoe vele zullen de dagen Uws knechts zijn? Wanneer zult Gij recht doen over mijn vervolgers?

119:85  De hovaardigen hebben mij putten gegraven, hetwelk niet is naar Uw wet.

119:86  Al Uw geboden zijn waarheid; zij vervolgen mij met leugen, help mij.

119:87  Zij hebben mij bijna vernietigd op de aarde, maar ik heb Uw bevelen niet verlaten.

119:88  Maak mij levend naar Uw goedertierenheid, dan zal ik de getuigenis Uws monds onderhouden.

119:89  Lamed. O HEERE! Uw woord bestaat in der eeuwigheid in de hemelen. Literatuur:

119:90  Uw goedertierenheid is van geslacht tot geslacht; Gij hebt de aarde vastgemaakt, en zij blijft staan; Literatuur:

119:91  Naar Uw verordeningen blijven zij nog heden staan, want zij allen zijn Uw knechten.

119:92  Indien Uw wet niet ware geweest al mijn vermaking, ik ware in mijn druk al lang vergaan.

119:93  Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.

119:94  Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.

119:95  De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.

119:96  In alle volmaaktheid heb ik een einde gezien; maar Uw gebod is zeer wijd.

119:97  Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag. Literatuur:


Bijbelstudies
Christen zijn is een levenswijze  

Preken
Gebed (Deel 3)  

119:98  Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij.

119:99  Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.

119:100  Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.

119:101  Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.

119:102  Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.

119:103  Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!

119:104  Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden.

119:105  Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad. Literatuur:

119:106  Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.

119:107  Ik ben gans zeer verdrukt, HEERE! maak mij levend naar Uw woord.

119:108  Laat U toch, o HEERE! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten.

119:109  Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet.

119:110  De goddelozen hebben mij een strik gelegd; nochtans ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen.

119:111  Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.

119:112  Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.

119:113  Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief.

119:114  Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt.

119:115  Wijkt van mij, gij boosdoeners! dat ik de geboden mijns Gods moge bewaren.

119:116  Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope.

119:117  Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.

119:118  Gij vertreedt al degenen, die van Uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is leugen.

119:119  Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.

119:120  Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen.

119:121  Ain. Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers.

119:122  Wees borg voor Uw knecht ten goede; laat de hovaardigen mij niet onderdrukken.

119:123  Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.

119:124  Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen.

119:125  Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.

119:126  Het is tijd voor den HEERE, dat Hij werke, want zij hebben Uw wet verbroken.

119:127  Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.

119:128  Daarom heb ik al Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.

119:129  Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.

119:130  De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.

119:131  Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.

119:132  Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.

119:133  Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen.

119:134  Verlos mij van des mensen overlast, en ik zal Uw bevelen onderhouden.

119:135  Doe Uw aangezicht lichten over Uw knecht, en leer mij Uw inzettingen.

119:136  Waterbeken vlieten af uit mijn ogen, omdat zij Uw wet niet onderhouden.

119:137  Tsade. HEERE! Gij zijt rechtvaardig, en elkeen Uwer oordelen is recht.

119:138  Gij hebt de gerechtigheid Uwer getuigenissen, en de waarheid hogelijk geboden.

119:139  Mijn ijver heeft mij doen vergaan, omdat mijn wederpartijders Uw woorden vergeten hebben.

119:140  Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.

119:141  Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet.

119:142  Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.

119:143  Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.

119:144  De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.

119:145  Koph. Ik heb van ganser harte geroepen: verhoor mij, o HEERE! ik zal Uw inzettingen bewaren.

119:146  Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.

119:147  Ik ben de morgen schemering voorgekomen, en heb geschrei gemaakt; op Uw woord heb ik gehoopt.

119:148  Mijn ogen komen de nacht waken voor, om Uw rede te betrachten.

119:149  Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.

119:150  Die kwade praktijken najagen, genaken mij, zij wijken verre van Uw wet.

119:151  Maar Gij, HEERE! zijt nabij, en al Uw geboden zijn waarheid.

119:152  Van ouds heb ik geweten van Uw getuigenissen, dat Gij ze in eeuwigheid gegrond hebt.

119:153  Resch. Zie mijn ellende aan, en help mij uit, want Uw wet heb ik niet vergeten.

119:154  Twist mijn twistzaak, en verlos mij, maak mij levend, naar Uw toezegging.

119:155  Het heil is verre van de goddelozen, want zij zoeken Uw inzettingen niet.

119:156  HEERE! Uw barmhartigheden zijn vele; maak mij levend naar Uw rechten.

119:157  Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.

119:158  Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.

119:159  Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

119:160  Het begin Uws woords is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid. Literatuur:

119:161  Schin. De vorsten hebben mij vervolgd zonder oorzaak; maar mijn hart heeft gevreesd voor Uw woord. Literatuur:

119:162  Ik ben vrolijk over Uw toezegging, als een, die een groten buit vindt. Literatuur:

119:163  Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.

119:164  Ik loof U zevenmaal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid.

119:165  Die Uw wet beminnen, hebben groten vrede, en zij hebben geen aanstoot. Literatuur:

119:166  O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.

119:167  Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.

119:168  Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.

119:169  Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.

119:170  Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.

119:171  Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben.

119:172  Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid. Literatuur:

119:173  Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.

119:174  O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.

119:175  Laat mijn ziel leven, en zij zal U loven, en laat Uw rechten mij helpen.

119:176  Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.

<< Numeri 1         Numeri 3 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)