Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Psalmen 117         Psalmen 119 >>

Psalmen 118

118:1  Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

118:2  Dat Israel nu zegge, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.

118:3  Het huis van Aaron zegge nu, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.

118:4  Dat degenen, die den HEERE vrezen, nu zeggen, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.

118:5  Uit de benauwdheid heb ik den HEERE aangeroepen; de HEERE heeft mij verhoord, stellende mij in de ruimte.

118:6  De HEERE is bij mij, ik zal niet vrezen; wat zal mij een mens doen?

118:7  De HEERE is bij mij onder degenen, die mij helpen; daarom zal ik mijn lust zien aan degenen, die mij haten.

118:8  Het is beter tot den HEERE toevlucht te nemen, dan op den mens te vertrouwen.

118:9  Het is beter tot den HEERE toevlucht te nemen, dan op prinsen te vertrouwen.

118:10  Alle heidenen hadden mij omringd; het is in den Naam des HEEREN, dat ik ze verhouwen heb.

118:11  Zij hadden mij omringd, ja, zij hadden mij omringd; het is in den Naam des HEEREN, dat ik ze verhouwen heb.

118:12  Zij hadden mij omringd als bijen; zij zijn uitgeblust als een doornenvuur; het is in den Naam des HEEREN, dat ik ze verhouwen heb.

118:13  Gij hadt mij zeer hard gestoten, tot vallens toe, maar de HEERE heeft mij geholpen.

118:14  De HEERE is mijn Sterkte en Psalm, want Hij is mij tot heil geweest.

118:15  In de tenten der rechtvaardigen is een stem des gejuichs en des heils; de rechterhand des HEEREN doet krachtige daden.

118:16  De rechterhand des HEEREN is verhoogd; de rechterhand des HEEREN doet krachtige daden.

118:17  Ik zal niet sterven, maar leven; en ik zal de werken des HEEREN vertellen.

118:18  De HEERE heeft mij wel hard gekastijd; maar Hij heeft mij ter dood niet overgegeven.

118:19  Doet mij de poorten der gerechtigheid open, ik zal daardoor ingaan, ik zal den HEERE loven.

118:20  Dit is de poort des HEEREN, door dewelke de rechtvaardigen zullen ingaan.

118:21  Ik zal U loven, omdat Gij mij verhoord hebt, en mij tot heil geweest zijt.

118:22  De steen, dien de bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden.

118:23  Dit is van den HEERE geschied, en het is wonderlijk in onze ogen.

118:24  Dit is de dag, dien de HEERE gemaakt heeft; laat ons op denzelven ons verheugen, en verblijd zijn.

118:25  Och HEERE! geef nu heil; och HEERE! geef nu voorspoed.

118:26  Gezegend zij hij, die daar komt in den Naam des HEEREN! Wij zegenen ulieden uit het huis des HEEREN.

118:27  De HEERE is God, Die ons licht gegeven heeft. Bindt het feest offer met touwen tot aan de hoornen van het altaar.

118:28  Gij zijt mijn God, daarom zal ik U loven; o mijn God! ik zal U verhogen.

118:29  Loof den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

<< Psalmen 117         Psalmen 119 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)