Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Psalmen 106         Psalmen 108 >>

Psalmen 107

107:1  Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

107:2  Dat zulks de bevrijden des HEEREN zeggen, die Hij van de hand der wederpartijders bevrijd heeft.

107:3  En Hij die uit de landen verzameld heeft, van het oosten en van het westen, van het noorden en van de zee.

107:4  Die in de woestijn dwaalden, in een weg der wildernis, die geen stad ter woning vonden;

107:5  Zij waren hongerig, ook dorstig; hun ziel was in hen overstelpt.

107:6  Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, heeft Hij hen gered uit hun angsten;

107:7  En Hij leidde hen op een rechten weg, om te gaan tot een stad ter woning.

107:8  Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen; Literatuur:

107:9  Want Hij heeft de dorstige ziel verzadigd, en de hongerige ziel met goed vervuld;

107:10  Die in duisternis en de schaduw des doods zaten, gebonden met verdrukking en ijzer;

107:11  Omdat zij wederspannig waren geweest tegen Gods geboden, en den raad des Allerhoogsten onwaardiglijk verworpen hadden.

107:12  Waarom Hij hun het hart door zwarigheid vernederd heeft; zij zijn gestruikeld, en er was geen helper.

107:13  Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten.

107:14  Hij voerde hen uit de duisternis en de schaduw des doods, en Hij brak hun banden.

107:15  Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen;

107:16  Want Hij heeft de koperen deuren gebroken, en de ijzeren grendelen in stukken gehouwen.

107:17  De zotten worden om den weg hunner overtreding, en om hun ongerechtigheden geplaagd;

107:18  Hun ziel gruwelde van alle spijze, en zij waren tot aan de poorten des doods gekomen.

107:19  Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten.

107:20  Hij zond Zijn woord uit, en heelde hen, en rukte hen uit hun kuilen.

107:21  Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.

107:22  En dat zij lofofferen offeren, en met gejuich Zijn werken vertellen.

107:23  Die met schepen ter zee afvaren, handel doende op grote wateren;

107:24  Die zien de werken des HEEREN, en Zijn wonderwerken in de diepte.

107:25  Als Hij spreekt, zo doet Hij een stormwind opstaan, die haar golven omhoog verheft.

107:26  Zij rijzen op naar den hemel; zij dalen neder tot in de afgronden; hun ziel versmelt van angst.

107:27  Zij dansen en waggelen als een dronken man, en al hun wijsheid wordt verslonden.

107:28  Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, zo voerde Hij hen uit hun angsten.

107:29  Hij doet den storm stilstaan, zodat hun golven stilzwijgen.

107:30  Dan zijn zij verblijd, omdat zij gestild zijn, en dat Hij hen tot de haven hunner begeerte geleid heeft.

107:31  Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen;

107:32  En Hem verhogen in de gemeente des volks, en in het gestoelte der oudsten Hem roemen.

107:33  Hij stelt de rivieren tot een woestijn, en watertochten tot dorstig land.

107:34  Het vruchtbaar land tot zouten grond, om de boosheid dergenen, die daarin wonen.

107:35  Hij stelt de woestijn tot een waterpoel, en het dorre land tot watertochten.

107:36  En Hij doet de hongerigen aldaar wonen, en zij stichten een stad ter woning;

107:37  En bezaaien akkers, en planten wijngaarden, die inkomende vrucht voortbrengen.

107:38  En Hij zegent hen, zodat zij zeer vermenigvuldigen, en hun vee vermindert Hij niet.

107:39  Daarna verminderen zij, en komen ten onder, door verdrukking, kwaad en droefenis.

107:40  Hij stort verachting uit over de prinsen, en doet hen dwalen in het woeste, waar geen weg is.

107:41  Maar Hij brengt den nooddruftige uit de verdrukking in een hoog vertrek, en maakt de huisgezinnen als kudden. Literatuur:

107:42  De oprechten zien het, en zijn verblijd, maar alle ongerechtigheid stopt haar mond.

107:43  Wie is wijs? Die neme deze dingen waar; en dat zij verstandelijk letten op de goedertierenheden des HEEREN.

<< Psalmen 106         Psalmen 108 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)